Hoofdstuk 7
Ryan kwam aanrennen. ‘Smoking zit in een boom,’ zei hij angstig tegen zijn vader. ‘Ik kan er niet bij, en hij wil niet naar beneden komen.’
‘Welke boom?’
‘Die hoge.’ Ryan ging hen voor naar de oude pijnboom naast het huis.
De drie volwassenen keken omhoog. Hoger. En nog hoger.
Smoking was zo te zien een goede klimmer, maar omlaag durfde hij niet. Panisch klom het katje verder tot hij bij een zijtakje kwam waar hij zich op wist te werken. Wankelend bleef hij staan, vijftien meter hoog, terwijl uit zijn wijd opengesperde roze bekje angstig gepiep klonk.
‘Smoking,’ riep Ryan hoopvol. ‘Kom maar! Gewoon omdraaien en naar beneden klimmen!’
‘We bellen de brandweer.’ Terri zocht in haar tas naar haar telefoon.
‘Die ga ik niet lastigvallen voor zoiets,’ gromde Nick.
‘Ach ja, natuurlijk, dat zijn helden die wel iets belangrijkers te doen hebben.’ Ze had haar mobieltje gevonden.
‘Inderdaad.’
‘Zoals in uniform zitten klaverjassen?’ vroeg Terri minachtend. ‘Ik ga ze bellen.’
‘Niet doen,’ zei Nick. ‘Hij is al beneden voordat de hoogwerker hier is.’
Terri zette haar handen in haar zij en hield haar duur gekapte, blonde hoofd scheef. ‘Hoe dan, Nick?’
‘Ik ga zelf naar boven.’
‘Ik zal de ladder voor je pakken,’ bood Carmen aan, al wist ze dat hij daarmee niet hoog genoeg kon komen.
‘Het is net zo makkelijk om via de stam te klimmen.’ Nick greep de stam en zette zijn voet op de eerste zijtak. ‘Binnen drie minuten is Smoking weer beneden, Ryan,’ zei hij over zijn schouder.
‘Hoe houd je hem dan vast, pap?’
‘Ik stop hem in mijn T-shirt.’
Hij zag er sterk en zelfverzekerd uit, vond Carmen. Een man om op te bouwen. En erg sexy, zoals hij daar in de boom klom. Haar blik dwaalde over de spierbundels in zijn armen, en ze zag hoe zijn broek om zijn benen spande terwijl hij klom.
Ook Terri keek toe, de telefoon in haar hand, klaar om het alarmnummer te bellen zodra Nick faalde.
Ryan sprong opgewonden van zijn ene voet op zijn andere, vol vertrouwen in zijn vader. ‘Goed zo, pap! Smoking, pap komt je halen. Je hoeft niet bang te zijn.’
Het jonge katje was echter panisch. In een vlaag van zelfoverschatting had het zijn klauwtjes in de boomstam gezet en nu leek de weg terug afgesloten. Nerveus liep hij verder de dunne zijtak op, weg van de stam.
‘Smoking, niet daarheen!’ gilde Ryan.
‘Verdorie!’ Nick zag dat de tak waar de kat op liep begon door te buigen. En hij moest nog zes meter omhoog.
‘Ik bel het alarmnummer,’ mompelde Terri, meer tegen zichzelf dan tegen Nick of Carmen. ‘Ik doe niet mee aan deze waanzin.’ Plotseling draaide ze zich om naar Carmen. ‘Ik denk dat hij indruk op je wil maken. Sneu hoor. Of val je voor dit soort onvolwassen gedrag?’
Carmen besefte dat Ryan en Nick ieder woord hadden verstaan. ‘Ik geloof niet dat hij dit doet om indruk op mij te maken,’ zei ze kalm.
Terri glimlachte geforceerd. ‘O nee? Waarom dan?’
‘Om een bang katje te redden. Omdat zijn zoon dol is op zijn huisdier.’
‘Maar die onzin brengt toch geen brood op de plank?’ zei Terri ongeduldig.
‘Heeft Nick je ooit honger laten lijden?’
‘Niet letterlijk natuurlijk. Ik wil maar zeggen…’
Nick strekte zijn arm uit naar de kat. Hij kon er net niet bij. Hij keek naar zijn voeten om te zien of de tak waar hij op stond hem hield. Of hij verder kon.
‘Nee Nick!’ Carmen schrok zelf van haar kreet, maar ze besefte plotseling wat hij van plan was. Vanuit haar ooghoek zag ze een kwaadaardige glimlach op het gezicht van de andere vrouw, maar dat kon haar niet schelen. Het enige wat er nu toe deed, was Nicks veiligheid. Hij moest geen risico nemen.
‘Kun je erbij, pap?’ vroeg Ryan.
‘Ja, ik ga hem nu pakken,’ riep Nick terug.
Terri hield haar telefoon tegen haar oor.
‘Nee, Nick!’ herhaalde Carmen. ‘Die tak houdt je niet. Ga terug naar de stam, nu!’ De tak begon te buigen.
‘Het gaat prima.’
Op dat moment knapte er iets in Carmen. Ze werd overspoeld door het gevoel van machteloosheid dat ze vroeger zo vaak had ervaren. Het gaat prima, zei hij. Dat had ze te vaak gehoord uit de mond van haar vader als het ging om zijn eigen veiligheid of die van zijn kinderen.
‘Niet doen, Nick. Ik vraag je, ik zég je: niet doen.’ Ze schreeuwde niet, ze zei het. Haar stem was koud en hard. Het bloed in haar aderen veranderde in ijswater en ze werd overmand door emoties. Paniek. Woede. Angst voor haar eigen reactie. Als hij verder liep op die doorbuigende tak, zou haar gevoel voor hem dan voor altijd veranderen? Zou ze zich ooit nog veilig voelen?
‘Echt, het gaat prima,’ herhaalde hij.
‘Niet waar,’ zei ze. ‘Die tak is te dun. Terri heeft gelijk.’ Ze wendde zich tot zijn ex. ‘Heb je gebeld?’
‘De brandweer alstublieft,’ zei Nicks ex-vrouw in de telefoon terwijl ze naar boven keek.
Carmen volgde haar blik. Nick schuifelde verder op de dunne tak. Haar protest deerde hem niet.
Op dat moment brak de tak. Het klonk als een schot.
‘Pap!’ gilde Ryan.
Net op tijd greep Nick met één hand de kat en met de andere een tak. Zijn benen bungelden in de lucht.
Hij ging vallen, wist Carmen. Angst en woede vermengden zich tot een giftige cocktail die haar het spreken onmogelijk maakte. Hij zou dit niet moeten doen. Hij had een kind dat hem nodig had. Er waren andere mogelijkheden.
Verstijfd keek ze toe terwijl ze niets liever wilde dan wegrennen en vergeten dat ze ooit een man had gekend die Nick Davey heette. Met misselijkmakende helderheid zag ze de auto van haar vader door de reling van de brug breken. Hoewel ze er niet bij was geweest, had ze zich er een levendige voorstelling van gemaakt. Zeker nadat een onnadenkende familievriend de volgende dag met hen langs de plek des onheils was gereden, waar het zwart-witte politietape nog in de wind wapperde.
Even duidelijk zag ze nu hoe Nick uit de boom viel. De takken die in zijn val afbraken en ten slotte hoe hij levenloos op de grond lag. Ze zag het voordat het gebeurde. Maar het gebeurde niet. Hij viel niet. Nog niet. Met zijn voet vond hij het sterkere, niet afgebroken stuk van de tak.
‘Ja, het adres is…’ zei Terri in de telefoon.
Nicks lichaam bevond zich in een onmogelijke positie, gestrekt tussen twee takken. Zijn inwendige kwetsuren moesten hem helse pijnen bezorgen.
‘Pap! Pap!’ gilde Ryan nog steeds.
Met één hand wist Nick het tegenstribbelende katje in zijn T-shirt te laten glijden, waarna hij de onderkant van het shirt in zijn broek stopte. ‘Niet doen Smoking,’ zei hij. ‘Ik probeer je te helpen.’
Carmen zag dat Smoking zijn klauwtjes in Nicks naakte huid had geslagen.
‘Oké, daar gaan we,’ zei hij kalm. Hij greep met beide handen de tak boven hem en wist zich in de richting van de stam te verplaatsen. ‘Alles gaat goed, Ryan.’
Misschien liet zijn zoon zich misleiden door zijn rustige stem, maar Carmen zag maar al te duidelijk dat Nicks lichaam beefde van inspanning.
‘Laat maar,’ zei Terri kortaf in de telefoon. ‘De situatie is onder controle.’
Binnen twee minuten was Nick terug op de grond. Zijn gezicht was wit en bezweet, maar met een brede grijns stak hij zijn hand in zijn T-shirt om de kat te pakken.
‘Wow, Pap! Dat was vet cool!’ Ryan sprong van de ene voet op de andere. ‘Gaat het, Smoking? Mag ik hem, pap?’
‘Jazeker, maar ik geloof dat hij zich op twintig plekken vasthoudt.’ Glimlachend keek hij naar Carmen.
Ze bracht het niet op om terug te lachen en sloot haar ogen. Ze zag voor zich hoe haar vaders auto van de brug reed en hoorde zijn stem: ‘Het gaat prima.’
‘Het was weer enig, Nick, zoals altijd,’ teemde Terri. ‘Maar ik moet er nu echt vandoor. Ryan, lieverd, ik zie je morgenavond, oké?’ Ze omhelsde hem. ‘Ik ben zo blij dat je katje in veiligheid is, schat.’
Carmen opende haar ogen en zag de grote, bijna meedogenloze liefde van een moeder voor haar zoon.
‘Heb je morgen je boekverslag klaar?’ vroeg Terri nog met een frons.
‘Ja, misschien wel.’
‘Denk aan je goede cijfers.’ Ze wendde zich tot Nick. ‘Let jij er ook op?’ Daarna liep ze naar haar auto.
‘Als ik de aanval van deze moordlustige kat overleef.’ Hij begon de klauwtjes uit zijn huid los te trekken terwijl hij een bezorgde blik op Carmen wierp. Zo te zien was ze… boos? Bijna in tranen?
Carmen voelde de kracht in haar benen terugkeren. Ze wist niet wat ze zou doen. Blijven alsof er niets gebeurd was? Er een punt achter zetten nu dat nog kon?
‘Je was fantastisch, pap,’ zei Ryan. ‘Ik dacht even dat je zou vallen.’
‘Ja, er waren wel wat spannende momenten daar in die boom.’ Hij had Smoking genoeg gekalmeerd om het katje uit zijn T-shirt te kunnen tillen. ‘Hier, neem hem maar mee naar binnen. Hij is ook behoorlijk geschrokken. Ga maar even met hem spelen op je kamer. Misschien wil hij wel een dutje doen in zijn mandje.’
‘Kom maar Smoking, kijken of je wil slapen.’ Ryan draaide zich om en droeg het diertje naar binnen.
Langzaam draaide Nick zich om naar Carmen en zei bedachtzaam: ‘Je ziet eruit alsof je iets kwijt wilt.’
‘Doe dat nooit, nooit meer.’
‘In een boom klimmen? Dat is juist leuk!’
Carmen was niet in de stemming voor grapjes. ‘Je moet het nooit, nooit negeren als iemand die om je geeft zegt dat iets niet veilig is.’ Haar stem brak. ‘Iemand die niet wil toekijken terwijl jij doodvalt. En zeker niet met je zoon erbij. Nooit meer doen. En zeker niet zeggen dat het prima gaat terwijl dat niet zo is.’
‘Denk je dat ik dood gevallen was als ik die tak niet had gevonden? Carmen, er waren heel veel takken om mijn val te breken. Ik zou wat schaafwonden hebben, maar ik had volgens mij niets gebroken.’
‘Daar gaat het niet om.’
‘Waar dan wel om? Denk je dat ik geen risico’s kan inschatten?’
‘Ik heb al gezegd waar het om gaat. Wuif andermans bezorgdheid niet weg. Ga niet lichtzinnig met jezelf om terwijl je een kind hebt om voor te zorgen. Hang niet de held uit en zeg vooral niet dat het prima gaat terwijl dat niet zo is. Ik heb dit al eerder meegemaakt en ik wil dat niet meer. Nooit meer. Met niemand.’
Nu ze het hardop zei, wist ze wat ze moest doen. Ze draaide zich om en liep naar het huis. Haar tas lag nog binnen, net als haar zonnebril. De picknickspullen liet ze liggen. Dat moest hij maar beschouwen als afscheidscadeautje.
Ergens verwachtte ze dat Nick achter haar aan zou komen, maar eenmaal binnen hoorde ze de hordeur niet nogmaals dichtslaan. Ze pakte haar spullen, ging door de voordeur naar buiten en stapte in de auto. Ook terwijl ze haar gordel vastmaakte en de motor startte, verscheen hij niet. Pas toen ze wegreed, zag ze hem bewegingloos in de deuropening staan.
Ze wist dat Ryan tot zondagavond bij hem bleef en dat hij zijn vaderrol serieus nam. Ze zou hem dit weekend niet meer zien, als hij al de moeite wilde nemen om het uit te praten. Hij zou relatieperikelen niet laten botsen met de moeizaam verworven tijd met zijn zoon.
Dit weekend zou ze alleen zijn, met slechts de herinneringen aan de dood van haar vader als gezelschap.
Thuis bleek er echter genoeg aan de hand te zijn om haar gedachten af te leiden.
Kate kwam niet thuis die zaterdagavond, zodat Carmen en Cormack allebei niet konden slapen. Ze troffen elkaar om vier uur ’s ochtends in de keuken.
‘Belachelijk,’ zei Cormack, de inhoud van de koelkast bestuderend. ‘Dat ik als man van eenendertig zit te wachten tot een losgeslagen tiener thuiskomt. Zeker weten dat ik nooit kinderen neem.’
‘Houd die mogelijkheid nou maar open, Cormack. Je weet nooit wie je tegenkomt.’ Ze schrok van zichzelf. Dacht ze nu aan Nick en een toekomstig gezin terwijl hun relatie waarschijnlijk voorbij was?
‘Geen denken aan,’ hield Cormack vol. ‘Wij hebben onze portie wel gehad.’ Zijn woede sloeg plotseling om in bezorgdheid. ‘Denk jij dat ze in orde is?’
Carmen haalde hulpeloos haar schouders op.
‘Sorry, dat is een domme vraag. Ga jij maar weer slapen en laat mij rustig hier een koude pizza eten. Of wil je ook wat?’
Zwijgend pakte ze een punt en at die in bed op.
Toen hun zusje de volgende ochtend om tien uur nog niet thuis was en nog steeds haar mobiele telefoon niet opnam, besloot Carmen haar vrienden te bellen. Niemand wist echter waar ze uithing.
Rond het middaguur belde Cormack de ziekenhuizen en de politie.
Carmen dacht aan Nick. Met zijn contacten kon hij de boel misschien bespoedigen. Maar hoe kon ze hem om hulp vragen nadat ze zo abrupt was vertrokken gisteren? ‘Is Kate…’ Ze vond het moeilijk het woord uit te spreken. ‘Cormack, wordt Kate al beschouwd als vermist?’
‘Ik geloof van niet. Ze is achttien, ze mag stemmen en autorijden. Waarschijnlijk zit ze bij een nieuw vriendje.’
‘Dat vind ik ook nogal een eng idee, gezien haar slechte beoordelingsvermogen.’
‘Iedereen moet zijn eigen fouten maken, Carmen.’
‘Zeg dat niet!’
‘Tjonge, jij kunt echt niks hebben vandaag.’
Dat was waar. Ze had haar favoriete rok en topje aangetrokken, haar haar gewassen en een rustig muziekje opgezet in een poging niet in paniek te raken over Kate en om haar kwade aftocht bij Nick te vergeten. Het hielp niks. En om acht uur ’s avonds was er nog steeds geen bericht van Kate.
Om tien over acht ging de deurbel. Het was Nick. Hij leunde tegen de deurpost, niet wetend of ze hem binnen zou laten. ‘Kunnen we even praten?’ vroeg hij. ‘Ryan is terug naar zijn moeder.’
Carmen bewoog zich niet en onderdrukte de neiging haar rok glad te strijken.
‘Ik ben meteen hierheen gereden zodra ze weg waren.’
‘Heeft Ryan zijn boekverslag afgemaakt?’
‘Bijna. Terri kan tevreden zijn.’
‘En hoe is het met Smoking?’
‘Hij heeft inmiddels wel al mijn dode huidcellen onder zijn nagels vandaan gelikt, denk ik. Het gaat prima met hem. En voor jouw informatie: Ryan vindt me een held,’ voegde hij er verdedigend aan toe.
‘Als je denkt dat je daarmee goedpraat –’
‘Je had het over je vader, hè?’ onderbrak hij haar. ‘Toen je zo boos was omdat ik zei dat het prima ging.’
‘Ik had het over jou.’
‘Maar het komt door je vader,’ hield hij vol. ‘Carmen, je moet ons niet vergelijken. Je weet toch dat ik Ryan dat niet zal aandoen? Ik drink nauwelijks.’
‘Voor mij is het hetzelfde.’
‘Ik zit bij de politie. Moet ik daar ook maar mee ophouden als ik met jou wil blijven omgaan? Het is niet echt een veilige baan.’
‘Nee, natuurlijk bedoel ik dat niet.’
‘Wat is dan het verschil volgens jou?’ Hij haalde zijn schouders op.
‘Sommige risico’s zijn het waard om te nemen. Daar kan ik best tegen. Denk ik. De wereld heeft helden nodig. Maar geen onverantwoordelijke idioten. En ik zeker niet! Je bent geen held omdat je die kat hebt gered.’
‘Ik ben geen idioot, Carmen. Je klinkt net als Terri.’
Ze kneep haar lippen op elkaar. Het was een vreemd verbond, zij en Nicks ex-vrouw. ‘Dat moet dan maar. Ik blijf bij wat ik zeg. Als jij het nodig vindt de held uit te hangen voor je zoon, wil ik daar niet bij zijn. Daar kan ik niet tegen.’
‘Dus wat zeg je nu eigenlijk?’ vroeg Nick langzaam. ‘Hé, je trilt helemaal.’ Hij nam haar in zijn armen.
Tot haar eigen verbazing duwde ze hem niet weg. ‘Ik weet niet wat ik zeg.’
‘Weet je waar ik bang voor ben? Dat je zegt dat je me niet meer wilt zien. Zeg dat alsjeblieft niet.’ Hij kuste haar nek, haar haar, haar mondhoek.
Zodra ze zijn lippen voelde, wilde ze meer. Ze wist weer hoe hij rook, hoe hij smaakte, hoe hij haar naam kreunde terwijl ze de liefde bedreven. Hulpeloos weken haar lippen vaneen, en met haar kus schonk ze hem haar hart. Ze voelde zijn handen op haar schouders, over haar armen, bijna vragend. Zonder te spreken, vroeg hij haar met iedere aanraking of ze wilde blijven. In zijn leven. Blijven zodat ze er samen uit konden komen.
Met een rilling van overgave sloeg ze haar armen stevig om hem heen en legde haar hoofd tegen zijn schouder. Hij was zo sterk en warm. Kon ze haar instinct volgen en deze man vertrouwen? Ze had geen idee. ‘Ik denk dat ik misschien een beetje te fel reageerde,’ zei ze ten slotte, twijfelend of dat de waarheid was.
‘En ik had niet zo ver op de tak moeten gaan. Je had gelijk, het was een onnodig risico, en ik zal de volgende keer beter nadenken.’
‘Alsjeblieft. Zelfs als je het gek vindt wat ik zeg.’
‘Ik maak je graag een beetje gek.’
‘O Nick…’
‘Zijn we het weer eens?’
‘Ik denk het wel.’ Zeker wist ze het niet. Het leek iets te makkelijk te gaan. Een verontschuldiging en klaar. Maar het verlangen naar elkaar was er nog steeds.
‘Mag ik dan binnenkomen?’
‘Kate wordt vermist,’ flapte ze eruit.
‘Wat? Echt vermist? Waarom zei je niks?’
‘Ik weet niet hoe serieus het is. Misschien maken we ons ook wel te veel zorgen. Ik vertrouw mijn oordeel niet meer.’
‘Door mij en Smoking in die boom,’ begreep hij.
Ze knikte. ‘Cormack is naar de film gegaan, hij kon er niet meer tegen te zitten wachten op nieuws.’
‘Vertel me eens precies wat er is gebeurd.’
Automatisch liep ze naar de keuken, de plek waar ze Kate de vorige ochtend om elf uur het laatst had gezien toen ze een kop koffie inschonk. ‘Niemand heeft haar meer gezien sinds gistermiddag twaalf uur. Ik heb afscheid van haar genomen toen ik naar de winkel ging om inkopen te doen voor onze picknick. Toen ik terugkwam om, eh…’
‘Na het gedoe met de kat? Dat was om een uur of drie denk ik.’
‘Toen was ze er niet. Ik heb haar om vier uur op haar mobiel gebeld. Die stond uit. Cormack en ik hebben geen oog dichtgedaan vannacht, want ze is niet thuisgekomen. Ik heb haar vrienden gebeld, maar die houden zich van de domme of ze weten echt niet waar ze is. En Cormack heeft de ziekenhuizen en de politie gebeld.’
‘Maar ze is achttien jaar, dan is er nog niet echt reden tot bezorgdheid.’
‘Behalve dan dat ze nog maar net achttien is, en niet echt een verantwoordelijk type.’
‘De politie krijgt dit soort telefoontjes dagelijks.’
‘Dat weet ik. Maar nu gaat het om mijn zusje!’
‘Hé.’ Hij streelde haar wang. ‘Ik sta aan jouw kant. Ik zal wat telefoontjes plegen. Zet jij dan koffie?’
‘Heb je niet liever een biertje?’
‘Ik houd het bij koffie,’ zei hij rustig, waarna hij naar de woonkamer liep en de draadloze telefoon pakte.
Haar hart kromp ineen van angst. Dacht hij dat het wel eens laat zou kunnen worden en wilde hij daarom geen alcohol drinken? Terwijl ze een filterzakje in het apparaat deed en er koffie in schepte, ving ze flarden op van zijn gesprek: ‘Ha Danny, met Nick…’ Er klonk een zekere autoriteit in zijn stem die ze niet eerder had gehoord. Een zelfverzekerdheid die haar vertrouwen inboezemde.
‘Lichtblond, schouderlengte. Ik ken haar niet, nee, ik ga af op een foto… Nee… Misschien een paar… Bedankt.’
Carmen hoorde hem nog een paar keer de beschrijving herhalen in dat typische politiejargon. Lichtblond, één meter zeventig, normaal gebouwd. Zo klonk Kate als een… als een lichaam. Als iemand uit zo’n misdaadprogramma.
Een paar minuten later kwam Nick terug in de keuken. ‘Er is niemand gevonden die aan haar beschrijving voldoet,’ zei hij. ‘Maar ik heb meer details van je nodig, dan kan ik nog wat mensen bellen.’
‘Details?’
‘Over haar contacten.’
‘Contacten?’
‘Met name de mannen met wie ze omgaat,’ legde hij geduldig uit. ‘Vooral nieuwe namen. Die kunnen we door het systeem halen en kijken of ze een strafblad hebben.’
Carmen werd misselijk. ‘Denk je dat er wat gebeurd is?’
‘Ik denk dat jij ontzettend bezorgd bent en ik wil alles doen om je te helpen. Als jij me nou een kop koffie inschenkt, schrijf ik ondertussen de namen op.’
Helaas had ze niet veel namen. De laatste tijd had Kate weinig losgelaten over haar vrienden tegenover haar oudere zus, die ze maar een bazige bemoeial vond. Als ze al een nieuw vriendje had, zouden zij en Cormack de laatsten zijn aan wie ze dat vertelde.
‘Wie neemt ze dan in vertrouwen?’ vroeg Nick.
‘Onze andere zus. Met Melanie kunnen we allebei beter praten dan met elkaar. Maar zij studeert in Chicago.’
‘Ik zal haar later bellen nadat we deze namen hebben gecontroleerd.’ Terwijl hij afwezig slokjes hete koffie nam, voerde hij weer een lang telefoongesprek.
Carmen, weggekropen in een hoekje van de bank, ving op dat Kates voormalige vriendje veroordeeld was vanwege drugsbezit. Dat verbaasde haar niet. De namen van haar vriendinnen bleken onbekend te zijn bij de politie.
‘Hebben jullie een notitieblokje bij de telefoon?’ vroeg Nick.
‘Ja, maar daar stond niets op van Kate.’
‘Misschien staan er oude boodschappen op gekrabbeld die je hebt aangenomen voor haar. Namen. Telefoonnummers.’
Ze kon niet anders dan zijn kalmte en efficiëntie bewonderen. Hij zorgde dat zijn collega’s de zaak serieus namen. Iets wat Cormack niet was gelukt. ‘Bedankt, Nick,’ zei ze toen hij klaar was en naast haar op de bank kwam zitten.
‘Het spijt me dat ik nog niets concreets heb kunnen ontdekken. Maar over het algemeen duiken meisjes in haar situatie gewoon weer op. Dat is het enige wat ik kan zeggen.’
‘Je hebt al meer voor elkaar gekregen dan wij. En je bent hier. Dat is genoeg.’ Het was een verkapte verontschuldiging voor haar gedrag in zijn tuin.
Hij sloeg een arm om haar heen. ‘Ik zou niet weten waar ik liever zou willen zijn.’
Ze wendde haar gezicht naar hem toe. Ze wilde hem kussen, voelen hoe goed het was om samen te zijn.
Met gesloten ogen streelde hij haar kaaklijn en kuste haar lippen keer op keer.
Ze smolt. Alles smolt.
Ongeduldig gebonk op de deur maakte tien minuten later een einde aan de intieme sfeer. Geschrokken vlogen ze overeind. Carmen stond op en liep naar de voordeur terwijl ze haar verwarde haar gladstreek en haar topje naar beneden trok.
Kate stond voor de deur. Verfomfaaid en met een strak gezicht.