Voorwoord bij de Nederlandse uitgave
Sinds de eerste druk van dit boek in 1983 in Duitsland verscheen, is het daar tot nu toe tien maal herdrukt. Het werd reeds vertaald in het Engels, Frans, Italiaans, Spaans (Argentinië), Portugees (Brazilië), Chinees, Koreaans, Joegoslavisch, Pools en Fins. Van vele honderden lezers heb ik bijna uitsluitend positieve reacties gekregen. De meesten vertelden me dat ze zich met de hier beschreven ‘menselijke’ Jezus veel meer verbonden voelden dan met de mythisch verheven Christus, die onmenselijk ver verwijderd en dus onbegrijpelijk blijft.
Toen in 1988 de lijkwade van Turijn eindelijk door het Vaticaan vrijgegeven werd voor de definitieve datering via C14-onderzoek, was ik er volkomen van overtuigd dat daarmee het laatste ontbrekende bewijs voor de echtheid van de lijkwade geleverd zou worden. Er zijn in ieder geval zeer veel bewijzen dat de relikwie al lang voor de middeleeuwen bestond. Toen echter in oktober 1988 officieel door het Vaticaan bekend werd gemaakt dat drie verschillende, onafhankelijke laboratoria vastgesteld hadden dat de lijkwade pas in de middeleeuwen ontstaan zou zijn, vermoedde ik meteen dat er met deze datering iets niet klopte. Ik reisde door half Europa en probeerde met iedereen te spreken die op de een of andere manier betrokken was geweest bij het onderzoek van de lijkwade. Op deze wijze heb ik een hoeveelheid interessant materiaal en documenten in handen gekregen, die niemand anders gekregen heeft. Met de hulp van internationale experts die vergelijkingen voor me hebben gemaakt en rapporten opgesteld hebben, kan ik nu bewijzen dat bij de C14-datering van de lijkwade van Turijn een bedrieglijke manipulatie uitgevoerd is. Ik vind dit verhaal zo belangrijk, dat ik er waarschijnlijk een apart boek van zal maken. Het is niet alleen een bedrog aan bijna een miljard christenen, maar ook aan Jezus zelf. Zijn ware identiteit en leer moeten opnieuw geloochend worden om de macht en de invloed, en vooral de paulinistische verlossingsgedachte van de christelijke ‘Kerk’met alle geweld in stand te houden. Ik hoop dat het boek nog dit jaar klaar zal zijn en dat het in 1990 verkrijgbaar is.
Ieder intelligent mens vraagt zich nu echter af welk belang de Kerk erbij zou kunnen hebben dit kostbaarste en heiligste van alle christelijke relikwieën als een vervalsing aan te merken. Zou de Kerk er niet juist belang bij moeten hebben eindelijk wetenschappelijk te kunnen aantonen dat Jezus werkelijk als historische persoon bestaan heeft? Deze lijkwade bevat dus een geheim dat de Kerk tot iedere prijs verborgen wil houden.
Dit boek kan een antwoord geven op wat achter dit geheim zit.
Holger Kersten
Freiburg, september 1989