33 Des keizers raad
Er brandden lampen.
Hun licht veranderde de avond en de straten vol feestvierders in een caleidoscopisch patroon van vrolijk wervelende kleuren. Mara zat in een van de weelderige suites in het paleis achter een prachtig beschilderd, half geopend scherm, en ze genoot van het geluid van gezang en gelach en rinkelende belletjes en gejoel en gefluit dat vanaf de straten naar binnen waaide. Het kabaal van het gelukkige volk gaf Mara een diepe bevrediging, maar het innig tevreden glimlachje om haar lippen was uitsluitend bestemd voor het kleine meisje dat op haar schoot lag te slapen. Zo aandoenlijk was het vredige tafereeltje, dat Hokanu, die in de deuropening stond, het bijna niet aandurfde om Mara te storen. Zij had echter altijd een apart zintuig gehad voor zijn aanwezigheid. Hoewel hij geen geluid had gemaakt, keek ze opeens zijn kant op. Haar glimlach verbreedde zich tot een hartelijk welkom. 'Hokanu!' In die begroeting lag alles besloten: tederheid en warme liefde en blijdschap dat er een einde was gekomen aan hun scheiding en aan de knagende onzekerheid over elkaars lotgevallen.
De Heer van de Shinzawai kwam op zijn tenen naar haar toe. Hij droeg zijde, geen wapenrusting, en geen genopte vechtsandalen, maar huisschoenen met zachte leren zolen. Hij knielde aan Mara's zijde en stak Kasuma zijn pink toe. Het meisje pakte deze vol vertrouwen in haar knuistje, zonder de moeite te nemen klaarwakker te worden.
'Wat is ze groot geworden!' mompelde Mara. Toen ze naar Thuril vertrok was Kasuma nog slechts een baby geweest, maar nu was het al een heuse kleuter, die haar eerste woordjes begon te brabbelen. De vrouwe trok met een vinger de curve van haar dochters wenkbrauwen na. 'Ze krijgt jouw manier van fronsen,' zei ze plagend tegen haar echtgenoot. 'Dan zal ze ook wel jouw koppigheid hebben geërfd.'
Hokanu grinnikte. 'Die zal ze hard nodig hebben.'
Mara sloot zich aan bij zijn gelach. 'Zeker! En ze kan ook maar beter een scherpe tong ontwikkelen, wil ze zich jouw neef Devacai van het lijf houden. Misschien moeten we haar te zijner tijd naar Isashani van de Xacatecas sturen voor de finesses van haar opleiding?'
Hokanu reageerde hierop met een ongebruikelijk stilzwijgen, maar dat ontging Mara, want zij moest opeens terugdenken aan haar oude kindermeisje Nacoya, die haar had opgevoed en later ook had geleerd een Regerende Vrouwe te zijn. Haar gemijmer werd onderbroken doordat Hokanu de kleine Kasuma voorzichtig van haar schoot tilde en haar op haar bedmatje legde, waarna hij zijn handen uitstak naar zijn echtgenote, met de kennelijke bedoeling om datzelfde met háár te doen.
'Je gevechten hebben je niet uitgeput, stel ik vast,' zei Mara, toen haar echtgenoot naast haar was komen liggen en zij was begonnen zijn lderen los te knopen. 'Daar ben ik de goden dankbaar voor! En ik ben blij dat ik me niet meer nachten achter elkaar doodsbang hoef af te vragen of je nog in leven bent, en of onze kinderen...' Ze maakte de gedachte niet af, maar nestelde zich in de holte van Hokanu's arm. Vanuit de stad drong nog steeds feestgedruis door. jij bent in de keizerlijke vertrekken geweest, neem ik aan,' zei Mara. 'Hoe houdt onze Justijn zich onder dit alles?'
Hokanu smoorde een schaterlach in de warme haardos van zijn vrouw. 'Die kleine barbaar!' zei hij, toen hij weer kon praten. 'De jongen kwam bibberend bij me, zijn gezicht nog rooier dan zijn haren, om te vragen of hij werd geacht zijn echtelijke plicht bij Jehilia te vervullen. Vannacht!'
Mara grijnsde. 'Dat had ik moeten voorzien!' zei ze. 'Dat wilde hij natuurlijk al weten voordat iemand tijd had gevonden om hem in te lichten. Hij kijkt de dienstmeisjes al in hun hemdjes sinds hij oud genoeg is om op een stoel te klimmen! Wat heb je hem gezegd?'
'Toen ik weer een ernstig gezicht kon opzetten, bedoel je? Dat hij op dat privilege moest wachten tot hij officieel meerderjarig wordt verldaard, dus op zijn vijfentwintigste.'
Mara gaf hem een speelse por. 'Nee!'
Hokanu grijnsde. 'Ik geloof niet dat ik ooit een zó komisch mengsel van spijt en opluchting op iemands gezicht heb gezien. Daarna heb ik hem uitgelegd dat Jehilia, omdat ze twee jaar ouder is dan hij, zou kunnen besluiten hem in zijn slaapkamer op te zoeken als \ij vijfentwintig is geworden, ook al is hij dan pas drieëntwintig. Maar dat zal dan háár beslissing zijn.'
Mara proestte van het lachen. 'Die jongen denkt nu dat hij nog elf jaar een kuise echtgenoot moet blijven!'
Hokanu haalde zijn schouders op. 'Hij zal snel genoeg in de gaten krijgen hoe het met dat soort dingen gaat.'
'Laat Jehilia maar niet horen wat je hem hebt verteld! Ze zou hem er verschrikkelijk mee pesten!'
Hokanu drukte een kus op Mara's voorhoofd. 'Hij zal zich nu wel twee keer bedenken voordat hij haar weer in een vijver duwt.'
'Ze is de keizerin,' grinnikte Mara. 'Ze zou het volste recht hebben hem achter haar aan te trekken.'
'Maar ik verwacht dat die ruwe spelletjes over pakweg een jaar of twee heel wat vriendelijker worden, en dat Justijns bezorgdheid om zijn echtelijke plichten een wat ander karakter zal krijgen...'
Het hardop denken werd beëindigd toen Hokanu's lippen die van Mara vonden, en hun kus een omhelzing werd, en hun omhelzing een explosie van passie.
Veel later die nacht brandden de lampen nog steeds, en klonken er van buiten nog steeds feestgeluiden, al was het rustiger geworden. De Vrouwe van de Acoma en de Heer van de Shinzawai lagen innig verstrengeld op de slaapmat, vermoeid door hun liefdesspel, maar geen van beiden al begerig om te gaan slapen. Ze hadden elkaar zo veel te vertellen en dit was het eerste rustige moment om persoonlijke onderwerpen te bespreken.
Hokanu was degene die het onderwerp aansneed. 'Vrouwe, nu Justijn verantwoordelijk is voor de voortzetting van de keizerlijke dynastie, heb je wéér geen erfgenaam voor de Acoma.'
Mara draaide zich om in Hokanu's armen en betastte zijn gespierde schouders. Ze nam even de tijd voordat ze antwoordde. 'Ik ben tevreden. Als onze lijn op deze manier eindigt, is dat op de meest eervolle wijze. En het kan zijn dat Jehilia vruchtbaar is, of dat Justijn zoons zal krijgen bij een latere vrouw, en dat ze een zo talrijke nakomelingschap zullen hebben dat er gemakkelijk iemand voor de Acoma kan worden gemist zonder dat de keizerlijke dynastie in gevaar komt.'
Even later voegde ze eraan toe: 'Of ik zou een kind kunnen adopteren.'
Zowel de vrouwe als haar echtgenoot wist echter dat ze dát niet zou doen. De traditie schreef immers voor dat het geadopteerde kind een zekere relatie met de familie moest hebben, maar al sedert de eerste fase van de vete tussen de Acoma en de Minwanabi had Mara geen familie meer over - hoogstens héél erg in de verte.
Hokanu streek Mara's haren glad. 'Het probleem is al opgelost,' mompelde hij.
Mara voelde dat zijn lichaam zich licht spande, en daardoor wist ze dat hij iets onherroepelijks had gedaan, en bovendien iets waarvan hij verwachtte dat zij er zich tegen zou verzetten. 'Wat heb je gedaan, Hokanu?' Haar stem drukte een mengsel van angst en bezorgdheid uit. En door zijn tegenzin om meteen te antwoorden kon ze het raden. 'Kasuma!' riep ze uit. 'Je hebt...'
Hij maakte de zin voor haar af, maar niet op Mara's verontwaardigde manier. 'Ik heb haar overgedragen aan de Acoma.'
Mara wilde zich oprichten, maar hij hield haar tegen. Tevens voorkwam hij een woordenvloed door meteen een vinger op haar lippen te leggen.
'Vrouw, het is een voldongen feit. Je kunt de eden die vandaag zijn afgelegd niet meer ongedaan maken. Fumita en de priesters van wel een half dozijn orden waren getuigen. Voor het altaar van Juran heb ik Kasuma officieel van het erfdochterschap van de Shinzawai ontheven. Daarna heb ik haar trouw aan de Acoma verbonden, zoals mijn recht is als haar vader. Zij zal de dynastie van jouw huis voortzetten, zoals dat behoort, want wie weet beter dan jij wat een meisje moet leren om Regerende Vrouwe te worden?'
Hokanu haalde zijn vinger van haar mond, maar Mara bleef nog sprakeloos. Niet van geluk, begreep Hokanu, maar uit gekwetstheid en woede om zijn eigenmachtige optreden. 'Nu heb je zelf geen erfgenaam meer!' zei ze tenslotte. 'Dat is veel te gevaarlijk in deze tijden, nu Devacai nog steeds van plan is je af te zetten. De Omechan en andere clanleden van de Ionani zullen wel inbinden en Justijn trouw zweren, maar dat wil nog niet zeggen dat aan alle rivaliteit een einde zal komen. Je zult nog jaren rekening moeten houden met dreiging, Hokanu. Justijn en Jehilia hebben recht op een zo groot mogelijke zekerheid in hun rug, dus op een onomstreden opvolging binnen de Shinzawai!' Ze was bijna in tranen toen ze besloot: 'Breng je vijanden alsjeblieft niet in de verleiding om je te vermoorden, net zoals ze dat met je vader hebben gedaan! Dat zou ik niet kunnen verdrágen!'
Hokanu trok haar dichter tegen zich aan. jij hebt gelijk met je angst,' mompelde hij in haar haren, 'maar ik had gelijk door Kasuma als erfdochter van de Acoma aan te wijzen. Ze is ook mijn dochter.' Er klonk alleen maar trots in zijn stem. Er was geen sprake van reserve tegenover zijn dochter, en Mara had achteraf spijt dat ze daar ooit aan had getwijfeld. 'Ik ben haar vader,' herhaalde Hokanu. 'En bij mijn weten bestaan er nog steeds wetten die mij het recht geven die beslissing te nemen.' Hij streelde de strakke curve van haar kaak. 'Vrouwe, op dit punt ben je simpelweg weggestemd - misschien voor het eerst van je leven!'
Mara reageerde door in huilen uit te barsten. Het was een vreugde om Kasuma als erfdochter te hebben, natuurlijk, maar dat genot zou ze pas later kunnen savoureren. Op dit moment voelde ze zich alleen nog maar overweldigd door verdriet om het besef wat Hokanu opofferde door haar dit uiterste geschenk te geven: geen kind uit háár schoot zou het blauw van de Shinzawai erven.
'Ik heb tientallen neven,' zei hij, quasi opgewekt. 'Ze zijn niet allemaal zo inhalig als Devacai. Om eerlijk te zijn: de meeste zijn bekwaam en waardig genoeg. Het kan de spanningen binnen de familie verminderen als ik een van mijn rivalen als erfgenaam aanwijs, want het zal Devacai's aanhang verdelen.'
Mara hervond haar stem, zij het dat deze hees klonk. 'Je neemt geen concubine.'
Het klonk niet als een vraag, en het aanvankelijke roerloze zwijgen van haar echtgenoot was al een antwoord, nog voordat hij het onder woorden bracht. 'Mijn vrouwe, jij bent al het vrouwelijke dat ik mij in deze wereld kan wensen. Zolang jij aan mijn zijde bent, zal ik niemand anders hebben.'
Mara beet op haar lip. In de ondertonen van Hokanu's woorden hoorde ze een persoonlijk verlangen dat hij zich met ijzeren wilskracht had ontzegd. Een soortgelijke hardheid vormde zich in haar eigen hart. Ze zei echter niets over haar eigen innerlijke vastbeslotenheid, maar liet zich gretig omarmen en kussen.
De deuren van de grote ontvangstzaal werden open gegooid, en trompetters en hoornisten bliezen een fanfare. De burgers en edelen in de zaal en op het plein voor het paleis zwegen respectvol toen twee herauten naar buiten traden. Deze verkondigden met galmende stemmen dat zijne keizerlijke majesteit Justijn thans zitting hield, waarna ze de namen opsomden van degenen die voor de keizer dienden te verschijnen.
Als eersten werden de hoge beambten en dienaren geroepen die onder Ichindar in functie waren geweest. Ze liepen in een lange rij naar binnen, rijk gekleed in hun schitterendste ambtsgewaden, maar met een neutrale of bezorgde uitdrukking op hun gezicht. De Heer van de Keda ging aan het hoofd van de stoet. Hij liep tot bij het hek aan de voet van het podium en maakte zijn buiging voor de keizer.
De jonge Justijn bevestigde formeel de herbenoeming van de Heer van de Keda tot kanselier, waarvoor deze zijn heer met een nieuwe, nog diepere buiging bedankte. De jongen, zijn bruid en zijn moeder zaten op kussens tussen een aantal priesters op de top van het podium, vijf treden boven de begane grond.
Vrouwe Mara droeg rood, want die ochtend was er een herinnerings-ceremonie voor de doden geweest. Het verdriet was haar nog duidelijk aan te zien: ze had diepe groeven in haar gezicht en bleke, holle wangen. De Heer van de Keda had medelijden met haar. Ze had tegen enorme weerstanden in een onmogelijke triomf behaald, maar daar had ze ook duur voor moeten betalen. Keyoke en haar adviseurs Saric en Incomo hadden hun leven gegeven, en vele officieren en soldaten waren gevallen in de strijd. Het huis Acoma had nog maar weinig hoge dienaren over aan deze zijde van het Wiel van het Leven. De Heer van de Keda groette de vrouwe persoonlijk. Niet veel heersers in het keizerrijk zouden zo veel hebben geriskeerd of zo veel hebben geofferd ten nutte van het algemeen belang!
Nadat de kanselier zich had teruggetrokken, werden vele andere functionarissen voor de keizer geroepen. De meesten behielden hun functie. Sommigen kregen promotie, anderen werden in schande weggestuurd, overigens zonder dat daar in het openbaar een reden voor werd gegeven.
Na een poosje bemerkte de Heer van de Keda dat Justijn aanwijzingen volgde van een slanke, donkerharige gestalte aan zijn rechterhand, die het uniform van een Keizerlijke Witte droeg. De kanselier bestudeerde de man, wiens gezicht in schaduw leek op te gaan, maar herkende hem niet. Dat was vreemd, want hij meende na zijn lange jaren bij Ichindar alle officieren van de keizerlijke garde te kennen. Vrouwe Mara scheen echter geen bezwaar te hebben, dus het zou wel in orde zijn.
Tenslotte waren alle ambtelijke functionarissen aan de beurt geweest en werd de ene Regerende Heer na de andere bij het Hemelse Licht geroepen om hem gehoorzaamheid te zweren. Voor sommigen was het duidelijk een moment van vreugde, voor anderen een bittere pil om te slikken, maar toen uiteindelijk ook de laatste van de edele families had geknield, stond Justijn op. 'Heren, het doet mij genoegen dat u allen, die ooit de Hoge Raad van de Naties hebt gevormd, mijn troonsbestijging hebt aanvaard.' Het van buiten geleerde tekstje kwam er wat hakkelend uit, maar daarna ging het beter. 'Sommigen uwer waren onze vijanden,' vervolgde Justijn, 'maar zijn dat nu niet meer. Vanaf nu geldt er een algehele amnestie voor misdrijven uit het verleden.' Justijns adviseur gaf hem een bemoedigend knikje. 'Weet voorts,' vervolgde de jonge keizer, 'dat alle bloedveten en oorlogen tussen huizen met onmiddellijke ingang moeten worden beëindigd en voortaan verboden zijn. Wie zijn hand verheft tegen zijn buurman valt mij aan! Ik bedoel: óns. Het keizerrijk.' De jongen bloosde even, maar niemand lachte om zijn verspreking, want met deze woorden had Justijn formeel uitgesproken dat er binnen het rijk werkelijk récht zou gelden: wie zou proberen het Spel van de Raad nieuw leven in te blazen zou mogen rekenen op keizerlijke wraak.
De keizer gaf zijn herauten een knikje - er schoot een lok rood haar onder zijn helm uit - en hun leider riep: 'Lujan, opperbevelhebber van de Acoma, verschijn voor uw keizer!'
Lujan kwam naar voren. Hij keek verbluft en verlegen. Weliswaar droeg hij ter ere van Mara zijn mooiste uniform, maar hij had niet verwacht officieel voor de keizer te moeten verschijnen. Hij knielde voor het Hemelse Licht en voor de vrouwe die hij al zo lang diende, maar die in haar rode rouwgewaad, en met de tiara van de regent op haar hoofd, bijna een vreemde voor hem leek.
Mara sprak tot haar legercommandant. Ze deed het zo zacht dat alleen de geprivilegieerden op de voorste rijen haar woorden konden verstaan. 'Saric, Keyoke en Irrilandi hebben hun leven gegeven om deze triomf, onze grootste, mogelijk te maken. Je bent door je keizer geroepen, Lujan, om de beloning te ontvangen voor je vele jaren prijzenswaardige dienst. Mogen jouw daden en jouw trouw alle krijgers in de naties tot voorbeeld strekken. Niemand onder de levenden heeft jouw standvastigheid in onze dienst geëvenaard.'
Lujan keek nog steeds verbijsterd toen Mara opstond en over de treden van het podium naar beneden afdaalde. Ze liep naar het hek, stak haar hand uit, liet Lujan opstaan en leidde hem een eindje verder, naar de plek waar een van de Keizerlijke Witten inmiddels een deurtje in het houten hekwerk had geopend. De soldaat salueerde voor Lujan toen vrouwe Mara hem door de opening naar het podium leidde, en Lujan, de onverschrokken legerleider die dwars tegen het bevel van de Assemblee in aan het hoofd van zijn mannen ten strijde was getrokken, werd bleek om zijn neus. Hij bewoog zich over de gladde tegelvloer alsof hij op eieren liep en keek alsof hij het liefste ergens héél ver weg zou zijn geweest.
Ondertussen wenkte keizer Justijn hem vanaf de top van het podium dat hij een trede hoger moest komen, en nog een, en nóg een... tot Lujan, de ervaren zwaardvechter, altijd vast ter been, tenslotte wankelend op het bovenvlak van het podium stapte. Daar maakte hij een zo diepe buiging voor Justijn dat zijn groene pluimen bijna de vloer raakten.
'Sta recht, Lujan.' De jongen grijnsde even genietend als toen hij zijn leraar voor het eerst met zijn houten oefenzwaard een gevoelige por in zijn ribben had weten te geven. Lujan leek echter zo verbouwereerd dat het bevel niet eens tot hem doordrong. Nu was het echter de stille adviseur in het uniform van een Keizerlijke Witte die hem een tikje met zijn teen gaf en hem iets toefluisterde dat alleen Lujan kon verstaan. Kennelijk was het iets effectiefs geweest, want de bevelhebber van de Acoma schoot overeind alsof hij door een wesp was gestoken. Vanuit zijn staande positie keek hij neer op het gezicht van de jonge keizer.
Justijns grijns had ondertussen een pesterig tintje gekregen. 'De keizer verleent hiermee aan Lujan, officier van de Acoma, het patent om een eigen huis te stichten. Laat het gehoord zijn door allen: de kinderen en bedienden en soldaten van deze krijger zullen de kleuren dragen die hij verkiest, en trouw zweren op de natami van het huis Lujan. De heilige steen ligt op zijn nieuwe heer en meester te wachten in de tempel van Chochocan. De schriftelijke bevestiging van het patent zal u nu worden overhandigd door de Goede Dienares, vrouwe Mara.' Justijn straalde van geluk en hij moest moeite doen om niet uit zijn plechtige rol te vallen. 'U mag nu buigen voor uw keizer en hem trouw zweren, heer Lujan van het huis Lujan.'
Lujan, die nog nooit van zijn leven om een flitsend weerwoord verlegen had gezeten, stond nu letterlijk met open mond, en het duurde even voordat hij zich voldoende had hersteld om een buiging te maken en min of meer elegant naar beneden te lopen.
Aan de voet van het podium stond vrouwe Mara op hem te wachten. Ze zag dat zijn ooghoeken verdacht glinsterden.
'Mijn vrouwe,' zei Lujan hees, nog steeds ongelovig en in verwarring.
Mara gaf hem een knikje. 'Mijn heer.' Lujan keek raar op bij het horen van die aanspreektitel, maar Mara duwde hem drie rollen perkament in zijn handen. Een ervan droeg het gouden keizerlijke zegel, de andere twee hadden groene linten met daaraan het shatrazegel van de Acoma.
Mara glimlachte. 'Mijn eerste rekruut, dapperste van alle grijze krijgers die ooit trouw hebben gezworen aan de Acoma, en oudste van mijn nog in leven zijnde vrienden, hiermee ontsla ik je formeel van je eed op de natami van de Acoma, en met het grootste genoegen, want vanaf nu ga je je eigen bestemming volgen. Vandaag is een groot huis geboren! Aan de titel van Regerend Heer, die je van het Hemelse Licht hebt ontvangen, wil de Acoma giften uit dankbaarheid toevoegen.' Ze gaf Lujan een kneepje in zijn hand. 'Om te beginnen zal het huis Luján alle landgoederen in eigendom krijgen die mij krachtens mijn geboorterecht toebehoorden. Dat betekent dat al mijn bezittingen in de omgeving van Sulan-Qu - het land, de opstallen en het vee - voortaan van jou en je erfgenamen zijn, Lujan, en dat de meditatietuin van mijn ouderlijk huis beschikbaar is om er jouw gewijde natami in te plaatsen.'
'Mijn vrouwe,' stamelde Lujan.
Mara was niet te stuiten. 'Mijn heer,' zei ze weer, 'in overeenstemming met zodanige bezittingen sta ik u toe, krachtens mijn positie als vrouwe van de Acoma, vijfhonderd van mijn soldaten in dienst te nemen. Dit aantal zal in ieder geval diegenen omvatten die reeds bij u waren tijdens uw periode als grijze krijger, en worden aangevuld, naar uw eigen keuze, door diegenen uit het huidige garnizoen die in uw dienst willen treden.'
Lujan leek eindelijk een beetje tot zichzelf te komen. In elk geval verscheen er nu een ondeugende glimlach om zijn lippen. 'Goden!' mompelde hij. 'Wacht maar eens tot de mannen dat horen! Ze begonnen met nidra's te gappen om aan eten te komen en eindigen als officieren van mijn eigen huis!' Hij grinnikte, en zou misschien het gehele protocol vergeten zijn als Mara hem niet met een tikje op de derde rol in zijn handen bij de les had gehouden.
'Er wordt je ook een ereplaats in de clan Hadama aangeboden, als je dat wenst,' besloot ze. 'Als Keyoke vandaag nog had geleefd, zou hij hebben gezegd dat je een uitstekende leerling bent geweest. Hij beschouwde Papewaio als de zoon van zijn hart - na mijn broer Lanokota. Jij was zijn jongste zoon... en tenslotte was hij op jou trotser dan op wie ook.'
Lujan voelde een steek van verdriet bij de herinnering aan de oude man, die hem zijn vertrouwen had gegeven en zijn leiders talent zo ruimhartig alle kansen had gegeven. Bij wijze van saluut aan zijn oude mentor bracht Lujan de drie perkamentrollen naar zijn voorhoofd. 'U bent veel te vrijgevig,' mompelde hij tegen Mara. 'Als alle nidradieven in het rijk horen hoe hoog ze kunnen eindigen, bent u straks heerseres over een stelletje tuig.' Toen werd zijn gezicht weer ernstig. Hij maakte een buiging. 'In mijn hart zult u steeds mijn meesteres blijven, vrouwe Mara. Laat de kleuren van huis Lujan grijs en groen zijn: grijs als herinnering aan mijn herkomst, groen als herinnering aan de Acoma, die me dit toppunt van eerbewijs heeft geschonken!'
'Grijs en groen zullen de kleuren van huis Lujan zijn!' galmde een keizerlijke heraut aan de voet van het podium.
Mara glimlachte. 'En nu wegwezen!' fluisterde ze haar moedige ex-legercommandant toe. 'Gehoorzaam mijn laatste bevel, waarvan ik in Chakaha heb moeten zweren dat ik het je zou geven! Trouw een geweldige vrouw, krijg kinderen en leef gelukkig tot je haren spierwit zijn van ouderdom!'
Lujan bracht haar een zwierig saluut, draaide zich om en marcheerde tussen de rijen van zijn gelijken door naar buiten.
De Keizerlijke Witte naast de keizer fluisterde achter zijn hand: 'Ik durf te wedden dat hij binnen een uur dronken is!'
Justijn keek op naar het vertrouwde gezicht van Arakasi. 'Doe maar niet zo schijnheilig. Jouw beurt komt ook nog wel!'
Hoewel de spionnenmeester zijn jonge monarch vragend aankeek, gaf Justijn geen nadere uitleg. In plaats daarvan rechtte hij zijn schouders. Niet alle keizerlijke besluiten waren even plezierig om te verkondigen. Hij gaf de heraut een knikje, waarna deze Hokanu van de Shinzawai opriep.
Deze keer werden er tussen de aanwezige Regerende Heren blikken gewisseld die niet geheel vrij waren van jaloezie. Tot dan toe had vrouwe Mara zich een faire regent betoond, maar nu, zo verwachtten sommigen, zou ze haar corruptheid alsnog bewijzen door haar echtgenoot in een of andere bespottelijke machtspositie te benoemen.
Als dat waar was, liet Hokanu er in elk geval niets van blijken. Zijn gezicht stond volkomen neutraal toen hij zijn buiging maakte voor het Hemelse Licht.
Hoewel Hokanu uiteraard voor de keizer had gebogen, ging zijn blik automatisch Mara's kant op, nadat hij zich had opgericht. De vrouwe leek allerminst blij met die aandacht. Nog bleker dan daarstraks keek ze glazig in de verte toen Justijn aan zijn proclamatie begon.
'Laat alle aanwezigen horen en vernemen, dat uw keizer handelt naar hij verplicht is ten nutte van het rijk. Het is officieel vastgelegd, krachtens een ceremonie die gisteren heeft plaatsgevonden in de tempel van Juran, dat het kind Kasuma door haar vader is voorbestemd om de mantel van de Acoma te erven.' Justijn pauzeerde even om adem te halen en zijn stem te dwingen tot een vastheid die de krachten van zijn leeftijd eigenlijk te boven ging. 'Dit heeft onze aandacht gevestigd op de Shinzawai, thans immers een huis zonder erfgenaam geworden. Om die reden, en omdat ze door een priester van Hantukama onvruchtbaar is verklaard, heeft vrouwe Mara een verzoek tot echtscheiding ingediend.' Justijn sloeg zijn ogen neer en keek met een ongelukkige blik naar zijn voeten. 'Als Hemels Licht heb ik het juist geoordeeld, ten nutte van het rijk, dit verzoek in te willigen.'
Er ging meteen een druk geroezemoes door de volle zaal.
Hokanu keek verbijsterd, maar gaf voor het overige geen krimp. Alleen in zijn ogen, die Mara's blik zochten, was een kreet van pijn te zien.
Justijn maakte achter een po!s een geluidje dat op een onderdrukte snik leek. 'De Shinzawai is een te groot en gewichtig huis,' vervolgde hij toen, 'en te belangrijk voor dit rijk, om het gevaar van interne verdeeldheid wegens blijvend ontbrekende erfopvolging te riskeren. Heer Hokanu wordt hiermede door zijn keizer bevolen een bruid te kiezen en te hertrouwen, met het oogmerk erfgenamen te verwerven.'
Het was Mara die van het podium afdaalde om Hokanu de bijbehorende gezegelde papieren te overhandigen. Ze deed dat in een gechoqueerde stilte, en daarna in gedempt gefluister, want iedereen wist en zag dat ze zielsveel hield van haar echtgenoot. Haar smartelijke offer legde de kleingeestige achterdocht van zelfs de meest ambitieuze en cynische Regerende Heren het zwijgen op. Ze hadden haar verkeerd beoordeeld: ze was waarachtig een Dienares van het Keizerrijk. Ze handelde zonder eigenbelang, zelfs als ze zichzelf daarmee verschrikkelijk veel pijn deed.
Het voormalige echtpaar ontmoette elkaar aan de voet van het podium. Ze bevonden zich in de volste openbaarheid en konden elkaar daarom niet huilend in de armen vallen. Mara was daar erg blij om. Alleen de aangeboren trots van haar familie weerhield haar van wanhopig hulpgeroep. Haar hart verzette zich nog hevig tegen de brute scheiding. Het liefste zou ze Hokanu aan zijn voeten zijn gevallen om hem te smeken de door Justijn die morgen met tranen in zijn ogen ondertekende papieren alsnog te verscheuren.
Ze was van plan geweest niets te zeggen, maar de woorden ontglipten haar. 'Ik moest! Lieve goden, ik houd nog steeds van je, maar dit was...' Ze zweeg en moest haar uiterste best doen om haar tranen tegen te houden.
'Het moest,' beaamde Hokanu schor. Zijn stem klonk even onzeker als de hare. 'Het keizerrijk eist al onze kracht.'
Zijn heldere begrip van de noodzaak van haar keuze was als een snijdend zwaard - een geschenk dat heel haar vastbeslotenheid dreigde te ondermijnen. Mara hield de perkamentrol met zijn akelige besluiten en officiële zegels vast alsof ze er nooit van wilde scheiden, maar Hokanu trok hem behoedzaam uit haar handen. 'Je zult altijd mijn vrouwe zijn,' mompelde hij. 'Ik zal dan mijn verdere nageslacht bij een ander moeten verwekken, maar mijn hart zal altijd bij jou blijven.' Zijn handen trilden, en zo ook de linten en het gouden zegel aan de rol. Hokanu kreeg een doffe uitdrukking van pijn in zijn ogen, want opeens moest hij terugdenken aan de heilige priester van Hantukama die hem destijds vriendelijk, maar duidelijk had laten weten dat hij té veel van zijn vrouwe hield, ten koste van zichzelf. Nu pas begreep Hokanu ten volle hoe juist dat verwijt was geweest: bijna had hij uit liefde voor Mara het hele huis Shinzawai in gevaar gebracht.
Het keizerrijk kon zich eenvoudig geen zwakke plekken permitteren, en zeker niet wegens een hartsaangelegenheid. Mara had gelijk, hoe navrant dit bittere besluit ook was, juist op het moment van hun grootste victorie. Zij had de noodzaak van de scheiding helder ingezien, en hij had haar besluitvorming versneld en versterkt door zo stijfkoppig afstand te doen van Kasuma's erfdochterschap van de Shinzawai.
Zijn plicht was helder, hoe pijnlijk ook. Hij moest onmiddellijk akkoord gaan, voordat hij de moed om dat te doen zou verliezen. Ook hij moest nu nogmaals een offer brengen tot nut van het keizerrijk. Hij stak zijn hand uit en duwde Mara's kin met een vinger zachtjes omhoog tot ze elkaar in de ogen keken. 'Word geen vreemde voor mij, vrouwe Dienares,' mompelde hij. 'Ik zal u altijd welkom heten, en u graag terzijde staan met mijn gezelschap en met raad en raad. En u zult steeds bovenaan blijven staan in mijn affectie.'
Mara slikte. Ze was sprakeloos. Weer had Hokanu feilloos de juiste toon en woorden weten te vinden. Ze zou zijn stabiele persoonlijkheid, zijn tederheid in bed en zijn fijngevoeligheid missen, maar ook zij wist: als ze hem nu deze beslissing niet opdrong, zou hij zonder zoon en erfgenaam sterven. En dan zouden zijn zeldzame kwaliteiten mét hem sterven, hetgeen in zekere zin een misdaad tegen de mensheid zou zijn.
'Ik hou van je,' fluisterde ze geluidloos.
Maar hij had al gebogen en afscheid genomen, en zijn tred was zo vast alsof hij ten strijde trok.
De toekijkende heren waren diep onder de indruk. Hokanu's moed stemde hen tot bescheidenheid en Mara's stille, maar overduidelijke hartsverdriet maakte hen allen beschaamd. Het keizerrijk ging een nieuwe periode van de geschiedenis in, maar het opmerkelijke paar dat dankzij grote offers voor deze renaissance had gezorgd bleek nog stééds grote offers te moeten brengen om zelf het lichtende voorbeeld te kunnen geven. Zij waren zojuist getuige geweest van het summum van eer. Er was een nieuwe standaard gezet: voortaan konden eer en schaamte worden afgemeten door het eigen gedrag te vergelijken met dat van vrouwe Mara en heer Hokanu.
Op het podium moest de jongen die zojuist zijn geliefde vader had moeten wegzenden een brok uit zijn keel wegslikken. Hij wierp een snelle blik op zijn bruid, Jehilia, en slikte nogmaals. Toen rechtte hij zijn schouders - het leek even alsof ze nu al begonnen in te zakken onder het kolossale gewicht van de keizersmantel- en wenkte de heraut.
Deze ontbood vrouwe Mara van de Acoma, Dienares van het Keizerrijk.
Mara leek het aanvankelijk niet te horen. Ze staarde nog steeds in de richting waarheen Hokanu was verdwenen. Toen rechtte ook zij haar schouders en beklom de treden van het podium. Boven gekomen boog ze voor het Hemelse Licht. Justijn was aan het einde gekomen van de toespraakjes die hij had kunnen voorbereiden en had kennelijk geen zin meer in overdreven plechtigheid. 'Moeder,' riep hij, met een ondeugende grijns, 'voor u, die alle voorgaande Dienaren van het Keizerrijk hebt overtroffen in uw verdiensten voor de naties...' Justijn liet een pauze vallen, waarschijnlijk omdat hij de draad van de zin kwijt was geraakt. Jehilia gaf hem een niet al te discrete por in zijn zij en fluisterde iets. 'O ja,' zei Justijn, na een korte, verraste blik naar zijn echtgenote, 'voordat ik het vergeet: u zult het regentschap van onze heerschappij aanvaarden tot onze vijfentwintigste verjaardag.'
Er klonk een beschaafd applaus op, dat echter snel aanzwol. De eregarde van de Acoma begon luidruchtig te joelen, de Keizerlijke Witten juichten hun kelen schor, en de blauwgeharnaste krijgers van de Shinzawai wilden daarbij niet achterblijven. De ene Regerende Heer na de andere sprong overeind en begon met zijn voeten te stampen en vrouwe Mara toe te juichen. Justijn zwaaide met zijn armen om de rust te herstellen, maar het duurde een hele tijd voordat hij zich boven het kabaal uit weer een beetje verstaanbaar kon maken. 'Voor u, vrouwe Mara, grootste van alle Dienaren van het Keizerrijk, kwam het ons gepast voor een geheel nieuwe eretitel in het leven te roepen,' riep hij. Justijn ging staan en stak zijn handen in de lucht. 'We benoemen vrouwe Mara tot Vrouwe van het Keizerrijk.'
De amper gedempte ovaties zwollen weer aan, nu tot waarlijk oorverdovende sterkte.
Hoe buitengewoon vreemd, mijmerde Mara, was toch de levensloop die de goden haar hadden doen volgen. Ze was de gehele bevolking van de naties als haar familie gaan zien, en haar zoon, kind van een slaaf van de barbarenwereld, had de troon en de titel Hemels Licht verworven ...
De Heer van de Keda kon zijn nieuwsgierigheid omtrent de geheimzinnige adviseur in het uniform van een Keizerlijke Witte naast Justijns troon pas laat die middag bevredigen. De keizer had een select gezelschap uitgenodigd voor een bijeenkomst in een van zijn privé-vertrekken.
Dat was natuurlijk niet zomaar een kamertje, maar een forse zaal op zich, waarin het wemelde van de fraai beschilderde schermen en glimmend gepoetste vergulde lijsten. Justijn had zijn ceremoniële harnas afgelegd en zich in een met gouden zomen afgezet gewaad gehuld, dat hij in de garderobe van zijn voorganger had aangetroffen. Het hing hem ietwat te wijd om zijn jongenslichaam, maar was op een paar vitale punten ingenomen met behulp van kostbare metalen spelden.
De Heer van de Keda kwam binnen, maakte een buiging voor de jonge keizer, die op kussens op een laag podium zat, en keek toen nieuwsgierig om zich heen naar de andere aanwezigen.
Vrouwe Mara droeg nog steeds haar rode rouwjurk, maar naast haar zat de mysterieuze lijfwacht. Zijn haren waren nog nat van een bad, maar deze keer droeg hij niet meer het witte uniform van een gardist. Zijn magere, sterke lichaam was gehuld in een vaag soort gewaad, waarvan de zomen een subtiel groen biesje droegen. Het gezicht van de man stond waakzaam en zijn slanke handen lagen netjes gevouwen, kalm op zijn schoot. Aan zijn ogen was te zien dat het een intelligent iemand was: hun blik was scherpzinnig en alert, en miste niets. Het moest bovendien een zeer snél iemand zijn, vermoedde de Heer van de Keda, die een bijzonder talent had om mensen te beoordelen. Deze man zou adequaat en zonder aarzelen optreden in een crisis, maar nu had hij iets verstrooids over zich - alsof hij met zijn gedachten niet helemaal bij de andere aanwezigen was.
Mara had de onderzoekende blik van de Heer van de Keda opgemerkt. 'Laat me u voorstellen aan Arakasi, een waardevolle dienaar van de Acoma, die mijn hoogste respect heeft verdiend.'
Dat wakkerde de nieuwsgierigheid van de kanselier nog verder aan. Kon deze non-descripte man met zijn bijna griezelige opmerkzaamheid de befaamde spionnenmeester zijn, die de Acoma altijd zo miraculeus goed op de hoogte had gehouden van de ontwikkelingen?
De man antwoordde hem rechtstreeks, alsof hij - óók griezelig! - zijn gedachten van zijn gezicht had kunnen lezen. 'Ik heb mijn vorige functie neergelegd,' gaf hij toe. Zijn stem klonk als half afgesleten fluweel. 'Ik was inderdaad de spionnenmeester van de Acoma. Nu heb ik ontdekt dat het leven en de natuur diepere geheimen bevatten dan intriges die door mensen verzonnen zijn.'
De Heer van de Keda dacht na over deze opmerkelijke woorden en de fascinerende man die ze had uitgesproken.
Maar de keizer was nog veel te jong voor filosofische subtiliteiten. Hij schuifelde ongeduldig op zijn kussens en klapte toen in zijn handen om een loopjongen te roepen. 'Haal de gevangene!'
Even later kwamen er twee Keizerlijke Witten binnen, die een magere man met afgebeten nagels en buitengewoon slimme ogen flankeerden. De kanselier herkende Chumaka, die wijlen heer Jiro had gediend als Eerste Adviseur. Hij fronste zijn voorhoofd. Waarom was hij geroepen om hierbij aanwezig te zijn? Als kanselier had hij geen rechtsprekende functie, maar was hij slechts het hoofd van het ambtelijk apparaat van de keizer. En natuurlijk ging het hier om een beschuldiging van verraad. Het was duidelijk dat Jiro achter de moord op keizer Ichindar had gezeten. De Omechan had de beschikking gekregen over de belegeringsmachines om Jiro daarmee te ondersteunen en de Anasati op de troon te helpen. Het kon niet anders of Chumaka was daarbij direct betrokken geweest. Waarschijnlijk waren de dodelijke plannen voor een belangrijk deel door hemzelf bedácht.
Mara zag de verwondering op het gezicht van haar kanselier. 'U bent hierheen geroepen om getuige te zijn,' legde ze rustig uit. Daarna keek ze naar Chumaka, die een diepe buiging maakte voor de keizer. Vervolgens knielde hij neer voor Mara en boog hij zijn hoofd tot op de grond. 'Grote vrouwe,' mompelde hij, 'ik heb gehoord van uw reputatie. Ik geef mij over aan uw genade en smeek u nederig om mijn leven.'
De Heer van de Keda trok zijn wenkbrauwen op. De man was Eerste Adviseur van Jiro geweest, dan was hij toch zeker betrokken geweest bij de moord op Hokanu's vader en bij de poging om vrouwe Mara zelf te vergiftigen?
Het was aan Mara's gezicht te zien dat dezelfde gedachten ook door háár hoofd gingen. De strakke lijn van haar lippen duidde bovendien op een diepere smart: zonder de bemoeienis van deze man zou ze misschien nog in staat zijn geweest om een kind te baren en had ze de echtgenoot van wie ze hield niet weg hoeven te sturen.
Chumaka handhaafde zijn onderdanige houding. Er was geen arrogantie in zijn lichaamstaal - hij scheen zijn zelfvernedering oprecht te menen.
'Justijn,' mompelde Mara. Haar stem was hees.
De jongen keek zijn moeder aan op een manier die opstandigheid aankondigde.
Mara zette zich al schrap, maar toen was het Arakasi die de jongen in haar plaats begeleidde.
'Majesteit,' begon hij, deze keer met een roestige stem, 'er zijn tijden om grieven te koesteren en tijden om clementie te betrachten. Ik raad u aan als man en als keizer te oordelen, en een verstandig oordeel te vellen. De man die zich aan uw genade heeft overgeleverd is de briljantste tegenstander die ik in mijn loopbaan ben tegengekomen. U hebt alle andere vijanden binnen de naties al amnestie verleend, maar voor deze man moet u een uitzondering maken. Geef opdracht hem te executeren, of levenslang te verbannen, of laat hem trouw zweren aan uw kroon en geef hem een functie. Hij is veel te gevaarlijk om hem zomaar los rond te laten lopen.'
Justijn had zijn rode wenkbrauwen vragend opgetrokken. Hij dacht lang en diep na. 'Ik kan geen beslissing nemen,' zei hij tenslotte. 'Moeder, deze man is voor meer verdriet verantwoordelijk geweest dan welke andere man ook. Zijn leven is aan u. Doe ermee wat u wilt.'
De vrouw in de rode kleur van de rouw kwam in beweging. Ze keek naar het sterk uitdunnende haar van de man aan haar voeten. Het duurde lang voordat ze woorden vond. 'Richt je op, Chumaka.'
De gevangene gehoorzaamde. Hij keek naar de vrouwe die over zijn lot zou beslissen, en aan de lege donkerte van zijn ogen zagen alle aanwezigen hetzelfde: deze man wist geen enkele reden waarom de vrouwe hem genade zou moeten schenken. 'Zoals mijn vrouwe wenst,' zei hij met doffe stem.
Mara's blik boorde zich in de zijne. 'Antwoord me op je eer en zweer het bij je geest, die ook na je huidige leven aan het Wiel van het Leven geketend zal zijn: waarom heb je het gedaan?'
Ze specificeerde niet voor welke van zijn misdaden hij zich moest verantwoorden. Misschien omdat het opsommen daarvan haar te sterk zou aangrijpen. Of misschien was het een list, en wilde ze haar conclusies kunnen trekken uit de keuze die hij maakte.
Chumaka liet zijn grote intellect snel werken. Ze had een algemene vraag gesteld, dus hij moest in globale termen antwoorden. En voor het eerst in zijn lange, achterbakse leven, zo besloot hij, zou alleen de volle waarheid hem misschien kunnen redden. 'Om mijn meester te dienen, ten dele. Maar in hoofdzaak wegens mijn liefde voor het Grote Spel, mijn vrouwe. Wat dat betreft, diende ik mezelf, en niet Jiro, noch Tecuma vóór hem. Ik was trouw aan het huis Anasati, jawel, maar tegelijk ook niet. Ik heb gedaan wat mijn heer mij vroeg, maar het genoegen om de politiek te manipuleren was altijd een eigen, privé-vermaak voor mijzelf. U bent de briljantste speler die de goden ooit op deze wereld en onder deze zon hebben laten verschijnen, vrouwe.' Hij zweeg even, en besloot toen: 'U te verslaan zou de schitterendste triomf in de hele historie van het Grote Spel zijn geweest!'
Arakasi's hart sloeg een slag over. Nu pas begreep hij ten volle wat de drijfveren waren geweest van de man die hem in sluwheid en originaliteit bijna had afgetroefd. 'Daar heb ik me op verkeken,' bekende hij, alsof hij en Chumaka alleen in de zaal waren. 'Ik heb gedacht dat je werkte voor de eer van je meester. Dat heeft me een paar keer op het verkeerde been gezet. Het waren uiteindelijk altijd je eigen motieven en eerzucht waar het om draaide, en Jiro's eer kon je niks schelen!'
Chumaka boog zijn hoofd. 'Winnen, jawel, was altijd mijn doel. Maar de eer van de meester maakt deel uit van een victorie.' Toen richtte hij zich weer tot vrouwe Mara. 'Niemand begrijpt dit beter dan u, meesteres. Want het is de winnaar die bepaalt wat eervol is, en wat niet.'
Daarna zweeg hij, in afwachting van zijn vonnis.
De Vrouwe van het Keizerrijk kneep haar handen strak samen en legde ze op haar schoot. Toen ze sprak, een poosje later, was het wederom niet alleen maar namens haarzelf. 'Zou je het keizerrijk willen dienen, Chumaka?'
De voormalige adviseur van de Anasati kreeg meteen een glinstering in zijn ogen. 'Met genoegen, meesteres! Wat ze ook allemaal hebben beloofd aan gehoorzaamheid en trouw, geloof maar dat er onder degenen die vanavond uw feestwijn drinken nu al figuren zijn die plannen verzinnen om aan de poten van de keizerstroon te gaan zagen. Helpen dit nieuwe rijk voor instorting te behoeden is de mooiste uitdaging waarvoor iemand als ik zich gesteld kan zien!'
Mara verplaatste haar blik naar Arakasi. 'Zou je deze man het beheer van je netwerk toevertrouwen?'
De spionnenmeester van de Acoma kneep zijn ogen samen en antwoordde toen nagenoeg zonder aarzeling: 'Ja. Hij zou mijn spionnen beter kunnen leiden dan ik. Zijn trots op zijn werk is een betere garantie voor hun veiligheid dan wat ik te bieden heb, zelfs voordat ik... tekenen van zwakte begon te vertonen.'
Mara knikte peinzend. 'Dat dacht ik ook. Je wist toen nog niet dat je een hart had. Dat heb je nu gevonden, maar daar hoeven we bij Chumaka niet bang voor te zijn: hij hééft er gewoon geen, behalve voor zijn werk.' Toen keek ze Chumaka weer aan. 'Je zult zweren je keizer te zullen dienen als zijn spionnenmeester. Als straf voor je misdaden tegen het keizerrijk, en als boetedoening, zul je het nieuwe Hemelse Licht dienen tot en met je allerlaatste ademtocht. De Heer van de Keda treedt op als getuige.'
Toen Chumaka de opmerkelijke vrouwe aankeek, die een zo groot hart bezat dat ze hem zelfs het persoonlijke verdriet dat hij haar had bezorgd bleek te kunnen vergeven, was hij aanvankelijk zo sprakeloos en ongelovig dat hij pas op het idee kwam om haar te bedanken toen ze hem al had weggestuurd. 'Neem hem mee,' had ze tegen de kanselier gezegd. 'Laat hem de eed afleggen en zet de afspraken op schrift.'
Nadat de Keizerlijke Witten, de kanselier en Chumaka de zaal hadden verlaten, was alleen Arakasi nog bij Justijn en Mara. De vrouwe bekeek de getalenteerde man, die in honderden vermommingen had rondgelopen - van de lompen van een bedelaar tot en met het gouden gala-uniform van een Keizerlijke Witte. Ze was hem veel dank verschuldigd. Zonder hem zou ze niet hebben bereikt wat ze hád bereikt, maar zijn snelle intelligentie en zijn vermogen om onbevooroordeeld naar dingen te kijken en als klankbord te dienen hadden veel meer voor haar betekend dan alleen maar trouw, of plicht, of voortreffelijke dienstverlening. 'Dan heb ik eigenlijk nog maar één vacature,' zei Mara, nu met een zweem van een glimlach om haar lippen. 'Wil je de mantel van Eerste Adviseur aannemen? Ik zou echt niemand anders weten die snel genoeg van geest is om Justijn van kattenkwaad af te houden.'
Arakasi reageerde met een verrassend spontane grijns. 'Wat vindt Justijn ervan?'
Mara en haar voormalige spionnenmeester keken beiden naar de jonge keizer, die zeer beteuterd keek.
'Hij denkt dat hij nu allerlei plannetjes wel uit zijn hoofd kan zetten,' concludeerde Mara lachend. 'Daarmee is de zaak wel beslist. Wil je het doen, Arakasi?'
'Het zal me een eer zijn,' antwoordde hij plechtig, maar toen brak er een brede lach door op zijn gezicht. 'Nee, meer nog: het zal me een genoegen zijn!'
'Sta dan morgen klaar om met je plichten te beginnen,' besloot Mara. 'Deze avond is nog voor jou, om je vrouwe Kamlio te bezoeken.'
Arakasi trok een enkele wenkbrauw op - iets wat Mara noch Justijn hem ooit eerder hadden zien doen.
'Wat is er?' vroeg Mara vriendelijk. 'Heeft het meisje je aanzoek afgewezen?'
Arakasi's gezichtsuitdrukking kreeg iets verwonderds. 'Dat heeft ze niet. Ze heeft er zelfs in toegestemd dat ik haar het hof mag maken - voor een ex-courtisane heeft ze opeens erg veel omgangsvorm-technische noten op haar zang. Haar stemmingen zijn nog steeds wisselvallig, maar ze is niet meer het mokkende kind dat u hebt meegenomen naar Thuril.' Hij schudde zijn hoofd - een beetje alsof hij het maar nauwelijks kon geloven. 'Nu ze haar eigenwaarde heeft ontdekt, is het nog maar de vraag of ik goed genoeg ben voor háár!'
'Dat komt wel in orde,' verzekerde Mara hem. 'Ik heb het gezien. Zet je twijfels van je af.' Toen keek ze nog eens goed naar de man wiens innovatieve gedachten haar zo vaak hadden gestimuleerd tot stoutmoedige ideeën en drieste stappen. je wilt me een gunst vragen,' raadde ze.
Arakasi keek een beetje gekweld. 'Eerlijk gezegd, ja, dat wil ik.'
'Vooruit dan,' zei Mara. 'Als het in mijn macht ligt, dan heb je al ja.'
De man in het onopvallende, groengebiesde gewaad, die vanaf morgen het wit-en-goud van de keizerlijke staf zou dragen, glimlachte verlegen. 'Ik zou u willen vragen Kamlio een tijdje te detacheren bij vrouwe Isashani van de Xacatecas,' zei hij toen, slecht op zijn gemak.
Mara moest hartelijk lachen. 'Briljant!' riep ze uit, toen ze weer kon praten. 'Natuurlijk! Niemand, man noch vrouw, heeft ooit kunnen ontsnappen aan Isashani's charme. Kamlio is daar uitstekend op haar plaats en je zult er een voortreffelijk getrainde echtgenote aan overhouden.'
Arakasi's ogen glinsterden. 'Ze zal in elk geval een handige intrigante worden, vrees ik.'
Mara gebaarde Arakasi dat hij verlof had om te vertrekken. 'Het wordt hoog tijd dat jij eens van iemand wat tegenwicht krijgt,' zei ze plagend. 'Ga vrouwe Isashani maar vertellen dat het welslagen van een van de gevoeligste koppelingen in het rijk nu in haar handen ligt. Dat zal ze verrukkelijk vinden!'
'Waarom?' vroeg Justijn botweg, nadat Arakasi was vertrokken. 'Amuseren álle vrouwen zich met zulk soort dingen?'
De Vrouwe van het Keizerrijk zuchtte, maar ze keek haar zoon liefdevol aan, al kon zijn openhartigheid wel eens pijnlijk zijn en blosjes van verlegenheid veroorzaken. 'Ga maar eens rondkijken in de harem van je voorganger, dan ontdek je het zelf wel,' zei ze, maar toen er in Justijns ogen meteen een ondeugende glans verscheen corrigeerde ze zichzelf snel: 'Nee, bij nader inzien kun je dat deel van je opvoeding beter laten wachten tot je volwassen bent. Je lijkt te veel op je vader om je zomaar los te laten op een stel vrouwen in de aanvallige leeftijd.'
'Hoezo?' wilde Justijn weten.
Mara schonk haar zoon een vaag glimlachje. 'Als je volwassen bent, zal ik niet meer je regent zijn, snap je?'
De tuin was omsloten: een veilige groene haven, omringd door bloemen en bomen en fonteinen. Mara liep over de paden en zocht rust. Hokanu liep naast haar. Soms zei hij iets, vaker sloot hij zich aan bij haar zwijgen.
'Ik zal je missen,' zei hij nu, abrupt van onderwerp veranderend.
'Ik jou ook,' zei Mara - snel, voordat ze haar stem kwijt zou zijn. 'Meer dan ik kan zeggen.'
Hokanu gaf haar een dappere glimlach. je hebt het roddelwezen een geweldige impuls gegeven en vrouwe Isashani druk aan het werk gezet. Ze is me nu al aan het koppelen en heeft brieven naar ettelijke huwbare dochters in alle uithoeken van het land gestuurd.'
Mara probeerde om zijn grapjes te lachen. jij bent het beste wat een vrouw zich als echtgenoot kan wensen. Jij gaf je liefde zonder voorbehoud en hebt me nooit in mijn lotsbestemming gedwarsboomd.'
'Welke man zou dat kunnen?' zei Hokanu plagend, maar niet zonder frustratie, want hij dacht aan de moordenaar die haar met zijn gemene gif wel degelijk had gedwarsboomd - anders had Hokanu haar nu niet hoeven te verlaten.
Mara plukte een witte bloem. Hokanu nam hem van haar over en stak hem liefdevol in haar haren, zoals hij al eens eerder had gedaan. Er was meer grijs tussen het zwart, deze keer, waardoor de bloem des te beter bij de kleuren van het haar leek te passen.
'Je hebt me een prachtige erfdochter gegeven,' zei Mara. 'En op een dag zal ze broers hebben die jouw zonen zijn.'
Hokanu kon alleen maar knikken. Ze liepen een poosje zwijgend naast elkaar. 'Het heeft een bepaalde elegantie dat jij als Regerende Vrouwe zult worden opgevolgd door Kasuma,' zei Hokanu toen, met een melancholiek glimlachje om zijn lippen. 'Door onze dochter. Het zou mijn vader plezier doen te weten dat onze kinderen twee grote huizen zullen regeren.'
'Dat doet hem plezier,' verkondigde een stem.
Hokanu en Mara draaiden zich verrast om. Het was Fumita, in zijn zwarte mantel, en hij boog voor het tweetal. 'Meer dan je weet... zoon.' Dit toegeven van zijn bloedverwantschap was hem niet afgedwongen, maar een onopgesmukte erkenning, mogelijk geworden door de veranderde status van de Assemblee. Er verscheen een stralende glimlach op het strenge gezicht van de magiër. 'Vrouwe Mara, weet altijd dat ik u ook als mijn dochter zie.' Toen veranderde zijn houding in die van een officiële boodschapper. 'Ik heb gevraagd of ik degene mocht zijn die de grote vrouwe zou inlichten over de uitkomst van het beraad binnen de Assemblee. De beslissing is met tegenzin genomen, maar de magiërs geven toe aan haar eisen. Onze broederschap zal zich verantwoorden volgens de nieuwe wetten, zoals deze door keizer Justijn aan de naties zullen worden opgelegd.'
Mara boog respectvol haar hoofd. Ze verwachtte nu eigenlijk dat Fumita op de abrupte manier van de magiërs weer zou vertrekken, maar zijn openlijke erkenning dat hij de vader was van zijn zoon scheen ook sluizen te hebben geopend voor andere nieuwigheden, want hij treuzelde met weggaan.
'Mijn zoon, mijn dochter,' verklaarde hij, 'ik wil dat jullie beiden weten dat jullie moedige acties worden goedgekeurd. Jullie hebben de huizen Acoma en Shinzawai bijzondere eer bezorgd. Ik zou alleen erg graag hebben gezien dat mijn broer, Hokanu's stiefvader, dit nog had mogen meemaken!'
Hokanu bleef onbewogen kijken, maar Mara zag evengoed dat hij gloeide van trots. Tenslotte drong er dan toch een dubbelzinnig glimlachje door zijn krijgers façade heen, dat bijna meteen werd gevolgd door een spiegelbeeldversie op het gezicht van Fumita. 'Ik geloof dat de telgen van het huis Shinzawai geen uitblinkers zijn in het vasthouden aan tradities,' stelde de magiër vast. Tegen Mara voegde hij eraan toe: 'U zult misschien nooit weten hoe moeilijk het voor onze soort soms is geweest om ons oude leven, van vóór de erkenning van onze magische talenten, op te geven. En voor mensen als ik, die al volwassen waren en gezinnen hadden toen dat moest gebeuren, is het extra lastig geweest. De geheimen van de Assemblee hebben onze gevoelens gekortwiekt, denk ik vaak. Dat is een tragische fout geweest. We werden gedwongen onze gevoelens achter muren af te schermen, en als gevolg daarvan namen we wreedheden waar als abstracte dingen, die ergens ver weg plaats vonden. Deze veranderingen geven ons een nieuwe start en een nieuwe kans om onze eigen menselijkheid weer tot leven en tot bloei te brengen! Al gauw zal de Assemblee er niet onderuit komen om jullie dankbaar te zijn, en daarna zal ze de herinnering aan vrouwe Mara tot in lengte van jaren moeten prijzen!'
De Vrouwe van het Keizerrijk omhelsde de magiër - een vertrouwelijkheid die ze zich vroeger niet in haar hoofd zou hebben gehaald. 'Bezoek het keizerlijke hof vaak, Fumita. Uw kleindochter Kasuma moet nog wennen aan het genoegen een echte grootvader te hebben.'
Alsof zijn familiale emoties hem te veel dreigden te worden, nam Fumita hierna met een bruuske buiging afscheid, en verdween hij een hartslag later.
Mara en Hokanu mochten nog even genieten van hun privacy. De fonteinen klaterden en de bloemen verspreidden hun rijke geuren in de schemerige avondlucht.
Het duurde niet lang: er verscheen een page. 'Vrouwe, het Hemelse Licht verlangt de aanwezigheid van zijn vader en de Vrouwe van het Keizerrijk om hem te beraden.'
'Politiek,' verzuchtte Mara. 'Zijn het de danspassen of wijzélf die de dans leiden?'
'De danspassen natuurlijk.' Hokanu glimlachte. 'Anders zou ik je nooit verlaten, vrouwe!'
Hij draaide zich naar haar toe en bood haar zijn arm, waarna hij haar met een moed die op aangeboren waardigheid en innerlijke beschaving berustte naar het paleis leidde, het toneel van haar nieuwe rol als regent voor de keizer, als Vrouwe van het Keizerrijk.