Hoofdstuk 13
‘Ik praat niet met de politie,’ zei Steve.
‘Praat dan met mij.’
‘Jij zou weg moeten gaan.’
‘Laat me blijven, dan help ik je. Is er iets wat je tegen iemand wilt zeggen?’
‘Ik kan het niet horen. Ze schreeuwen zo hard.’
‘Wie schreeuwt er, Steve?’
‘Bartok, ik heet Bartok.’
‘Wie schreeuwen er, Bartok?’
‘De afgevaardigden van de Verenigde Naties. De veiligheidsraad bespreekt hoe ze Homer gaan vermoorden.’ Hij zat op het matras met de baby in zijn armen, het mes in zijn hand. Hij liet zijn zoon geen moment los.
Nick besefte dat hij het kind niet uit zijn armen kon grissen om ervandoor te gaan. Het risico dat de pasgeboren baby het niet zou overleven, was te groot. En ongetwijfeld stond de moeder buiten te wachten.
Voortdurend had hij flashbacks van de nacht, drie maanden geleden, waarin zijn partner Russ op die vrouw had geschoten. De nacht dat hij zelf was neergeschoten. Dit keer mag er geen bloed vloeien, hield hij zichzelf voor. We komen er allemaal heelhuids uit.
De vastberadenheid klopte in zijn slapen als een belofte. Opnieuw dacht hij aan Carmen, zoals eigenlijk iedere minuut. Omwille van haar moest hij dit tot een goed einde brengen. Om haar weer vertrouwen te geven.
‘Ze willen niet dat Homer en ik minister van defensie worden, zie je,’ zei Steve.
Nick concentreerde zich weer op de man, de baby en het mes. ‘Zullen we eerst maar eens wat gaan slapen, dan zien we morgen wel verder,’ stelde hij voor.
‘Het is niet veilig om te gaan slapen.’
‘Homer slaapt al. Dat flesje heeft het prima gedaan. Zie je dat tevreden babylachje op zijn gezicht? En jij zal ook wel moe zijn.’
‘Hij is niet echt een baby.’
‘Nee?’
‘Andermans geest zit in hem.’
‘Hij ziet er anders uit als een prachtige kleine baby. Waarom ga je niet lekker naast hem liggen om een dutje te doen? Ik houd de boel wel in de gaten.’
‘Ik hoef niet te slapen.’
Maar ík wil dat je gaat slapen, dacht Nick. Stiekem keek hij op zijn horloge. Het was kwart over twee in de ochtend. Hij onderdrukte een gaap en negeerde het zeurende verlangen zijn hoofd neer te leggen. Het was niet de bedoeling dat híj in slaap viel, Steve moest indommelen. En hij moest niet aan Carmen denken, warm in haar bed en ongetwijfeld ziedend van woede zonder dat ze wist wat er speelde.
De politie en het gijzelingsteam waren nog in positie. Een aantal mannen had drie uur geleden al een inval willen doen, maar hij had ze ervan kunnen overtuigen dat het risico te groot was. Hij had gemerkt dat Steve het mes verplaatste als hij geagiteerd was, zodat het niet langer op het mutsje rustte maar tegen de keel van de baby. Toen het jongetje huilde, meende hij dat hij een paar druppels bloed zag. Er was niet veel voor nodig om deze gijzeling te laten eindigen in een drama.
Ik moet langer wakker blijven dan hij, wist Nick. Ik mag niet het risico lopen dat de baby iets overkomt. Omwille van de baby. Omwille van zijn moeder. En zelfs omwille van Steve, die zal beseffen wat hij heeft gedaan zodra hij zijn medicijnen weer slikt. En omwille van Carmen.
Hij dwong zichzelf alert te zijn en bleef praten. Zo rustig en niet-bedreigend als hij kon, bleef hij wachten en toekijken.
De dag brak aan. Vanaf het muurtje waar Carmen op zat, zag ze de hemel rozig kleuren. Haar haar en kleren waren bedekt met dauw. Terri was uren geleden al naar huis gegaan, zoals ze zich had voorgenomen. Kate lag in de auto te slapen. Zij had niet weg willen gaan.
Twee uur geleden had Nick aan de onderhandelaar van de politie doorgegeven dat hij dit zelf wilde afhandelen en of ze geen contact meer wilden opnemen met Steve. Sindsdien was er niets meer gebeurd. De moeder van de baby zat ineengedoken op de achterbank van een politiewagen, te uitgeput om nog te huilen. Er was nog maar één cameraploeg over, de andere hadden zich naar veelbelovender incidenten gespoed. Blijkbaar stond er ergens een fabriek in brand. Hier gebeurde toch niets.
Niets anders dan dat er voetstappen weerklonken in de straat. Carmen keek op. O, lieve hemel, het was Nick. Hij had een babyblauw bundeltje in zijn armen en liep kalm en beheerst naar de politiewagens. Hoewel hij er moe uitzag, bleek uit de glimlach op zijn gezicht dat alles goed was afgelopen.
De moeder van de baby kroop huilend van blijdschap uit de auto en ook Carmen snikte van opluchting, haar lichaam stijf en koud na een lange nacht op een oncomfortabel muurtje. Nick had haar nog niet gezien, en behalve opluchting voelde ze plotseling ook angst omdat ze niet wist hoe hij op haar aanwezigheid zou reageren na hun abrupte afscheid de avond ervoor.
Een agent in burger vroeg Nick naar de situatie binnen.
‘Niets dramatisch. Stuur het ambulancepersoneel maar naar binnen. Die man slaapt, maar hij is onrustig. Hij moet verdoofd worden en zo snel mogelijk weer aan de medicijnen. De baby is gevoed en maakt het prima.’
‘O, god,’ snikte de moeder toen ze het bundeltje van Nick overnam. ‘Kindje van me, lieve Troy, dank u, God…’ Ze wiegde de baby en overlaadde hem met kussen.’
‘Steve had flesjes en luiers en voeding voor hem,’ vertelde Nick. ‘Hij heeft zijn best gedaan.’
‘Hij is psychotisch, ik was zo bang dat hij hem iets zou aandoen,’ stamelde de vrouw.
‘Hij had een mes.’ Nick gaf het aan de agent, die het bewijsmateriaal aannam. ‘Maar hij heeft het niet gebruikt.’
Op dat moment kreeg hij Carmen in het oog. De glimlach verdween van zijn gezicht.
Ze zag dat hij schrok, maar kon niet bewegen. Ten slotte strompelde ze verstijfd naar hem toe. ‘Nick.’
‘Verdorie Carmen, wat doe jij hier? Lieve hemel…’
‘Op jou wachten.’
‘De hele nacht?’ Hij sloeg zijn armen om haar heen.
Het vertrouwde gevoel dat ze hier thuishoorde, bij hem, in zijn armen, stroomde weer door haar aderen. ‘Ik ben meteen gekomen toen ik het op het nieuws zag. Samen met Katie; ze slaapt nu in mijn auto.’
‘Ik besefte niet dat je wist wat er speelde. Ik dacht dat je thuis in bed lag en ik wilde zo graag bij je zijn, in je armen liggen. Maar ik zag die baby, Carmen, en toen ik ontdekte dat hij nog maar zo klein was…’
‘Ik geef jou niet de schuld. Ik ben niet boos.’
‘Maar dat wás je wel. Je beefde van woede op die parkeerplaats. Woede en angst.’
‘En jij zei dat het mijn probleem was. Je had gelijk. O, Nick…’ Ze legde haar hoofd tegen zijn schouder.
Hij kuste haar kruin en hield haar nog steviger vast. ‘Laten we ergens naartoe gaan waar we rustig kunnen praten, liefste.’
‘Nick?’ zei een collega.
Waarschijnlijk iemand die alle details wilde weten van de afgelopen nacht, dacht hij. Er moesten verklaringen worden afgenomen, rapporten gemaakt. ‘Kan het wachten?’
‘Dat wilde ik net voorstellen,’ zei de agent. ‘Wat mij betreft ga je naar huis om uit te rusten. Bel maar als je langs wilt komen om verslag te doen. Technisch gezien heb je gehandeld als burger toen je die man naar huis volgde.’
‘Tja, mijn dokter zegt dat ik het heldentype ben.’ Nick trok een grimas.
‘Zelfs helden hebben recht op pauze, Nick. En zo te zien heb je nog iets af te handelen.’ Hij wierp een nieuwsgierige blik op Carmen, die bloosde.
‘Zoiets ja,’ beaamde Nick.
‘We moeten Kate wakker maken,’ zei Carmen.
‘Misschien kan ze ons afzetten bij het restaurant?’
‘Serveren ze daar ontbijt?’
‘Mijn auto staat er op de parkeerplaats, weet je nog?’
‘O ja, natuurlijk.’ Het leek een half mensenleven geleden dat hij haar had opgehaald en ze naar het steakrestaurant waren gereden.
Voorzichtig maakten ze Kate wakker, die meteen uit de auto sprong en Nick omhelsde. ‘Je hebt het gered. En de baby ook, dat zie ik aan Carmens gezicht.’
Nick vertelde in grote lijnen wat er was gebeurd de afgelopen nacht, wat hem nog een omhelzing opleverde.
‘Mag ik eigenlijk wel trots op je zijn?’ vroeg Kate plotseling verlegen.
‘Wat mij betreft wel,’ zei hij hees.
Alle drie wisten ze wat ze eigenlijk vroeg. Of hij in Carmens leven zou blijven. En hoe lang.
‘Nicks auto staat nog op de parkeerplaats van het restaurant,’ zei Carmen. ‘Wil je ons daar afzetten?’
Kate begreep de hint. ‘Natuurlijk, dan rijd ik daarna met jouw auto naar huis.’ Ze nam de autosleutels aan.
Een paar minuten later bereikten ze de parkeerplaats en namen ze afscheid. ‘Praten hoor, jullie!’ commandeerde Kate voordat ze wegreed.
Eindelijk waren ze alleen. Het restaurant was nog niet open voor het ontbijt, en ze bleven staan bij Nicks auto. ‘Waar wil je heen?’
‘Maakt niet uit, als ik maar bij jou ben. Mag ik dat nog zeggen, Nick? Ook na gisteravond?’
Hij sloeg zijn armen stevig om haar heen en mompelde onverstaanbare woorden in haar haar. Toen kuste hij haar kruin en vroeg: ‘Wat is er veranderd, Carmen?’
‘Ik,’ antwoordde ze. ‘Ik weet niet precies hoe het komt, maar ik kan nu onderscheid maken in mijn gevoelens.’
‘Logisch dat je bang was. Ik vond het zo erg dat ik je niet kon bellen, maar hij had mijn telefoon vertrapt.’
‘Ik was ook bang. Maar niet kwaad. Dat is het verschil.’
‘Je was wel kwaad toen ik achter hem aan ging.’
‘Omdat ik niet wist wat je had opgemerkt. Ik heb hier de hele nacht over na kunnen denken, Nick, en het is me nu duidelijk. Jij bent anders dan mijn vader. Als die risico’s nam, was hij meestal te dronken om op zijn benen te staan. Bovendien waren het onzinnige dingen die hij deed. Toen ik gisteravond ontdekte dat er een kleine baby bij betrokken was, begreep ik dat je deed wat je moest doen. Ik besefte dat het verkeerd was je tegen te houden. En jouw moed en zekerheid maakten mij ook sterk en zeker. Daarom kreeg ik dit keer geen flashbacks waarin ik mijn vader zag verongelukken. Jij bent anders dan hij. Dat probeerde Cormack me ook al te vertellen, een paar dagen geleden.’
‘Heeft Cormack mij verdedigd?’
‘Hij mag je graag.’
‘Ik kan me haast niet voorstellen dat jullie daar zo open over hebben gesproken. Cormack is niet bepaald het praatgrage type!’
‘Het was geen lang gesprek, hij herinnerde me er alleen even aan hoe jij omging met tegenslagen.’
‘Ik heb er zelf ook weleens aan getwijfeld of ik wel een goede man en vader was. Terri benadrukte steeds Jays status en succes, alsof dat het enige was dat telde. Ze leek verdorie zelfs medelijden met me te hebben! Ik begon bijna te denken dat ze misschien wel gelijk had.’
‘Dat meen je niet.’
‘Ik ben ook maar een mens. Als je hard genoeg duwt, val ik ook om hoor.’
‘Maar daarna sta je op en ga je de strijd aan,’ zei Carmen vol vertrouwen.
‘Dat heeft wel wat tijd gekost. Ik heb geprobeerd mijn zoon te imponeren door de concurrentie met Jay aan te gaan. Woensdag, na jouw vertrek, had ik er genoeg van.’
‘Waarvan?’
‘Mezelf door haar ogen zien. Ik ontdekte dat die ongedekte cheque gewoon een misverstand was, geen enorme financiële uitglijder. Daardoor kreeg ik mijn gedachten weer op een rijtje. Ik ben trots op wie ik ben, wat ik heb en wat ik mijn zoon kan geven. Terri zal daar nooit iets van begrijpen, maar dat is haar probleem.’
‘Ik houd van je,’ flapte Carmen eruit.
‘Idem dito,’ grinnikte hij.
‘Echt?’
‘Zo ontzettend veel, Carmen. En weet je?’ Hij lachte plagerig. ‘Volgens mij mag Kate me ook.’
‘Waar stuur je op aan, Nick Davey?’
‘Op een aanzoek, geloof ik?’
Ze hoorde dezelfde onzekerheid in zijn stem die ze ook had opgemerkt toen hij haar voor het eerst mee uit had gevraagd. Die vond ze onweerstaanbaar. ‘Zeg dat nog eens?’ fluisterde ze. Had ze hem goed verstaan?
‘Zou je met me willen trouwen, Carmen? Vertrouw je me daar genoeg voor?’ Zijn stem werd nog lager toen hij vervolgde: ‘Houd je genoeg van me om mijn leven te delen, al zullen we niet in een paleis wonen? Kun je omgaan met de risico’s? Zul je van mijn zoon houden omdat je van mij houdt? Wil je dit?’
Ze begon te huilen, maar lachte door haar tranen heen. ‘Ja! O ja!’
‘O Carmen, als je eens wist hoe bang ik was dat je dat niet zou zeggen. Hé, je hoeft toch niet te huilen?’
‘Laat me huilen.’
‘Waarom, liefste?’
‘Je vraagt me ten huwelijk, en ik zeg ja terwijl ik je nog niet eens heb verteld over de baby.’
‘De…’ Zijn mond viel open. ‘Wat?’
‘Ik ben zwanger, Nick. Dat wilde ik je vertellen gisteravond toen we uit eten zouden gaan, maar ik kreeg de kans niet.’
‘Wow! Weet je het zeker?’
‘Ik moest van Kate een test doen. Zij was degene die vermoedde dat mijn misselijkheid niet alleen kwam door liefdesverdriet. En de test was positief.’
‘Wanneer ben je uitgerekend? Een baby, wow!’
‘Ik heb nog geen tijd gehad om naar de dokter te gaan, maar je weet vast nog wel dat we een paar keer nogal wat moeite hadden op tijd boven te komen en zo’n klein pakje uit jouw nachtkastje te pakken. Ik denk eind januari of begin februari.’
‘O, wow.’
‘Dat zeg je steeds. Betekent dat dat je blij bent?’
Hij antwoordde niet meteen, maar schudde met een ongelovige grijns zijn hoofd. Zijn handen lagen op haar rug.
Ze voelde zich veilig en geborgen in zijn armen, maar wilde ook graag weten wat hij dacht.
‘Dan wordt Ryan de grote broer van twee baby’s,’ zei Nick. ‘Eentje nog voor Kerstmis, en één daarna.’
‘Ja, Terri versprak zich gisteravond.’
‘Was zij er ook? Ik heb haar niet gezien.’
‘Ze heeft een uur gewacht en is toen naar huis gegaan om te slapen. Ik wilde zo lang blijven als nodig was.’
Hij kuste haar. ‘Zou je echt gewoon gebleven zijn?’
‘Dagen. Weken.’
‘Ik hoorde gisteren pas dat Terri zwanger was. Ze weet het al even. Maar ik ben blij, verrast en – Over onze baby, niet over die van haar.’ Weer kuste hij haar.
‘Verrast en?’
‘Geschokt.’
‘En?’
‘Blij, Carmen.’ Hij kuste haar opnieuw. ‘Daar twijfel je toch niet aan?’
‘Nee, hoe zou ik dat kunnen? Ik ben ook blij,’ fluisterde ze. ‘En geschokt. En verrast. En nog veel meer. Maar zolang we er samen voor staan, is blijdschap de enige emotie die telt.’
‘We zouden naar een gezellig eettentje gaan, en nu staan we verdorie nog steeds op het parkeerterrein,’ zei hij plotseling grinnikend.
‘Volgens mij staan we hier al langer dan we denken.’ De zon was opgekomen en gaf Nicks vermoeide gezicht een rode gloed. Hij zag er afgemat maar aantrekkelijker uit dan ooit, vond ze. Sterk, blij, alsof hij de hele wereld aankon. En op de een of andere manier klopte het helemaal dat hij haar ten huwelijk had gevraagd op een parkeerplaats terwijl de zon opkwam. Ze lachte.
‘Wat is er?’
‘Dit. Je verbouwt eigenhandig je huis. Tijdens onze eerste kus hebben we een vieze verfdoek in onze handen. Als je me voor het eerst mee uit vraagt, snap ik niet eens wat je bedoelt, want ondertussen bouwt Ryan een hindernisbaan voor een pony in de kamer en heb ik een zus met een kater op de achtergrond. Nu zie je er in de ochtendzon uit als de koning van de parkeerplaats. Dit zou je nooit zien in een film, maar ik vind het fantastisch. En als we deze lijn doortrekken, vrees ik nu al wat er op onze trouwdag gaat gebeuren en waar die baby van ons ter wereld besluit te komen.’
‘Het wordt een perfecte dag en we krijgen een perfecte baby, waar en wanneer ook, omdat we samen zijn. Dat is het enige waar het om gaat.’
‘Mee eens.’ Ze drukte haar gezicht tegen zijn ongeschoren wang. ‘Breng me nu naar bed,’ fluisterde ze.
‘Komt voor elkaar.’ Hij tilde haar moeiteloos op.
Genietend lag ze in zijn armen. Haar held. Geen zwaard, toch een ridder.