26 Beslissing
De keizer luisterde.
In zijn grote ontvangstzaal - ruimte genoeg voor wel twintig compagnies militairen - zat Ichindar, de eenennegentigste in een ononderbroken dynastieke lijn, op zijn ceremoniële troon. De imposante stoel was van oud hout dat was ingelegd met goud en topaas, en rijk versierd met buitenmaatse robijnen, smaragden en onyxen. Hij stond op een hoog piramidevormig podium, dat aan alle vier de kanten trappen naar boven bezat, en waarvan de afgeplatte top was voorzien van een groot gestileerd zonnewiel, eveneens kleurig opgesierd met agaten, witte opalen en massa's topaas. Op elk van die vier trappen stonden twintig Keizerlijke Witten stram in de houding. Het vloergedeelte vlak voor Mara bevatte zetels voor hogepriesters en adviseurs, maar slechts drie daarvan waren bezet. Op een ervan zat een klerk die aantekeningen maakte ter verspreiding onder de geestelijken die afwezig waren. Op de twee andere zaten de Hogepriester van Juran en de Hoge Abt van Lashima. Mara was blij geweest dat de laatste prelaat aanwezig was, want dat beschouwde ze als een goed voorteken: hij had op het punt gestaan haar in te wijden in de orde van Lashima op de dag dat Keyoke was gekomen om het zeventienjarige meisje mee naar huis te nemen als de Regerende Vrouwe van de Acoma.
Zonder zelfs een eregarde - soldaten waren taboe tijdens formele audiënties bij de keizer -legde ze nu het laatste deel van haar voorgestelde plannen uit. Een klerk, rechts van Mara, schreef haar woorden in een jachtig tempo op voor de keizerlijke archieven terwijl ze nog nagalmden in de kolossale ruimte. In deze grandioze zaal, met zijn enorme koepels, met zijn kristallen ruiten, gevat in vergulde vensters, en met zijn glimmend gepoetste marmeren vloeren, voelde zelfs Mara zich kleintjes.
Na haar laatste zinnen maakte ze een diepe buiging en bleef met haar handen gekruist voor haar borst - de protocollaire groet - roerloos staan achter het lage hek, de absolute grens voor alle rekwestranten. Trillend - ze kon het niet helpen, hoe hard ze het ook probeerde - wachtte ze af wat de reactie van het Hemelse Licht zou zijn. Terwijl de minuten verstreken en de stilte voortduurde, durfde ze niet eens haar ogen op te slaan, bang dat ze in het jeugdige gezicht op het podium iets van afkeuring zou zien.
'Veel van wat u voorstelt berust op speculatie, vrouwe.' De keizer had een onmiskenbare autoritaire klank in zijn stem.
Met haar blik nog steeds op de ingewikkelde marmeren mozaïekvloer gericht zei Mara: 'Majesteit, het is onze enige hoop.'
'Wat u voorstelt is... zonder precedent.'
Dat Ichindar eerder aan de traditie dacht dan aan zijn persoonlijke veiligheid was veelzeggend. Deze slanke, ernstig kijkende jonge heerser was niet begerig naar absolute macht, maar evenmin schroomde hij om in de huidige crisis gedurfde concepten in overweging te nemen. Vol bewondering voor de klaarblijkelijke moed en rijpheid van iemand die er zo frêle uitzag, zei Mara: 'Veel van wat u hebt gedaan, majesteit, is eveneens zonder precedent.'
Ichindar boog heel lichtjes zijn hoofd en de hoge gouden pluimen van zijn hoofdtooi onderstreepten statig wuivend zijn instemming met haar opmerking. Hij was in ettelijke lagen ceremoniële kleding gehuld, en dat beviel hem kennelijk allerminst. Nu al was zijn gezicht getekend door de zware lasten van zijn keizerschap. Het was niet het onbekommerde gezicht dat iemand van deze leeftijd behoorde te hebben: het had donkere wallen onder de ogen en ingevallen wangen, als tekenen van slapeloze nachten. Achter alle opsmuk en juwelen zag Mara een sombere jongeman die werd gekweld door zorgen. Het Hemelse Licht mocht dan nog jong zijn, hij besefte verdomd goed dat hij zich bewoog op een terrein vol drijfzand en moerassen. Hij maakte zich geen illusies. Zijn kracht ontleende hij aan de onmetelijke eerbied die het Tsuranese volk voor zijn ambt had, maar hoe diep die eerbied ook zat, geheel absoluut was hij nu ook weer niet! Onder de negentig voorgangers van Ichindar was keizersmoord wel degelijk een paar keer voorgekomen. Zoiets werd door het gewone volk gezien als het ultieme bewijs dat de goden hun handen al van het rijk hadden afgetrokken, want het gebeurde altijd pas nadat de zaken rampzalig uit de hand waren gelopen en een van de ambitieuze heren het nodig vond zoiets te doen. Maar tegelijk wist Mara dat dit nu precies was wat Tasaio van plan was. En er waren vandaag de dag zeker wel lieden die het afschaffen van het ambt van Krijgsheer een zo flagrante inbreuk op de traditie achtten dat zelfs een keizersmoord erdoor gewettigd werd.
Zich bewust van het gevaar dat ze uitlokte door een koers aan te bevelen die zich nog verder van het gewone verwijderde, sloeg Mara haar ogen op. Ze keek de man op de troon op het podium aan. 'Majesteit, ik kan slechts hoop aanbieden. Ik kan de ambitie van de Minwanabi niet in mijn eentje tegenhouden. Tasaio zal de titel van Krijgsheer met geweld grijpen, of hij zou hem na een verkiezing zonder bloedvergieten kunnen krijgen. In het laatste geval zouden de troepen die nu rond Kentosani gelegerd zijn in vrede huiswaarts kunnen keren. Het laatste lijkt de gemakkelijke weg voor u, en ik heb mij verplicht, misschien wel tot schande van mijn familie, er zo nodig aan mee te werken. U kunt deze mogelijkheid kiezen, en u daarna terugtrekken uit het Grote Spel, en de Hoge Raad zijn bevoegdheden teruggeven, en u weer geheel en al aan uw goddelijke contemplatie gaan wijden. Maar los van alle persoonlijke vetes en geschillen moet ik tegelijk benadrukken dat u hiermee alleen uitstel zult kopen. Met iemand van de Minwanabi op de troon van Krijgsheer is een bloedige toekomst gegarandeerd. Ik geloof dat de kans bestaat, hier en nu, voor een permanente verandering, die misschien een einde zal maken aan het nodeloze bloedvergieten dat ons concept van politiek ontsiert. Ik geloof dat eer niet geworteld hoeft te zijn in moord en doodslag, om desalniettemin de eerste deugd te zijn en te blijven. De kans om een humaner regime in te voeren komt tijdens ons leven misschien nooit meer terug. Nederig smeek ik u daarom: bedenk wat dat zou kunnen betekenen.'
De keizer keek haar met zijn groene ogen zeer indringend aan - zelfs op deze afstand was het te zien. Toen hij geen commentaar gaf stond de priester van Juran de Rechtvaardige op van zijn zetel, en na een handgebaartje van de man op de troon mocht hij het woord nemen.
'Mara van de Acoma, is het bij u opgekomen dat uw woorden wellicht de hemel niet welgevallig zijn? Uw naam is oud en gerespecteerd, maar nu lijkt het alsof u de eer van uw familie ter zijde zet. U hebt Tasaio van de Minwanabi iets beloofd, maar nu stelt u iets voor wat niet met die allerheiligste belofte overeenkomt.'
Mara voelde een golf van zwarte angst door zich heen gaan. Ze wist dat ze gemakkelijk tegen een beschuldiging van ketterij kon aanlopen, dus ze richtte haar antwoord bewust uitsluitend tot het Hemelse Licht. 'Als ik de zegen van mijn voorouders ter zijde zou hebben gezet, ware dat mijn eigen zaak, zou ik zeggen. Ik heb geen wetten overtreden, noch de hemel beledigd. In alles wat ik heb gedaan en in alles wat ik u smeek in overweging te willen nemen, handel ik uitsluitend ten nutte van het keizerrijk.' Tenslotte richtte ze zich direct tot de priester: 'En mocht ik daardoor de naam van mijn familie bezoedelen, dan doe ik dat willens en wetens, ten dienste van het rijk.'
Even bleef het doodstil, maar toen de priester van de tempel van Juran weer ging zitten zag hij er bepaald geschokt uit.
Het Hemelse Licht richtte zijn intelligente blik op de vrouwe die zo fier aan de voet van zijn piramide stond. Hij dacht even na, kalm, ongehaast, en maakte toen een gebaar naar zijn priesters. 'Laat geen van de aanwezigen een kwaad woord spreken over deze vrouwe. Ze doet haar huis en naam geen schande aan, maar bewijst daarentegen het rijk eer door haar moed en dienstbaarheid, want wie anders van de duizenden Regerende Heren en Vrouwen heeft het gedurfd ons te benaderen met deze waarheid?'
Hij zweeg even, stak toen een van zijn slanke handen op en zette zijn ceremoniële hoofdtooi af. Een bediende haastte zich naderbij om deze van hem over te nemen. Het leek alsof Ichindar met deze pluimen ook zijn formaliteit van zich had afgelegd. Hij wreef met een hand door zijn verwarde bruine haren en sprak op peinzende toon. 'Toen ik me begon te bemoeien met het Grote Spel was dat omdat ik mijn oom Almecho het hele rijk had zien manipuleren met de uitsluitende bedoeling om zelf aan de macht te blijven als Krijgsheer. De gevolgen waren verdrietig voor velen. Zijn ambities waren een bedreiging voor de natie ... en voor mij,' voegde hij er bedachtzaam aan toe. 'Tijdens mijn samenwerking met heer Kamatsu en anderen om het bloedvergieten te beëindigen, ben ik vraagtekens gaan zetten bij de manier waarop wij onze levens leiden, en ik geloof dat ik iets van uw drijfveren begrijp.'
Ichindar ging staan. Hij wuifde de gardisten weg, die om hem heen wilden komen staan, en daalde de trap af. 'Laat me u iets toevertrouwen, Mara van de Acoma, iets wat slechts een handvol mannen weet.' De keizer gedroeg zich zelfverzekerd, maar achter zijn pose van een geboren heerser zag Mara een jongen die kwetsbaar was, en nog even menselijk als zijzelf, onder de zware last van zijn staatsiegewaden. Hij kwam met afgemeten stappen naar haar toe. De priesters zagen het aan: die van Jurans tempel gretig als een aasvogel, maar de Hoge Abt van Lashima met een vage glimlach. Het Hemelse Licht stak zijn hand uit over het hek en trok Mara's handen voorzichtig los uit hun gekruiste positie.
De onverwachte vertrouwelijkheid van dat gebaar leek vrouwe Mara van haar stuk te brengen, maar hij keek haar geruststellend aan. 'Aanvankelijk heb ik geprobeerd de natie simpelweg tot vrede te dwingen, want ik voorzag grote gevaren als ons volk zich zou blijven gedragen als veroveraar. Maar nadat Milamber was teruggekeerd zijn mijn motieven veranderd. U hebt misschien geruchten gehoord over een groot conflict op de wereld Midkemia. Ik vertrouw u nu toe dat de vijand met wie we daar geconfronteerd waren in onze legenden bekend staat als de Vijand.'
Mara dacht terug aan haar gesprek met Arakasi en was niet verbaasd dit te vernemen. Ze had inmiddels de oude verhalen herlezen: een onbekende gruwel, die men de Vijand noemde, had de wereld van haar voorouders verwoest en hen gedwongen via een mythische Gouden Brug hun toevlucht te zoeken op Kelewan. Hoewel de meeste edelen deze oude verhalen voor kinderlijke sprookjes hielden, toonde Mara in haar houding geen spoor van ongeloof of neerbuigendheid, en dat was iets wat de keizer niet ontging. Op nog warmere toon vervolgde hij: 'Die dreiging heeft vóór de dageraad van onze geschiedenis werkelijk bestaan, en was in het echt nog verschrikkelijker dan in de verhalen. De Assemblee der Magiërs deelde mijn verlangen om onze voormalige vijand bij te staan indien deze door dit kwaad aangevallen zou worden - want wij zouden het volgende slachtoffer kunnen worden. We hebben dus zij aan zij met het Koninkrijk der Eilanden gevochten. Dat is de reden waarom ik de Hoge Raad heb ontbonden. Ik wilde niet dat we wegens machinaties in het kader van het Grote Spel verzwakt zouden worden in onze strijd tegen een zo formidabele dreiging. Op mijn bevel hebben tien Grootheden en drieduizend soldaten van de clan Kanazawai, geleid door Hokanu van de Shinzawai...'
'Is Hokanu op de andere wereld geweest?' riep Mara uit, maar ze besefte meteen dat ze te brutaal was geweest. 'Neem me niet kwalijk, majesteit.'
Ichindar glimlachte. 'Ik zie dat u een zekere waardering heeft voor die jongeman. Ja, Hokanu heeft een paar weken oorlog gevoerd op Midkemia, maar langer nog heeft hij er vertoefd bij zijn broer Kasumi.' De keizer lachte even. 'We begrijpen onze voormalige vijanden in het koninkrijk niet. Kasumi's dapperheid in het dienen van zijn nieuwe vorst tijdens dit conflict heeft hem een benoeming als edele onder de edelen van Midkemia opgeleverd. Ik ben niet precies op de hoogte van de titels die zij kennen, maar ik begrijp dat Kasumi een hoge rang heeft gekregen.'
Dus de Grote Vrijheid waar Kevin altijd met zo veel warmte over had gesproken bestond daar echt! Mara moest plotseling opwellende tranen onderdrukken, want dit laatste stukje bewijs bezegelde de juistheid van haar veranderde geloofsopvattingen. Nooit meer zou ze vrede kunnen hebben met de starre dogma's van haar volk over de onveranderlijke kaste waartoe iemand behoorde. Mannen en vrouwen waren menselijke wezens - niet meer en niet minder. Het waren niet de goden die er met onherroepelijke geldingskracht slaven of edelen of handwerkslieden van maakten. Dat in haar cultuur een zoon geboren kon worden die een voorbeeldig leven leidde, vol dapperheid en eer en prestaties, zonder dat hij daar in rang of status ooit naar verdienste voor beloond kon worden, was niet alleen onrechtvaardig, maar ook een schreeuwend voorbeeld van verspilling van talent.
'Het is beschamend voor ons,' mompelde ze hardop, zonder erbij na te denken, 'dat een gevangene op hun wereld tot adeldom kan worden verheven en misschien een nobel huis kan stichten terwijl hun gevangenen op onze wereld geacht worden slechts te deugen voor slavernij. Zou het niet zo kunnen zijn dat wij de barbaren zijn, en niet de Midkemiërs?'
De keizer, die dit soort ideeën slechts in zijn gesprekken met Kamatsu van de Shinzawai openlijk had horen uitspreken, keek de vrouw aan de andere kant van het hek verwonderd aan. 'Dat heb ik ook gedacht. Misschien zult u dus waardering hebben voor het detail dat de slaven die via de scheuring worden teruggestuurd naar hun wereld daar vrije mannen zullen zijn. Hun koning Lyam heeft het mij beloofd, en hoewel onze eerste poging om vrede te sluiten een rampzalige mislukking was, ken ik hem nu als een eerzame heerser.'
Overweldigd door herinneringen aan Kevin, kon Mara alleen maar knikken.
'Ik walg van het idee de controle over het rijk aan de Hoge Raad terug te geven,' hernam Ichindar, nu ter zake. Hij dempte zijn stem, zodat de priesters en de klerken hem niet konden verstaan: 'Ook ik begin te zien dat er een kans ontstaat om een nieuw begin te maken.' Hij liet Mara's hand los. Zijn halfweemoedige glimlach deed haar aan Hoppara denken. Hij wenkte de bediende met de hoofdtooi, liet zich deze op zijn hoofd zetten en keerde terug naar zijn verheven troon.
Op het podium formuleerde hij zijn officiële antwoord. 'Wat er morgen ook gebeurt, het keizerrijk zal voor altijd veranderd zijn. De magiërs hebben zich over dit onderwerp beraden, maar ze zijn afkerig om zich nog langer direct met de politiek te bemoeien nu het directe gevaar voor het keizerrijk is afgewend. Veel van mijn bondgenoten in de strijd tegen die bedreiging hebben zich teruggetrokken.' Hij wees naar de vele lege stoelen in de zaal. 'Sommigen wegens mijn veroordeling van Axantucar.' Ichindar nam Mara voor een laatste keer langdurig en aandachtig op. 'Ik denk dat uw plan verdienste heeft, maar de risico's die u oproept zijn even groot als de risico's die u wilt vermijden - zo niet groter.' Hij hoefde niet expliciet uit te spreken dat het hele rijk tot een bloedige ruïne kon verworden wanneer Mara's opzet zou mislukken. 'Ik zal in de ochtend bericht sturen inzake mijn beslissing,' zegde Ichindar toe. 'Tasaio heeft alom een zogenaamde bijeenkomst verzocht, in aanwezigheid van alle Regerende Heren. Het lijkt er meer op dat hij eist dat ik voor het tribunaal van de Hoge Raad verschijn om me te verantwoorden, zou ik zeggen.' Opeens leek hij meer dan ooit op een jongen in protserige, met kostbare juwelen en onbetaalbare metalen versierselen beladen zijden kleren. Ichindar zuchtte. 'Ik neem aan dat ik geen keuze heb. Ik zal de confrontatie met Tasaio aangaan.' Hij beëindigde de audiëntie met een vermoeid glimlachje. 'Wat er ook gebeurt, vrouwe Mara, u hebt mijn achting. Wacht morgen mijn bericht af, en mogen de goden u en de naam van uw familie beschermen.'
Mara maakte een diepe buiging. Ze was vol bewondering voor deze jongeman, die vanaf zijn jeugd was opgevoed om de traditie te eren, maar die toch genoeg fantasie en intelligentie bezat om achter die valse glorie ook de ware belangen van zijn volk te zien. Beseffend hoe bijzonder hij was en dat zijn machtige ambt voorlopig misschien niet nogmaals door iemand met een zo onbevooroordeelde blik zou worden uitgeoefend, verliet Mara de grote ontvangstzaal.
In de keizerlijke antichambre zat haar eigen gezelschap op haar te wachten, inclusief Saric en Lujan, en Arakasi in de rol van bediende, plus een eregarde van soldaten. Terwijl een van Ichindars secondanten de afvaardiging tot de poort begeleidde, bleef Mara diep in gedachten verzonken. Pas buiten, nadat ze door Arakasi in haar draagkoets was geholpen, zei ze: 'Naar huis, snel. We hebben veel te doen en akelig weinig tijd over!'
Mara hield de hele nacht open huis. Heren van vele partijen en clans maakten hun opwachting om haar raad te vernemen. Twee uur voor het aanbreken van de dag liet de vrouwe een escorte komen en vertrok in haar draagkoets naar de enige uitgenodigde heerser die had nagelaten zich bij haar te vervoegen. Tegen de slaperige bewaker die de poort van diens stadshuis opende, nadat Lujan had aangeklopt, sprak ze gebiedend: 'Zeg heer Iliando dat Mara van de Acoma buiten op zijn welkom wacht.'
De ontstemde Heer van de Bontura arriveerde even later. Zijn haren zaten nog in de war en zijn kamerjas paste niet bij de sandalen die hij droeg. Met een gezicht dat nog slaperig en ontevreden stond sprak hij de woorden die Mara welkom heetten in zijn huis. Toen ze comfortabel in zijn ontvangstkamer zaten en er bedienden waren opgetrommeld om voor verversingen te zorgen, vroeg hij openhartig: 'Mara, waarom kom je ongevraagd op dit helse uur van de nacht?'
Mara gebaarde naar Lujan en haar kleine eregarde dat ze buiten moesten wachten. 'Ik kom uw hulp vragen.'
Iliando stak een hand op. 'Je hebt mijn sympathie in deze moeilijke tijden, maar als het gaat om verzet tegen Tasaio...'
Mara schoot rechtop. 'Wat?' Had de Heer van de Bontura een spion in het huishouden van de Minwanabi, of had een van Incomo's medewerkers zijn mond voorbijgepraat? Ze had gedacht dat haar gesprek op de heuvel met haar aartsvijand nogal geheim was.
'Kom, meisje, een ontmoeting tussen jou en Tasaio op de top van een heuvel, en jullie allebei met een flink leger bij je, is natuurlijk niet geheim te houden.' Hij zag aan Mara's gezicht dat zij had gehoopt van wel. 'Ik zal je tijd besparen. Ik heb mijn steun al beloofd aan Jiro van de Anasati,' bekende de Heer van de Bontura.
Er kwam een slaaf met een pot chocha. Hij begon discreet de kopjes vol te schenken. Terwijl de oudere heer op het drankje blies om het af te koelen, keek Mara hem met half toegeknepen ogen aan.
'Jiro? Wat heeft hij hiermee van doen?'
'Dat zul je hém moeten vragen.' De Heer van de Bontura was zo onverstandig al een slokje te wagen en verbrandde prompt zijn tong. Hij zette het kopje geërgerd neer. 'Kijk uit met deze chocha,' waarschuwde hij Mara ten overvloede.
Ongeduldig, maar tactvol genoeg om dat niet te laten merken, wachtte Mara tot de oude heer zich nader zou verklaren.
'Jiro heeft alle leden van de clan Ionani laten weten dat hij vindt dat zijn huis van een hogere statuur is dan dat van de Heer van de Tonrnargu.'
'Dus hij gaat een poging doen om Krijgsheer te worden,' veronderstelde Mara. Opeens had ze de chocha nodig als een excuus om haar handen bezig te houden. Zenuwen, spanning, vermoeidheid, de lichamelijke veranderingen in verband met haar zwangerschap - al die dingen eisten hun tol.
'Als Frasai van de Tonmargu bang is om een confrontatie met Jiro aan te gaan, zullen we een belangrijke verschuiving in de krachtsverhoudingen tussen de grote families meemaken. Misschien werd het wel eens tijd, trouwens.' De Heer van de Bontura hoefde er niet met zoveel woorden bij te zeggen dat Frasai een geweldige hekel had aan conflicten.
Verdoofd dacht Mara na over de consequenties van deze onverwachte wending. Verdrietig besefte ze dat Nacoya en Kevin gelijk hadden gehad: na jaren van wrok had Jiro haar nog steeds niet vergeven dat zij destijds niet hem, maar zijn broer tot echtgenoot had gekozen. J iro had kennelijk ontdekt wat de enige weg was die voor haar open stond en er vervolgens voor gezorgd dat ze zou falen: als ze de hele clan Ionani moest missen in een coalitie om de kliek rond de Minwanabi bij een stemming te verslaan, zou haar jarenlange inspanning om invloed en stemmen te winnen vergeefs zijn geweest. De erf zoon van de Anasati kon weigeren de Minwanabi en de Acoma te steunen. Daardoor zou er in de Hoge Raad een patstelling ontstaan. Haar voorspelling aan Tasaio dat dan de keizer langzaam maar zeker alle macht naar zich toe zou trekken zou dan bewaarheid worden.
Mara zelf zou er echter weinig plezier aan beleven, want zodra de impasse duidelijk werd zou haar doodsvijand zijn volle aandacht kunnen richten op de verdelging van haar en haar huis. De Vrouwe van de Acoma zou zelf niet lang genoeg meer leven om haar voorspelling te zien uitkomen. Haar handen zochten onwillekeurig haar buik, alsof ze Kevins ongeboren kind nu al probeerde te beschermen. Jongen of meisje - de baby zou waarschijnlijk nooit geboren worden.
Als Jiro slim en geduldig genoeg was om zich rustig te houden zolang dat conflict voortwoekerde, zou hij tenslotte voor het voetlicht kunnen treden als de logische compromis kandidaat voor het ambt van Krijgsheer. Mara was geheel en al verzonken in de consequenties die dit voor het Grote Spel zou hebben.
'Vrouwe, ben je ziek?'
Heer Iliando's vraag rukte Mara hardvochtig uit haar gepieker. 'Nee, ik ben alleen... erg moe.' Ze wuifde de bezorgdheid van haar gastheer weg. 'U staat bij me in de schuld,' zei ze.
De man boog zijn hoofd, waardoor hij erkende dat het waar was. Er klonk spijt in zijn stem. 'Ik mag mijn eer niet in opspraak brengen, Mara. Je beschikt enkel over mijn eenmalige stem in de raad, en alleen in omstandigheden die mijn huis en mijn clan geen oneer aandoen. Dat was onze afspraak.'
'Iets anders zou ik ook nooit van u vragen,' verzekerde Mara hem. 'Wat ik u nu verzoek is dan ook, dat u de steun van uw clan Ionani verzamelt. Als u uw clanleden kunt overhalen om het Krijgshoofd van de Ionani te steunen als kandidaat-Krijgsheer, en dus niet Jiro, en ook niet het Krijgshoofd van de Minwanabi, zult u niet alleen hebben voldaan aan uw verplichting tegenover mij, maar ook aan de eer van uw clan.'
Iliando haalde zijn schouders op. 'Zelfs degenen die uiteindelijk Tasaio zullen steunen beginnen tijdens de eerste ronde natuurlijk met een stem op de Heer van de Tonrnargu. Dat ligt in de lijn van de verwacht...'
'Verwar mijn verzoek niet met een pro-forma steunbetuiging aan Frasai!' onderbrak Mara hem. Buiten was het eerste grauwe daglicht al te zien. Mara begon in tijdnood te komen, en dat was niet bevorderlijk voor haar geduld. 'Ik heb zo veel mogelijk garanties nodig voor het geval dat er een conflict zou ontstaan tussen Tasaio en uw Krijgshoofd. In die situatie moet ik ervan verzekerd zijn dat de clan Ionani zijn rug recht zal houden, tot ik u duidelijk laat weten dat het niet meer nuttig is, en vooral nu Jiro van de Anasati wellicht morgen om deze tijd de Heer van de Tonmargu zal hebben vervangen als Krijgshoofd.'
Heer Iliando zuchtte diep. 'Je vraagt iets heel moeilijks. Ik zal zien wat ik kan doen, te beginnen met heer Ukudabi. Hij is invloedrijk en zijn neef, heer Jadi, is geruïneerd door Tasaio's oom, dus zijn huis heeft geen liefde voor de Minwanabi.'
'Goed.' Mara zette haar halflege kopje chocha neer en stond op. 'Ik zal de Heer van de Tonmargu zelf gaan opzoeken.' Toen haar gastheer haar naar de buitendeur begeleidde zei ze: 'Dit gaat om veel meer dan een vete tussen Tasaio en mij, mijn beste heer Iliando. Het rijk is in een fase van ingrijpende veranderingen geraakt, en het is aan u en mij en anderen zoals wij om te besluiten of de gevolgen goed dan wel slecht zullen uitpakken. Onthoud dit, wat u verder ook moge denken: ik ben bezig het keizerrijk te dienen!'
Toen ze buiten was liet Mara zich openlijk leiden door haar haast. Ze gaf Lujan opdrachten, stapte in haar draagkoets en werd door rennende dragers naar het volgende adres gebracht. De straten waren op dit moment van de dag uitgestorven, op de door nidra's getrokken karren van groentenboeren na, en hier en daar een priester die bezig was met een ochtendzang. Te uitgeput en zenuwachtig om echt in slaap te vallen, sloot Mara haar ogen tot ze op haar bestemming arriveerde - een onopvallende, maar prachtig ontworpen villa in de oude stad, met wachters in blauwe wapenrusting bij de poort. Nog voordat haar dragers de koets goed en wel hadden neergezet opende Mara haar gordijntje en riep: 'Mara van de Acoma.'
De officier van de wacht kwam meteen naar haar toe. Hij salueerde en vroeg: 'Mijn vrouwe, wat kan ik voor u doen?'
'Meld uw heer dat ik hem wil spreken, nu meteen!'
De gepluimde officier reageerde met een beleefde buiging en liep door de poortopening naar binnen. Het bleek dat Kamatsu van de Shinzawai ondanks het vroege uur niet meer in bed lag. Hij had zelfs al ontbeten en gaf opdracht om Mara meteen naar zijn comfortabele werkkamer naast de tuin te begeleiden. In die rustige kamer, naast bloemen en struiken, trof Mara niet alleen de Heer van de Shinzawai aan, maar ook een gestalte in de zwarte kleding van een magiër. Mara, totaal verrast, aarzelde even en maakte toen een diepe buiging. 'Grootheid, neem me niet kwalijk dat ik u stoor.'
De gestalte draaide zich om. Mara herkende Fumita, die haar vanonder zijn hoofdkap met zijn raadselachtige donkere ogen aankeek. 'U stoort niet, Mara van de Acoma. U vindt hier slechts twee oude mannen die herinneringen ophalen.'
De opmerking was vriendelijk bedoeld, maar in Mara's geagiteerde toestand was elke aandacht van een lid van de Assemblee per definitie verontrustend. 'Onder andere omstandigheden zou ik later terugkomen,' zei ze verontschuldigend, 'maar de tijd is krap en ik heb behoefte om met heer Kamatsu te spreken.'
Het Krijgshoofd van de clan Kanazawai wees de vrouwe op een stapel weelderige kussens. 'Hebt u al ontbeten, vrouwe Mara? Zo niet, dan zal ik mijn bedienden graag vragen u iets te brengen.'
Mara liet zich dankbaar op de zachte kussens zakken, maar bij de gedachte aan voedsel moest ze al bijna kokhalzen. 'Een beetje tesh zou wel lekker zijn.' Terwijl een van de bedienden zich discreet naar de keuken begaf, keek Mara om zich heen. 'Waar is Hokanu?'
De oude Heer van de Shinzawai glimlachte warm en begrijpend. 'Het zal hem verschrikkelijk spijten dat hij uw komst heeft gemist, vrouwe Mara, maar als uitvoerend bevelhebber van dit huis en plaatsvervanger van de Heer van de Keda behoort hij in de heuvels bij de troepen te zijn.' Even verscheen er een waas van verdriet op zijn gezicht. 'Zoals elke clan in het keizerrijk bereidt ook de Kanazawai zich voor op oorlog.' Daarna zuchtte hij, in de veronderstelling dat Mara kwam vragen wat hij van haar huwelijksvoorstel vond. Hij maakte een verontschuldigend gebaar naar zijn bezoekster. 'Mara, in andere, kalmere tijden zou niets me meer genoegen dan mijn huis te verbinden aan een zo gerespecteerde naam als de Acoma.' Ook zijn volgende woorden klonken oprecht. 'En nergens zou ik een vernuftiger schoondochter kunnen vinden dan jij bent. Maar hoewel mijn oudste zoon niet gesneuveld is, zoals we eerst vreesden, zal hij niet terugkeren om mij hier op te volgen. Hij heeft van de koning van de Eilanden ginds een titel en landerijen gekregen. Als zijn vader respecteer ik zijn keuze om in Midkemia te blijven. Hokanu blijft dus mijn erfgenaam.'
Mara besefte dat de oude heer zweeg om de juiste woorden te zoeken en ze probeerde hem uit zijn verlegenheid te redden. 'Het huwelijksvoorstel is niet de reden waarom ik hier ben. Alstublieft, voel u niet verplicht daarop te antwoorden, nu we door heel andere problemen omringd zijn.'
Kamatsu glimlachte haar warm toe. 'Je tact wordt op prijs gesteld, vrouwe Mara. Ik heb altijd goed begrepen waarom Hokanu zo enthousiast over je is. Als de keuze enkel iets persoonlijks was geweest, moet je weten, had hij me al op de dag dat ik je brief ontving per omgaande ja laten zeggen. Dat het antwoord op je verzoek is uitgesteld is uitsluitend aan mij te wijten, en wel omdat de toekomst van ons land zo duister is. Ik weet niet of iemand van ons na morgen nog in staat zal zijn van huwelijken te genieten.'
Dus ook hij had vernomen dat Tasaio van plan was het tegen de keizer op te nemen. Allicht. Mara vergat de Grootheid die roerloos als een schaduw in zijn hoek zat en keek de man aan die tot de meest gerespecteerde van het hele rijk behoorde. Hij droeg zijn leeftijd nog met verve. Het grijze haar op zijn slapen gaf hem eerder een gedistingeerd dan een oud aanzien, en zijn ogen waren omringd door vriendelijke lachrimpeltjes. Waar Hokanu's intelligentie een brandende intensiteit had, had zijn vader in de loop van de jaren een kalme, wijze uitstraling verworven. Intuïtief voelde Mara aan dat dit een heerser was voor wie ze geen geheimen hoefde te hebben.
'Luister dan naar mij,' begon ze op ernstige toon, 'want wat ik te zeggen heb is bedoeld ten nutte van het keizerrijk.' Na dat formele begin ontvouwde ze haar plan, dat ze sedert haar gesprek met Tasaio zo koortsachtig aan het uitvoeren was.
Voor de ingang van wat het Hoge Raad-gedeelte van het keizerlijk paleis was geweest werden Tasaio en zijn in het zwart-en-oranje geklede eregarde tegengehouden door een dozijn Keizerlijke Witten. Ze waren in vol ceremonieel ornaat, onder commando van een slagleider met een kolossale gouden pluim op zijn glanzende helm, en versperden keurig in de houding de ingang.
Voordat Tasaio iets kon zeggen stak de keizerlijke slagleider zijn hand op. 'Mijn Heer van de Minwanabi, u wordt ontboden door en bij het Hemelse Licht, die uw aanwezigheid verwacht in de zaal die voorheen werd gebruikt door de Hoge Raad.' De officier gaf een teken, waarna zijn soldaten opzij stapten en Tasaio doorlieten.
Zelf gekleed in zijn fraaiste wapenrusting, en met zijn oeroude familiezwaard aan zijn zijde, ging Tasaio zijn gevolg voor op weg naar binnen. Tijdens de tocht door de ruime gangen van het complex gaf hij zijn Eerste Adviseur een ironische, tevreden glimlach. 'Ichindar is snugger genoeg om de schijn van zijn autoriteit op te houden, ook al staat de ware inhoud van die autoriteit zwaar op de tocht.'
Incomo gaf geen antwoord. Hij had het heet in zijn zware ambtskleding en was door het hoge tempo zo buiten adem dat hij niet eens probeerde zijn waardigheid op te houden. Het lukte hem amper zijn meester op de voorgeschreven afstand bij te houden en bovendien piekerde hij zich suf over wat er tijdens de komende confrontatie allemaal fout zou kunnen gaan. Toen ze de eigenlijke raadzaal naderden werd Incomo verrast doordat Tasaio vlak voor de ingang daarvan abrupt bleef staan. De Eerste Adviseur kon een botsing met zijn meester nog juist voorkomen. Losgerukt uit zijn zwarte gedachten over potentiële rampen keek Incomo over Tasaio's schouder naar de oorzaak van het oponthoud.
De zaal was gevuld met heren van lagere rang, hetgeen normaal was, want de laagste rangen namen altijd als eerste hun plaatsen in, en Tasaio, op dit moment het hoofd van de machtigste familie in het rijk, had het privilege om als laatste te arriveren. Maar dit was geen gewone raadsvergadering, want vandaag zaten zelfs de hoogste galerijen mudvol. De allerkleinste heertjes uit de provincie hadden het nodig gevonden deze bijeenkomst bij te wonen -een onmiskenbaar teken dat er een crisis was. Incomo tuurde met bijziende ogen naar het podium. In het verblindende zonlicht dat door de ramen in de koepel naar beneden viel zag hij daar een gestalte in hagelwitte kleding en een wapenrusting van puur goud. Ichindar, Eenennegentig keer Keizer, stond midden op het podium. Misschien wegens de glinstering van al dat metaal en al die juwelen duurde het even voordat Incomo opmerkte wat er anders was dan anders.
Maar toen hij het zag begreep hij meteen waarom Tasaio opeens stokstijf was blijven staan: de met goud en ivoor ingelegde troon waarop generaties van Krijgsheren hadden gezeten stond niet meer op het podium.
'Dat ze met al haar voorouders vervloekt moge zijn!' siste Tasaio binnensmonds, want na de afwezigheid van de troon te hebben opgemerkt zag hij nu ook Mara. Ze was gekleed in glanzende groene zijde en stond aan de voet van het podium, of liever gezegd: aan de voeten van het Hemelse Licht.
'Mijn heer Tasaio,' riep Ichindar hem toe in de pijnlijke stilte die volgde. Tasaio was nog steeds niet van zijn verrassing bekomen. De Heer van de Minwanabi was natuurlijk van plan geweest om na zijn binnenkomst, onder het oog van de verzamelde adel, op het podium te klimmen en plaats te nemen in de troon van de Krijgsheer. Mara had geregeld dat die troon was verwijderd, waardoor hij die theatrale opkomst kon vergeten. En de hele verzamelde adel zag nu een Heer van de Minwanabi die sprakeloos was van woede en schaamte, en hoorde bovendien het Hemelse Licht zeggen: 'U verzocht mijn aanwezigheid tijdens een bijeenkomst met de heren van het keizerrijk? Welnu, ik ben gekomen!'
Nu herwon Tasaio snel als een zwaardslag zijn houding. Hij gedroeg zich alsof hij steeds al van plan was geweest vanaf zijn plaats bij de hoofdingang te spreken, en keek ontspannen, een tikkeltje hooghartig de zaal in. 'Majesteit, mijne heren.' Hij keek even naar Mara. 'Vrouwe.' Langzaam daalde hij de trappen af. 'We zijn gekomen om het einde te eisen van de onderbreking in de traditionele bestuursvorm van het rijk.' Zonder te pauzeren om een buiging te maken besloot hij: 'Majesteit, ik zeg dat het tijd is om de Hoge Raad weer bijeen te roepen teneinde een nieuwe Krijgsheer te benoemen.'
Na een kort stilzwijgen - Tasaio bereikte inmiddels de brede, laagste omloop boven de vloer - boog de glinsterende gestalte op het podium lichtjes zijn hoofd. 'Mee eens.'
Tasaio aarzelde een fractie van een seconde. Als hij verder naar beneden liep zou hij lager komen te staan dan de keizer, besefte hij opeens, dus bleef hij staan waar hij stond en keek Ichindar op oogniveau aan. Toch aarzelde hij nog even langer. Van alle antwoorden had hij dit wel het minste verwacht. 'U bent het daarmee eens, majesteit?'
Ichindar stak zijn met juwelen bezette scepter omhoog. 'Voordat deze dag om is, moeten we een heldere consensus bereiken. De Hoge Raad moet mijn beslissingen van het afgelopen jaar ratificeren, of de oude orde moet worden hersteld.' Hij wierp een blik op Mara. 'Ik sta in de schuld bij de Vrouwe van de Acoma, die mij dit inzicht heeft gegeven. Ik zie nu in dat een simpel dictaat mijnerzijds niet de methode is om steun te verwerven voor de veranderingen die noodzakelijk zijn om onze toekomst veilig te stellen. Wil ons keizerrijk voortleven, dan is voor ons allen de tijd gekomen om ons grondig te bezinnen op onze behoeften. Andere werelden en culturen staan voor ons open via poorten in scheuringen. Tijdens onze eerste ervaring hiermee hebben we tot ons verdriet geleerd dat onze ouderwetse methoden van oorlog en verovering een armzalige manier zijn om de bevolkingen van andere domeinen te benaderen. Niet alleen hebben onze voormalige vijanden inmiddels bewezen dat het eerbare mannen zijn, maar ze hebben ons ook genereus op de hoogte gehouden van hun strijd tegen de afschuwelijke, oeroude terreur die in onze geschiedenis nog steeds berucht is als de Vijand.' Er volgde luid geroezemoes op deze mededeling, en Ichindar moest zijn stem verheffen. 'Om met de Midkemiërs om te gaan, en met anderen die na hen zuilen komen, moeten wij onze manieren veranderen.'
Tasaio deed een hartstochtelijk beroep op de verzamelde heren van het rijk. 'Om met vreemde machten om te gaan moeten we sterk zijn! We hebben schande geleden omdat Almecho de moed miste om een miljoen zwaarden om te smeden tot een wapen dat werd bediend door een enkele sterke hand!' Hij keek vol verachting naar de jonge keizer in zijn vele lagen ceremoniële kleding, en vervolgens naar de nietige vrouwe aan de voet van het podium. 'Het is tijd!' riep hij haar toe.
Mara beantwoordde zijn felle blik zonder met haar ogen te knipperen. Duidelijk hoorbaar voor iedereen zei ze: 'Ik heb beloofd dat niemand anders vóór jou op de troon van het wit-en-goud zal plaatsnemen, Tasaio. Zie, de troon met ivoor en goud is verwijderd. Dit bewijst dat ik mijn best doe om me aan mijn erewoord te houden. Niemand zal vóór jou op die troon zitten, Tasaio.'
Er ging een gemompel door de volgepakte galerijen en Tasaio's lippen krulden op van woede, maar voordat hij een repliek kon bedenken klonk er van dichtbij een luide stem: 'Ik wil mijn keuze bekend maken!'
Aller ogen richtten zich op Jiro van de Anasati, die van zijn zetel was opgestaan en nu naar een punt halverwege de keizer op het podium en de figuur in de zwart-en-oranje wapenrusting op de laagste omloop liep. Na een korte, theatrale aarzeling liep hij verder door en ging naast de Heer van de Minwanabi staan. Hij richtte zich triomfantelijk tot Mara. 'Vrouwe,' zei hij op snijdende toon, 'dit regelt een oude kwestie tussen ons beiden. Misschien vindt mijn broers schaduw nu rust in de wetenschap dat zijn dood is gewroken.'
Mara voelde opeens elk uur van haar slaaptekort en de pijnlijke scherven van haar verbrijzelde hoop. De fout die ze had gemaakt was nu niet meer te herstellen. Weer had ze Jiro's behoefte aan wraak onderschat en zijn ambitie te hoog aangeslagen. Maar ze was precies als haar vader: ze ging strijdend ten onder. 'Jij denkt Tasaio nu te steunen?' riep ze met een verachting in haar stem die tot op de bovenste galerijen duidelijk te horen was. 'En wil je hem daarna te pakken nemen, nadat hij zich ernstig heeft verzwakt om mij te vernietigen?'
Het was een ronduit bespottelijke beschuldiging, gezien de huidige kracht van de Minwanabi, dus Jiro beperkte zich tot een glimlachje. Hij keek Tasaio aan. 'Ik steun de nieuwe Krijgsheer, want de orde in het rijk dient hersteld te worden.'
De woorden leidden tot grote beroering, want een twintigtal heren sloot zich demonstratief aan bij Jiro's wens om de oude situatie te herstellen. Ze kwamen met ruisende gewaden achter Tasaio staan, zodat het deel van de omloop waar hij stond en de galerijen die eraan grensden al snel een onoverzichtelijk gedrang van mannen vertoonden. Het was niet helemaal duidelijk wie zich daar vrijwillig bevonden en wie toevallig in de drukte bekneld waren geraakt, maar het was duidelijk dat de Heer van de Minwanabi heel wat steun genoot.
Mara hield echter vol, tegen beter weten in. 'Mijn Heer van de Xacatecas?'
Hoppara van de Xacatecas stond op en kwam naast haar staan. Een twintigtal loyale edelen van de clan Xacala volgde hem. Hun gezichten stonden grimmig en vastberaden.
Ook heer Iliando van de Bontura kwam aan Mara's zijde staan. Hij werd gevolgd door een hele vloedgolf van leden van de clan Kanazawai, die het podium bijna omspoelden.
De winst werd echter onmiddellijk tenietgedaan doordat het merendeel van de clan Ionani zich achter Tasaio schaarde. De weinige aanwezige leden van de Omechan sloten zich half bij Tasaio, half bij Mara aan.
Toen alle aanwezige leden - voor zover ze niet neutraal bleven - hun keuze hadden bepaald, bleek de meerderheid Tasaio te steunen. Hij stond ontspannen tegen een hek geleund, met een zoetsappige, zelfverzekerde uitdrukking op zijn gezicht, en keek zijn vijandin aan. 'Wel, Mara? Is dit het beste wat je kunt bereiken?'
Mara deed het wat minder opzichtig, maar ze rechtte haar schouders en was in haar houding geen greintje minder dominant dan hij. 'Heer Jidu van de Tuscalora, u hebt mij trouw gezworen.'
De recalcitrante vazal die zich had proberen te verbergen in de achterste rijen van Tasaio's aanhang kwam beschaamd de trap afgelopen. Hij moest zich links en rechts excuseren toen hij zijn corpulente lijf door de drukte wrong, en toen hij in Mara's kamp aankwam was zijn gezicht rood en bezweet van schaamte.
Mara besteedde geen aandacht aan zijn onbehagen. 'Heer Randala,' riep ze. 'U hebt me een stem in de raad toegezegd. Daar doe ik nu een beroep op.'
Een belangrijke heer uit de clan Xacala, en een potentiële rivaal van de jonge Heer van de Xacatecas voor de functie van Krijgshoofd van de clan, maakte zich los uit de kring van Tasaio's medestanders. Twee andere heren van de Xacala volgden hem. Daarna kwam er een man van een van de hogere galerijen naar beneden. Hij droeg donkerrood-en-bruin. 'Allen dienen te weten dat Tasaio van de Minwanabi de gerespecteerde naam van de Hanqu heeft misbruikt in een poging om de Acoma te ruïneren. Ik neem hem dat zeer kwalijk en verbind mijn lot aan dat van de vrouwe.'
Dat was achteraf een onverwacht voordeel van die hinderlaag in de bergen. Mara ontleende er nieuwe kracht aan. Ze deed een paar stappen naar voren en riep met luide stem: 'Nooit meer zal een edele van het rijk de positie van Krijgsheer innemen.' Het geroezemoes dat ontstond dreigde haar volgende woorden te overstemmen. Een voor een, zeer demonstratief, keek Mara vijf andere heren aan die zich rond de doodsvijand van haar huis hadden geschaard. 'Heren, u allen hebt zich verplicht tot een stem naar mijn keuze. Dit is het moment om uw woord te houden.'
Met tegenzin verlieten de vijf Regerende Heren hun ingenomen positie en voegden ze zich, samen met enkele vazallen en bondgenoten, bij Mara's groep. De nieuwe machtsverhoudingen brachten ook enkele andere heren in Tasaio's achterban aan het denken, en een aantal van hen voegde zich alsnog bij Mara.
Tasaio zag het geërgerd aan. Op gespannen toon concludeerde hij tenslotte: 'Je hebt je patstelling, Mara. Ik geef toe dat je zo slim bent geweest om je aan de letter van je belofte te houden, zonder de geest ervan te respecteren. Je hebt een paar dagen gewonnen, op zijn hoogst, dus waarom maken we nu geen einde aan deze komedie?'
'Ik speel vandaag het Grote Spel niet met het oog op mijn persoonlijke winst of eer,' onderbrak Mara hem, 'maar ten nutte van het keizerrijk. Daarom roep ik mijn Heer van de Tonmargu.'
'Vanuit het achterste deel van de zaal naderde nu de op een na machtigste kandidaat voor het ambt van Krijgsheer. Hij had een eregarde van twintig bij zich. Kaarsrecht, ondanks zijn gevorderde leeftijd, daalde hij de trappen af, liep Tasaio voorbij en stelde zich naast Mara op. Zijn lichaam droeg de sporen van de jaren, maar zijn stem galmde nog machtig. 'Bij het luisterrijke bloed van mijn voorouders, hoort mijn belofte. Ik handel ten nutte van het keizerrijk.' Toen stapte hij het podium op en maakte een buiging voor de keizer. 'Majesteit,' vervolgde hij, 'in het welbegrepen belang van al mijn mensen draag ik mijn autoriteit over aan uw goede zorgen.' Hij stak de staf omhoog die zijn macht als Krijgshoofd van de clan Ionani symboliseerde en overhandigde hem aan Ichindar.
Jiro stoof woedend naar voren. 'Dat kunt u niet doen!'
Heer Frasai van de Tonmargu draaide zijn grijze hoofd in de richting van de jongeman die de mantel had geërfd die vroeger ooit door Tecuma was gedragen. Op droeve toon zei hij: 'Zoon van mijn bloedverwant, je hebt het mis. Ichindar is van ons eigen bloed. Durf jij te beweren dat er iemand in onze clan boven hem staat?'
Rood aangelopen van drift leek Jiro zich op te maken voor een dispuut, maar zijn eerste woorden gingen verloren in een aanzwellend geluid van opgewonden stemmen. In dat tumult betraden twee andere heren de vergaderzaal: heer Kamatsu van de Shinzawai, gehuld in de wapenrusting van zijn voorouders en met de staf van de Kanazawai in zijn hand, en naast hem de Heer van de Keda, zijn voorganger, en eveneens lid van een geslacht dat aanspraak kon maken op de positie van Krijgsheer.
Kamatsu liep tot vlak voor Ichindars podium en maakte daar een buiging. 'Wij spreken als een, en handelen ten nutte van het keizerrijk.' Zonder verder ceremonieel, maar met grote waardigheid, gaf hij vervolgens zijn staf als Krijgshoofd van de clan Kanazawai in handen van de in wit-en-goud gehulde gestalte op het podium.
Boven het opbruisende geroezemoes van verbazing uit riep Tasaio: 'Dit is een verkrachting van de traditie, Kamatsu!'
De Heer van de Shinzawai wees de beschuldiging verontwaardigd van de hand. 'Mijn familie behoort tot de edelste van het rijk. We kunnen de stamboom van onze voorvaderen traceren tot de vierentwintigste keizer en we zijn familie van het Hemelse Licht. De traditie zegt dat iedereen uit bepaalde clans van nobele afkomst het ambt van Krijgsheer kan vervullen.' Hij eindigde op uitdagende toon. 'Of ontken je de verwantschapsclaim van Ichindar?'
'Tasaio, je mag dan een briljante commandant te velde zijn,' riep Mara, 'maar je kennis van de historie laat te wensen over. Heb je je dan nooit afgevraagd waarom er traditioneel slechts vijf families zijn die een Krijgsheer mogen leveren - de hoogste edelman in het rijk, na het Hemelse Licht?'
Tasaio wist het niet en reageerde met een Tsuranees schouderophalen.
'Die vijf eerste huizen, waaronder dat van jou, zijn het meest rechtstreeks verwant met de oprichters van het keizerrijk!' Mara bekeek haar gezworen tegenstander vol verachting. 'Als je het had gevraagd, had elke geschiedkundige of elke klerk van het Keizerlijke Archief het je kunnen uitleggen. De oorspronkelijke Hoge Raad is begonnen door vijf broers, die allemaal broers waren van nummer zes, die de eerste keizer was.' Met een alomvattende zwaai van haar hand onderstreepte Mara haar betoog. 'We stammen allemaal van dezelfde mensen af, Tasaio. Als je maar ver genoeg teruggaat, zijn alle grote huizen in de grote clans aan elkaar geparenteerd.'
Nu sprak de Heer van de Xacatecas aan Mara's zijde. 'Ik handel ten nutte van het keizerrijk!' Hij voegde zich bij zijn twee voorgangers op het podium en gaf zijn staf van Krijgshoofd van de clan Xacala aan de keizer.
Daarna stak Ichindar zijn handen uit en iedereen zag duidelijk dat hij niet drie, maar vier staven vasthield. Iedereen begon nu opgewonden door elkaar heen te praten, maar het Hemelse Licht verhief zijn stem en riep boven iedereen uit: 'Ik heb de staf van de clan Omechan vanmorgen reeds ontvangen, Tasaio. Neem er goede nota van dat vier van de vijf aanspraken op het wit-en-goud aan mij zijn gedelegeerd.'
Jiro van de Anasati wierp een blik vol naakte haat op Mara, maar schikte zich toen in het onvermijdelijke. 'Tasaio, het lot heeft dit zo gewild. Het spijt me.' Na deze woorden verliet Mara's op een na bitters te vijand de gelederen van de Heer van de Minwanabi. Dat had meteen de desertie van de nog overgebleven heren van de Ionani tot gevolg, waarna Tasaio alleen nog een paar vazallen en doodsbange heren van kleine huizen bij zich had staan.
Uit dit sterk uitgedunde gezelschap maakte zich opeens nog iemand los. Tasaio liet zijn woede nu de vrije loop. 'Bruli van de Kehotara!' riep hij de man na. je beschaamt de herinnering aan je vader. Hij heeft de Minwanabi een generatie lang eervol gediend, maar door jouw lafheid wordt zijn standvastigheid nu te schande gemaakt!'
Soepel - weinigen lukte zoiets in de onhandige formele gewaden die ze droegen - draaide de nog steeds knappe Bruli zich om. 'Beschaamd, Tasaio? En dat zegt iemand wiens familie ooit heeft geprobeerd mij te gebruiken om vrouwe Mara te vernietigen! Noch jij, noch Desio was ooit zo genereus tegenover mij, je trouwe vazal, als vrouwe Mara nadat ze me had verslagen.' Bruli spuwde vol verachting in de richting van de plek waar Tasaio stond. 'Ik heb mijn buik vol van de Minwanabi!'
'Ik zal zorgen dat het land van je voorouders wordt bezaaid met zout en dat je natami verbrijzeld wordt!' schreeuwde Tasaio met overslaande stem.
Heer Bruli negeerde het dreigement. Hij keek niet eens om en liep door tot hij vlak voor Mara stond. Daar, waar iedereen het kon zien, maakte hij een diepe buiging. 'Sommigen zeggen misschien dat u vandaag de eer van uw familie hebt geschonden, vrouwe Mara.' Hij glimlachte. 'Ik denk van niet. Ondanks onze geschillen in het verleden geloof ik oprecht dat u werkelijk het keizerrijk dient, vrouwe. Moge er vanaf heden vrede tussen ons zijn.'
Mara beantwoordde zijn glimlach. 'Voor de Hoge Raad erken ik de vriendschap tussen de Kehotara en de Acoma.'
Tasaio barstte bijna van frustratie. Zijn ogen schoten vuur. 'Je mag Ichindar dan mooi in de kaart hebben gespeeld, Mara, maar dit is niet het einde. Ik heb mijn woord gegeven dat je veilig naar huis mag terugkeren, maar vanaf het moment dat mijn verkenners me melden dat je voet hebt gezet op de grond van de Acoma zal ik de hele macht van de Minwanabi op je loslaten. Meer nog.' Hij draaide zich om en sprak tot degenen die nog bij hem stonden. 'Ik doe een beroep op de eer van de clan! De Acoma heeft het keizerrijk en de clan Shonshoni schande aangedaan. Oorlog aan de clan Hadama!'
'Dat verbied ik,' zei Ichindar.
Tasaio glimlachte boosaardig. 'Maar ik heb vijftigduizend soldaten klaar staan, die alleen maar op mijn bevel wachten.' Hoewel de edelen eigenlijk werden geacht binnen de vergaderzaal geen wapenen te dragen, had Tasaio zich door die usance niet laten weerhouden. Hij trok zijn zwaard en zwaaide ermee om zijn woorden kracht bij te zetten. Het zeldzame metaal van de kling lichtte op als flakkerend vuur, en er gingen kreten van ontzetting door de zaal. Tasaio wist echter met zijn geoefende commandostem boven de herrie uit te komen. 'Als u hieraan een einde wilt maken, Ichindar, laten we dat dan doen op het slagveld. Zullen uw bondgenoten u dan nog steunen?' riep hij vurig en uitdagend.
Mara voelde een ijskoude rilling over haar rug gaan. Voor haar stond een maniak die liever zijn hele beschaving in de as legde dan een rivaal de overwinning te gunnen. Vrezend dat haar ergste nachtmerries alsnog waar zouden worden en dat de goden hadden besloten zich op haar te wreken, sloot Mara haar ogen om haar ontzetting verborgen te houden. Wegens haar hoogmoed, haar onbezonnen poging om de toekomst een nieuwe vorm te geven, zou nu niet alleen de Acoma ten onder gaan, maar veel meer. Ze trok de beste van de edelen in haar val mee, en haar zoon Ajiki zou sterven voordat hij volwassen kon worden, en Kevins kind zou waarschijnlijk niet eens geboren mogen worden!
Mara draaide zichzelf geen rad voor de ogen. Ze voelde zich bijna verpletterd onder een vreselijke verantwoordelijkheid, want het was zij die een patstelling in de strijd om de functie van Krijgsheer had veroorzaakt, en dus had zij ook de aanstaande burgeroorlog op haar geweten.
Verdoofd hoorde ze Ichindar verontschuldigende woorden van bezorgdheid uitspreken. Te geschokt om iets te kunnen zeggen, maakte ze een buiging voor hem, maar toen ze zag dat de jongeman geen teken van angst toonde wist Mara alsnog een paar woorden uit te brengen: 'De Acoma wacht uw bevelen af, majesteit.' Meteen spraken vele heren woorden van gelijke strekking uit terwijl andere demonstratief bij mensen naast wie ze hadden gestaan wegliepen. De tijden waren te gevaarlijk om niet zeer duidelijk te tonen aan welke kant je stond. En degenen die niets met de komende strijd te maken wilden hebben moesten voorkomen dat ze zouden worden meegesleurd. Mara had haar ogen weer dicht.
Op dat moment klonk er echter vanuit een van de ingangen een autoritaire stem die geen tegenspraak duldde. 'Er zal geen conflict zijn!'
Het geroezemoes verstomde. Mara opende haar ogen en zag dat de edelen om haar heen met een ongelovige blik naar de galerijen keken, vanwaar tientallen in zwarte gewaden gehulde figuren uit alle hoger gelegen ingangen en zijdeuren naar beneden kwamen en de trappen afdaalden. In een griezelige stilte, en door niemand een strobreed in de weg gelegd, begaven de Grootheden van de Assemblee zich allen naar het podium op de begane grond vande vergaderzaal.
De wil van de magiërs was wet. Zelfs legers moesten ervoor wijken. De enorme ravage indachtig die een enkele magiër zo moeiteloos in en om de arena had kunnen aanrichten, was geen heer in de zaal zo achterlijk om zich tegen de wil van de Assemblee te verzetten. Tasaio stond als verstijfd in zijn machteloze furie, want hij begreep ten volle dat hij had verloren. De laatste kleur vloeide uit zijn gezicht weg en hij stak ontgoocheld en beschaamd zijn zwaard terug in de schede.
Vijftig magiërs vormden een kring rond het gezelschap dat de keizer op zijn podium omringde. Hun zegsman gaf de Vrouwe van de Acoma een formeel knikje. Verrast zag Mara dat het Fumita was en duizelig van schrik herinnerde ze zich dat deze haar hele gesprek met Kamatsu had gehoord. Naast hem stonden twee magiërs die ze niet kende: een korte, zeer dikke en een magere met hoekige gelaatstrekken. Bij het zien van hun strenge, ondoorgrondelijke blikken, die ongekende vermogens verborgen hielden, voelde Mara een moment van paniek. Natuurlijk kwamen ze haar halen, om haar te straffen voor haar onvergeeflijke hoogmoed! Want Tasaio was dan wel gewetenloos, en veel te begerig naar de macht, zelf was Mara ook over de schreef gegaan in haar aanmatigende poging om met allerlei tradities te breken!
Toch sprak de Grootheid haar niet verwijtend toe. Fumita ging tussen haár en de doodsvijand van haar huis staan en richtte zich tot alle verzamelden. 'Wij spreken namens de Assemblee. Onze raad heeft vergaderd, en we hebben vastgesteld dat Mara van de Acoma heeft gehandeld ten nutte van het keizerrijk. Ze heeft zichzelf en haar eer onbaatzuchtig in de waagschaal gesteld om oorlog te voorkomen, en haar leven is vanaf nu onschendbaar.'
De dikke magiër nam het van Fumita over. 'Wij zijn verdeeld over vele onderwerpen, maar laat één ding helder zijn: wij zullen nooit een burgeroorlog toestaan.'
De magere magiër sprak als laatste. 'Tasaio van de Minwanabi, vanaf heden is het u verboden enig conflict met Mara van de Acoma uit te vechten. Dat is de wil van de Assemblee.'
Tasaio keek alsof hij een oorvijg had gekregen. Zijn hand greep meteen naar het gevest van zijn zwaard en er verscheen een waanzinnige schittering in zijn ogen. 'Grootheid,' wist hij in een hese fluistering uit te brengen, 'mijn familie heeft een bloedige eed aan Turakamu gezworen!'
'Verboden!' herhaalde de magere magiër.
Tasaio boog, wit tot en met zijn lippen. 'Uw wil, Grootheid.' Hij gordde zijn zwaard af - een kling van kostbaar metaal, een gevest van gesneden been - en daalde de laatste treden af. Zijn hele houding drukte weerzin uit, maar hij overhandigde het wapen aan Mara. 'Aan de overwinnaar.' Zijn handen beefden van amper beheerste woede.
Mara accepteerde de trofee. Ze deed geen poging om het trillen van haar handen te verbergen. 'Het heeft weinig gescheeld.'
Tasaio lachte bitter. 'Ik denk van niet. Jij bent aangeraakt door de goden, Mara.' Hij keek om zich heen. 'Was jij niet geboren, of waren je vader en je broer niet gestorven om jouw opvolging mogelijk te maken, dan zouden er ongetwijfeld toch wel veranderingen zijn gekomen. Maar niet dit hier!' Hij wees in withete woede naar de verzameling heren en magiërs om de keizer heen. 'Nooit zou er dan iets zo ingrijpends zijn gebeurd! Ik denk dat ik liever tegenover de Rode God kom te staan dan te moeten aanzien hoe het Grote Spel van onze voorouders wordt gedevalueerd tot een onbenullig schimmenspel, en onze heren hun trots en eer verkwanselen in hun onderdanigheid aan het Hemelse Licht.' Nog eenmaal keek hij met zijn kille ogen rond naar de raadsleden waarover hij had gehoopt te zullen heersen. 'Mogen de goden medelijden hebben met u allen en met het rijk dat door u wordt overgeleverd aan de schande.'
'Zwijg!' snauwde Fumita. 'Shimone van de Assemblee zal u naar uw landgoed brengen, heer Tasaio van de Minwanabi.'
'Wacht, ik smeek het u!' riep Mara uit. 'Desio heeft tot de Rode God gezworen op het bloed van het hele geslacht Minwanabi! Volgens de letter van zijn eed mag geen enkel familielid van Tasaio in leven blijven indien de Acoma niet geofferd wordt.'
Fumita keek de Vrouwe van de Acoma met een steenhard, onbewogen gezicht aan. 'Een stumper is de heer die meent dat de goden zo bijzonder geïnteresseerd zijn in zijn vijanden. Desio is ver over de schreef gegaan door een dergelijke eed te zweren. De goden accepteren echter niet dat zulke beloften worden herroepen. Zijn familie moet derhalve de gevolgen dragen.'
Mara had echter een gevoel alsof Kevin schuin achter haar schouder stond en zijn invloed had een inwerking op haar geest gehad waarvan ze zelfs in aanwezigheid van de Grootheden wilde getuigen. 'En Tasaio's onschuldige vrouwen twee kinderen dan?' riep ze smekend. 'Moeten hun levens worden verspild ter wille van zijn zogenaamde eer?' Wanhopig draaide ze zich om en keek haar vijand aan. Er was alleen medelijden te lezen in haar ogen. 'Onthef je kinderen van hun trouw aan de natami van de Minwanabi, dan zal ik ze adopteren in het huis Acoma. Ik smeek het je, spaar hun levens!'
Tasaio keek haar aan. Hij begreep goed dat haar bezorgdheid regelrecht uit haar hart kwam, maar puur om haar dwars te zitten en te kwetsen, schudde hij van nee. 'Laat hun bloed maar op jouw geweten drukken, Mara.' Daarna maakte hij zijn staf als Krijgshoofd van de clan Shonshoni los van zijn riem. 'Mijn Heer van de Sejaio,' zei hij tegen een man met een dikke nek, die even verderop stond, 'deze is nu voor u.'
Toen hij de staf had overhandigd keek Tasaio nog een laatste keer om zich heen. Voor Mara en de keizer had hij een spottend glimlachje over. Toen wendde hij zich met al zijn elegantie en hooghartigheid tot de magere magiër naast hem. 'Ik ben zover, Grootheid.'
De magiër haalde een metalen apparaatje uit zijn gewaad en er klonk een zacht gezoem in de zaal. Toen hij zijn hand vervolgens op Tasaio's schouder legde verdwenen ze beiden onmiddellijk, en alleen het zachte, zuigende geluid van een kleine implosie bewees dat ze er zojuist nog hadden gestaan.
De Heer van de Sejaio keek naar de staf die hij in zijn hand hield en ging toen met tegenzin voor de keizer staan. 'Majesteit, ik weet niet of ik al dan niet ten nutte van het keizerrijk handel.' Hij keek naar de andere heren, die nu allemaal rond Mara en Fumita verzameld waren. 'Maar er wordt gezegd dat in het Grote Spel de winnaars worden begunstigd door de goden. Ik geef het ambt van Krijgshoofd van de clan Shonshoni hiermee aan u over.'
Ichindar aanvaardde deze laatste van de vijf scepters. Met heldere stem, waarin zijn nu weer onomstreden autoriteit luid en duidelijk doorklonk, verklaarde hij: 'Het ambt van Krijgsheer bestaat niet meer.' En daarna brak hij alle vijf de staven in tweeën en gooide de helften onverschillig van zich af. En vervolgens riep hij Kamatsu van de Shinzawai bij zich.
Hokanu's vader maakte een diepe buiging voor de keizer. 'Majesteit?'
'Het keizerrijk heeft u nodig,' decreteerde het Hemelse Licht. 'Ik benoem u in een nieuw ambt, Kanselier des Keizers.'
Kamatsu boog nogmaals. 'Om het keizerrijk te dienen, majesteit, wil ik dit graag aanvaarden.'
Ichindar gaf de verzamelde edelen een toelichting. 'Kamatsu van de Shinzawai is mijn stem en mijn oor. Hij zal luisteren naar uw verzoeken, uw behoeften en uw suggesties voor het hervormen van onze natie.' Daarna riep de keizer een andere heer bij zich. 'Frasai van de Tonrnargu!'
De oude soldaat liep naar voren. 'Majesteit?'
'We zullen iemand nodig hebben om toezicht te houden op militaire zaken. Als Kamatsu mijn ogen en oren wordt, wilt u dan mijn sterke arm zijn?'
'Om het keizerrijk te dienen!' antwoordde heer Frasai met zijn basstem.
Ichindar maakte duidelijk wat de nieuwe functie inhield. 'Frasai van de Tonmargu zal de titel dragen van Opperheer des Keizers. Hij zal zaken uitvoeren in het belang van het keizerrijk, zoals voorheen de Krijgsheer, maar uitsluitend op mijn verzoek.' Toen maakte Ichindars glimmende helm een kleine buiging in de richting van een persoon die naast Mara stond. 'Voorts draag ik Hoppara van de Xacatecas op om als zijn plaatsvervanger op te treden.'
De jonge edelman grijnsde naar Mara. 'Om het keizerrijk te dienen!' riep hij enthousiast.
Mara gaf hem Tasaio's zwaard. 'Stuur dit naar de woestijnmannen en maak uw vaders belofte waar.'
Hoppara van de Xacatecas nam het oude zwaard van haar aan en boog eerbiedig.
En toen wendde het Hemelse Licht zich tot de vrouwe die daar in haar glanzende gewaad van groene zijde stond te wachten. 'Mara van de Acoma!'
De vrouw die hem een troon en de last van de absolute macht had gegeven keek naar hem op. De diepte van haar blik was niet te doorgronden en haar hele houding was op typisch Tsuranese wijze emotieloos.
'U hebt voorkomen dat de natie in de greep kwam van de chaos,' zei de keizer tegen alle aanwezigen. Vervolgens kreeg zijn stem een persoonlijke klank. 'Welke beloning kunnen we aanbieden?'
Mara merkte dat ze bloosde. 'Majesteit, in waarheid hoopte ik slechts op de kans om de zaken van mijn huis in vrede en voorspoed te kunnen voortzetten. Ik vrees dat ik te veel van mijn eer heb geofferd om een beloning te verdienen.'
'En toch hebt u die bescheiden hoop, en eer, ter zijde gezet om het grotere goed en het hogere doel te dienen,' stelde Ichindar vast. 'U hebt ons herinnerd aan vergeten waarheden en ware grootheid.' Hij zweeg even en maakte toen een breed gebaar met zijn in goud geharnaste arm. 'U hebt in onze tijd de herinnering levend gemaakt aan een concept dat vele eeuwen lang verwaarloosd is. Door uw offer, het ondergeschikt maken van uw familiebelangen aan het welzijn van de natie als geheel, hebt u de hoogste vorm van eer gedefinieerd. Is er geen beloning die we u kunnen schenken?'
Mara dacht er niet lang over na. 'Majesteit, dan zou ik het land en de goederen willen overnemen die de Heer van de Minwanabi in zijn bezit had.'Er steeg een scherp, geschokt geroezemoes op in de zaal. Volgens de Tsuranese tradities was een gevallen huis vervloekt door de goden, en diende het door edelen en gewone mensen gemeden te worden. Veel oude huizen waren letterlijk tot ruïnes vervallen en door onkruid overwoekerd omdat iedereen er ten diepste van overtuigd was dat het noodlot van een heer ook zijn land en zijn bezittingen had doordrenkt.
De keizer maakte een gebaar dat onzekerheid uitdrukte. 'Waarom een geschenk met zulke slechte voortekenen, vrouwe?'
'Majesteit,' antwoordde Mara op ernstige toon, 'we zijn hier vandaag bijeen om veranderingen te begroeten. In mijn opinie is het een zwaardere belediging van de hemel een zo mooi landgoed ten prooi te laten vallen aan verval en bederf. Ik vrees geen wangunst. Sta me toe contact op te nemen met de tempel van de Rode God, om duidelijk bevestigd te krijgen dat aan Desio's bloedige eed is voldaan. Daarna zal ik priesters van Chochocan het goed laten zegenen, meter voor meter wanneer ze dat wensen, en pas nadat de rusteloze geesten van de Minwanabi in vrede zijn verjaagd zal ik mij daar metterwoon vestigen.' Ze zweeg even. 'Te veel goede mannen en vrouwen zijn gestorven, majesteit. Anderen zijn slaven - hun talenten worden ontkend, hun potentiële waarde wordt genegeerd.' Ze dacht aan Kevin en het kostte haar moeite haar stem onder controle te houden. 'Ik zet me in voor een toekomst vol veranderingen en daarom vraag ik uw toestemming om als eerste deze onvruchtbare traditie te mogen doorbreken.'
Ichindar gaf met een knikje zijn instemming met het opzienbarende verzoek te kennen. En in de diepe stilte die daarop volgde, en waarin menige aanwezige heer zijn bezit en zijn mensen met nieuwe ogen bekeek, deed Mara een beroep op allen. 'Laat ons een einde maken aan dit soort verspilling! Nu! Allen die zich in het verleden tegen mij hebben gekeerd doe ik deze plechtige belofte: kom naar mij toe met vrede in uw hart en ik zal een einde maken aan alle oude punten van geschil!' Ze wierp een blik op Jiro van de Anasati, maar hij gaf op geen enkele wijze blijk van een reactie. Zijn gezicht, onder het rood-en-wit van zijn helm, bleef effen en ondoorgrondelijk.
Vanaf zijn podium zag de keizer die uitwisseling van blikken aan. Hij zag ook de verwondering op het gezicht van veel van de aanwezige edelen. Hij voelde een deel van Mara's emoties aan, maar hij begreep slechts een fractie van de diepere drijfveren van deze complexe vrouw. Vooral haar concept van een genadige overwinnaar sprak hem echter bijzonder aan. 'Vrouwe Mara,' zei hij, 'landerijen zijn onvoldoende beloning voor de geest van verlichting die u in deze zaal hebt laten schijnen. U hebt rijkdom en macht, invloed en prestige. Op dit moment is er niemand in deze zaal die u in grootheid en invloed overtreft.' Opeens kwam er een ironisch glimlachje om zijn lippen. 'Ik zou aanbieden u mijn tiende echtgenote te maken als ik het idee had dat u het zou accepteren.'
Mara kreeg een blosje van verwarring en er ging een golf van vriendelijk gelach door de zaal.
In die vrolijke sfeer gaf de keizer zijn laatste bevel van die dag. 'U hebt verkozen liever vele anderen te dienen dan enkel uw beperkt eigenbelang. Daarvoor verdient u erkenning, tijdens uw leven en in de geschiedenis. In lang vervlogen tijden, toen het keizerrijk nog jong was, kreeg een burger die zich met inzet van zijn leven en zijn eer buitengewoon verdienstelijk had gemaakt van mijn voorvaderen een titel die hem in het hele land de hoogste achting opleverde. Mara van de Acoma, ik geef u de oeroude titel Dienaar van het Keizerrijk.'
Mara was met stomheid geslagen en ze stond te trillen op haar benen.
Dienaar van het Keizerrijk! Sinds mensenheugenis had geen enkele man of vrouw een zo verheven eerbetoon ontvangen. In de hele tweeduizend jaar geschiedenis van het rijk was de titel niet vaker dan twintig keer toegekend! De namen van die twintig werden afgeraffeld als schietgebedje, alle kinderen leerden ze op school van buiten. De rang betekende tevens een formele opname in het huishouden van de keizer. Het duizelde Mara. Haar status was in een keer, totaal onverwacht, hemelhoog gerezen. Mara besefte dat ze zich met Ajiki in het paleis zou kunnen terugtrekken om de rest van haar leven een rijk, zorgeloos leven onder de hoede van de keizer te leiden.
'U maakt me sprakeloos, majesteit,' wist ze tenslotte uit te brengen. En ze boog voor hem, zoals de nederigste van zijn dienaren voor hem zou buigen.
Toen slaakte heer Hoppara van de Xacatecas een luide strijdkreet, waarna de hele Hoge Raad in juichen uitbarstte. Mara stond in een grote kring van enthousiaste bewonderaars, en langzaam begon het tot haar door te dringen dat ze had gewonnen, beter nog, mooier nog, perfecter nog: dat ze ervoor had gezorgd dat haar familie nooit meer bang hoefde te zijn voor het gekonkel van het huis Minwanabi.