34 Hereniging

 

De heraut sloeg op de gong.

Mara, Vrouwe van het Keizerrijk, ging ongemakkelijk verzitten op het goudgerande kussen dat het onverbiddelijke marmer van haar officiële zetel op het keizerlijke podium tevergeefs een schijn van zachtheid probeerde te geven. Haar troon mocht dan iets minder schitterend zijn dan de rijkelijk met goud ingelegde waarop Justijn zat, maar hij was minstens even oncomfortabel. In de twee jaar dat ze nu Justijns taken bestierde was ze er nog steeds niet aan gewend geraakt.  

Mara's gedachten dwaalden af. Door zijn ervaring op de gouden troon was Justijn tegenwoordig steeds vaker in staat op eigen houtje beslissingen te nemen in de kwesties die hem op de Dagen van Appèl werden voorgelegd, en die door zijn adviseurs en door de kanselier en zijn staf meestal al waren voorbereid. Justijn had zijn moeders talent om het patroon in complexe verbanden te herkennen en zijn vaders vermogen om meteen tot de kern van een zaak door te dringen. Meestal gedroeg Mara zich aan zijn zijde meer als een adviseur dan als zijn regent. Daardoor kreeg ze tijdens saaie, urenlange staatsverplichtingen regelmatig de kans om weg te mijmeren. Ze kon erop vertrouwen dat Justijn haar tijdig zou waarschuwen wanneer haar attentie vereist was.  

De zon ging bijna onder, zag ze aan het licht dat door de koepelvensters naar binnen viel. En dan zou alwéér een Dag van Appèl ten einde zijn. De laatste smekelingen naderden het hek aan de voet van het podium. Mara moest zich inhouden om niet in haar vermoeide ogen te wrijven toen J ustijn, Tweeënnegentig keer Keizer, voor de zoveelste keer die dag de traditionele begroetingswoorden sprak.

'Heer Hokanu van de Shinzawai, weet dat u het oor van de goden hebt via onze oren.' Justijns stem was begonnen te breken tot de bariton die hij als man zou hebben, maar zijn blijdschap bij het zien van zijn stiefvader was zo groot dat het hem nu niets kon schelen dat zijn stemgeluid soms rare uitschieters kon maken. 'De hemel glimlacht tevreden om het genoegen van uw bezoek en we heten u verheugd welkom.'

Mara schrok op uit haar rêverie. Hokanu was hier! Haar hart sprong op en ze keek nieuwsgierig naar beneden om te zien hoe hij eruitzag. Het was maanden geleden dat hun paden elkaar voor het laatst bij een of andere officiële aangelegenheid hadden gekruist. Toen had de Heer van de Shinzawai het hof voortijdig verlaten, herinnerde ze zich, omdat zijn vrouw op het punt stond te bevallen van zijn erfgenaam.  

Nee, twéé erfgenamen, zag Mara. De vader had twee bundeltjes in zijn armen. Achter hem bleven twee bedienden en een kindermeisje dicht in de buurt en naast hem stond een mooie, slanke jonge vrouw, die in aanwezigheid van haar keizer haar ogen verlegen hield neergeslagen.  

Justijn zat breeduit te grijnzen. Dat was ook een trekje dat hij van zijn vader had geërfd: hij stak graag de draak met het overdreven stijve Tsuranese protocol. De laatste tijd imiteerden sommige van de jongere edelen hem daarin - de onverholen expressies op zijn gezicht, zijn open manier van praten - zoals ongetrouwde vrouwen aan een populaire mode meedoen. Oudere Regerende Heren waren daar niet allemaal blij mee. Nu gaf de jonge keizer zijn statig rechtop zittende moeder een volstrekt onceremoniële por in haar ribben en zei op plagende toon: 'Nou, moeder, hebt u geen passende woorden bij de hand?'

Dat had Mara niet. Ze kon alleen maar een hele poos glimlachen naar de trotse vader, daar aan de voet van het podium, en had moeite om haar tranen te bedwingen. De baby's waren mooi en volmaakt. De goden hadden niet gewild dat Mara ze ter wereld bracht, maar gelukkig hadden ze de bedeesde Elumani de vruchtbaarheid geschonken om haar echtgenoots dierbaarste wens in vervulling te doen gaan.

'Zoontjes?' wist Mara tenslotte fluisterend uit te brengen.

Hokanu knikte - ook hij was sprakeloos. In zijn ogen weerspiegelde zich de vreugde die Mara's blik uitstraalde, maar was ook een gedempte vorm van spijt te lezen. Hij had Mara's snelle geest, haar gedurfde manier van denken, het ongedwongene van haar gezelschap gemist. Elumani was een lief meisje, maar ze was niet gekozen om haar sprankelende intellect. Toch had ze iets gedaan wat Mara niet had gekund: ze had het huis Shinzawai directe erfopvolgers gegeven. En bovendien had ze Hokanu jongens geschonken. Wanneer de knapen ouder waren geworden, zouden zij de kameraadschap vervangen die hun vader al zo jong had moeten missen.  

De heraut schraapte zijn keel. 'Heer Hokanu van de Shinzawai presenteert het Hemelse Licht zijn erfzonen, Kamatsu en Maro!'  

Justijn sprak de officiële erkenningsformule uit. 'Mogen ze opgroeien in vreugde en kracht, gezegend door de hemel.'

Mara had haar stem terug. 'Ik ben blij voor u beiden. Vrouwe Elumani, ook ben ik zeer gevleid en trots.' Ze zweeg even, bijzonder ontroerd door het onverwachte geschenk dat een van Hokanu's kinderen naar haar was genoemd. 'Wanneer uw zoontjes oud genoeg zijn, wil ik ze graag in het paleis ontvangen. Dan kunnen ze kennismaken met hun halfzusje, Kasuma.'

De jonge vrouw naast Hokanu maakte een sierlijke buiging. Ze hield haar ogen nog steeds neergeslagen en er was een vuurrood blosje op haar wangen verschenen toen ze door niemand minder dan vrouwe Mara rechtstreeks werd aangesproken. 'Ik voel me zeer vereerd,' zei ze, met een zoet stemmetje als van een zangvogel. 'De Vrouwe van het Keizerrijk is te vriendelijk.'

Maar al te snel had de delegatie van de Shinzawai weer afscheid genomen.

Mara keek haar in een blauw gala-harnas gehulde ex-echtgenoot weemoedig na, toen hij met de haar zo vertrouwde vaste, soepele tred de ontvangstzaal uit liep. Opeens werden de emoties haar te veel. Ze moest haar grote sierwaaier openklappen en voor haar gezicht houden om haar opwellende tranen te verbergen. Zonen voor de Shinzawai, een tweeling! Dat was niet alleen een zegen voor de Shinzawai, maar voor het hele keizerrijk! Mara schudde verwonderd haar hoofd. Wisten de goden in hun goedgeefsheid van geen ophouden meer? Wilden ze haar méér dan dubbel en dwars schadeloosstellen voor het pijnlijke verlies van haar doodgeboren kind en haar vergiftigde vruchtbaarheid?  

Wel, haar huidige eenzaamheid gaf haar toch eigenlijk ook wel het volste recht op zulke beloningen, mijmerde ze, niet geheel zonder zelfbeklag. Bij Hokanu zijn, met hem praten, tijd met hem doorbrengen, was niet meer mogelijk, en ze miste hem erg. Maar er zou een tijd komen waarin ze elkaar weer vaak zouden kunnen opzoeken, zonder pijn, troostte ze zichzelf, want ook tijdens hun huwelijk was een diepe vriendschap de basis van hun relatie geweest.

Weer klonk er een galmende gongslag. De keizerlijke heraut kondigde de entree aan van de nieuwe ambassadeur van het Midkemische Koninkrijk der Eilanden.

Mara wierp een snelle blik op het groepje dat het podium naderde, maar bracht toen haar waaier weer snel voor haar gezicht, want haar hart begon weer te bonken. Nooit kon ze een groepje mensen in deze buitenlandse kleding zien zonder meteen terug te denken aan haar barbaarse minnaar, die haar leven zo stormachtig veranderd had. Van deze delegatie waren drie leden groot en slank, en nummer vier hinkte zelfs een beetje. Juist die manier van lopen was als een ruk aan haar geheugen.

Ze riep zichzelf tot de orde. Ze had zich deze dag al té vaak laten wegzakken in herinneringen aan voorbije hartsaffaires. Ze moest zich nu gewoon voorbereiden op het begroeten van zomaar weer een vreemdeling, die misschien Tsuranees zou spreken met het grappige nasale accent van een Midkemiër, en die wel groot was, en misschien zelfs een beetje hinkte, maar in geen geval Kevin zou zijn. Dat deze mannen niet het grijs van de slaven droegen, maar rijke zijden en fluwelen stoffen, met het blazoen van de koning van het Rijk der Eilanden erop, maakte geen verschil. Toch hield Mara haar blik nog een poosje afgewend, want zelfs de indirecte herinnering aan haar persoonlijke verlies van destijds was haar nu even te veel.

De Midkemische gezant en zijn gevolg bereikten het hekwerk. Een edelman die tijdens diverse reizen de uitwisseling van gezanten had voorbereid, baron Michael van Krondor, richtte zich tot het hof. 'Majesteit, het is mij een eer u de ambassadeur van het Koninkrijk der Eilanden te presenteren...' De plotseling daaropvolgende stilte dwong Mara zijn kant op te kijken.

De ambassadeur had zijn hand al half naar zijn hoofd gebracht om zijn gepluimde hoed af te zetten en naar zijn landsaard een zwierige buiging te maken, maar hij was in die beweging als het ware bevroren. Mara kon zijn gezicht niet zien, want het ging schuil achter zijn hand. Ook de toekijkende hovelingen zwegen, maar sommigen keken zeer verbaasd - net als vele Keizerlijke Witten.

Toen voltooide de gezant zijn beweging. Hij zette alsnog zijn hoed af en maakte een diepe buiging, zonder zijn blik van Justijn af te wenden. Er ging een gemompel door de zaal. Mara keek nog eens goed naar de nieuwe ambassadeur en weer sloeg haar hart een paar slagen over. Ze was vandaag wel in een érg sentimentele bui! De man die haar zo deed denken aan haar oude geliefde zette zijn buitenissige hoed - met een witte pluim en een gouden insigne erop - weer op zijn hoofd. Mara bracht snel haar waaier omhoog, want haar ogen dreigden haar nogmaals te verraden. Ze wilde niet dat vanavond in de hele stad zou worden rondverteld dat de regentes om onbekende redenen had zitten grienen. Ze hoorde baron Michael afrondend zeggen: '...gezant van zijne koninklijke hoogheid Lyam, koning van het Rijk der Eilanden.'

'U mag naderen,' liet het Hemelse Licht hem weten. Zijn jongens stem klonk onzeker. Keizerlijke Witten openden het deurtje in het houten hekwerk en nodigden de gezant uit het podium te beklimmen om de keizer zijn geloofsbrieven te overhandigen. De Midkemiër liep naar voren en zette zijn laarzen kordaat op de eerste trede, en de tweede... tot hij op het podium stond, nog maar drie stappen van de troon verwijderd. Daar maakte hij opnieuw een buiging, maar nadat hij zich had opgericht hield hij deze keer zijn hoed in de hand.  

Mara zag hem vlakbij voor zich.

En ze kon een kreetje niet onderdrukken.

Het profiel van deze man en dat van haar zoon, in zijn wit-met-gouden keizerlijke staatsie-kleding, waren zuivere spiegelbeelden van elkaar. Waar het gezicht van haar zoon nog jong en onvolgroeid was, ofschoon het al duidelijk was wat de volwassen vormen zouden zijn, was dat van de ambassadeur getekend door kleine littekens, groeven en rimpels, en had het een verweerde huid die op een overmaat aan zonlicht duidde. Zijn ooit vuurrode haar was nu rossig, met wit doorschoten, en de blik in zijn wijd open ogen drukte verbijstering uit.

Er was geen twijfel mogelijk. Ook de Vrouwe van het Keizerrijk zag eindelijk wat een aantal heren en soldaten in de zaal al vanaf de binnenkomst van de ambassadeur hadden opgemerkt. Zijn gegoochel met zijn hoed en Mara's eigen lafheid om zich achter haar waaier te verbergen hadden tot dit uitstel geleid, maar nu ontdekte ook zij wie er zo verbluft voor haar stond.  

'Kevin,' zei Mara geluidloos.

Arakasi, in zijn functie van Eerste Adviseur van de keizer, stapte naar voren om de geloofsbrieven in ontvangst te nemen. 'Je bent veranderd,' zei hij grijnzend.

Herkenning daagde. Kevin lachte. 'Jij ook! Ik had je zonder vermomming bijna niet herkend.'

Arakasi keurde de documenten nauwelijks een blik waardig en draaide zich meteen om. 'Majesteit,' zei hij, 'voor u staat de ambassadeur van het Koninkrijk der Eilanden, Kevin van Rillanon, baron van het koninklijke hof.'

Justijn knikte. 'U bent welkom,' zei hij, maar ook aan zijn stem was te horen dat hij op het punt stond het decorum vaarwel te zeggen. Voor hem stond zijn natuurlijke vader, over wie hij tot dan toe alleen maar had horen spréken!

Mara legde haar hand op haar mond, alsof ze zichzelf wilde beletten om er iets uit te flappen. Dat kleine gebaar trok Kevins aandacht en bezorgde hem kippenvel. Hij richtte zijn ogen - ze waren nog blauwer dan ze zich herinnerde - op haar. De glimlach om zijn mond werd aangevuld door een vragende frons in zijn voorhoofd. O, wat was dit gezicht haar ook na al deze jaren nog vertrouwd! 'Ik had verwacht je hier aan te treffen,' zei hij, hees van emotie, en zo zacht dat alleen degenen die bij hem op het podium waren het konden verstaan. 'Wie anders in deze naties zou een eretitel als Vrouwe van het Keizerrijk verdiend kunnen hebben? Maar dat hij, jullie Hemelse Licht...' Zijn sterke, grote hand wees naar Justijn en zijn blik kreeg een borende intensiteit. 'Vrouwe, waarom heb je me dat nooit verteld?'

Het voormalige liefdespaar deed alsof er verder geen mens in de zaal was.  

Mara slikte. Ze herinnerde zich nog goed hoe ze Kevin het laatst had gezien: op straat, geboeid, half in elkaar geslagen, zich hevig verzettend tegen de slavenhandelaren die hem in haar opdracht met geweld terug brachten naar zijn thuiswereld.  

Ze was toen te sprakeloos geweest om ook maar één woord te kunnen zeggen, maar deze keer spoot haar uitleg als een spraakwaterval uit haar mond: 'Omdat ik het je niet heb durven zeggen! Een zoon zou je aan deze zijde van de Scheuring hebben gehouden, en dat zou een misdaad zijn geweest tegen alle idealen die jij me had onderwezen. Je zou nooit hebben kunnen trouwen, nooit een eigen leven hebben kunnen leiden, nooit echt vrij zijn geweest om je eigen ambities vorm te geven. Maar Justijn heeft vanaf het begin steeds geweten wie zijn vader was. Ben je nu kwaad op me?'  

'Justijn,' herhaalde Kevin. Het leek alsof hij de naam proefde op zijn tong. Hij wist natuurlijk allang dat de nieuwe keizer van Tsuranuanni zo heette, maar nu zag hij de naam in een nieuw licht. 'Naar mijn vader?' Toen Mara hem antwoordde met een timide knikje, wierp Kevin de jongen op de gouden troon een vurige blik toe. 'Kwáád?' vroeg hij toen.

Mara kromp in elkaar. Kevin had altijd al de neiging gehad om op de verkeerde momenten te hard te schreeuwen.

Hij keek haar aan. Hij dempte zijn stem, zonder de toon ervan minder bars te maken. ja, ik ben kwaad. Ik ben bestolen. Ik zou mijn jongen graag hebben zien opgroeien.'

Mara bloosde. Kennelijk wist hij nog steeds heel goed hoe hij haar uit haar evenwicht kon brengen. Mara vergat haar voorgeschreven Tsuranese kalme terughoudendheid en probeerde zich te verdedigen. 'In dat geval zou je nooit andere kinderen hebben gehad!'

Kevin sloeg met een hand op zijn knie. Hoewel hij en Mara nog steeds op gedempte toon praatten, waren zijn laatste replieken ten dele verstaanbaar geweest voor degenen die aan de voet van het podium verzameld waren. 'Vrouwe, over welke kinderen heb je het?' vroeg hij, nu duidelijk verstaanbaar voor iedereen. 'Ik héb er geen! Ik ben nooit getrouwd. Ik ben in dienst getreden van prins Arutha en heb meer dan een dozijn jaren tegen kobolden en elfen gevochten, samen met de grens baronnen van Hoogstein en Noordwacht. Toen ben ik als een donderslag bij heldere hemel naar Krondor ontboden, waar ik tot mijn verdriet te horen kreeg dat de keizer van Tsuranuanni een uitwisseling van ambassadeurs wenste. Ik voldeed helaas aan alle eisen voor die post - ik ben van edele geboorte, maar zonder een kans op erfopvolging wegens oudere broers, ik ben niet getrouwd, ik ken dit keizerrijk, én ik spreek vloeiend Tsuranees. Dus mijn koning - of liever gezegd: prins Arutha, namens zijn broer - stuurde me hierheen, en opeens ben ik een gepatenteerde hofbaron en sta ik hier als een gedresseerde aap buigingen te maken voor mijn eigen zoon!'  

Na deze woorden draaide de Midkemische ambassadeur zich half om en keek nog eens goed naar de jonge keizer. 'Hij lijkt op me, vind je ook niet?' Er klonk geen ergernis meer in die woorden. Kevin grijnsde breed en gaf zijn zoon een knipoog. Toen richtte hij zijn blik echter weer op Mara en vervolgde hij op ijzig spottende toon: 'Ik hoop dat je echtgenoot nu niet met zijn zwaard achter me aan komt rennen!'

Mara herinnerde zich die sarcastische toon nog heel goed: hij had haar er dikwijls mee ontwapend, maar ook vaak tot razernij gebracht. Ze knipperde met haar ogen, maar realiseerde zich meteen hoe weinig Kevin kon weten van wat er de afgelopen veertien jaar was gebeurd. 'Hokanu heeft de jongen mee opgevoed, maar ook hij heeft steeds geweten wie Justijns vader was.'

Nu was het Kevins beurt om beduusd te kijken. 'Zag ik de Heer van de Shinzawai daarnet niet naar buiten komen, met een piepjonge bruid naast zich en twee baby's in zijn armen?'

Mara knikte, woordeloos.

Kevin was nooit iemand die lang sprakeloos bleef. 'Bén je dan niet getrouwd?' Ook nu kon Mara niets anders doen dan knikken - deze keer ontkennend. 'Maar je hebt dus wel een echtgenoot gehád! Hoor eens, wat is dit nu weer voor een gedrochtelijke Tsuranese traditie?'  

'Het heet echtscheiding op grond van onvruchtbaarheid. Hokanu en de Shinzawai hadden erfgenamen nodig, met het oog op de stabiliteit van J ustijns bewind en dus tot nut van het rijk. Je hebt zojuist het resultaat gezien.' Mara schudde haar hoofd, alsof ze de kolkende emoties die haar duizelig maakten en dreigden te overweldigen op die manier wilde verjagen. Ze bevond zich in het openbaar, er waren massa's hovelingen aanwezig. Ze hád zich al op een on- Tsuranese manier aangesteld. Wat moesten ze wel van haar denken?  

Arakasi voelde haar gemoedstoestand aan. 'De Dag van Appèl is hiermee beëindigd,' kondigde hij aan. 'Laat eenieder zich terugtrekken, onder dankzegging aan ons Hemelse Licht.'  

De zaal liep echter slechts langzaam leeg, aangezien velen zo lang mogelijk treuzelden, in de hoop nog iets op te vangen van het merkwaardige gesprek dat op het podium werd gevoerd. De Midkemischeedelen die Kevin hadden vergezeld wisten niet goed of ze moesten gaan of blijven. Mara zag het aan, al die honderden ogen die vanuit de zaal vragend, nieuwsgierig op haar gericht waren, en opeens kon het haar niets meer schelen. Ze ging rechtop zitten en nam haar officieelste pose aan.  

'Kevin, baron van het hof, ambassadeur van het Midkemische Koninkrijk der Eilanden,' zei ze luid en duidelijk, 'ik wil niet nalatig zijn in mijn plichten als moeder. Ik presenteer u uw eigen vlees en bloed, uw zoon Justijn, Tweeënnegentig keer Keizer en Hemels Licht van Tsuranuanni. Ik hoop vurig dat u hem met vaderlijke vreugde aanziet en als een aanwinst voor de eer en de trots van uw familie beschouwt.'  

De heraut aan de voet van het podium zette grote ogen op en keek vragend naar Arakasi op voor instructies. De Eerste Adviseur haalde berustend zijn schouders op en gaf de man een instemmend knikje, waarna deze aan de verzamelde edelen in de ontvangstzaal met galmende stem verkondigde wie daar nu eigenlijk voor de troon stond: 'Kevin van Rillanon, ambassadeur van koning Lyam, en vader van ons eigen Hemelse Licht!'  

Mara, geheel in beslag genomen door haar emoties, schrok zich aanvankelijk een ongeluk van het kabaal dat meteen na deze aankondiging losbrak. De jongere edelen begonnen te juichen en te joelen, en zelfs degenen die al buiten waren keerden snel terug om zich voor het hekwerk aan de voet van het podium te verdringen en met stampende voeten en klappende handen mee te doen aan de ovaties waarmee alle aanwezigen hun blijdschap en instemming te kennen gaven. Meer dan wat ook, was dit voor Mara een bewijs dat de door haar voorgestane veranderingen al na twee jaar wortel begonnen te schieten. Iedereen wist immers dat een Midkemiër slechts op één manier vader had kunnen worden van een thans veertienjarige jongen, namelijk door destijds als krijgsgevangene, dus als slaaf, in het rijk aanwezig te zijn geweest. Niet lang geleden zou het idee van een slavenkind op de keizers troon op zich al een reden voor een bloedige revolutie zijn geweest, zogenaamd wegens belediging of aangetaste eer, maar in feite om ambitieuze heren een goede smoes te geven om hun vijanden aan te vallen en zelf een gooi te doen naat de hoogste macht in het land.  

Wat Mara nu op de opgeheven gezichten aan de voet van het podium zag was iets heel anders: in hoofdzaak blijde verrastheid en oprechte bewondering. Natuurlijk waren er ook nu een paar kleingeestige zuurpruimen bij, maar uit de overweldigende bijval bleek duidelijk dat voor de meeste edelen niet meer het Grote Spel, maar de Grote Vrijheid maatgevend was. Er waren ook andere tekenen die daarop wezen, zoals het feit dat steeds meer zonen van edele huizen kozen voor functies ten dienste van de keizer, liever dan in de huislegers van hun familie. En het waren deze jongelui, die hadden gebroken met de tradities van hun voorouders, die nu het luidste juichten van allemaal.  

Ook in dat opzicht had Mara het ondenkbare voor elkaar weten te krijgen, en eigenlijk begonnen de mensen in het rijk het heel gewoon te vinden dat haar dit soort dingen schijnbaar moeiteloos lukten.  

Justijn sprong van zijn troon af. Hij gaf zijn kroon en zijn ambtsmantel aan een bediende en wierp zich toen in de armen van zijn legendarische vader, die hij alleen had gekend uit de eerbiedige verhalen die ouder personeel van de Acoma over hem vertelde. Mara zag het aan, met nieuwe tranen in haar ogen, tot Kevin haar met zijn grote arm onceremonieel van haar troon trok, om niet te zeggen: rukte, naar hem toe, en de omhelzing een drievoudige maakte. Dat maakte de vrouwe opeens aan het lachen. Ze was vergeten hoe impulsief en ongeremd hij was, en hoe sterk!  

'Vrouwe van het Keizerrijk,' mompelde hij boven het opnieuw aangezwollen gejuich uit, 'voor mij ben je de Vrouwe der Verrássingen! Mag ik aannemen dat ik de kans krijg om tijd door te brengen in de keizerlijke vertrekken, om mijn zoon te leren kennen en mijn oude relatie met zijn moeder te hernieuwen?'  

Mara haalde diep adem. Ze zoog de geur op van bont van een verre wereld, en van exotische kruiden, en van fluweel dat op weefgetouwen in een of ander koud land was geweven - op een wereld aan de andere zijde van de Scheuring, een wereld die ze zeker zou bezoeken. Het was een mengsel van geuren dat haar knieën deed knikken en tegelijk een bedwelmende hartstocht door haar aderen stuwde. Je zult een heel leven hebben om te delen met je zoon,' fluisterde ze ademloos in zijn oor, zo zacht dat alleen Kevin het kon horen, 'en het gezelschap van zijn moeder zo lang je dat maar wilt en je koning het toestaat.'  

Kevin lachte. 'Lyam is blij dat hij me kwijt is, denk ik. Het is aan de grens al een hele poos veel te rustig voor een onruststoker als ik.' Toen trok hij haar dicht tegen zich aan, en was het woordeloze genot van hun aanraking hem genoeg.

Op dat moment kondigden de gangen van de tempels het moment van de zonsondergang en daarmee het einde van de Dag van Appèl aan, zoals ze dat altijd deden, maar deze keer klonk het vanuit de verte als een tevreden, instemmend gebrom van de Twintig Goden zélf.

Kevin maakte zich los uit hun omhelzing en deed een stapje achteruit.

Glimlachend keek hij naar de geliefde vrouw die geen dag uit zijn hoofd of zijn hart was geweest. 'Je bent vrouwe van veel méér dan alleen dit keizerrijkje!' riep hij vrolijk. En toen nam hij haar en hun keizerlijke zoon bij de hand en daalden ze gedrieën het hoge podium af, omstuwd door het gejuich van de edelen van Tsuranuanni.