26 Strijd
Het kamp brandde.
De rook die boven het slagveld kringelde stonk naar verbrande vachten en kussens en dekens en doeken - de luxueuze spullen waar de commandotenten van Tsuranese heren en officieren volgens de traditie vol mee lagen en hingen. Speurhonden blaften en jankten. Een jongen sprintte van het slagveld weg om een heler te zoeken voor een gewonde soldaat. Mara knipperde met haar vochtige ogen en keerde zich toen af van de soldaten die in de as aan het zoeken waren naar lijken en wapens.
De overval, vlak vóór de dageraad, was een succes geweest. Weer was een van Jiro's traditionalistische bondgenoten gestorven in zijn commandotent en hadden zijn officieren en lijfwachten zich niet snel genoeg uit hun slaapzakken kunnen bevrijden om hem te helpen. Lujan was onovertroffen in het uitvoeren van verrassingsaanvallen. Wegens zijn verleden als grijze krijger wist hij precies hoe hij voordeel kon trekken uit een landschap. De meeste gevechten hadden tot nu toe plaatsgevonden tussen kleinere vazallen en bondgenoten van de Acoma en de Anasati, en tussen huizen die oude bloedveten te vereffenen hadden. Hoewel de magiërs waarschijnlijk snel een einde zouden maken aan massale veldslagen volgens de formele regels van de oorlog, hadden ze dit soort kleine schermutselingen tot op heden ongestraft laten passeren.
Die lankmoedigheid zou niet lang meer duren, wist Mara terwijl ze zich vermoeid in de richting van een kleine, onversierde tent begaf die op een ongerept stukje grond haastig voor haar was opgericht.
Ook Lujan besefte het. Hij gedroeg zich tijdens elk gevecht op een bijna fanatieke manier - alsof hij zo veel mogelijk vijanden wilde uitschakelen nu het nog kon.
Verhit, uitgeput en met geschaafde huid wegens de zware wapenrusting die ze droeg, trok Mara de deur flap van de tent open. Stofwolken volgden haar toen ze naar haar afgeschermde privé-hoek liep, waar een meisje uit de schaduwen opdook om de veters van haar vechtsandalen los te knopen. De grote commandotent van de Acoma, met al zijn gemakken, hadden ze achtergelaten op het landgoed. Dit was een simpele tent, die vroeger door nidraherders was gebruikt. Sedert haar tocht naar Thuril had Mara een andere kijk gekregen op sommige Tsuranese gewoonten, en bovendien zou haar kolossale commandotent, met al zijn vaandels en banieren, de magiërs alleen maar attenderen op haar verblijfplaats.
Het was heet in de herderstent, maar in elk geval werd het directe zonlicht tegengehouden en het geluid van de bevelen schreeuwende officieren en kreunende gewonden een beetje gedempt. 'Water,' vroeg Mara. Ze stak haar besmeurde hand omhoog en begon de band van haar helm los te knopen.
'Laat me u helpen, grote vrouwe.' Kamlio verscheen aan de binnenkant van het gordijn dat de tent in tweeën deelde. Ze had meer ervaring met de wapenrusting van mannen dan het kamermeisje dat Mara met de sandalen had geholpen, en ze hielp haar meesteres snel en efficiënt uit de knellende delen van het harnas. Mara zuchtte van opluchting. 'Dank je wel,' mompelde ze tegen Kamlio, en zelfs het meisje dat haar een kopje koel water bracht kreeg een knikje om haar te bedanken. Mara had geleerd dit soort dienstverlening niet meer blindelings voor vanzelfsprekend te houden.
Kamlio opende een volgende gesp en zag dat Mara een pijnlijk gezicht trok. 'Blaren, vrouwe?'
Mara knikte instemmend. 'Overal. Er wil nog steeds nergens eelt groeien.' De wapenrusting van het Krijgshoofd van de clan Hadama was een uitdossing die ze zelden of nooit hoefde te dragen, maar bij deze gelegenheid was het van levensbelang dat ze alles in de strijd wierp wat haar status en rang bevestigde. Ze was bezig aan een militaire campagne, als bevelhebber van een alliantie van troepen zoals die in de recente geschiedenis nog nooit was vertoond. Of ze nu onder de vaandels van een honderdtal kleinere huizen marcheerden, of onder het verhullende banier van haar clan die haar eigen troepen meevoerden, het ging om zeventigduizend soldaten, ongeveer de halve legermacht van het hele keizerrijk. Hun leven, zo niet hun hele voortbestaan en toekomst, was háár verantwoordelijkheid.
De oorlog was te snel gekomen! Terwijl Kamlio de laatste gespen van het harnas opende, liet Mara die frustrerende gedachte voor de zoveelste keer door haar hoofd spoken. Ichindar was vermoord op een moment waarop zij alle noodzakelijke elementen voor de overwinning binnen handbereik had, maar nog geen tijd had gehad om over een effectieve strategie na te denken. Ze had zelfs nog geen overleg tussen Keyoke en de twee Thurilse magiërs uit Chakaha kunnen regelen.
Mara hoorde buiten de tent iemand naderen. 'Ga eens kijken wie daar is,' zei ze tegen het dienstmeisje. 'Als Lujan al terug is, heeft hij slecht nieuws, ben ik bang.'
Kamlio zette een dienblad met voedsel en drank klaar. De soldaten waren al vanaf de vroege ochtend in touw, dus wie het ook was die zich daar meldde: hij zou honger en dorst hebben.
Het was Lujan. Hij was in het tegenlicht vooral te herkennen aan zijn helmpluimen, toen hij Mara met zijn vuist op zijn hart salueerde. Ze moest angstig hebben gekeken bij het zien van zijn beroete gezicht, want hij glimlachte haar meteen geruststellend toe.
'Vrouwe, de Zanwai en Sajaio zijn met vliegende vaandels op de vlucht. De overwinning is aan ons, als je tenminste het veroveren van een strook moerasland, de as van wat tenten en een stuk of zes valse, iedereen naar de strot springende speurhonden een overwinning mag noemen. De commandant die vergeefs een georganiseerde terugtocht probeerde te regelen had trouwens minder hersenen dan die zes honden.'
Mara keek haar legerleider aan en zei toen op bittere toon: 'Hoe lang moeten we hier nog in een defensieve positie blijven om de troepen van de Anasati ten zuidoosten van Sulan-Qu vastgepind te houden?'
Het zat haar vreselijk dwars dat Jiro ook nog verborgen troepen in het noorden tot zijn beschikking had. Ze verwachtte elke dag bericht dat de Heilige Stad onder belegering was. Weliswaar was ook het leger van de Shinzawai onder leiding van Hokanu in versneld marstempo daarheen onderweg, maar het was nog op enkele dagreizen van Silmani en de Gagajin, dus voorlopig kon Mara alleen vertrouwen op de plannen van haar speelgoedmaker en op de infiltranten die hij erop uit had gestuurd om ervoor te zorgen dat Jiro's gesaboteerde vechtmachines zich tegen zijn eigen troepen zouden keren.
De magiërs uit Thuril konden haar in deze oorlog niet helpen. Hun beschikbaarheid moest geheim blijven tot het laatste wanhoopsmoment, wanneer de Assemblee eindelijk in actie zou komen. Nu de legers en legertjes van steeds meer partijen zich rond Kentosani samentrokken was het uitbreken van grootschalige gevechten nog maar een kwestie van tijd. En de twee hoofdmachten zouden zich niet laten weerhouden door de wetenschap dat kleinere legertjes op de loer lagen om de restjes van de verliezende partij in te pikken.
Mara gebaarde naar Lujan dat hij verder naar binnen kon komen. 'Hoe lang nog?' herhaalde ze. 'Jiro moet nu snel in actie komen, hetzij door hier onze linie te doorbreken, hetzij door zijn bondgenoten tot de belegering van de Heilige Stad aan te zetten. Hoe lang kunnen we nog hier blijven zonder onze bedoeling om Hokanu te steunen op het spel te zetten? Als er iets fout gaat...' Haar stem stierf weg. Ze voelde zich buitengewoon gefrustreerd door het kwellende besef dat ze hier met haar hele leger klaar lag, volledig paraat, zonder dat ze iets kon ondernemen. Ze mocht niet oprukken. Wanneer ze haar leger zou bevelen naar Kentosani op te trekken, zou ze hier voor de troepen van de Anasati een opening maken om de rivier en de verkeerswegen te bereiken, of haar in de rug aan te vallen. Zolang de Acoma deze vergrendeling handhaafde kon Jiro's leger hier niet aanvallen en doorbreken naar Sulan-Qu zonder door de Assemblee van agressie beschuldigd te worden en op wraak te moeten rekenen.
Maar het vrat aan Mara dat ze hier passief moest blijven terwijl ze wist dat de moord op Ichindar slechts de eerste stap in een complexe, uitgekiende intrige was. Jiro had niet voor niets jaren gewerkt aan zijn geheime oorlogstuig, niet voor niets op grote schaal bondgenoten omgekocht, vooral in het westen. Daarvandaan zou het gevaar voor Justijn komen, dat wist Mara zeker. En als het haar vijanden lukte door de verdediging van het keizerlijke paleis te dringen voordat zij daar arriveerde, dan zou ze haar kinderen niet levend terugzien. De Keizerlijke Witten waren uitstekende soldaten, maar wie kon op hun loyaliteit rekenen, nu Ichindar dood was? Ichindars Eerste Echtgenote kon haar eigen dochtertje niet eens onder de duim houden. De leider van de keizerlijke garde zou het paleis vast wel willen verdedigen, en zijn manschappen waren daartoe misschien ook wel bereid, maar hoe fel en toegewijd zouden ze dat doen? Hoe zouden ze zich gedragen tegenover een binnendringende heer die wellicht of vermoedelijk de volgende keizer zou zijn? Meer dan ooit betreurde Mara de tekortkomingen in de Tsuranese gezagsstructuur.
'Goden,' verzuchtte ze, 'deze verdomde campagne zou bloedig, maar tenminste duidelijk kunnen zijn als we geen interventie door de Assemblee hoefden te vrezen!'
Lujan nam de rusteloosheid van zijn meesteres niet zonder zorgen waar, want hij wist wat het was als soldaten te lang in volle paraatheid moesten blijven zonder dat ze in actie mochten komen. Zelfs de sterkste zenuwen raakten dan overspannen. Ook zag Lujan dat de gewatteerde jurk die Mara onder haar wapenrusting had gedragen doornat was van haar zweet. Ze was weer eens eigenwijs geweest en had de actie aangezien vanuit een positie waar ze vol in de ochtendzon stond.
Hij liet echter geen kritiek klinken in zijn stem. 'U zou elke kans moeten aangrijpen om een beetje uit te rusten, vrouwe.' Om dat advies als het ware te illustreren zette hij demonstratief zijn helm af en ging hij met gekruiste benen op een kussen tegenover haar zitten. 'De echte actie kan elk moment beginnen, en uw mensen hebben er weinig aan als u dan uitgeput bent, of half bewusteloos van de hitte.' Hij wreef over zijn kin en kon het toen niet laten zijn grootste zorg onder woorden te brengen. 'Al zijn die verdomde magiërs wel érg afwezig!'
'Geen goed teken,' gaf Mara toe. 'Hokanu vermoedt dat ze delibereren over een gezamenlijk ultimatum. Als Jiro of ik het zou wagen rechtstreeks in de aanval te gaan, dan komen ze in actie, daar kun je gif op innemen.' Ze liet zich door haar meisje uit haar onderjurk helpen en wees naar een droog exemplaar dat al klaar lag. 'Ik zal later op de dag baden, als er geen rookwalmen meer hangen en ik een kansje heb om schoon te blijven.'
Lujan wreef over zijn gekwetste elleboog, maar hield daarmee op toen Kamlio hem een beker water aanreikte. Hij nam een paar forse teugen en keek toen naar de kaart die op de grond lag, op de hoeken verzwaard met stenen. Gekleurde streepjes, blokjes en krulletjes gaven de posities van de eigen en de vreemde troepen aan, uiteraard volgens de laatste gegevens. Niet alleen zijn meesteres werd gekweld door ongeduld, wist Lujan, maar zijn soldatenvolk al evenzeer. Er was op korte termijn actie nodig, al was het maar iets kleins, om iedereen scherp te houden en de frustraties te verdrijven. Hij gebruikte de punt van zijn zwaard als aanwijzer. 'Het is duidelijk dat een legertje van neutralen een verdedigingslinie heeft ingericht langs deze oostelijke zijtak van de rivier Gagajin, tussen de splitsing ten noorden van het Grote Moeras en de stad Jamar. Daarvandaan zouden ze naar het westen kunnen trekken om Jiro's flank te belagen, maar waarschijnlijker is het dat ze daar rustig blijven wachten om zich uiteindelijk op een veilig moment vóór de winnaar te verklaren.'
Mara liet zich sponsen, afdrogen en in een schone onderjurk en jurk helpen door haar dienstmeisje zonder haar gesprek met Lujan ervoor te onderbreken. 'Wat heb je in gedachten? Een afleidingsmanoeuvre? Als we ervoor kunnen zorgen dat ze in beweging komen, schept dat misschien genoeg verwarring om een paar van ónze compagnies in staat te stellen stiekem op te rukken.'
'Keyoke suggereerde dat we er een stel gevangen kunnen nemen, en dan een compagnie van onze mannen met hun banier en wapenrustingen naar het noorden kunnen sturen.' Lujan glimlachte even. 'Niet bepaald erg eervol, maar u hebt genoeg trouwe mannen in uw dienst die daar niets om geven.' Zijn blik toonde onverholen bewondering voor Mara's slanke figuur en het feit dat ze niet klaagde over haar blaren. 'Maar het is de vraag hoe en waar we dat het beste kunnen aanpakken zonder bij onze vijanden argwaan te wekken.'
'Daar weet ik misschien iets op,' zei een fluwelige stem. Er was vanuit de rokerige buitenlucht een schaduw in de tentopening verschenen. Zoals altijd was Arakasi stilletjes genaderd. Zelfs Mara, die gewend was aan zijn heimelijke komen en gaan, schrok even. Kamlio werd zo verrast dat ze water knoeide over de kaart, waardoor een paar merktekens wegspoelden en het kuiltje waarin Kentosani lag overstroomd raakte. Arakasi op zijn beurt bleef abrupt staan toen hij haar zag, voor het eerst na haar terugkeer uit Thuril. Hij sperde zijn ogen open en kreeg iets smekends in zijn blik, maar hij herstelde zich snel. Hij keek naar de kaart en hernam op kalme toon: 'Dat geknoeide water geeft een treffende samenvatting van de situatie waarin we zijn beland. Vrouwe, hebt u mijn rapporten ontvangen?'
'Sommige.' Mara raakte Kamlio's hand aan en vroeg haar te gaan, of anders op een kussen plaats te nemen. 'Laat het meisje dat water maar opruimen,' mompelde ze, want Kamlio zag er opeens zo kwetsbaar uit als een hinde. Toch was Kamlio na Thuril veranderd, want ze sloot zich niet gemelijk af, maar verzamelde haar moed en ging zitten.
Arakasi haalde diep adem en zijn wenkbrauwen gingen heel even vragend omhoog, maar toen beperkte hij zich weer tot de actualiteit. Hij knielde naast het tafeltje en legde zijn handen op het blad, alsof hij iedereen wilde laten zien dat ze niet trilden. Hij zag er niet vermoeid uit, meende Mara, alleen dodelijk bezorgd. Ook was hij deze keer niet in vermomming. Hij droeg een simpele zwarte mantel met witte randjes. Hoewel ze berichten met hem had uitgewisseld, was dit de eerste keer na de moord op de keizer dat ze hem persoonlijk ontmoette. 'Vrouwe, het is zoals we vreesden. De Inrodaka en zijn twee vazallen speelden onder een hoedje met Jiro; hun plechtige neutraliteitsbelofte was een leugen. De oorlogswerktuigen zijn in de bossen verstopt gehouden, maar nu worden ze naar Kentosani gebracht.'
'Waar?' vroeg Lujan meteen.
Arakasi begreep de bezorgdheid van de legerleider. 'Ten zuidwesten van de Heilige Stad.' Vervolgens somde hij het overige slechte nieuws op: 'Er zijn traditionalisten uit de provincie Neshka bij betrokken en verder heeft de Inrodaka troepen naar het noorden gestuurd, ongetwijfeld om Hokanu's mars naar het zuiden te vertragen. Hokanu heeft meer manschappen en zal niet worden gestopt, maar het zal hem verliezen en oponthoud kosten.'
'Bondgenoten uit Neshka?' vroeg Mara. 'Daar kunnen we tegen vechten.' Ze keek Lujan aan. 'Kan ons garnizoen bij Sulan-Qu ze niet onderscheppen?'
Het was Arakasi die antwoord gaf, zonder toestemming te vragen. 'Ze zijn al te dicht bij Kentosani. Onze mensen zouden misschien de achterhoede nog kunnen aanvallen, en daardoor een paar compagnies aan de hoofdmacht onttrekken, maar meer zit er niet in.'
'En ondertussen zou uw ouderlijk huis nagenoeg onbeschermd zijn,' voegde Lujan eraan toe. 'Krachtens uw oude overeenkomst met de koningin van de cho-ja's hebt u recht op twee compagnies van haar krijgers. Die zijn meer dan voldoende om plunderaars en bandieten weg te houden, maar niet Jiro's leger, als hij zou besluiten dat in te zetten.'
'Dat hebben de magiërs hem nadrukkelijk verboden,' wierp Mara tegen terwijl ze iets ging verzitten om het meisje meer ruimte te geven om met een handdoek het water van de kaart op te deppen. 'Van mijn landgoed moet hij afblijven.' Ze vervlocht haar vingers en dacht even na over de pijnlijke beslissing. 'Kentosani moet onze eerste zorg zijn,' concludeerde ze tenslotte. 'Als Jiro de Gouden Troon wint, is voor ons álles verloren. We hebben alleen de sabotageplannen van mijn speelgoedmaker om hem dwars te zitten. Als die slagen, zal de vijand problemen ondervinden bij het inzetten van de belegeringswerktuigen. Het zal hem manschappen kosten. Uiteindelijk gaat het daarom. Misschien heeft hij er dan niet genoeg over om de muren te verdedigen tegen Hokanu's troepen. Nee, we moeten onze bezittingen bij Sulan-Qu maar riskeren. De onbekende factor die we moeten vrezen is de Assemblee. Wat zullen de magiërs doen als we de verdedigers van ons landgoed inzetten om de troepen van de traditionalisten uit de provincie Neshka aan te vallen?'
'Dat kan geen mens weten,' antwoordde Arakasi gelaten. Alsof hij niet zag dat Kamlio al zijn bewegingen met argusogen volgde, nam hij quasi ontspannen een drankje van het dienblad met verversingen dat Mara's dienstmeisje had gebracht. 'Maar volgens mij bestaat de kans dat de Heer van de Anasati zich in dit geval zélf te slim af is geweest. Hij heeft zijn uiterste best gedaan om de schijn op te houden dat zijn bondgenoten uit Neshka op eigen houtje in actie zijn gekomen. Als Jiro de troon wint, en de Assemblee beschuldigt hem achteraf van overmatige ambities, kan hij rustig doen alsof hij nergens iets van wist. Hij kan beweren dat de alliantie zich heeft gevormd op basis van de volkswil en dat hij zélf geen gooi heeft gedaan naar de keizerskroon, maar dat hij slechts naar voren is geschoven door de grote groep van traditionalisten die in hem nu eenmaal de beste kandidaat zagen.' Hij nam een slok en besloot toen: 'Meesteres, uw oppositie tegen een dergelijke ontwikkeling Zou door de Assemblee kunnen worden ondersteund als zijnde een bevordering van het natuurlijke evenwicht.'
'Maar ondertussen zouden we uw bezittingen bij Sulan-Qu misschien moeten opofferen,' waarschuwde Lujan. Hij wees ze op de doorweekte kaart aan met zijn zwaard.
Mara's ergernis was duidelijk hoorbaar: 'We zijn als twee zwaardvechters die te horen hebben gekregen dat sommige bewegingen verboden zijn, maar niet wélke!'
Arakasi verplaatste met vaardige vingers een aantal kleurige pionnen op de kaart tot ze een waaier rond Kentosani vormden. Jiro heeft misschien de beste positie voor een aanval op de keizerlijke wijk, maar wij hebben een grotere troepenmacht en meer steun op de achtergrond.'
Mara werkte die gedachte uit. 'We hebben zeker de steun van heer Hoppara van de Xacatecas, maar hij is in Ontoset en zijn ambt geeft hem niet zomaar de bevoegdheid op te treden, zonder dat er een keizer is.' Mara zuchtte. 'Politiek gezien zijn we in het nadeel. Er zijn meer lieden die de Hoge Raad willen herstellen dan dat er medestanders van ons zijn. Nee, dit zal geen langdurige oorlog worden. We moeten snel en beslissend winnen, anders zal Jiro's aanhang alleen maar groeien.'
Lujan wreef over de snede van zijn zwaard en voelde tot zijn ergernis dat deze moest worden bijgeslepen na de gevechten van die ochtend. 'Vreest u desertie en verraad?'
'Dat vrees ik niet,' zei Mara, 'maar ik verwácht het, als het allemaal te lang gaat duren.' Ze beet op haar lip en nam een besluit. 'We moeten tot elke prijs de belegering laten mislukken. Daarvoor moeten we ons landgoed bij Sulan-Qu dan maar riskeren. Lujan, hoe kunnen we dat het beste uitvoeren?'
De bevelhebber van de legers van de Acoma schoof zijn helm recht. 'We kunnen onze vriend Benshai van de Chekowara vragen zich noordwaarts in de richting van uw voormalige landgoed te begeven, maar daarbij consequent op de westelijke oever van de rivier te blijven. Jiro moet zich dan afvragen of hij uw garnizoen komt helpen of dat hij op weg is naar Kentosani.'
Mara glimlachte tevreden. 'Als Jiro zelfs maar een fráctie van zijn troepen tegen het huis Chekowara in stelling brengt, zal de Assemblee zijn echte bedoelingen doorzien!'
'Maar áls Jiro de rivier oversteekt om hem op te vangen, zal Benshai zich als een opgeschrikte pavo uit de voeten maken,' merkte Arakasi droogjes op. 'Achter zijn rug zeggen zijn bedienden dat Benshai zelfs in zijn slááp laffe teksten mompelt.'
Mara zuchtte. 'Als we geluk hebben is Jiro daarvan niet op de hoogte.'
'Reken maar van wél,' zei Arakasi, zonder zijn frustratie te verbergen. 'Zijn adviseur Chumaka hoort álles wat die vadsige Heer van de Chekowara aan woorden en andere geluiden uit die grote mond van hem laat komen. Mijn spionnen hebben destijds met zekerheid vastgesteld dat hij de hele clan Hadama in een puinhoop heeft veranderd tijdens de jaren dat hij het Krijgshoofd van de clan was. Ondanks zijn dure kleren en streng kijkende soldaten is die man een hol vat, zonder enige inhoud. Nee, hij zal wel oprukken, als u hem dat vraagt, maar bij het eerste teken van een aanval door de Anasati vlucht hij met zijn staart tussen de benen terug naar het zuiden. En Jiro weet dat allemaal, en zal ook horen dat uw ouderlijk huis onverdedigd is, want de helft van Benshai's courtisanes zijn spionnen van Chumaka.'
Een bittere ondertoon in Arakasi's stem deed Kamlio verstrakken. Het leek alsof ze iets tegen hem wilde zeggen, maar ze bedacht zich. Er verscheen een blos op haar wangen en ze sloeg gegeneerd haar ogen neer.
Mara zag het net iets eerder dan Lujan. Ze gaf hem onder de tafel een discreet tikje op zijn pols om hem tot zwijgen te manen. Eerst wilde ze de spanning die tussen haar spionnenmeester en de ex-courtisane was ontstaan een uitweg geven.
Arakasi was de eerste die weer iets zei. Onder het fluwelige bovenlaagje was zijn stem als van graniet. 'Ik houd niet van de gewoonten van de Heer van de Chekowara.' Zijn walging was onmiskenbaar toen hij vervolgde: 'Jonge meisjes om te spioneren zijn een specialiteit van Chumaka. Mara is ooit bijna gedood door zo iemand. Zij heette Teani.' Hij zweeg even en trok zijn wenkbrauwen op in een soort vragende uitdrukking. 'Als je iets wilt weten over mijn gedachten, over dit onderwerp of een ander, hoef je het alleen maar te vragen. Maar staar me alsjeblieft niet aan alsof ik een rol perkament of een raadsel of een soort pratend schoothondje ben!'
Kamlio kwam overeind. Haar gezicht was een en al verwarring. 'Zo zie ik je helemaal niet.' Ze was buiten adem alsof ze een heel eind had gerend. Ze begon aan een buiging en haar mond opende zich om Mara verlof te vragen om te mogen vertrekken, maar de onbewogen uitdrukking op het gezicht van haar meesteres beloofde wat dat betreft weinig goeds. Kamlio knipperde met haar ogen, stak toen haar kin naar voren en keek de spionnenmeester op een open, kwetsbare manier aan. 'Ik weet niet wat ik je moet vragen. Ik weet niet wat ik van je moet denken. Maar je maakt me bang tot in het diepste van mijn hart, dat is de waarheid.' Haar grote amandelkleurige ogen vulden zich met tranen. 'Ik ben bang en ik weet niet waarom.'
Even keken de spionnenmeester en het meisje elkaar gekweld en verward aan. Lujan bleef roerloos zitten, met zijn hand té strak om de greep van zijn zwaard.
Na een paar ondraaglijke tellen besefte Mara dat zij degene was die de spanning moest verbreken. 'Kamlio, je bent bang omdat je eindelijk weet wat het betekent om iets te verliezen te hebben. Ga nu en was je gezicht met koud water.'
Het meisje kwam uit haar starre houding alsof ze vastgebonden was geweest en iemand met één haal de touwen had losgesneden. Ze maakte opgelucht en dankbaar een buiging en verdween haastig achter het gordijn.
Toen ze de diep ongelukkige uitdrukking op Arakasi's gezicht zag, grijnsde Mara als een ondeugend schoolmeisje. 'Je bent volgens mij aan het winnen,' fluisterde ze. 'Het meisje heeft je haar gevoelens laten zien!'
Arakasi liet zijn handen slap op zijn knieën vallen. 'Denkt u?' vroeg hij mismoedig, maar met een ondertoon van hoop in zijn stem.
Lujan lachte joviaal en gaf de spionnenmeester een vriendschappelijke klap op zijn schouder. 'Man, geloof me maar op mijn woord. De meesten van ons maken deze onzin mee als we nog jong zijn, maar jouw jeugd schijnt met enige vertraging gearriveerd te zijn. Vrouwe Mara heeft gelijk. Je kunt dit meisje onder je dekens krijgen als je maar bereid bent haar ook eens iets hulpbehoevends of kwetsbaars van jezelf te laten zien.'
Arakasi keek hem verwonderd aan. 'Wat?'
'Ze moet zien dat je haar nodig hebt,' legde Mara uit.
Toen de spionnenmeester het nog steeds niet leek te begrijpen, zei Lujan: 'Goden, ze heeft je nog nooit een vergissing zien maken! Je doodde tongmoordenaars en bent zelf nog steeds in leven. Je lag bij haar in bed in het huis van haar meester, en je zweette niet van angst, maar van passie. Je raakt haar kennelijk op manieren die andere mannen die ze heeft gekend niet in zich hadden, en dat betekent dat jij de eerste levende persoon bent die enig inzicht heeft gekregen in haar gevoelens. En dat heeft haar bang gemaakt, want het betekende ofwel dat haar training en schoonheid hadden gefaald, ofwel dat je te slim was om je door haar allure te laten misleiden. Een man in haar armen wordt niet geacht aan iets ánders te kunnen denken dan zijn stijve genotsorgaan. Dus is ze bang. Geen van haar subtiele vaardigheden kan haar helpen, als het om jou gaat. Ze kan geen beschermend masker opzetten. Ze krijgt een man aangeboden die haar doorziet en begrijpt, maar wiens eigen gevoelens zij niet kan doorgronden. Bedgenoegens op zich vindt ze waardeloos en vervelend, want ze heeft geen idee wat het betekent om iets om een man te géven. Ze moet op dat terrein geleid en onderwezen worden. Maar daarvoor moet ze eerst haar ontzag voor jou kwijtraken. Struikel maar eens over een steen, op een dag, en laat je kermend aan haar voeten vallen. Wedden dat ze op je af springt en je geschaafde knieën begint te verzorgen?'
'Voor een pummel die zelf massa's vrouwen heeft misbruikt,' zei Mara, 'toon je soms toch een verrassend inzicht, Lujan.' Haar legerbevelhebber grijnsde breed.
'Ik zal erover nadenken,' zei Arakasi.
'Met nadenken schiet je geen steek op, als het om vrouwen gaat,' verklaarde Lujan op stellige toon. 'Zelf heb ik er tenminste nooit een gekend die om lógische redenen verliefd is geworden.'
'Lujan heeft gelijk,' viel Mara hem bij, want ze was het instinctief met hem eens. Hokanu en zij deelden een volmaakt wederzijds begrip en een volledige harmonie van lichaam en geest. Maar voor de koppige, brutale Kevin, die vaak ruzie met haar had gemaakt en haar soms had doen schreeuwen van frustratie, had ze een passie gevoeld die na al deze jaren nog steeds niet was verflauwd. Zelfs nu ging haar hart meteen weer sneller slaan, omdat
ze aan hem dacht. Op dat moment opende iemand de tentflap en waaide er rokerige lucht naar binnen, waardoor ze ruw werd teruggesleurd naar het hier en nu. 'Laat onze Adviseur voor Oorlogszaken halen,' zei ze. 'We moeten plannen maken en mogelijkheden bekijken, en vooral zorgen dat we in leven blijven.'
Niemand sprak het hardop uit, maar het was iedereen duidelijk wat de perspectieven waren: een grote, bloedige oorlog, of een verzengende strafexpeditie door de magiërs. Of misschien wel eerst het ene, dan het andere.
Het hield op met regenen. Het geluid van de nadruppelende bomen mengde zich met dat van officieren die opdracht gaven een kamp op te slaan. De soldaten droegen ongemarkeerde wapenrustingen en de tenten die ze begonnen op te zetten waren vaalbruin. Voor iemand die slechts oppervlakkig keek week het kamp dat ze opsloegen nauwelijks af van vele honderden elders in het keizerrijk, zij het dat deze soldaten geen belangrijke kruising, brug, sterkte of poort leken te bewaken. Mijlen verwijderd van de kans op gevechten, bereidde deze legereenheid zich voor op de nacht in een woud, buiten de gebaande paden, vier dagmarsen ten noordwesten van Kentosani.
Gewone soldaten en bedienden richtten de tentpalen op, hingen er de zeilen overheen en sloegen de pinnen in de grond. Het gebeurde allemaal op de snelle, doelmatige manier die ervaring verried. Op een iets hoger stukje grond, tussen een paar druipnatte altijdgroene bomen in, liep een man opgewonden te ijsberen, terwijl een korter, magerder iemand in een geoliede wollen mantel moeite moest doen om hem bij te houden.
'Hoe lang moet ik nog wachten?' snauwde Jiro.
Er verscheen een bediende, die zich op de natte grond liet vallen. Jiro stapte om hem heen. Iedereen wist hoe humeurig hun meester was sinds de legers op weg waren, dus de bediende drukte zijn gezicht tegen de grond. 'Uw tent is bijna klaar, heer.'
Jiro keek woedend naar beneden. 'Ik had het niet tegen jou!' Terwijl de arme bediende zich zo klein mogelijk probeerde te maken om bij zijn meester niet nóg meer toorn op te wekken, richtte de Heer van de Anasati zijn kille blik op zijn Eerste Adviseur. 'Ik vroeg: hoe lang nog?' herhaalde hij.
Chumaka veegde een druppel van het puntje van zijn neus. Hij keek tevreden, ondanks zijn natte kleren en de lange dagmars door het woud. 'Geduld, meester. Eén foute beweging nu zou de zorgvuldige planning van vele jaren kunnen bederven.'
'Ontwijk mijn vraag niet!' blafte Jiro. Hij was niet in de stemming om van Chumaka's retoriek te genieten. 'Ik vroeg alleen maar: hoe lang? We kunnen die apparaten niet eeuwig ongebruikt laten, nu ze zo dicht bij Kentosani zijn. Elke dag dat we langer treuzelen groeit het gevaar dat de Heer van de Omechan die daar het bevel heeft zijn geduld verliest of eigen ambities gaat najagen. Bovendien komt het leger van de Shinzawai elke dag een stuk dichterbij om de Keizerlijke Garde te hulp te schieten. We mogen niet aannemen dat de Assemblee onze activiteiten niet in het oog houdt. Ze zouden elk moment tussenbeide kunnen komen om welke aanval ook te verbieden! In de naam van alle goden, Chumaka, waar wáchten we op?'
Als de Eerste Adviseur van de Anasati door deze tirade verrast werd, dan liet hij dat alleen merken door opeens te blijven staan. Zijn leerachtige gezicht behield een neutrale uitdrukking, terwijl zijn meester verder liep. Pas zes energieke stappen verderop bemerkte Jiro dat de dienaar aan wie hij een dwingende vraag had gesteld niet meer naast hem liep. Hij moest zich inhouden om niet ordinair te vloeken. Zoals steeds had Chumaka met alle mogelijkheden rekening gehouden: ofwel Jiro moest zijn zenuwachtigheid min of meer toegeven door terug te lopen om een antwoord te krijgen, ofwel hij moest zijn Eerste Adviseur publiekelijk sommeren - de afstand was net te groot om het op een discrete manier te doen - om bij hem te komen, en dan zou iedereen binnen gehoorsafstand van oordeel zijn dat hun meester zich weer eens op een kinderachtige manier wilde doen gelden. Desondanks zou Jiro misschien wel een bevel hebben geschreeuwd, gewoon om zijn gemoed te luchten, ware het niet dat hij gasten van de Omechan bij zich had.
Zo zag hij zich gedwongen te capituleren en naar zijn adviseur terug te keren. Anders dan zijn overige redenen om zich te ergeren was deze kleine persoonlijke nederlaag niet iets wat bij Jiro tot rancune leidde. In feite had hij zelfs wel waardering voor het subtiele optreden van zijn Eerste Adviseur. Een heer behoorde geen blijk te geven van zenuwen of een slecht humeur. Zéker een heer die de ambitie had om de keizerstroon te verwerven moest leren onnozele irritaties te negeren, maar Chumaka, altijd een instructeur in hart en nieren, was te verstandig en te tactvol om zijn meester zoiets in het openbaar te verwijten.
Wegens dit soort eigenschappen zou Chumaka straks een ideale keizerlijke adviseur zijn, mijmerde Jiro. De plooi om zijn mond was nog net geen glimlach, maar wees toch op een aanzienlijk verbeterde stemming. Hij keek zijn adviseur aan. Diens ronde rug werd geaccentueerd door de plakkerige natheid van zijn kleren. 'Waarom zouden we Mara meer tijd gunnen om haar belangen te behartigen? Volgens jouw spionnen is ze van plan de gouden troon op te eisen voor haar zoon Justijn.'
Chumaka tikte met een vinger op zijn wang en deed alsof hij nadacht, maar aan de berekenende glans in zijn ogen zag Jiro dat de man met opzet treuzelde. 'Meester,' zei Chumaka toen, 'uw commandotent staat klaar. Ik stel voor dat we dit onderwerp binnen bespreken, op ons gemak en onder vier ogen.'
Jiro lachte. 'Je bent nog gladder dan vers gevangen vis, Chumaka! Goed, laten we ons gaan afdrogen. Zeg de bedienden dat ze thee moeten zetten. Maar daarna geen draaierijen meer! Ik wil een helder antwoord, en bij de goden, daar heb ik na al dit getraineer récht op!'
Nu glimlachte Chumaka. Hij maakte een snelle, maar niet al te serieuze buiging. 'Meester, heb ik u dan ooit teleurgesteld?'
Jiro's humeur kon zo wisselvallig zijn als het weer. 'Mara leeft nog,' beet hij Chumaka toe. 'Breng me haar hoofd, pas dán zal ik het met je eens zijn dat je me nooit hebt teleurgesteld!'
Niet uit het veld geslagen door iets wat een ander zou hebben opgevat als een verkapt dreigement door niemand minder dan de gevreesde Heer van de Anasati, zei Chumaka: 'Dat is precies waarnaar ik streef, meester.'
'Ha!' Jiro beende naar de grootste tent. 'Maak me niks wijs, oude man. Jij bent verzot op intriges, hoe meer hoe liever, en verder niets!'
Chumaka wrong de zoom van zijn mantel uit en volgde zijn meester de commandotent in. 'Heer, u hebt misschien niet helemaal ongelijk, maar die intriges zijn geen doel op zich. Dat zou ijdelheid mijnerzijds zijn, en de goden houden niet van ijdele mensen. Ik werk voor uw eer en glorie, heer. Dat is het begin en het einde van mijn streven. Ik ben steeds uw trouwe dienaar.'
Jiro maakte een afwerend gebaartje om de discussie te besluiten. Hij las liever een boek, dan had hij geen last van Chumaka's irritante gewoonte om elk onderwerp tot ver voorbij de grenzen van het interessante uit te melken.
Het interieur van de commandotent was nog niet helemaal op orde. Er brandde een enkele lantaarn, maar de bedienden waren nog bezig kussens en tapijten uit te pakken. Van buiten mocht de tent dan eenvoudig ogen, maar binnenin had Jiro comfort geëist, tot en met twee kisten met boekrollen toe. De laatste tijd had hij voornamelijk over keizerlijke taken, ceremoniële functies en obscure juridische onderwerpen gelezen, inclusief de precieze gang van zaken bij de inhuldiging van een keizer door de priesters van de Twintig Goden. Het lezen was een moeizame zaak geweest, niet alleen wegens de saaiheid van de onderwerpen, maar vooral omdat het beroerde, flakkerende licht van de lantaarns muggen en ander ongedierte had aangetrokken.
De Heer van de Anasati knipte met zijn vingers en er verscheen ogenblikkelijk een lijfknecht voor zijn neus. 'Help me uit mijn wapenrusting. Smeer dan alle riemen en veters in met olie, zodat ze niet uitdrogen en stijf worden.' Toen bleef hij roerloos staan, terwijl de jongen aan de eerste gespen begon.
Hoewel Chumaka krachtens zijn hoge positie eveneens recht had op een lijfknecht, hield hij niet van dat soort vertoon. Hij trok eigenhandig zijn natte jas uit en zocht een zitplaats. Iemand van Jiro's efficiënte staf had juist een pot dampende thee gebracht, toen er een scherp zoemend geluid klonk.
'Er komt een Grootheid aan!' riep Chumaka waarschuwend.
Jiro rukte het laatste stuk van zijn harnas zelf los en draaide zich om, terwijl achter hem zijn bedienden zich als één man plat op de grond wierpen. Het tentdoek waaide klapperend op in een korte, maar hevige windvlaag. Chumaka zette de theepot terug op het dienblad en trok zich snel terug in een donker hoekje van de tent.
De magiër verscheen midden op het ene tapijt dat al op de grond was uitgerold. Zijn vuurrode haar piekte onder zijn hoofdkap uit. Het scheen hem niets te kunnen schelen dat hij op zijden kussens trapte toen hij naar Jiro toe liep, die naast het stapeltje harnasonderdelen stond te wachten.
'Heer van de Anasati,' zei Tapek van de Assemblee der Magiërs ter begroeting. 'Ik ben hier als gedelegeerde om uw aanwezigheid in de Heilige Stad te eisen. Er zijn door u troepen gemobiliseerd, en ten nutte van het keizerrijk verlangt de Assemblee een verantwoording, om het uitbreken van een openlijke oorlog te voorkomen.'
Blij om zijn door de regen nog natte gezicht, wat nu verhulde dat hij stond te zweten, stak Jiro zijn kin naar voren. 'Uw wens, Grootheid. Het zal niet de Anasati zijn die uw gebod overtreedt. Maar als ik zo vrij mag zijn: als ik naar de stad ga, wie zorgt er dan voor dat Mara van de Acoma en haar Shinzawai-echtgenoot zich aan het verbod van een gewapend conflict houden?'
Tapek fronste zijn voorhoofd. 'Dat is uw zaak niet, heer Jiro. Zoiets behoort u niet te vragen!' Hoewel deze Grootheid verre van onsympathiek stond tegenover de doeleinden van de Anasati, vond hij het ontoelaatbaar dat welke heer ook zelfs maar de schijn van tegenspraak waagde te wekken. Toen hij zag dat Jiro deemoedig zijn hoofd boog vervolgde hij echter op vriendelijker toon: 'Vrouwe Mara heeft hetzelfde bevel ontvangen. Ook zij moet in Kentosani verschijnen. Net als u krijgt zij tien dagen de tijd om daar te komen. De dag nadat de officiële rouwperiode voor de keizer is afgelopen dient u beiden voor leden van de Assemblee te verschijnen om uw zaak toe te lichten.'
Jiro dacht koortsachtig na en had toen moeite om een tevreden glimlachje te onderdrukken. Zelfs met versnelde marsen zou het Mara amper lukken om de Heilige Stad binnen tien dagen te bereiken. Hij was veel dichterbij, niet met zijn hoofdleger aan de zuidkant, zoals iedereen zou denken, maar vanaf de geheime locatie bij Kentosani waar hij zijn belegeringsmachines in gereedheid hield. Mara zou zich vreselijk moeten haasten om aan de eis van de Assemblee tegemoet te komen, terwijl hij dagen de tijd zou hebben om zijn voordeel in alle rust uit te buiten.
Om de richting van zijn gedachtegang te verdoezelen zei de Heer van de Anasati: 'Het zijn gevaarlijke tijden, Grootheid, om zonder escorte te reizen. Er zijn vele ambitieuze heren op pad. Mara mag dan door uw gebod weerhouden worden van aanvallen op mijn persoon, maar ze heeft medestanders. Veel vrienden van wijlen de keizer hebben een politieke reden om mij dood te wensen, omdat ik de traditionalistische groepering aanvoer.'
'Dat is waar.' Tapek maakte een welwillend gebaar. 'U mag reizen met een eregarde om uw veiligheid te verzekeren. Bij het bereiken van de Heilige Stad mag u honderd krijgers meenemen binnen de muren. Aangezien de Keizerlijke Witten daar nog steeds de orde handhaven, moet dat aantal toereikend zijn om u tegen moordaanslagen te beschermen.'
Jiro boog diep. 'Uw wil, Grootheid.' Hij handhaafde zijn onderdanige houding tot het zoemende geluid dat Tapeks vertrek begeleidde volledig was weggestorven. Toen hij zich oprichtte zag hij dat Chumaka alweer op zijn kussen zat, met een kopje thee in zijn hand. De adviseur deed alsof er niets bijzonders was gebeurd, afgezien daarvan dat zijn gezicht deze keer wel érg zelfvoldaan leek.
'Wat zit je daar weer verwaand te kijken?' vroeg Jiro terwijl hij de kamerjas die een bediende hem aanreikte uit diens handen rukte. Hij stapte over zijn harnas heen, lette goed op dat hij zijn favoriete kussen niet vuil maakte met zijn voeten en liet zich met gekruiste knieën tegenover zijn adviseur zakken.
Chumaka zette zijn eigen kopje neer, pakte de pot en schonk zijn meester kalm een kopje thee in. 'Stuur uw loopjongen om de erfzoon van de Omechan te halen.' Hij gaf zijn meester de thee en wreef zich toen glunderend van de voorpret in zijn handen. 'Alles gaat volgens plan, mijn heer! EJ;l zonder het te weten heeft de Assemblee ons een aardig handje geholpen!'
Jiro nam het kopje aan alsof het gevuld was met een of ander smerig medicijn. 'Je draait er weer omheen,' zei hij waarschuwend, maar hij was wel zo verstandig om zijn loopjongen meteen op weg te sturen met de boodschap die Chumaka hem had aangeraden. Daarna keek hij zijn adviseur over de rand van zijn theekopje aan. 'We zullen over vier dagen met honderd van mijn beste krijgers binnen de muren van Kentosani zijn,' gaf hij toe, 'maar wat heb je verder dan nog bekokstoofd?'
'Grootse daden, meester.' Chumaka stak zijn hand op en telde de punten af op zijn vingers. 'We zullen vanaf dit kamp doorreizen naar Kentosani, geheel volgens de opdracht door de Grootheden. Vervolgens mogen we aannemen dat Mara eveneens zal gehoorzamen - zo niet, dan is ze zo goed als dood en hebben we dus óók gewonnen - en dat ze zich niet als een gek zal gedragen. Dat betekent dat ze nog op enkele dagmarsen van Kentosani verwijderd is wanneer wij al binnen de muren zijn en ons discreet voorbereiden op een aanval op de keizerlijke wijk.' Chumaka grijnsde en gaf ten derde een tikje op het topje van zijn ringvinger. 'Ondertussen komt de legerleider van de Omechan krachtens bevelen van zijn heer in actie en begint aan een belegering van de Heilige Stad, zoals we dat steeds hebben gepland. Maar hoor nu wat we aan die plannen kunnen verbeteren, dankzij de Assemblee: u, meester, die binnen de muren verblijft, bent onschuldig aan deze aanval! Als de magiërs protesteren tegen het verbreken van de keizersvrede kunnen ze u niets verwijten. U kunt er immers niets aan doen dat een hele volksbeweging u op de troon wenst te zetten? Maar helaas, jammer voor de Keizerlijke Witten, de oude stadsmuren blijken wel heel erg gammel. En nadat die het hebben begeven stroomt een compleet leger de stad binnen.'
Chumaka's ogen schitterden. Nog niet zo opgetogen, want cynisch en voorzichtig van nature, zette Jiro zijn kopje neer. 'Onze bondgenoten, geleid door de Heer van de Omechan, dringen in de keizerlijke wijk binnen,' zei hij. 'Mara's kinderen komen door tragische ongelukken aan hun einde, en zie: na afloop van de officiële rouwperiode, tegen de tijd dat vrouwe Mara in Kentosani arriveert, zit er een nieuwe keizer op de gouden troon, en hij heet Jiro.' Naarmate hij langer sprak was zijn stem geïrriteerder gaan klinken, en Jiro's slotzin klonk bepaald hatelijk: 'Eerste Adviseur, je plannen vertonen diverse tekortkomingen, moet ik zeggen!'
Chumaka boog zijn hoofd. Zijn enthousiasme was als een ingerekend vuur dat elk moment weer kon oplaaien. 'Mara,' raadde hij. 'Ik heb niets gezegd over de heks die u zo verdomd graag dood wilt zien.'
'Precies, Mara!' Jiro had nu genoeg van de eeuwige woordenspelletjes van zijn adviseur, waarin deze vaak even ongrijpbaar was als tijdens het tschèspel. 'Wat gebeurt er met haar?'
'Ze zal dood zijn.' Chumaka liet een dramatische pauze vallen en verplaatste zich een eindje om een bediende in staat te stellen een volgend tapijt uit te rollen over de grond. Daarna vervolgde hij: 'Denkt u dat de Assemblee werkloos blijft toezien als haar troepen uw hoofdmacht bij Sulan-Qu zouden aanvallen?'
Deze keer begreep Jiro hem meteen. 'De Grootheden zullen haar voor mij doden!' Hij boog zich zo abrupt naar voren dat hij bijna thee knoeide. 'Dat is briljant! Denk je dat we haar tot aanvallen kunnen verleiden?'
Chumaka glimlachte tevreden. Zijn tanden glommen wit in het onzekere lichtschijnsel. 'Dat wéét ik,' verklaarde hij. 'Het leven van haar kinderen staat op het spel en ze is een vrouuw. Ze zal alles riskeren om die kinderen te verdedigen, daar kunnen we gerust op rekenen. Als ze géén aanval zou inzetten, zullen uw zuidelijke troepen hun kamp opbreken, om haar heen trekken en opmarcheren naar Kentosani, om aldaar uw zojuist gevestigde heerschappij kracht bij te zetten door de omgeving van de stad af te grendelen. Dat zal haar slimme spionnenmeester haar zonder enige twijfel duidelijk weten te maken - want het is de pure waarheid.'
Jiro leek zich te verkneukelen over de vooruitzichten, want ook hij glimlachte nu. 'De magiërs zullen bezig zijn Mara te bestraffen terwijl ik de gouden troon inpik! Daarbij kunnen we natuurlijk ons hele Anasati-Ieger verspelen, maar op de langere termijn is dat niet van belang. De Acoma zal vernietigd zijn en zelf zal ik het hoogste gezag in het rijk vertegenwoordigen. Vijfduizend Keizerlijke Witten zullen mij gehoorzamen en alle heren zullen buigen voor mijn wil.'
Jiro's plezierige mijmeringen werden onderbroken doordat de tentflap open werd getrokken. Hij trok zijn gezicht meteen in een neutrale plooi. De man die naar binnen stapte was nog jong. Zijn wapenrusting was ongemarkeerd, maar aan zijn gezicht was duidelijk te zien dat dit een zoon van de Heer van de Omechan moest zijn. 'U liet me roepen, heer Jiro?' vroeg hij. Zijn altstem klonk arrogant.
De Heer van de Anasati stond op. Niet alle sporen van opwinding waren uit zijn gezicht verdwenen. 'Ja, Kadamogi. Je zult met de grootste spoed terugkeren naar je vader en hem zeggen dat het uur is aangebroken. Vijf dagen vanaf nu moet hij Kentosani aanvallen met de belegeringsapparaten die ik hem heb gegeven.'
Kadamogi boog. 'Ik zal het hem zeggen. En daarna zult u zich houden aan uw belofte van bijstand, heer Jiro. Zodra de gouden troon aan u is, zult u als keizer de Hoge Raad weer in ere herstellen en erop toezien dat de Omechan weer het wit-en-goud van het ambt van Krijgsheer verwerft!'
Jiro's lip plooide zich in een slecht verborgen uiting van misprijzen. 'Ik ben niet zo seniel dat ik mijn belofte aan je vader nu al vergeten zou zijn.' Toen de jonge edelman verstijfde en beledigd keek, vervolgde de Heer van de Anasati op verzoenende toon: 'We verspillen tijd. Neem mijn beste draagkoets en mijn snelste dragers. Zelf moet ik met mijn legerleider overleggen over de samenstelling van mijn eregarde.'
'Eregarde?' Kadamogi's gelaatstrekken drukten verwarring uit. 'Waarom hebt u een eregarde nodig?'
In een van zijn kwikzilveren wisselingen van stemming begon Jiro opeens te lachen. 'Ik marcheer eveneens naar Kentosani, en wel in opdracht van de Assemblee,' legde hij opgewekt uit. 'De Grootheden hebben me daar ontboden om uitleg te geven over de inzet van mijn troepen.'
Kadamogi's gezicht klaarde op. Hij grinnikte. Het geluid leek diep uit zijn borstholte te komen. 'Dat is fraai! Erg fraai! Onze plannen om de Hoge Raad weer in te stellen zijn dus al zowat bij voorbaat gerealiseerd.'
Jiro maakte een instemmend gebaar. 'Precies! Het beleg zal kort duren, omdat de belegeraars hulp van binnenuit zullen hebben en de Assemblee zich om de volgelingen van de Goede Dienares zal bekommeren.' Er klonk onverbloemd genot door in zijn stem toen hij besloot: 'De magiërs zullen Mara voor ons doden. Ze mag dan Dienares van het Keizerrijk zijn, toch zal ze sterven in magische vlammen en worden geroosterd als een achterham!'
Kadamogi's lippen vormden een glimlach. 'Daar moeten we een glas op drinken, voordat ik vertrek! Ja?'
'Een goed idee!' Jiro klapte in zijn handen om een bediende te roepen. Terloops stelde hij vast dat het kussen van Chumaka niet meer bezet was, en dat zelfs diens lege theekopje was verdwenen. Niets wees er op dat de Eerste Adviseur zojuist nog aanwezig was geweest.
Die man is achterbakser dan de God van de Listen zelf, dacht Jiro, toen de wijn werd aangevoerd en hij zich goedgehumeurd voorbereidde op een uurtje gezellig kouten met de erf zoon van de Omechan.
Buiten de commando tent, in een drenzerige regen, bewoog zich een gestalte door de schaduwen onder de bomen. Over zijn ene arm droeg Chumaka zijn geoliede wollen mantel, die hij wegens zijn haast nog niet had aangetrokken. Terwijl hij met snelle passen naar de tent van de koeriers liep, leek het alsof hij iets aftelde op zijn vingers, maar wat hij onder het lopen binnensmonds mompelde had niets te maken met cijfers of getallen.
'Die ex-soldaten van de Minwanabi, die zich niet bij Mara hebben aangesloten - nu wordt het tijd dat ze mij waar voor hun geld leveren, lijkt me. Een voorzorgsmaatregel, meer niet, voor het geval dat Mara door de netten van de Assemblee weet te glippen. Die vrouw is slim, en we mogen niet aannemen dat we ál haar geheimen kennen! Bijvoorbeeld de periode dat ze zogenaamd in retraite was in die tempel, daar hebben we nog geen goede verklaring voor. En zomaar opeens was ze weer op haar landgoed!'
Chumaka haastte zich voort. Hij struikelde niet over wortels, tentpaaltjes of scheerlijnen, en botste ook niet tegen bomen, hoewel het erg donker was, hij de omgeving niet kende en hij bovendien diep in gedachten verzonken was om een goed noodplan te verzinnen. 'Ja, we moeten voor deze manschappen harnassen in het groen van de Acoma hebben. Dan moeten ze zien te infiltreren in de eregarde van de vrouwe - maar zich zo lang mogelijk verscholen houden, en pas op het laatste moment, wanneer Mara op de vlucht is, onder haar lijfwacht mengen en deze uitschakelen. Onder het mom dat ze loyale Acoma-soldaten zijn kunnen ze haar dan gevangennemen en aan de magiërs uitleveren, of zichzelf het genoegen gunnen haar te doden, als wraak voor het feit dat zij het huis Minwanabi heeft vernietigd... Ja, zo zou het moeten gebeuren...'
Chumaka bereikte het deel van het kamp waar de tent van de koeriers stond. Hij stapte uit de schaduwen en verraste een schildwacht, die zijn zwaard al ophief. 'Ik ben het, Chumaka!' riep hij. 'Ben je blind? Roep een snelle, goed uitgeruste koerier, en vlug een beetje, voordat ik besluit je incompetentie aan je commandant te rapporteren!'
De wachter boog nederig zijn hoofd, want het was algemeen bekend dat het slecht kon aflopen met degenen die het ongenoegen van de Eerste Adviseur over zich afriepen. Daarna schoot hij de tent binnen, terwijl Chumaka, zachtjes neuriënd, buiten bleef wachten.