18

Anne ging op bed zitten.

Ze had Jamie de trap op geholpen en hem uitgekleed. Ze had hem willen vragen waarom hij dat paard op het strand had gemaakt, en waarom het hem zo had aangegrepen. Maar ze het kon niet, nog niet, hij was te zwak, duidelijk te uitgeput. Ze hielp hem het bed in toen de wagen op de oprit stopte.

Ze herkende het geluid van de motor en wist dat het de Jaguar van haar man was. Toen ze vanochtend wakker was geworden, had ze de gordijnen niet opengedaan en ze zat nu op bed, blij dat iets haar had ingefluisterd dat ze de voordeur op slot moest doen toen ze terugkwamen.

Ze was geschokt.

Waarom was Alan komen opdagen, zou er iets met een van de jongens zijn?

Nee, dan zou hij gebeld hebben: dan zou hij niet uit Londen zijn weggegaan, niet overdag, niet midden in de week. Door de kleine kier in de gordijnen zag ze hem, hij zag er nietig uit, met grind onder zijn voeten en in de stromende regen.

Ze voelde niets.

Ze wist dat ze hem niet te woord ging staan.

Ze wist dat ze de deur niet zou opendoen.

Ze zat op het bed en hoorde hem steeds maar kloppen. Ze hoorde hem haar naam roepen en ze keek Jamie aan en hij beantwoordde haar blik. Hij opende zijn mond om iets te zeggen, maar met haar wijsvinger raakte ze zijn lippen aan. Ze hoorde haar man op de oprit heen en weer lopen en ze wist dat ze hem daar niet wilde en ze wist ook dat ze niet terugging. Dit was nu haar thuis, het huis dat van haar moeder was geweest en ze was niet van plan er voor wie dan ook weer uit te gaan.

Jamie lag met een arm boven de deken, zijn ogen op de hare gericht en zijn adem rustig en gelijkmatig. Hij deed geen poging iets te zeggen en keek haar alleen maar aan. Anne legde haar warme hand op zijn voorhoofd: voorzichtig streek ze zijn wenkbrauwen glad, terwijl Alan buiten op en neer liep en de deur voor hem afgesloten was.

Nadat hij weg was, ging Anne in de stoel bij het raam zitten en keek toe hoe Jamie lag te slapen. Zijn gezicht stond kalm, niet langer gekweld zoals ze in de auto had gezien. Ze had hem niets gevraagd en hij had uit zichzelf ook niets gezegd. Maar nog steeds zag ze het paard van zand in de tempel van het tijdelijke waar de zee langzaam heen kroop om het te verzwelgen. Ze had geen idee waarom hij het had gemaakt. Ze had geen idee wie hij was of waar hij vandaan kwam. Ze wist alleen dat hij gekomen was om de rotte planken onder de dakgoot te repareren.

En toch was niets van dat alles belangrijk.

Ze was van nature voorzichtig en toch was ze maar een dag bij hem geweest voordat ze met hem naar bed was gegaan. Nadat hij in haar leven was verschenen, was ze zo veranderd dat toen haar man op de oprit stopte, ze de deur voor hem op slot hield.

Opnieuw vroeg ze zich af wat een man ertoe dreef om in alle vroegte op te staan en een prachtig paard te maken van het harde zand op het strand. Ze vroeg zich af waardoor ze wakker was geworden, was het alleen de olievervuiling, de behoefte misschien om nog een laatste keer naar dat stuk kust te kijken voordat het voorgoed geruïneerd zou zijn? Ze keek naar de muren van de slaapkamer, dik en oud en zo vol herinneringen. Het huis van haar moeder, de muren van haar moeder, haar moeder die vanochtend trots op haar zou zijn geweest.

Ze ging naar buiten de tuin in en deed de voordeur achter zich op slot alsof dat nu belangrijk was. Ze wandelde naar de vijver waar de biezen op sommige plaatsen bijna twee meter hoog waren en waar zelfs nu waterjuffers op het oppervlak dansten. Ze dacht aan haar moeder, hoe die rustig zittend op haar driepotige krukje de bloemperken aan het water aan het verzorgen was. Ze kon zich voorstellen hoe God had besloten haar te halen op het moment dat ze het het meest naar haar zin had: Hij had even aan de andere kant van de vijver gewacht voordat Hij haar had gewenkt Hem te volgen.

In het verste gedeelte van de tuin lag nieuwe grond op haar te wachten en ze wist dat Jamie gelijk had, alles moest eerst even kunnen bezinken voordat nieuw leven kon worden gezaaid.

Toen ze weer in huis was, liep ze de trap op en trof Jamie nog steeds in vaste slaap aan. Vermoeidheid maakte zich nu ook van haar meester.

Zachtjes kleedde ze zich uit.

Ze bleef even in de kille kamer staan en de gordijnen bewogen op plaatsen waar de wind langs zwakke plekken in het kozijn binnenkwam. Ze streek met haar handpalmen over haar heupen en legde haar handen om haar borsten en kreeg kippenvel. Ze sloeg het dekbed terug en glipte naast hem in bed.

Hij was warm en rustig, niet gloeiend heet van de koorts zoals ze had verwacht. Hij lag op zijn rug met zijn hoofd diep in het kussen en zijn ogen stevig dicht. Anne ging met haar hand over zijn borst en vervolgens omlaag over zijn buik. Ze ging naast hem liggen zodat haar gezicht tegen zijn schouder lag en ze hem van opzij kon bekijken.

De slaap kwam over haar als een schaduw over de zon.

Toen ze een paar uur later wakker werd, lag Jamie naar haar te kijken.