De tien verdwenen stammen van Israël

Pas in de negentiende eeuw ontstaat – blijkbaar in het kader van de kolonisatie – grotere belangstelling voor de landen van het Midden-Oosten. Een paar westelijke reizende onderzoekers vertellen verbaasd over ontmoetingen in het hele gebied van Noord-India met volken die duidelijk van joodse afstamming zijn. Zo schrijft bijvoorbeeld de priester Joseph Wolff in zijn tweedelige werk Erzahlung einer Mission nach Bokhara in den Jahren 1843-45 in het eerste deel op pagina 1336: ‘Alle joden in Turkestan beweren, dat de Turkmenen nakomelingen zijn van Togarma, een zoon van Gomer, die in het Oude Testament genoemd wordt.’ (Gen. 10:3) En op pagina 14: ‘In Bokhara zijn ongeveer tienduizend joden. De opperrabijn verzekerde me dat Bokhara Chabor betekent, en dat Balkh Chalach was (II Kon. 17:6). Tijdens het terreurbewind van Djenghis Khan waren alle geschriften vernietigd.’

Verder staat er: ‘Er zijn oeroude overleveringen in Bok dat een paar van de tien verdwenen stammen van Israël zelfs China bereikten. Over dit belangrijke feit heb ik de joden in het bijzonder ondervraagd.’ (blz. 15) ‘Een paar Afghanen beweren dat ze van Israël afstammen. Volgens hen was Affghaun de neef van Asaf, de zoon van Berekja, die de tempel van Salomo bouwde. De nakomelingen van deze Affghaun werden door Nebukadnessar weggevoerd naar Babylon omdat ze Israëlieten waren. Van daar uit werden ze naar de Goresbergen in Afghanistan gebracht en later onder dwang tot mohammedanen bekeerd. Ze bezitten het boek Majmooa Alansab, een verzameling stambomen in de Perzische taal.’ (blz. 16)

‘Ik was verbaasd te horen dat sergeant Riley de Afghanen als een volk van Israëlitische afkomst beschouwde.’ (blz. 19)

En tenslotte schrijft Wolff op pagina 56: ‘Ik verbleef zes dagen bij de kinderen van Rachab, Bani Arbal. Bij hen waren ook kinderen Israëls van de stam Dan, die bij Terim Hatramawl wonen.’ Een Franse onderzoeker, G.T. Vigne, (lid van het Koninklijke Genootschap voor Aardrijkskunde), schrijft in Ein persönlicher Bericht ei- ner Reise nach Chuzin, Kabul, in Afghanistan37: ‘De vader van Ermiah was de vader van de Afghanen. Hij was een tijdgenoot van Nebukadnessar, noemde zich Beni Israël en had veertig zonen. Maar een nakomeling in de vierendertigste generatie heette Kys, en hij was een tijdgenoot van de profeet Mohammed.’

Drs. James Bryce en Keith Johnson noteren in hun Umfassende Beschreibung der Erdkunde38 op pagina 25 onder de kop Afghanistan: ‘Ze zeggen dat ze afstammen van koning Saul van Israël en noemen zich Ben-i-Israël.’

Volgens A. Burnes zijn ze volgens de overlevering door Nebukadnessar uit het heilige land overgebracht naar Ghore dat ten noordwesten van Kabul ligt. Ze bleven Israëlieten tot 682 n.C., toen bekeerde de Arabische sjeik Khaled-ibn-Abdallah ze tot de islam.

Een hele serie verdere literatuur heeft hoofdzakelijk betrekking op de vestiging van de Hebreeën in Afghanistan en het omliggende gebied. Als een van de belangrijkste werken kan The lost tribes van George Moore39 genoemd worden, die vele Hebreeuwse inscripties op archeologische begraafplaatsen in India heeft gevonden. Dicht in de buurt van Taxila (Pakistan), in Sirkap, werd een steen opgegraven, die Aramese schrifttekens draagt, de taal die Jezus sprak. (ill. 9)

In Engeland is een maatschappij opgericht die zich uitsluitend bezighield met de herontdekking van de tien verdwenen stammen van Israël: de ‘Identification Society of London’. Uit deze vereniging komen ook de meeste werken van Britse auteurs over dit thema voort. Het zou zinloos zijn hier ongeveer dertig auteurs en werken te noemen, die bewijzen dat de bevolking van Kashmir van de Israëlieten afstamt.

Er zijn meer dan driehonderd namen te noemen – stammen, families, gezinnen, enkelingen of ook dorpen, streken, bezittingen en andere geografische benamingen uit het Oude Testament – die met linguistisch gelijke of gelijkluidende namen in Kashmir en de aangrenzende gebieden overeenstemmen.

 

Namen in Kashmir in de Bijbel bijbelplaats
Amal Amal I Kron. 7:35
Asheria Aser Gen. 30:13
Attai Attai I Kron. 12:11
Bal Baäl I Kron. 5:5
Bala Bala Joz. 19:3
Bera Beëra I Kron. 5:6
Gabba Geba Joz. 18:24
Gaddi Gaddi Num. 13:11
Gani Guni I Kron. 7:13
Gomer Gomer Gen. 10:2

 

Plaatsen in Kashmir Provincie Bijbelse naam Bijbelplaats
Agurn Kulgam Agur Spr. 30:1
Ajas Srinagar Ajja Gen. 36:24
Amonu Anantnag Amon I Kron. 22:26
Amariah Srinagar Amarja I Kron. 23:19
Aror Awantipur Aroër Joz. 12:2
Balpura Awantipur Baäl-Peor Num. 25:3
Behatpoor Handwara Bet-Peor Deut. 34:6
Birsu Awantipur Birsa Gen. 14:2
Harwan Srinagar Haran II Kon. 19:12

 

enzovoort.

 

De bewoners van Kashmir onderscheiden zich in ieder opzicht van de andere rassen van India. Hun uiterlijk, fysionomie, levenswijze, verhalen, moraal, karakter, kleding, taal en gebruiken, hun zeden en gewoonten zijn van oorsprong typisch Israëlitisch. (ill. 10) Net als de Israëlieten gebruiken de Kashmiri ook geen vet of kaantjes bij het braden en bakken, maar uitsluitend olie. De meeste Kashmiri hebben een voorkeur voor gekookte vis, die ze ‘phari’ noemen als herinnering aan de tijd voor hun uittocht uit Egypte. ‘Wij denken terug aan de vis, die wij in Egypte aten...’ (Num. 11:5).

De hakmessen van de slagers in Kashmir hebben de typische halfronde vorm, en ook de roeren van de schippers (hanji’s) vertonen de typische hartvorm.

De mannen dragen een unieke hoofdbedekking en de kleding van de oude Kashmirvrouwen (pandtanis) lijkt erg veel op die van de joodse vrouwen; zij gebruiken ook hoofddoeken en gordels. Net als de jonge jodinnen hebben ook de meisjes van Kashmir de gewoonte om in twee rijen gearmd tegenover elkaar te staan en zich gezamenlijk ritmisch naar voren en naar achteren te bewegen. Deze liederen noemen ze ‘roph’.

Na de geboorte van een kind baden de vrouwen in Kashmir pas veertig dagen later; ook dit is een joods gebruik.

Veel oude graven in Kashmir zijn in oost-west-richting gelegd, terwijl islamitische graven altijd in noord-zuidrichting wijzen. Bijzonder vaak vindt men zulke graven in Haran, Rajpura, Syed Bladur Sahib, Kukar Nagh en in Awantipura. Op het kerkhof van Bijbihara, de plaats waar zich het bad en de steen van Mozes bevinden, is ook een oud graf met een Hebreeuwse inscriptie.

Vijfenzestig kilometer ten zuiden van Srinagar en maar een paar kilometer van de ‘badplaats van Mozes’ staat de Tempel van Martand. Op de buitenmuren van dit oeroude, machtige gebouw zijn weliswaar figuren van verschillende hindoe-godheden ingebeiteld, maar in zijn bouw onderscheidt dit tempelgebouw zich heel duidelijk van de gebruikelijke hindoeïstische architectuur. Het gebouw met zijn voorhof, de treden naar het inwendige, de zuilenhal en het inwendige ‘allerheiligste’ lijkt veel meer op een typisch joodse tempel.

Is het misschien die tempel die de profeet Ezechiël getoond werd door een vreemdeling tijdens de tijd van de Babylonische ballingschap (586-538 v.C.)? Inderdaad ligt de Tempel van Martand aan een Ezechiël onbekende ‘zeer hoge berg’, namelijk de Himalaya, en ernaast ontspringt ‘een bron’, die later in de Jhelum uitmondt. (Zie Ezechiël 40-43)

De betrekking tussen het oude Israël en Kashmir is het duidelijkst te zien aan de hand van de taal. Het Kashmirs onderscheidt zich van alle andere Indische talen, die hun wortels in het Sanskriet hebben. De ontwikkeling van de Kashmirse taal werd aanmerkelijk door het Hebreeuws gestempeld. Abdul Ahad Azad schrijft; ‘De Kashmirse taal stamt af van de Hebreeuwse. Overgeleverd is dat zich hier in oude tijden joodse volkeren vestigden wier taal veranderde en waaruit het Kashmirs ontstond. Er zijn veel Hebreeuwse woorden die heel duidelijk met de Kashmirse taal samenhangen.’40 

Uit een groot aantal mogelijke voorbeelden hoeven hier maar een paar bijzonder opvallende genoemd te worden:

 

Hebreeuws Kashmirs betekenis
akh akh (-ui) enkel
ajal ajal dood
arah arah zaag
asar asar plagen
awn awan (on) blind
aob aob rijkelijk
ahad ahad (ak) een
aaz aaz (az) vandaag
ahal hal overeenstemming
aosh aosh (ösh) tranen

 

enzovoort.

Jezus leefde in India
Jezus_India_Kersten.xhtml
Jezus_India_Kersten_0002.xhtml
Jezus_India_Kersten_0003.xhtml
Jezus_India_Kersten_0004.xhtml
Jezus_India_Kersten_0005.xhtml
Jezus_India_Kersten_0006.xhtml
Jezus_India_Kersten_0007.xhtml
Jezus_India_Kersten_0008.xhtml
Jezus_India_Kersten_0009.xhtml
Jezus_India_Kersten_0010.xhtml
Jezus_India_Kersten_0011.xhtml
Jezus_India_Kersten_0012.xhtml
Jezus_India_Kersten_0013.xhtml
Jezus_India_Kersten_0014.xhtml
Jezus_India_Kersten_0015.xhtml
Jezus_India_Kersten_0016.xhtml
Jezus_India_Kersten_0017.xhtml
Jezus_India_Kersten_0018.xhtml
Jezus_India_Kersten_0019.xhtml
Jezus_India_Kersten_0020.xhtml
Jezus_India_Kersten_0021.xhtml
Jezus_India_Kersten_0022.xhtml
Jezus_India_Kersten_0023.xhtml
Jezus_India_Kersten_0024.xhtml
Jezus_India_Kersten_0025.xhtml
Jezus_India_Kersten_0026.xhtml
Jezus_India_Kersten_0027.xhtml
Jezus_India_Kersten_0028.xhtml
Jezus_India_Kersten_0029.xhtml
Jezus_India_Kersten_0030.xhtml
Jezus_India_Kersten_0031.xhtml
Jezus_India_Kersten_0032.xhtml
Jezus_India_Kersten_0033.xhtml
Jezus_India_Kersten_0034.xhtml
Jezus_India_Kersten_0035.xhtml
Jezus_India_Kersten_0036.xhtml
Jezus_India_Kersten_0037.xhtml
Jezus_India_Kersten_0038.xhtml
Jezus_India_Kersten_0039.xhtml
Jezus_India_Kersten_0040.xhtml
Jezus_India_Kersten_0041.xhtml
Jezus_India_Kersten_0042.xhtml
Jezus_India_Kersten_0044.xhtml
Jezus_India_Kersten_0045.xhtml
Jezus_India_Kersten_0046.xhtml
Jezus_India_Kersten_0047.xhtml
Jezus_India_Kersten_0048.xhtml
Jezus_India_Kersten_0049.xhtml
Jezus_India_Kersten_0050.xhtml
Jezus_India_Kersten_0051.xhtml
Jezus_India_Kersten_0052.xhtml
Jezus_India_Kersten_0053.xhtml
Jezus_India_Kersten_0054.xhtml
Jezus_India_Kersten_0054_1.xhtml
Jezus_India_Kersten_0055.xhtml
Jezus_India_Kersten_0056.xhtml
Jezus_India_Kersten_0057.xhtml
Jezus_India_Kersten_0058.xhtml
Jezus_India_Kersten_0059.xhtml
Jezus_India_Kersten_0060.xhtml