Twente

Langzaam kleurt het land bruin, oranje, rood en geel—de herfst is begonnen. In Twente zie je dat beter dan in de Randstad. De trage, maar onvermijdelijke overgave aan een nieuw seizoen.

Het begin van de herfst is ook het einde van de maïs. Tussen Holten, Markelo, Goor en Diepenheim is dat het meest voorkomende gewas. Vee staat hier in hoog aanzien, dat kan niet anders—maïs wordt alleen als veevoeder verbouwd.

Jammer.

Maïsvelden hebben iets ongenaakbaars. Als groene muren liggen ze in het landschap. Ze nemen de diepte weg, en het vergezicht op bosranden, weilanden, glooiingen en boerderijen. Toch zijn ze niet saai, al scheelt het maar weinig. Er zouden ook andere gewassen op het land moeten staan, dat zou misschien helpen.

Daar staat tegenover dat maïsvelden ook heel mooi kunnen zijn, zeker als ze het tijdstip van oogsten naderen, zoals nu. Is het bewolkt, dan hangt er een bijna paarse, grijze sluier over zo’n veld. Schijnt de zon, dan nemen de pluimen boven op de planten een oranje, bijna gouden gloed aan.

Van dichtbij is een maïsveld vooral geluid, als er tenminste een beetje wind staat. De hoge, bamboeachtige staken, met hun verdorde bladeren en wiebelende pluimen, ruisen, suizen en knetteren dat een aard heeft. Het is bovenal een droog, knapperig geluid—je hoort als het ware dat de tijd rijp is om de maïs van het veld te halen.

Ook dat gebeurt.

De manier waarop maïs wordt geoogst, staat in schril contrast met de schoonheid van een maïsveld. Het heeft zelfs iets wreeds. Een machine rijdt het veld in, ernaast komt een tractor te rijden die een grote kar trekt.

De machine snijdt de staken dicht bij de grond af, zuigt de bladeren, kolven en stelen door een brede buis naar binnen en verhakselt ze al doende tot een lichtgroene pulp die aan de bovenkant via een andere buis in de kar achter de trekker wordt gespoten.

Zo lang als het duurt voor maïsplanten zijn uitgegroeid tot een oogstbaar maïsveld, zo snel is de oogst binnengehaald: binnen een paar minuten is de kar achter de trekker vol en meldt zich de volgende trekker, met de volgende kar.

Wat rest is kaal, stoppelig land.

Tussen Holten, Markelo, Goor en Diepenheim rijden die trekkers met hun bergen lichtgroene pulp af en aan. De bergen worden gelost bij boerderijen, waar ze bedekt worden met zwart landbouwplastic waar oude autobanden op komen te liggen om te voorkomen dat de boel straks wegwaait als de stormen opsteken. Inkuilen, noemen ze dit.

Dat het boerenbedrijf hard was, wist ik wel, maar dat een maïsveld in zo korte tijd tot niets kon worden gereduceerd, had ik me eigenlijk nooit gerealiseerd. Tussen Holten, Markelo, Goor en Diepenheim zullen ze er wel aan gewend zijn, als iemand er al ooit bij stilstaat. Wat is nu maïs? En wat een maïsveld?

Veevoeder.

Hoe meer maïs wordt geoogst, hoe leger het land wordt en hoe langer de herfst duurt, hoe kaler ook de bosranden. Nog een paar weken, hooguit een maand, en Twente zal er grimmig en grauw bij liggen. Regen zal het land teisteren, ja, de seizoenen, je doet er niets aan. De koeien, intussen, loeien voort in hun stallen. Zij hebben nergens last van, en buiten zie je ze niet meer.