10
Anne schoot haar kleren aan, zich bewust van de wind in de bomen en ze wist dat hij naar het noordoosten was gedraaid. De wereld buiten was grijs, kouder dan de voorafgaande dagen. De regen had de temperatuur onnatuurlijk hoog gehouden, maar nu die was verdwenen, zat de kou weer in de lucht. Ze trok een spijkerbroek aan en een dikke, wollen trui. Ze kamde haar haren, zich bewust van Jamies aanwezigheid in het huis, zich ervan bewust dat hij nog steeds in haar was en ze liep door de slaapkamer met een tred waaruit zelfvertrouwen bleek en hetzelfde gevoel van zelfbewustzijn dat ze gisteren bij zichzelf had ontdekt.
Toen Anne de keuken binnenkwam, stond de koffie al te pruttelen. Ze pakte twee kopjes en schoteltjes uit de kast. Ze nam melk uit de koelkast en vulde de suikerpot en zette alles op het aanrechtblad. Ze pakte twee sneetjes brood, stopte ze in de broodrooster en voelde de hitte onder haar vingers opstijgen. Toen ze zich omdraaide, zag ze dat hij naar haar stond te kijken, bij de gootsteen met zijn rug naar het raam, zijn armen losjes over elkaar.
'Alles goed?' vroeg ze hem.
Hij knikte. 'En met jou?'
'Met mij wel, maar de wind is naar het noordoosten gedraaid.'
'Hij is gisterenavond van richting veranderd.' Zijn gezicht betrok. 'Ik ben vanochtend over het strand gaan lopen.'
'Dat houdt dus in dat de olie deze kant uit komt.'
Toen zweeg hij.
Ze zwegen allebei.
Toen verbrak Anne de stilte. 'Loop je dan weg, zoals je hebt gezegd?'
Jamie leunde op het aanrechtblad. 'Jij wel?'
Ze liep naar het raam en even zag ze in gedachten miljoenen liters olie het strand en de kiezels in een zwarte massa veranderen. Het zou maanden, misschien zelfs jaren duren voordat de gevolgen van de vervuiling verdwenen zouden zijn. En ze kon er niets tegen doen, helemaal niets, en dat gevoel van machteloosheid dreigde met haar op de loop te gaan. Het benam haar de adem en ze moest zichzelf dwingen haar zelfbeheersing niet te verliezen, na te denken wat ze wel en niet kon doen. 'Ik heb eens over de tuin nagedacht, Jamie,' zei ze. 'Ik weet dat je me verteld hebt dat je het onkruid en zo eruit hebt gehaald, maar ik vroeg me af of je er echt nog iets van kunt maken.'
Hij dacht er even over na. 'Ik ben geen tuinman, Anne.'
'Ik evenmin,' zei ze met een glimlach. 'Toch zou ik het willen proberen. Ik denk dat we met ons tweeën wel iets kunnen bereiken.'
'Planten,' zei hij, 'poten, zaaien?'
Ze knikte. 'Ik vond het heerlijk wat we gisteren deden, die lichamelijke inspanning. Het buiten werken deed me goed.'
'Ik moet eerst de boeiborden afmaken. Ervoor zorgen dat je in de winter droog blijft.'
'Natuurlijk, maar daarna de tuin?'
'Als je dat wilt.'
Ze keek hem met gefronste wenkbrauwen aan. 'Je klinkt niet erg overtuigd.'
Hij haalde zijn schouders op. 'Het is wel jóuw tuin. Ik weet niet of het wel zo'n goed idee is als ik me ermee bemoei. Het is prima als iemand als ik het kreupelhout weghaalt, misschien een pad vrijmaakt, opruimt wat rot is. Maar zaaien en planten, dat moet toch echt van jou komen.'
Anne liep naar de eetkamer en de openslaande deuren en ze keek naar het gazon, dat nog steeds bedekt was door de gevallen bladeren, maar glinsterde door de dauw op de plaatsen waar gras te zien was. Bij de heg hadden ze al een heel stuk opgeruimd en ze dacht aan gisteren bij de kerk en de voorbereidingen en plannen waaraan ze nog niet eens was begonnen. Jamie kwam achter haar staan en legde zijn hand op haar heup. 'Hoe liep het af met de gekwelde briefschrijfster?' vroeg hij haar.
'Een stuk beter.' Anne keek naar de vorm van de achterste heg en besefte dat die een grens vormde met de wereld en ze vroeg zich af of hij niet te hoog was en het zicht blokkeerde van de hoopvolle verwachtingen die aan de andere kant lagen. 'Ze heeft al veel geleerd. Ik denk dat ze nu plannen gaat maken voor de toekomst.'
'Wat heb je tegen haar gezegd?'
'Ik stelde voor dat ze rustig zou nadenken over alles wat ze had meegemaakt. Ik stelde voor dat ze naar een rustige plaats zou gaan om te proberen de stilte van de wereld in zich op te nemen. Ik voerde aan dat een moment stilte de geest tot rust brengt en met een kalme geest kun je nadenken. Ik herinnerde haar er ook aan dat ze niet de vertrapte, onwaardige persoon was voor wie ze zichzelf houdt. Sterker nog, ze is van wezenlijk belang en waardevol en heeft haar eigen plaatsje in de wereld. Ik vertelde haar dat het geluk van niemand anders afhangt dan van haarzelf.'
'Krachtige woorden.' Jamie hield haar dicht tegen zich aan. 'Ik vraag me af of je beseft hoeveel macht je hebt als je mensen schrijft. Je ontwart het labyrint. Wist je dat? Je beschikt over het vermogen het ene uiteinde van een onherkenbare draad te vinden en blijft die ontwarren totdat je het andere uiteinde hebt gevonden.'
Ze werkten in de tuin zoals ze dat ook de dag ervoor hadden gedaan. Jamie haalde de kruiwagen en ze trokken het overgebleven onkruid uit tot het stuk achter de rozen tot aan de heg helemaal onkruidvrij was. Ze ruimden gevallen knoppen op en de grillige uitlopers van wortels, waarna Jamie een gaffel pakte en de grond ging keren. Anne keek toe hoe hij spitte en dwars door oude, taaie wortels stak, ze er uittrok en de grond teruggooide. Ze zag hoe de grond werd opengebroken waardoor een onderlaag zichtbaar werd die droger was en verkruimelde waar hij met de gaffel doorheen ging.
Ze pakte zelf een gaffel en stak hem in de grond. Vervolgens keerde ze de grond iets voorzichtiger en brak hem los. Ze wachtte even en bukte en raakte aan wat ze net had verstoord als nieuw leven dat op het punt stond iets moois voort te brengen. Ze kneep de grond tussen haar vingers fijn en wreef beide handpalmen over elkaar zodat het een soort vochtig poeder werd. Een deel viel terug op de grond, een deel plakte op haar huid.
Ze werkten verder en Jamie pakte de kruiwagen en gooide hem leeg. Anne keek toe toen hij het gazon overstak en toen even naast de vijver bleef staan. Hij stond met zijn handen in zijn zij en nam het grindpad dat langs de voorkant van de garage liep in zich op. Het huis was groot en breed, het dak puntig en de dakpannen bijna oranje van kleur. De schoorstenen aan beide kanten van de topgevel waren opnieuw gevoegd en zagen er stevig en hoog uit.
Verspreid over het gazon lagen rozenperken. Op enkele gele en abrikooskleurige rozen na, zaten nergens meer bloemen aan. Dankzij de voor het seizoen ongewoon hoge temperaturen kon Jamie er nog net een glimp van opvangen. Nog even en dan zouden er alleen nog doornen te zien zijn.
Anne liet een hand op haar dijbeen rusten. 'Mijn moeder heeft de rozen geplant,' zei ze. 'Ze was gek op haar tuin, maar ze was al over de tachtig toen ze stierf, te oud om het allemaal nog bij te houden.'
Jamie keek opnieuw naar het stuk grond dat ze hadden opgeruimd. 'Als je het mij vraagt, moet je niet te snel weer gaan planten,' zei hij. 'Misschien heb je meer tijd nodig dan je denkt. Er hoeft niets meteen te worden beslist.' Hij kwam naar haar toe en nam haar handen in de zijne. 'Ik help zoveel als je wilt. Ik help je zolang als je wilt, maar alleen je kunt beslissen wat je gaat doen.'
Terwijl ze daar zo stond onder de grijze, betrokken lucht dacht ze over zijn woorden na. Misschien had hij gelijk, er waren nog zoveel dingen om over na te denken en er was nog zoveel meer. Ze herinnerde zich wat haar vader haar had gezegd: alles op zijn tijd, doe wat gedaan moet worden.
Herinneringen beroerden haar bewustzijn en ineens was ze twintig jaar jonger en haar oudste zoon was nog maar net geboren. Alan was helemaal weg van hem, en Anne, die dacht dat ze zich na de bevalling nog onzekerder zou voelen, voelde zich eigenlijk net het tegenovergestelde. Er was plotseling iets belangrijks in haar leven gekomen dat er daarvoor niet was geweest. Ze had net de meest fundamentele reden ervaren die vrouwen voor hun bestaan hebben en behalve wat betreft de beslissing om zonder voorbehoedsmiddelen te vrijen, had ze niets te zeggen gehad over wat er daarna gebeurde. Vanaf het moment dat het kind in haar groeide, verliep alles als vanzelf. Ze was een geboren moeder en ze nam het jongetje aan haar borst en zoogde hem, zijn warme gezichtje tegen het lichaam gedrukt dat hem zou spenen. Er ging een natuurlijke bevrediging van uit, een gevoel van zekerheid dat ze zich nooit had kunnen voorstellen. Het hoorde bij het moederschap en Anne ging er helemaal in op.
Ze dacht na over Alan en over wat ze dacht te weten en over de manier waarop hij hen beiden af en toe verafgoodde nu het kind er was. De hele zwangerschap door was ze heen en weer geslingerd tussen het gevoel dat haar aanvankelijke angst gegrond was en dat ze het helemaal bij het verkeerde eind had. Ze had geen andere dingen meer ontdekt en ze begon zich af te vragen of ze wellicht niet overdreven wantrouwig was geweest.
Maar ze merkte subtiele veranderingen in zijn gedrag op die hem waarschijnlijk zelf niet waren opgevallen. Ondanks al zijn politieke vaardigheden was Alan een slechte leugenaar. Misschien kon hij andere mensen voor de gek houden, maar haar niet. Waarschijnlijk kwam het doordat ze minder vaak intiem waren, het gebrek aan zorg waardoor hij door de mand viel. Hij hield zich te veel bezig met het grotere geheel om nog aan zijn eigen achterban te denken.
Anne wist niet goed wat ze ervan moest denken, behalve dat ze nu verantwoordelijk was voor een nieuw leven en dat haar man partij was geweest bij de daad die het leven had laten ontstaan. Alleen daarvoor al zou ze hem aan zijn verantwoordelijkheden houden. Niet dat hij ooit probeerde eronderuit te komen. Ze wist dat hij de zekerheid en het aanzien van zijn gezin nodig had. 'Juffrouw Chanel' zou nooit meer zijn dan ze al was, een onbetaalde hoer in zijn bed. Over een tijdje zou ze moeten wijken voor een ander die op haar beurt ook weer door een ander zou worden vervangen. Anne wist dat haar man alleen in vluchtige seksuele relaties geïnteresseerd was en daarin zat een zekerheid verscholen die iets macabers had. Naarmate de jongens echter ouder werden, werd die zekerheid veel minder belangrijk dan de persoonlijk onderwerping die een confrontatie uitstelde.
Ze wilde zichzelf er niet van overtuigen dat Alan iets met een andere vrouw had, ook al zei haar intuïtie van wel. Dom genoeg was Anne ervan uitgegaan dat hij die ander zou vergeten als zijn zoon eenmaal was geboren, dat hij zou overlopen van ouderlijke trots en herontdekte liefde voor zijn vrouw. Dom, dom, dom.
Het was niet altijd zo tussen hen geweest en het waren dan ook die andere herinneringen die de leugens en het daaropvolgende verraad zoveel moeilijker maakten om te erkennen. Het was een stuk gemakkelijker voor haar gemoedsrust als ze hem het voordeel van de twijfel gaf.
Ze had Alan ontmoet toen ze negentien was en ze beiden dezelfde universiteit bezochten. Allebei waren ze afkomstig uit een goed milieu en hun studententijd leek gevuld te zijn met feestvieren en plezier maken en af en toe eens een college. Ze behoorden tot dezelfde vriendenkring, een generatie jongeren die dol was op pret en die haar weg in een wereld die zowel vol privileges als hoop voor de toekomst was nog moest vinden.
Ze waren bezig aan het tweede trimester van hun tweede jaar en het was koud en de gedachten gingen al uit naar de naderende kerstvakantie. Het jaar daarvoor waren ze nog groentjes geweest, zes totaal verschillende zielen die tijdens de feestdagen ieder hun eigen weg waren gegaan. Maar nu vormden ze een hechte groep die goed op elkaar ingespeeld was en samen op reis ging, en het idee ontstond, om in plaats van hun clubje tijdens de kerstdagen te ontbinden, een huisje te huren en de feestdagen samen door te brengen. Anne had aanvankelijk wat twijfels gehad. Ze was enig kind en ze wist dat in elk geval haar vader, zij het niet haar moeder, haar enorm zou missen. Haar moeder, die over dezelfde vitaliteit als zij beschikte, zou haar wens best begrijpen, maar haar vader was andere koek.
De anderen waren er echter niet van af te brengen en haalden haar over te bellen. Haar moeder vond het een schitterend idee en zei dat ze zich geen zorgen over haar vader hoefde te maken en dat ze niet te veel hasj moest roken, al was het maar om de ervaring niet te vergeten. Dus was het afgesproken. Er werden voorbereidingen getroffen en er werd een geschikt huisje gezocht aan de westkust. Anne wist inmiddels dat Alan haar wel zag zitten. Hij deed er wel onverschillig over, maar zij was niet de enige die het was opgevallen. De anderen vormden allemaal al stelletjes, maar Alan had een meisje gehad van buiten hun clubje en het had even geduurd voor hij over haar heen was.
Anne had zich altijd tot hem aangetrokken gevoeld. Hij was lang, zag er goed uit, had een goed verstand en een heel droog gevoel voor humor. Als hij eenmaal op dreef was, liet hij hen vaak zo hard lachen dat het pijn deed. Maar zijn bui kon ook omslaan en met die donkere kant, zijn dwalende ogen en zijn toch wel ambitieuze instelling had ze al eens kennisgemaakt. Niet dat het haar dwarszat, ze hield wel van mannen met ambitie, en in zekere zin waren ze allemaal op hun eigen manier ambitieus. Maar Alan was ook enorm gedreven, hij was politiek actief en als mensen het over hem hadden, was dat in termen van potentieel en leiderschap. Hij kwam uit een goed milieu, zijn vader was lid van de partij en een vooraanstaand jurist. Hij was er altijd van uitgegaan dat Alan hem in zijn voetsporen zou volgen voor hij zijn politieke ambities ging waarmaken.
De plannen voor de vakantie waren gemaakt en ze vertrokken vanaf de universiteitscampus in een gehuurd busje, compleet met een grote kerstboom op het dak, en dozen vol eten en drinken. Ze hadden er hun hele toelage al doorheen gejaagd en als volleerde stedelingen hadden ze de schulden laten opstapelen. Anne herinnerde zich het gejoel en de verwachting, zes vrienden die via landweggetjes naar het westen trokken naar een huisje met uitzicht op witte stranden en waar het zand alleen was onderbroken door afgesleten rotsen en wrakhout.
Ze aten en dronken, praatten door tot in de kleine uurtjes en kwamen laat uit bed. Ze bestreden katers met Alka-Seltzer en wandelingen in de frisse wind. Anne liep arm in arm met Alan en vervolgens hand in hand en toen ze uiteindelijk met elkaar naar bed gingen, kwam het bij haar op dat de omzichtigheid waarmee hij haar had benaderd, betekende dat hij heel serieus was. De meisjes die Alan voor Anne had gehad, en dat waren er heel wat en in alle soorten en maten, waren luidruchtig, de relaties waren heftig en ook zo weer voorbij en hadden hoofdzakelijk om seks gedraaid. Maar met haar was het anders en dat viel iedereen op. Het waren de beste kerstdagen van haar hele leven. Ze had vrienden om zich heen en een nieuwe vriend die serieuzer was dan alle anderen met wie ze ooit uit was geweest. Ze genoot van het moment en tegelijkertijd dacht ze aan de toekomst.
En nu was die toekomst gekomen en ook weer voorbij. Ze stond in haar moeders tuin en keek toe hoe Jamie aan het werk was, en ze keek terug op die periode met een gevoel van boos verdriet dat zo'n kostbaar iets op zo'n zinloze manier kon worden verpest.