Hoenderloo
In Hoenderloo, op de Veluwe, is iemand uit de lucht komen vallen. Een vreemde zaak.
Hoenderloo: korte broeken, fietsverhuur, pannenkoekenhuizen. Park De Hoge Veluwe, vogelgekwetter, maandagochtend vuilnisophaal.
Op een dinsdag in de zomer, aan het begin van de avond, zag een mevrouw woonachtig aan de Bijdamweg in hartje Hoenderloo iets vreemds in de lucht. Het was een vallend, menselijk lichaam. Het kwam neer achter de huizen, in de bossen. Het werd niet gevolgd door een parachute. Wel was achter de wolken het gerommel van een vliegtuig te horen. Een paar uur later meldde mevrouw de vreemde val bij de politie die twee dagen later in actie kwam. Inmiddels is die weer afgeblazen.
Maar de man of vrouw die bij Hoenderloo uit de lucht kwam vallen, is niet gevonden, noch iets dat zijn of haar stoffelijk overschot zou kunnen zijn. Het vermoeden bestaat dat de vreemdeling een verstekeling aan boord van een vliegtuig was, die uit het laadruim is gevallen.
Tsja.
Het is een aardige, zenuwachtige mevrouw die aan de Bijdamweg woont. Aan de muur in de achterkamer hangen tegeltjes met spreuken. Er zijn er veel die te veel hebben, maar niemand die genoeg heeft. Humor is overwonnen droefheid. Op tafel staat een oranje naaimachine, in de donkere woonkamer staan robuuste eikenhouten meubels. De mevrouw wil alleen niets vertellen over het wonderlijke voorval van afgelopen woensdag, want ze heeft het niet zo op media. En haar man al helemaal niet.
Naar alle waarschijnlijkheid is de vallende mens terechtgekomen in het Deelerwoud. Dat is een bos van 650 hectares dat niet toegankelijk is voor publiek. Het is eigendom van jonkheer Repelaer, wiens vader hier in 1918 neerstreek. Behalve de jonkheer zelf wonen op het landgoed dam- en edelherten, wilde zwijnen, reeën en andere wilde dieren.
De jonkheer is een man met een verwarde, grijze haardos, een markante neus, een snor en een groene broek die zo intensief is gedragen dat de stof er bij de zakken in rafels bij hangt. Staande op de oprijlaan van zijn landgoed, rookt hij een sigaar.
Donderdag zijn ze inderdaad bij hem geweest, de mannen van de politie, met een paar honden. De jonkheer heeft een wandeling met ze over het landgoed gemaakt, meer niet. Een grootscheepse zoekactie kan hij helaas niet toestaan. De rust op het landgoed is belangrijker. De zwijnen en herten hebbenjongen, biggen en kalveren; die raken hun moeder kwijt als er indringers komen.
Bovendien, zo voegt de jonkheer eraan toe: als het een mens was die uit de lucht kwam vallen, dan is het nu een menselijk overschot. Zo’n val overleef je niet, dat weet hij van vrienden die de oorlog hebben meegemaakt. En wat een menselijk overschot op zijn landgoed betreft: dat heeft geen schijn van kans, want zwijnen eten alles.
Jonkheer Repelaer heeft sowieso moeite met het hele verhaal. Hij verwoordt dat zo: ‘Het lijkt me allemaal onwaarschijnlijk, maar ja, er gebeuren tegenwoordig wel vaker onwaarschijnlijke dingen.’ Zo is het maar net, al krijgt de lommerrijke omgeving wel iets sinisters door het idee dat ergens tussen de bomen een aangevreten lijk ligt. Aan de andere kant: het is ook niet uit te sluiten dat de vallende mens een teken van boven was.