8
Ongeveer een uur later beroerde Jamie Anne's lippen met de zijne.
'Ik moet gaan,' zei hij.
Hij nam nog een slok uit de fles en zij ging op het kleed liggen en strekte zich uit als een kat die zich koestert in de warmte van het vuur. Ze keek toe hoe hij zijn kleren uit de keuken pakte, en een glas meenam voor haar.
Toen hij weg was, werd ze omgeven door de stilte van het huis. Ze hoorde alleen het gefluister van brandend hout en af en toe wat gekraak dat aangaf dat het huis zich klaarmaakte voor de nacht. Toen realiseerde ze zich hoe vredig ze zich voelde. Ze hadden niet gegeten, maar ze had geen honger, de wijn, gecombineerd met de bedwelmende geur van seks, ontspande haar op een manier zoals ze al jaren niet meer had meegemaakt. Ze had het gevoel alsof ze in een kruidenbad had liggen weken waardoor de spanning van jaren uit haar ledematen was verdwenen. Ze had het gevoel dat ze zweefde en niet langer deel van deze wereld uitmaakte. Ze had nu contact met een andere wereld, de intieme wereld van haar persoon: haar aandacht ging uit naar haar lichaam, haar wezen, haar ziel. Ze voelde zich bevoorrecht, alsof ze de kans had gehad een glimp op te vangen van dat deel van zichzelf dat vergeten was, de essentie van wie ze daadwerkelijk was en niet gedicteerd door omstandigheden en berusting.
Ze ging zitten en trok haar knieën op tot haar borst. Jamie had de sigaret die hij even ervoor had gedraaid, laten uitgaan en op de rand van de haard laten liggen. Er was nauwelijks van gerookt en Anne pakte de sigaret op. Ze rook aan de tabak, deed hem toen in haar mond en stak hem aan in het vuur, terwijl ze diep inhaleerde. Het vuur was aan het uitgaan en ze pakte nog een blok hout en gooide die op de smeulende resten waar as zich had verzameld in grijze krullen, en keek toe hoe de vlammen weer oplaaiden. Ze vroeg zich niet af waarom Jamie al zo vlug was weggegaan. Wat haar betrof had hij niet weg hoeven gaan, maar hij had ook niet hoeven blijven, waar ze aanvankelijk wel bang voor was geweest. Misschien had hij er behoefte aan nu alleen te zijn, of misschien dacht hij dat zij daar behoefte aan had. Ze maakte zich er niet druk om waar hij nu naartoe ging, of hoe hij daar kwam, of dat ze niet hadden gegeten en de maaltijd nog onbereid in de keuken stond. Ineens was Jamie niet meer de vreemdeling die ze die ochtend had ontmoet. Tijdens dat moment op het strand was alles tussen hen veranderd en nu was Jamie de man die ze wilde, de Jamie die ze begeerde, de Jamie die dingen in haar zag waarvan ze had gedacht dat geen man die nog in haar zou zien. Hij was Jamie haar minnaar, Jamie die haar in de keuken nam en Jamie die toen hij bevredigd was, haar alleen met haar gedachten achterliet.
Ze ging liggen en staarde naar de ruwe balken in het plafond, de aanraking van haar minnaar was nog voelbaar in haar dijen. Het grootste deel van haar leven had ze doorgebracht met het doorwerken van de problemen van anderen, terwijl haar man al die tijd achter jongere vrouwen aan zat. Wat een zielige vertoning was dat geweest en hoe min moest ze over zichzelf hebben gedacht om hem ongestraft zijn gang te laten gaan.
Maar dat was allemaal veranderd. Vandaag had ze iets gedaan waarvan ze nooit had kunnen dromen dat ze ooit zoiets zou doen.
Het had een gloed nagelaten die zijn weerga niet kende.
Ze staarde naar de haard en zag hoe de nieuwe vlammen de houtblokken verslonden. Ze dacht terug aan de gebeurtenissen van die dag en aan hoe de momenten waren samengevallen. Ze had er niet bewust bij stilgestaan of Jamie haar nu had gewild of zij hem, noch had ze nagedacht over het feit dat hij achttien jaar jonger was dan zij en dat zijn lichaam stevig en sterk zou zijn, terwijl geen enkele man dat van haar de laatste 25 jaar had aanschouwd, behalve haar echtgenoot.
Ze sloot haar ogen, naakt en warm en helemaal één met zichzelf. En de vlammen sprongen en spatten en fluisterden samenzweerderig.
Ze werd gestoord, net als daarvoor, door het geluid van de rinkelende telefoon. Ze bleef even liggen om vervolgens met een zachte zucht op te staan en op te nemen in de werkkamer. Het was haar man, iets wat haar zowel verraste als irriteerde. Hoe durfde hij de meest intieme momenten te verstoren, terwijl hij zich zijn hele leven lang op die manier te buiten was gegaan zonder er ook maar een moment bij na te denken wat dat voor haar betekende?
Ze liep met de telefoon naar de zitkamer en ging in een stoel zitten waar ze voor zichzelf een nieuw glas wijn inschonk.
'Ik heb al eerder gebeld.' Alan klonk verontrust.
'O, ja? Ik was er niet.'
'Waar was je dan?'
Ze wilde hem zeggen dat het zijn zaken niet waren, maar dat deed ze niet. Ze vertelde hem dat ze naar de stad was geweest.
'Hoe is het weer daar?' vroeg hij haar.
'Het is nat en winderig.'
'Dat klinkt hetzelfde als hier, al is de wind wel wat gaan liggen.'
'Hoe gaat het met de jongens?'
'Goed. Ze zijn allebei uit. Wanneer kom je naar huis?'
'Dat weet niet.' Anne staarde naar het vuur. Ze legde nog een houtblok op het rooster en de vlammen schoten gulzig omhoog. 'Ik heb nog een heleboel te doen. Ik blijf waarschijnlijk de rest van de week nog.'
'En het weekend?'
'Ik zal wel zien. Wat is er allemaal nog gebeurd? Ik heb het nieuws niet gevolgd.'
'De olie zal de kust bereiken.' Zijn stem klonk ernstig, bijna benepen.
Anne ging nu rechtop zitten. 'Maar de wind is...'
'Hij draait naar het noordoosten.'
Anne werd heel stil. Ze dacht aan Jamie en aan hun gesprek.
'Is alles goed met je?' vroeg Alan haar. 'Je klinkt zo afwezig.'
'Dat ben ik ook. Die olie zal het leven van duizenden mensen verwoesten, om maar niet te spreken van de kilometers kust die erdoor worden vervuild en de dieren die erdoor worden gedood.'
'De olievegers doen hun uiterste best.'
'De bemanning had meer ervaren moeten zijn.'
Hij zei niets.
'Wat waren het... Russen? Filippijnen? In ieder geval goedkoop, daar twijfel ik niet aan, Alan.'
Even vroeg Anne zich af of dit het moment was om hem er eindelijk mee te confronteren, hem te vertellen dat ze nooit meer terugkwam, dat hij haar niet verdiende en dat ze een eigen leven ging opbouwen. Maar ze kon het niet, dit was een kostbaar moment dat niet meer onderbroken mocht worden, een moment om van te genieten, ondanks wat hij haar net had verteld.
'Het is gek,' ging Alan verder, 'maar met deze situatie merk ik dat ik je nodig heb.'
Anne ging rechter op haar stoel zitten. Dit ging niet goed: bij ieder woord dat hij zei, begon haar stemming te vervagen. Hij ontvluchtte haar en nam het gevoel iemand te zijn, dat ze net had ontdekt, met zich mee. Opnieuw voelde ze zich opgesloten door het verleden.
'Ik ben moe, Alan,' zei ze. 'Zeg de jongens dat ze gauw iets van me horen.'
Ze legde de telefoon neer en opnieuw werd ze door de stilte overvallen, alleen voelde deze koud en dreigend aan. Haar naaktheid stoorde haar nu. Ze had het gevoel dat ze bespioneerd was, het onderwerp van een plotselinge, voyeuristische, kritische blik. Ze pakte haar kleren uit de keuken en ging naar boven om een bad te nemen.
Boosheid en verwarring namen de plaats in van rust. Ze moest denken aan de brief, de onbeantwoorde roep om hulp. Als ze niet vlug wat werk inleverde, zou ze problemen met de krant krijgen.
Ze was van plan geweest lang in bad te blijven, omgeven door geurkaarsen en het licht uit, en met als enige geluid dat van kabbelend water en het oude huis van haar moeder. Ze vroeg zich af of haar moeder er nog steeds was, of haar geest overdag onder de dakrand een tukje deed om wakker te worden als het donker werd. Ze Vroeg zich af of haar moeder misschien de intense passie had gezien die ze die avond had ervaren, en zich ervan bewust was dat ze geen schuld voelde, maar alleen boosheid omdat de betovering al zo snel was verbroken. Ze zou het prima vinden. Ze had niets van die rustige wereldwijsheid die haar vader tentoonspreidde; ze was eerder opvliegend en fel en Anne wist dat ze in tegenstelling tot haar dochter nooit zou hebben gepikt dat haar ambitieuze man achter de vrouwen aan zat.
Anne had haar gevoel van wat ze privé moest houden van haar vader geërfd en ze had dan ook nooit met iemand over Alans geheime leven gesproken, zelfs niet met haar beste vriendinnen. Maar toen ze zijn verhouding met de vrouw in de zwarte pumps ontdekt had, was ze naar haar moeder gegaan: misschien met de bedoeling haar in vertrouwen te nemen, maar toen het erop aankwam, deed ze het niet.
Meteen toen haar wantrouwen was gewekt, liet ze het idee varen om met werken te stoppen. Het werk werd haar bolwerk van veiligheid, wat vroeger haar huis was geweest. Ze ging bijna tot aan de bevalling door en zes weken erna was ze weer aan het werk. Ze had het Alan nooit vergeven: de zwangerschap was een kans geweest om zichzelf te ontdekken, een tijd van bezinning over wat het vrouwzijn eigenlijk voor haar betekende. De slippertjes van haar man veranderden alles en in plaats daarvan werd het een zenuwenbedoening, negen maanden vol vraagtekens en zelfonderzoek.
Ze nam echter wel de vrije tijd op waarop ze recht had en plande een bezoekje aan haar moeder. Voordat ze daarnaartoe ging, werd ze geacht aan de arm van haar man op een feestje van het departement te verschijnen waar hij wat contacten wilde leggen. Het was de laatste plaats waar Anne op dat moment wilde zijn, maar niet gaan was ondenkbaar. Het was aan het begin van zijn carrière en het zou de mensen die hij wilde imponeren zeker opvallen.
Zich laten zien was alles, pr was essentieel en het imago, hoezeer dat ook de waarheid verhulde, was het begin en het einde van het politieke bestaan.
Schandaal kwam niet voor in de woordenschat van haar man. Hij had te veel mensen zien komen en gaan en een statistisch gegeven zien worden, waaraan slechts met een gemeen lachje gerefereerd werd. Dus Anne moest wel met hem mee naar het feest, en moest met iedereen een praatje maken. En daar was ook die jongere vrouw met de mooi gevormde kuiten en de zwarte pumps.
Haar rivale was volkomen beheerst en gaf haar een hand met zo'n constante glimlach die ze vast iedere ochtend opplakte en er 's avonds weer af trok. Haar naam was Christine en ze werkte als onderzoekster op het departement van haar man. Ze stond dichtbij, maar Anne rook geen parfum. Geen vleugje, geen spoortje en dat verontrustte haar. Had ze met opzet geen parfum opgedaan om vrouwlief op een dwaalspoor te brengen? Zo'n prachtige vrouw als zij zou op een feestje zeker parfum dragen. Anne kende geen enkele vrouw die geen parfum opdeed als ze uitging. Maar Christine bleek niets op te hebben. En was dat al het geval, dan was het zeker geen Nummer 19.
Anne probeerde beleefd een gesprek gaande te houden, zich ervan bewust dat er een andere vrouw achter hen liep. Ze rook parfum.
Ze verstijfde en draaide zich om en zag toen die andere jonge vrouw met parelwitte tanden glimlachen naar haar man, terwijl ze zijn arm aanraakte alsof ze een oude bekende of een nieuwe minnares was.
Anne voelde zich instorten.
Zouden er dan twee zijn?
Ze was blij dat ze weg kon en reed naar haar moeder. Toen ze aankwam, stond de voordeur open en Anne kon het pas gebakken brood buiten al ruiken.
'Ik heb het niet zelf gebakken,' zei haar moeder toen ze haar begroette. 'In de stad zit een bakker die voorbakt.' Ze droeg een strohoed met brede rand en tuinhandschoenen die veel te groot waren voor haar magere handen. Ze werd wat ouder, maar ze had nog steeds dezelfde scherpe uitdrukking. 'Je ziet er moe uit, Anne, werk je soms te hard?'
'Geen idee. Misschien wel. Ik slaap slecht.' Anne liep achter haar aan naar binnen en haar moeder zette thee. Ze ging in de keuken zitten en voelde zich zo opgelucht om even uit die situatie weg te zijn dat ze wel kon huilen.
'Gaat het wel?' Haar moeder keek haar vanonder de rand van haar hoed aan.
'Ja, hoor.' Anne ging rechter zitten en vermande zich. 'En hoe gaat het met u?'
'O, ik ben nog steeds uitbundig en vermoeid.'
Anne lachte. 'Wat wil dat zeggen?'
'Dat wil zeggen dat ik in mijn hart uitbundig ben en een vermoeid lichaam heb.' Haar moeder ging tegenover haar zitten. 'Mijn hart denkt dat ik negentien ben en mijn lichaam zestig. Ineens vind ik mezelf al te oud om nog een dochter van dertig te hebben. Ik had je eerder moeten krijgen, dan was ik nu jonger geweest.' Ze wees naar Anne's buik. 'Geniet van je vrijheid, Anne, dat doen mannen ook. Als de jongeheer Kirby er is, zul je dat woord in het woordenboek moeten opzoeken.'
'Dacht u ook zo over mij?'
Haar moeder schudde glimlachend het hoofd. 'Niet echt, in mijn gedachten bleef ik negentien en je vader heeft trouwens heel wat van de verzorging op zich genomen. Ik ben vast een slechte moeder geweest, ik had het te druk met dromen.'
'U was een geweldige moeder. Nog steeds.' Anne pakte haar hand die op tafel lag. 'En pa was een geweldige vader. Ik mis hem, ma.'
Anne had toen de kans het haar te vertellen. Haar moeder was er de vrouw niet naar om te vissen, maar haar hele manier van doen gaf aan dat er iets niet goed was en hoewel ze er niet direct naar werd gevraagd, was dat het moment om haar in vertrouwen te nemen. Maar Anne nam niemand in vertrouwen, dat had ze niet met Ali gedaan, niet met Clare, en nu zelfs niet met haar moeder. Ze verzamelde haar angsten en borg deze in kastjes ergens ver weg in haar geheugen op die nooit meer voor iemand geopend werden.
Ze stapte uit bad en besefte dat door al dat oprakelen van het verleden het meeste van wat ze zo-even had gevoeld, was verdwenen. Jamie, en alles wat er tussen hen was gebeurd, had net zo goed tussen hem en een ander gebeurd kunnen zijn. De laatste sensatie was verdwenen en ze ging naar haar werkkamer beneden met het gezicht van haar moeder in haar gedachten en alle dingen die tussen hen onuitgesproken waren gebleven.