Hoofdstuk 4
Carmen O’Brien had prachtige ogen, vond Nick. Chocoladebruin, glanzend en levendig. Maar toen ze weer binnenkwam, stonden ze dof en bezorgd. Hij wilde haar vragen wat eraan scheelde. Hij wilde haar nog veel meer vragen, eigenlijk. Deed Terri vervelend tegen je? Vond je die kus net zo fijn als ik? Wanneer zie ik je weer? Zullen we ons mooi aankleden en ergens naartoe gaan en even alle hamers en verf vergeten?
Cormack had echter vragen over de kastjes, en hij moest Ryan op zijn gemak stellen. Waarschijnlijk had zijn zoon ook honger. Er was geen tijd om de draad op te pakken van wat er zojuist in de kelder was gebeurd. Dus toen Carmen langs hem heen glipte in de richting van de keuken, volstond hij met een aai over haar arm. ‘Gaat het?’
‘Prima.’ Met een zorgelijke blik keek ze naar hem op. ‘Mijn zus doet lastig, dat is alles.’
Hij merkte dat ze naar hem toe leunde, onbewust, alsof ze niet helemaal vast op haar benen stond. De adem stokte in zijn keel nu hij voelde hoe sterk de aantrekkingskracht was. De haartjes op zijn arm gingen overeind staan, zijn hart sloeg op hol en ook de rest van zijn lichaam reageerde onmiskenbaar op haar nabijheid. Hij deed zijn best zich te concentreren op wat ze zei. Haar zus. ‘Ik heb er ook een paar,’ vertelde hij. ‘Lastige zussen. Ze wonen in Florida, niet ver van onze ouders. Ze zijn allebei getrouwd en hebben kinderen.’ Om de een of andere reden wilde hij dat ze dit soort informatie uitwisselden. Nu.
‘Ik wilde dat mijn zus in Florida woonde.’ Een vage glimlach speelde om haar lippen.
Ze leek hem niet echt meer te zien, dacht Nick. De gedachte aan haar zus nam haar kennelijk volledig in beslag. Hij vroeg zich af hoe hun relatie in elkaar zat.
‘Florida,’ vervolgde ze. ‘Alaska. De maan zou nog beter zijn. Maar ze is nog maar achttien jaar, dus ik zit nog even aan haar vast.’
Haar woorden klonken hard, maar de zucht die volgde maakte hem duidelijk hoeveel zorg erachter schuilging. Zoveel verantwoordelijkheid. Waarom was dat? Hadden de O’Briens geen ouders? Nieuwe vragen borrelden in hem op.
‘Pap?’
Over ouders gesproken…
‘Gaan we bijna eten?’ vroeg Ryan. ‘Ik heb honger. Echt heel erg veel honger.’
Zonder bruikbare keuken had Nick geen inkopen kunnen doen voor een uitgebalanceerde maaltijd. Om commentaar van Terri te voorkomen, had hij een campinggasje in de woonkamer gezet. Vanavond zouden ze kipburgers eten met een verplichte salade met geraspte wortel.
Het gevoel dat hij zich moest bewijzen vloog hem af en toe naar de keel. De afgelopen tien jaar was hij een prima vader geweest. Waarom zou Terri denken dat hij hun zoon niets anders voorschotelde dan fastfood? Waarom deed ze altijd alsof zij de enige was die zich bekommerde om Ryans welzijn?
Een paar maanden geleden nog had hij een veelbelovende relatie afgekapt omdat de vrouw in kwestie, een ambitieuze collega, niet had begrepen dat hij Ryan vaker wilde zien. De belangrijkste reden waarom hij zo hard aan zijn huis werkte, was dat hij er een tweede thuis voor zijn zoon van wilde maken. Een gezellig, warm, rommelig thuis waar hij zich meer welkom zou voelen dan tussen de kille, dure designmeubels waar Terri zo dol op was. Zoals Carmen had gezegd, nog geen halfuur geleden in de schemerige kelder: Ryan kwam op de eerste plaats. Waarom deed Terri alsof dat niet waar was?
Hij vertelde Ryan wat het plan was voor het avondeten.
‘Lekker, kipburgers!’
‘Wil je helpen om het eten klaar te maken? Het wordt een beetje kamperen dit weekend, tot de keuken weer bruikbaar is. Ik moet alleen nog even iets met Cormack bespreken. Vijf minuutjes, dan gaan we koken.’
Nick liep naar de keuken en hoorde Carmens stem. Terwijl hij was afgeleid door Ryan, was zij doorgelopen naar de keuken en ze sprak nu met haar broer. De frustratie van onafgemaakte zaken deed hem bijna fysiek pijn. Wat ze daarnet hadden uitgewisseld, met hun verfvingers in elkaar verstrengeld, was geen wegwerpkus geweest. Het betekende meer. Hij moest er iets mee. Maar hij moest ook iets met Ryan.
‘Je gaat niet lang met hem praten, hè? Als mam zegt dat iets vijf minuten duurt, zijn het er zo twintig.’
‘Ik zal mijn best doen, knul.’
‘Want ik moet iets belangrijks met je bespreken, pap. Ik wil een hond!’ De woorden kwamen eruit alsof hij zich weken had ingehouden en geen seconde langer kon wachten. ‘Een puppy, voor mijn verjaardag bijvoorbeeld.’ Over een paar maanden zou hij tien jaar worden. ‘Maar Jay zegt dat het niet de Kruger-manier is om zomaar om cadeautjes te vragen. Dat ik het moet verdienen. Ik moet goede cijfers halen en slagen voor mijn muziekexamen. Is dat ook de Davey-manier? Ik weet nog dat we een hond zouden nemen toen ik klein was, maar toen…’
Ryan was zes jaar geweest, bijna zeven, wist Nick, toen ze het over een puppy hadden gehad. Maar kort daarna had Terri verteld dat ze wilde scheiden en was het er niet meer van gekomen. En nu werd zijn zoon blijkbaar verscheurd tussen de Kruger-manier en de Davey-manier.
Zoals vaker het geval was, stond de manier waarop Terri en Jay kwesties aanpakten hem niet aan. Als het nou om een dure spelcomputer ging, was het wat anders. Maar een puppy… Was dat niet een geboorterecht van ieder kind? Mits je een tuin had en tijd om ervoor te zorgen natuurlijk. ‘We gaan erover praten zodra ik klaar ben met Mr. O’Brien,’ zei hij, even in Ryans schouder knijpend.
Binnen vier minuten wist hij zijn zaken met Cormack af te handelen. Rob en Carmen inspecteerden intussen de geleverde kastjes.
Even later gingen Ryan en hij helemaal op in het bakken van kipburgers boven een suizend campinggasje toen C&C Renovaties kwam melden dat het erop zat voor deze week en dat ze maandag terug zouden komen.
‘Tot ziens, Nick,’ zei Carmen vanuit de deuropening.
‘Oké,’ zei hij glimlachend. ‘Fijne avond.’ Hij zag dat ze teruglachte. Toen wendde ze echter haar blik af en bloosde. Het was hem niet duidelijk wat dat betekende. Maar hij was van plan daar binnenkort achter te komen.
Terwijl Carmen zaterdag rond het middaguur de oven stond schoon te maken, zag ze vanuit haar ooghoek dat Kate in een gekreukte roze pyjama blootsvoets de trap af kwam stommelen en via de kleine hal de woonkamer in ging. Te horen aan het gepiep van de veren in de bank was haar zus daar op neergeploft. Even later klonk het geluid van tekenfilms uit de kamer.
Met de koffiekopjes die nog op tafel stonden als excuus, ging Carmen de kamer binnen waar Kate op de bank lag. ‘Ik kan die pyjama wel voor je in de was doen,’ bood ze aan terwijl ze de vaat verzamelde. Zelfs op deze afstand kon ze ruiken dat dat geen overbodige luxe was.
‘Hoeft niet, Carmie.’
‘Wat zit je nou te eten?’
Kate hield onverschillig een halflege zak roze marshmallows omhoog. ‘Ontbijt.’
‘Kate, dat is –’
‘Niet weer, Carmen!’ zei Kate agressief. Ze pakte het boek dat op haar buik lag en hield het voor haar gezicht. ‘Als het nu lijkt alsof ik je negeer, dan klopt dat,’ vervolgde ze kil.
Lezen. Lezen is goed, dacht Carmen. ‘Wat lees je?’
‘Een boek over het kweken van viooltjes dat een klant in de zaak heeft laten liggen. Volgens mij is het in eigen beheer uitgegeven, want het is echt het slechtste boek dat ik ooit heb gelezen. Ik lach me rot.’
Carmen wist dat Kate een slimme meid was, maar ze deed niets met haar intelligentie. Met haar leven. Blijkbaar gaf het haar een prettig gevoel om anderen te bespotten. Niet erg sympathiek… Ze besloot deze gedachte voor zich te houden. Kate zou toch niet luisteren naar theorieën van haar bazige oudere zus.
Gapend stak Kate nog een marshmallow in haar mond, legde het boek terug op haar buik en staarde weer naar de televisie.’
‘Dus je bent het niet echt aan het lezen,’ zei Carmen tegen beter in. ‘Je bent alleen –’
‘Mijn leven aan het verprutsen, ja.’ Kate rolde met haar ogen. De telefoon ging, en ze vervolgde lui: ‘Dat is waarschijnlijk Courtney of zo. Neem jij even op?’
Natuurlijk, dacht Carmen. Tegen de tijd dat jij je luie kont van de bank hebt, heeft de voicemail het al overgenomen. Gefrustreerd holde ze naar de keuken en griste de hoorn van het toestel aan de muur. ‘Hallo?’
‘Hoi, spreek ik met Carmen? Nick hier. Nick Davey.’
Het bloed steeg naar haar wangen. ‘Ja, je spreekt met Carmen. Hallo, Nick.’ Tot nu toe niet echt een sprankelende conversatie, concludeerde ze grimmig.
Zijn stem klonk warm en schor en een tikje onzeker, wat een gevoelige snaar bij haar raakte. Ze dacht aan hun kus, de steelse blikken van de afgelopen dagen, zijn wond, de manier waarop hij neuriede tijdens het werk, hoe zijn vingers de koffiemok omsloten. Haar adem kwam met horten en stoten. En waarom knikten haar knieën plotseling zo?
‘Ik vroeg me af…’ begon Nick.
Blijkbaar had Kate de televisie harder gezet, of het verhaal van de tekenfilm bereikte een nieuw niveau van hysterie. Carmen bedekte haar vrije oor met haar linkerhand en haastte zich naar de keukendeur, waardoor ze het grootste deel van zijn zin miste.
‘…misschien uit eten?’
In de hal, waar het stiller was, plofte ze neer op de trap. ‘Sorry, wat zei je? Mijn zus heeft de televisie aan en ik hoorde dat laatste niet.’ En het eerste eigenlijk ook niet, dacht ze.
‘Ik zei dat ik dacht aan een etentje, maar jij mag het zeggen. Alleen iets drinken en naar de film kan ook.’
‘Sorry Nick, ik heb er eigenlijk helemaal niets van verstaan,’ bekende ze. Waarschijnlijk vraag je me mee uit, dacht ze, en klink je daarom zo schattig onzeker. Maar dat wil ik wel zeker weten, voor ik mezelf belachelijk maak. Bovendien heb ik even een momentje nodig om het juiste antwoord te formuleren. Tijd om op adem te komen. Om te beslissen of ik verstandig zal zijn of egoïstisch. En om me af te vragen wat die knikkende knieën betekenen. ‘Wil je je vraag alsjeblieft herhalen?’ Haar wangen prikten van een nieuwe blos.
Ze hoorde dat Kate in de keuken kastjes open en dicht deed, waarschijnlijk op zoek naar iets dat beter vulde dan marshmallows. Dat was prima. Alleen zou ze nu waarschijnlijk Cormacks donuts vinden, wat qua voedingsvezels geen grote verbetering was.
‘O, met chocoladeglazuur,’ riep Kate blij.
‘Misschien sla ik de plank mis,’ vervolgde Nick. Op de achtergrond klonk lawaai van iets dat omviel en de geschrokken kreten van een kind. ‘Excuseer me even,’ zei Nick, ‘Ryan, verdorie, waar ben je mee bezig?’
Aan het gedempte geluid hoorde Carmen dat hij zijn hand over de hoorn had gelegd, maar ze kon alles verstaan.
‘Ik was hindernissen aan het neerzetten.’
‘Binnen? We hebben toch een tuin!’
‘Daar kon ik niets vinden om hindernissen te bouwen.’
In de keuken leek Kate niet tevreden met haar donuts. ‘Ik voel me net de bodem van een vuilnisbak, bah,’ mompelde ze. ‘Ik had die marshmallows niet moeten opeten. Waar liggen de maagtabletten? Carmen? Jakkes, wat voel ik me beroerd. Die donut…’
‘Er ligt in de tuin een hele stapel uit elkaar gehaalde keukenkastjes,’ zei Nick tegen zijn zoon.
‘Ik dacht dat ik die niet mocht gebruiken omdat er spijkers uit steken.’
‘O ja, dat heb je goed gezien. Maar Ryan, wat maak je voor hindernissen?’
‘Voor een pony!’
‘Kijk nou, er is een hele hap uit het pleisterwerk doordat dat ding is omgevallen. Ik wil niet dat je binnen hindernissen neerzet. Over een paar minuutjes ga ik met je naar buiten om te kijken wat je wel kunt gebruiken.’ Hij haalde zijn hand van de hoorn. ‘Sorry, Carmen.’
‘Hebben de nieuwe kastjes het overleefd?’
‘Die heeft hij niet geraakt. Ik verontschuldigde me voor de onderbreking, niet voor de schade.’ Hij haalde diep adem. ‘Ik probeer je dus eigenlijk mee uit te vragen. Morgenavond.’
‘Morgenavond?’ Een groot deel van haar wilde ja zeggen. Het deel dat had getinteld toen hij haar kuste. Maar het andere deel sputterde tegen, het verstandige deel, het deel dat oververmoeid was, emotioneel gesloopt, de surrogaatmoeder van de jongste O’Brien.
Zij had Kate, hij had Ryan. De afgelopen jaren had ze meer dan genoeg familiecomplicaties meegemaakt. Ze zou wel gek zijn om daar nog meer van aan te halen.
‘O, verdorie, ik moet overgeven…’ Kate klonk niet alsof ze de wc zou halen.
‘Terri komt Ryan morgen om een uur of zes ophalen,’ zei Nick. ‘En ik moet iets met haar bespreken, de puppy-kwestie, al weet ik niet waarom ik je dat vertel.’
‘Nemen jullie een puppy?’ Carmen probeerde zijn uitleg te volgen terwijl ze dacht: Kate, hoeveel heb jij gedronken gisteravond als de kater nu pas toeslaat?’
‘Nee, nee. Tenminste, niet morgen. Als we er al eentje nemen. Sorry, dit is alleen maar extra verwarrend. Ik bedoel dat we waarschijnlijk even moeten praten over de puppy-kwestie wanneer ze Ryan komt ophalen. Daarom zeg ik het. Ik kan dus pas rond zeven uur bij je zijn om je op te halen. Maar als je zondagavond niet handig vindt, kunnen we het ook uitstellen tot vrijdag of volgende week zaterdag.’
‘Ja. Nee. Wacht even.’
‘Bedoel je dat zondagavond niet goed uitkomt?’
‘Ik bedoel dat de dag niet veel uitmaakt.’ Ze haalde diep adem. ‘Ik geloof dat ik dit niet kan, Nick. Mijn leven is te gecompliceerd en dat van jou ook, zo te horen. Ik vond het heerlijk gisteren, toen je me kus –’
‘Carmen?’ onderbrak Kate haar met een beverig stemmetje. ‘Carmen, kun je wat water voor me halen? En een handdoek?’
‘Ik moet ophangen, Nick.’
‘Carmen, wacht!’
‘De timing is gewoon verkeerd.’
‘Oké.’ Hij klonk nu gespannen. ‘Het ligt aan jou, niet aan mij, zo gaat dat zinnetje toch?’
‘Carmen, kom nou!’ zeurde Kate.
‘Het ligt aan ons allebei,’ zei ze vlug terwijl ze de keuken in liep waar Kate lijkbleek tegen het aanrecht hing. ‘Aan onze levens.’ Ze had geen zin eromheen te draaien; hij had recht op de waarheid. ‘Dat meen ik, het is niet zomaar een zinnetje. Ik vond het heerlijk om je gisteren te kussen. Het was fijn om –’
‘Loop je nou over zoenen te praten terwijl ik…’ jammerde Kate. ‘Geef me alsjeblieft wat water, Carmie. Ik geloof dat ik doodga.’
‘Het is echt niet zomaar een zinnetje,’ herhaalde ze terwijl ze naar het aanrecht liep, een glas uit het kastje pakte en het vulde met water.
‘Het klinkt alsof je heel wat te stellen hebt daar.’
‘Ja. Ja, dat klopt.’
‘Kraanwater?’ kreunde Kate.
‘Oké dan, tja,’ zei Nick. ‘Dus de keukenkastjes plaats je maandag?’
‘Eh, ja,’ antwoordde Carmen.
‘Nou goed, ik zie je dan.’
‘Ja, tot dan.’ Ze drukte het gesprek weg en draaide zich om naar Kate. ‘Inderdaad, kraanwater. Sorry.’ Het speet haar niet. Ze was kwaad op haar zus, en ze schrok van de hevigheid van haar emoties. ‘Tenzij je zelf onlangs mineraalwater in de koelkast hebt gezet?’
‘Nee…’
‘Dan krijg je dus kraanwater.’ Ze zuchtte, verward, spijtig en opgelucht tegelijk. ‘Katie, alsjeblieft…’
‘Geef me dat water nou maar en laat me met rust, oké? Ik ruim dit zelf wel op, dus je hoeft niet tegen me te schreeuwen.’
‘Ik ben niet boos over de rommel.’ Ik schreeuw tegen je omdat ik bang ben, dacht ze. En als je niet eens doorhebt dat ik net een ontzettend leuke man heb afgewimpeld vanwege jou…
Aan de andere kant was het eigenlijk wel zo prettig dat Kate niets aan haar had gemerkt.
Carmen en Nick deden maandag, dinsdag en woensdagmorgen hun uiterste best om elkaar te ontwijken terwijl ze allebei aan het werk waren in het huis. De aanwezigheid van Cormack en Rob was een welkome afleiding. Net als het lawaai. Je werd toch minder makkelijk persoonlijk als je je boven het geronk van boren en het geklop van hamers uit verstaanbaar moest maken. Dinsdag moest Carmen een ander project afronden, wat het nog eenvoudiger maakte een confrontatie te vermijden.
Woensdagmiddag waren ze echter allebei in het huis aan het werk. Nick schilderde de keldervloer lichtgrijs terwijl Carmen de planken in de nieuwe keukenkastjes bevestigde. O wat hadden ze het druk. Te druk om te praten over de kwestie die tussen hen in stond sinds dat telefoongesprek.
Rond vijf uur kwam Nick naar boven uit de kelder en kondigde aan: ‘De eerste laag zit erop.’
Carmen legde haar planken neer en vroeg impulsief: ‘Mag ik even kijken?’ Ze was gek op voor-en-na-situaties in opknappanden. Wat ze zich niet had gerealiseerd vóór ze haar vraag stelde, was dat ze ná de afdaling naar de kelder samen op een smalle traptrede zouden moeten staan.
‘Natuurlijk,’ antwoordde hij. ‘Maar het stinkt wel.’
‘Ik zal niet inademen.’ Ze zou waarschijnlijk überhaupt niet in staat zijn te ademen, dacht ze terwijl ze de trap afdaalde met Nick in haar kielzog. Ze besefte dat dit de eerste keer was dat ze weer samen hier beneden waren sinds vrijdagavond.
‘Verder kun je niet,’ waarschuwde hij, zoals verwacht. ‘De vloer is nog nat.’
In stilte bekeek ze de glanzende grijze vloer. Achter haar stond Nick, met een hand tegen de muur en de andere in zijn achterzak. Hoewel ze hem niet kon zien, wist ze precies hoe hij er nu uitzag, en ze kon zijn ademhaling bijna voelen. De verleiding was groot om ruggelings tegen zijn borstkas te leunen.
Hoe was het mogelijk dat ze zonder om te kijken precies voor zich zag hoe hij stond, alsof ze verbonden waren met dunne touwtjes? Hoe kon het dat ze zich nauwelijks kon herinneren waarom ze hem zaterdag over de telefoon had afgewezen, terwijl haar redenen op dat moment zo redelijk en verstandig hadden geleken?
‘Ziet er super uit,’ zei ze snel. ‘Veel schoner en lichter. Het plafond lijkt hoger zo. Je zou er een werkplaats van kunnen maken, of een speelruimte voor Ryan. Of, hé, je zou hier jullie puppy kunnen laten slapen in de winter.’
‘Terri en ik hebben het erover gehad. Ryan krijgt op korte termijn geen pup.’
‘Dan zal hij wel teleurgesteld zijn?’
‘Dat is hij zeker.’
‘Jammer hoor, volgens mij zijn huisdieren goed voor kinderen.’
‘Waarom zei je nee toen ik je mee uit vroeg, Carmen?’ vroeg hij plotseling.
Verdorie.
‘Zaterdag,’ voegde hij eraan toe, alsof daar verwarring over kon bestaan. ‘Aan de telefoon.’
‘Ik weet wat je bedoelt,’ zei ze hees. ‘Oké Nick? Ik weet het en ik… Ik moest daar net ook aan denken.’
‘Ik moet niet aandringen zeker.’ Hij klonk gefrustreerd. ‘Je hebt gewoon nee gezegd. Zoals mijn ex en haar man nee zeggen tegen een puppy. Einde verhaal.’
‘Nee, nee, niet einde verhaal.’ En ik ben niet zoals je ex, dacht ze erachteraan. Hulpeloos draaide ze zich naar hem om en zag de blik in zijn grijze ogen. Zijn strakke mond. ‘Wat ik zaterdag tegen je zei, was geen smoes. Het was de waarheid. Hoe kunnen we dit tussen ons een kans geven nu er zoveel speelt in onze levens? Mijn zus maakt er een zooitje van, en ik mag de scherven oprapen. Jij hebt net een nieuwe omgangsregeling met Ryan, waarbij hij vijf van de veertien dagen bij jou is. Hij is het belangrijkste in je leven, en je ex zal zo te zien elke reden aangrijpen om de regeling terug te draaien. Misschien kennen we elkaar nog niet zo goed, maar ik weet genoeg van je om te snappen hoe pijnlijk dat voor jou zou zijn. De timing is verkeerd. Hoe kunnen we dit nu laten gebeuren?’
Ze legde haar hand tegen zijn borst om hem op afstand te houden. Zijn nabijheid maakte het moeilijker om voet bij stuk te houden. Ze rook zijn mannelijke geur, voelde zijn warmte en zag hoe zijn lichaam zich aftekende onder zijn kleren. Haar aanraking veranderde onwillekeurig in een liefkozing toen ze de zachte stof van zijn T-shirt onder haar vingertoppen voelde.
‘Omdat we het willen,’ zei hij. ‘Jij wilt het net zo graag als ik. Dat is het enige wat telt, Carmen. Je zus en Ryan zijn belangrijk, maar dat is dit ook.’
Zijn hernieuwde zelfvertrouwen was hoorbaar in zijn stem, en ze zag het aan de manier waarop hij naar haar keek. Verdorie, hij wist dat ze hem nu niet van zich af zou duwen. Hulpeloos gleed haar hand naar de achterkant van zijn nek. ‘Ja,’ zei ze als in een roes, ‘dat is zo.’
Grommend trok hij haar tegen zich aan. ‘Ik wist dat ik me niet vergiste in ons,’ fluisterde hij in haar haar. ‘Toen ik je aan de telefoon had, was je zus bij je. En ik had Ryan in de buurt. Maar nu is er niemand. Alleen wij tweeën. Ik krijg je niet uit mijn kop, Carmen.’
‘Ik weet het,’ fluisterde ze. ‘Ik moet ook steeds aan jou denken.’
‘Ik heb over je gedroomd.’ Hij verstevigde zijn omhelzing. ‘Weet je wat jouw benen in mij losmaken als je die korte broek aanhebt? En heb je enig idee hoe goed je eruitziet in een strak rood shirtje? En de manier waarop je oorbellen heen en weer zwaaien als je aan het timmeren bent…’
Duizelig van verlangen leunde ze tegen hem aan.
‘Zelfs terwijl ik de deurpost van Ryans kamer stond te schaven, moest ik aan je denken. Het hout rook naar jou. Ik geloof dat ik nog nooit een vrouw zo’n onzinnig compliment heb gegeven: je ruikt naar hout. Maar het is waar en het is fijn. Ik stond daar, mijn ogen gesloten, de schaaf in mijn hand, en ik dacht aan jou. Aan de geur van je huid, aan alles wat we tegen elkaar hebben gezegd terwijl we aan het werk waren, en ik verlangde zo ontzettend naar je.’
‘Ik ook, het hele weekend. Ik was kortaf tegen Kate en Cormack.’
‘Maandag kon ik het bijna niet verdragen om samen met jou in één ruimte te zijn.’
‘Ik ook niet.’
‘Dinsdag was je er niet, dat vond ik verschrikkelijk. Ik dacht dat je het met opzet zo had geregeld om afstand te houden. En vandaag wilde ik al de hele ochtend met je praten, maar het goede moment kwam maar niet. Ik zag een paar keer dat je naar me keek…’
‘O… Ja, dat klopt.’ Haar blikken waren blijkbaar niet zo heimelijk geweest als ze had gedacht.
‘Maar vanmiddag ging je er zo hard tegenaan met die planken, alsof je niet kon wachten om het werk af te ronden en te vertrekken. Toen wist ik het echt niet meer. Het is soms moeilijk voor een man om te beslissen wat de juiste aanpak is.’
‘Heb je liever dat de vrouw het initiatief neemt?’
‘Nee, ik neem graag het initiatief.’ Hees voegde hij eraan toe: ‘Maar het is wel heel prettig als er positief op wordt gereageerd.’
‘Ik weet niet of ik wel de reactie geef die je wilt.’
‘Je lichaam wel. En je ogen. En je mond. Op dit moment kunnen al die complicerende familiefactoren me niks schelen.’ Hij kuste haar mondhoek.
Ze protesteerde met een licht gekreun en probeerde haar gezicht weg te draaien.
Dat stond hij niet toe. ‘Nee, Carmen.’ Zijn mond vond die van haar. Zelfverzekerd. Dominant.
Hij smaakte perfect, het voelde zo goed. Ze wist niet hoe het kwam, maar het klopte gewoon. Hier kon ze zich niet tegen verzetten. Niet nu. Haar lippen weken vaneen, en ze leunde tegen hem aan.
Onmiddellijk verdiepte hij zijn kus, omvatte haar gezicht met zijn handen en liet daarna zijn vingers door haar haar glijden.
Ze legde haar handen op zijn achterwerk en hoorde hem kreunen. Tot haar genoegen voelde ze hem hard worden. Een gevoel van bezitterigheid maakte zich van haar meester. Dat heb ik gedaan, het is voor mij.
‘Ik verlang zo naar je,’ fluisterde hij.
‘Mmm.’ Ze omklemde hem nog steviger tot ze hem hoorde kreunen van pijn en zich herinnerde dat hij gewond was. ‘O, ik doe je pijn!’
‘De wond is genezen, maar de plek is nog gevoelig. Je moet me niet te stevig vasthouden, dat is alles.’ Hij kuste haar nek en fluisterde in haar oor: ‘Op andere plekken mag je me wel hard aanpakken.’
‘Laat me eens kijken?’
‘Het gaat alweer.’ Hij trok een spoor van hete kussen naar haar sleutelbeen.
Ze hield hem tegen. ‘Stop nou, ik wil even kijken.’
‘Volgens mij wil je me gewoon bloot zien.’ Grijnzend hield hij zijn T-shirt omhoog. Daarna trok hij het uit en hing het over de trapleuning.
‘Nou ja, dat ook natuurlijk,’ mompelde ze bij de aanblik van zijn brede, gebruinde borstkas. Er zaten twee littekens op. Het nette ronde gaatje waar de kogel naar binnen was gegaan en de snee die de chirurg had gemaakt om de inwendige schade te herstellen. Beide littekens waren volledig genezen, maar ze waren nog wel rood en iets verdikt. Ontroerd streelde ze het ronde gaatje met haar vingertoppen. Hij was neergeschoten. Door een doorgedraaide gek in het halfdonker. Wat als de kogel hem een paar centimeter naar links had geraakt en zijn hart had doorboord?
‘Het gaat goed, Carmen, echt.’
‘O Nick…’ Dan had ik je nooit ontmoet. Ze sprak haar gedachte niet uit, maar de emotie sprak uit de manier waarop ze zijn gezicht in haar handen nam en hem kuste alsof dit hun laatst momenten op aarde waren. Bijna ruw duwde ze zijn lippen uiteen en vond met haar tong die van hem. Ze vergat adem te halen.
‘Hé,’ mompelde hij. ‘Hé, moet je huilen?’
‘Een beetje.’
‘Waarom?’
‘Nergens om. Het leven. Het lot. Die littekens.’
‘Ze zien er heftig uit, hè?’
‘Ja. Ik dacht wat er zou zijn gebeurd als die kogel –’
‘Stil.’ Hij legde zijn vinger op haar lippen. ‘Niet zeggen.’
‘Je kunt me beter nog een keer kussen.’
‘Dat wil ik ook, maar niet als je ervan moet huilen.’
‘Kus me. Ik weet niet wat dat is met die kelder van jou, Nick Davey. Kus me nou maar.’
Zijn mond vond die van haar weer. Hij hield haar stevig tegen zich aan en duwde toen zijn dij tussen haar benen.
Verlangend leunde ze tegen hem aan, volledig bereid voor eeuwig in zijn armen te blijven. Haar borsten werden bijna geplet tegen zijn borstkas, zo stevig hield hij haar vast.
Met één hand omvatte hij een borst en streelde de tepel die door de stof van beha en T-shirt heen priemde. ‘Doe uit,’ mompelde hij hees. ‘Ik wil je voelen.’ Zijn handen gleden onder haar T-shirt, en hij maakte haar beha los.
‘In één beweging trok ze beide over haar hoofd.
Terwijl hij haar bleef aankijken, maakte hij een prop van de kledingstukken en gooide ze omhoog. Ze bleven boven aan de trap liggen, voor de open deur naar de keuken. Eindelijk raakte hij haar aan. Eerst de ene tepel, daarna de andere. Licht, niet meer dan een vluchtige streling.
Carmen kon zich niet bewegen. Sprakeloos keek ze naar zijn handen, die iedere centimeter van haar lichaam tot leven brachten.
Met gebogen hoofd liet hij zijn warme tong over haar borsten gaan.
Naar adem happend drukte ze zijn gezicht tegen haar natte, tintelende tepels. Meer, ze wilde meer.
Gretig nam hij haar tepel in zijn mond en zoog er hard op tot hij voelde dat ze begon te beven. ‘Kom mee naar bed,’ zei hij schor. ‘Ik wil je nu, Carmen. Ik kan niet wachten, voel maar.’
‘Ja,’ hijgde ze. ‘Ja, ik wil jou ook. Nu.’
Haar mobieltje, dat in de keuken lag, ging over.
‘Niet opnemen.’ Hij tilde haar een stukje op en hield haar stevig tegen zich aan. ‘Alsjeblieft.’
Ze voelde dat hij trilde van verlangen. Duizelig van begeerte legde ze haar hoofd op zijn schouder. ‘Nee.’
‘Laten we naar boven gaan.’
‘Ja.’
De telefoon was eindelijk stil.
Boven aan de trap trok hij haar tegen zich aan en kuste haar opnieuw, zijn borsthaar kriebelde haar naakte borsten. Ze streelde zijn rug en schouders alsof ze er geen genoeg van kon krijgen en wenste dat hij opnieuw haar tepel in zijn mond zou nemen.
Haar mobieltje ging opnieuw.
Nick vloekte.
‘Ik moet even opnemen,’ zei ze gespannen.
‘Nee. Waarom?’
‘Omdat het waarschijnlijk Kate is. Met haar vrienden sms’t ze, maar als ze mij wil spreken, blijft ze om de twee minuten op de herhaaltoets drukken tot ik opneem.’
‘Ik dacht dat je haar zus was.’
‘Dat ben ik ook.’ Carmen keek hem niet-begrijpend aan terwijl de telefoon zijn irritante ringtone liet horen.
‘Je klinkt meer als haar slaafje.’
Carmen sloot haar ogen. ‘Laat me dit gesprek even aannemen. Daarna zal ik het uitleggen.’ Ze griste haar mobieltje van het nieuwe aanrecht en zag het nummer van haar zus, zoals verwacht. ‘Ha Katie, wat is er?’ Ze voelde zich een beetje ongemakkelijk met haar ontblote bovenlichaam en hield haar arm beschermend voor haar borsten die nu koud aanvoelden.
‘Wat is er met jou aan de hand, zal je bedoelen,’ zei Kate. ‘Jij bent er niet, Cormack is er niet en ik ben mijn sleutel vergeten.’
Zwijgend raapte Nick Carmens T-shirt en beha op. Een rode prop in zijn ene hand, zwart kant in de andere.
‘Dus je bent thuis?’ Carmen schudde haar hoofd naar het zwarte kant, die zou ze nooit aankrijgen terwijl ze telefoneerde. De rode prop pakte ze aan.
‘Ik zit voor de deur,’ antwoordde Kate. ‘Waarom ben je zo laat? Ben je al onderweg? Ik heb honger en ik kan niet naar binnen.’
‘Nee, ik ben nog niet onderweg.’ Ze wist het T-shirt over haar hoofd te trekken en wurmde een arm in een mouw. Daarna pakte ze haar telefoontje over.
‘Wanneer kom je dan? Je klinkt zo gek. Waar ben je?’
‘Kate, ik kan niet iedere keer dat jij je sleutel vergeet in de auto springen en meteen naar huis rijden.’ Ze stak haar andere arm in de mouw.
Nick kwam voor haar staan en trok het T-shirt glad.
De plagerige aanraking van haar borsten, kwetsbaar zonder beha, bezorgde haar kippenvel. Fronsend schudde ze haar hoofd. Haar zus had de stemming bedorven.
‘Ik ben ze vergeten omdat jij nog een boodschappenlijst schreeuwde toen ik vanmorgen weg moest,’ klaagde Kate.
‘Nou ja, je zou zelf ook af en toe een boodschap kunnen doen. Als er geen melk meer is, zou je best –’
‘O nee, les 305: Je Mag Wel Eens Wat Meer Meehelpen In Huis. Wacht even. Met wie?’
Het was korte tijd stil.
‘Laat maar,’ klonk Kates stem weer. ‘Cormack is er.’
‘Kate –’
‘Les 306, Het Egoïsme Van Kate Die Haar Sleutel Vergeet, moet maar wachten tot je thuis bent, goed?’ onderbrak Kate haar sarcastisch. ‘Ik zal klaarzitten met pen en papier om aantekeningen te maken, als de ijverige studente die je graag wil dat ik ben.’ Ze hing op.
Carmen liet haar telefoontje zakken en keek er woedend naar. ‘Je bent soms een secreet, Kathleen O’Brien!’
‘Ik denk niet dat ze dat heeft gehoord,’ merkte Nick op. Hij leunde tegen het nieuwe aanrecht en keek haar doordringend aan.
De keuken was fantastisch geworden, dacht Carmen. De kastjes met hun glazen deurtjes, het granieten aanrechtblad, de roestvrijstalen gootsteen, een houten vloer en gloednieuwe apparatuur. Ze zouden hier een heerlijke maaltijd in elkaar moeten draaien in plaats van verscheurd worden tussen liefde en familieperikelen.
‘Nee,’ gaf ze toe. ‘Kate had al opgehangen. Ze is ook een slím secreet. Ze slaat me om mijn oren met mijn eigen uitspraken. Daar heb ik zo’n hekel aan.’
‘Waarom pik je dat? Wie heeft haar opgevoed tot iemand die met niemand rekening houdt? En waarom krijg jij het allemaal op je bord?’
‘Omdat Cormack er nog slechter mee kan omgaan dan ik, zorgt hij dat hij zo min mogelijk thuis is.’
‘Maar –’
‘Je vraagt je af welke rol mijn ouders spelen?’
‘Leven ze nog?’
‘Nee,’ zei ze plompverloren. ‘Niet meer.’
Hij liet de informatie even bezinken. ‘Dat spijt me voor je. Maar nu snap ik de situatie beter.’
‘Het is ook niet in drie zinnen uit te leggen. Misschien is het mijn schuld dat Kate zo onbeschoft is, maar ik ben ook maar tien jaar ouder dan zij. Niet oud genoeg om haar moeder te zijn. Ik heb die rol op me genomen omdat ik geen keus had. Wíj hadden geen keus, Cormack en ik. Wij waren de oudsten, en er was niemand anders. Sorry, ik geloof dat ik niet zo duidelijk ben.’
‘Nog niet.’
Ze keken elkaar verward aan.
‘We weten eigenlijk niet zoveel van elkaar, hè Nick? En ik vertel het nu ook helemaal verkeerd.’
‘Begin dan opnieuw. Ik wil het graag begrijpen.
‘We waren toch met iets anders bezig?’ Ze zag dat zijn blik over haar lichaam gleed en bleef rusten op haar borsten. Haar mond tintelde nog van zijn kus, en ze rook nog steeds zijn geur.
‘Denk je dat je weer gebeld wordt als Kate zo ontdekt dat je geen melk en diepvriespizza’s hebt gehaald?’
‘Waarschijnlijk wel.’ Ze keek naar zijn ontblote bovenlijf met de littekens en besefte dat ze hem daarnet behoorlijk pijn moest hebben gedaan toen ze hem zo stevig had vastgehouden. En dan ook nog haar zus als stoorzender. Dit werd niks.
‘Geef me je mobieltje,’ zei hij.
‘Ga je mijn zus bellen om haar eens goed de waarheid te vertellen?’
‘Nee, ik ga pizza’s voor ons bestellen, en daarna zet ik je telefoon uit. Vervolgens trek ik wat biertjes open, of misschien een fles wijn, en dan gaan we zitten en eten en praten. Als jij het goedvindt.’
Langzaam knikte ze. ‘Ik heb geen haast om naar huis te gaan.’
‘En hoewel ik daarnet misschien een andere indruk heb gewekt, Carmen, heb ik geen haast om je in bed te krijgen.’
‘Nee?’
‘Ik kan best een uur wachten. Of twee. Terwijl jij me vertelt hoe het komt dat een achtentwintigjarige die keihard werkt samen met haar broer in een moeilijke branche de puberstreken van haar onhebbelijke zusje moet opvangen.’