Epiloog

Sandro ging vervroegd met pensioen - zo gemakkelijk bleek dat te zijn. En het was maar goed ook, want Luisa had hem nodig.

Giulietta Sarto zat anderhalf jaar in een groot nieuw psychiatrisch ziekenhuis buiten Bologna, en Luisa ging twee keer per week bij haar op bezoek. Het leek in niets op hoe Luisa zich een gekkenhuis van vroeger voorstelde; het zat in een modern gebouw van glas en pietra serena, grijs, kalm en heel stil. Er waren een moestuin en een ommuurde rozentuin, waar Luisa met Giulietta mocht zitten. In de loop der weken werd ze zwaarder, ze kwam wel twintig kilo aan, en Luisa zag dat het donkere donshaar op haar armen weg was. In het begin had Giulietta geen mond opengedaan; alleen Luisa praatte. Ze vertelde dan wat ze die avond voor eten ging klaarmaken, hoe het was geweest in de trein uit Florence. Zelfs toen Giulietta antwoord begon te geven, haar vertelde over de arts die haar behandelde, over het weer en over het werk dat ze in de moestuin deed, praatten ze nog steeds niet over wat er gebeurd was. Dat hoefde ook niet; Luisa wist het al, van Sandro, die het weer van Pietro wist. En Giulietta wist dat zij het wist.

Pietro had Sandro op een warme juliavond gebeld toen het rapport van de psychiater binnen was gekomen en zei: 'Kom even wat drinken.' Ze gingen op een bankje in het park voor het appartementengebouw waar Pietro woonde zitten en Pietro vertelde hem alles. Toen Sandro thuiskwam, vertelde hij Luisa alles aan de keukentafel, met de ramen wijd open en terwijl de geur van de jasmijn van buiten naar binnen dreef.

'Van haar zevende tot haar dertiende, toen ze is opgehouden met eten,' vertelde Sandro haar, 'is Giulietta Sarto door Bartolo misbruikt. Haar moeder, die verslaafd was en prostituee, kreeg daarvoor geld van hem.' Hij had langzaam zijn hoofd geschud, en Luisa was blij dat hij weg was bij de politie, blij dat hij zulke verhalen niet meer hoefde te horen.

'Sarto kan het zich allemaal herinneren,' had Sandro gezegd. 'Alsof ze het in een doosje heeft opgesloten, met alle details, totdat het tijd was om het weer tevoorschijn te halen. De psychiater zei dat het soms zo gaat, als het resultaat van een trauma, uit schuldgevoel, of allebei.' Hij had gezucht. 'Die dag werkte ze zoals altijd bij de kleedhokjes; het was een zomerbaantje, het enige baantje dat ze kon krijgen, en het was beter dan wat haar moeder deed, zelfs al moest ze daarvoor op vijf meter afstand van het huis van Bartolo zitten. Het is maar een kleine wijk, Galluzzo; ze kon hem niet ontlopen.' Luisa probeerde zich voor te stellen hoe dat geweest moest zijn. Had het als een soort wraak gevoeld, dat ze daar zat en hem liet zien wat er van haar geworden was? Was ze diep vanbinnen nog steeds bang voor hem, terwijl hij daar achter het hek zijn gang ging, nog net zo monsterlijk en wreed als hij voor haar als zevenjarige was geweest?

'Die dag zag ze Bartolo tegen het hek leunen; ze draaide zich om, zei ze, om haar tijdschrift te lezen en hem te laten zien dat het haar niks interesseerde. Hij had haar niet meer aangeraakt sinds ze zo mager geworden was, en ze zei dat ze van zichzelf daar moest zitten en moest doen alsof ze niet meer bang voor hem was. Ze hoorde hem met iemand praten bij de zij-ingang van de kleedhokjes, de nooduitgang die ze openlieten als het heel warm was, zei ze, maar ze keek niet op. Ze wilde hem niet zien, zei ze.' Sandro had zijn keel geschraapt — een pijnlijk geluid.

'Ongeveer een kwartier, twintig minuten later, hoorde ze de moeder in de kleedhokjes roepen, die haar dochter kwam zoeken. Ze ging verder met haar tijdschrift lezen, ze zei dat ze er boos van werd, van het geluid van die vrouw die maar bleef roepen. Niemand was haar ooit komen zoeken als ze weg was, begrijp je, niemand had haar naam ooit zo geroepen. De bedrijfsleider kwam erbij en vroeg: "Heb je een meisje hier langs zien komen," en ze zei: "Nee," en dat was waar. Ze zei dat ze het toen echt niet begreep, wat er gebeurd was, dat ze geen verband met Bartolo legde. Het duurde drie kwartier voor ze de politie belden.

We hebben ongeveer tachtig mensen ondervraagd, maar niemand had iets gezien waar we iets mee konden. Het was er heel druk en heel warm. Een jonge agent sprak met Sarto. Inmiddels waren we naar het huis van Bartolo gegaan, maar we hadden geen huiszoekingsbevel, en zijn moeder zat daar in de keuken te schreeuwen dat we haar zoon met rust moesten laten, dat hij de hele middag bij haar was geweest. Maar we wisten zelfs toen al wat voor man hij was. Dus toen vroeg die jonge agent aan Giulietta Sarto of ze Bartolo kende. Ze zei ja. Hij vroeg of ze hem die dag had gezien, en ze zei dat ze dat niet zeker wist, en dat interpreteerde hij als ja, en toen dachten we: onder druk zetten die meid. Ze heeft tegen de psychiater verteld dat ze toen alleen maar bang was, in paniek, doodsbang voor Bartolo, bang dat de politie haar er de schuld van zou geven dat zij hem met dat meisje had laten praten. Alsof het haar schuld was.' Toen had hij gezucht, een lange, verdrietige, vermoeide zucht.

'Dus toen vroegen ze mij of ik met haar wilde praten, en ik ging naar binnen en zei: "Als je hem gezien hebt moet je het ons vertellen, denk aan de ouders van dat meisje, denk aan wat zij doormaken." De psychiater zegt dat Sarto dacht, toen ik dat zei...' Hij zweeg even, slikte, en Luisa had kunnen zien dat het zijn begrip te boven ging. Hij begon opnieuw. 'Ze dacht: het is niet eerlijk. Niemand heeft op mij gelet, niemand heeft zich ooit om mij bekommerd. En toen keek ze me aan en zei: "Nee, ik heb hem niet gezien, ik heb me vergist. Vandaag niet, vandaag heb ik hem niet gezien." En hoe meer ik over die ouders doorging, hoe koppiger ze werd. Ik zei: "Ik heb hem niet gezien.'" Luisa had geknikt, koud van afgrijzen. 'En toen was het te laat.' Hij moest het uit zijn systeem krijgen, dat begreep ze wel. Hij was halsstarrig doorgegaan, terwijl hij Luisa recht aankeek.

'Het zou sowieso te laat geweest zijn,' zei hij, terwijl hij de tijdsvolgorde na ploos. 'Het meisje was hoogstwaarschijnlijk al dood voordat wij bij de Olympia Club arriveerden. Maar daarna heeft Giulietta Sarto vijftien jaar lang haar best gedaan om dood te gaan, ze heeft drugs gebruikt en zichzelf uitgehongerd. Maar ze ging niet dood, hè? En uiteindelijk...' Hij zweeg. 'Uiteindelijk, toen Jonas Godorov Bartolo kwam zoeken, was het alsof er iemand was gekomen om haar te redden. Ze lokte hem voor hen naar Le Cascine, en ze lieten hem een bekentenis afleggen, en toen wist ze opeens wat ze moest doen. Ze gingen een biertje halen om het te vieren; ze merkten niet eens dat zij er niet meer was, want ze gaven geen bal om haar. Ze ging terug naar waar ze hem achtergelaten hadden en sneed zijn keel door.'

Luisa zat in de geurige rozentuin naast Giulietta en pakte haar hand. De rozen bloeiden en je kon ze goed ruiken; het was juli en ze zat hier al langer dan een jaar. De psychiaters hadden hun rapport ingediend en er zou geen rechtszaak komen.

'Als je hieruit komt,' zei Luisa, 'dan kun je misschien een tijdje bij ons komen wonen, dacht ik.' Giulietta zei niets. 'Sandro vindt het goed,' zei Luisa. Ze keken naar de bloemen, naar de knoppen die in de zon barstten van de kleur. 'Oké,' zei Giulietta. 'Als je dat wilt.'



Celia liep in de voorjaarszon langs de Arno, met de Ponte Vecchio achter zich, met een vracht toeristen erop, die van de ene kant naar de andere liepen, zoals ze elke dag van het jaar deden, maar zij had nu even niets met ze te maken. Volgend jaar begonnen Beate en zij misschien een bedrijfje, waarvoor ze schilderijenrondleidingen zouden geven die hen, zo hadden ze afgesproken, alleen in de geheime hoekjes van de stad, de kloosters en de rozentuinen zouden brengen. Dat was het plan. Maar voorlopig had Celia andere dingen aan haar hoofd.

Ze keek voor zich uit, de rivier langs naar de blauwe heuvels van Casentino, en de zwaluwen scheerden bijna langs een grote rokerige donderwolk. Ze dacht aan Emma Marsh, die haar die ochtend een foto van hun zoon had gemaild; hij leek precies op Lucas, op wiens knie hij zat, hoewel ze Lucas zelf, de bleke, strenge figuur, zoals ze hem voor het laatst gezien had, bijna niet herkende. Zijn haar hing tot op zijn boord en leek wel donkerder; zijn ogen plooiden zich van geluk. 'Hij is opgehouden met werken,' had Emma geschreven. 'We zijn naar het platteland verhuisd. Ik wil graag nog een kindje.'

En toen dacht Celia aan haar eigen nieuws, aan het papiertje dat ze net bij het laboratorium bij de Santa Croce had opgehaald, in het volle kliniekje waar allemaal mensen op bloeduitslagen zaten te wachten. En hoewel ze het al wist, doordat ze zelf een test had gedaan, het witte plastic staafje met de blauwe lijn, had haar huisarts erop gestaan dat ze het volgens de regels hier deed: je moest ook een officiële test laten doen. En die van haar was positief.

Naast haar vloog een zwaluw boven de borstwering, totdat hij zich op gelijke hoogte bevond met Celia's gezicht. Toen steeg hij op en haar hart steeg met hem mee. Ze liep door, terug naar de flat die niet meer van de Venezolaan was, omdat haar naam nu officieel op het huurcontract stond: de flat waar Dan op haar wachtte, en op het nieuws.