Hoofdstuk 10

 

 

 

Op de vreemdste plekken in het huis verschenen geheime snoepvoorraden. In de garage, die groot genoeg was voor drie auto’s, lagen op de bovenste plank van de ingebouwde kastjes drie zakken. Vier zakken lagen in de kast op zijn slaapkamer, waar zelfs Jack niet bij kon zonder een keukentrapje te gebruiken.

Toen hij een boek pakte van de bovenste plank in zijn studeerkamer en onverwacht een lading M&M’s over zich heen kreeg, omdat de zak gescheurd was, vond hij het tijd worden voor een verklaring. Hij hoefde maar twee keer haar naam te roepen en Zooey verscheen.

‘U bulderde, meneer? vroeg ze, haar vochtige handen afvegend aan haar schort.

‘Ik bulderde niet, ik riep je,’ zei hij koel. ‘Dwingend,’ voegde hij eraan toe. ‘Wat zijn dit?’ Hij knikte naar de grond.

Ze liep naar de plaats delict, keek naar beneden en deed net alsof ze de voorwerpen in kwestie serieus bestudeerde. Daarna keek ze hem met een kalme glimlach rond de lippen aan. ‘Dat zijn M&M’s, geloof ik. Oranje en zwarte.’

‘Ik weet wat het zijn,’ mompelde hij knarsetandend. ‘Wat doen ze op mijn boekenplank? En in mijn garage? En achter de wijnglazen in de keuken? En Joost weet waar nog meer?’ Geïrriteerd zweeg hij. ‘Heb je de laatste weken soms een suikerverslaving ontwikkeld waar je me nog niet van verteld hebt?’

Ze gaf niet direct antwoord, maar lachte naar hem.

Die glimlach herkende hij wel. Zo lachte ze naar de kinderen wanneer ze hen geduldig liet doorkletsen tot ze moe werden. Normaal gesproken vond hij dat vertederend. Maar nu de glimlach tot hem gericht was, irriteerde het hem mateloos.

‘Nee,’ antwoordde ze eindelijk, waarna ze bukte en het snoepgoed begon op te rapen en in haar schort deed.

‘Waarom ligt er dan overal in het huis snoep verstopt?’

Toen ze alle snoepjes van de grond in haar schort had opgeborgen, stond ze op. ‘Halloween, Jack,’ bracht ze hem in herinnering.

‘Is over een week.’

Dat wist hij omdat hij de datum in de gaten hield, ondanks de vele dingen die hij aan zijn hoofd had. Hij was nog steeds op zoek naar een reden waarom hij niet op het feestje zou kunnen zijn, of waarom hij in ieder geval niet zo’n belachelijk kostuum hoefde aan te trekken. Als kind had hij zich nooit verkleed en hij zag geen reden om daar nu mee te beginnen. Maar om de een of andere reden leek nee zeggen in dit geval geen optie.

Ze keek hem aan alsof ze niet kon bevatten dat hij haar niet kon volgen. ‘Ik laat dingen niet graag wachten tot het laatste nippertje. Het merendeel van het goede snoepgoed is dan uitverkocht.’

Verbijsterd ademde hij uit. Ze kwam soms met de meest vreemde verklaringen. ‘Ik wist niet dat er goed snoep en slecht snoep bestond.’ Toen ze hem aankeek, zou hij toch zweren een spoor van medelijden in haar ogen te zien. Ontstemd rechtte hij zijn schouders.

‘Ben je dan helemaal nooit kind geweest?’ verzuchtte ze.

Wat had dat ermee te maken? ‘Jawel, maar ik heb me niet beziggehouden met het beoordelen van snoep.’

Ze kreeg het gevoel dat hij ook nooit verkleed langs de deuren was gegaan om een liedje te zingen in ruil voor een snoepje. Anders had hij het geweten. ‘Goed snoep,’ legde ze geduldig uit, ‘is snoep dat alle kinderen kennen, ze kennen de naam. Slecht snoep is wat ze in de winkels verkopen aan het eind van een feestdag, zoals Halloween of Pasen. Het is goedkoop en dat proef je ook.’

Over zoiets onbelangrijks was hij echt niet plan om ruzie te maken. ‘Als jij het zegt.’ Al zuchtend keek hij naar de gescheurde zak. ‘Hoeveel heb je op verschillende plekken verstopt?’

‘Nog niet genoeg,’ antwoordde ze eerlijk. ‘Maar ik ben goed op weg.’

Volgens hem hadden ze meer dan voldoende om de tanden van elk kind in de buurt te laten wegrotten. ‘En je verstopt de zakken omdat…’

‘Ik geen zin heb om je kinderen, met name Jackie, naar het ziekenhuis te moeten brengen vanwege een overdosis chocolade,’ antwoordde ze geduldig. ‘Of om de hele dag achter hem aan te lopen omdat hij steeds overgeeft. Voor het geval je het niet wist, je zoon kan niet goed tegen chocolade.’

Om eerlijk te zijn wist hij dat niet. Waarschijnlijk was er nog veel meer dat hij niet wist van zijn kinderen en zij wel. Maar goed, zij was dan ook veel meer bij de kinderen dan hij. ‘Ik begrijp wat je bedoelt.’ Hij wilde nog wat zeggen, maar hield toen zijn mond. Het volgende moment voelde hij haar vingers in zijn haren. ‘Zooey?’

Grijnzend hield ze een klein rond voorwerp omhoog zodat hij het kon zien. ‘Je had een oranje M&M in je haar.’ Zonder na te denken stopte ze hem in haar mond.

Waarom hij dat verontrustend sensueel vond, wist hij zelf ook niet. Wellicht was zijn brein ermee opgehouden. Wat de reden ook was, het duurde even voor hij zijn hersens weer kon laten werken. Keelschrapend knikte hij naar de deuropening, hopend dat ze de hint zou begrijpen. Hij had ruimte nodig. ‘Goed, je hebt het uitgelegd. Sorry dat ik je heb weggeroepen van je bezigheden.’ Hij zag dat ze geen aanstalten maakte om te vertrekken.

‘Ik was gewoon aan het afwassen.’

Dat klonk niet logisch. ‘Daar hebben we een vaatwasser voor.’

Ze schudde haar hoofd. ‘Er was niet voldoende afwas om hem aan te zetten.’ Ze liep naar een prullenbak, liet het snoep uit haar schort erin vallen en keek hem aan. ‘Heb je er nog over nagedacht?’

Hij gaf de poging op om haar te negeren zodat hij verder kon met het boek waardoor deze hele situatie was ontstaan. Het was onmogelijk om haar te negeren, in ieder geval als ze zo dichtbij stond. Zuchtend legde hij het boek op zijn bureau. ‘Waar heb ik mijn gedachten nog eens over laten gaan?’ Weer viel hem die verdraagzame glimlach van haar op.

‘Je kostuum!’

Wat moest hij in vredesnaam doen om haar een nee te laten accepteren? ‘Ja, en mijn gedachte was nee.’

Door haar hoofd te schudden gaf ze aan dat ze zijn antwoord niet accepteerde. ‘Welke andere gedachten had je er nog meer over?’

Hij voelde dat hij boos werd. Waarom hij het allemaal ook amusant vond, begreep hij niet. Zooey leek altijd tegenstrijdige gevoelens in hem naar boven te brengen. Maar nu was het duidelijk tijd om grenzen te trekken. ‘Dat alle andere nanny’s genoeg verstand hadden om me niet lastig te vallen met onbelangrijke dingen zoals dit.’

Die woorden maakten geen indruk op haar. ‘Dat is dan jammer. Zij zijn er niet meer, ik wel.’

Weer die geamuseerdheid, merkte hij hoofdschuddend op. ‘Je beschikt niet over de juiste werknemersmentaliteit, wist je dat?’

Ze rechtte haar rug, daarmee aangevend dat als hij haar op haar plaats had willen zetten, hij daar absoluut niet in geslaagd was. ‘Je kunt me ontslaan wanneer je wilt.’

Hij zag dat ze haar kin vooruit stak. Overduidelijk als een symbolisch gebaar, dacht hij geïrriteerd. ‘Ik wil je niet ontslaan, Zooey.’

‘Mooi.’ Ze knikte kort. ‘Ik heb ook geen zin om ander werk te moeten zoeken.’ En dat meende ze. Voor het eerst sinds ze van school gegaan was, deed ze iets wat ze leuk vond. Het was niet gewoon een manier om rekeningen te kunnen betalen, ze kon een verschil maken in het leven van mensen.

‘Misschien kun je me dan in dit geval wat tegemoetkomen.’

‘Dat heb ik gedaan,’ merkte ze verrast op. ‘Ik heb de hele week niets over het kostuum gezegd.’

‘En dat waardeer ik. Als je zo vriendelijk zou kunnen zijn om daarmee door –’

‘Sorry, dat kan niet. De tijd dringt. Volgende week zondag is het Halloween. En zoals ik al zei, als je te lang wacht, hangt er niets meer om uit te kiezen.’

En dat was nou net de bedoeling, dacht hij. ‘Precies.’

Onverstoord vervolgde ze: ‘Aangezien je het erg druk hebt, heb ik alvast een kostuum voor je meegenomen om te passen.’ Voor het geval hij zou denken dat hij eraan vast zat, voegde ze er snel aan toe: ‘Ik ken de eigenaar van de winkel, als het niet past, mag ik het terugbrengen.’

‘Welk deel van “ik wil me niet verkleden” snap je niet?’ vroeg hij eisend.

‘Ik snap het helemaal niet,’ antwoordde ze vrolijk, terwijl ze de kamer uit liep.

Binnen drie minuten kwam ze terug met een grote doos, waarop met grote vetgedrukte rode letters Fantasy stond geschreven. Toen hij geen aanstalten maakte om de doos van haar over te nemen, duwde ze hem bruusk in zijn handen. ‘Hier, probeer eens of het past,’ spoorde ze hem aan. ‘Ik heb meegenomen wat ik dacht dat je zou passen, maar ik ben geen ster in het inschatten van mannen.’ Haar ogen schitterden van de pret.

Een deel van hem had zin om tegen haar te zeggen dat ze waarschijnlijk heel goed wist wat ze met het kostuum kon doen. Maar het deel van hem dat hem gestimuleerd had om advocaat te worden, dat geloofde in orde, wetten en regels, dacht dat als hij het verdraaide kostuum aan zou trekken, ze zelf wel zou zien hoe belachelijk hij eruitzag, zodat ze hem eindelijk met rust zou laten.

Dat was tenminste zijn theorie.

Dus nam hij de doos van haar aan en liep vervolgens naar het toilet in de hal om zich om te kleden.

Vol verwachting wachtte ze op zijn terugkomst. Omdat ze altijd het gevoel had bezig te moeten zijn, begon ze zijn studeerkamer op te ruimen. Van de boeken die op zijn bureau lagen, maakte ze een stapeltje.

Het was nogal ironisch dat ze het huis van Jack beter bijhield dan het kleine appartement waar ze gewoond had. Jack en zijn kinderen brachten haar nestdrang naar boven, de drang om voor hen te zorgen, omdat ze, elk op hun eigen manier, ook iemand nodig hadden die voor hen zorgde.

En dat was een hele nieuwe ervaring voor haar.

En als ze maar bezig bleef, had ze geen tijd om na te denken over het feit dat zij die behoefte ook voelde. De behoefte om op iemand te kunnen leunen, iemand die bereid was het heft over te nemen.

Die behoefte voelde ze natuurlijk niet continu, maar zo af en toe. Als de last op haar schouders te zwaar werd. Waar het in feite op neerkwam, was dat ze iemand nodig had om van te houden, en die ook van haar hield.

Ze zuchtte. Ze werd sentimenteel. En daar moest ze voor oppassen, want dat was helemaal niets voor haar. Toen ze een geluid achter zich hoorde, draaide ze zich direct om naar de deur. Haar reflexen waren vlijmscherp geworden sinds ze hier woonde. Dat moest ook wel; ze wist nooit wanneer Jackie op het punt stond ergens vanaf te duiken.

Heel even stond haar hart stil.

Haar fantasie stond in levenden lijve voor haar.

Om haar een plezier te doen had Jack het hele kostuum aangetrokken, inclusief de schouderlange pruik en de brede hoed met paarse sierveer.

Hij zag er geweldig uit.

Het was ook geen goedkoop kostuum. Ze had haar uiterste best gedaan om een exacte kopie te vinden van wat een rijke piraat driehonderd jaar geleden zou hebben gedragen.

Er was geen twijfel over mogelijk, dacht ze. In een vorig leven was Jack Lever avonturier geweest.

‘En?’ vroeg hij eindelijk, toen ze bleef zwijgen. Hij begon zich steeds ongemakkelijker te voelen.

Ze slikte, maar haar mond bleef vervelend droog. ‘Je hebt een zwaard nodig,’ antwoordde ze uiteindelijk.

‘Wát heb ik nodig?’

‘Een zwaard.’ En ik heb zuurstof nodig voor ik mezelf voor gek zet. Zo subtiel mogelijk haalde ze een keer diep adem.

‘Als ik een zwaard had, zou ik misschien in de verleiding komen om het te gebruiken.’ Het was een waarschuwing. Met zijn armen wijd draaide hij een keer rond. Ze lachte tenminste niet, troostte hij zichzelf. Maar ze moest toch zelf ook wel zien dat hij er belachelijk uitzag. ‘Goed, zeg het maar.’

‘Wat moet ik zeggen?’ Ze keek hem vragend aan. ‘Genade? Goed, dan zeg ik genade, of wat ze ook zeggen wanneer iemand zich overgeeft. Want ze gaf zich over. Helemaal. Ze had Jack altijd al een knappe man gevonden, maar nu ze hem zo zag staan, smolten haar knieschijven weg, samen met de rest.

Moest hij het dan werkelijk uit haar trekken? ‘Dat ik er idioot uitzie.’

Langzaam schudde ze haar hoofd, zonder haar ogen van hem af te halen. Hij zag er geweldig uit, maar hoe moest ze dat zeggen, zonder dat ze klonk alsof ze zo met hem het bed in wilde duiken? Maar gelukkig hoefde ze niets te antwoorden, want op dat moment kwam Emily binnenlopen in haar nachtjapon. Aan haar ernstige gezichtje te zien, had Jackie iets uitgespookt. Alweer.

Maar wat ze ook had willen zeggen, het kwam er niet uit. Met grote ogen keek ze naar haar vader. ‘Papa?’

‘Ja, ik ben het.’ De vloek die al op het puntje van zijn tong lag, slikte hij weer in. Hij begon zijn hoed en pruik af te zetten, maar halverwege de beweging bleef zijn hand steken toen ze hem vol ontzag bleef aankijken.

‘Papa, wat zie je er mooi uit!’ riep ze.

Zooey grijnsde, opgelucht dat de druk er even vanaf was. ‘Je vader gaat straks verkleed als Jack Sparrow,’ zei ze tegen het meisje.

Emily leek het direct te begrijpen, maar hij niet. ‘En wie is die Jack Sparrow?’

Jij, dacht Zooey. ‘Een piraat uit Pirates of the Caribbean,’ legde ze uit.

Dat klonk hem vaag bekend in de oren, maar riep nog steeds vragen op. Het leek wel of niets direct duidelijk was wanneer het de nanny van zijn kinderen betrof. ‘Die attractie in Disneyland?’

‘De film,’ corrigeerde ze hem. ‘Hij wordt gespeeld door Johnny Depp.’ Misschien hielp dat, dacht ze. Maar aan zijn gezicht te zien, was hij er niets wijzer van geworden. Hij keek waarschijnlijk nooit films. Nog iets wat ze moest veranderen. Uiteindelijk. Ze draaide zich om naar Emily. ‘Je vader vindt het geen kostuum voor hem. Hij wil het niet aantrekken.’ Het meisje reageerde precies zoals ze gehoopt had.

‘O, alsjeblieft, papa, trek het alsjeblieft aan. Je ziet er echt mooi uit.’

Zooey zakte door haar knieën. ‘Nou en of, hè?’ Daarna ging ze weer staan, vol vertrouwen dat ze de strijd had gewonnen. ‘Ga nu maar weer naar bed, Emily,’ zei ze. ‘Ik kom je over een paar minuten instoppen.’

Compleet vergetend waarvoor ze gekomen was, nog steeds kijkend naar haar vader, knikte ze, waarna ze snel wegliep.

Jack keek Zooey aan. ‘Je speelt niet eerlijk.’

Er kwam een grijns op haar gezicht; ze had gewonnen. ‘Ik heb nooit iets anders beweerd. En het staat je echt goed.’ Daarna schoot een gedachte door haar hoofd, en ze zei kalm: ‘Ik weet zeker dat Rebecca het met me eens zal zijn.’

‘Rebecca?’ herhaalde hij niet-begrijpend. ‘Hoe zou zij me moeten zien?’ Geen haar op zijn hoofd die eraan dacht zo het huis te verlaten, zelfs niet als het huis in brand stond.

‘Ik heb haar voor het feestje uitgenodigd.’ Het was niet gemakkelijk geweest, maar Rebecca woonde drie deuren verder. Het zou wel erg kinderachtig en jaloers overkomen als ze iedereen uit de straat zou uitnodigen, behalve haar.

‘Maar ze heeft geen kinderen,’ zei Jack, haar aanstarend.

Dat was een detail waar ze bijna aan toegegeven had. Maar ze had Bo en Carly ook uitgenodigd, en die hadden ook geen kinderen. ‘Nee, maar het feest is voor alle volwassenen en kinderen uit de straat.’ Lachend voegde ze eraan toe: ‘Ik dacht dat Emily misschien niet de enige was die hulp nodig had met sociale vaardigheden.’

Nu ging ze weer te ver. ‘Je bent hun nanny, niet die van mij.’

Zijn dreigende toon deed haar niets. ‘Beschouw het als een bonus.’

Misschien was botheid de enige manier om tot haar door te dringen. ‘Ik beschouw het als irritant.’

Even overwoog ze om het te laten rusten, maar zo zat ze niet in elkaar. Dus weer trotseerde ze hem. ‘Je hebt het volste recht om…’

Hij sloot zijn ogen even terwijl hij kracht verzamelde, dankbaar dat hij niet tegenover haar stond in een rechtszaal. Anders zou hij in de verleiding zijn gekomen om haar door de wringer te halen. ‘Je te ontslaan, ja. Dat weet ik.’ Daarna schonk hij haar een veelbetekende blik. ‘Misschien dat ik me daar op een dag aan houd.’

Onverstoord keek ze terug. ‘Dat weet ik.’

‘En toch ga je gewoon door.’ Ze was of heel dom, of een uitstekende pokerspeler. Waarschijnlijk het laatste.

Voor haar was het heel simpel. ‘Ik kan alleen maar mezelf zijn.’

‘Een lastpost?’

Ze knipperde niet eens met haar ogen. ‘En doen wat ik denk dat nodig is.’

Ze was om gek van te worden. Zijn geduld was bijna op. Maar verdorie, toch wilde hij haar kussen! Haar kussen en haar mond bedekken, zodat ze zichzelf in hem zou verliezen. Wat was er met hem aan de hand? Zo kende hij zichzelf niet. Zijn bloedsomloop werd waarschijnlijk afgesneden door de hoed en de pruik, besloot hij somber.

Dat veranderde niets aan het feit dat hij naar haar verlangde. Dat hij met haar wilde vrijen. Hij had ruimte nodig. Hij moest een raam openmaken om haar geur te verdrijven, die hem dol maakte. Het regende buiten, maar de vochtige wind zou hij als een verademing ervaren. ‘Je hebt Emily beloofd dat je haar zou instoppen.’

‘Dat weet ik.’

‘Het lijkt me het beste als je dat nu gaat doen,’ zei hij met geforceerde stem. Ga weg. Voor ik iets stoms doe, Zooey, smeekte hij inwendig.

Kalm lachte ze naar hem, alsof ze zijn gedachten had gehoord. ‘Ik ben al weg,’ mompelde ze.

Nadat ze de kamer verlaten had, liep hij direct naar het raam om het te openen en zo haar aanwezigheid te verdrijven.