4


Keizerrijk

 

 

Miranda's blik was opstandig.

Twee leden van de Assemblee - Alenca en een magiër die Delkama heette - hadden zojuist een illusiebol opgeroepen, een doorschijnende bel die glinsterde door de vleugen energie die over het oppervlak ervan gleden in knetterende linten fel goud en helder staalblauw licht. Hij was langzaam uitgedijd, waardoor diverse normaal zo onverzettelijke Tsuranese edelen zichtbaar ineenkrompen. Het was een afweer, bedoeld om ervoor te zorgen dat niemand met magische schouwmethoden kon spioneren bij de bijeenkomst die zo direct begon. Sterker, als iemand probeerde de vergadering van een afstand te volgen, zou hij alleen drie magiërs met de keizer zien praten over zaken die niets te maken hadden met wat er werkelijk werd besproken. Deze ingewikkelde charade was bedoeld voor Leso Varen, voor het geval hij in de buurt was en zijn aanzienlijke krachten wilde aanwenden om de Raad af te luisteren.  

De andere leden van de Assemblee van Magiërs die Miranda vergezelden, keken verschrikt. Hoewel ze tot de hoogsten in rang in het keizerrijk behoorden, waren zelfs zij door de traditie gebonden om de keizer een mate aan respect te tonen die grensde aan ontzag. Maar Miranda stond voor het Hemelse Licht met een rechte rug, haar blik gefixeerd op de jongeman, en met een verwachtingsvolle gezichtsuitdrukking. Ze had zojuist de leider van het keizerrijk Tsuranuanni geïnstrueerd - nee, bijna bevolen - om te zwijgen tot de beschermingsmaatregel op volle kracht was.  

In de geschiedenis van het keizerrijk had er maar zelden een buitenlander voor de keizer gestaan. De zaal van de keizerlijke Hoge Raad was onschendbaar, net als heel Kentosani, de Heilige Stad, en alleen ambassadeurs of gevangengenomen bestuurders waren er geweest. Zelfs dan was het ongebruikelijk dat de keizer in eigen persoon aanwezig was, want hij was de Goddelijke, de belichaming van de geschenken van de hemel en een genade voor het Tsuranese volk. Maar de boodschap van de Assemblee aan de keizerlijke troon was zo vreselijk geweest dat Sezu, Eerste bij die Naam, Vorst van de Naties van Tsuranuanni, zich had verwaardigd met de audiëntie in te stemmen en persoonlijk te luisteren naar de waarschuwing van de buitenaardse vrouw.  

De enorme zaal van de Hoge Raad was bomvol doordat alle edelen - alle mannen en de paar vrouwen die heersten over de honderden Ranghuizen in het keizerrijk - waren gekomen om Miranda's waarschuwing te horen. Ze waren gekleed in een spetterende uitbarsting van tinten, in mantels met huiskleuren - hier een gele met rode biezen, daar een zwarte met lichtblauwe zomen - die stuk voor stuk waren voorzien van kralen en vlechten en versierd met kostbare stenen en gespen van edelmetaal. Ze waren volgens de Tsuranese traditie ingedeeld in groepen die bestonden uit clans, maar veel van hen zaten zwijgend te wachten op het antwoord van de keizer en keken stiekem naar bondgenoten in andere delen van de zaal of naar leden van hun eigen politieke partijen. De Tsuranese politiek was niet alleen dodelijk, maar ook kronkelig en complex, een constant bewegend staaltje evenwichtskunst voor elke heerser, waarbij familieloyaliteit moest worden afgewogen tegen eigenbelang en kansen.  

Miranda begon: 'Majesteit, heren en dames van de Hoge Raad, we zijn hier vandaag gekomen met een waarschuwing, want er bestaat een onvoorstelbaar ernstige bedreiging voor deze wereld.'

Miranda had alles wat ze wilde zeggen geoefend terwijl zij en de Grootheden wachtten tot de Raad bijeen was. Ze vatte snel samen hoe Kaspar van Olasko de talnoy op haar wereld had ontdekt, en vertelde toen over de recente inval van de Dasati op deze wereld. Ze verbloemde niets, en ze hoefde ook niets aan te dikken. De onopgesmukte waarheid was al angstaanjagend genoeg. Toen ze klaar was, zag ze de keizer rustig zitten en besefte ze dat hij niet verbaasd leek over wat ze had verteld. Ze keek naar Alenca, die met een heel licht hoofdschudden aangaf dat hij het gebrek aan reactie ook niet begreep. Ze wist dat het Hemelse Licht op de hoogte was gehouden van de bezigheden van de Assemblee met betrekking tot de talnoy die ze in hun bezit hadden, maar ze wist ook zeker dat er niets was doorgebriefd over wat er was gebeurd sinds ze gevangen was genomen. De inval van de Dasati had een schok voor de jonge keizer moeten zijn, maar hij zat daar even rustig alsof hij overwoog wat hij die avond zou willen eten. Keizer Sezu was pas recent aan de macht gekomen, slechts vier jaar geleden, en net als zijn vader voor hem had hij tot nu toe over een vrij vredig rijk geregeerd.  

Miranda verplaatste haar aandacht van het Hemelse Licht naar de Hoge Raad. Wederom stond ze te kijken van de Tsuranese geest, want hoewel ze zojuist een onvoorstelbare waarschuwing had uitgesproken, vermoedde ze dat minstens een derde van de aanwezige heren zich afvroeg hoe ze voordeel konden halen uit de komende chaos. Aan hun gezichten te zien, leek een ander groot deel van de aanwezigen niet helemaal te begrijpen wat ze zojuist gehoord hadden. De anderen, die de bedreiging waarover ze gesproken had wél begrepen, degenen die beseften dat ze allemaal in gevaar waren, leken gepast verontrust en wachtten zwijgend op het antwoord van het Hemelse Licht. Het ongeduldige ruisen van zijde en het zenuwachtige schuiven van leren sandalen over de vloer was een tegenwicht voor de stilte terwijl iedereen wachtte tot de keizer zou spreken.  

Naast de jonge heerser stond nog een in het zwart geklede magiër, Pinda genaamd, een oudere man die Miranda slechts vaag kende. Hij was de huidige adviseur vanuit de Assemblee voor de keizerlijke troon, en aan zijn gezicht te zien wilde hij op dit moment het liefst overal elders in het enorme Tsuranese keizerrijk zijn.

Miranda was niet zo'n expert op het gebied van de Tsuranese samenleving als haar echtgenoot - hij had er jaren gewoond - maar ze begreep er voldoende van om een idee te hebben van hoe de heersende families waarschijnlijk zouden reageren. De politiek in het keizerrijk werd nog altijd gedomineerd door de strijdlustige Tsuranese tradities; ze noemden dat het 'Spel van de Raad'. Alleen nu werden er in plaats van gewapende confrontaties nieuwe middelen van overheersing en beïnvloeding gebruikt: rijkdom, macht en sociale positie. Met af en toe een moord, middernachtelijke inval of ontvoering, dacht Miranda erbij. Soms deed de Tsuranese politiek haar denken aan de misdadige oorlogen in Groot Kesh. De Snaken van Krondor zouden zich hier thuis hebben gevoeld.  

Vijf grote families - Keda, Minwanabi, Oaxatucan, Xacatecas en Anasati - domineerden nog altijd de vele clans en politieke partijen waaruit de regering van het keizerrijk bestond. Traditioneel waren alleen die families in staat om de titel van krijgsheer te claimen, tot de overgrootmoeder van de huidige keizer de troon voor haar zoon bemachtigde. En boven alle andere bleef er één constante: de keizer. Het Hemelse Licht kon elk oordeel van de Hoge Raad terzijde schuiven. Hij kon op ieder moment het bevel geven tot een oorlog of twistende clans dwingen de wapens neer te leggen. Zo groot was zijn macht.  

Iedereen wachtte terwijl de keizer op de gouden troon, al tweeduizend jaar de machtszetel van het keizerrijk, zijn reactie overpeinsde. De verzamelde heren en dames van de grote en mindere huizen waren muisstil. Niemand durfde te spreken in aanwezigheid van het Hemelse Licht.

Miranda merkte de lege zetel naast hem op, die iets lager op hel podium stond. Hij was daar neergezet door Sezu's overgrootmoeder, de legendarische vrouwe Mara van de Acoma, Vrouwe van het Keizerrijk, de enige in de lange geschiedenis van het Tsuranese volk die die titel had gedragen. Terwijl ze haar huis redde van bittere vijanden had ze een natie hervormd en miljoenen lijdende mensen gered van een leven zonder hoop. Als resultaat van haar daden was er een natie ontstaan die nu evenveel belang hechtte aan kunst, muziek en literatuur als aan eer, moed en opoffering in de strijd. Het keizerrijk had ook problemen en moeilijkheden, maar het was onder de laatste drie keizers herboren, ondanks pogingen van traditionalisten om de oude normen en gewoonten in het keizerrijk te herstellen.  

Alle ogen richtten zich op de keizer toen het Hemelse Licht zich bewoog.

Sezu, Eerste bij die Naam, liet eindelijk iets van een reactie zien: hij keek diep verontrust. Toen zijn overgrootmoeder het keizerrijk had hervormd, had ze ook het ambt van de keizer veranderd, van een bijna geheel ceremoniële rol tot de ultieme machtszetel binnen het keizerrijk, en door het gewicht van zijn verantwoordelijkheden zag hij er al ouder uit dan zijn zesendertig jaar. Zachtjes zei hij: 'Dat zijn inderdaad onheilspellende woorden, vrouwe Miranda. We zijn meer dan twee generaties lang een relatief vreedzame natie geweest. Een paar jongemannen hebben zich kunnen hullen in glorie en hebben eer kunnen brengen aan hun huizen, bij wat moeilijkheden met onze buren op de Thurilse Hooglanden en aan de overkant van de Zee van Bloed ten zuiden van ons, maar we hebben al geen grote oorlog meer gevoerd sinds onze invasie van uw thuiswereld.'  

Miranda knikte. De keizer had Midkemiaans bloed: Mara's Midkemiaanse minnaar Kevin was de erkende vader van keizer Justijn. Hoewel dat feit een vaag gevoel van verwantschap opriep, was deze jongeman volkomen Tsuranees. Er was echter nog iets anders, iets wat bijna ingestudeerd klonk, in zijn volgende vraag. 'Zou het niet baten als deze talnoy uit onze landen werd verwijderd en terugging naar uw wereld?'  

Miranda keek Alenca aan, de oudste van de Grootheden, die zei: 'Hemels Licht, dat hebben we overwogen, maar we denken dat het geen zin heeft. Het was de afvallige, Leso Varen, die de Dasati heeft geholpen hier te komen. Ze weten nu hoe ze kunnen terugkeren, en we zijn ervan overtuigd dat ze dat ook zullen doen.' Hij zweeg even om zorgvuldig zijn woorden af te wegen. 'Er is iets met onze wereld... Veel van ons denken dat de Dasati deze wereld hebben uitgekozen met een bepaalde reden; we weten alleen nog niet wat die reden is.' Na een wat langere stilte voegde hij eraan toe: 'We zijn van mening dat de naties zich moeten voorbereiden op een invasie.'

De keizer overwoog dit lange tijd zwijgend. Toen sprak hij op een manier die Miranda alleen kon omschrijven als afgemeten. Ze besefte dat de jonge keizer geen dwaas was. Hij had al van tevoren geweten wat zij en Alenca gingen zeggen! Haar vermoeden dat hij niet geschokt was, was juist geweest. Maar ze vroeg zich af hoe hij het geweten had. Ze was er ook zeker van dat hij zijn antwoord uit het hoofd had geleerd.  

'Vergezel mij,' zei het Hemelse Licht formeel tegen de verzamelde Raad toen hij opstond. De heren van het keizerrijk veerden meteen op, want een lager geplaatste mocht niet zitten in aanwezigheid van de staande monarch. 'Onze traditie is oeroud, onze gebruiken zijn altijd in ere gehouden, maar nu staan we tegenover een nieuw gevaar dat we nog nooit hebben gezien. Dit doet denken aan de vereerde oudheid, aan een tijd van mythen, en aan de aankomst van de naties over de gouden brug.  

Onze geschiedschrijvers suggereren dat datgene waarvoor wc het Thuis van Voor de Geschiedenis ontvluchtten te monsterlijk was om zelfs maar te beschrijven, dus is er geen woord tekst, geen verhaal of zelfs maar een lied dat aangeeft wat ons naar deze wereld gedreven heeft. Alleen voor dat ding zijn de naties gevlucht.' Hij zweeg even. 'We vrezen dat er nu zo'n verschrikking terugkeert om de naties op de proef te stellen.'  

De keizer liet zwijgend zijn woorden tot hen doordringen. Miranda wist genoeg van de Tsuranese overlevering om te weten dat hij een snaar had geraakt bij de heren van de Hoge Raad, want aan de wortel van de Tsuranese geschiedenis lag de Mythe van Aankomst. Het was een verhaal dat Puc haar meer dan eens had verteld, het beeld van de imposante gouden brug van licht door een enorme scheuring waarover duizenden vluchtelingen Kelewan binnen stroomden, op de vlucht voor de verschrikkingen van de Chaos oorlog. Het was de basis voor de opleiding van elke Grootheid, de geboorte van het volk dat later de Tsurani zou worden, en het zorgde voor een diepe gemeenschapszin die het hart vormde van de eed die elke magiër aflegde om het keizerrijk te dienen.  

'Het is traditie dat als de naties ten strijde trekken, de krijgsheer de macht krijgt om de oorlog te leiden,' vervolgde de keizer. 'Dat ambt is jarenlang niet bezet geweest.' Miranda zag een stuk of zes heersende edelen gretig opkijken. Een van hen zou normaal gesproken dat ambt bekleden, de op één na machtigste positie in het keizerrijk, historisch gezien soms zelfs nog belangrijker dan de Gouden Troon. Het was de ultieme trofee voor elke ambitieuze Tsuranese edele. 'Ik wend me tot onze neef, Tetsu van de Minwanabi.' Hij keek naar een grijsharige edele, die ondanks zijn zware postuur en grijze haren nog altijd een krachtige uitstraling had. 'Wilt u die zware last aanvaarden, heer?'  

Tetsu van de Minwanabi boog zijn hoofd en kon zijn emoties nauwelijks bedwingen. 'Met genoegen, majesteit. Ik leef om te dienen: mijn leven en eer behoren u toe.'  

De keizer richtte zich tot de verzamelde heren en dames. 'Stuur boodschappen naar uw bevelvoerders. De naties trekken ten strijde. Ga nu en keer morgen twee uur na zonsopgang terug, zodat we ons kunnen voorbereiden.' Hij richtte zich tot zijn Eerste Raadgever, een oudere man die Janain heette en die voorheen Eerste Raadgever voor zijn vader was geweest. 'Stuur een boodschap naar de priesters van Jastur: ik zal morgen om noen het Heilige Zegel verbreken.'  

Miranda keek Alenca aan, niet zeker wat dat bevel inhield. De oude magiër schudde lichtjes zijn hoofd, maar ze kon aan de houding van iedereen in de zaal zien dat deze aankondiging zowel belangrijk als verontrustend was.

De keizer vervolgde: 'Ik zal overleggen met vrouwe Miranda, de Grootheden met wie ze is gearriveerd, en de krijgsheer.' Hij zweeg even en sloot de bijeenkomst toen af met de formele woorden: 'Eer aan uw huizen, mijne heren.'  

Hij stapte van de verhoging af, en iedereen in de zaal maakte terstond een buiging. Toen de keizer langs beende, keek hij in Miranda's richting en beduidde dat ze hem moest volgen.

Terwijl de net aangestelde krijgsheer de keizer volgde, hield Alenca Miranda even tegen. Zonder omhaal zei hij: 'Door het zegel op de tempel van de God van de Oorlog te verbreken, bepaalt het Hemelse licht dat alle andere zaken onbelangrijk zijn. Geen enkele factiestrijd, clanvete of bloedschuld mag worden aangegaan tot de tempeldeur weer is verzegeld, en dat gebeurt pas als de eindoverwinning is behaald.' Hij keek om zich heen alsof hij ongerust was dat iemand hem zou horen. 'Je moet de ernst hiervan begrijpen. Hij heeft iedereen hiermee verteld dat we ons niet alleen voorbereiden op een mogelijke oorlog, maar dat er een oorlog kómt.'

Miranda begreep het niet goed. 'Is dat dan niet wat we wilden?'  

'Het is niet wat ik verwacht had,' zei Alenca. 'Bovendien had ik nooit gedacht dat de keizer het ambt van krijgsheer weer zou instellen. En om nu een Minwanabi dat ambt te geven...'

'Wat betekent het dan?' vroeg Miranda, die niet voor het eerst, maar nu zeer oprecht, wenste dat haar man hier was. Puc zou dit allemaal wel begrijpen.

'Er bestaat een oud gezegde dat jullie volk ongetwijfeld ook heeft: hou een oogje op je vrienden, maar nog meer op je vijanden. De Minwanabi zijn verslagen door de Acoma, de voorouders van de keizer, maar in plaats van zoals gebruikelijk uitgevaagd te worden - elk levend lid van die familie doorstoken met een zwaard of verkocht als slaaf - heeft de grote vrouwe van de Acoma, de Vrouwe van het Keizerrijk, de Minwanabi laten leven. Het was een gebaar van genade dat onvoorstelbaar was voor elke regerende Tsuranese edele, waarmee ze een van de oorspronkelijke vijf grote huizen tot een vazal maakte van een lager huis, en dat was ondanks de gulheid van het gebaar een belediging voor onze voorouders.'

'Dat begrijp ik niet,' zei Miranda.

'Je zou Tsuranees moeten zijn om het echt te begrijpen, vrees ik,' zei Alenca, die Miranda mee wenkte. 'Een lagere neef, een van de laatste nog levende leden van de ware Minwanabi, werd als heerser aangesteld. Hij trouwde later met een nicht van de Acoma, waardoor de huizen een nog hechtere band kregen, maar de Minwanabi zijn de belediging van de Acoma nooit vergeten. Ik vermoed dat ons Hemelse Licht, door het verbreken van het zegel en het aanstellen van de gevaarlijkste man in het keizerrijk als bevelvoerder over de oorlog, er op tactische wijze voor probeert te zorgen dat zijn meest bittere vijand binnen de Hoge Raad voorlopig druk is met andere zaken en zodoende de mogelijkheid van koningsmoord niet kan verkennen.'

Miranda haalde diep adem om rustig te blijven en vroeg zich niet voor het eerst af of de Tsurani gek waren.

 

Miranda bleef de jonge keizer observeren tijdens de bespreking in zijn privévertrekken. Ze hadden elkaar pas twee keer eerder kort ontmoet: de eerste keer toen hij nog een jongen aan het hof van zijn vader was, en de tweede keer toen hij de troon besteeg. Die laatste gebeurtenis was zo gedomineerd door de Tsuranese traditie dat ze nog geen vijf minuten in zijn aanwezigheid was geweest, en het verdere gesprek had zich voltrokken tussen de jonge keizer en haar echtgenoot. Miranda had het irritant ironisch gevonden dat ze zo nadrukkelijk werd genegeerd door deze door tradities gebonden jongeman, die immers zijn positie geheel te danken had aan een vrouw die met de traditie brak: zijn overgrootmoeder.  

En ook nu werd ze grotendeels van de bespreking buitengesloten terwijl de zojuist aangestelde krijgsheer en de keizer het overgrote deel van hun vragen richtten tot Alenca en de andere twee oudere magiërs van de Assemblee. Ergens tijdens de urenlange ondervraging had ze op het punt gestaan een opmerking te maken, maar Alenca had haar waarschuwend aangekeken en zijn hoofd geschud, en toen had ze haar mond maar gehouden. Vanwege de genegenheid van haar echtgenoot voor de oude man en haar eerdere ontmoetingen met hem, gehoorzaamde ze, maar ze vroeg zich af wat hij van plan was.  

Hoewel het pijnlijk was voor haar trots en onafhankelijkheid, was Miranda onder de indruk van hoe handig de keizer het gesprek stuurde in de richting waarin hij wilde dat het ging, soepel de richting van het debat sturend en de opinie manipulerend. Na nog een uur van discussie kwam ze tot de conclusie dat deze Sezu van de Acoma, Eerste bij die Naam, Keizer van heel Tsuranuanni en Hemels Licht, ondanks zijn jeugd geen domkop was. In feite kon hij degenen om zich heen heel goed doorzien en gebruikte hij zijn verstand meer dan zijn macht. Toen de bijeenkomst ten einde liep, had hij een consensus weten te bereiken zonder op zijn strepen te gaan staan.  

Toen ze opstond, zei de keizer: 'Vrouwe Miranda, een momentje alstublieft.'  

Alenca weifelde, maakte nog een lichte buiging voor de keizer en gaf Miranda met een nieuwsgierige blik te kennen dat hij buiten op haar zou wachten. Zodra de Tsuranese edelen en magiërs waren vertrokken, zei de keizer: 'Kan ik u iets aanbieden? Wijn? Ik heb een paar uitstekende rode wijnen uit uw Koninkrijk der Eilanden, en ook een paar die hier zijn geteeld, al vrees ik dat ons warme klimaat het de wijnhuizen moeilijk maakt.'  

Miranda was onder de indruk van zijn charme, maar ze besefte dat hij probeerde haar ertoe te brengen haar waakzaamheid te laten varen. 'Water is voldoende, Majesteit,' antwoordde ze.  

Hij maakte een handgebaar, en bijna meteen kwam er een bediende met een dienblad naar haar toe, waarop een grote keramische roemer met water stond. Toen ze een slok nam, wuifde de keizer de bedienden weg en wees naar twee stoelen die voor een groot raam stonden, met uitzicht op het binnenplein van het paleis. 'Alsjeblieft, geen formaliteiten meer,' zei hij bijna accentloos in de Koningstaal.  

Ze keek hem verrast aan.

'Mijn lijfwachten hebben een eed afgelegd om me te beschermen met hun eigen leven,' zei hij, knikkend in de richting van de vier nog overgebleven mannen in de kamer, gekleed in de traditionele witgouden wapenrusting van de keizerlijke lijfwacht. 'Maar het blijven mannen, en daarom hebben ze ook de tekortkomingen van mannen. Een woordje hier, een toevallige opmerking daar, en we zijn verloren. Dus hoewel veel mensen hier in Kelewan een of meerdere talen van jouw wereld spreken, heb ik gecontroleerd of dat bij deze mannen niet het geval was.' Hij zei dit met humor, maar zijn blik was gericht op Miranda en vertoonde geen vermaak. 'Dus wat denk je echt?'  

'Waarover, Majesteit?' antwoordde Miranda die in de aangeboden zetel ging zitten, een zachte divan tegenover die van de keizer. Ze bekeek zijn gezicht. Net als het Koninkrijk der Eilanden en het Keizerrijk Groot Kesh op Midkemia, bestond het Tsuranese keizerrijk uit uiteenlopende volkeren, dus bestond er geen echt Tsuranees 'uiterlijk'. Het waren alleen kleine mensen, vergeleken met die op Midkemia. Sezu was wat langer dan gemiddeld, misschien even groot als Miranda met haar vijf voet en negen duim. De meeste Tsuranese mannen waren een duim of twee kleiner, en sommigen waren amper groter dan dwergen.  

Verder leek de jongeman het toonbeeld van de Tsuranese adel: evenwichtig, kalm en bijna onmogelijk te peilen. Als er iets was aan de Tsurani dat Miranda ergerde, was het hun schijnbaar onverbiddelijke zelfbeheersing. Je hoorde in het openbaar maar zelden iemand zijn stem verheffen of een felle discussie aangaan.

De keizer ging zitten. 'Je hebt het goed gedaan.'

'Dank u...' zei Miranda, 'denk ik.'

De jongeman glimlachte, en de jaren gleden van zijn gezicht. 'Ik vergeet soms dat je behoorlijk oud bent, want je ziet er niet veel ouder uit dan ik, eerder een oudere zus of een heel jonge tante.'

'Héél jong,' zei Miranda.

De keizer grinnikte. 'Ik heb bepaalde dingen gehoord over waar je man naartoe is. Kloppen die verslagen?'

'Zoveel mogelijk, aangezien hij met geen enkel middel, magisch of werelds, bereikbaar is,' antwoordde ze.  

De keizer leunde peinzend achterover. 'Dat is een onvoorstelbaar riskante onderneming.'  

Miranda's gezicht onthulde haar bezorgdheid, ondanks haar inspanning om rustig te lijken. 'Dat weet ik maar al te goed, Majesteit.'

'Dan zijn er dingen die ik moet weten.'

'Wat wilt u weten, Majesteit?'

'De waarheid,' zei de jonge monarch. 'Alenca en de anderen zien me vaak nog als een jongen. In hun oude ogen ben ik dat ongetwijfeld ook, maar voor jou moeten zij ook kinderen lijken.'  

'Ik heb lang geleden al geleerd, Majesteit, dat leeftijd weinig met wijsheid te maken heeft. Je kunt een leven aan ervaringen doorstaan in een paar jaar tijd, of het leven door gaan zonder iets te merken van de problemen in de wereld om je heen. Het hangt van de persoon af. Alenca heeft een kalm overzicht over situaties te midden van chaos waar ik hem alleen maar om kan benijden.'

De keizer zweeg en overdacht wat ze had gezegd. Toen zei hij: 'Mijn vereerde overgrootmoeder, Mara, had voldoende ervaring en wijsheid voor een dozijn levens, zo lijkt het.' Miranda zei niets en vroeg zich af waarom hij naar de geëerde vrouw verwees.  

'Ik geloof dat je man haar kende.'

'Dat weet ik niet zeker, Majesteit. Ik weet dat ze elkaar minstens eenmaal hebben ontmoet, maar u moet niet vergeten dat Puc hier niet altijd een welkom gezicht was.'  

De keizer glimlachte. 'De Keizerlijke Spelen. Ja, ik herinner me dat verhaal. Mijn overgrootmoeder was een van de vele edelen bij die spelen toen je echtgenoot de krijgsheer in het openbaar vernederde en een einde maakte aan zijn macht. Wist je dat het bijna vijf jaar heeft gekost om alle schade te herstellen die Milamber in het grote stadion had aangericht?'  

Miranda onderdrukte een glimlach. Puc, of Milamber zoals de Tsurani hem noemden, was misschien wel de geduldigste man die ze ooit had ontmoet - een eigenschap die ze de ene keer respecteerde en waar ze zich de andere keer aan ergerde -maar als hij uiteindelijk zijn geduld verloor, kon dat een angstaanjagend tafereel opleveren. Volgens de verslagen was zijn optreden tijdens de spelen zoveel jaren geleden alleen maar heldhaftig te noemen, zelfs goddelijk. Hij had het vuur laten regenen, had tornado's en aardbevingen opgeroepen, en de volledige adel van het keizerrijk had aan zijn voeten liggen beven van angst. Uiteindelijk zei ze: 'Ik had wel gehoord dat de schade groot was.'  

De glimlach van de keizer vervaagde. 'Dat is niet waar ik het over wilde hebben. Wat ik wil zeggen, is dat jouw echtgenoot en mijn overgrootmoeder binnen één leven meer veranderingen in het keizerrijk hebben doorgevoerd dan in de eeuwen daarvoor was gebeurd.' Hij keek peinzend, alsof hij zijn woorden zorgvuldig koos, en voegde er toen zachtjes aan toe: 'Ik ga je iets vertellen wat niemand buiten mijn familie weet; niet onze trouwste bondgenoten, zelfs mijn neven en ooms niet.'  

Miranda zweeg.

'Toen mijn grootvader een tijdje op de troon zat, nadat zijn vader terugkeerde uit jullie wereld, nam vrouwe Mara keizer Justijn in vertrouwen en vertelde hem een geheim. Hij deelde dat geheim alleen met zijn zoon, mijn vader, en toen ik bijna volwassen was, deelde mijn vader het met mij.' De keizer stond op, maar toen Miranda ook wilde opstaan, beduidde hij haar dat ze kon blijven zitten. 'Formaliteiten zijn niet nodig, Miranda. Ik sta op het punt het best bewaarde geheim in de geschiedenis van Tsuranuanni met je te delen.' Hij liep naar een kist van lichtgekleurd hardhout, prachtig en ingewikkeld bewerkt. Hij was opgewreven tot hij glansde, en er was iets mee wat Miranda's aandacht trok.

'Hij is magisch,' zei ze zachtjes.

'Ja,' zei de keizer. 'Er is me verteld dat iedereen behalve ik of naaste familieleden onmiddellijk zal sterven als ze hem alleen maar aanraken. Een van de goede kanten van absolute macht is dat geen enkele bediende zelfs maar geprobeerd heeft hem af te stoffen.' Hij zweeg even. 'Al lijkt hij ook nooit echt stoffig te worden.' Hij stak langzaam zijn hand uit en aarzelde toen zijn vingers het hout raakten. 'Telkens als ik hem open doe, moet ik toegeven dat ik eventjes bezorgd ben.' Toen greep hij het deksel. Het kwam gemakkelijk los, en de keizer legde het aan de kant en pakte een perkamenten schriftrol uit de kist.  

Miranda voelde kriebels in haar buik. Ze had dergelijke perkamenten eerder gezien.  

Zonder een woord te zeggen, gaf de keizer haar het perkament. Ze rolde het uit en las het. Toen liet ze het uit haar handen vallen, deed haar ogen dicht en zakte onderuit in haar stoel.

Na een korte stilte vroeg keizer Sezu: 'Je begrijpt kennelijk wat dit betekent?'

Ze knikte en stond op. 'Als het mag, Majesteit, wil ik graag enkele collega's op mijn thuiswereld raadplegen. Ik moet andere wijze mensen om raad vragen voor ik begin dit te interpreteren, want de werkelijke betekenis ontgaat me misschien.'  

'Die kist is al meer dan een eeuw in mijn familie,' zei de keizer, die de formaliteiten negeerde en neerknielde om het gevallen stuk perkament op te rapen. Hij rolde het op en gaf het weer aan Miranda. 'Een paar dagen extra zal weinig uitmaken. Wat je ook concludeert dat dit betekent, we moeten ons hoe dan ook mobiliseren.'  

'Nu begrijp ik waarom u de naties op voet van formele oorlog hebt gesteld.'

Er gleed een droevige blik over het gelaat van de jongeman. 'Niemand mag vermoeden wat we gaan proberen, tot ik er klaar voor hen de naties tot actie aan te zetten. Dat is van doorslaggevend belang. Mijn Hoge Raad bestaat uit zeer bevoorrechte heersers die me onmiddellijk zullen gehoorzamen net als elke goede Tsuranese soldaat... tot ze de tijd krijgen om na te denken. Op dat moment kan er een burgeroorlog uitbreken.'  

'Alenca en enkele andere Grootheden moeten worden gewaarschuwd.'  

'Zo weinig mogelijk mensen, alleen de meest betrouwbare, en niemand anders, tot ik het bevel geef.'

Miranda knikte. 'Vanzelfsprekend, Majesteit, maar eerst moet ik onmiddellijk naar huis. Als dit uw aanpak wordt, moet ik een heleboel voorbereidingen in gang zetten en een paar heel lastige mensen overtuigen. Daarna kom ik terug om met Alenca en de anderen te overleggen.'

'Ik zal bevelen dat je op elk moment van de dag of de nacht toegang tot me moet krijgen, Miranda. Ik zal alles wat je aan deze kant van de scheuring nodig hebt verschaffen.'

'Vaarwel, Majesteit. Ik denk dat er één ding is dat we allebei kunnen doen: bidden.'

De keizer zat plotseling naar een lege stoel te kijken, want Miranda was verdwenen. Hij keek naar de vier lijfwachten in de kamer, maar ze stonden doodstil als altijd, hun blik naar voren gericht, schijnbaar onbewogen door het feit dat er een vrouw voor hun ogen verdwenen was. Sezu, Eerste bij die Naam en Heerser over Alle Naties van Tsuranuanni, ging in zijn stoel zitten en vermande zich. Voordat zou gebeuren wat er te gebeuren stond, had hij een rijk te besturen.

 

Caleb keek op en was meteen opgelucht toen hij zijn moeder zag. 'Ik begon me al zorgen te maken...' Haar gezichtsuitdrukking snoerde hem de mond. 'Wat is er?'

'Dat beest van een Varen had me uitgeleverd aan de Dasati.'

Caleb keek haar aan. 'Is alles...?' Hij maakte zijn vraag niet af, want voor zover hij kon zien, was zijn moeder niet gewond en had ze weten te ontkomen.

'Alleen mijn waardigheid is maar gekwetst. Pijn, zoals je weet, gaat vanzelf over.' Ze ging in de andere stoel tegenover hem zitten, met een opgerold stuk perkament op haar schoot. 'Is er nieuws?'

'Rosenvar en Joshua staan op wacht bij de talnoy, en Rosenvar meldt dat Nakurs experimenten goede resultaten hebben opgeleverd. De besturingskristallen werken even goed als de ring, en schijnbaar zonder de neveneffecten.' Hij begon door een stapel perkamentvellen en papieren te bladeren. 'Ik heb zijn verslag hier ergens.'  

'Ik lees het later wel.' Ze zuchtte. 'Ik neem aan dat het zinloos is te vragen naar je vader, broer en Nakur?'  

Caleb knikte. Er was enige hoop geweest dat Puc misschien een manier kon verzinnen om te communiceren met zijn zoon en vrouw, maar niemand rekende er werkelijk op. 'En ook geen nieuws van Kaspars expeditie.'

'De waarschuwing van... hoe noemen ze zichzelf?'

'De Kring,' antwoordde Caleb.

'Ze hebben belangstelling voor de Pieken van de Quor... in dat rapport werd geen specifieke tijd genoemd, toch?'

Caleb pakte een volgend stuk perkament op. 'Alleen dat we ze aan de lijzijde van het schiereiland moesten verwachten, in een vrij grote groep, voor het Lentefestival.'

'Dat vindt pas over een week plaats, dus misschien hebben ze er nu al wel mee te maken.' Ze keek haar zoon aan. 'Ben je ongerust?'

De donkerharige jager zette zich af van de tafel. 'Altijd. Vooral als jij en vader mij de leiding geven.' Hij stond op en ijsbeerde om de tafel heen. 'Je weet dat ik alleen maar hier ben omdat ik jouw zoon ben. Er zijn anderen in het Conclaaf die heter geschikt zijn -'

'Nee,' onderbrak ze hem. 'Ik weet dat het niet je eerste keus is, dat je liever door het bos zwerft of een berg beklimt, maar het feit is dat je er je hele leven al op wordt voorbereid om de leiding te nemen voor het geval de rest van ons iets overkomt. Je weet dingen, duizenden kleine details die niemand anders weet, zelfs Nakur niet. Alleen besef je niet dat je ze weet.' Ze peinsde even. 'Maar misschien moeten we een assistent voor je zoeken, een magiër. Misschien dat meisje...'

'Lettie?'

'Ja, zij. Ze is niet de beste student die we ooit hebben gehad, maar ze is bijzonder scherpzinnig en doorziet snel hoe dingen in elkaar zitten. Ja, ik zal haar hier naartoe laten halen, dan kun je haar gaan opleiden. Ik besefte het tot nu toe niet, maar we hebben niemand klaarstaan om het over te nemen als er iets met jou mocht gebeuren.'

'Wat is er toch allemaal aan de hand?' vroeg Caleb. 'Normaal maak je je nooit zo druk om... noodgevallen.'

Miranda keek haar jongste zoon aan. Ze zag iets van zijn vader rondom zijn mond, en in de manier waarop hij zijn hoofd schuin hield als hij nadacht. Verder leek hij op zijn moeder, van zijn hoge voorhoofd en smalle kin tot de manier waarop hij bewoog, en zijn lange, slanke postuur. Plotseling en onverwacht schoot door haar hoofd hoeveel ze van haar kinderen hield. 'Twee dingen, eigenlijk,' zei ze. 'Als het plan van die waanzinnige Varen was gelukt, zou ik waarschijnlijk nog steeds vastgebonden op een tafel van de Dasati liggen en worden onderzocht door hun Doodspriesters, of ik zou dood zijn en op de ontleedtafel liggen. Er zouden veel nare dingen zijn gebeurd, naast mijn ongemak en uiteindelijke overlijden, en jij zou als enig lid van de familie nog hier zijn overgebleven.'  

'Dat wisten we,' zei Caleb, die zijn hand op de schouder van zijn moeder legde. 'Er is nog iets anders, hè?'

'Dit,' zei ze, en ze gaf hem het perkament dat ze van de keizer had gekregen.

'Tsurani,' zei Caleb. 'Vaders handschrift.'

'Weer zo'n verdomd briefje!' Miranda ergerde zich niet zozeer aan het feit dat er op mysterieuze wijze briefjes uit de toekomst bleven opduiken - waarschuwingen over bedreigingen met instructies over te nemen acties - maar omdat ze altijd cryptisch waren en het nooit duidelijk was hoe ze precies moesten omgaan met de geboden informatie. Bovendien ergerde het haar vreselijk dat haar man zo lang had gewacht voordat hij haar erover had verteld, en dat hij Nakur zelfs nog eerder in vertrouwen had genomen!

Caleb las het briefje. Er stonden drie regels tekst op, met daaronder de handtekening van zijn vader:

 

Luister naar Miranda.
Geef dit aan haar.
Bereid u voor op een evacuatie.
Milamber.

 

'Bereid u voor op een evacuatie?' vroeg Caleb. 'Zegt hij de keizer nu dat hij moet evacueren... wat moet hij evacueren? Het paleis? De Heilige Stad?'

Gefrustreerd schudde Miranda haar hoofd. Ze wist diep vanbinnen dat er een heel reële kans bestond dat ze haar man nooit meer zou zien, en met even grote zekerheid wist ze wat het briefje betekende. 'Nee,' zei ze, en haar stem was rauw van emotie. 'Hij bedoelt: bereid je voor om de wéreld te evacueren. Hij zegt de keizer dat de Tsurani Kelewan zullen moeten verlaten.'