4

Ze werkten samen tot het tijd was om te lunchen en Anne voelde zich een stuk beter. Het buiten werken had iets inspirerends, en Jamie had gelijk, ze had het gevoel dat met dit soort activiteit haar poriën misschien opengingen zodat ze uiteindelijk weer kon denken.

'Vertel eens, mevrouw Kirby,' zei hij tegen haar. 'Wat doet u voor iets, wat vandaag niet schijnt te lukken?'

Ze keek hem van opzij aan.

'Werk, bedoel ik. Uw beroep: u vertelde me dat u vandaag niet kon werken.'

'Ik beantwoord lezersbrieven in een problemenrubriek, Jamie.'

Hij ging staan en zette zijn handen in zijn zij. 'Echt waar, een "Lieve Lita" in eigen persoon?'

Ze knikte. 'En ik heb ook nog een column in een krant.'

'En wiens probleem kunt u vandaag niet oplossen?'

Anne was gegriefd door de vraag. Ze gaf hem geen antwoord. Ze staarde hem een poos aan en wendde toen haar hoofd af.

Jamie pakte de kruiwagen en gooide hem leeg.

De wolken braken open en de regen viel donker en recht naar beneden. Toen hij terugkwam stond Anne bij de voordeur. 'Met zo'n bui kunnen we niets meer doen.'

Hij keek even naar de lucht. 'U hebt gelijk. Ik ga naar de houthandel om die planken te kopen.'

'Goed.' Ze aarzelde. 'Tenzij je eerst wat wilt eten.'

In de keuken was het warm. Ze had de verwarming aan gelaten en het huis ademde een behaaglijke sfeer die haar deed denken aan de jaren dat haar moeder er had doorgebracht. Ze hing haar jas op en nam Jamies fleecetrui en jas aan. Hij had nu alleen nog maar een T-shirt aan, zijn borstspieren waren goed zichtbaar door het witte katoen. Zijn armen waren licht gebruind en zijn gezicht had de permanente koperkleurige teint van iemand die buiten werkt.

'Ik wilde alleen een paar boterhammen smeren,' zei Anne. 'Heb je daar genoeg aan?'

'Ja hoor, lekker.'

Hij wandelde de eetkamer binnen die samen met de keuken een uitbouw aan de achterkant van het huis vormde. Hij staarde naar het hoge, schuin aflopende plafond. 'Dit is zo heel anders dan de rest van het huis.' Hij draaide zich om en keek haar aan. 'Ik vind het wel mooi, die hoogte hier, het vormt een mooi contrast met de gang.'

De deur naar Anne's werkkamer stond open en Jamie stak zijn hoofd naar binnen. Terwijl ze haar handen aan een handdoek afveegde, liep Anne hem achterna.

'Hier werk ik,' zei ze.

'Prachtige open haard,' zei hij en hij gebaarde naar de ingebouwde zithoeken aan weerskanten. 'Is dit dezelfde als in de zitkamer?'

'Ongeveer. Ik denk dat hij zelfs nog iets groter is. Ik steek hem hier nooit aan.'

'Maar wel in de zitkamer?'

'Ja. Ik ben gek op haardvuren. In de stad mogen we alleen brandstof gebruiken die geen rook veroorzaakt. Dat is niet hetzelfde als hout, het geeft geen sfeer.'

Hij tikte met zijn voet op het gewreven parket. 'Dit is eveneens origineel. Alle karakteristieke elementen zijn aanwezig. Het is een pracht van een huis, mevrouw Kirby.'

'Dank je, mijn moeder was er dol op. Ik was van plan om het te verkopen toen ze stierf, maar toen het er eenmaal op aankwam, kon ik het niet.'

Ze liep naar haar bureau waar de bewuste brief boven op de stapel lag. Jamie leunde tegen de deurstijl, zijn armen over elkaar. 'De hartenpijn waarnaar je eerder hebt gevraagd,' zei Anne rustig. 'Er was een bepaalde brief, maar die gaat over iets wat door veel vrouwen wordt ervaren.'

De uitdrukking op Jamies gelaat was vriendelijk, open, gaf haar de kans te praten als ze dat wilde.

'De vrouw die me heeft geschreven denkt dat haar man een verhouding heeft.' Anne ging op de vensterbank zitten met haar rug naar het raam. 'Ze herkende de symptomen, snap je.'

En toen vertelde ze hem wat er was gebeurd, hoe het meer dan twintig jaar geleden allemaal was begonnen.

Er was haar niets speciaals opgevallen. Ze wist dat haar hormonen haar parten speelde omdat ze zwanger was, wat inhield dat het hooguit een stukje paranoia was door het ongewone levenspatroon dat ze volgde. Maar haar man leek anders en dat zat haar dwars.

Ze had zeer specifieke ideeën gehad over de zwangerschap, bevalling en hoe ze de kleine zou opvoeden als hij of zij geboren was. Geen enkel kind zou haar manier van leven veranderen of de wijze waarop ze over dingen dacht. Over haar leven had ze altijd zelf beschikt. Ze verdedigde haar onafhankelijkheid met hand en tand en zelfs een baby zou daar geen verandering in brengen.

Van dat idee bleef niets meer over op het moment dat ze besefte dat ze zwanger was.

Clare had haar al verteld dat dit zou gebeuren.

Anne voelde zich gewoon anders, ze kon het alleen niet definiëren. Ze voelde zich gewoon wat levendiger, vitaler en unieker dan ooit tevoren. Ze stopte met roken. Ze stopte met drinken. Ze schonk nog wel een glas wijn voor haar man in, maar het idee om het zelf op te drinken stond haar ineens tegen. Ze was trots op haar reactie: het leek natuurlijk en zoals het hoorde. Er waren uiteraard honderden vrouwen met baby's, vrouwen hadden altijd al kinderen gekregen. Het was niets nieuws, maar voor haar was het nieuw. Het was iets unieks en ze was van plan er van begin tot eind van te genieten. Gelukkig werd ze niet misselijk. Ze dacht wel dat ze zich anders zou hebben gevoeld als ze 's morgens steeds misselijk was en dat het plezier er dan af zou zijn geweest.

Ze had zichzelf nooit een echt moederlijk type gevonden. Ze had altijd tot 's avonds laat doorgewerkt, ongeacht de baan die ze op dat moment had. Maar nu met dit nieuwe, ontluikende leven, leek haar werk een stuk minder belangrijk dat ze had gedacht. Er waren andere mensen die het werk konden doen. Alleen zij kon deze baby krijgen.

Haar man was verrast toen ze hem vertelde dat ze al in zo'n vroeg stadium stopte met werken. Het was op een zomeravond en ze zaten thuis te eten met de terrasdeuren open, en in de tuin was een mus aan het fluiten. Anne kon zich niet herinneren dat ze er ooit een had gehoord en vreemde gedachten kwamen bij haar op, alsof de mus daar zat omdat hij voelde dat ze zwanger was en het kind met zijn gezang wilde verwelkomen op de wereld. Ze wist dat ze dwaas deed, maar allerlei vreemde gedachten waren bij haar opgekomen sinds ze wist dat ze in verwachting was. Een daarvan was dat haar man minder aandacht voor haar had dan daarvoor.

Hij at pasta en dronk witte wijn. Anne nam een slokje water en vertelde hem wat ze met het werk van plan was.

'Nu al?' Hij trok zijn wenkbrauwen op en zette zijn glas, met op de rand een afdruk van zijn lippen, neer. 'Waarom zo vlug?'

'Dat weet ik niet. Ik denk gewoon dat het tijd is.'

'Maar je bent nog maar drie maanden zwanger.'

'Maakt dat wat uit? Hebben we het geld dan zo hard nodig?'

Hij schudde het hoofd. 'Geld is altijd prettig, maar het maakt niet uit. Je weet dat het niets uitmaakt.' Hij zat even met de ranke steel van zijn wijnglas te spelen en hij leek met zijn gedachten elders te zijn, bijna alsof hij door haar heen keek in plaats van naar haar.

'Is dit het verkeerde moment om er met je over te praten?'

Hij schudde het hoofd en hij keek haar weer aan. 'Nee. Hoe kom je daar bij?'

'Je lijkt anders niet erg geïnteresseerd.'

'Geïnteresseerd? Natuurlijk ben ik geïnteresseerd. Je hebt het over onze toekomst, ons gezin. Natuurlijk ben ik geïnteresseerd, Anne.'

Ze knikte. Overtuigd was ze niet.

Hij zette zijn ellebogen op tafel. 'Als je nu met werken wilt stoppen, dan moet je dat doen. Je kunt later altijd weer terug.'

'Dat zal ik zo goed als zeker doen. Maar op dit moment wil ik me op deze baby concentreren.' Ze maakte een breed gebaar. 'Ik weet dat het vroeg is en het komt waarschijnlijk stom over, maar zo voel ik me gewoon.'

Hij draaide een sliert pasta rond zijn vork. 'Het is niet stom als je je inderdaad zo voelt.' Hij lachte weer. 'Mijn moeder waarschuwde me al dat het raar kan gaan als een vrouw in verwachting is. Maak je geen zorgen, schat. Ik vind alles goed.'

Zijn woorden hadden vriendelijk geklonken en ze bevestigden in wat voor luxe positie ze zich bevond. Waarom had ze dan het gevoel dat hij met zijn mond en niet met zijn hart had gesproken, dat hij met zijn gedachten elders had gezeten terwijl dit op dat moment toch het belangrijkste moest zijn tussen hen? Zo gedroeg hij zich anders nooit. Ze waren twee verstandige mensen die op een verstandige manier met elkaar spraken: hun gesprekken waren nooit eenrichtingsverkeer en de dialoog was altijd onderhoudend en prikkelend. Toch leek hij plotseling zo ver van haar verwijderd, alsof het kind hem totaal niet interesseerde.

Ze kwam tot de conclusie dat het door zijn werk kwam. Alan was afgestudeerd als bedrijfsadviseur, maar hij had meerdere ijzers in verschillende vuren zoals de bouw en de oliebusiness. Zijn voornaamste ambitie lag in de politiek, al had hij onlangs een directiepost bij een scheepvaartmaatschappij geaccepteerd hetgeen heel wat van zijn tijd in beslag nam. Hij had nog alleen zitting in het provinciaal bestuur, maar wel op een tamelijk hoog niveau en in de hogere echelons van zijn partij was dat niet onopgemerkt gebleven. Misschien werden zijn gedachten in beslag genomen door de toekomstmogelijkheden.

Ze ruimde de borden op en ging naar boven waar ze de douche hoorde lopen. Hij had zijn kleren op bed laten liggen zoals hij altijd deed. De manier waarop hij zijn overhemden altijd neergooide irriteerde haar. Ze waren duur en als je veel geld uitgaf aan iets, dan mocht je er ook wel voorzichtig mee zijn, vond ze. Ze pakte zijn overhemd op, schudde het uit en liep ermee naar de wasmand.

Er ging een rilling door haar heen.

Ze rook parfum, daar was ze zeker van.

Ze drukte het overhemd tegen haar gezicht en wist dat ze gelijk had, Chanel Nummer 19. Tot een jaar geleden was het haar lievelingsgeur geweest en ze zou het overal herkennen. Ze wist ook dat ze die niet had. Ze nam het overhemd mee terug naar de slaapkamer en keek naar haar kaptafel.

Er stond geen Nummer 19 tussen de flesjes parfum. Ze wist het al voordat ze zelfs maar gekeken had, want ze had die niet. Maar ze keek toch, want de enige manier om de geur op het overhemd van haar man te verklaren, was door een flesje te vinden.

Ze zat beneden met een glas appelsap voor zich. Alan was klaar met douchen en ze kon hem in de slaapkamer heen en weer horen lopen. Hij zou dadelijk in zijn badjas naar beneden komen zoals hij altijd deed. Dan schonk hij voor zichzelf nog wat in, stak een sigaret op en keek naar het nieuws op televisie.

Ze wachtte.

Hij kwam de trap af, liep rakelings langs haar heen en kuste haar boven op haar hoofd. Ze hoorde het geluid van een ijsblokje in een glas en ze zat er nog steeds, de vingers van haar ene hand stevig om de steel van haar glas geklemd.

'Is alles in orde, schat?' Hij stond in de deuropening achter haar. 'Je bent zo stil na het eten.'

Ze keek langs hem heen naar de terrasdeuren die nog steeds openstonden. De duisternis viel en de mus zong niet meer. Ze wilde haar man recht in de ogen kijken en hem vragen waarom zijn overhemd naar parfum stonk.

'Ik ben gewoon wat moe, meer niet.'

Hij liep door naar de zitkamer en zette de televisie aan.

'Ik ga naar bed.' Ze ging achter zijn stoel staan.

'Dat is goed, schat,' zei hij. 'Ik kijk nog even naar het nieuws.'

Ze liet het appelsap op tafel staan en ging naar boven naar hun slaapkamer. Overdag schudde ze de kussens op en trok ze het dekbed naar achteren om het bed goed te laten luchten. Als ze dan 's avonds thuiskwam, maakte ze het op. Het was volmaakt om te zien en heel comfortabel. Dat was een van de dingen waarin ze heel precies was, iets wat ze van haar moeder had geleerd.

Ze trok haar jurk uit en ging naakt voor de spiegel staan, draaide zich opzij en bekeek zichzelf van zowel van links als van rechts. Bij haar buik was geen zwelling te zien, ze zag er helemaal niet zwanger uit. Misschien was ze het ook niet, misschien was het maar schijn. Maar ze wist dat dat niet waar was, ze had diverse menstruaties overgeslagen en ze had eerst zelf een zwangerschapstest gedaan voordat ze het door haar huisarts had laten bevestigen.

Ze had altijd al een buikje gehad. Ze was smal bij de heupen, bijna jongensachtig, en ze had het idee dat het door haar smalle heupen kwam dat haar buik zo bol leek. Vrouwen met brede heupen hadden plattere buiken. Nu ze in verwachting was, zouden haar heupen breder worden en ervan uitgaand dat ze nadien haar figuur terugkreeg, zou ze dan ook een plattere buik hebben.

Maar stel dat ze haar figuur niet terugkreeg, stel dat ze straks een slappe huid en zwangerschapsstrepen zou overhouden? Zou haar man haar dan nog met een even begerige blik bekijken? Plotseling was ze bang, voelde ze zich eenzaam, terwijl ze zich nooit eerder eenzaam had gevoeld. Ze hoorde hem beneden zijn keel schrapen, de man op wie ze zich had verlaten, de man die haar nooit zou laten vallen. Ze stapte in bed en trok het dekbed op tot aan haar kin. Ze lag stil naar het plafond te staren, de geur van Nummer 19 nog in haar neus.

De hele tijd dat zij aan het praten was geweest, had Jamie met zijn armen over elkaar, tegen de deur geleund. Ze keek naar zijn onaangedane gezicht met de hoge jukbeenderen en de holte eronder, de ogen ietwat geloken.

'Dat schreef ze allemaal in een brief?' Hij gebaarde naar het ene velletje op het bureau.

'Zo ongeveer.' Anne bleef even op de drempel staan. 'Ik kan maar beter die boterhammen gaan klaarmaken.'

Hij hielp haar, pakte een paar tomaten uit de koelkast en sneed ze op de snijplank in schijfjes. Hij was erg precies en waste zijn handen en het fruit voordat hij het mes pakte. Anne was zich bewust van de bedaarde manier waarop hij alles deed, de wijze waarop zijn armen bewogen, het geluid van zijn spijkerbroek als hij ermee langs het aanrecht schoof. Het was doodstil in huis. Ze zaten een paar honderd meter van de hoofdweg, velden en bossen en de verdwaalde boerenschuur. Er waren geen mensen, er was geen verkeer, er was niets wat aangaf dat zij deel uitmaakten van de wereld.

Ze aten aan de grote tafel in de eetkamer. Het was een smalle tafel, gemaakt van grenenhout zodat het meer van een keukentafel weg had.

'Die mensen die naar u schrijven,' zei Jamie. 'Die zijn zeker erg serieus. U bent een vluchthaven voor hen.'

Anne dacht erover na, een vluchthaven; een soort toevluchtsoord voor de stormen des levens. Ja, dat was precies hoe sommige briefschrijvers haar zagen. Ze keek naar haar half opgegeten boterham en zag opnieuw het handschrift van de vrouw op het papier, de gehavende zinnen waarin haar eigen ongeschreven kwelling weerklonk.

Ze had die nacht twintig jaar geleden slecht geslapen en ze werd wakker door het kletteren van het water in de douche. Waarom haar man zowel 's morgens vroeg als 's avonds laat zo nodig moest douchen, had ze nooit begrepen. Ze maakte wat te eten klaar en ging naar haar werk, waarbij ze hem een kus op zijn wang gaf en een kus op haar wang terugkreeg. Ze gingen allebei met de auto. Ze gingen ieder een andere richting uit en gingen ieder in een aparte auto, plotseling hadden ze ieder een eigen leven.

Was dat waar ze mee bezig waren, samen een apart leven leiden, ook al was er een derde persoon op komst die deel ging uitmaken van het gezin? Had ze hem dan zo verkeerd beoordeeld, hen, hun relatie? Dat vroeg ze zichzelf allemaal af terwijl ze dwars door de stad reed naar het consultatiebureau waar ze werkte. Maar op geen enkele vraag had ze een antwoord. Als ze het tot dan toe zo bij het verkeerde eind had gehad, hoe kon ze dan de conclusies vertrouwen die ze had getrokken?

De dag ervoor had de wereld er nog prima uitgezien, de zomer geurde naar kamperfoelie en zelfs de hitte van de stad leek minder drukkend dan anders. De mensen slenterden luchtig gekleed op straat, op die zorgeloze manier als wanneer alles goed lijkt te gaan en de kille duisternis van de winter niets meer is dan een illusie.

Anne dacht na over de beslissing die ze had genomen om haar baan al zo vroeg op te zeggen zodat ze zich volledig met haar aanstaande moederschap kon bezighouden: het had haar een logische stap geleken, zo met de steun en de hulp van een echtgenoot die van haar hield. Geld was geen punt. Geld was voor geen van beiden ooit een punt geweest.

In haar jeugd was er genoeg geweest zodat niemand zich echt zorgen hoefde te maken. Haar vader was verstandig maar vrijgevig geweest, niet alleen voor zijn familie, maar ook voor zijn vrienden en anderen om hem heen. Hij leerde haar de waarde van geld kennen en hoe het op een verstandige manier kon worden uitgegeven, maar hij leerde haar ook dat er niets mis mee was als je er veel van had. Hij zei dat harde valuta, zoals andere ruilmiddelen als vriendschap, liefde en kennis, afhankelijk waren van de levenscycli. Hij vertelde haar dat ze van al deze middelen, als de wetgeving of de aanvoer tekortschoot, iets moest weggeven.

Toen ze jong was, had ze niet begrepen wat hij bedoelde, maar naarmate ze ouder werd, dacht ze dat ze het begon te begrijpen. Zat er ergens een stagnatie, of dat nu financieel, emotioneel of misschien wel geestelijk was, dan kon dat alleen worden opgelost door iets weg te geven. Hij vertelde haar dat als iemand nog maar twee centen bezat en niet wist waar hij de volgende vandaan moest halen, hij een van de twee moest weggeven. Dat zou het rad weer in beweging zetten.

Ze wist niet of ze het moest geloven. Maar ze miste haar vader heel erg, hij was veel te vroeg gestorven en ze was nog steeds niet over het verlies heen. Ze miste de kalme manier waarop hij het leven benaderde, zijn rustige uitstraling als iedereen om hem heen de kluts kwijt was. Zijn houding was uniek geweest en had haar geleerd alles in het juiste perspectief te zien, iets wat ze op een andere manier niet had kunnen leren. Ze had iets van die houding van hem geërfd. Dat manifesteerde zich in haar vermogen om zich te weten te redden als ze onder druk stond, om verder te gaan zonder zich sterk op te stellen, maar eerder onaangedaan, zodat niemand wist wat ze werkelijk voelde. Ze wist dat bepaalde dingen gewoon gebeurden en je maar beter gewoon door kon gaan. Treed het leven tegemoet, had haar vader haar verteld, en kijk maar wat er gebeurt.

Ze had haar hart nooit op haar tong gedragen en had haar mening altijd voor zichzelf gehouden tenzij haar iets direct werd gevraagd. Vandaar ook dat ze nooit zomaar iets zei zonder eerst goed na te denken, in tegenstelling tot sommige mensen die ze had ontmoet.

Die ochtend hield ze op haar werk de schijn op en was ze minder zeker van zichzelf dan in jaren het geval was geweest. De dag ervoor had ze nog geweten wat ze wilde. Ze had haar eigen prioriteitenlijst en ze was ervan overtuigd dat ze zich daaraan zou houden. Maar deze dag leek het allemaal voor niets te zijn geweest, haar ambities waren vaag en haar voornemens niet te bevatten. Haar vaders woorden, zijn wijsheid, leken oneindig ver van haar vandaan te staan. Ze zat aan haar bureau, dankbaar dat het een dag met veel papierwerk en verslagen was en dat ze niemand te woord hoefde te staan.

Ze belde haar man een keer met een smoesje. Ze wist eigenlijk niet waarom ze dat deed: ze belde hem alleen als het echt nodig was. Ze wist niet of ze hem nu aan de lijn wilde krijgen of alleen maar horen wie de telefoon opnam, om te zien of ze een bepaalde intonatie in zijn stem hoorde die ze niet eerder had opgemerkt.

Zijn secretaresse nam op zoals altijd. Ze was veertig en truttig en zou geen Nummer 19 op hebben. Niettemin kwam die gedachte, hoe vreemd die ook was, toch bij haar op, zoals vanaf nu bij iedere vrouw die bij hem op kantoor werkte. Anne wist uit haar praktijk dat de meeste verhoudingen plaatsvonden tussen mensen die bij elkaar werkten.

Alison belde haar vlak na elf uur. Ze was net zo uitgelaten als altijd en ze vertelde over een afspraakje dat ze de avond ervoor had gehad. Het was goed verlopen en ze zou de man weer zien, maar ze wist niet of hij al iemand had.

'Hij ziet er veel te goed uit om vrijgezel te zijn,' zei ze.

Anne gaf geen antwoord.

'Anne?'

'Sorry, Ali, ik was er met mijn gedachten niet bij. Wat zei je ook weer?'

'Vind je dat ik met hem af moet blijven spreken als hij al iemand anders heeft?'

Nog steeds gaf Anne geen antwoord.

'Is alles goed met je?' vroeg Ali. 'Je klinkt zo anders vandaag.'

Anne aarzelde. Kon ze het haar vertellen? Zou ze dat doen? Ze wist niet of haar angsten gegrond waren. Ali kon het goed vinden met haar man. Net als Clare. De meeste vrouwen wel, nu ze eraan dacht.

'Het gaat prima,' zei ze. 'Sorry, ik ben vanochtend gewoon bedolven onder het papierwerk. Waar hadden we het ook weer over?'

'Ik zei dat ik hem wel aardig vond, Stephen, die kerel met wie ik gisteravond ben uit geweest. Maar ik kan niet geloven dat hij niemand anders heeft.'

'Weet je of hij iemand anders heeft?'

'Nee.'

'Dan heeft hij misschien ook wel niemand anders.'

'Dat zal dan wel. Ik ben er gewoon niet aan gewend dat iets zonder problemen verloopt. Mijn leven is altijd gecompliceerd, daarom ben ik ook zo achterdochtig. Ach, wat maakt het ook uit, ik ga gewoon weer met hem uit. Ook al heeft hij een ander, wat niet weet, wat niet deert. Hij zou niet de enige zijn die er een liefje op na houdt.'

In de lunchpauze at Anne een appel aan haar bureau en staarde naar de terrasdeuren tegenover het raam. Toen stapte ze in haar auto en reed naar het kantoor van haar man aan de andere kant van de stad. Destijds lunchte hij om één uur, een gewoonte waar hij zelden van afweek. Dat was voordat hij het te druk kreeg om een lunchpauze te nemen, voordat een van zijn echte politieke ambities was vervuld.

Jamies stem verbrak haar concentratie en pas toen besefte Anne hoeveel ze hem had verteld.

'Wat gebeurde er toen ze bij het kantoor van haar man kwam?' vroeg hij.

Anne begon de borden op elkaar te stapelen. 'Ze zag hem met een andere vrouw,' zei ze.