24
Chantal liep stevig door. Ze wilde naar Jeroen om hun prettige gesprek van de avond ervoor een vervolg te geven. Mensen die haar zagen zouden misschien wel zeggen dat ze kwiek liep. Een zeldzaamheid in een ziekenhuis.
Ze negeerde de ochtenddrukte door stoïcijns in haar eigen tempo door te blijven lopen. In slalom ging ze langs slenterende patiënten en stilstaande verpleegkundigen. Mensen met een looprek zagen slechts haar achterkant. Tijdens de wandeling van de parkeerplaats naar Jeroens kamer hield ze tweemaal haar pas in. Bij de ingang van het ziekenhuis voor een luid schreeuwende vader met op zijn arm een bloedend kind, en vlak voor de lift toen er een door verpleegkundigen voortgeduwd bed met daarop iemand in narcose haar pad kruiste. Dat soort gevallen had nu eenmaal voorrang, wist ze.
Een tinteling trok door haar heen toen de deur van Jeroens kamer in zicht kwam. Ze verheugde zich erop om haar man weer te zien. Er waren nog zoveel dingen waarover ze moesten praten. Het idee dat zij samen deze crisis gingen overwinnen, maakte haar op een bepaalde manier gelukkig.
Ze nam zich voor de zoveelste keer voor om rustig aan te doen, geen onderwerpen aan te snijden die eventueel een controverse uitlokten. De weg der geleidelijkheid was nu het beste en enige pad om te bewandelen. Elk risico moest vermeden worden.
‘Goedemorgen.’ Gelijktijdig met dit woord klapten haar goede voornemens als een zeepbel uit elkaar en verdwenen in de atmosfeer. Terwijl de tentakels van onzekerheid door haar binnenste glibberden, stapte ze de kamer binnen.
‘Hallo, Chantal,’ zei Dorien op mierzoete toon. ‘Fijn dat je er bent.’ Hierna boog ze iets naar voren en strekte haar armen enigszins uit. Het begroetingsritueel vol geveinsde genegenheid, wist Chantal. Door direct naar Dorien te lopen, de semiomhelzing in ontvangst te nemen en haar schoonmoeder drie kussen te geven, deed ze wat haar min of meer werd opgelegd.
‘Jammer dat je niet eerder kon komen,’ vervolgde Dorien. ‘Dan had je uit de mond van dokter De Boer het goede nieuws kunnen vernemen.’
De eerste steek onder water was uitgedeeld. Het was namelijk precies tien uur. Het personeel stelde het op prijs als bezoekers voor dit tijdstip hun neus niet lieten zien. Zij had zich daar natuurlijk aan gehouden. Voor Dorien golden blijkbaar andere regels...
‘Zoals het er nu uitziet, wordt het hier vandaag mijn laatste dag,’ zei Jeroen. Hij pakte haar hand en kneep er stevig in. ‘Morgen mag ik naar huis, Tal.’
Chantal zette zich over de domper van Dorien heen en reageerde enthousiast. ‘Wat een fantastisch nieuws. Morgen trekken we de champagne open.’ Voordat de laatste zin haar lippen verliet, besefte Chantal dat ze haar schoonmoeder ongewild van munitie had voorzien. De gevreesde reactie volgde direct.
‘Nou, liefje. Dat lijkt me niet zo’n goed idee. Wij weten inmiddels allemaal dat drank meer kapotmaakt dan je lief is, nietwaar? Een cliché, maar wel eentje met een hoog waarheidsgehalte.’
Jeroen maakte een onbeholpen gebaar met zijn hand. ‘Ach, mam. Zo bedoelde Tal het...’
‘Dat weet ik wel, jongen. De realiteit is echter dat jij de laatste tijd meer hebt gedronken dan goed voor je was. Daar had eerder op ingegrepen moeten worden. Dat had de kans dat jij hier terecht was gekomen stukken verkleind.’ Een zucht van ongenoegen ontsnapte aan haar lippen. ‘En dat voor een jongen die nooit alcohol dronk. In elk geval niet bij ons thuis. Je weet wat een hekel je vader daaraan had.’
Chantal keek Jeroen aan. Hij knikte in de richting van zijn moeder. Het gebaar dat hij maakte was overduidelijk om de lieve vrede te bewaren. Een vleugje hoop vergezelde haar volgende ademtocht. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de drankperiode achter hem ligt, ma,’ zei ze met een stem waaruit evenwichtigheid moest blijken. ‘En ik ben er ook nog. Dit was eens, maar nooit meer.’
Terwijl ze haar schoondochter aankeek, hield Dorien haar hoofd een beetje schuin. Ze kneep haar ogen enigszins toe, wat impliceerde dat ze heel goed over haar antwoord nadacht. Het viel Chantal nu pas op hoe goed gekleed haar schoonmoeder was. Ze droeg een zachtgroen, haute-couturemantelpakje dat ongetwijfeld een maandsalaris kostte. Daaronder een satijnen blouse die niet uit de schappen van H&M kwam. Naast haar stond een bijpassende handtas waarover iedere modebewuste vrouw dagdroomde. Haar make-up was nauwelijks zichtbaar, maar camoufleerde exact datgene wat van een exclusief merk werd verwacht. En dat om tien uur ’s morgens in het Flevoziekenhuis van Almere.
‘Nou, ik ben daar niet zo van overtuigd.’ Ze sprak langzaam en articuleerde duidelijk om haar woorden van meerwaarde te voorzien. ‘Jullie woonden toch in hetzelfde huis toen Jeroen meer dronk dan goed voor hem was? Waarom heeft het dan zover moeten komen? Waarom heb jij niet eerder ingegrepen?’ Haar groene ogen lichtten een ogenblik fel op. Het was de schittering van een roofdier dat zijn prooi in een kansloze positie dreef.
‘Ik...’
Jeroen schoot haar te hulp. ‘Dat slaat echt nergens op, mam. Ik was in die periode niet voor rede vatbaar. Deed precies wat ik wilde. De pijn dreef me gewoon in de armen van al die rotzooi. Geloof me, als iemand heeft gedaan wat ze kon, dan was het Chantal wel.’
Geheel tegen de verwachting in ontspanden de gelaatstrekken van Dorien zich. Ze knikte uiterst begripvol naar haar zoon.
‘Ach, dat weet ik toch, kind. Je was helemaal in de war. Logisch, na de verschrikkingen die je hebt doorgemaakt.’ Ze verlegde haar blik naar Chantal. ‘Die jullie hebben doorgemaakt. En ik ben er zeker van dat jij je uiterste best hebt gedaan om Jeroen voor ander onheil te behoeden, meisje.’
Chantal verbaasde zich niet meer over de woordkeus van haar schoonmoeder. Al jaren niet meer. ‘Het was een moeilijke tijd, ma. Nu maar hopen dat het definitief achter ons ligt. We moeten door. Het klinkt simpel, maar eigenlijk is daar alles mee gezegd.’ Een obligaat antwoord waarvoor ze zich tegenover andere mensen en in een andere omgeving wellicht geschaamd zou hebben.
‘Dat is inderdaad te hopen,’ reageerde Dorien op gedempte toon. Ze sloeg haar ogen neer. Als een verlegen meisje dat wanhopig naar woorden zoekt. ‘Het is een vreselijke tijd geweest. Voor jullie, maar ook voor mij.’ Het volume waarmee Dorien sprak, was een flauw aftreksel van haar gebruikelijke stemgeluid. Ze wendde haar blik af en richtte deze op een punt achter Jeroens hoofdkussen. Uit haar houding was de kenmerkende fierheid verdwenen. De mascara, eyeliner en rouge waren ineens ontoereikend om de diepe lijnen en onvolkomenheden in haar gezicht te maskeren. Van het ene op het andere moment zat er een oude, diep aangeslagen vrouw naast het bed van haar enige zoon. ‘Elke nacht droom ik van mijn kleinkinderen. Mijn knulletjes, die uit mijn leven zijn weggerukt. Overdag probeer ik er niet aan te denken. Zoek ik afleiding. Dan luister ik naar de radio of kijk wat televisie. ’s Avonds, als ik alleen in mijn bed lig, beleef ik alles opnieuw. Hun geboorte, de eerste stapjes, de eerste schooldag, hun verhalen over het voetballen. Daarna probeer ik met een glimlach op mijn gezicht te gaan slapen. Dat lukt meestal. Waar ik echter niets te zeggen over heb zijn de dromen. Bijna elke nacht word ik badend in het zweet wakker. Ik zie hun gezichtjes, hoor ze roepen, voel hun angst...’
Chantal zag hoe vochtig de ogen van haar schoonmoeder waren. Tegenstrijdige gevoelens vochten in haar geest om aandacht. Was dit mogelijk? Kon de hardvochtige vrouw die zij haar hele huwelijk al kende ineens veranderen in een zachtaardige oma die treurde om haar kleinkinderen? Had Dorien dan eindelijk het masker afgeworpen waarachter zij jarenlang haar ware gevoelens verborg?
Ze wreef met haar wijsvinger over haar wimpers. Enkele spontane tranen bleven aan de droge huid kleven. Ze haalde haar neus op en zag nu duidelijk dat er een gebroken vrouw tegenover haar zat. Het antwoord was dus ja. Dorien had eindelijk haar ware aard getoond. Onder het emotieloze pantser klopte het hart van een goed mens. Iemand die volgens een hard stramien had geleefd en nooit haar ware gevoelens had kunnen of durven tonen. Een vrouw die tot de conclusie was gekomen dat ze op deze manier niet langer verder wilde leven. Niet langer verder kón. Ze wilde deze vrouw omarmen en zeggen dat het allemaal goed kwam. Dat ze zo ontzettend trots op haar was. Dat ze begreep hoeveel moeite het haar had gekost om haar ware ik te tonen. Toch bleef ze zitten. Dit was niet het juiste moment, zei een resoluut stemmetje in haar hoofd.
‘Ik wil niet dat jullie mij bemoeiziek vinden,’ ging Dorien verder. De woorden kwamen langzaam en klonken bedachtzaam. Alsof het haar moeite kostte alle emoties de vrije loop te laten. ‘Het is jullie leven. Maar ik blijf altijd Jeroens moeder en ik wil slechts het beste voor hem en voor jou.’ Ze keek Chantal recht aan. Het was de blik van een moeder die zich oprecht zorgen maakte over haar zoon en schoondochter. Chantal wilde antwoorden. Iets aardigs zeggen. Mooie woorden waarmee een periode van achterdocht en onbegrip afgesloten kon worden. Een zin waaruit vertrouwen, opluchting en dankbaarheid sprak. Het lukte niet. Haar tong en gehemelte waren te droog. De woorden bleven ergens in haar keel steken.
‘Omdat ik enkel het beste voor jullie wil, stel ik dus voor dat Jeroen morgen naar huis komt. Het huis waarin hij is opgegroeid.’ Doriens blik was nu op Jeroen gericht. Hierdoor ontging het Chantal dat ze haar ogen iets toekneep. Jeroen had hier helemaal geen oog voor. Zijn blik zat tegen adoratie aan.
‘Ik zal dit even uitleggen,’ ging Dorien snel verder. ‘Jullie hebben een vreselijke tijd achter de rug. Niets is jullie bespaard gebleven. Als Jeroen teruggaat naar Almere, dan is er absoluut een kans dat de situatie zich herhaalt.’ Ze stak haar wijsvinger op. ‘Hiermee wil ik niets ten nadele van Chantal suggereren. De waarheid is echter wel dat ook zij een enorme klap heeft gehad. Het is dus logisch dat zij eveneens haar rust verdient om op kracht te komen. “Aan jezelf werken” en “ergens een plekje voor vinden” zijn hiervoor geloof ik de modernere termen.’
De blik van Dorien verplaatste zich naar haar schoondochter. Op haar gezicht lag de lieftallige glimlach van een oude vrouw die het beste met iedereen voorhad. Het drong allemaal moeilijk tot Chantal door. Maar hoewel ze zich door al die mooie woorden nog in een soort van trance bevond, bemerkte Chantals onderbewustzijn dat de gezichtsuitdrukking en de oogopslag van Dorien niet met elkaar correspondeerden. De ogen straalden een andere boodschap uit dan welke haar glimlach en woorden verkondigden. ‘Terwijl ik Jeroen verzorg, werk jij in alle rust aan jouw herstel, lieverd. Op de momenten dat jij je goed voelt, kom je gezellig op bezoek. Na verloop van tijd zullen alle diepe wonden herstellen en gaan jullie met z’n tweetjes aan de toekomst werken.’ Ze knikte langzaam maar vastberaden. ‘Heus, dit is voor iedereen de beste oplossing.’
Nog helemaal in de ban van de uitstraling van zijn moeder, reageerde Jeroen als eerste.
‘Maar, mam... mijn medicijnen, ik moet terugkomen voor controles... Chantal wil...’
Dorien tikte bemoederend op de rug van zijn hand. ‘Ach, kind. Dat zijn details die we in een handomdraai oplossen. Jouw medicijnen halen we bij de apotheker, ik zorg dat jij ze op tijd inneemt en Sander rijdt jou heen en weer naar het ziekenhuis. Ik heb je gebaard, verzorgd en opgevoed. Daarbij vergeleken zijn dit soort triviale zaken onbenulligheden die tussen neus en lippen door worden geregeld.’
Van een trance was geen sprake meer. Chantals hersens werkten koortsachtig. Dit was Doriens aanval waarvoor ze al zo lang had gevreesd. Ze had hem niet aan zien komen, maar godzijdank wel onderkend. Het was nu zaak om haar hoofd koel te houden en adequaat te reageren. Geen emotie, maar ratio. Wachten tot de opening zich aandiende om daarna toe te slaan. Precies zoals Denise had uitgelegd.
‘Ik weet het niet, mam,’ klonk het beduusd. ‘Wij hadden...’
‘Natuurlijk schrik jij hier in eerste instantie van, jongen. Die uitwerking hebben frisse ideeën altijd. Wat meteen aangeeft hoe goed het al met je gaat, want niets menselijks is je vreemd.’
Niemand reageerde op haar grapje. Het leek erop dat Jeroen het voorstel van zijn moeder serieus overdacht, terwijl Chantal vooral in zichzelf gekeerd oogde. Ze keek recht voor zich uit en scheen weinig aandacht voor haar omgeving te hebben.
Hoewel ze vooral afwezigheid uitstraalde, werkten haar hersens op volle toeren. Het werd met de seconde duidelijker waarom Dorien op dit tijdstip op bezoek was gekomen. Evenals personeel van andere bedrijfstakken zijn medewerkers van ziekenhuizen ook mensen, dacht Chantal. Mensen met hun gebreken en eigenaardigheden. Het kon niet anders of Dorien had de middag ervoor iets opgevangen van een arts of verpleegkundige. Een onschuldige opmerking om iemand moed in te spreken. Iets in de trend van ‘wat leuk dat uw zoon overmorgen al naar huis gaat, mevrouw Van der Schaaf’.
Hierdoor was het haar duidelijk dat ze meteen toe moest slaan. Ze was extra vroeg bij Jeroen op de kamer, zodat zij als eerste het goede nieuws te horen kreeg. Dit gaf haar een psychologische voorsprong op de nietsvermoedende echtgenote die normaal gesproken de primeur kreeg. Op slinkse wijze nam ze daarna de gesprekstouwtjes in handen om hen tot marionetten van de door haar geregisseerde poppenkast te degraderen.
‘Chantal?’ Ergens in de verte hoorde ze Dorien haar naam roepen.
Ze knipperde een paar maal met haar ogen, waarna het waas optrok.
‘Gaat het, meisje?’ vroeg haar schoonmoeder poeslief. Omdat ze voelde dat haar stem dienst weigerde, knikte ze.
‘Jeroen ziet wel in dat deze tijdelijke oplossing het beste voor iedereen is. Ik neem aan dat jij je er ook in kunt vinden?’
Chantal haalde diep adem. De lucht hield ze vast in haar longen. Hoe meer zuurstof, hoe beter je kon denken. Dat het onzin was, maakte haar niet uit. Als je maar ergens in geloofde... Met enkel geloof zou ze nu niet ver komen, wist ze. Dit was hét moment. Dorien verwachtte een antwoord van haar. Logica, ratio, denk aan de gesprekken met Denise, ging het door haar heen. Wat je nu gaat zeggen is bepalend. Dan is er nauwelijks meer een weg terug.
Ze keek Dorien recht aan. Weer werd haar een glimlach toegeworpen die zowel wijsheid als genegenheid veinsde. Tevens was er die blik. De kilte die hieruit straalde, gaf haar het gevoel ineens naakt op de noordpool te staan.
Waarom het idee bij haar opkwam, zou altijd een raadsel blijven. Misschien wel door het woord ‘logica’. Precies datgene wat Dorien van haar verwachtte. Zij had namelijk alle tijd gehad om deze coup voor te bereiden. Op elke logische reactie, ingegeven door de ratio, zou Dorien haar antwoord klaar hebben. Hoogstwaarschijnlijk had ze uren, wellicht dagenlang, geoefend om op elk denkbaar scenario direct een pasklare oplossing voorhanden te hebben.
Ze denkt te weten wat ik ga zeggen. Dat berekende loeder heeft al een scala aan antwoorden in haar hoofd. In haar voorbereiding is ze in mijn huid gekropen en heeft inmiddels op mijn eventuele bezwaren iets gevonden waarmee ze keihard van tafel kunnen worden geveegd. Ratio. ‘Eh...’ Haar onzekerheid vulde de kamer.
‘Zeg het maar, Chantal,’ sprak de zoetgevooisde stem die zij zo langzamerhand begon te haten. ‘Zeg maar gewoon wat je denkt. Dat maakt toch niets uit? We blijven echt wel van je houden, hoor.’
Chantal toverde een brede glimlach tevoorschijn. Ze maakte een weids gebaar met haar handen waaruit pure blijdschap sprak. ‘Ik vind het een geweldig idee, ma! Echt grandioos dat jij zo’n groot offer wilt brengen. Ik zou bijna sprakeloos van dankbaarheid worden.’ Ze boog zich naar voren en legde haar hand op die van haar schoonmoeder. ‘Het is een rijk gevoel om geweldige familie te hebben,’ fluisterde Chantal. De oprechtheid straalde van haar glimlach. In haar ogen dansten pretlichtjes. Haar blik hield die van Dorien vast. Ze zag de verandering die de verrassing teweegbracht. Van koud naar diep onderkoeld. In de pupillen van haar schoonmoeder heerste de ijstijd.
‘Maar...’
‘Geen maar, ma,’ reageerde Chantal zogenaamd streng, maar met een jolige ondertoon. Het eerste gedeelte van het plannetje dat ineens bij haar was opgekomen was gelukt. Dorien leek aangeslagen. Dit kon echter tijdelijk zijn, want haar tegenstandster was een door de wol geverfde vrouw die zich niet zonder slag of stoot gewonnen gaf. Zich laten verrassen was één, zich daarna het heft uit handen laten nemen was iets van een geheel andere orde. Chantal realiseerde zich dat ze nog steeds op dun ijs liep. Als ze afweek van de spontaan geplande route zou dit een nat pak kunnen betekenen. ‘Ik begrijp dat jij er nu van alles aan wilt doen om jouw rol te verkleinen. Om ons te laten geloven dat jouw voorstel de normaalste zaak van de wereld is. Iets wat mensen die van elkaar houden gewoon doen zonder er verder bij na te denken. Nou, hoe lief en geweldig jij ook bent, ma... ik kan je vertellen dat dit niet zo is.’ Chantal klopte zacht op Doriens hand. Een gebaar van tederheid en respect. De lieftallige glimlach die op haar lippen lag was een logisch onderdeel van de voorgewende harmonie.
Dorien opende haar mond. Chantal was haar echter voor. ‘Op een paar details na is het werkelijk een briljant idee. Jeroen die door zijn moeder wordt vertroeteld, terwijl ikzelf een beetje bij kan komen van alle commotie.’
Ze haalde snel adem, waardoor Dorien geen tijd werd gegund om haar te onderbreken. ‘Toch moeten we een paar dingen niet vergeten,’ ging ze op dezelfde, enthousiaste toon verder. ‘Hoewel ma oogt als een jonge deerne, loopt ze al aardig tegen de zestig.’ Direct verzond ze een als guitig bedoelde knipoog naar haar schoonmoeder, die volgend jaar vijfenzestig werd. Het grapje bereikte het gewenste effect. Dorien glimlachte geforceerd.
‘Mede daarom lijkt het mij onverstandig als Jeroen bij ma intrekt. Natuurlijk helpen Sander en Evelien een handje, maar de dagelijkse beslommeringen zoals wassen, strijken en schoonmaken blijft ze toch houden. Als hier bovenop de zorg rondom Jeroen komt, is dit te veel van het goede. Dan plegen we roofbouw op ma. Kunnen we over een paar maanden bij haar op bezoek. In het ziekenhuis, bedoel ik. En dat lijkt me toch het laatst wat we willen, nietwaar?’
De eerste klap was uitgedeeld. Hoeveel schade deze had uitgericht, moest nog blijken. Uit de houding van Dorien mocht ze in elk geval enige hoop koesteren. Haar schoonmoeder schuifelde nogal ongemakkelijk op haar stoel. Een uiting van onzekerheid waar ze normaal gesproken nooit op te betrappen viel.
‘Daar komt bij dat Jeroen en ik getrouwd zijn. Nog steeds in hetzelfde huis wonen en dat in de toekomst ook van plan zijn te blijven doen. Door het verlies van Dennis en Max hebben wij een enorme knauw gehad. Een scheiding van tafel en bed, want daar komt het natuurlijk wel op neer, zou ons huwelijk meer kwaad dan goed doen.’
De gelaatstrekken van Dorien verstarden. Ze kreeg een zuinig mondje en haar neusvleugels verwijdden zich. ‘Luister eens...’
‘Nee, ma. Nu ben ik. Jij mag zo.’ Ze verbaasde zich over de ultrasnelle reactie waarmee ze haar schoonmoeder abrupt de mond snoerde. Die morgen had ze een door haar geplaatste snedige interruptie als deze nog naar het land der fabelen verwezen. Ze stond verbaasd over haar eigen veerkracht maar wist dat ze hierbij niet stil kon blijven staan.
De ogen van Dorien spuwden nu koudvuur, en door de verbeten trek op haar gezicht oogde ze strijdvaardiger dan ooit.
‘Mijn voorstel wijkt inhoudelijk bijna niets van dat van jou af, ma. Het lijkt me geweldig voor ons om jou de hele dag in de buurt te hebben. Voor Jeroen zou dat gevoel van geborgenheid best weleens belangrijk kunnen zijn. Een beetje herinneringen ophalen met zijn moeder, zich lekker door haar laten verwennen. Daar is toch niets mis mee? Een volwassen kerel die door een hel is gegaan zou hier best behoefte aan kunnen hebben.’ Chantal haalde haar schouders op om aan te geven dat het wat haar betrof niet zo absurd was als het daadwerkelijk klonk. Met een uitdrukking van aanstormende verrukking op haar gezicht keek ze Dorien aan. ‘En de tussenliggende tijd gebruiken wij om een beetje bij te kletsen. Als echte vriendinnen. Dan hebben wij eindelijk de tijd om aan een hechte band te werken.’
Ze zuchtte theatraal. ‘Ik verheug me er enorm op om jou een tijdje bij ons te gast te hebben, ma.’ Of ze te ver was gegaan moest nu blijken. Ze had haar intuïtie gevolgd en haar eigen koers uitgezet. De logica had ze gelaten voor wat die was. Een andere strategie leek opeens kansrijker. Of was dit toch wat Denise uiteindelijk had bedoeld? Nou ja, mocht het verkeerd uitpakken, dan kon ze enkel zichzelf hiervoor verantwoordelijk houden. Ze had er in elk geval vol voor gestreden, en dat was al heel wat.
‘Ik ben ervan overtuigd dat jij sommige dingen niet geheel in de juiste proporties ziet, Chantal,’ begon Dorien met een standvastige stem aan haar tegenoffensief. Elk spoor van onzekerheid was verdwenen. Haar houding was kaarsrecht en in haar ogen lag de blik van een officier van justitie die op het punt stond om keiharde bewijslast op tafel te leggen. ‘Ten eerste wil...’
De tegenwerpingen die vol overgave werden uitgesproken, kwamen uit een onverwachte hoek.
‘Nee, ma. Doe nou niet zo eigenwijs. Chantal heeft volkomen gelijk. Het is werkelijk een perfect idee om een paar weken bij ons te komen wonen!’
Hierna gaf hij zijn vrouw een vette knipoog. ‘Sterk denkwerk, Tal.’
Chantal glimlachte breeduit. Ditmaal welgemeend. Het was ronduit prettig om Jeroen openlijk vóór haar en tégen zijn moeder te horen kiezen.
Zelfs Dorien leek van haar stuk gebracht. De nietsverhullende reactie van Jeroen had haar in allerijl bedachte reactie in duigen laten vallen. Haar gezichtsuitdrukking veranderde van bewolkt naar onweer. Net toen ze iets wilde zeggen, ging de deur open.
Dokter De Boer stapte binnen. Door zijn ervaring had hij slechts een korte oogopslag nodig om de situatie enigszins in te schatten. Een afgeknepen ‘goedemorgen’ klonk door de kamer.
Chantal reageerde als eerste. Haar ‘goedemorgen’ werd gedragen door de ademteug die zij in afwachting van Doriens antwoord in haar longen had vastgehouden. Hierna keek ze naar haar schoonmoeder en zag waar ze in stilte op had gehoopt.
Tijdelijke berusting.
Deze slag was voor haar.