Boesingheliede

De Weerribben zijn door de NCRV uitgeroepen tot mooiste plek van Nederland. Op naar Boesingheliede dat heel ergens anders ligt, in de Haarlemmermeerpolder.

Boesingheliede.

Eén ding is zeker: het klinkt goed. Boesingheliede. Een plaats met zo’n naam verwacht je in Zeeland. Modder en wind, norse mensen, het hart op de juiste plaats, God binnen handbereik. Boesingheliede. De tijd heeft er stilgestaan.

Niet dus.

Boesingheliede heeft het de laatste jaren enorm te verduren gehad. In oude atlassen is goed te zien hoe eerst Schiphol richting Boesingheliede oprukte, toen de Floriade die allang weer weg is, maar wel een hoop permanente infrastructuur opleverde, rotondes, snelwegen, afslagen, fietspaden, tot slot opnieuw Schiphol in de vorm van de Polderbaan die zo’n beetje in Boesingheliede begint, of eindigt, hoe je het maar bekijkt.

Boesingheliede is een langgerekte nederzetting langs een drukke weg die heel toepasselijk de Schipholweg heet. Er zijn vooral bedrijven gevestigd: autohandelaren, een koffiebrander, een cateringbedrijf, een seksclub, een sloperij.

Hier en daar tussen de bedrijven staan oude, noeste woningen, sommige met een moestuin. Op de hoek met de IJweg bevindt zich een stoplicht. Linksaf gaat het naar Zwanenburg en Halfweg, rechtsaf loopt het dood.

Het is een smalle weg waar een paar grote boerderijen aan liggen, de Mariahoeve, de Margarethahoeve—mooie namen voor een hoeve. Een van de twee heeft een partij geiten in het land staan, en onwillekeurig denk je dan toch even aan Theo van Gogh.

Verderop liggen wat kleine, vervallen landarbeidershuisjes, links van de weg. Rechts staat een oude hooiberg. De weg zelf is glibberig van de modder waaruit aan weerszijden het land bestaat: dikke, vette kluiten zo ver het oog reikt.

Aan het einde van de IJweg—die ooit als N519 Zwanenburg met Hoofddorp verbond, maar door de Polderbaan doormidden is gesneden—ligt een kleine rotonde. Enkele meters verderop is de Polderbaan—een smalle sloot en een indrukwekkend hekwerk scheiden het bezoek van de baan.

Kijkje naar rechts, zie je Haarlem. Kijkje naar links, zie je de verkeerstorens van Schiphol, de kleinste het dichtstbij. Kijkje verder nog wat om je heen, dan zie je overal biddende valken. Kijk in je de richting waaruitje bent gekomen, dan zie je Boesingheliede en daarachter de stromen verkeer op de Ag. Kijk je recht vooruit, dan zie je om de twee minuten een vliegtuig voorbijstormen, op weg naar het luchtruim, al bijna los van de grond.

Machtig gezicht.

Op de kleine rotonde in het niets bij Boesingheliede staan altijd wel een paar auto’s met mannen die naar de vliegtuigen kijken. Er zijn ook voorzieningen getroffen: lantarenpalen, prullenbakken. Ze eten een boterham uit een plastic zakje dat op de stoel naast hen ligt. Ze bladeren wat in de Panorama. In hun Astra’s, Mondeo’s en Passaten maken ze allemaal de indruk het liefst aan boord van zo’n voorbijknallend vliegtuig te willen zitten.

Maar ze zitten in hun auto en zien het leven voorbijflitsen, gefnuikte dromen incluis. Na verloop van tijd maken ze rechtsomkeert, en rijden ze weer recht op Boesingheliede af. Iemand zou er eens een liedje over moeten maken: mannen en Boesingheliede, de lange wegen van de polder en het niets. De Weerribben steken er pover bij af.