2
Toen het bad eenmaal leeg en schoon was, liet Chloe het weer vollopen en ging daarna naar beneden om het avondeten te maken. Anna zat op de badkamervloer en las verhaaltjes aan de jongens voor. Ze was dankzij haar neefjes wel gewend aan kleine jochies, en ze genoot enorm van het boek dat ze hadden uitgekozen. Toen de kleinste uiteindelijk tekenen van slaperigheid begon te vertonen, tilde ze hen een voor een uit het water en wikkelde hen in handdoeken. Daarna stuurde ze hen zoals opgedragen naar beneden om bij de haard te zitten.
Tegen de tijd dat ze het bad had schoongemaakt, de speeltjes had verzameld, haar best had gedaan om de vloer droog te krijgen en beneden kwam, zaten de jongens in hun pyjama spaghetti te eten.
‘We doen altijd een beetje makkelijk als mijn man weg is,’ legde Chloe uit. ‘Het is beter om ze eerst eten te geven en daarna in bad te doen, maar dat lukt gewoon niet. Aardig van je om ze voor te lezen in bad. Daar zou ik nooit opgekomen zijn.’
‘Ik heb een paar neefjes en toen ik ze een keer een weekendje had, ontdekte ik dat voorlezen in bad een heel goed idee was. En daarna speelden we tandartsje.’
‘Wat?’ Chloe gaf Anna een glas wijn.
‘Ze gaan om beurten op het bed van mijn zus liggen met het leeslampje aan en dan zeg ik: “Doe maar wijdopen, lach eens naar me,” terwijl ik hun tanden poets.’
Chloe keek eens naar haar zoons. Een van de twee zoog net een spaghettisliert op die tegen zijn neus zwiepte. ‘Wat een briljant idee!’
Anna lachte. ‘Ik denk niet dat mijn zus er erg blij mee was toen ze de tandpasta op het dekbedovertrek zag, maar ze was zo opgelucht ons gezond en wel terug te vinden dat ze het door de vingers zag.’
‘Ik denk dat ik er wel aan kan wennen om jou als buurvrouw te hebben, Anna.’
Terwijl Chloe boven tijdens de tandenpoetsstrijd de nieuwe tactiek uitprobeerde, laadde Anna de vaatwasser in, veegde alle sporen van spaghetti van de tafel en dekte hem daarna opnieuw voor hun maaltijd. Ze zou het haar zus alleen verteld hebben als ze een waarheidsserum toegediend had gekregen, maar ze was net als Chloe dolblij met haar buren. Heerlijk om zo’n leuk gezin naast zich te hebben. Dat maakte in haar eentje in een bouwput wonen een stuk draaglijker.
Chloe kwam naar beneden en stortte neer op de sofa. ‘Ze naar bed brengen is zo vermoeiend. Als hij thuis is doet Mike het altijd. Dat is mijn man,’ voegde ze eraan toe.
‘En hij is weg?’ vroeg Anna.
‘Yep. Hij is adviserend ingenieur en moet vaak naar het buitenland voor zijn werk. Hij zou een dezer dagen terug moeten komen, maar je weet nooit precies hoe lang zo’n klus gaat duren. Vroeger ging ik met hem mee, voordat de jongens er waren.’
‘Mis je het?’
Chloe dacht er even over na. ‘Niet eens zozeer. Ik mis Mike natuurlijk, maar expat zijn was ook niet alles. Ik heb altijd als tijdelijke kracht op kantoren gewerkt, maar het was niet eenvoudig om werk te krijgen als ze wisten dat je snel weer weg zou gaan. Zo heb ik Mike ontmoet,’ voegde ze eraan toe. Ze keek Anna met een ondeugende blik aan. ‘Ik werkte bij hem op kantoor. We ontmoetten elkaar ’s ochtends, we zijn samen gaan lunchen en nooit meer teruggegaan! Ik voelde me ontzettend schuldig omdat ik mijn uitzendwerk normaal gesproken heel serieus nam.’
Anna lachte. Hoewel Chloe veel praatte, was ze vermakelijk en kon ze nog wel eens een nuttige bron van informatie zijn. ‘Wonen jullie hier al lang?’
‘Bruno – dat is de oudste – was een baby toen we hierheen verhuisden. Het leek ons toen ideaal. Nu, twee baby’s later, wordt het een beetje krap.’ Ze glimlachte schaapachtig. ‘Je wilt zeker niet toevallig nog wat wijn in mijn glas kieperen?’
Anna kieperde met plezier.
‘Ik ben echt geen alcoholist of zo hoor – dat denk ik niet tenminste – maar het is zo fijn om ’s avonds gezelschap te hebben. Als ik alleen ben drink ik nooit.’ Chloe nam een slok en zei daarna alsof het een uitgekauwd onderwerp was: ‘Als we het ons konden veroorloven zouden we verhuizen, denk ik, maar het heeft ons al ons geld gekost om op de huizenmarkt te komen.’
‘Jullie lijken bepaald niet gebukt te gaan onder jullie geldgebrek, als ik zo vrij mag zijn,’ zei Anna.
Chloe lachte. ‘Nou, nee! Blut zijn kan behoorlijk veel tijd kosten en je wordt er verschrikkelijk vindingrijk van.’ Ze trok zichzelf op uit de sofa en liep naar de andere kant van de kamer. ‘Zie je dit tafeltje?’
Anna knikte. Er stond een kleine tafellamp op.
‘Luierdoos met een kleedje eroverheen. Maar kijk niet van te dichtbij, want er zit geen zoom in het kleed.’
‘Wauw! Wat een goed idee,’ zei Anna.
Nu ze toch stond, dronk Chloe haar glas leeg. ‘Ik ga even water opzetten. Mikes ouders vinden dat ik een ontzettende slons ben, ze vinden meubels van kartonnen dozen maken niet bijster intelligent.’
‘Ik wel, al gebruik ik zelf meestal iets stevigers...’
‘Je hebt waarschijnlijk niet zo’n grote voorraad luierdozen als ik.’
‘Nou, nee.’
Chloe fronste. ‘Ik heb ook wel katoenen luiers gebruikt, maar als je er drie hebt... Eh, koffie, thee of warme chocolademelk?’
‘Koffie graag.’
‘En grotemensenkoekjes?’
‘Ik wist niet dat ze ook koekjes alleen voor volwassenen maakten. Verkopen ze die in speciale winkels?’
Chloe lachte. ‘Je bent grappig. Ik bedoel koekjes die ik de jongens alleen bij speciale gelegenheden geef. Te duur.’
‘Waarom zijn jullie in deze omgeving gaan wonen? Komen jullie hiervandaan?’ vroeg Anna.
‘Het ligt min of meer tussen onze ouders in,’ antwoordde Chloe terwijl ze water pakte. ‘Dat was achteraf toch niet zo’n goed idee, maar ik heb hier als kind veel vakanties doorgebracht en ik vond het altijd geweldig. En hoewel de huizenprijzen exorbitant hoog zijn, moet ik zeggen dat het hier geweldig wonen is.’
‘Fijn om te horen.’ Anna stond op uit de nogal lage leunstoel waar ze rugpijn van begon te krijgen en ging op iets rechters zitten.
‘Ja, je hebt hier alles binnen handbereik,’ zei Chloe vanuit de keuken. ‘Mooi landelijk, uitzichten... een heel goede basisschool, onofficiële peuter- en kleutercrèches, allemaal van dat soort faciliteiten in het dorp. De supermarkt en het postkantoor had je waarschijnlijk al gezien, maar er is ook een geweldige markt op zaterdag, hoewel er in de stad ook nog eentje is. We hebben een pub waar je goed kunt eten, een Chinees vlakbij...’
‘Dat wist ik. Er hingen menu’s van aan de muren van mijn huis.’
Chloe glimlachte en zocht in een keukenkastje naar de grotemensenkoekjes. ‘En we hebben hier een aantal goede vrienden gemaakt, allemaal binnen wandelwagenbereik. Perfect als je met elkaar uit eten gaat; dan wankel je klokslag middernacht gewoon naar huis voor de oppas.’ Chloe pauzeerde en zuchtte. ‘Sorry! Ik praat weer veel te veel. Dat heb ik wel vaker. Mike geeft me altijd op m’n donder, maar als hij weg is mis ik ’s avonds wel eens volwassen gezelschap. Zeg het gerust als ik mijn waffel moet houden.’
Anna grinnikte. ‘Ik zou niet durven! Ik zag er niet echt naar uit om hiernaast alleen te zitten en jij hebt me al binnengevraagd, eten gegeven en dronken gevoerd...’
Chloe keek geschokt. ‘Nee toch?’
‘Nou ja, een beetje aangeschoten dan, maar het was een heerlijke avond, dank je wel.’ Ze glimlachte gelukkig. Het was een zegen om Chloe als buurvrouw te hebben. Ze was aardig en grappig en wist alles. Het gaf haar een nog beter gevoel over haar aankoop van het huis.
‘Hier is je koffie,’ zei Chloe, die een mok dampende koffie voor Anna neerzette. ‘Melk? Suiker? En neem een koekje.’
Anna hielp zichzelf terwijl Chloe in de nogal oncomfortabele leunstoel ging zitten en de schaal met koekjes naast zich op de vloer zette. Er leek nergens anders ruimte voor te zijn. Ze wendde zich tot Anna. ‘Vind je het niet eng om helemaal alleen in dat huis te slapen?’
‘Ik denk het niet,’ antwoordde Anna. ‘Maar ik heb nog nooit alleen gewoond, dus het zou kunnen.’
‘Ik deed het altijd in mijn broek voordat ik de jongens had.’
‘Die beschermen je tegen boemannen?’
Chloe lachte en schudde het hoofd. ‘Nee, maar ze zijn toch gezelschap. Je zou een hond moeten nemen.’
‘Een hond?’ Dat leek niet erg praktisch in een piepklein huisje dat nog een bouwput was.
‘Hm mmm. Ik zou er zo eentje nemen als het huis niet zo klein was en ik geen drie kinderen had.’
Anna keek om zich heen in de kamer. ‘Ja, ik zag die foto’s van windhonden al hangen.’
Chloe knikte enthousiast. ‘Ik denk dat ik de enige persoon ben die windhonden redt maar er zelf geen heeft. Ik ken iemand die er wel vier heeft.’
‘Jeetje.’ Anna vroeg zich af of dat wel verstandig was.
‘Ja,’ ging Chloe opgewonden verder. ‘Ze zijn heel makkelijk. Ze slapen het grootste gedeelte van de dag en hebben maar weinig lichaamsbeweging nodig.
‘Aha.’ Anna geloofde er niets van.
‘Ik weet toevallig dat er een windhond is waarvoor ze op het moment wanhopig op zoek zijn naar een thuis.’
‘O ja?’ Anna kon haar voorgevoel niet langer verbergen, het was gruwelijk duidelijk waar Chloe heen wilde.
‘Hm mmm. Een prachtig gestreept teefje. Haar eigenaresse gaat weg en als ze – of wij – geen huis voor haar kunnen vinden, laten ze haar misschien wel inslapen.’
‘Kan ze niet bij jou logeren?’ Anna was nu echt op haar hoede. ‘Terwijl die vrouw op vakantie is?’
Chloe trok haar wenkbrauwen op. ‘Heb je er wel eens eentje in het echt gezien? Ze zijn enorm. Dit huis barst nu al uit z’n voegen. We kunnen er geen hond bij hebben, in elk geval geen windhond.’
‘Nou, ik ben bang dat ik er ook geen kan nemen. Ik heb niet eens vloeren in alle kamers, er is maar elektra in één ruimte beneden en ik heb alleen koud water,’ legde Anna uit.
‘Dan kun je wel een hond als gezelschap gebruiken tot alles wat comfortabeler is,’ zei Chloe triomfantelijk.
‘Ik denk echt niet dat...’
‘Je kunt haar gewoon eerst op proef nemen,’ zeurde Chloe. ‘We zitten op het moment tussen twee herplaatsingsfunctionarissen in, maar ik weet zeker dat als jullie het met elkaar kunnen vinden, de nieuwe functionaris het prima zal vinden als je haar neemt.’
‘Mijn zus zou zich een hoedje schrikken!’ Dat maakte het wel verleidelijker voor Anna.
‘Zij heeft er toch niks mee te maken?’ Chloe leek haar even niet te kunnen volgen.
‘Nee, maar dat zal haar er niet van weerhouden me te vertellen wat ze ervan vindt. Ze baalt er heel erg van dat ik zo ver bij haar vandaan een huis heb gekocht.’
‘Maar het is toch een prima investering?’
‘O ja, maar ze wil niet dat ik het zonder haar doe. We hebben samen een woning in Spitalfields opgeknapt. Dat ging heel goed; precies op het goeie moment verkocht en ik knap het huis hiernaast met de opbrengst daarvan op. Of tenminste, die opbrengst zou de helft moeten kunnen bekostigen als het niet te ver over het budget heen gaat.’
‘Wauw, en dat allemaal in je eentje. Je bent toch alleen? Heb je geen vriend?’
‘Nee.’
‘Wat dapper.’
Anna vond het wel leuk zich als dapper omschreven te horen worden, al voelde ze zich niet altijd zo. Het ‘onbezonnen’ van haar zus leek soms meer op z’n plaats. Ze pakte nog een chocoladebiscuitje en kreeg opeens haar horloge in het oog. ‘Jeetje, wat is het laat! Ik kan maar beter naar huis gaan. Maar het was echt een heerlijke avond.’
‘Ja, hè? Ik heb in tijden niet meer zoveel lol gehad. En ontzettend bedankt voor het ontstoppen van het bad. Je mag het gebruiken wanneer je maar wilt.’
Toen ze elkaar gedag hadden gezegd, liet Anna zichzelf binnen in haar eigen huisje. Na de warmte en het gezelschap van Chloe, leek het er erg troosteloos. De zaklamp die ze gebruikte om bij de waterketel te komen maakte grote schaduwen op alle muren en tot Anna haar oude bureaulamp had aangedaan, leek het haar doodeng om in haar eentje te gaan slapen.
Maar met meer licht, een kruik en alle dekens over de slaapzak heen, zag het er een stuk beter uit. Ze had een draagbare radio om bij in slaap te vallen, dus het enige probleem was nog dat ze de lamp niet dichter bij de slaapzak kon krijgen en de kamer ondraaglijk griezelig leek met de lamp uit.
Uiteindelijk vond ze een waxinelichtje, zette het op een oud schoteltje en stak het aan. Toen ze zich realiseerde dat ze wel een kind leek, bang in het donker, dacht ze dat een hond misschien toch niet zo’n heel slecht idee was.
Chloe stond op maandagochtend om halftien bij Anna voor de deur met twee mokken koffie in haar handen. ‘Sorry dat ik zo vroeg bij je langskom, maar ik wilde het huis zo graag zien. Bruno is op school en ik heb de andere twee net bij de crèche afgeleverd. Ik wilde zonder hen komen; anders was ik gister al langsgekomen.’
Anna grinnikte om Chloe’s nieuwsgierigheid. ‘Maar goed ook. Het is nog niet veilig voor de jongens.’ En ze was blij dat ze een extra dag had gehad om alles min of meer ordelijk te maken voor haar eerste bezoeker. Ze pakte de aangeboden beker koffie aan en nam een slok. ‘Heerlijk. Kom binnen.’
Chloe zette de twee stappen die mogelijk waren voordat de vloerplanken ophielden. ‘Het kan mooi worden,’ zei ze uiteindelijk, zonder iets te zeggen over het feit dat het niet in een staat verkeerde waarin een normaal persoon het bewoonbaar zou noemen. ‘Hoe heb je in godsnaam een hypotheek kunnen krijgen?’
Anna lachte. ‘Hij is alleen langsgelopen. Gelukkig zijn de andere huizen uit de buurt zoveel waard dat er geen al te nauwkeurige inspectie nodig is om er zeker van te zijn dat het veel waard zal worden. Uiteindelijk wordt het prachtig. Er moet een aantal balken vervangen worden, daarna leg ik de vloerplanken terug. Het zijn voor het grootste deel schitterende brede olmen planken, die prachtig zullen staan.’
‘Hier vlakbij is een handelaar in oude bouwmaterialen,’ opperde Chloe. ‘Ik heb het adres wel voor je.’ Ze was even stil. ‘Waarom is er geen trap?’
Anna haalde haar schouders op. ‘De mensen van wie ik het gekocht heb, hebben hem eruit gehaald om hem te verplaatsen en daarna was het geld op. Dat denk ik tenminste. Heb je ze niet gekend?’
Chloe schudde het hoofd en klampte zich aan haar koffie vast alsof het haar laatste contact met de beschaving was. ‘Ze kwamen soms in het weekend om er van alles uit te slopen. Ze leken er maar niet aan toe te komen er weer nieuwe dingen in te zetten.’ Ze balanceerde over een balk naar de achterkant van het huis. ‘Ik neem aan dat dit de keuken wordt?’
Anna knikte. ‘Met openslaande tuindeuren. Ze hebben de muur eruit gesloopt voor me.’
‘Met toestemming van de monumentenzorg? Dat verbaast me. Ze doen heel moeilijk over deze huisjes. We hebben ooit een aanvraag ingediend om een binnendeur te verplaatsen en zelfs dat mocht niet.’
‘O.’ Anna’s plezier om haar nieuwe vriendin in haar huis rond te leiden werd getemperd. ‘Ik denk niet dat ze het soort mensen waren dat zich daar iets van aantrok.’
Chloe haalde haar schouders op. ‘Twee mannen die snel winst probeerden te maken – ik denk het niet.’
Anna kauwde op haar lip en vloekte zacht. ‘Ik wil alles echt volgens het boekje doen, anders wordt het zo moeilijk als je wilt verkopen.’
‘Je kunt vragen of ze er alsnog toestemming voor willen verlenen,’ stelde Chloe voor. ‘Misschien moet je bij het kantoor langsgaan om advies te vragen.’
‘Hm. Ik denk dat ik maar wacht tot ik een vloer heb voordat ik over dat soort details in paniek ga raken.’ Anna besloot dat dit van een latere zorg was. ‘Als je geen probleem met ladders hebt, kun je boven ook even kijken.’
‘En dit noem je een onroerende ladder?’ vroeg Chloe met een grijns toen ze boven aankwam, zich ervan bewust dat haar informatie over de monumentenzorg niet echt nieuws was waar Anna op had zitten wachten.
Anna keek haar een paar seconden aan en glimlachte toen. ‘Zoiets, ja. Hier ligt gewoon een vloer. Kom eens naar het uitzicht kijken.’
‘Mooi hè? Heb je daarom voor Amberford gekozen?’
‘Half. Het is zo’n schitterende omgeving en ik wilde iets kopen op redelijke afstand van Londen.’
Chloe knikte. ‘Er zijn mensen die vanaf hier forenzen, al moet dat een fortuin kosten. Dus dit is puur een investering? Of wil je hier blijven wonen?’
Anna zuchtte diep. ‘Ik kan het me niet echt veroorloven om hier te wonen. Ik zal het moeten verkopen om de hypotheek en mijn zus terug te betalen. Ik heb een deel van het geld van haar geleend.’
‘Jammer,’ zei Chloe zacht. ‘Ik zag het al helemaal zitten om je als buurvrouw te hebben.’
‘Nou,’ zei Anna met een glimlach, ‘ik ben ook nog wel een tijdje je buurvrouw. Bovendien blijven jullie hier misschien ook niet voor altijd wonen.’
‘Nee. Als Mike ooit promotie krijgt hoeft hij niet meer zoveel te reizen, maar vanaf hier kan hij niet forenzen.’
‘Zullen we naar de zolder gaan? Ik denk dat ik daar ga slapen zodra de elektra aangelegd is.’
Chloe liep de trap al op. ‘Weet je goede mensen voor dit soort klussen? Ik kan je wel wat namen geven als je wilt?’
‘Ik wil zoveel mogelijk zelf doen,’ antwoordde Anna. ‘Maar ik moet het natuurlijk wel laten nakijken.’
‘Ik ben onder de indruk. Ik kan amper een peertje vervangen,’ gaf Chloe bedroefd toe. ‘Nou ja, eigenlijk kan ik dat best, maar Mike zegt altijd dat ik de verkeerde wattage erin stop of zo, dus laat ik het meestal maar aan hem over om ruzie te voorkomen. Ik denk dat ik een beetje afhankelijk ben geworden. Als Mike weg is dan doe ik veel meer zelf.’
Anna knikte begrijpend. ‘Mijn moeder was weduwe toen mijn zus en ik opgroeiden. Zij kon zeker geen peertjes vervangen. Ze moest altijd aan de echtgenoten van buurvrouwen vragen of ze dingen voor haar wilden komen maken. Daarom wilde ik per se alles zelf kunnen. Mijn zus en ik hebben van alles gedaan in de flat in Spitalfields.’
‘Maar je zus heeft kinderen! Hoe deed ze dat?’
‘Dat was jaren geleden. Toen was ze nog geen moeder.’
Chloe knikte. ‘Wat heb je in de tussentijd gedaan dan? Sorry! Dat klonk vreselijk onbeleefd. Ik ben ook zo’n nieuwsgierig aagje. Het is de eenzaamheid, denk ik.’
Anna lachte. ‘Dat is een heel normale vraag. Ik ben opgeleid tot binnenhuisarchitect, maar ik kon geen baan vinden.’
‘Is dat net als in Changing Rooms?’
Anna fronste. ‘Niet echt, ik ben geen styliste. Nog vier jaar studie plus een stage op een architectenbureau en ik had architect kunnen zijn.’
‘Waarom heb je dat niet gedaan?’
‘Geld,’ zei Anna kortaf. ‘Mijn moeder kon me niet onderhouden en ik had er genoeg van om tijdens mijn studie in kroegen en zo te werken. Ik wilde echt geld verdienen.’
‘En is dat gelukt?’
Anna lachte. ‘Eventjes wel, totdat mijn baan weg werd bezuinigd. Wij zijn, vóór de architecten, altijd de eersten die de laan uit gaan als er een dipje in de huizenmarkt komt.’
‘En wat heb je daarna gedaan?’
‘Ik heb meerdere baantjes gehad en mijn zus en ik erfden wat geld. Best veel geld. We besloten samen een appartement te kopen en dat bleek een goeie zet. We hadden natuurlijk erg veel geluk met de timing. We hebben het appartement gekocht tijdens een dip in de markt en verkocht toen de prijzen weer gestegen waren. Dat maakt zoveel verschil. Daarom is mijn zus ook zo bezorgd dat ik al mijn geld kwijt zal raken met dit huis. Het was toen een gouden tijd voor de huizenmarkt en nu niet.’
Chloe knikte weer. ‘Dus je zus trouwde en kreeg kinderen. En ben jij weer als binnenhuisarchitect gaan werken?’
‘Zoiets, maar ik werkte voor andere mensen, aan hún projecten, tussen andere banen door. Al die tijd heb ik gespaard en gezocht naar het juiste huis, maar uiteindelijk besefte ik dat ik buiten Londen moest zijn als ik een project wilde. Anders was het te duur.’
‘De moed zonk je niet in de schoenen toen je zag hoeveel er gedaan moest worden?’
Anna haalde haar schouders op. ‘Een beetje wel, maar het was zo’n koopje. Ik kon het niet níét kopen, ondanks de bezwaren van mijn zus.’
‘Welke bezwaren?’
‘Dat het beter was geweest als ik iets dichter bij haar gekocht had zodat ze me kon helpen. Ze woont nu in Yorkshire, dus ik had daar iets groters dan dit kunnen betalen.’
‘Maar je koos voor Amberford?’
Anna kon niet peilen of Chloe naar meer informatie zat te vissen of dat ze dat gevoel alleen maar had door haar geweten. Hun vriendschap was hoe dan ook een beetje te pril om te vertellen over het goede voorteken dat ze dit huis in Amberford had gekregen. Het was zo’n belachelijk geheim. Zoals ook haar gevoelens voor Max, die, hoe diep en aanhoudend ook, absoluut belachelijk waren.
‘Het is zo’n prachtig plaatsje,’ antwoordde ze ontwijkend.
‘Dat is het zeker.’ Chloe leek tevreden met het antwoord. ‘Wat ben je hier nog meer van plan? Hoeveel slaapkamers?’
‘Het is moeilijk om ruimte te vinden voor meer dan twee, op wat voor manier je het ook bekijkt. Maar wil je mijn tekeningen zien?’
Anna had haar tekentafel in een hoek van de zolder opgesteld. Naast haar tekentafel stond een behangtafel die als bureau diende. Er lag een stapel tekeningen op, netjes naast haar potloden, meetinstrumenten en overtrekpapier; allerlei vakgereedschap. Ze haalde het stoflaken eraf en onthulde de plattegrond die op haar tekentafel lag.
Chloe kwam dichterbij en bekeek hem vol bewondering. ‘Hemeltje, je hebt elk detail uitgewerkt.’
‘Niet elk detail, het is nog maar een ruwe schets. Je moet weten waar al je afvoerpijpen liggen en waar je ze wilt hebben. Die kun je beter niet meer verplaatsen als ze er eenmaal liggen.’
Chloe staarde een tijdje naar de plattegrond. ‘Wat ik niet begrijp, is waar je de ruimte voor een en suite vandaan wilt halen voor de zolderkamer. Onze huizen moeten zo ongeveer identiek zijn. Heb je gewoon een heel klein toiletje getekend?’
Anna lachte en weigerde beledigd te zijn. ‘Nee! Ik heb het allemaal uitgemeten op millimeterpapier. Een klein foutje in de tekeningen kan straks voor grote problemen zorgen als je eenmaal aan het installeerwerk toe bent.’
‘Waar haal je die ruimte dan vandaan?’
‘Het is makkelijker om een ruimte in te delen als je hem bekijkt zonder iets erin, maar dan op papier natuurlijk. Maar het zijn alleen maar een douchecabine en een toilet en een ruimte voor een inloopkast. Het is eigenlijk heel klein, maar ik hoop dat het wel heel mooi wordt!’
‘Wat ik wel niet over zou hebben voor een douchecabine en een toilet! Ik heb er zo’n hekel aan om ’s nachts die steile trap af te moeten. Ik zou mijn toevlucht hebben genomen tot een potje toen ik zwanger was als hurken een optie was geweest.’
‘Ik dacht dat mensen tegenwoordig op hun hurken baarden.’
‘Ja, maar dan ondersteund door stevige helpers.’ Chloe huiverde bij de herinnering. ‘Het was erg leuk om het even te zien,’ zei ze, ‘maar ik kan nu maar beter naar de winkels gaan voordat het alweer tijd is om de jongens op te halen. Kan ik iets voor je meenemen?’
‘Ik geloof dat ik niks nodig heb op het moment. Ik moet straks zelf ook even naar de stad.’
‘O.’ Chloe was even stil terwijl ze de ladder op stapte. ‘Dat wilde ik nog vragen: waar heb je je auto eigenlijk geparkeerd? Ik heb er geen zien staan.’
‘Ik heb geen auto,’ antwoordde Anna een beetje defensief. ‘Ik heb een fiets.’
‘Lieve help,’ zei Chloe, die onder aan de ladder was aangekomen. ‘Je bent echt gek!’
Anna begon Chloe’s ontzetting te begrijpen toen ze een paar uur later haar fiets de heuvel vanuit de stad op duwde, maar ze had alles al zo lang met de fiets gedaan dat ze dacht dat ze wel een manier zou vinden om met de ergste nadelen om te gaan. Je kon tenslotte, zo had ze haar zus uitgelegd terwijl ze het zoveelste spervuur aan bezwaren tegen haar project afweerde, heel veel taxiritjes betalen van het geld dat je anders aan een auto zou besteden.
Nu pasten al haar aankopen netjes in haar fietstassen. Als ze bouwmaterialen nodig had dan kon ze die laten bezorgen. Ze had het alleen wel behoorlijk heet tegen de tijd dat ze eindelijk thuis was.
Toen ze aan het begin van het pad van haar fiets stapte, zoefde er toeterend een busje langs. Ze zag dat het de man van de supermarkt was en glimlachte. Het was fijn om herkend te worden.
Een paar dagen later had Anna eindelijk de balken vervangen, wat een veel grotere klus was gebleken dan ze gedacht had, maar nog steeds lagen haar vloerplanken niet op hun plaats. Gipsplaten moesten maar volstaan tot ze daaraan toe zou komen. Ze herkende Chloe’s klop op de deur. Ze was nu een vaste bezoekster en Anna was altijd blij haar te zien.
‘Kom maar binnen,’ riep ze. ‘Ik ben boven. Kom er zo aan!’
Het leek wel of Chloe er langer over deed dan normaal om binnen te komen, maar het was haar gewoonte geworden koffie van huis mee te nemen en misschien had ze nu ook wel koekjes mee. Anna sloeg subtiel een spijker in de plint die ze aan de muur bevestigde en keek uit naar een pauze en een cafeïneshot.
Ze hoorde nog meer vreemde geluiden, stemmen en uiteindelijk een raar krasgeluid. Anna rimpelde haar voorhoofd. Wat was daar beneden aan de hand? Onwillig haar taak onafgemaakt te laten liggen ging ze verder.
Toen ze eindelijk de ladder af kwam en achterwaarts in de benedenruimte die nog niet bij een bepaalde kamer hoorde arriveerde, schrok ze zich rot. Doodsbang in elkaar gedoken in een hoek zat de mooiste hond die Anna ooit had gezien, of dat leek tenminste zo, waarschijnlijk omdat de angst van haar ogen enorme, donkere poelen maakte die afstaken bij de bruine en crèmekleurige strepen en fluwelen oren. Ze had heel lange poten die hulpeloos bungelden toen de hond op haar zij ging liggen.
‘Och, arm ding!’ Anna liep ernaartoe maar hield ineens stil. ‘Je bent doodsbang! Wat doe je hier?’ Ze draaide zich om naar Chloe en een vrouw gekleed in laagjes paarse mousseline en gedeeltelijk gesponnen wol.
‘Ik heb Caroline meegebracht om kennis te maken,’ zei Chloe voorzichtig.
‘Hallo, Caroline,’ zei Anna tegen de vrouw, in de hoop dat ze niet zo verward en ongastvrij klonk als ze zich voelde. Waarom had deze vrouw haar uitermate nerveuze hond meegenomen?
‘Ik ben Caroline niet, ik ben Star. Caroline is de hond. Ze is een voormalig renhond.’
Anna kon het allemaal even niet meer volgen – de vrouw leek een hondennaam te hebben en de hond een vrouwennaam – en zei: ‘Maar waarom heb je haar meegebracht? Ze is buiten zichzelf van angst.’
‘We, eh, hoopten dat je haar leuk zou vinden,’ zei Star aarzelend, en voegde er daarna aan toe: ‘Ik ga op reis.’ Ze keek gespannen naar haar handen en Anna zag dat haar nagels tot op het leven waren afgebeten.
‘Ze is vast heel lief. Maar je kunt niet gaan reizen als je een hond hebt.’ Anna kreeg het ongemakkelijke gevoel dat er iets aan haar voorbijging.
‘Je kunt je leven niet in de wacht zetten voor een hond,’ zei Star. Het klonk alsof ze de woorden van iemand anders herhaalde. ‘En ze heeft bij mij nooit echt haar plekje gevonden. Als jij haar zou kunnen nemen... tot ze herplaatst kan worden natuurlijk... dan zou ik je heel dankbaar zijn.’ Ze pakte de kleine belletjes vast die aan een lint aan haar jurk hingen en begon ze om haar vinger te winden.
Uiteindelijk besefte Anna wat Star precies bedoelde. ‘Maar ik kan helemaal geen hond nemen! Dat heb ik je gezegd, Chloe. Kijk eens om je heen! Bovendien heb ik nooit van mijn leven een hond gehad!’ Terwijl ze Star de kans gaf om te constateren dat haar huis niet eens geschikt was voor een mens om in te leven, laat staan voor een gespannen hond, wendde Anna zich tot Chloe, die zich zichtbaar opgelaten voelde.
‘Ik heb het alleen terloops met Star over je gehad,’ zei Chloe schuldbewust. ‘Ze vertelde me dat ze naar het buitenland ging en vroeg me – nou, smeekte me eerder – of jij Caroline wilde hebben. Ik zei dat dat onwaarschijnlijk was, maar er lijkt geen ander alternatief te zijn.’
Ontevreden met deze uitleg zei Anna: ‘Maar Chloe, het huis is niet geschikt voor een hond! Laat staan eentje met zulke lange poten!’ Ze kon niet geloven dat Chloe haar in zo’n lastig parket had gebracht.
Caroline lag niet meer op haar zij maar probeerde zich nu zo klein mogelijk te maken. Hoewel ze niet geschreeuwd had, ging Anna toch zachter praten. Ze voelde zich wanhopig worden. ‘Je moet toch inzien dat ik haar niet kan nemen, ook al is ze nog zo mooi.’
Al voordat ze was uitgesproken, realiseerde ze zich dat die laatste opmerking een grove fout was. Ze zuchtte, liep naar de bange hond en ging op haar hurken zitten, ver buiten hapbereik voor het geval Carolines angst de overhand zou nemen. ‘Hallo, Caroline. Hoe gaat het met je?’ zei ze zachtjes.
Anna realiseerde zich dat ze net zo tegen de hond praatte als ze tegen kinderen deed en aangezien ze tegen hen ongeveer net zo praatte als tegen volwassenen, had ze het gevoel dat dat waarschijnlijk niet helemaal goed was. Maar omdat ze ook niet wist hoe het anders moest, ging ze zo verder.
‘Je hoeft niet bang te zijn, weet je dat? Niemand hier zal je iets doen.’ Anna wierp een boze blik naar Star, die Caroline misschien geen pijn had gedaan maar haar wel in de steek wilde laten, en voor de goede orde ook een naar Chloe.
‘Ze is heel gespannen,’ zei Star verontschuldigend. ‘Ze is doodsbang voor mijn partner. Hij schreeuwt ook wel een beetje, maar hij zegt dat honden hun plaats moeten kennen.’ Het lint met de bellen dat Star om haar vingers bleef wikkelen vertoonde behoorlijke slijtage. ‘En hij heeft haar een keer geschopt.’
Anna probeerde niet te laten merken dat ze schrok, stak haar hand uit en aaide Caroline voorzichtig onder de kin met haar vinger. Caroline keek bang, maar deed niets. ‘Lieverd, geweldig kennis met je te maken, maar ik ben bang dat je niet bij me kunt komen wonen. Ik heb geen trap, geen badkamer, niks.’
‘Ze heeft geen badkamer nodig,’ zei Chloe, die weer aan zelfvertrouwen won. ‘En als dat wel zo is, kan ze altijd bij ons in bad, net als jij.’
Anna negeerde de opmerking, zich ervan bewust dat Chloe een verkeerde beslissing uit probeerde te lokken. ‘Dat van de trap is wél belangrijk, een hond als deze wil de hele tijd bij je zijn.’
‘Ze is heel aanhankelijk,’ zei Star. ‘Een van de dingen waaraan mijn partner zich ergerde.’
‘Je zou toch verwachten dat de herplaatsingsmensen zich er eerst van verzekeren dat beide partners de hond willen voordat ze die hond erheen laten gaan,’ zei Anna smalend.
‘Doorgaans zijn ze heel streng,’ legde Chloe nog steeds ietwat beschaamd uit, ‘maar de persoon die over het herplaatsen ging is verhuisd en niemand anders wilde hem in huis nemen.’
‘Mag ik je huis eens bekijken?’ vroeg Star om van onderwerp te veranderen. ‘Geweldig wat je tot nu toe gedaan hebt!’
Overdonderd maar haar irritatie onderdrukkend, antwoordde Anna: ‘Ga je gang. Maar wel voorzichtig op de ladder, er is geen trap.’
‘Dat zie ik.’ Star tilde haar rok iets op en klom de ladder op.
Toen ze haar wandelschoenen boven rond hoorden stommelen, fluisterde Anna tegen Chloe: ‘Ze spoort niet! Waarom wilde ze eigenlijk een hond?’
Chloe haalde haar schouders op. ‘Zoveel mensen willen een hond.’
‘Ja, maar ze nemen ze niet als hun huis niet geschikt is! Kijk maar naar jou, jij bent dol op windhonden maar je hebt er geen!’
‘Nee,’ moest Chloe toegeven.
‘Ik vind haar totaal onverantwoordelijk. En wat haar partner betreft, die zou de gevangenis in moeten.’
‘Ik ben het volkomen met je eens. En je ziet zo dat ze compleet ongeschikt is om een hond te hebben.’
‘Hetzelfde geldt voor mij!’
Voordat Anna nog meer kon zeggen hoorden ze Star weer bij de bovenkant van de ladder aankomen. ‘Mag ik de tuin ook bekijken?’ vroeg ze terwijl ze naar beneden klom. ‘Ik wil graag het uitzicht vanaf daar eens zien.’
Star wachtte niet op toestemming voordat ze de voordeur uit liep.
‘Dat mens is mesjokke!’ zei Anna tegen Chloe. ‘Echt, Chloe...’
Chloe stak haar hand op. ‘Ik weet het, ik weet het, echt waar. Ik had alleen je naam genoemd en daarna liet ze me niet meer met rust. Ik denk dat ze bang is dat haar buren de dierenbescherming zullen bellen of zo.’
‘En dat zouden ze ook moeten doen!’
Chloe beet op haar lip. ‘Je hebt het volste recht om woest te zijn, op mij en op Star, en het spijt me echt echt echt echt, maar Star... is doller dan een hond ooit kan zijn.’
Anna, die Chloe al was gaan vergeven vanaf het moment dat ze aan haar verontschuldigingen begon, knielde bij de onbewuste oorzaak van alle heisa. ‘En de hond is zo mak als een lammetje!’
Chloe kwam bij ze op de grond zitten. ‘Ik vraag me af of ze achter katten aan gaat. Veel windhonden wel.’
‘Alle honden gaan toch achter katten aan?’ vroeg Anna. ‘En daarom kun je er ook absoluut geen hebben hier, met al die katten en geen schuttingen. En ik ook niet. Zelfs al had ik een trap.’
De hond keek van de een naar de ander en het leek Anna dat ze nu kalmer was dan eerst. Ze stak weer haar hand uit en Caroline rook er voorzichtig aan.
‘Het zit zo,’ zei Chloe bedroefd, ‘als jij haar niet neemt, moet ze naar een kennel hier kilometers vandaan. Het is echt heel belangrijk dat ze nu ze het leven in een huis heeft ervaren, hoe slecht dat ook was, in een huis blijft. Ik beloof je dat het niet voor lang zal zijn.’
Anna zuchtte en zei niets. Ze zwegen en lieten de hond wennen aan hun aanwezigheid.
Pas na een tijdje realiseerden ze zich dat Star al heel lang in de tuin was. Maar toen ze opstonden om te kijken waar ze bleef, was de tuin leeg.
‘Misschien is ze achterom gelopen naar je latrine,’ zei Chloe. Zo noemde ze Anna’s tijdelijke toilet.
Anna schudde het hoofd. ‘Nee, als ze naar de wc moest had ze wel gevraagd of ze de jouwe mocht gebruiken. Ik denk dat ze ervandoor is.’
‘Dat kan niet!’ zei Chloe, nu echt gealarmeerd. ‘Ik ga wel even kijken of haar auto er nog staat.’
Chloe sprintte het pad over en kwam bijna meteen weer terug. Hijgend, maar verder stil.
‘Ze is weg, hè? En ze heeft Caroline hier gelaten!’ riep Anna uit.
Chloe beet knikkend op haar lip. ‘Dat is net als je baby voor de deur van een ziekenhuis achterlaten! Het spijt me zo! Ik had geen idee dat ze zoiets onverantwoordelijks zou doen. Ze is helemaal van lotje getikt, er zijn geen andere woorden voor, dit gaat gewoon te ver!’ Chloe schaamde zich rot. ‘Ik wist echt niet dat ze dat van plan was. Geloof me alsjeblieft!’
Anna, die een flauw vermoeden had van Chloe’s aandeel in deze actie, liet het maar varen. Chloe was dan misschien wel impulsief, maar ze was ook zorgzaam.
‘Wat moeten we nu? Er is vast een nummer dat we kunnen bellen. Een nooddienst voor dit soort gevallen of zoiets? Het is echt niet dat ik haar niet wil, maar ik denk gewoon dat ik haar er nu niet bij kan hebben. Ik weet helemaal niets van honden!’ Anna begon in paniek te raken. Als zou blijken dat Star echt met de noorderzon vertrokken was, was Anna vastberaden zich niet met een hond op te laten schepen, hoe ontwapenend het dier ook was.
‘Er is een nummer,’ zei Chloe kalm. ‘Ik bel het wel. Maar in de tussentijd kunnen we maar beter iets zoeken waar Caroline op kan slapen. Windhonden krijgen het snel koud.’
‘Het arme ding! Ik pak mijn slaapzak.’
‘Is niet nodig,’ riep Chloe achterom toen ze de voordeur uit liep. ‘Star heeft Carolines deken achtergelaten. En een briefje: Zorg alsjeblieft voor Caroline. Het spijt me.’
De twee vrouwen keken elkaar zwijgend aan. ‘Dat is dan duidelijk,’ zei Anna na een tijdje. ‘Ze heeft Caroline gewoon bij me gedumpt.’ Verontrustend genoeg was ze niet zo geïrriteerd als ze wist dat ze moest zijn. ‘Die vrouw is roekeloos en onverantwoordelijk. Ik hoop maar dat ze geen kinderen heeft.’
‘O, die heeft ze wel, een aantal zelfs. Maar die wonen grotendeels bij hun vaders.’
‘Maar goed ook,’ zei Anna vinnig. ‘Wat verwacht je anders van een vrouw met een hondennaam die een hond een vrouwennaam geeft?’
‘Ik hou wel van gewone mensennamen voor dieren,’ zei Chloe.
‘Ik eigenlijk ook wel,’ gaf Anna toe. ‘Maar wat voor moeder noemt haar kind nou Star? Geen wonder dat ze getikt is.’
‘O, maar Stars moeder heeft haar niet zo genoemd, dat heeft Star zelf gedaan.’
‘Dat had ik zelf kunnen bedenken,’ mompelde Anna. ‘Kom op, laten we Caroline haar bed brengen. Ik pak de ventilatorkachel. Ga jij dat noodnummer bellen,’ zei ze streng. ‘Dit moet niet te lang duren.’
Caroline zat te beven. Anna had dat aan de zenuwen toegeschreven, maar toen realiseerde ze zich dat het ook van de kou moest zijn. Zelfs met het oude dekbed dat voor een mand moest doorgaan, rilde ze nog steeds. Anna vulde een kruik, blij dat Chloe haar niet zo bezig zag. Toen ze hem onder Caroline had gestopt en het dekbed over de hond heen had getrokken, zei ze: ‘Je kunt wel een jas gebruiken, lieverdje. Geen vet en maar heel weinig haar. Misschien kan ik voor de tussentijd wel een trui voor je vinden.’
Terwijl ze in de zwarte vuilniszak rommelde waar haar garderobe in zat en een lekkere warme trui vond die een beetje gekrompen was, besefte ze dat er een bekend gevoel haar hart in kroop. ‘Je moet niet meer verliefd worden, Anna,’ zei ze hardop terwijl ze de ladder af kwam. ‘Daar komen alleen maar problemen van.’
Maar het probleem met verliefd worden is dat het onvrijwillig gaat, en hoezeer je je er ook van bewust bent dat het een slecht idee is, als het gebeurt dan gebeurt het. Daar kun je niets aan doen, hoe graag je dat ook wilt.
Toen die avond om halftien de telefoon ging, nam Anna half hopend, half vrezend op.
‘Slecht nieuws, ben ik bang. Alle kennels en asielen zitten tjokvol.’ Chloe was even stil. ‘Als je tot morgenochtend voor haar kunt zorgen... er is iemand in Wales die haar er misschien bij kan hebben...’
Anna zuchtte en zwichtte voor de veelzeggende stilte aan het eind van Chloe’s zin. ‘Natuurlijk hou ik haar vannacht en dan zien we wel hoe het verdergaat.’ Ze wist dat ze erop aan zou moeten dringen dat Chloe Caroline morgenochtend meteen meenam, maar toen ze haar zo opgerold op het dekbed zag liggen, kon ze het gewoon niet. ‘Maar als er problemen zijn...’
‘Zal de Trust haar in een mum van tijd bij je ophalen.’ Chloe klonk triomfantelijk, en omdat ze dat waarschijnlijk doorhad voegde ze eraan toe: ‘Het is echt heel lief van je. Zodra Mike terug is hou ik een dinertje ter ere van jou. Dan kun je kennismaken met wat mensen uit de buurt. En als beloning omdat je zo’n ster met Caroline bent.’
Anna grijnsde. ‘Ik weet niet of ik wel zo graag een ster wil zijn...’ Ze dacht aan de vrouw die Caroline in de steek had gelaten.
‘Je weet best wat ik bedoel! Ik zal je uithoren over al je lievelingskostjes. Maar nu is het bedtijd. Tot gauw. Je bent een engel.’
Anna haalde haar slaapzak van zolder en legde hem vlak bij Carolines dekbed. Ze dronk een kop warme chocolademelk bij het licht van de kaars en deelde een koekje met de hond. Caroline, die er allercharmantst uitzag in een trui van Fair Isle die Anna in een tweedehandswinkel had gekocht, likte haar hand. Het proces van verliefd worden was voltooid en onomkeerbaar. En een warme rug tegen die van haarzelf had zo zijn voordelen. Zelfs Anna’s zus moest het daar toch mee eens zijn.