10

Behoedzaam liep Chantal met het boodschappenkarretje langs de stellingen. Wat voorheen als een automatisme gold, was nu een hele onderneming op zich. Af en toe hield ze halt om artikelen van de schappen te pakken. Dit was meer voor de show dan dat het echt noodzakelijk was. Enkel haar aanwezigheid in de supermarkt was voor haar al een hele stap. Helemaal in haar eentje in het wild.

Ze pakte een willekeurig artikel, tandpasta, en legde het in haar karretje. Hierna liep ze ogenschijnlijk op haar gemak door. Het viel haar nu pas op hoeveel verschillende dingen er te koop waren. Iets waar ze voorheen nog nooit bij stil had gestaan. Vroeger racete ze met haar boodschappenbriefje in haar hand door de winkel. Hoogstens een kwartier later stond ze dan weer buiten.

Hoe vaak was ze hier met de tweeling geweest? Tientallen keren? Nee, dat liep in de honderden. En elke keer was er wel iets aan de hand. ‘Mama, mogen we chips? Mama, ik pak een Mars.’ Meestal hield ze haar poot stijf. Ook als ze hun laatste troef uitspeelden. ‘Maar we betalen het van ons eigen geld, hoor!’

Ze voelde een glimlach om haar mondhoeken. Vreemd genoeg bleef de pijn weg die synoniem stond aan herinneringen waarbij de jongens een hoofdrol speelden. Haar blik dwaalde langs de schappen. Zonder het te beseffen was ze naar een plek gegaan waar haar kinderen de nodige voetstappen hadden liggen. Of had iets in haar het onbewuste aangestuurd? Was hier soms sprake van verwerking?

Ze schudde licht met haar hoofd. Een gewoontegebaar waarmee ze nare gedachten wilde verdrijven. Inefficiënt, maar voornamelijk overbodig. Er waren namelijk geen nare gedachten. De duivels die haar overal van beschuldigden waren verdwenen of speelden stommetje.

Ze wilde diep door haar neus inademen, maar kon zichzelf op het laatste moment beheersen. Ook zo’n gewoontegebaar dat je maakte als het even tegenzat, wist ze. Een nutteloze handeling, vooral als het niet tegenzat. Zoals nu. Want er waren geen begeleidende verwijten bij de beelden die ze nu voor zich zag.

Max en Dennis liepen door de supermarkt. Ze lachten, smoesden, bedachten welk artikel ze wilden hebben. Rakkers op oorlogspad. De film speelde zich zonder negatieve geluidseffecten op haar netvlies af. Ze keek geboeid toe en het was goed. Haar hoofd voelde licht aan. Wellicht was ergens onderweg onwelkome ballast afgeworpen.

De film stopte opeens. Gangen en schappen. De jongens waren weg. De pijnscheut waarop ze zich voorbereidde bleef uit. Er lag nog steeds een glimlach op haar lippen. Lichtelijk verbaasd keek ze om zich heen.

Tot Jeroens zichtbare verontwaardiging had ze die ochtend de telefoon gepakt en haar zus Denise gebeld. Voor het eerst na de hel van Turkije voelde ze de behoefte om met een familielid te praten. Haar zus was daar de aangewezen persoon voor. Natuurlijk had ze er al eerder uitgebreid over willen spreken, maar haar bewustzijn gaf deze emotie gewoonweg geen toegang tot haar dagelijkse gedachtegang.

Denise was opgelucht dat ze eindelijk belde. Met veel pijn en moeite had ze zich aan hun verzoek gehouden om geen contact op te nemen, vertelde ze. Aangezien enig levensteken van hun kant uitbleef, werd ze met de dag ongeruster over hun welzijn. Ze hielden het gesprek redelijk kort en spraken af dat Denise de volgende dag in de loop van de middag langs zou komen.

De woedende blikken die Jeroen haar tijdens en na het telefoongesprek toezond, had ze openlijk genegeerd. Zij had haar plan getrokken en liet zich daar niet van afbrengen. Hoeveel ze ook van hem hield.

Aansluitend zocht ze contact met haar ouders. Ze vertelde hun dat het nu wat beter ging en ze wellicht volgende week bij hen langs zou komen. Ze wilde eerst met Denise een aantal dingen op een rijtje zetten. Tot haar grote opluchting toonden haar ouders hier alle begrip voor en meldden zij tevens dat ze altijd voor haar klaarstonden wanneer dit nodig mocht zijn. Met een brok in haar keel nam Chantal afscheid. Het was een geschenk om over zulke ouders te beschikken, realiseerde zij zich op dat moment heel sterk.

Na dit telefoongesprek trok Jeroen zich nog verder in zijn schulp van afzondering terug. Hij keek stuurs voor zich uit en maakte haar met enkele handgebaren duidelijk dat hij geen enkele behoefte aan conversatie had. Toen zij daaropvolgend meldde dat ze boodschappen ging doen, doofde het opstandige vuur in zijn ogen terstond en verwaterde tot een wazige blik waarin slechts een vleugje leven zwom.

Deze plotselinge verandering deed haar pijn. De goedlachse, altijd vrolijke Jeroen was in een menselijk wrak veranderd. In niets herinnerde hij haar meer aan de man met wie ze jarenlang lief en leed had gedeeld. Voornamelijk lief, hetgeen wellicht de oorzaak van zijn mentale en fysieke instorting was. Tijdens hun huwelijk hadden ze eigenlijk nooit tegenslagen gekend. De eerste dreun die ze kregen was er gelijk eentje uit de buitencategorie geweest.

‘Het wordt met de dag duurder, kind,’ zei een dame op leeftijd tegen haar.

Chantal knikte en zei: ‘Die prijzen blijven maar de pan uit rijzen, mevrouw.’ Het obligate antwoord was het eerste wat haar te binnen schoot. Ze knikte de vrouw beleefd toe en duwde haar karretje voor zich uit. Het drong nu pas tot haar door dat ze tijdens haar overdenkingen stil had gestaan en hoogstwaarschijnlijk wezenloos naar het een of andere artikel had gestaard. Vandaar de opmerking van de vrouw.

‘Even je kop erbij houden,’ fluisterde Chantal zichzelf toe. Het was de bedoeling dat ze op haar manier onder de mensen was. Een eerste stap buiten de wanhopige wereld die Jeroen en zij voor zichzelf gecreëerd hadden. Dit was een experiment. Rondlopen, willekeurige spulletjes pakken, afrekenen en wegwezen. Missie geslaagd. Op naar de volgende uitdaging op de nog lange weg die uiteindelijk tot een enigszins normaal leven moest leiden. Stukje bij beetje. Conversaties met volslagen vreemden zaten niet in dit vreemdsoortige basispakket voor herintreders.

De eerste echte bedreiging van deze proef bevond zich vijf meter links van haar. Carla van Dam stond met haar kar naast een pallet cola die volgens de schreeuwende teksten erboven in de aanbieding was. Chantal draaide haar hoofd naar rechts. Te laat. Terwijl ze midden in deze beweging zat, zag ze hoe de uitdrukking op het gezicht van Carla veranderde. Uit elk rimpeltje op haar alledaagse gelaat sprak opeens medelijden. Ze liet de kar en de aanbiedingen voor wat deze waren en kwam naar haar toe gelopen. ‘Chantal,’ fluisterde ze toen er minder dan een halve meter ruimte tussen hen bestond. Ze pakte Chantal zachtjes bij haar bovenarmen en trok haar naar zich toe. ‘O, Chantal. We leven allemaal zó met jullie mee.’ Ze schudde ongelovig met haar hoofd. ‘Verschrikkelijk, afschuwelijk, ik heb er geen woorden voor. Tijdens de begrafenis heb ik de longen uit mijn lijf gehuild.’

Chantal wist niet hoe ze moest reageren. Van de gevoelens die door haar heen raasden, was opgelatenheid de sterkste. Bewust was ze naar de grote supermarkt gegaan omdat daar de kans op anonimiteit het grootst was. De mogelijkheid dat ze hier een moeder van een klasgenootje van Dennis en Max tegen het lijf kon lopen, had ze niet ingecalculeerd.

Gedurende de drukbezochte begrafenis was ze uitsluitend met haar eigen gevoelens bezig geweest. Wat er om haar heen gebeurde was min of meer langs haar heen gegaan. Dat er in die mensenmassa ouders aanwezig waren van kinderen die bij de tweeling in de klas zaten, kwam toen geeneens in haar op.

‘Toen Jeroen begon te spreken hád ik het niet meer. Zo emotioneel, zo echt, zo recht uit het hart.’ Ze sloeg haar ogen ten hemel en slaakte een diepe zucht. ‘Als ik er nu weer over nadenk, lopen de rillingen over mijn rug.’

Chantal knikte. Tot meer was ze niet in staat. Ze moest hier weg. Heel snel. In haar hoofd vocht een aantal smoezen om voorrang. Doordat het er zoveel waren, was het lastig kiezen.

‘Bedankt voor de steun,’ zei ze opeens. ‘Ik moet opschieten, want Jeroen wacht op me.’

Carla van Dam plooide haar gezicht. De uitdrukking die nu verscheen was overgoten met begrip. Chantal kreeg sterk het idee dat zij grossierde in gelaatstrekken en deze tijdens elk willekeurig gesprek eenvoudig op kon roepen. Ze wist dat deze redenatie tegen het onredelijke aan hing. Dit kon haar echter niets schelen.

‘Natuurlijk, meid, ga maar snel. Als ik iets voor je kan doen moet je direct bellen, hoor.’ Hierna drukte de uiterlijk zo betrokken vrouw een vluchtige kus op haar rechterwang.

Chantal zei: ‘Bedankt, Carla.’ Snel duwde ze haar karretje naar voren. Weg, weg, weg, zei het stemmetje in haar hoofd dat voor de verandering eens aan haar kant stond. Ze nam direct het pad naar links en sloeg vijf meter verder rechts af.

Ketchup, curry, mosterd, mayonaise.

Ze bleef staan en suggereerde tweestrijd. Pinda- of knoflooksaus bij de frikadellen? Terwijl haar blik over de flessen, potten en emmers gleed, dacht ze na over de ontmoeting van zojuist. Carla van Dam was heus de beroerdste niet. Een gescheiden vrouw met een zoon van tien en een jongere dochter. Hoe oud het meisje precies was, wist ze niet. Was nu onbelangrijk. Wat er wel degelijk toe deed, was het gegeven dat ze in plaats van Carla ook iemand anders tegen het lijf had kunnen lopen. Een of andere vage kennis die haar publiekelijk onder een spervuur van vragen bedolf. Of een van de buren die zowel verbaasd als verwijtend keken omdat ze wel in de supermarkt liep maar categorisch weigerde om met degenen die naast haar woonden contact te zoeken.

‘Ho nou maar,’ fluisterde ze nauwelijks hoorbaar maar bijzonder gedecideerd. ‘Je draaft door.’ Ze pakte een fles met knoflooksaus en legde deze nonchalant in het karretje. Hierna liep ze in de richting van de kassa. Terwijl ze daar op haar beurt wachtte, verdrong optimisme het wrange onderbuikgevoel dat daarnet de kop had opgestoken. Haar eerste optreden in de grote, boze, enge wereld was redelijk succesvol geweest. Spontane huilbuien, wegtrekkers of andere ongemakken waren uitgebleven.

Een voorzichtige glimlach kreeg houvast op haar lippen. Eigenlijk was het boven verwachting goed gegaan. Ook tijdens het gesprek met Carla was ze geen seconde in paniek geraakt. Oké, ze mocht dan enigszins verrast zijn door de spontane actie van Carla; erdoor uit het veld geslagen was ze beslist niet geweest. Ze had normaal gereageerd, op een nette manier een eind aan het gesprek gemaakt, en was doorgegaan met de dingen waarvoor ze hier zogenaamd rondliep.

Met een glimlach die aan kracht won, betaalde ze de dame achter de kassa. Op weg naar huis was haar tred standvastiger dan op de heenweg. De linnen tas met daarin de boodschappen voelde zo licht aan als een veertje.

De eerste ronde zit erop, meid, dacht ze. En je hebt je kranig geweerd. Op naar de tweede.

Ze was al ruim een halfuur thuis toen Jeroen binnenkwam. Zonder iets te zeggen ging hij op de bank zitten en pakte de afstandsbediening. Neurotisch zapte hij van de ene naar de andere zender. ‘Het is toch godgeklaagd,’ bromde hij voor zich uit. ‘Belspelletjes en herhalingen van series die minstens tien jaar oud zijn. In deze maatschappij draait het enkel om de werkenden. Voor werklozen, gedetineerden en sloebers zoals ik zijn er programma’s waar je broek van je reet afzakt. Het zijn een stelletje achterlijken, daar in Hilversum.’

Chantal hoorde zijn klaagzang onbewogen aan. Eerst een hoop gefoeter, wist ze. Daarna zouden ongetwijfeld lange stiltes hun intrede doen.

Nadat Jeroen was binnengekomen, had er een vertrouwde lucht in haar neusgaten gehangen. Een lucht die ze vroeger heerlijk had gevonden, maar sinds zeven jaar verafschuwde. Als voormalig rookster had ze de geur direct herkend. ‘Waar ben jij geweest?’ vroeg ze uiteindelijk zo neutraal mogelijk.

‘Een pakje sigaretten halen. In tegenstelling tot het bekende verhaal, ben ik wel teruggekomen.’ Hij grijnsde om zijn eigen grap. Om zijn verhaal kracht bij te zetten, haalde hij een pakje Marlboro uit het borstzakje van zijn overhemd en stak er een op. Hij inhaleerde de rook en keek Chantal uitdagend aan.

‘Waar ben jij in godsnaam mee bezig?’

Blijkbaar zag Jeroen er de humor wel van in, aangezien de grijns om zijn mondhoeken bleef spelen. ‘Vanaf 2010 is kanker doodsoorzaak nummer één. Voornamelijk long- en darmkanker.’ Hij nam nog een forse trek. ‘Omdat ik de afgelopen zeven jaar schematisch gezien een behoorlijke achterstand heb opgelopen, ben ik vandaag weer begonnen.’ Een hoestbui volgde. ‘Zie je wel dat het werkt? Die dingen doen precies wat er op het pakje staat aangegeven. Killers zijn het.’

Chantal schudde met haar hoofd. Hierna opende ze haar mond, maar Jeroen was haar te vlug af. ‘Geef me twee minuten.’

Hij stond op en liep naar de keuken. Enkele seconden later hoorde ze dat een glas wat gehaast werd volgeschonken. Met een sigaret in zijn linker-, en een glas whisky in zijn rechterhand kwam Jeroen de huiskamer weer binnenlopen. ‘Zo, nu is het feest helemaal compleet. De orgie kan wat mij betreft beginnen.’ De afkeurende blik van zijn vrouw negerend, ging hij weer op zijn favoriete plek zitten. Hij wierp een blik op de televisie en trok direct een vrolijk gezicht. ‘Ha, mijn lievelingsblondje gaat aanwijzingen geven. O, wat spannend allemaal. Eens even kijken, een handeling die je in de keuken tijdens etenstijd doet. Vijf letters, waarvan tweemaal de K en het woord eindigt op de letters E en N.’ Zijn fronsende wenkbrauwen en serieuze blik veinsden opperste concentratie. ‘Dit is een lastige.’

‘Jeroen.’

‘Eigenlijk is het belachelijk dat ze om dit soort oplossingen tijdens een middaguitzending vragen, nietwaar? Stel, je kinderen zitten te kijken. Die breken daar hun hersens over. Nou maakt het hier toevallig niets uit, want die van ons zijn toch dood.’

‘Jeroen!’

Hij keek haar met een meewarige blik aan. Van het ene op het andere moment was zijn lichaamstaal compleet veranderd. Het cynische had plaatsgemaakt voor hulpeloosheid. Chantal beet op haar lip. De plotselinge gedragsverwisselingen die Jeroen de laatste dagen onderging maakten haar doodsbang.

‘We moeten praten,’ zei ze zo neutraal mogelijk. Dit leek haar het beste, omdat ze eerst moest peilen op welke manier Jeroen het best te benaderen viel.

‘Er valt niets te praten, Tal. Dat heb ik je nou al honderd keer gezegd.’

‘Maar jouw wil is geen wet. Ik zit met een aantal vragen die door mijn hoofd spoken. Als we erover praten komen er wellicht wat antwoorden bovendrijven.’ Een fractie nadat de laatste zin eruit was, realiseerde ze zich de verkeerde woordkeuze.

Een korte twinkeling in Jeroens ogen verraadde dat het hem niet ontgaan was. In plaats van het te becommentariëren, zuchtte hij diep en nam een flinke slok van zijn whisky. ‘Zeg het maar.’

Chantal ging naast hem op de bank zitten. Ze had zijn nonchalante houding opgemerkt, maar negeerde deze. Er zouden hoogstwaarschijnlijk nog meerdere wisselingen van stemmingen volgen. Ze nam zich voor om enkel gas terug te nemen wanneer hij agressief mocht worden. ‘Er zit een gat in mijn geheugen. Vanaf het moment dat ik bij het zwembad aankwam tot aan het ziekenhuis.’ Ze maakte met beide handen een hulpeloos gebaar. ‘Het is gewoonweg verdwenen.’

Jeroen keek naar de televisie zonder dat de beelden ervan daadwerkelijk tot hem doordrongen. Met zijn rechterhand liet hij de whisky kolkjes draaien. ‘We zijn in een taxi gestapt en naar het ziekenhuis gereden,’ zei hij kortaf. ‘Daar meldde een dokter ons dat de kinderen waren overleden.’ Zijn gelaatstrekken verstrakten. Het spiertje in zijn linkerwang speelde weer op en zijn handen trilden licht. Uit zijn hele houding sprak dat het gesprek hiermee ten einde was.

‘Oké, de taxi en het ziekenhuis, daar kom ik al iets verder mee. Maar wat is er gebeurd voordat ik bij het zwembad arriveerde? Ik bedoel, jij was er eerder. Heb jij nog iets opgevangen, of zo? Van mensen die er eerder dan jij waren?’

Hij draaide zijn gezicht naar links toe en keek haar strak aan. De blik die hij haar toewierp behoorde aan een vreemdeling toe. Dit is niet de man met wie ik al twaalf jaar getrouwd ben, schoot het door haar heen. Voor de eerste keer sinds zij hem kende, joeg hij haar angst aan.

‘Toen ik bij de zwembadrand aankwam, liepen er direct enkele mensen op mij af. In geuren en kleuren vertelden ze hoe ze onze kinderen hadden zien verdrinken. En niemand had een poot uitgestoken. Vreemd verhaal, hè?’

Chantal drukte de nagels van haar linkerhand in de palm van haar rechterhand. Hoewel het een hele opgave was om tegenover zoveel onwil normaal te blijven reageren, bleef haar stem neutraal. ‘Jeroen, toe. Op deze manier komen we geen stap verder.’

Hij haalde zijn schouders op. ‘De trein waarin wij zitten rijdt niet verder, Tal. Het eindstation is al bereikt.’ Hij drukte zijn sigaret uit en ging weer voor zich uit zitten staren. Gevangen in de kleinst mogelijke wereld.

Chantal opende haar mond om iets te zeggen. De woorden bleven echter onuitgesproken. Het had geen enkele zin, wist ze. Het was simpelweg te vroeg voor hem.

All-inclusive
titlepage.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_0.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_1.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_2.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_3.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_4.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_5.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_6.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_7.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_8.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_9.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_10.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_11.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_12.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_13.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_14.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_15.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_16.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_17.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_18.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_19.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_20.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_21.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_22.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_23.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_24.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_25.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_26.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_27.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_28.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_29.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_30.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_31.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_32.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_33.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_34.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_35.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_36.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_37.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_38.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_39.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_40.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_41.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_42.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_43.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_44.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_45.xhtml