25 Samenkomst

 

Chumaka glimlachte.

Hij wreef zich stevig in zijn handen, alsof hij ze wilde verwarmen, hoewel het buiten een hete dag was. Niet op kou reageerde hij, maar op een opwindend bericht. 'Eindelijk, eindelijk,' mompelde hij. Weer pakte hij het gekreukelde velletje goedkoop papier op van het tafeltje. De ogenschijnlijk slordig geschreven tekst was in feite een gecodeerde boodschap, maar dan een waar Chumaka al heel lang op had gewacht. Hij negeerde de verbaasde blik van zijn klerk en haastte zich op weg naar zijn meester.  

Jiro bracht zijn middagen bij voorkeur in afzondering door. Hij deed nooit een dutje en evenmin gebruikte hij dit deel van de dag om zich te amuseren met een concubine, zoals veel andere heren deden. Jiro had ascetische voorkeuren. Hij vond het gekwebbel van vrouwen maar tijdverspilling, en wel in die mate dat hij ooit in een gril al zijn ongetrouwde nichten naar een klooster had gestuurd. Chumaka grinnikte wanneer hij eraan terugdacht. Die meisjes zouden geen zonen krijgen, dus geen rivalen ter wereld brengen. Zo bezien was Jiro's actie slimmer geweest dan hijzelf had beseft.  

Op dit uur van de dag zou Jiro in zijn badkamer zijn, of anders in de koele tuingalerij die zijn bibliotheek verbond met het scriptorium van zijn klerken. Chumaka bleef op de kruising van twee gangen staan en snoof de lucht op. Hij rook vaag de olie waarmee de vloer was geboend, maar niets van de geurige stoffen die altijd aan Jiro's badwater werden toegevoegd. 'Vandaag dus niet in de badkamer,' concludeerde de oude adviseur.

Inderdaad zat Jiro op een stenen bank in de galerij naast de tuin, waar de schaduw van julobomen zelfs op de heetste dagen voor enige koelte zorgde. Hij had een rol perkament in zijn hand en andere rollen lagen slordig aan zijn voeten. Een doofstomme slaaf stond een eindje verderop klaar om hem op zijn wenken te bedienen. Afgezien van een verfrissend drankje af en toe had Jiro echter maar weinig wensen als hij hier zat te lezen, wachtend op de koelere namiddag, wanneer hij met zijn hadonra zou praten of naar een uitvoering van muziek of voordrachtskunst zou luisteren, of in de prachtige tuinen zou wandelen, die al door zijn overgrootmoeder waren aangelegd.

De Heer van de Anasati was zo verdiept in zijn lectuur dat hij niet meteen reageerde op het klepperen van Chumaka's sandalen op de tegelvloer van de galerij. Toen het geluid eindelijk tot hem doordrong keek hij verstoord op, met half opgetrokken wenkbrauwen, maar bij het zien van Chumaka kreeg Jiro meteen een berustende uitdrukking op zijn gezicht. Van al zijn dienaren was deze het moeilijkste weg te sturen zonder toevlucht tot het paardenmiddel om hem dat botweg als Regerende Heer te bevelen. Jiro vond zulke lompe machtswoorden in zekere zin beneden zijn waardigheid. Hij hield van subtiliteit en meende ook dat hij daar goed in was, en dat was een ijdelheid, besefte hij zelf ook wel, waar Chumaka op meesterlijke manier misbruik van maakte.  

'Wat is er?' zuchtte hij. Toen pas zag hij dat zijn Eerste Adviseur onbeschaamd stond te glimlachen - een uitspatting die deze zich alleen permitteerde als hij met bijzonder goed nieuws kwam. Het gezicht van de Heer van de Anasati klaarde nu ook op. 'Mara,' raadde hij. 'Ze is weer thuis en weet dat ze in de problemen zit, hoop ik?'  

Chumaka wuifde met zijn briefje. 'Precies, meester, maar nog méér! Ik heb dit nieuws regelrecht van de spion die we in Hokanu's nieuwe koeriersdienst hebben kunnen laten infJltreren. We weten exact hoe ze van plan is haar troepen in te zetten.' Chumaka's gezicht betrok even toen hij terugdacht aan de moeite die het hem in het begin had gekost om de code van Hokanu's correspondentie te leren ontcijferen.  

Alsof hij aanvoelde dat een saaie lezing over dat onderwerp dreigde, probeerde Jiro vaart in het gesprek te houden. 'En?' vroeg hij.

'Hoezo?' Chumaka was met zijn gedachten nog bij het codeprobleem, maar herstelde zich snel. Met glinsterende ogen zei hij: 'Onze krijgslist heeft gewerkt!'

Jiro moest zich inhouden om niet kwaad te worden. Die Chumaka nam altijd maar aan dat hij de vaagste toespelingen zonder nadere uitleg zou kunnen begrijpen. 'Over welke krijgslist heb je het nu?'

'Wel, die van de bouwers van die belegeringsapparaten van u en de sabotage die Mara's speelgoedmaker van plan was. Vrouwe Mara gelooft dat we haar saboterende arbeiders werkelijk in dienst hebben genomen. Ze heeft geen plannen voor een aanval op onze troepen die zich voorbereiden om Kentosani te bestormen.' Chumaka maakte een wegwuivend gebaar met zijn hand. Ja, ze heeft van haar echtgenoot gedaan gekregen dat hij vanuit het noorden troepen van de Shinzawai laat aanrukken. Zij zullen onze noordelijke flank aanvallen, is haar bedoeling, zodra ons leger in wanorde en paniek is na het verwachte rampzalige falen van onze rammen en torens en ballista's.'  

'Maar die zullen niet falen,' mijmerde Jiro hardop, met een innig tevreden uitdrukking op zijn gezicht. 'Ze zullen die oude muren verpletteren en onze mannen zullen al binnen zijn als de troepen van de Shinzawai arriveren.' Hij lachte even. 'Zij zullen net op tijd komen om de nieuwe keizer te huldigen!'

'En hun jonge erf zoon te begraven,' voegde Chumaka er zacht aan toe. Weer wreef hij zich in zijn handen. 'Die Justijn. Zullen we zeggen dat hij door een omgevallen muur verpletterd is? Of dat hij is aangezien voor een slaafje, en als buit aan een slavenmeester is meegegeven?'

Jiro kneep zijn lippen afkeurend op elkaar. Hij hield niet van praktijken die hij wreed of nodeloos grof achtte. Na een jeugd waarin hij door zijn broer Buntokapi voortdurend was gepest had hij daar weinig trek in. 'Ik wil dat het snel en netjes wordt gedaan, zonder onnodige pijn. Een zogenaamde afzwaaier van een speer of pijl is goed genoeg,' snauwde hij. Toen kreeg zijn stem een peinzende klank. 'Met Mara ligt dat anders. Mocht de Dienares van het Rijk onze troepen levend in de handen vallen...'

Nu was het Chumaka's beurt om zich onaangenaam getroffen te voelen. Als echte Tsuranu zag hij er niet tegenop om mannen te laten folteren of doden wanneer dat nodig was, maar het idee om de Dienares van het Keizerrijk pijn te laten lijden stond hem niet aan. En de manier waarop Jiro keek wanneer hij het over vrouwe Mara had bezorgde zijn adviseur koude rillingen.  

'Als u het goed vindt, meester, zal ik Omelo, uw legercommandant, dit laatste nieuws over de bewegingen van de Acoma en de Shinzawai doorgeven.'  

Jiro gaf met een blasé gebaartje zijn toestemming. In gedachten was hij nog bij zijn wraakneming.

Chumaka haastte zich weg. 'Die soldaten van de Minwanabi die destijds niet trouw hebben gezworen aan de Goede Dienares,' mompelde hij. Er verscheen een boosaardige glinstering in zijn ogen. Ja, ja. Ik denk dat het nu tijd wordt om ze uit die afgelegen kazerne terug te roepen. Ze kunnen de verwarring onder onze tegenstanders alleen maar vergroten!' Chumaka versnelde zijn tred. Nu hij ver genoeg buiten het gehoor van zijn meester was durfde hij zelfs een vrolijk deuntje te fluiten. Goden, dacht hij ondertussen, wat zou het leven zijn zonder politiek? 

 

Het keizerrijk rouwde. Na de aankondiging van Ichindars dood waren de toegangspoorten tot het paleis complex gesloten en had men de buitenmuren behangen met de traditionele rode rouwvaandels. Op de wegen en de rivieren was het drukker dan ooit met koeriers. De kostbare metalen gongen en klokken in de tempels van de Twintig Hogere Goden galmden en sloegen meermalen daags eenennegentig keer om de overleden keizer te gedenken: voor elke generatie van zijn dynastie één keer. De stad zou twintig dagen rouwen, de handel stilleggen en alle winkels, behalve die voor het dagelijkse levensonderhoud, sluiten en verzegelen met rode koorden. Het was stil op de straten van Kentosani, zo zonder venters en waterverkopers. Alleen de galmende rouwzangen van de priesters waaiden vanuit de tempels de hele stad door. Volgens traditie waren gesprekken op straat verboden en moesten zelfs de bedelaars via pantomime om aalmoezen vragen. De Rode God had immers de wereldse Stem des Hemels het zwijgen opgelegd, en dan paste het niet dat andere stervelingen vrijuit praatten.  

Op de eenentwintigste dag zou het Hemelse Licht op zijn brandstapel worden gelegd en daarna, tijdens het afkoelen van de as, zou de gouden troon worden bestegen door zijn gekozen opvolger, nadat deze was gezalfd door de priesters van de Hogere en de Lagere Goden. En vooruitlopend op die dag werden er complotten gesmeed en legers verzameld: koortsachtige activiteiten, welke de Assemblee niet ontgingen.

Buiten de stadspoorten van Kentosani, maar ook aan de kaden van Silmani en Sulan-Qu, lagen talrijke boten aangemeerd die in verband met de rouwperiode en de sluiting van de markten hun lading niet konden lossen, omdat de pakhuizen al vol zaten of onbetaalbaar duur waren geworden. Clans vergaderden, de huizen brachten hun legers in staat van paraatheid, op de wegen dwarrelde het stof van duizenden voeten op, op de rivieren wemelde het van de sloepen, prauwen en andere boten die krijgers meevoerden. Sommige kooplieden hadden de pech dat hun schepen werden gevorderd en dat de lading daarvan genadeloos overboord werd gegooid om ruimte te maken voor militaire vrachtjes. De prijzen vlogen omhoog, veel boerenkarren bereikten de steden niet meer omdat ze al onderweg werden leeggekocht - of domweg geplunderd.  

De Regerende Heren die voor orde op de wegen en de rivieren zouden moeten zorgen hadden andere dingen aan hun hoofd. Zij vertrokken met hun krijgers naar partij zus of partij zo, of gebruikten ze voor overvallen op vijanden wier garnizoenen nu van huis waren. In de steden dreigden rellen in de wijken van de armen, waar voedsel onbetaalbaar werd en zwarthandelaren misbruik maakten van de situatie.  

De partijen in het rijk sloten hun troepen aaneen tot grote legermachten, maar onder alle vaandels die in de richting van Kentosani werden gedragen schitterden er drie door afwezigheid: het groene van de Acoma, het blauwe van de Shinzawai en het rood-en-gele van de Anasati.

In een hoge toren in de Stad der Magiërs, omringd door boeken en perkamentrollen, naast een tafel met erop een oude, hier en daar beschadigde porseleinen theepot van exotische herkomst, zat de Grootheid Shimone. Hij had een theekopje in zijn benige hand. Hij was verzot op die Midkemische lekkernij, in al zijn varianten, en liet de theepot de hele dag door zijn bedienden bijvullen. De kussens waar de Grootheid op zat waren zo dun als bij zijn ascetische instelling paste. Voor hem stond een tafeltje op drie poten, waarvan het blad was ingelegd met een opbollend zieners kristal. Daarin zag Shimone hoe de geesten van de oorlog zich begonnen samen te ballen. Ook zag hij korte glimpen van Mara en Hokanu, die overlegden met hun adviseurs, en van Jiro, die met een driftig gebaar iets onderstreepte dat hij zojuist tegen een zo te zien weerspannige Heer van de Omechan had gezegd.  

Shimone zuchtte. Zijn vingers trommelden onrustig op zijn theekopje, maar het was Fumita, bijna onzichtbaar in de schaduwen aan de andere kant van het tafeltje, die de voor de hand liggende gedachte hardop uitsprak. 'Ze houden niemand voor de gek, en zeker óns niet. Ze wachten op elkaar, tot de ander in actie komt, om daarna met een schoon geweten te kunnen zeggen dat ze zich alleen hebben verdedigd.'

Geen van de twee magiërs bracht de bijbehorende conclusies onder woorden. Hoewel zij tweeën Mara's ideeën persoonlijk steunden, was de Assemblee als geheel in meerderheid tegen haar. De Acoma en de Anasati hadden elkaar de oorlog verklaard. Of Mara en Jiro hun vaandels al dan niet openlijk zouden ontrollen maakte geen verschil. Of ze hun intenties al dan niet kenbaar maakten tijdens een ceremonie voor de Rode God, in de tempel van Jastur, was evenmin van belang. Waar het om draaide was dat alle partijen in het rijk, op een paar splintergroepjes na, hetzij de leiding van de Acoma, hetzij die van de Anasati volgden. De Assemblee der Magiërs zou dus onvermijdelijk worden gedwongen in actie te komen.  

In de gespannen stilte die tussen Fumita en Shimone hing klonk opeens een indringend gezoem achter de deur, gevolgd door het geluid van een doffe bonk en snelle voetstappen. De houten grendel schoof naar boven.

'Hochopepa,' zei Shimone. Het leek alsof hij zijn donkere ogen slaperig halfdicht had, maar hij zette zijn kopje neer en maakte een snelle beweging met zijn hand, waarna de beelden in de kristallen bol vervaagden en verdwenen.  

Fumita ging staan. 'Als Hocho zich haastig toont kan dat alleen betekenen dat er genoeg van ons bij elkaar zijn om een quorum te vormen,' veronderstelde hij. 'Dan kunnen we maar beter snel naar de vergaderzaal gaan.'  

Hochopepa had de deur inmiddels geopend. Zijn gezicht was rood. Hij deed met zijn zware lijf voorzichtig een paar stappen in de overvolle studeerkamer. 'Schiet maar een beetje op! Een heethoofd in de vergaderzaal heeft daarnet al voorgesteld zowat de halve provincie Szetac in de as te leggen!'  

Fumita klakte met zijn tong. 'Zonder onderscheid te maken tussen de gewapende krijgers en de opgejaagde gezinnen van de boeren?' Hochopepa zoog zijn bolle wangen naar binnen. 'Welnee!' Hij liep terug naar de deuropening en wenkte zijn vrienden dat ze hem moesten volgen. 'Erger nog: het punt dat je noemde was de enige reden waarom het plan is afgestemd. Anders zou er nu al een of andere gek bezig zijn alles wat daar leeft te verzengen!' Hij draaide zich om en liep de gang in, zonder te kijken of de twee hem volgden.

Fumita liep al enkele tellen later vlak achter hem. 'Wel, ik denk dat we samen genoeg fantasie hebben om nog een stel bedenkingen te opperen en de besluitvorming te vertragen.' Hij keek over zijn schouder om Shimone aan te sporen, die soms even weinig zin leek te hebben om in beweging te komen als om het woord te nemen. 'Er zit niets anders op, vriend. Deze keer zul je even veel moeten praten als iedereen om te proberen de zaak in goede banen te leiden.'

De ascetische magiër opende zijn ogen nu helemaal en toonde iets van gepikeerdheid. 'Praten is een betere besteding van energie dan zinloos geklets.' Hij richtte daarbij zijn blik op Hochopepa, die zich kennelijk aangesproken voelde, want hij keek gekwetst om en wilde iets scherps repliceren.  

'Spaar je krachten,' zei Fumita, die moeite had om een grijns te onderdrukken. 'Laten we onze vruchtbare verzinsels reserveren voor de raadszaal. Ze maken daar ondertussen al ruzie als Midkemische apen, durf ik te wedden. Moeten wij dan óók nog bekvechten?'  

Daarna haastte het drietal zich zwijgend door de gangen, op weg naar de grote zaal.

 

Het debat waaraan Mara's sympathisanten gingen deelnemen duurde dagen. In de geschiedenis van het keizerrijk had de Assemblee al dikwijls verdeeldheid gekend, maar nooit eerder was de discussie zo langdurig en verhit geweest. Steeds meer magiërs hadden zich in de grote vergaderzaal verzameld. Zelfs de hoogste galerijen zaten bijna helemaal vol, en dat was in de recente geschiedenis slechts twee keer eerder voorgekomen: toen Milamber werd verbannen en toen het ambt van Krijgsheer werd afgeschaft. De enige afwezigen waren de Grootheden die kinds waren geworden.  

De lucht werd muffer en muffer, maar aangezien een vergadering van de Assemblee pas werd beëindigd nadat er een besluit was genomen, gingen de discussies non-stop, dag en nacht door.

Toen er alweer een dag aanbrak, en ochtendlicht door de hoge ramen in de koepel naar binnen viel, bescheen dat licht een menigte gezichten die allemaal grauw zagen van vermoeidheid, en slechts één enkele activiteit: een dikke magiër die in het midden van de zaal heen en weer drentelde en ondertussen een betoog hield.

Ook Hochopepa's gezicht was getekend door uitputting. Hij zwaaide met zijn mollige arm en sprak met een stem die hees was geworden na urenlange retoriek: 'Bedenk toch, zo wil ik ieder van jullie op het hart drukken, dat er grote veranderingen zijn ingezet, die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden!' Hij bracht zijn andere arm omhoog en klapte luid in zijn handen om zijn woorden kracht bij te zetten - hetgeen menige oudere Zwarte Mantel uit een dutje deed opschrikken. We kunnen niet simpelweg met een handgebaar verordonneren dat alles in het keizerrijk weer bij het oude moet zijn! De dagen van het Krijgsheerschap zijn voorbij!'

Er klonken verhitte kreten van tegenspraak op. 'Legers rukken op terwijl wij hier delibereren!' riep Motecha verontwaardigd uit. Hij was een van de felsten onder de Grootheden die de politiek van wijlen Ichindar afkeurden.

De dikke spreker in het centrum van de zaal stak zijn hand op om stilte te vragen. In zijn hart was hij blij met de onderbreking, want zijn keel was rauw van het praten. Weet ik!' riep hij toen. Hij wachtte tot het helemaal stil was. We zijn getart!' vervolgde hij toen. We zijn gebraveerd! Uitgedaagd! Ik heb het jullie keer op keer horen zeggen.' Hij keek uitdagend om zich heen. 'Keer op keer, en nóg eens, en nóg eens!' Hij had nu ieders aandacht. Zelfs de oudste leden van de Assemblee zaten op het puntje van hun bank - met pijnlijke ruggen wegens de harde houten rugleuning - en maakten aanstalten om zich weer in het debat te mengen. Sommigen riepen krijgszuchtige interrupties, anderen waren driftig overeind gesprongen. Hochopepa zag aankomen dat hij eindelijk het woord zou moeten afgeven, na al deze uren, en hij kon alleen maar hopen dat Fumita of de sluwe Teloro een tactiek konden verzinnen om de discussie nog langer te rekken.  

'We zijn geen goden, broeders,' vatte Hochopepa samen. 'We zijn machtig, jawel, maar toch slechts ménsen. Als we overhaast met geweld ingrijpen, hetzij uit gepikeerdheid, hetzij uit angst voor het onbekende, vergroot dat slechts de kans op blijvende schade voor de naties! Ik maan eenieder tot voorzichtigheid. Hoe hoog onze emoties nu ook zijn opgelopen, tijdens dit beslissingsmoment, het effect van onze acties zal blijvend zijn. Wanneer de emoties straks zijn afgekoeld, zal het effect van ons ingrijpen er nog steeds zijn. En dan zullen we misschien spijt hebben dat we iets hebben gedaan dat niet meer ongedaan gemaakt kan worden.' Hij besloot zijn betoog door zijn armen te laten zakken en zonder nog iets te zeggen naar zijn zitplaats terug te keren. Daar liet hij zich dodelijk vermoeid, als een zoutzak, op het harde hout van de bank zakken.  

Fumita boog zich naar hem toe. Boven het geroezemoes in de zaal en het luide geroep van sprekers die het woord eisten uit, zei hij: 'Goed gedaan, Hocho.'

Shimone sloot zich daar droogjes bij aan. 'Hopelijk is de volgende in de rij minder welsprekend, dan hebben we een paar uur de tijd om wat wijn te drinken.'

'Het woord is aan Motecha,' riep de voorzitter.

De kleine, kromneuzige magiër, wiens twee neven ooit bekend hadden gestaan als de schoothondjes van de Krijgsheer, stond op van zijn bank en liep met kwieke passen en veel geruis van zijn gewaden naar het midden van de zaal. Hij keek met zijn slimme oogjes demonstratief om zich heen en begon toen zelfverzekerd te praten. 'Hoewel het een niet gering genoegen was om broeder Hochopepa zo uitvoerig het verleden te horen reconstrueren, verandert dit niets aan de feiten. Twee legers trekken op elkaar af om aan een veldslag te beginnen. Er hebben zelfs al schermutselingen plaatsgevonden. Slechts de dwazen onder ons doorzien niet hoe huiskleuren onder de banieren van clangenoten en medestanders verdoezeld worden. Mara van de Acoma heeft ons gebod getart. Terwijl wij hier tijd verspillen rukken haar legers op voor een verboden oorlog!'  

'Waarom haar naam eerder genoemd dan die van Jiro van de Anasati?' interrumpeerde de impulsieve Sevean.

Teloro greep de gelegenheid aan om toe te voegen: jij noemt de acties van deze legers een overtreding van ons gebod. Mag ik er even met nadruk aan herinneren dat de keizer is vermoord? Het kan toch bezwaarlijk worden ontkend, Motecha, dat de omstandigheden hebben gedwongen tot een oproep tot bewapening. Heer Hokanu van de Shinzawai is er uiteraard op gebrand de koninklijke familie te verdedigen. Mara behoort formeel tot die familie en is altijd Ichindars vurigste aanhanger geweest. En Jiro, geloof me maar, heeft met zijn stiekeme bouw van allerlei belegeringsapparaten niet de stabiliteit van het rijk, maar zijn eigen ambities voor ogen gehad!'  

Motecha sloeg zijn armen over elkaar, waardoor hij de rondheid van zijn schouders en de kromheid van zijn rug benadrukte. 'Waren het omstándigheden die zowel Jiro van de Anasati als Mara van de Acoma en haar echtgenoot hebben gedwongen hun legers te mobiliseren? Geen van hun aller stamhuizen werd bedreigd! Is dit conflict onvermijdelijk? Heeft het zogenaamde "nut van het keizerrijk" Mara dan gedwongen een ander legertje, dat van de oude Acoma, opdracht te geven om de troepen van de Anasati en zijn bondgenoten gewapenderhand het gebruik van de openbare weg naar Sulan-Qu te ontzeggen?'  

'Kom nou!' bulderde Shimone. Zijn krakende stem kon buitengewoon autoritair klinken, als de magiër dat nodig vond. Deze keer klonk er een te lang ingehouden woede in door. 'Hoe weet je dat Mara een dergelijke aanval heeft bevolen, Motecha? Ik heb niets vernomen van een gevecht, alleen iets van een schermutseling. Beginnen we tegenwoordig al een burgeroorlog omdat er wat scheldwoorden, stompen en duwen zijn uitgewisseld?'

Teloro bracht een tweede punt onder de aandacht. 'Ik wijs op een ander aspect: het banier van de voorste troepen die daar aan de weg naar Sulan-Qu lagen, was dat van heer Jidu van de Tuscalora. Hij mag dan een vazal van Mara zijn, maar zijn landgoed ligt precies op de route van Jiro's optrekkende legers. Hij heeft toch het volste recht om zich tegen een invasie door Jiro te beschermen?'

Motecha kneep zijn ogen half dicht. 'Onze collega Tapek is ter plekke geweest en heeft geobserveerd, Teloro. Ik mag niet zo veel verstand van geschiedenis hebben als je vriend Hochopepa, maar ik kan wel degelijk verschil maken tussen een defensieve opstelling en een leger dat zich voorbereidt op een aanval!'  

'En Jiro's verzameling belegeringsmachines in de bossen bij Kentosani is natuurlijk óók defensief!' riep Shimone; dat weerwoord ging echter verloren in het algemene kabaal.

De voorzitter moest tot stilte manen. 'Collega's, dit onderwerp vereist orde! Orde!'

Motecha schudde zijn mantel recht zoals een jigahaan zijn veren opschudt. Hij priemde met een vinger naar de galerijen. 'Er zijn pijlen uitgewisseld tussen een vazal van Mara en krijgers van de Anasati, die zich verscholen onder het banier van de clan Ionani. Blijven we werkeloos toezien tot ons verbod een tweede keer wordt geschonden? Tapek heeft gerapporteerd dat soldaten bomen hebben geveld om barricaden op te werpen om hun boogschutters een betere dekking te geven.'  

Hochopepa schraapte zijn keel en zei met schorre stem: 'Dan had Tapek toch ook een einde kunnen maken aan het schieten?' Dit veroorzaakte gelach en een paar pesterige opmerkingen. 'Of was onze held misschien bang dat verdwaalde pijlen zich te weinig zouden aantrekken van de verheven majesteit van een Zwarte Mantel?'  

Bij deze woorden sprong Tapek overeind. Zijn rode haren staken scherp af tegen het zwart van de mantels achter hem. 'We hebben Mara al eens opgedragen ermee te stoppen!' riep hij uit. 'Is ze zo snel vergeten dat we als voorbeeld een hele compagnie krijgers op het slagveld hebben gedood?'

'Motecha heeft het woord,' sprak de voorzitter berispend. 'Blijf zitten tot je formeel aan de beurt bent om iets te zeggen, Tapek.'

De roodharige magiër liet zich weer op zijn bank zakken, halfluid mopperend tegen de jonge vrienden die om hem heen zaten.  

Motecha hervatte zijn betoog. 'Ik wijs erop dat Jiro van de Anasati geen agressie heeft bedreven. Hij mag dan wapens en werktuigen rond de muren van Kentosani hebben verzameld, maar hij heeft er niet mee geschoten. En hij zál dat misschien ook nooit doen, als het Mara wordt verhinderd zich aan te sluiten bij haar bondgenoten binnen de keizerlijke wijk.'

'Welke bondgenoten? Suggereer je dat Mara heeft meegedaan aan het verraad?' riep Shimone. 'Er is bewézen dat Mara niets te maken had met de intrige van de Omechan om de keizer te vermoorden!'

Opnieuw ontstond er groot tumult in de Assemblee en het kostte voorzitter Hodiku vele minuten om met bezwerend opgeheven handen de orde te herstellen. Het kabaal nam langzaam af, tot alleen Sevean nog te horen was, die zijn buurman luidruchtig iets aan het uitleggen was. Toen hij het tenslotte merkte keek hij de voorzitter schaapachtig aan.  

Hochopepa depte het zweet van zijn voorhoofd. 'Het begint erop te lijken dat ik niet voor niets de blaren op mijn tong heb gepraat.' Hij grinnikte zachtjes. 'Onze opponenten doen aardig hun best om hun eigen glazen in te gooien.'

'Niet lang meer, vrees ik,' voorspelde Shimone op sombere toon.

Motecha kwam met nieuwe beschuldigingen. Hij ging hierin verder dan de voorafgaande sprekers. 'Ik zeg dat Mara van de Acoma de schuldige is. Het is algemeen bekend dat ze de tradities negeert, nee, verácht. Hoe ze aan de eretitel van Dienares van het Keizerrijk is gekomen, daar mogen anderen over speculeren. Ik zeg alleen dat zij en wijlen de keizer een... afspraak hadden. Het is Mara's zoon, Justijn, die zij als kroonpretendent naar voren zal schuiven, en ik steun Jiro's recht om zich tegen een zo gewetenloos vertoon van Acoma-ambitie te verdedigen!'

'Dat doet de deur dicht,' constateerde Fumita met een grafstem. 'Vroeg of laat moesten de adoptief rechten van Mara's kinderen ter sprake komen. Iemand moest de jongen in het gekrakeel betrekken.'

Er klonk oprecht verdriet in zijn stem, misschien ook omdat hij moest terugdenken aan zijn eigen zoon, van wie hij afstand had moeten doen toen hij lid werd van de Assemblee. Wat hij eventueel verder nog had willen zeggen ging echter verloren in het opklinkende kabaal. Voorzitter Hodiku kreeg de zaal deze keer niet stil en gaf tenslotte het woord aan een jonge magiër die Akani heette.

Het feit dat hij diverse oude magiërs passeerde en een onervaren jongeling voor liet gaan zorgde meteen voor een verbaasde stilte. Akani maakte er onmiddellijk gebruik van en stak met een krachtige, geschoolde redenaarsstem van wal. 'Veronderstelling van feiten die niet bewezen zijn,' zo stelde hij om te beginnen op misprijzende toon vast. 'We weten niets van samenzweringen of wat dan ook door Mara van de Acoma. We kunnen niet ontkennen dat ze haar oudste kind heeft verloren. Justijn is haar enige erfgenaam. Als zij had deelgenomen aan een intrige om hem in de positie van keizer te manoeuvreren, dan toch zeker niet tijdens haar eigen afwezigheid uit het paleis! Alleen een gek zou de jongen daar in zijn eentje aan een opvolgingsgevecht blootstellen, zonder ook maar één krijger van de Acoma of de Shinzawai om hem te verdedigen! Justijn is ondergebracht bij de kinderen van de keizer, in het paleis zelf, dat, zo mag ik jullie in herinnering brengen, na de dood van de keizer voor twintig dagen hermetisch is afgesloten. In een zo lange periode kan een kind op tientallen manieren om het leven komen! Als de troepen van de Acoma nu in opmars zijn, dan is dat om het leven van hun toekomstige heer te redden. Collega's,' besloot Akani uitdagend, 'ik stel voor dat we ons in onze besluitvorming niet laten leiden door speculatie of straatroddels!'  

Shimone trok zijn grijze wenkbrauwen op, terwijl de jonge magiër voortging met zijn goed onderbouwde, rustig uiteengezette betoog. 'Sterke redenering,' zei Shimone. 'De jongen praat als een lid van de keizerlijke rechtbank.'  

Hochopepa grinnikte. 'Dat is waar Akani voor studeerde, voordat zijn aanleg voor magie werd ontdekt. Waarom denk je dat ik Hodiku de gunst heb gevraagd hem het woord te geven, toen de discussie weer eens de kant van geweld op dreigde te gaan? We mogen Jiro's medestanders, en met name onze blaaskaak Tapek, niet de kans geven dit college tot overijlde actie op te hitsen.'

Toch konden zelfs Akani's talenten als advocaat de rust niet lang afdwingen. De discussies werden weer verhit, en inmiddels drongen zelfs de Zwarte Mantels die tot dan toe neutraal waren geweest aan op een beslissing, al was het maar om aan de uitputtende sessie een einde te maken. Er werd van alle kanten aangedrongen op een afronding van de procedure. Akani was uitgesproken, en voorzitter Hodiku moest zijn belofte gestand doen en Tapek het woord geven.  

'Dat worden problemen,' mompelde Shimone.

Hochopepa fronste zijn voorhoofd en Fumita leek te bevriezen op zijn bank.

Tapek verspilde geen tijd aan een poging tot welsprekendheid. 'Het is een feit, collega's, dat de Assemblee een gemeenschappelijk standpunt heeft ingenomen en Mara heeft bevolen Jiro niet aan te vallen. Daarom, ten nutte van het keizerrijk, eis ik nu haar dood.'

Hochopepa sprong overeind - opmerkelijk snel voor iemand van zijn omvang. 'Ik stem tegen!'

Tapek draaide zich half om en keek de dikke magiër aan. 'Welke sterveling is het in onze lange geschiedenis ooit toegestaan voort te leven na het overtreden van een gebod?'  

'Ik kan er verschillende noemen,' snauwde Hochopepa hem toe, 'maar daarmee zou de zaak niet zijn opgelost, denk ik.' De stem van de magiër klonk nu als een rasp. Deze keer zag hij af van welluidende, gekunstelde volzinnen. 'Laten we niet impulsief handelen. We kunnen Mara altijd nog op ons gemak doden, als we dat zouden besluiten. Op dit moment vragen dringender problemen onze aandacht.'

'Hij gaat een stemming forceren,' mompelde Fumita bezorgd tegen Shimone. 'Dat kan uitlopen op een ramp.'  

Shimone had zijn wenkbrauwen opgetrokken en keek zorgelijk voor zich uit. 'Laat hem maar. Die ramp komt er toch wel.'

Hochopepa bewoog zich eerst zijwaarts, voor zijn bank langs, en toen naar voren, de vloer op. Hij zag er weer erg gemoedelijk uit, met zijn gezette lichaam, rode gezicht, aimabele glimlach. Zijn optreden was zo joviaal dat niemand er aanstoot aan kon nemen. Vaak zorgde hij voor een vrolijke noot. Ook deze keer gaf voorzitter Hodiku hem geen reprimande toen Hodiku naar Tapek toe liep en moeizaam, maar in de pas met hem heen en weer begon te lopen. Hij moest zijn van nature korte pasjes daarvoor overdreven ver uitrekken om de grote schreden van de lange Tapek bij te houden. Hochopepa's vetlagen trilden mee onder zijn mantel en zijn puffende ademhaling deed zijn wangen op een komische manier opbollen. Hij bekroonde zijn ridicule vertoning door zijn mollige hand vlak onder Tapeks neus wild heen en weer te zwaaien.  

Toen Tapek zijn kin terugtrok in een instinctieve uitwijkmanoeuvre zei Hochopepa: 'Ik stel voor dat we eerst een paar andere middelen uitproberen alvorens de Dienares van het Keizerrijk tot as te verzengen.' Verschillende leden van de Assemblee schrokken van die botte formulering. Hochopepa profiteerde daarvan door het nog eens· dunnetjes over te doen. 'Voordat we iets doen wat nog nooit in de geschiedenis van de naties is gedaan, het afmaken van iemand met de verhevenste titel die een mens kan bereiken, kunnen we beter nog eens nadenken.'

'We hébben nagedacht...' begon Tapek, maar verder kwam hij niet. Hochopepa was onder het lopen op een ongelukkige manier tegen de zijkant van de maag van zijn lange collega aan gebotst, waardoor deze zijn evenwicht en zijn adem verloor. Tapek moest kiezen: ofwel languit op de grond vallen, ofwel strompelend een paar stappen naar voren maken. Hij koos voor het laatste, waardoor Hochopepa de gelegenheid kreeg om zijn pleidooi af te ronden. 'We zouden eerst een einde moeten maken aan het bloedvergieten en vervolgens Mara en Jiro naar de Heilige Stad ontbieden. Daar kunnen ze worden vastgehouden terwijl wij hier het onderwerp op een minder verwarde manier beoordelen. Zullen we stemmen?'  

De voorzitter zei: 'De spreker stelt een stemming voor.'

'Maar ik was de spreker!' protesteerde Tapek.  

Hochopepa ging met zijn volle gewicht op zijn teen staan. Tapek opende zijn mond. Zijn wangen werden krijtwit, toen vuurrood. Hij draaide zich woedend om naar Hochopepa, die nog steeds zo zwaar mogelijk op de teen stond en deed alsof hij niets in de gaten had. 'Het is een lange en vervelende vergadering geweest,' fluisterde hij op amicale toon tegen Tapek. 'Kunnen we maar niet beter gaan zitten?'

Tapek gromde iets achter zijn op elkaar geklemde tanden. Hij wist dat het nu te laat was om het verzoek om een stemming nog formeel tegen te spreken. De voorzitter had zijn hand al opgestoken. 'Dit is het voorstel, stemt allen met ja of nee. Zullen we het einde van de strijd bevelen, en Mara en Jiro naar de Heilige Stad roepen om zich voor ons college te verantwoorden?'  

Elke magiër in de grote zaal stak een hand op. Vanuit hun handpalmen glansde een licht op: blauw voor ja, wit voor onthouding en rood voor nee. Blauw was duidelijk de overheersende kleur. 'De kwestie is besloten,' stelde de voorzitter vast. 'De Assemblee gaat nu uiteen om te eten en te rusten. We komen op een volgende dag weer bijeen om te besluiten wie als gezant namens ons naar de beide partijen gestuurd zal worden, Mara van de Acoma en Jiro van de Anasati.'

'Briljant!' riep Shimone naar Hochopepa, zo op het oog zonder zich iets aan te trekken van de moordzuchtige blikken die Tapek en Motecha hem toewierpen. Alle magiërs kwamen nu stijf, moeizaam overeind, verlangend naar een lekkere maaltijd en een lange nachtrust. De vergadering had zo lang geduurd dat het wel enkele dagen zou kosten voordat er voldoende enthousiasme was gegroeid om nogmaals een quorum te halen en een officiële zegsman aan te wijzen. Nadat een zaak eenmaal formeel door de Assemblee als zodanig was besloten, zoals nu, hadden individuen als Tapek niet meer het recht om op eigen verantwoordelijkheid in actie te komen.  

Shimone plooide zijn dunne lippen op een manier die vaag aan een glimlachje deed denken. 'Persoonlijk denk ik dat ik wel een wéék kan slapen.'

'Geen sprake van,' zei Fumita beschuldigend. 'Je zet een fles lekkere wijn binnen handbereik en gaat boven je kristallen bol hangen, net als wij allemaal.'  

Hochopepa zuchtte diep. We hebben ternauwernood iets voorkomen wat de meest desastreuze actie in onze lange geschiedenis had kunnen worden.' Hij keek om zich heen of er niemand meeluisterde en vervolgde toen op fluistertoon: 'En we hebben een paar dagen respijt gewonnen. Ik hoop dat Mara een of ander slim plan heeft, al zou ik niet weten wélk, of dat haar reis naar Thuril een soort protectie heeft opgeleverd die ze snel kan inzetten. Zo niet, als we haar verliezen, dan vallen we weer voor vele eeuwen terug in de wreedheden van dat Spel van de Raad...'

Fumita zei het nog onverbloemder. 'In cháos!'

Hochopepa rechtte zijn rug. 'Ik heb behoefte aan iets nats en lekkers voor mijn keel.'

Shimone kreeg een vrolijke glinstering in zijn ondoorgrondelijke ogen. 'Ik heb nog wel een paar flesjes van die Keshischewijn die je zo lekker vond.' 

Hochopepa trok zijn wenkbrauwen op en deed alsof hij vreselijk gechoqueerd was. 'Ik wist niet dat je contact had met Midkemische kooplieden!'  

'Heb ik ook niet,' repliceerde Shimone triomfantelijk, 'maar er is een winkeltje in de buurt van de haven in de Heilige Stad waar ze altijd wel een schappelijk geprijsd voorraadje hebben. Mijn bediende vraagt de eigenaar niet waarom er geen keizerlijke belastingzegels op de flessen zijn geplakt, want waarom zou je slapende honden wakker maken.'

Terwijl de drie magiërs de vergaderzaal verlieten, stortten ze zich in een luchtige conversatie, alsof ze door camaraderie en het praten over alledaagse zaken de crisis konden bezweren die heel hun land en cultuur dreigde te overweldigen.