Venray
De Grote Kerk van Venray is inderdaad een grote kerk. Dat komt ook doordat Venray zo klein is en nauwelijks hoogbouw heeft. De toren van de kerk steekt daardoor heerszuchtig boven alles uit. Waar je ook bent in Venray—de toren is er ook. Ben je er toch even aan ontsnapt, dan hoefje maar een hoek om te slaan, en daar is hij weer: steil, grimmig en recht in de leer, een tour de force van bakstenen en hunkeren naar het hoge.
Vlak bij de kerk ligt de Grote Markt—een klein pleintje met wat kroegen (‘t Upke, café De Uitmarkt, de Klokkenluider), een paar winkels (Jola Mode, M&S,Intertoys en Juwelier Verlinden), en twee historische gebouwen: hotel-brasserie De Zwaan en het gemeentehuis met trapgevels en kleine ramen. Sinds enige tijd staat het leeg, in afwachting van een horeca-exploitant die er een restaurant in wil beginnen.
Venray heeft nog een plein, overigens: het Schouwburgplein. Dat is veel groter, maar het waait er altijd. Tussen de twee pleinen liggen de winkelstraten, met de usual suspects: Etos, HEMA, Vögele, Van Haren, D-reizen, Wibra, Blokker, et cetera. Bijna alles is gevestigd in lelijke, haastig opgetrokken, alweer twintig jaar verouderde nieuwbouw. Slechts hier en daar staat nog iets echt ouds, altijd van dezelfde soort baksteen als de Grote Kerk.
Enfin.
Aan het einde van de middag zit ik op de Grote Markt in een café bij het raam. Dat moet ook gebeuren, en ik kijk naar buiten waar Venray in een hoog tempo tot stilstand lijkt te komen. Zie je normaal gesproken aan het einde van de middag nog wel eens haastige mensen die zich voor een spoedaankoop naar een winkel reppen, hier gebeurt om vijf uur al bijna niets meer, en dat op een doordeweekse dag.
Een jongetje passeert op een steigerende mountainbike. Een verliefd stelletje slentert langs de etalage van Juwelier Verlinden, blijft staan, kijkt, praat, zoent, en vervolgt dan zijn weg. Een vrouw met praktisch haar sjokt voorbij, in beide handen tasjes van de HEMA. Twee kraaien nestelen in de dakgoot van Jola Mode. Een rokende man rijdt langs op een snorfiets. In De Zwaan gaan de lichten aan. Een politiewagen tuft voorbij. Tussen al deze gebeurtenissen liggen lange minuten waarin helemaal niets gebeurt. De enige constante is het meisje dat bij M&s-mode werkt; zij hangt verveeld in de deuropening, te wachten tot zij de zaak kan sluiten.
Het wachten is natuurlijk op een paar jongens op kistjes van Dr. Martens en in Lonsdale-kleren. Zij hebben Venray in een kwade reuk geplaatst. Maar vandaag hebben ze er geen zin in. In plaats daarvan komt Michiel Smit voorbij, de dik-gelipte voorman van Nieuw Rechts. Hij draagt een brede, rood-wit-blauwe stropdas, net als het kale kereltje naast hem, wat hen onherroepelijk tot een komisch duo maakt. De rood-wit-blauwe heren worden gevolgd door een cameraploeg van NOVA. Hoe komt het toch dat extreem rechts sinds Janmaat altijd zulke potsierlijke leidsmannen heeft?
De heren verdwijnen.
Het begint zachtjes te regenen, en al snel wat harder. Een druk bellend meisje fietst voorbij; haar gezicht staat verwrongen. Aan de overkant krijgt het meisje van M&S gezelschap van een oudere collega. Samen laten ze de rolluiken zakken en daarna haalt de oudste een flacon parfum uit haar tas waarmee ze één keer links en één keer rechts in haar hals spuit, een mooie handeling. Daarna kijken de dames om zich heen, en even omhoog—naar de toren van de Grote Kerk die dreigend afsteekt tegen de grijze lucht.