Delfzijl
Langs het Damsterdiep reed ik naar Delfzijl. Het klinkt zo mooi, Damsterdiep, maar het is zo weinig—een smal stroompje, niet breder dan een sloot. Verderop in het Groningse land ligt het Eemskanaal, dat is pas machtig water.
Ik kwam in Delfzijl.
De weg naar het centrum voert langs dichtgetimmerde huizen en geel en oranje gespoten gammele flatgebouwen en het centrum zelf is een kleine rotonde die vier kanten op voert: naar de winkelstraten en de oude haven, naar de dijk, naar het station en terug naar Groningen.
Ik ging naar de dijk.
Aan de dijk ligt het Eemshotel. Beter gezegd: het Eemshotel ligt in de zee en een pier voert er vanaf de dijk naartoe. Het hotel heeft wel iets van een booreiland, maar dan zonder toren.
Binnen nam ik plaats aan het raam. Het was eb en de zee was ver te zoeken. In de verte lag Duitsland. Ik sloeg de Eemsbode open en las dat de plaatselijke PvdA een onderzoek onder jongeren had uitgevoerd. Openbaar vervoer en uitgaan waren de twee thema’s die de jeugd van Delfzijl het meest bezighielden.
Ik kon me er iets bij voorstellen.
Er kwam een jong stelletje binnen; jongen eenjaar 19, het haar strak in de gel, puistjes op het voorhoofd; meisje even oud, met appelwangen. Ze gingen bij het raam zitten, tegenover elkaar, en keken naar buiten.
Walsmuziek klonk.
Verderop zat een oud echtpaar te bakkeleien. Aan de rand van het wad, waar het land de zee raakte, waren kronkelige sporen te zien die als een soort kleine riviertjes onze kant op kwamen. Volgens de man waren dat nou sluiters, de vrouw hield het op slenken. Ook het woord schor kwam voorbij. Toen de kwestie al een tijdje in het stadium van welles⁄nietes was, pakte de man opeens een grote verrekijker waarmee hij naar Duitsland ging turen.
‘Marianne Weber is lesbisch,’ zei het meisje met de appelwangen. Ze leek te schrikken van haar eigen stem.
‘Oo,’ reageerde haar vriendje, ‘hoe weet je dat?’
‘Dat las ik laatst ergens,’ zei het meisje.
De jongen knikte en streelde haar hand.
Buiten begon het te regenen. De druppels sloegen mooie gaatjes in het wad. De wereld ging op een pannenkoek lijken, vlak voor hij gaar is. Het verliefde stel en het oude echtpaar keken stil toe. Ik verliet het hotel op de maten van ‘River Deep, Mountain High’, een nummer van Ike & Tina Turner, gespeeld door het orkest van James Last.
Het oude stationnetje van Delfzijl kreeg net bezoek van de rommelende dieseltrein die twee keer per uur uit Groningen komt. Scholieren stroomden het oude gebouw uit en stelden zich op het winderige stationsplein op bij diverse bushaltes. De wind rukte aan hun jassen. Ik dacht aan uitgaan en openbaar vervoer. Aan het raam van de vvv, in het station gevestigd, hing een poster van Hans Kazan die op komt treden. Wie weet goochelde hij Delfzijl binnenkort wel weg.