Natuur
In de Westerschelde zwemt een dolfijn rond. Het dier is in z’n eentje en maakt vrolijke sprongen. Toch moet hij daarmee oppassen, want er is een stroom dagjesmensen op weg om hem te bewonderen.
Gelukkig is er een internationale gedragscode over de omgang met dolfijnen. Echt waar. Deze code schrijft voor dat we op honderd meter afstand van de dolfijn moeten blijven als we per boot achter hem aan gaan. Zijn we met twee boten, dan schrijven de internationale regels voor ieder schip tweehonderd meter afstand voor. Gaan we met tien speedboten de Westerschelde op, dan moet iedereen een kilometer uit de buurt blijven. Een vreemde regel, ik bedoel: wat doe je met honderd boten?
Het ligt dus in de lijn der verwachtingen dat de duizenden mensen die onderweg zijn naar de Westerschelde aan de kant zullen blijven om het wonder der natuur per verrekijker te aanschouwen. Er zijn dijken genoeg om tuinstoelen op te parkeren, maar denk er wel om dat de temperatuur nog aan de lage kant is.
Elders in het land is een schildpad gesignaleerd, ik dacht ergens in een natuurgebied in Zuid-Holland of Brabant. Nu zie je wel vaker schildpadden in de Nederlandse velden, maar meestal zijn dat huisdieren waarop de eigenaars waren uitgekeken. Je zet zo’n beestje dan terug in de natuur, en hoopt er het beste van. Ik heb het zelf ook gedaan, maar dan met een konijn.
De aangetroffen schildpad in Zuid-Holland is evenwel een bijtschildpad, en dat is een soort die in Europa niet voorkomt, niet in het wild en niet in de dierenwinkel. Het is een zwart monster, ongeveer veertig centimeter lang, en hij kan geweldig bijten, vandaar de naam. Een kinderhand heeft hij zo afgebeten, dat u het maar weet.
Ook de bijtschildpad kan zich in een aanzienlijke belangstelling verheugen. Op de radio hoorde ik een interview met de zuchtende boswachter in wiens gebied het dier rondscharrelt. De dagjesmensen zijn nauwelijks meer te tellen. En als ze nou op de paden bleven, maar nee—hele gezinnen kruipen door de struiken, op zoek naar de schildpad. Als het zo doorgaat, kan een ongeluk niet uitblijven.
Tot slot: uit Maastricht het bericht dat in oude kalksteen-groeven aldaar fossiele resten zijn gevonden van een 66 miljoenjaar oude oervogel. Zulke oude vogels waren er nog niet in Nederland en naar verwachting zal deze vondst op termijn het toerisme in Limburg een danige impuls geven. Plannen voor een themapark met op ware grootte nagebouwde oervogels zijn in de maak. Ook dinosaurussen zullen daarin een plek krijgen.
Om te voorkomen dat dagjesmensen nu al massaal op de vondst afkom, willen de autoriteiten de exacte locatie van het oervogelfossiel niet bekendmaken. Kijk, dat is nou kinderachtig.