Veelerveen
De dood is een dure grap. Om in Moordrecht, Zuid-Holland, begraven te worden, moet maar liefst 5029 euro worden neergeteld. Daar heb je dan alleen een kuil voor, nog geen kist, nog geen steen, niet eens een kop koffie en een plak cake na afloop van de plechtigheden.
Het kan ook goedkoper.
De goedkoopste begraafplaats van Nederland ligt in Veelerveen, in de gemeente Bellingwedde, in Oost-Groningen, niet ver van Bourtange, Vlagtwedde en Winschoten. Daar kost een graf 197 euro, en wie er zeventig jaar volledig verzorgd wil liggen, is iets meer dan 300 euro kwijt.
Op naar Oost-Groningen.
Veelerveen is een nederzetting van niets, een handvol, gedeukte bakstenen huisjes aan het B.L. Tijdenskanaal dat halverwege het dorp een aftakking heeft: het Mussel-Aakanaal. Iemand die van kanalen houdt, zit hier goed.
Behalve een slagerij en een snackbar die The Bridge heet (bij de brug over een van de kanalen, inderdaad), is er niets—nou ja, een oude molen, een bedrijf dat in veevoeders doet, een autosloperij, een bushalte en dus die begraafplaats—aan de Venneweg die naar Veele en Wedde gaat, ook van die nederige oorden.
De begraafplaats ligt aan de rand van de bebouwde kom en wordt omgeven door een middelhoge heg waarvan het blad nu nog bruin, dor en knisperend is. Men treedt er binnen door een hek dat niet al te best in de verf zit en dat knarst als het wordt geopend. Beter kan het niet, zou ik zeggen.
Links van de begraafplaats ligt een weiland waar schapen in lopen, verderop is een stukje akker, vers geploegd. Rechts van de begraafplaats een terrein met bomen, keurig in het gelid, nog niet zo lang geleden geplant.
De begraafplaats is zo groot als een voetbalveld, misschien iets kleiner. Alleen de linkerzijde is in gebruik, rechts staan net zulke bomen in het gelid als op het veld ernaast. In de lengteas loopt een grindpad, met aan de linkerkant korte zijpaden waaraan de graven liggen, bescheiden, robuuste graven—de oudste met verweerd tegelwerk, de jongste van glimmend marmer. De namen zijn hier door de jaren heen hetzelfde gebleven. Fokko, Berend, Aaltje, Klasina, van die namen waar je moeiteloos gezichten bij ziet.
Aan het einde van het veld staat een treurwilg waar een rotonde van grind omheen is gelegd. Er staan wat coniferen, en daarachter zijn weer twee schuurtjes die met hun kont tegen een slootje liggen. Op het zwarte, roerloze water drijven een uitgelubberd condoom en een roestig colablikje.
Langs het middenpad is op twee punten een voorziening getroffen—een kraan die water geeft, met een bescheiden bouwsel van oude spoorbielzen eromheen. Bij de kranen staan Brabantia-fluitketels om water mee af te tappen. Van een van de ketels is het handvat kapot, het steekt baldadig uit de tuit. Verder zijn er twee grote, groene plastic gieters, maar die staan als privéschildwachten bij een recente zerk, vlak bij de treurwilg.
Rust zat in Veelerveen—behalve het kukelen van hanen en het passeren van af en toe een trekker is er niets te horen op de begraafplaats. Op bijna alle grafstenen komt het woord rust trouwens terug—rustplaats, hier rust of rusten, laatste rustplaats. Weinig bijbelteksten, geen sentiment hier in Oost-Groningen. Voor wie ervan houdt, of voor wie gewoon goedkoop wil liggen, is het hier perfect. En het is een leuk uitje voor de nabestaanden.