Asiel

Het kan verkeren. In Eexterveenschekanaal, Drenthe, moeten de asielzoekers vertrekken, in Den Ham, Overijssel, mogen ze blijven. In het eerste dorp wonen ze in recreatiecentrum Aqualande, in het tweede dorp op kampeerterrein de Blekkenhorst. In Eexterveenschekanaal heeft de bevolking zich tegen hen gekeerd, in Den Ham hebben de mensen de vreemde vogels omarmd.

Waarheen?

Den Ham.

Goed nieuws is altijd beter dan slecht nieuws, al wordt daar in het krantenvak anders over gedacht. Als lezer moet je je daardoor niet uit het veld laten slaan. Ook als de krant vol ellende staat, gebeuren er nog wonderen genoeg.

Den Ham is een eenvoudig, nederig dorp in het vlakke land van Overijssel, tussen Ommen en Vriezenveen, niet ver van Hardenberg. De twee prominentste gebouwen zijn de grote silo van landbouwcoöperatie De Eenheid, en het uitgebrande partycentrum en snelbuffet Harwig.

De Blekkenhorst is een begrip in Den Ham, maar aan wie ik de weg ook vroeg, iedereen gaf andere informatie. Linksaf, rechtsaf, weer links en dan het zandpad af. Rechtsaf, rechtdoor, linksaf buiten het dorp en dan de kronkelweg af. Linksaf, door het dorp, bij het gemeentehuis rechtsaf, dan rechtdoor en aan het einde rechts. Uiteindelijk kwam ik er terecht, zo groot en ingewikkeld is Den Ham nu ook weer niet.

Het kampeerterrein overtreft de stoutste verwachtingen. Het bestaat uit een kaalgetrapte speelweide met daaromheen ongeveer vijfentwintig houten huisjes, sommige zo te zien uit de vroege jaren zestig, de meeste in verregaande staat van onttakeling. Ook is er de traditionele rood-witte slagboom en daarnaast een ouderwetse telefooncel, in dit geval in de kleuren grijs en blauw.

De huisjes rond het veld hebben namen als De Fazant, De Merel, Meesje, De Specht, Sijsje, Houtduif, Mieke. Genoemde vogels zijn ook feitelijk ruimschoots aanwezig trouwens, net als satellietontvangers, overal tussen de struiken.

Alleen Mieke ontbreekt, want geen vogel.

In plaats daarvan trof ik bij huize Grutto een vriendelijke Soedanees die knutselde aan een brommer om zijn actieradius wat te vergroten. In het oude kampeerhuisje was een landgenoot bezig met een fiets, het meest voorkomende vervoermiddel op de Blekkenhorst—bij alle huisjes wemelde het ervan, fietsen zonder zadel, zonder banden, zonder wiel, zonder ketting.

De Soedanees vertelde dat hij blij was dat hij hier niet weg hoefde. Dat had hij net te horen gekregen. Hij zat hier nou een jaar en het beviel hem prima. Den Ham was de mooiste stad van Nederland en drie dagen per week zat hij in het aanpalende Vroomshoop op school om de taal onder de knie te krijgen. Hij had nog een lange weg te gaan, maar hij was vol goede moed.

Loog hij monter.

Ik wandelde nog wat rond. Het was dat het een mooie, zonnige ochtend was, anders zou je de toestand op de Blekkenhorst toch echt mensonterend kunnen noemen. Zelfs kampeerders zouden hier niet willen staan.

Het gemoed schoot dan ook vol toen opeens de Soedanees zijn brommer aan de praat had. Het ding knetterde dat het een aard had en er kwamen prachtige grijze wolken uit de uitlaat. De man nam erop plaats alsof hij nu de wereld helemaal aankon, of ja zelfs ging veroveren. Hij leek verdomd wel even op Jan Cremer. Toen sloeg de oude brommer weer af.