5

Anne werkte die middag aan haar bureau en ze luisterde naar de verschillende geluiden die van buiten kwamen. Jamie was naar de houthandel gegaan om de planken te halen die hij nodig had om het metselwerk onder de goot te bedekken. Ze had hem de sleutel van de garage gegeven zodat hij de planken daar in kon leggen. Nu zag ze hem in de tuin heen en weer lopen met kruiwagens vol onkruid. In de namiddag ging ze naar de zolder, waar de dakspanten zichtbaar waren en de originele dwarsbalken op dusdanige wijze zaten, dat je moest bukken om er onderdoor te kunnen.

Ze stond bij het raampje met de driehoekige bovenkant dat uitkeek over de oostkant van de tuin waar Jamie aan het werk was. Die werd begrensd door een hoge heg, waarachter een laan en open velden lagen waarop drie paarden aan het grazen waren. Het was opgehouden met regenen en Jamie liep weer in zijn T-shirt. Het shirt zat niet in zijn spijkerbroek gestopt en als hij zich bukte, was een stukje van zijn rug zichtbaar. Anne keek naar de vloeiende, zorgvuldige bewegingen waarmee hij werkte, zelfs als hij onkruid aan het wieden was. Hij had iets gracieus over zich dat totaal in tegenspraak was met zijn hoekige gestalte, misschien te vergelijken met de manier waarop een balletdanser gespierd is. Als hij een stukje vrij had gemaakt van kreupelhout, pakte hij de riek, maakte daarmee de grotere brokken aarde los waarna hij het losse zand bijna eerbiedig weer tussen de tanden door liet lopen.

Beneden zette Anne de radio aan en luisterde of er nog nieuws over de olieramp was. Daarvoor had ze al duimend naar het weer gekeken, ervan overtuigd dat de wind nog steeds warm aanvoelde en uit zuidwestelijke richting kwam. De weerman refereerde nog apart aan de olievlek die nu een omvang van enkele honderdduizenden liters had bereikt. Tot nu toe had de wind alles bij elkaar gehouden en er waren al schepen bezig om alles op te ruimen terwijl hun bemanningen verwoede pogingen deden de olievlek in te dammen.

Het nieuws begon met het feit dat Alan Kirby, een hoge ambtenaar van het ministerie van Milieuzaken, een commissariaat had bij het bedrijf dat eigenaar was. Vanuit oppositiekringen werd al om zijn aftreden gevraagd.

Een klopje op het raam onderbrak haar gedachten en Jamie stond daar met zijn jas over zijn schouder. 'Ik hou het voor gezien vandaag,' zei hij tegen haar.

Ze opende het raam. 'Je hebt het geweldig gedaan. Ik ben naar boven gegaan en heb even vanaf daar gekeken. Het ziet er zo een heel stuk beter uit.'

Hij glimlachte. 'Bedankt. Als u wilt, kom ik morgen terug.'

'Natuurlijk. Dat zou geweldig zijn.'

Hij gebaarde naar de boeiborden. 'Als de regen wegblijft, zal ik proberen dat af te maken.'

'Graag.'

'Oké.' Hij bleef even staan en trok toen de fleecetrui aan. 'Het is kouder dan je denkt als je ophoudt met werken.'

'Waar woon je?' vroeg ze hem.

'In de stad.'

'Niet ver dus.'

'Tien minuten met de auto.' Hij glimlachte opnieuw. 'Tot morgen dan.'

Anne keek toe hoe hij naar de oprit liep. Ze hoorde een portier dichtslaan en een motor starten. Ze bleef staan en luisterde, zich bewust van de kracht van de wind in de bomen en de geur van regen in de lucht.

Toen ze alleen was, voelde ze zich rusteloos en werken leek weer niet te lukken. Ze doolde van de ene kamer naar de andere. Ze dacht eraan een bad te nemen en ging naar boven om zich uit te kleden. Haar slaapkamer was ruim en het schuine plafond liep door tot de alkoof van het raam. Twee ouderwetse kasten die haar moeder jaren had gehad, stonden aan weerszijden van de kaptafel. Anne wist dat ze in nieuw meubilair zou moeten investeren als ze besloot om permanent in het huis te blijven wonen.

Ze overwoog die mogelijkheid toen ze zichzelf in de spiegel zag. Wilde ze hier blijven, dan stond ze voor een kille, moeilijke beslissing, geen emotionele zoals ze die gisteren aan de kant van de weg had genomen. Tot welk besluit ze ook zou komen, het zou het hoogtepunt zijn van jaren van vragen, en om zover te komen moest ze alle emotie achterwege laten en openstaan voor een nieuwe realiteit. Daarin lag de empathie met de vrouw die haar had geschreven: het was alsof hun leven, hun gedrag, parallel hadden gelopen.

Anne dacht eraan hoe het was om alleen door het leven te gaan en ze wist niet of dat haar nu afschrok of niet. Ze staarde naar haar spiegelbeeld. Ze had geen buikje meer en haar heupen waren smaller geworden, waardoor haar achterste lager was komen te zitten. Met gestrekte vingers duwde ze haar billen omhoog en liet ze los. Het was zacht, maar niet te los voor een vrouw van vijftig. Haar borsten waren niet meer zo stevig als ze waren geweest, maar als je bedenkt dat ze twee kinderen had gezoogd, dan waren het niet de theezakjes waar sommige zielige vrouwen het nu mee moesten doen. Ze had nog steeds een taille en als ze zich uitrekte kon ze een paar ribben zien. Het vlees aan haar biceps was zwaar, maar zakte niet uit en trilde niet als ze met haar armen gespreid stond.

Ze bedacht dat ze vandaag niet alleen wilde zijn en misschien was dat tekenend voor haar diepere gevoelens. Ze reed naar het centrum en parkeerde haar auto in een zijstraat. Daarna slenterde ze wat langs winkels waarvan de tuinen prachtig waren ingedeeld in aparte perkjes. Schitterende bloembedden, door mensenhanden aangelegde symmetrie in geel en purper, met bloemen van een subtiele blauwe kleur. En hoog bovenuit stak de dertig meter hoge toren van een oude kerk.

Ze dacht aan het stuk van haar eigen tuin waar Jamie onkruid aan het wieden was. Dat was echter nog maar het begin, en ze wist dat ze een tekening moest maken van wat ze wilde. Er zou opnieuw gezaaid moeten worden, maar er was nog geen ontwerp en ze moest er ineens aan denken dat haar plannen meestal helemaal waren uitgewerkt voordat er iets werd voorbereid, en dat ze niet zomaar tijdens de werkzaamheden in elkaar werden geflanst.

Ze was verdwaald in de mist van haar eigen gedachten toen Jamies stem erdoorheen brak.

'Hallo, mevrouw Kirby.'

Ze keek verrast op. 'Hallo,' zei ze. 'Ik had niet verwacht je hier tegen het lijf te lopen.'

'En ik dacht dat u aan het werk was. Toen ik wegging, zag u eruit of u er meteen aan ging beginnen.'

'Toch niet. Ik weet niet wat er vandaag met me aan de hand is, maar ik kan me gewoon niet concentreren.'

'Waarom accepteert u dan niet dat het een van die dagen is waarop alles tegenzit en legt u het werk opzij tot morgen?'

'Ik zou dat graag doen,' zei ze, 'maar ik zit tegen een deadline aan te hikken en die vrouw nam bovendien de moeite om naar me te schrijven. Ik ben haar een antwoord verschuldigd, Jamie, een of ander advies.'

'Ze zal het juiste advies willen, neem ik aan. Niet dan? Dan zal ze er best even op willen wachten.' Jamie pakte haar vriendelijk, maar stevig bij de arm. Hij loodste haar langs een ouder echtpaar en ze kon de druk van zijn vingers door haar kleren heen voelen. 'Ik ben op weg naar het strand,' zei hij. 'Hebt u zin om mee te gaan?'

Ze liepen langs de kerk en via een van de smalle zijstraatjes langs een oud, armoedig uitziend hotelletje waar de eigenaar hoopvol op de stoep stond. Hij glimlachte naar hen, en op zijn bord stond een aanbieding van vers gevangen krab en plaatselijk bier, maar geen van beiden kwam erdoor in de verleiding.

Ze liepen zonder een woord te zeggen, naast elkaar, en zonder eikaars hand, zij of arm aan te raken. De lucht rook naar zout en schaal- en schelpdieren, en naar verschraald bier als ze langs een pub kwamen waarvan de deur openstond.

Ze liepen langs de speelhal en de tweedehandsboekwinkel en toen kon ze de zee echt ruiken: ze kon de pier zien en het zout op haar lippen proeven.

Het gekrijs van zilvermeeuwen mengde zich met de wind, klagend en treurig als de stemmen van hen die huilden om verloren liefdes.

De pier strekte zich uit tot voorbij de branding, houten palen die waren vastgemaakt aan metalen poten die diep in de zeebedding waren gedreven zodat het spattende, grijze water met een dof, galmend geluid tegen het hout en het ijzer sloeg. Jamie leunde tegen de reling die langs het pad liep en allebei staarden ze over de immense zandvlakte die helemaal leeg was, op de grotere rotsen en hoopjes gezouten kelp en de zeeweringen na, die als een soort landtongen de baan van de zee onderbraken. Ergens achter de horizon lag een getroffen tanker met gaten in de romp waaruit olie lekte.

Geen van beiden kon hem zien, maar ze wisten dat hij er was.

Anne keek toe hoe een vissersboot zich door de golven heen sloeg. Hoe een eenzame zeeman in een gele oliejas de stuurhut uit kwam, en rook opsteeg uit de platte pijp die hij tussen zijn tanden had geklemd. Ze vroeg zich af of hij zich bewust was van de dreiging. Natuurlijk was hij dat, maar de wind kwam nog steeds uit het zuiden, en zolang dat nog het geval was, zou hij stug doorgaan met vissen.

Ze bleven een poosje staan en keken naar de zee en het zand, en naar de paar mensen die op het strand aan het wandelen waren. Anne draaide zich om naar Jamie. 'Waarom heb je vanmorgen tegen me gelogen?'

Hij bewoog zich niet. De wind tilde zijn haar van zijn voorhoofd op, waar de eerste lijntjes van verdwijnende jeugd zich op de huid begonnen af te tekenen.

Anne voelde zich opgelaten en vroeg zich af waarom ze het in 's hemelsnaam ter sprake had gebracht, terwijl ze een paar uur daarvoor nog besloten had het als afgedaan te beschouwen. 'Je zei dat je met mijn man over het huis hebt gesproken,' zei ze, 'maar ik weet dat het niet zo is.'

Hij keek haar schuin aan, maar er was niets heimelijks of beschaamds in zijn blik.

'Dan zal hij wel niet meer weten wie ik ben.'

'Hoe zou dat kunnen als je hem niet eens hebt gesproken?'

Hij haalde een pakje shag uit zijn zak en begon een sigaret te draaien. 'Het spijt me,' zei hij. 'Het was niet mijn bedoeling u te misleiden. Al zal het van u uit bekeken wel zo lijken.' Hij likte aan de rand van het vloeitje. 'Ik had namelijk werk nodig. Ik rekende erop dat ik met niemand zou hoeven concurreren als u dacht dat ik al met uw man had gesproken.'

Anne luisterde naar zijn verklaring. Ze had zoiets al vermoed, ze had het hem ook al vergeven. Opnieuw vroeg ze zich af waarom ze hem zo nodig in verlegenheid had willen brengen.

'In deze buurt is zelfs dat soort werk moeilijk te krijgen,' legde Jamie uit. 'Het barst hier van de ongeschoolde krachten, en mensen geven geen geld uit tenzij het niet anders kan.'

Hij inhaleerde en blies de rook uit.

Onder de pier sloegen de golven tegen de palen.

'Uw huis staat meestentijds leeg en vanaf de weg kon ik zien hoe de planken eraan toe waren.' Hij haalde zijn schouders op. 'Het is een oud trucje, mevrouw Kirby, en ik ben er niet trots op. Maar ik had het werk gewoon hard nodig.'

Anne liep verder het pad af dat omlaag voerde en weer terugliep zodat het een promenade werd die een kleine honderd meter langs het strand liep tot aan de rotsen. Jamie kwam haar niet achterna en ze bleef staan en keek achterom. Met zijn sigaret in zijn mond volgde hij haar nog steeds met zijn blik. Anne moest eraan denken dat ze hem zijn leugen al had vergeven en ze vroeg zich af of ze niet beter alle leugens kon vergeven die haar waren verteld.

'Het spijt me dat ik u boos heb gemaakt,' riep Jamie.

Ze streek het haar uit haar ogen. 'Het is al goed.' Toen glimlachte ze. 'Kom, laten we verder gaan.'

Ze liepen de promenade af en stapten daarna in het losse zand, terwijl hun kleren bolden door de wind.

'Kom je oorspronkelijk uit deze streek?' vroeg Anne hem.

Hij schudde het hoofd. 'Ik ben vanuit het zuiden naar hier gekomen.'

'Hoelang geleden was dat?'

'Een jaar of zeven, acht. Ik was destijds getrouwd. We zijn hier komen wonen omdat mijn vrouw in de buurt van haar familie wilde zijn.'

'En je bent nu niet meer getrouwd?'

Hij schudde het hoofd en Anne zag nu de verwarring in zijn ogen.

'Ik ben aan het vissen, hè? Sorry, Jamie. Ik ben wat nieuwsgierig, dat komt vast door mijn werk.' Ze keek naar het zand aan haar voeten, naar de vele kleuren die erin zaten, oker en grijs en strepen blauw, als overgebleven spoortjes van de zee.

'Het geeft niet,' zei hij, 'u bent niet aan het vissen, hoewel u er alle recht toe hebt aangezien ik tegen u heb gelogen.' Hij raakte haar arm aan. 'Maar als u het niet erg vindt, praat ik liever niet over het verleden.' Hij keek naar de zee door de smalle spleetjes van zijn ogen, alsof hij plotseling last van het licht en het zout had.

'Je hoeft me trouwens geen mevrouw Kirby te noemen,' zei ze. 'Ik heet Anne.'

'Dat weet ik, maar als het u niets uitmaakt, hou ik onze relatie liever wat formeel.'

Hij had zijn hand in zijn zak zitten en terwijl ze verder liepen, stak ze haar arm door de zijne. Ze wist niet waarom ze dat deed, maar nu de leugen tussen hen was verdwenen, voelde ze zich als een vriendin en zag ze er niets vreemds in.

'Hoe ben je eigenlijk klusjesman geworden?' vroeg ze. 'Heb je dat soort werk altijd gedaan?'

Jamie schudde het hoofd. 'Ik ben jaren visser geweest. Door veranderingen in de quota kwam ik zonder werk te zitten, wat ik, eerlijk gezegd, niet eens zo erg vond.'

Anne keek naar de boot die ze al eerder had gezien, en die nu nog maar een stip op de oceaan was. 'Misschien komen zij allemaal zonder werk te zitten als de olie dichterbij komt.'

'Daar zijn ze ook bang voor.'

'De hele kust kan eraan gaan.'

Hij bleef toen staan en keek haar aan. 'Ik hou het op de hebzucht van de mens. 'Maar wie ben ik om iets te zeggen. Ik rij auto, we rijden allemaal auto. Auto's, brandstof, olie.' Hij stak zijn hand op en gebaarde. 'Maar een zeehond kan geen kant uit: hij heeft maar één pels en een aalscholver heeft alleen zijn veren maar. Weet u wat er gebeurd is in Prince William Sound?'

'En aan de Spaanse westkust?' Anne keek uit over de zee. 'Vogels zaten helemaal onder de olie, één grote, zwarte massa op de stranden.' Ze huiverde. 'Denk je dat dit hier ook zal gebeuren?'

Jamie volgde haar blik. Hij zei niets.

Ze wandelden verder en Anne veranderde van onderwerp, ze wilde even niet denken aan wat er kon gebeuren. 'Heb je bewust voor het vissen gekozen?' vroeg ze hem.

'Niet echt.' Hij keek haar van opzij aan. 'Ik ben er gewoon in terechtgekomen toen we hierheen verhuisden. Mijn vrouw zag het wel zitten, want het verdiende goed en ik was vaak van huis. Het werk viel eigenlijk wel mee, maar het was gevaarlijk en voordat je er erg in hebt, kun je financieel niet meer terug. Ik geef de voorkeur aan het eenvoudige leven dat ik nu leid. Ik leef eigenlijk van de hand in de tand. Vroeger vond ik dat wel iets nobels hebben, maar eigenlijk is het best een zwaar bestaan.' Hij glimlachte toen. 'Toch zit er volgens mij wel iets eerlijks in. Ik ga mijn eigen weg en omdat ik aan niemand verantwoording hoef af te leggen, heb ik tijd om na te denken.'

'En dat vind je belangrijk?'

'Het is van levensbelang: de enige echte vrijheid die we hebben, zit in ons hoofd.'

'En de rest van de wereld legt geen beslag op je, je doet waar je zelf zin in hebt zonder dat je met iemand rekening hoeft te houden?'

'Dat zijn uw woorden,' zei hij rustig. 'Maar in zekere zin hebt u gelijk, denk ik.'

'En als de olie de stranden bereikt, wat ga je dan doen?'

Jamie was stil, zijn blik werd nu afstandelijk. 'Ik ben niet aan deze streek gebonden, mevrouw Kirby. En dit is niet mijn strijd.' Hij haalde zijn schouders op. 'Dan zal ik waarschijnlijk verder trekken.'

'Je bedoelt dat je er dan van wegloopt.' Anne perste haar lippen op elkaar.

Hij keek haar aan. 'Klonk het dan zo afschuwelijk toen ik zei dat het mijn strijd niet is? Soms, als je alles tegen hebt, blijft er maar één ding over en dat is weggaan.'

'Nee, het klinkt niet afschuwelijk. Sterker nog: het klinkt schitterend, als je echt in staat bent zoiets te doen.' Anne keek het strand over. 'Je bent nog jong, Jamie, en je hebt nog een heel leven voor je.' Haar ogen kregen even iets dromerigs. 'Jij kunt het je veroorloven om dat soort beslissingen te nemen.'

Er kwam een vaag glimlachje op zijn gezicht. 'De waarheid is dat u oud bent, mevrouw Kirby. En u kunt het u niet meer veroorloven.'

Anne was even perplex.

Jamie liep al met grote stappen door het zand. Anne staarde hem na, en zijn woorden galmden na in haar oren. Hij keek achterom en glimlachte. Toen stak hij zijn hand naar haar uit en ze stak het zand over en samen liepen ze naar de zee. Jamie keek haar aandachtig aan, terwijl de wind zijn haren deed wapperen, een scheef lachje op zijn gezicht.

'Nu,' zei hij, 'voordat u overstuur raakt, ik bedoelde er niets mee. Ik zei alleen maar dat u oud was.'

'En dat is niet kwetsend?'

'Natuurlijk niet. Sinds wanneer is oud zijn kwetsend? Bovendien bedoelde ik niet stokoud. Oud is een betrekkelijk begrip. U bent ouder dan ik, maar jonger dan die man daar.' Hij wees naar een man die de betonnen helling op schuifelde. Zijn haar was wit, zijn rug krom. Zijn gewicht drukte op de stok die weer op de grond naast zijn voeten drukte. 'Hij is oud,' zei Jamie. 'Heel oud. Maar zie hem eens gaan, wat een voorrecht om zo oud te worden. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Oud worden is namelijk een voorrecht, geen belediging.'

'Ik ben niet oud,' zei Anne.

'Niet echt, nee.' Jamie tikte tegen zijn borst. 'Voor een kind lijk ik oud, maar zelf vind ik dat niet. U vertelde me dat u vijftig bent, wat nog helemaal niet oud is als je naar ervaring kijkt, en toch noemen we het de middelbare leeftijd.' Hij nam haar handen in de zijne. 'Het was echt niet beledigend bedoeld, ik zeg alleen dat hoe ouder je wordt, des te minder tijd je nog hebt, en daardoor zijn de beslissingen die je neemt belangrijker dan ooit.' Zijn gezicht werd plotseling ernstig. 'Zoals de vrouw uit uw brief: ze is van middelbare leeftijd en ze loopt erover te denken een man te verlaten die haar volgens haar al jaren bedriegt. Ze heeft nu minder tijd omdat ze al wat ouder is, dat maakt haar beslissing alleen nog maar moeilijker.' Opnieuw keek hij naar de zee. 'Dat bedoel ik ermee: ga het onheil niet uit de weg als je er iets tegen kunt doen, maar als je dat niet kunt, ga dan.'

'En als dat nu eens een verkeerde beslissing is?'

'Als dat zo is, dan kom je er vanzelf achter.'

'En als het dan te laat is?'

'Denkt u nu echt dat dat wat uitmaakt? Is het leven trouwens geen reis? Zullen onze zogenaamde verkeerde beslissingen ons echt achtervolgen? Dat gebeurt alleen als we dat toelaten.' Hij hief zijn handen op. 'Misschien bestaan er geen goede of slechte beslissingen, maar alleen verschillende, wat we ook besluiten, we hebben een weg te gaan. Wie zal zeggen waarheen die leidt, en bepalen we niet zelf, en wij alleen, hoe onze reactie daarop zal zijn?'

'Dat is erg diepzinnig, Jamie, maar ik weet niet of mijn briefschrijfster daar wat aan heeft.'

'Nee?' Hij glimlachte. 'Maar ik heb ook nooit beweerd dat ik een Lieve Lita ben, of wel?' Met zijn duim wreef hij over de achterkant van haar hand. 'Weet u, alleen besluiteloosheid of onwetendheid veroorzaakt angst. Ik weet zeker dat als ze eenmaal de beslissing genomen heeft, ze de moed zal hebben om door te gaan.'

Anne keek hem even aan en sloeg toen haar ogen neer. Opnieuw veegde hij over haar knokkels. 'U hebt een mooie huid, weet u dat?'

'Voor zo'n oud iemand, bedoel je.'

'Nee, ik bedoel dat u een mooie huid hebt.'

Ze draaide zich om naar de zee.

Ze rilde.

'Hebt u het koud?' vroeg Jamie haar. 'Wilt u liever terug?'

Ze staarde naar de brekende golven. Ze was dit niet gewend, ze kon zich zelfs niet herinneren ooit zo'n gesprek te hebben gehad. Hij sloeg een arm om haar heen en nam haar mee terug naar het pad.

Op het beton bleef Anne even staan, ze stampte het zand van haar schoenen en ging toen op een houten bank zitten. Jamie kwam naast haar zitten.

'Waar woon je?' vroeg ze hem.

'In een flat.'

'Waar?'

Hij wees naar de andere kant van de rotsen, naar de plotseling vormeloze, grijze massa die de stad moest voorstellen, waar de regen opnieuw tegen de gebouwen kletterde.

'In de stad?'

Hij knikte.

Ze bleef even zitten. 'Hoe oud ben je?'

'Niet zo oud als u.'

Ze gaf hem een por.

Hij lachte.

Ze wilde hem nog een por geven.

Hij sloot zijn hand om haar vuist.

Ze zeiden geen van beiden iets en ze wisten allebei dat er iets was veranderd tussen hen.

De wind sloeg het haar in zijn gezicht en terwijl hij zich wat onderuit liet zakken, streek hij het achter zijn oren zodat het in een bos tegen de achterkant van zijn kaak zat. Hij keek naar Anne en pakte toen opnieuw haar hand. Ze voelde de lichte aanraking van zijn hand en alles leek heel onwerkelijk. Vijfentwintig jaar met een man die achter de vrouwen aan zat en hier zat ze nu zelf met een man die half zo oud was als zij, aan een ijskoud strand, terwijl ze eikaars hand vasthielden als een stel verliefde tieners.

'Ik meende wat ik zei,' zei Jamie.

'Dat ik oud ben, bedoel je?'

Hij glimlachte. 'Nee, over dat weggaan. Soms is dat de enige keus die we hebben.' Anne keek naar het zand. 'Dat weet ik,' zei ze, 'maar het is moeilijk.'

'Natuurlijk, en als je ook maar een beetje integer bent, is dat het laatste wat je wilt. Je intuïtie vertelt je dat je moet blijven en moet vechten.' Hij glimlachte. 'Maar dan kun je een nieuwe weg inslaan en je hebt geen flauw idee waartoe die zal leiden. En dat maakt je óf doodsbenauwd, óf je wordt er juist door geïnspireerd.'