Hoofdstuk 1
Januari
De kleine gedrongen man ging tussen haar en de deur in staan, haar blikveld opeisend. Met een geïrriteerde uitdrukking op zijn ronde hoogrode gezicht keek hij haar aan.
‘De deur gaat echt niet open door ernaar te staren, dus ga iets doen waar je voor betaald wordt, Zooie.’
Inwendig trok Zooey Finnegan een gezicht. Milo Hanes, eigenaar van de kleine koffieshop in het noorden van de staat New York waar ze de laatste tijd elke ochtend inklokte, leek er buitengewoon veel plezier aan te beleven haar naam verkeerd uit te spreken.
Maar ach, wat maakte het uit, troostte ze zichzelf. Als serveerster werken in een koffieshop was echt niet haar levenslange ambitie. Het was slechts tijdelijk. Net zoals al die andere baantjes die ze had geprobeerd, op zoek naar iets wat een passie in haar kon opwekken.
Haar ouders waren er heilig van overtuigd geweest dat haar grote passie het meubelbedrijf van de familie zou worden. Als eerstgeborene was ze daarvoor klaargestoomd vanaf het moment waarop ze oud genoeg geweest was om een attachékoffertje vast te houden. Samen met oom Andrew hadden ze haar naar de universiteit gestuurd voor een MBA-diploma. Het enige probleem was dat Zooey helemaal geen diploma wilde behalen. In ieder geval geen diploma om het zakenleven mee in te stappen.
Haar familie had geld verdiend met het ontwerpen en verkopen van stijlvolle betaalbare meubels. Geleidelijk aan waren ze uitgegroeid van één kleine winkel naar verschillende zaken in diverse staten. Hoe trots Zooey ook was op wat ze bereikt hadden, ze zag zichzelf niet als een van de directeuren van het bedrijf, of inkoper of zelfs als verkoper in een van de zeven showrooms. Wat haar betrof zou Finnegan’s Fine Furniture zonder haar blijven opereren.
Ze hield veel van haar ouders, maar ze liet zich niet koeioneren. Dat had ze hen ook wel medegedeeld, maar de discussies waren geëindigd in ruzies, wat uiteindelijk weer geleid had tot de breuk met Connor Taylor. Volgens haar ouders was Connor de perfecte man voor haar. Hij was twee jaar ouder en had een zakelijke instelling. Maar waar hij perfect voor bleek te zijn, was het bedrijf. Toen ze hem haar plannen had verteld, had hij haar voor de voeten gegooid dat ze gek was om weg te lopen van zo’n mooie toekomst.
Op dat moment had ze beseft dat Connor alleen voor haar gekozen had om het geld, niet omdat hij stapelverliefd op haar was. Als dat laatste het geval was geweest, dan had hij zelfs met haar in een hutje op de hei willen wonen. De mededeling dat ze haar lot in eigen handen wilde houden, had geleid tot hevige ruzies met haar ouders, haar oom en Connor. Toen haar ouders hadden gedreigd haar toelage te stoppen, was ze hen een stap voor gebleven en was ze vertrokken om haar eigen weg te zoeken.
Tot nu toe had die weg geleid naar baantjes als honden uitlaten, koerierwerk en nu dus serveren. Geen van alle had ze bevredigend gevonden. Als hondenuitlaatster was ze een hond kwijtgeraakt. Als koerierster was ze in twee dagen drie keer de weg kwijtgeraakt. En haar eerste weekloon als serveerster had ze aan Milo moeten teruggeven, omdat ze een blad vol serviesgoed had laten vallen.
Andere vrouwen zouden het misschien hebben opgegeven en zijn teruggegaan naar huis, maar Zooey had haar trots. En meer ook eigenlijk niet. Afgesneden van haar familie en het familiegeld had ze weinig opties meer en weinig geld. Het was weer bijna tijd om de huur van haar piepkleine appartement te betalen, en ze kwam nog steeds honderd dollar tekort.
Eigenlijk zou ze zich zorgen moeten maken, maar dat deed ze niet. Ze was en bleef een rasoptimist. Ze liet zich niet klein krijgen door de omstandigheden, of een blaffende baas. Er zou heus wel iets op haar pad komen, beloofde ze zichzelf. En in de tussentijd had ze nog steeds een baan.
Krampachtig lachte ze naar Milo en ging door met het vullen van de suikervaatjes die op de tafeltjes stonden. Ondertussen probeerde ze niet naar de deur te kijken.
Hij was laat.
Terwijl ze een plakkerige plek van een tafel wegwreef met de vochtige doek die aan haar riem hing, vroeg ze zich af of er misschien iets gebeurd was.
Jack Lever, de knappe blonde strafpleiter die elke ochtend kwam voor een kop koffie met een bosbessenmuffin – en heimelijk haar hart in vuur en vlam zette – was er nog niet. Dat was niets voor hem.
Ze had hem ontmoet op haar eerste dag in de koffieshop. Hij had in haar wijk gezeten, met een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht. Omdat ze van mening was dat iedereen op zijn tijd behoefte had aan een vriendelijk woord en een schouder om op te leunen, was ze een gesprek met hem begonnen.
Eigenlijk was zij de hele tijd aan het woord geweest en had hij alleen maar geluisterd, of in ieder geval die indruk gewekt. Het had ongeveer een week geduurd voor er meer uit zijn mond was gekomen dan enkel een kort antwoord op haar vragen. Daardoor aangemoedigd was ze hem persoonlijker vragen gaan stellen in plaats van alleen te informeren naar hoe hij het weer vond en of zijn muffin smaakte. Toen ze het begin van een glimlach rond zijn lippen had gezien, had haar hart voor het eerst een sprongetje gemaakt. Dat was tevens het moment geweest dat ze de koffie bijna in zijn schoot had geschonken.
Ze begon uit te kijken naar zijn dagelijkse bezoekjes. Toen hij voor een zaak twee dagen in de buurt gewerkt had, was hij rond lunchtijd nog een keer langsgekomen. Het gerechtsgebouw lag maar twee straten verderop.
In tegenstelling tot haarzelf was hij een gewoontedier. En hij kwam altijd, zonder uitzondering, rond dezelfde tijd binnenlopen. Half acht. En het was nu al bijna negen uur.
‘Misschien gaat je hoge pief vreemd en zit hij in een andere koffieshop,’ zei Milo grijnzend, terwijl hij het koffiefilter verwisselde.
Blijkbaar had hij gezien dat ze weer naar de deur keek, en ze richtte haar aandacht op het suikervaatje in haar hand. Ze schokschouderde. Haar dunne schouders bewogen onder het stijve schurende witte katoen van haar uniform. De stof deed pijn in haar nek. Het had geen zin om net te doen alsof ze niet wist waar Milo het over had. ‘Misschien heeft hij een dag vrij.’
‘Of zijn vrouw,’ reageerde Milo.
Ze wilde hem vertellen dat Jack weduwnaar was. Dat was het laatste stukje persoonlijke informatie, dat hij met haar gedeeld had. Anderhalf jaar geleden was zijn vrouw omgekomen bij een auto-ongeluk. Hij stond nu alleen voor de opvoeding van twee kleine kinderen. Emily, een meisje van zeven, en Jack jr., een jongetje van bijna twee.
Maar voor ze iets kon zeggen, maakte Milo een knikkend gebaar naar de deur.
Toen ze zich omdraaide, zag ze Jack Lever binnenkomen. Hij duwde een klein meisje voor zich uit en in zijn armen droeg hij een druk bewegend jongetje. Verder probeerde hij ook nog een attachékoffer vast te houden.
Direct ging haar hart naar hem uit. Het was duidelijk dat het hem niet meezat. Ze durfde te wedden dat hij in de rechtbank een geduchte tegenstander was, maar op dit moment zag het ernaar uit dat hij de controle kwijt was. Nadat ze het suikervaatje had neergezet, liep ze met een stralende lach naar hem toe. ‘Hallo, een tafeltje voor drie?’ vroeg ze, een blik op de twee kinderen werpend voor ze hem weer aankeek.
‘Eerder een kooi voor twee,’ mompelde hij vermoeid.
Haar ogen ontmoetten de zijne. ‘Een zware ochtend?’
‘Dat kun je wel zeggen.’ Hij trok Jackie snel terug, toen die onder de tafel probeerde te kruipen. ‘Mijn nanny heeft ontslag genomen.’
‘Je hebt geen nanny, papa.’ Verlegen giechelend bedekte Emily haar kleine roze mond met beide handjes.
De zucht die aan zijn lippen ontsnapte mat 5.1 op de schaal van Richter. ‘En sinds zeven uur vanochtend heb jij er ook geen meer.’
Zooey leidde de drie naar een plekje met een halfronde bank rond een tafeltje, zodat het voor Jack makkelijker zou zijn de bewegingen van zijn kinderen te beperken. Voor ze zich omdraaide om hen aan te geven te gaan zitten, pakte ze twee stoelverhogers en zette die aan elke kant van de tafel. Toen ze zag dat Jack nog steeds met zijn zoontje worstelde, pakte ze hem op en tilde hem in de lucht. ‘Hupsakee.’
Met glinsterende pretogen klapte Jack jr. vrolijk in zijn handjes. ‘Nog een keer,’ kraaide hij.
Vooroverleunend om te kijken of hij goed zat, gaf ze hem een knipoog. ‘Misschien wanneer jullie weggaan.’
Het meisje trok aan Zooey’s schortje. Toen die haar vragend aankeek, zei ze verlegen: ‘Jij bent knap.’
‘Dank je, schat.’
De glimlach rond Emily’s lippen vervaagde. ‘Mijn moeder was ook knap,’ voegde ze eraan toe.
De ziel, dacht Zooey. Bewust keek ze niet naar Jack, omdat hij zich door die opmerking misschien ongemakkelijk zou voelen. ‘Dat kan bijna niet anders,’ zei ze, met een hand over het blonde koppie strijkend. ‘Jij bent ook knap.’
Jack zag dat zijn dochter begon te stralen, en ineens besefte hij dat voor het eerst sinds ze die ochtend hun ogen hadden opengedaan, zijn kinderen rustig waren. Allebei. Tegelijkertijd. Verbijsterd keek hij de jonge vrouw aan met wie hij de laatste zes weken gesproken had. ‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’
Ze wierp hem een gelukzalige blik toe. ‘Wat bedoel je?’
‘Hoe heb je ze rustig gekregen? Ze zijn de hele tijd zo druk geweest.’ Zelfs aan Emily, die zich meestal wel wist te gedragen in zijn gezelschap, had hij zijn handen vol gehad. De groene ogen van de serveerster lachten toen ze weer naar de kinderen gleden.
‘Misschien zijn ze gewoon moe,’ opperde ze bescheiden. In feite kon ze gewoon goed met kinderen omgaan. Dat had ze al vroeg geleerd met al haar broertjes en zusjes. Ze keek Jack weer aan. Hij was immers de klant, en ongetwijfeld was hij veel te laat. ‘Het gebruikelijke?’ opperde ze.
Het duurde even voor hij haar vraag registreerde. Toen knikte hij. ‘Graag.’
Nietbegrijpend keek Emily hem met een schuin hoofd aan. ‘Wat is het gebruikelijke, papa?’
‘Koffie en een bosbessenmuffin,’ antwoordde Zooey. Bij het zien van het bedremmelde gezichtje, stelde ze lachend voor: ‘Wat dacht je dan van warme chocolademelk met marshmallows erin voor jullie?’
Er verscheen een brede grijns op het gezichtje. ‘Lekker,’ stemde ze enthousiast in.
‘Een lekkere smeerboel,’ mompelde Jack.
‘Het mooie van een smeerboel,’ zei Zooey tegen hem, ‘is dat het altijd schoongemaakt kan worden.’ Daarna keek ze weer naar de kinderen. ‘Maar jullie maken er geen smeerboel van, hè?’
Emily schudde ernstig haar hoofd, en Jack jr. deed haar na.
Met dezelfde ernst knikte Zooey. ‘Dat dacht ik ook. Trouwens, ik heet Zooey,’ en ze stak haar hand uit naar Emily.
Verbaasd staarde het meisje naar haar uitgestoken hand voor ze haar eigen hand erin legde. ‘Emily,’ zei ze vol trots, omdat ze plots besefte dat ze als een volwassene behandeld werd.
‘Jackie,’ zei het jongetje hard, en ook hij stak zijn handje naar voren.
‘Leuk je te ontmoeten, Jackie. En jou ook, Emily. Ik kom zo jullie warme chocolademelk brengen,’ beloofde ze. ‘En het gebruikelijke,’ voegde ze eraan toe, waarna ze Jack nog even aankeek voor ze zich omdraaide en naar de keuken liep.
Diep uitademend leunde Jack naar achter. Exact om vijf over zeven die ochtend, net toen hij op het punt had gestaan de nanny te bellen om te vragen waar ze bleef, had zij gebeld om te zeggen dat ze niet meer kwam. Nooit meer. Daarna had ze opgehangen.
Hij kon alleen maar aannemen dat de verklaring van de verzuurde oudere vrouw het gevolg was van de woorden die ze de avond ervoor gehad hadden over de strikte manier waarop ze met de kinderen omging. Emily had hem huilend verteld dat ze die ochtend straf had gekregen, omdat ze per ongeluk een glas melk omgestoten had. Hij wist dat er geen greintje kwaad in het meisje zat, dus ze had het zeker niet expres gedaan.
Maar voor Agnes Phillips was alleen perfectie blijkbaar goed genoeg. Het was niet voor het eerst dat ze een meningsverschil hadden gehad over haar verkrampte gedrag, en ze werkte pas twee maanden bij hen.
Hij was al van plan geweest om de vrouw te vervangen zodra hij daarvoor de tijd had. Ongetwijfeld had Agnes dat aangevoeld en had ze besloten hem een stap voor te zijn.
Hij had het gevoel alsof hij midden op zee probeerde te overleven door zich aan een reddingsboot vast te klampen. Vandaag moest hij naar de rechtbank voor een belangrijke zaak en hij geloofde nooit dat Alice, de receptioniste van zijn advocatenkantoor, zou staan te springen om een paar uur op zijn kinderen te passen.
Toen hij zag hoe zijn kinderen leken op te vrolijken op het moment dat de serveerster terugkwam met hun warme chocolademelk begon er wat te dagen bij hem. ‘Zooey?’
Ze zette zijn koffie en muffin op de tafel neer. ‘Hmm?’
Haar aankijkend leunde hij naar voren. ‘Ik heb je net verteld dat hun nanny vanochtend ontslag heeft genomen.’
Uit haar ooghoeken zag ze dat andere klanten binnenkwamen en gingen zitten. Ze wist dat ze niet zou moeten luisteren naar zijn problemen, maar de kinderen leken hem echt te veel te worden. Nu kwam hij met de hopelijke overdestreeptrekker.
‘En ik word vandaag in de rechtbank verwacht.’
Nog meer klanten kwamen binnen. Zooey ving de blik op van haar collega die met haar lippen de woorden vormde ‘Bedien jij die tafeltjes?’
Zooey zweeg even en dacht na. ‘Ik zou je graag helpen,’ zei ze verontschuldigend, ‘maar ik ken niemand die op hen zou kunnen passen.’
‘Ik dacht meer aan jou.’
‘Aan mij?’ Ze keek naar Milo. Hij stond achter het buffet en deed alsof hij niet meeluisterde. Maar ze wist wel beter. ‘Ik heb al een baan. Als je het een baan kunt noemen,’ voegde ze eraan toe.
Haar gebrek aan enthousiasme over haar werk was voor hem voldoende om door te gaan. ‘Ik betaal je het dubbele van wat je hier verdient.’
Dat was nog steeds niet veel, dacht ze. Maar het ging hier niet om geld, het ging om tijd. ‘Het dubbele? Ik denk n –’
‘Goed.’ Hij liet haar niet eens uitpraten. ‘Het driedubbele. Ik ben wanhopig, Zooey.’
En om op te eten, voegde ze er in gedachten aan toe. En als ze haar salaris van die dag kon verdrievoudigen zou ze al een heel eind zijn met haar rekeningen.
Jack zag dat hij er bijna was. ‘Het is alleen maar voor vandaag,’ verzekerde hij haar. ‘Je kunt met ze naar het park gaan, het winkelcentrum, waar je maar –’
Plotseling stak ze haar hand omhoog om hem de mond te snoeren. ‘Mr. Lever… Jack. Je wilt je kinderen dus bij mij achterlaten. Je kínderen,’ benadrukte ze. ‘En je kent me niet eens.’ Wat voor een vader was hij, behalve een wanhopige vader?
Hij wist alles wat hij van de jonge vrouw moest weten, dacht hij. Ze was open en eerlijk tegen hem geweest. ‘We praten al zes weken met elkaar. Ik weet dat je van jazz houdt. En,’ voegde hij eraan toe, ‘je bent gewetensvol genoeg om me te wijzen op het feit dat ik je niet ken.’
Er speelde een glimlach om haar lippen toen ze bukte om de lepel op te rapen die Jackie had laten vallen. ‘Dit lijkt me een patstelling, hè?’
Jack knikte. ‘En je bent intelligent,’ voegde hij eraan toe. Daarna speelde hij zijn troef uit. ‘En ik ben wanhopig.’
‘Goed, als ik akkoord ga, wil ik wel wat dingen weten,’ verklaarde ze, mentaal haar mouwen opstropend. ‘Zoals waar je werkt en woont, hoe ik je kan bereiken in geval van nood, waar en wanneer je je kinderen komt halen…’
Ze vergat niks, en dat beviel hem wel. Ze stelde de juiste vragen, vragen die hij ook beantwoord zou hebben als ze ze níét gesteld had. ‘Ik wist dat ik me niet in je vergist had.’
‘Het is nog vroeg,’ zei ze met een stalen gezicht. Maar omdat ze dat nooit lang vol hield, verscheen er weer een grijns op haar gezicht. ‘Geef me een paar minuten om het aan mijn baas door te geven.’
Automatisch keek hij op zijn horloge, zich bewust van elke minuut die verstreek.
‘Ik zal het kort houden,’ beloofde ze.
‘Ik vind haar aardig, papa,’ zei Emily tegen hem.
‘We boffen dat zij ons ook aardig vindt.’ Sneller dan hij had verwacht, kwam ze weer terug. Haar gezicht peilend stond hij op.
‘Alles is geregeld,’ zei ze.
Hij keek naar het buffet. De man die erachter stond, keek hem dreigend aan. ‘Vindt je baas het goed?’
‘Hij vindt het prima.’
Hij zag dat ze haar jas aantrok.
‘Het maakt hem niet uit wat ik doe.’
Jack trok een wenkbrauw op. En toen drong het tot hem door. ‘Hij heeft je ontslagen.’
Smalend haalde ze haar schouders op. Haar jeukende uniform zou ze niet gaan missen. ‘Min of meer.’
Dat was niet zijn bedoeling geweest. ‘Luister, het spijt me. Ik praat wel even met hem.’
‘Je bent al laat,’ merkte ze hoofdschuddend op. ‘En trouwens, ik was toch niet van plan om hier lang te blijven. Ik vertrek dus alleen wat eerder dan gepland.’ Daarna keek ze lachend naar de twee gretige gezichtjes. De kinderen hadden alles gevolgd, in een poging te begrijpen wat er aan de hand was. ‘Hebben jullie zin in een leuke dag?’