Boeddha en Jezus – een vergelijking
Voor zijn neerdaling bestaat Boeddha als een geestelijk wezen onder de godheden in de spirituele wereld. Hij komt op de aarde tot bestwil van alle wezens en uit zijn eigen vrije wil. Net als de bijbelse Christus werd hij op wonderbaarlijke wijze geboren. Engelen verkondigden hem als redder van de wereld en profeteren zijn moeder: ‘Vreugde kome over u, koningin Maya, verheug u en wees gelukkig, want dit kind dat ge gebaard hebt, is heilig!’ Er is ook een boeddhistische Simeon. De oude heilige Asita voorspelt de geboorte van Boeddha zoals de godvrezende Simeon die van de messias. Door God geleid komt de ziener kort voor zijn dood bij het pasgeboren kind, neemt het in zijn armen en profeteert: ‘Deze is onvergelijkelijk, de beste onder alle mensen... De hoogste trap van verlichting zal deze jongen bereiken; hij herkent de hoogste wil en zal het rad van de leer in beweging zetten. Hij voelt medelijden voor de moeiten van de mensheid. Zijn leer zal zich over de gehele wereld verspreiden.’
Ook Simeon neemt het kind in zijn armen en zegt: ‘Nu laat gij, here, uw dienstknecht gaan in vrede naar uw woord, want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken; licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israël.’ (Luc. 2:29-32) Zelfs terughoudende onderzoekers zijn het ermee eens, dat dit motief rechtstreeks van het boeddhisme overgenomen werd.
Op school al is prins Siddharta bekend met alle soorten geschriften. Hij maakt een kort uitstapje, raakt zoek en wordt in diepe meditatie teruggevonden. De analogieën met de twaalfjarige Jezus, die in een slimme discussie met de schriftgeleerden in de tempel gevonden wordt nadat hij door zijn ouders gezocht werd, zijn te duidelijk om ontkend te kunnen worden.
Op de leeftijd van ongeveer dertig jaar, ongeveer dezelfde leeftijd als de bijbelse Christus, begint Boeddha zijn spirituele loopbaan. Terwijl hij vast en boete doet wordt hij door de Boze in verzoeking gebracht, net als Jezus tijdens zijn veertig dagen en nachten durende vastentijd. Een overeenkomstig verhaal wordt echter ook over Zarathoestra verteld en dan duikt het motief, dat in de Oriënt tamelijk verspreid is, ook weer op in het leven van een paar christelijke heiligen.
Net als Jezus trekt Boeddha met zijn discipelen rond in zelfgekozen armoede, terwijl hij zich aan hen meedeelt in principes, beelden en gelijkenissen. Net als de bijbelse Christus heeft Boeddha twaalf hoofddiscipelen. Zijn eerste aanhangers zijn twee broers, opnieuw in volkomen overeenstemming met de eerste aanhangers van Jezus. Boeddha’s eerste begeleiders zitten onder een vijgeboom als ze door hem geroepen worden. Het zitten onder de vijgeboom, waar Boeddha onder zat toen hij de verlichting vond, is een van de belangrijkste symbolen voor het streven naar verlichting in zijn zin. Zo vindt ook Jezus een van zijn eerste volgelingen zittend onder een vijgeboom. Beiden, de Boeddha en de bijbelse Christus, hebben een lievelingsdiscipel en een verrader. En Boeddha’s verrader Devadatta, wiens verraad weliswaar mislukt, vindt net als Judas een treurig einde.
Even heftig als Jezus de farizeeën kritiseert, de strenge Thora-gelovigen, kritiseert Boeddha ook al de veruiterlijkte en geritualiseerde wetgeving van de brahmanen, de orthodoxe gelovigen van de Veda’s. ‘Als afstammelingen van de geleerde handel spinnen de priesters hun net van wetten en zijn altijd daar waar iets kwaads gekweekt wordt.’ Overeenkomstig zegt Jezus over de farizeeën: ‘Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren. Al hun werken doen zij om in het oog te lopen bij de mensen.’ (Matt. 23:4-5) Op dezelfde manier als Boeddha de brahmanen berispt: ‘Inwendig zijn jullie als ruw hout, terwijl jullie je uiterlijk glad maken’, ontmaskert Jezus de huichelachtige farizeeën: ‘... gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid.’ (Matt. 23:27) Net als Boeddha het bloedoffer van de brahmanen afwijst, spreekt Jezus zich uit tegen de bloedoffers van de joden. En net als Boeddha de oppervlakkige rituele baden en veruiterlijkte ideeën over reinheid en onreinheid veroordeelt, veroordeelt Jezus iedere lege veruiterlijking.