Hoofdstuk 11

 

 

 

‘Hé, grote jongen!’ Ryans stiefvader kneep hem in zijn schouder.

‘Hallo, Jay. Dag pap.’ Ryan glipte langs Jay het imposante huis van zijn moeder en stiefvader binnen.

Waarschijnlijk had hij trek, dacht Nick toen hij zag dat zijn zoon zijn rugzak in de enorme hal op de grond gooide en haastig doorliep naar de keuken op restaurantformaat om te kijken wat er zo lekker rook. Blijkbaar kookte Terri op zondagavond zelf, al liet ze de rest van de week haar huishoudster de maaltijd bereiden of gingen ze uit eten. Zoals deze mensen leefden, kwam op hem over als een andere wereld.

Enerzijds deed het hem plezier dat Ryan zo makkelijk van de ene situatie in de andere stapte. Anderzijds kwetste het hem dat beide werelden blijkbaar inwisselbaar waren.

‘Leuk weekend gehad?’ vroeg Jay. Hij was een tengere, conservatief geklede man van tegen de veertig met haar dat al grijs kleurde. Hoewel Nick boven hem uittorende, voelde hij zich duidelijk superieur.

‘Ja hoor,’ zei Nick. ‘We zijn naar een honkbalwedstrijd geweest en we hebben zelf ook nog een balletje geslagen. O ja, Ryan heeft nu in de tuin een eigen plekje om groente te verbouwen.’

‘Dat klinkt prima,’ zei Jay goedkeurend. ‘Daar leren kinderen veel van.’

‘Ja, dat ook.’ Nick had het meer vanwege het plezier gedaan. Hij maakte aanstalten om te vertrekken. Jay en Terri vroegen hem nooit binnen, en dat vond hij prima. Hij nodigde Terri ook nooit uit om verder te komen. Op deze manier ging het uitstekend, al zou hij niet beweren dat de verhoudingen vriendschappelijk waren.

Het kwam dan ook als een verrassing toen Jay plotseling zei: ‘Blijf nog even, Nick.’

‘Oké.’ Hij wachtte af.

‘Wil je even binnenkomen voor een borrel?’

‘Dat zou ik wel willen, maar ik heb zo een afspraak.’ Hij moest over twintig minuten bij Carmen zijn om haar op te halen voor hun etentje. De gedachte alleen al bezorgde hem vlinders in zijn buik. Hij had geen idee wat ze wilde vertellen, maar het moest belangrijk zijn.

‘Dan houd ik het kort. Je bent een goede vader, Nick.’

‘Wat…’

Jay lachte toen hij de achterdocht op Nicks gezicht zag. ‘Je kijkt alsof je een adder onder het gras verwacht.’

‘Die zit er ook, neem ik aan?’

‘Ik weet niet hoe jij zult reageren op dit nieuws, maar persoonlijk ben ik in de wolken.’

Ging dit nog steeds over die pony, vroeg Nick zich af.

‘Terri wilde dat ik het je zou vertellen,’ vervolgde Jay. ‘Ze is zwanger. We wilden de resultaten van de prenatale test afwachten voor we het wereldkundig zouden maken, maar alles is in orde. Het is een jongen, en Terri is eind november uitgerekend.’

‘Gefeliciteerd. Dat is fantastisch nieuws.’

‘Toen ik het hoorde, besefte ik ineens dat ik veel te veel druk op Ryan heb uitgeoefend de afgelopen jaren.’

Aha. ‘Maar binnenkort heb je een eigen zoon die de familietradities zal voortzetten, dus daar heb je die van mij dan niet meer voor nodig,’ begreep Nick.

‘Ik zal hem nergens toe dwíngen,’ corrigeerde Jay. ‘Iets wat ik onbewust wel heb gedaan. Als dat je afkeer heeft gewekt…’ Abrupt stak hij zijn hand uit. ‘Dan heb je groot gelijk, en ik bied je mijn verontschuldigingen aan.’ De mannen schudden elkaar de hand als presidenten van vijandige landen die de vrede bezegelden. ‘Ryan is een prima knul,’ besloot Jay. ‘Ik geef veel om hem.’

‘Niet op mijn manier,’ bromde Nick.

Jay knikte. ‘Hij heeft gelijk dat hij loyaal is aan zijn vader, en ik bewonder hem daar om. En hij zal niet het onderspit delven als de baby geboren is. Daar geef ik je mijn woord op als Kruger. Zoals ik al zei: je bent een goede vader. Ik hoop dat ik dat ook ben.’

Nick vond het nogal geforceerd klinken, maar hij zag dat de man het meende en wist er nog wat felicitaties uit te persen. ‘Heb je het Ryan al verteld?’ vroeg hij.

‘Nog niet. Hoe denk je dat hij zal reageren?’

‘Behoedzaam. Maar als de baby eenmaal geboren is, weet ik zeker dat hij er dol op zal zijn.’ Hij grinnikte. Als hij dacht aan hoe Ryan met Smoking omging, kon het niet anders of zijn zoon werd een fantastische grote broer.

‘Dat zegt Terri ook.’ Jay grinnikte nu ook.

‘Ach ja, er zijn een of twee dingen waar zij en ik het over eens zijn,’ beaamde Nick. Hij keek op zijn horloge.

‘Je moet weg,’ zei Jay. ‘Laat me je niet ophouden.’

‘Feliciteer Terri van me.’ Hij begreep dat ze zich expres niet liet zien. Meestal kwam ze zelf aan de deur wanneer hij Ryan terugbracht, maar blijkbaar had ze niet geweten hoe hij zou reageren op hun nieuwtje, vandaar dat ze Jay dit keer had afgevaardigd. Ze wist al maanden dat er een baby onderweg was, besefte hij. Waarschijnlijk had ze het ook al geweten toen ze had toegezegd dat hij Ryan vaker mocht zien, de dag dat hij Carmen had ontmoet.

Ze had zich geen zorgen hoeven maken over zijn reactie op haar zwangerschap. Hij was alleen maar blij dat de druk op Ryan minder groot zou zijn, en misschien zou hij zijn zoon nog vaker mogen zien van Terri als de baby er was.

Met nieuwe moed reed hij naar Carmen, vast van plan om hun relatie te redden – wat ze hem ook wilde zeggen.

 

Nick had haar nog nooit opgedoft gezien, besefte Carmen toen ze de deur voor hem opendeed in een rode, nauwsluitende jurk en de glinstering zag in zijn ogen. Haar huid begon te tintelen toen hij bewonderend floot. Ze voelde meteen de instinctieve aantrekkingskracht tussen hen. Het was nog maar twee dagen geleden dat ze hem had gebeld en vier dagen geleden dat ze boos uit elkaar waren gegaan, maar ze verlangde naar hem alsof hij een jaar aan het front had gevochten.

‘Je had gelijk,’ zei hij. ‘Je bent toch een meisje.’

Ze lachte gespannen. ‘Af en toe moet ik mezelf daar even van overtuigen. Vandaag toevallig ook.’ Ze had zich extra mooi aangekleed om zich sterk en zelfverzekerd te voelen. Tot nu toe werkte die methode niet echt.

‘Dat zie ik graag.’ Zijn blik bleef rusten op haar decolleté.

Carmen had het gevoel dat haar borsten door de zwangerschapshormonen nu al groter waren dan een paar weken geleden, maar als dat hem al opviel, hield hij het voor zich. Zijn ogen gleden naar haar hoge hakken en daarna naar haar bungelende oorbellen, haar opgestoken haar en de make-up die Kate royaal had aangebracht. ‘Misschien had ik het niet moeten doen,’ sprak ze haar twijfel uit.

‘Ben je mal!’

‘Misschien geef ik zo een verkeerd signaal.’

‘Elke verdraaide centimeter van je lichaam geeft verkeerde signalen, Carmen.’ Hij kwam dichterbij, alsof hij haar uitdaagde hem aan te raken. ‘Elke centimeter, zelfs als je een oude spijkerbroek draagt, onder het zaagsel zit, geen make-up op hebt en je haar met een vuilniszakbindertje hebt vastgemaakt.

‘Dat heb ik maar één keer gedaan, alleen omdat mijn elastiekje was geknapt,’ zei ze ademloos.

‘Je snapt best wat ik bedoel.’ Zijn mond was vlak bij die van haar.

‘Niet doen,’ zei ze.

‘Waarom niet, als ik het zo graag wil?’ Hij streelde haar wang en blies zacht tegen de gevoelige huid onder haar oor. ‘En jij ook, dat weet ik zeker.’

‘Omdat dit niet is waarom we elkaar zien vanavond.’

‘Maar dat zou je best willen.’

‘Nee.’ Ze sloot haar ogen en zocht naar de kracht om hem van zich af te duwen terwijl ze zijn mond in haar nek voelde en zijn vingers haar sleutelbeen streelden. Ze bleef echter staan en voelde de aarde bewegen. Het hele universum draaide wanneer ze bij deze man was.

‘Carmen…’ Hij kuste haar dwingender. Zijn tong beroerde haar onderlip en daagde haar uit haar mond voor hem te openen. Haar hulpeloze gekreun ervoer hij als een overwinning. Hij sloeg zijn armen om haar heen en genoot met groeiende opwinding van haar warme, zachte lichaam tegen dat van hem. ‘Zijn Cormack en Kate thuis?’ vroeg hij.

‘Ja.’

‘Zullen we toch naar binnen gaan?’

‘Nee, we moeten eerst praten. Niet éérst, we moeten praten,’ herstelde ze zichzelf. ‘Niet doen, Nick.’

‘Volgens mij ben ik niet de enige die iets doet, liefje.’

‘Maar ik doe mijn best te stoppen. Ik wil niet.’ Ze voelde zijn handen over haar rug naar beneden glijden terwijl een regen van hongerige kussen neerdaalde op haar gezicht.

‘Waarom niet?’

‘Omdat dit niet genoeg is,’ wist ze uit te brengen. ‘Dit maakt niet alles goed wat verkeerd is.’

‘Jawel! We moeten eraan werken, niet opgeven.’

‘Dat kan ik niet. Ik weet niet hoe.’

‘Dus dan gooi je alles maar weg?’

‘Ik zie geen andere mogelijkheid.’

‘Er is altijd een andere mogelijkheid. Als het gevoel zo sterk is als tussen ons, Carmen, moet je gewoon het risico nemen en –’

‘Nee! Stop.’ Bevend duwde ze hem weg en liep naar zijn auto, die voor het huis geparkeerd stond.

Hij volgde haar. ‘Wil je wel uit eten?’ Zijn stem klonk boos en verward. ‘Waar is dat dan nog goed voor?’

‘Ik heb honger,’ beet ze hem toe. Ze wilde niet zeggen: ik ben zwanger. Zo wilde ze hem het nieuws niet vertellen.

Ze wisselden nauwelijks een woord onderweg naar het restaurant, een steakrestaurant in de buurt. Het was een van Cormacks favorieten omdat het eten er fantastisch was, maar de buurt was minder. Carmen informeerde naar zijn weekend met Ryan, maar hij wilde er niet veel over kwijt. ‘Vraag het me morgen nog maar eens, ik moet eerst over een aantal dingen nadenken.’

Op de parkeerplaats van het restaurant vroeg Carmen zich af of ze haar nieuws nu vast zou vertellen, voordat ze naar binnen gingen. Of zou ze wachten tot hij een biertje had gedronken? En hoe zou ze het vertellen? Ze vormde zinnen die bleven steken in haar keel. Hoe vertelde je iets zo groots als je geen idee had hoe de vader van je kind zou reageren? Als je zoveel van hem hield, maar hem toch op afstand moest houden?

Ze werd met de minuut onzekerder. Nicks nabijheid maakte haar duizelig en zorgde dat ze dacht dat hij misschien gelijk had. Dat die aantrekkingskracht het enige was dat telde. Maar dat was niet zo. Ze moest sterk zijn.

Er was iets aan de hand in een hoek van het uitgestrekte parkeerterrein, bemerkten ze toen ze naar de ingang van het restaurant liepen. Carmen zag een patrouillewagen en twee jonge agenten die in gesprek waren met een man in een wijde jas en met een vormeloze hoed op.

‘Wacht even,’ mompelde Nick. ‘Ik ken die jongens.’ Hij draaide zich om en liep in de richting van de groep mannen die steeds luider begonnen te praten.

Carmen greep zijn arm. ‘Je hoeft niet in te grijpen.’

Hij keek opzij. ‘Ik grijp niet in, ik ga alleen even kijken of ze hulp nodig hebben.’

‘Ze kunnen het best alleen af. Morgen trek je je uniform weer aan, niet vanavond. Je hebt nu vrij.’

‘Die jongens zijn nog niet zo ervaren.’

‘Zo te zien hebben ze de situatie onder controle. Kunnen we nu alsjeblieft gaan eten?’ Ze hoorde hoe vijandig ze klonk, terwijl ze eigenlijk gewoon bang was. Bang voor de dingen die ze niet onder controle had: zijn actiebereidheid en haar eigen emoties.

Nadat Nick was blijven staan, keek hij haar onderzoekend aan. ‘Is dit dezelfde ruzie die we al twee keer eerder hebben gehad? Dat ik geen onnodige risico’s moet nemen?’

‘Natuurlijk! Je gaat je bemoeien met een situatie waar je buiten kunt blijven. Maar nee, jij ruikt de kans om de held uit te hangen.’ Haar stem brak. ‘En je negeert mijn angst.’ Net als mijn vader, dacht ze.

Nick keek haar rustig aan, zijn lichaam gespannen als een veer. ‘Je vergist je, Carmen. Dit keer vergis je je. Nu ben ík niet degene die moet veranderen.’

‘Ik ben bang,’ fluisterde ze.

‘Dan is jouw angst het probleem waarvoor we een oplossing moeten zoeken,’ zei hij vriendelijk. ‘Niet mijn handelen.’ Hij kneep even in haar schouders en draaide zich om naar zijn collega’s.

Carmen greep zijn arm. ‘Alsjeblieft Nick, kijk, die man heeft zijn handen in de lucht. Hij is ongewapend. Ze laten hem gaan. De agenten stappen weer in hun auto. Het is voorbij. Zullen we nu gaan eten?’

Nick wendde zijn blik niet af van de man die zijn collega’s hadden laten gaan. ‘Wacht…’ mompelde hij. ‘Wat heeft hij onder zijn jas? Hier klopt iets niet.’ Terwijl de agenten wegreden, hield hij de man in de gaten.

De zwerver liep naar een steeg die leidde naar een aantal grijze gebouwen nabij het spoor. Plotseling bleef hij staan, keek onder zijn wijde jas en mompelde wat.

Terwijl het bloed in haar oren suisde, meende Carmen het gemiauw van een zwerfkat te horen.

‘Wacht…’ mompelde Nick weer. Zonder waarschuwing trok hij zich los en begon te rennen, soepel en geluidloos.

Carmen verstond niet wat hij nog zei. Ze zag dat de man in de lange jas op het punt stond te verdwijnen in de duisternis van de steeg. Waarom ging Nick achter hem aan? Daar was geen reden voor. De man was al ondervraagd en gecontroleerd op wapens. Ze opende haar mond om iets te zeggen, maar er kwam geen geluid over haar lippen.

Ik ben weg als je terugkomt, wilde ze zeggen. Het gaf niet dat ze de woorden niet had uitgesproken. Hij zou het wel merken als hij over een paar minuten terugkwam. Ze zag dat hij de steeg in was gegaan, zonder nog om te kijken. Alsof hij haar volledig was vergeten. Wat kon er zo belangrijk zijn dat hij die man bleef achtervolgen?

Ze liep het korte stukje naar een weg met meer verkeer waar ze een taxi kon aanhouden. Haar angst maakte plaats voor woede. Nick Davey was de vader van haar baby, al wist hij dat nog niet, en voor de derde en belangrijkste keer in hun relatie had hij haar smeekbeden genegeerd en ervoor gekozen de held uit te hangen.

 

Wat verborg die man onder zijn jas? Het klonk als Smoking, maar Nick wist bijna zeker dat het geen kat was.

De twee agenten waren al weg en hij maakte zich geen illusies over Carmen. Hij wist dat ze niet op hem zou wachten, maar hij had geen keus. Hij kon zich niet veroorloven de man uit het oog te verliezen. Daarom had hij niet eens kunnen omkijken voor een laatste blik op Carmen. Al zijn antennes stonden op scherp. Hij zou durven zweren dat de man met het vervuilde haar en schoenen zonder veters zich uit de voeten maakte met een levende baby onder zijn jas.

De man merkte niet dat hij werd achtervolgd. Nick besefte maar al te goed dat hij ongewapend was en dat het even geleden was dat hij zo’n actie bij de hand had gehad. Hij besloot voorzichtig te zijn en pas in actie te komen wanneer hij de situatie volledig doorzag.

Ten eerste bleek uit de manier waarop de man zich voortbewoog dat hij dronken, high of psychisch gestoord was. Of alle drie tegelijk. Er kwam een waterval van woorden uit zijn mond, en hij stopte een paar keer om iets te verschikken onder zijn jas. Zijn handelingen zagen er teder uit. Dat was een goed teken, dacht Nick. De man was niet van plan de baby iets aan te doen. Dat kon echter zo omslaan, wist hij. Een paranoïde gedachtegang kon leiden tot irrationele acties.

Wanneer hij de man aansprak, zou deze dat misschien zien als een aanval op de baby. Geen confrontatie, besloot hij. Maar waar ging die kerel heen?

De laatste keer dat hij had gepatrouilleerd in deze buurt, had hij een aantal illegale kraakpanden gezien. Woonde de man daar? Of in dat smerige pension?

Hij volgde hem op veilige afstand en liep achter hem aan de steeg uit en een verlaten zijstraat in. Opnieuw hoorde hij het gemiauw. Onwillekeurig dacht hij: Carmen, als je hier was, zou je snappen waarom ik hem volg.

Voorzichtig verkleinde hij de afstand tussen hen, maar hield in toen de man stil bleef staan onder een straatlantaarn en weer onder zijn jas keek. Duidelijk zichtbaar in de straatverlichting was de ronde vorm van een hoofdje, bedekt met een ziekenhuismutsje.

Verdorie, het was een baby! Zo te zien was het kindje niet meer dan een paar dagen oud.

De man liep verder. Blijkbaar had hij de baby in een buikdrager, want hij had zijn handen vrij. Die had hij in de lucht gestoken toen de agenten wilden zien of hij een wapen had. Ze hadden hem moeten fouilleren, dacht Nick kwaad. Ze hadden die bobbel onder zijn jas moeten signaleren.

Omdat de man in de lange jas nog steeds niet leek te merken dat hij werd achtervolgd, durfde Nick het aan om nog dichterbij te komen. Hij liep nu een meter of tien achter hem.

De man sloeg de hoek om en liep een straat in met vervallen houten woningen met kleine voortuintjes en houten buitentrappen die leidden naar een appartement op de eerste verdieping. Bij het vierde huis verliet hij de stoep en liep naar de trap. Hij keek om, zag Nick en bleef met zijn voet op de onderste trede staan.

‘Alles onder controle, maat?’ vroeg Nick vriendelijk.

‘Ja hoor, het gaat alweer.’

‘Kan ik je ergens mee helpen?’ Hij stond nu zo dichtbij dat hij de onaangename lichaamsgeur van de man rook.

‘Kijk uit!’ Beschermend legde de man een arm om het bundeltje op zijn buik.

‘Ik vroeg me alleen af of ik iets voor je kan doen.’ Nick volgde hem de trap op. ‘Zo te zien heb je daar je handen vol aan. Wacht er boven iemand op je?’

‘Ik kan het prima aan.’ De man liep door.

‘Ik heb anders destijds heel wat luiers verschoond,’ zei Nick nonchalant. ‘Mijn zoon is nu bijna tien jaar, maar ik weet nog hoe pittig het soms is om voor een baby te zorgen.’

‘Het lukt best. Komt allemaal goed.’

‘Nou ja, ik dacht dat je daarnet op dat parkeerterrein even in de problemen zat.’ Het parkeerterrein. Carmen. Waar ben je nu, Carmen? Hij vocht om zich te concentreren op de man die voor hem stond.

‘Geen problemen,’ zei de man. ‘Het gaat prima. Ik heb mijn zoontje hier, net uit het ziekenhuis, en niemand pakt hem van me af. Daar zal ik wel voor zorgen. Weet je hoe?’ Hij glimlachte sluw. ‘Wil je zien hoe ik daarvoor zorg?’ Hij stopte zijn hand in de buikdrager.

Nicks hart begon te bonken toen hij de glinstering van metaal zag. De man had een klein, scherp mes in zijn hand. Het lemmet rustte op het babyblauwe mutsje.