N978

Het Groningse land lag er stil bij. Ijs op het water, eenden in elkaar gedoken tegen de rietkragen in het Hoendiep, de witte pluimen van de suikerfabrieken van Hoogkerk in de verte, de lucht zo blauw als een KLM-reclame.

Tussen Zuidhorn en Enumatil ligt langs het water de N978, een vrijwel kaarsrechte weg die vlak voor de bebouwde kom van Enumatil een flauwe bocht naar rechts maakt, zo flauw, nauwelijks een bocht te noemen.

Er staan hoge, steile populieren.

Vijf jongeren (15,16,16,19, 29) die naar een optreden van Lucas en Gea in Zuidhorn waren geweest, knalden op een vrijdagnacht met hun auto tegen een boom.

Alle vijf dood.

Lucas en Gea, voor alle duidelijkheid, zijn een duo in de traditie van Saskia en Serge, en vooral in de noordelijke provincies zijn ze razend populair. Ze hebben een cd uit die Zeg my waarom heet.

Maar goed.

Wat je vaak ziet als een auto tegen een boom vliegt, is dat de boom niets mankeert. Dat maakt het ongeluk alleen nog maar indrukwekkender. Maar de boom bij Enumatil is gewond; weliswaar staat hij rechtop, net als zijn buren, maar zijn bast is gescheurd, en het vlees ligt bloot.

De boom is een gedenkplaats geworden. Er liggen bloemen omheen, er staan waxinelichtjes en petroleumlampen. Er ligt een brief waarop staat: ‘Misschien is het nu voor altijd feest.’

Van de vijf doden kwamen er drie uit het dorp Enumatil (bruggetje, kerk, molen, wieken in de rouwstand, kleine huizen). Eentje woonde in Tolbert, maar had vroeger in Enumatil gewoond en werkte er nog steeds. De bestuurder had verkering met een meisje uit Enumatil.

Dorp in de rouw.

Kerk open voor opvang, ‘dit is ons Volendam’, aldus een ouderling. ‘Ook ik zit stikvol vragen,’ zei de dominee tijdens een van de diensten zondag, ‘maar God was erbij aan het Hoendiep. Hij heeft de jongeren erdoor geleid.’

Laten we er niet aan denken wat de predikant hiermee bedoelde, of misschien juist wel. Wat een God die zo met zijn schapen omgaat.

Bijna een week na het ongeluk was ik bij de boom.

Snijdend koud.

Uit de richting van Enumatil kwam een groep kleuters aangelopen. Ze waren met z’n zeventienen en in gezelschap van drie juffen. Af en toe passeerde een auto met een betraande vrouw achter het stuur.

Van de kant van Zuidhorn kwam een colonne fietsers; jongens en meiden in dikke, gewatteerde jacks, met mutsen, sjaals en handschoenen. Allemaal hadden ze een witte roos bij zich. Kinderen van de school waar de slachtoffers ook op zaten.

De kleuters waren er het eerst.

De juffen hurkten tussen de bloemen en probeerden zo goed en zo kwaad als het ging uit te leggen wat er was gebeurd. De kleintjes werden er stil van. In het weiland verderop stond een cameraploeg van TV Noord.

Amper waren de kleuters weer op de weg terug naar hun warme klaslokaal of ze kwetterden er alweer vrolijk op los. De scholieren uit Zuidhorn parkeerden intussen hun fietsen en kwamen met gebogen hoofden naderbij.