26
Toen Chloe weg was bedacht Anna dat ze snel moest handelen. Ze wist dat Rob zo snel mogelijk zijn honden weer bij zich wilde hebben en dat hij haar wilde zien. Het was goed mogelijk dat hij naar Geoff zou gaan en haar daar zou opwachten als ze Caroline kwam halen. Ze moest onmiddellijk beginnen met plannen en inpakken.
Hoewel het al laat was, belde ze Laura. ‘Sorry dat ik zo laat nog bel. Je lag toch nog niet in bed?’
‘Het geeft niet. Is alles goed met je?’ Laura klonk geschrokken, ze lag beslist al in bed.
‘Ja hoor, maar het is wel een beetje een noodgeval. Kunnen Caroline en ik een tijdje bij jullie komen logeren? Ik... Misschien koop ik een project vlak bij jullie, zoals je laatst zei.’ Dit klonk iets positiever dan als ze vertelde dat ze een toevluchtsoord nodig had.
Er volgde een stilte. Anna wist dat Laura zich allerlei noodgevallen in haar hoofd haalde en haar best deed niet in paniek te raken. ‘Is goed. Wanneer wil je komen?’
‘Morgen eigenlijk al, maar misschien wordt het de dag daarna.’ Anna pakte een pen en begon te tekenen tot ze zag dat het kleine huisjes werden en ze alles weer doorkraste.
‘Maar Anna!’ riep Laura uit. ‘Je hebt voor nog minstens drie weken je huurhuis betaald.’ Ze klonk ongelovig en een beetje schor. ‘Vanwaar de haast?’
‘Dat is een lang verhaal, maar ik zweer je dat ik echt dringend hier weg moet.’
‘En moet Caroline per se meekomen? Niet dat ik haar niet lief vind,’ zei ze snel, ‘maar ik weet niet of we wel ruimte voor haar hebben. En Will heeft de logeerkamer tot kantoor omgebouwd.’ Laura vond het duidelijk vreselijk dat ze Anna niet meteen als gast kon onthalen. ‘Ik zeg niet dat je niet kunt komen, maar een paar dagen extra zou fijn zijn.’
‘Ik weet niet of ik wel een paar dagen heb, Lau. Het is moeilijk uit te leggen.’ Anna pakte de pen weer op en begon te tekenen, streepjes deze keer, horizontaal en verticaal daardoorheen.
‘Is het Rob?’ vroeg Laura voorzichtig.
‘Hm.’ Zolang Chloe er was geweest was ze dapper geweest, maar sinds haar vriendin weg was had Anna een behoorlijke hoeveelheid wodka gedronken en haar flinkheid begon in te zakken.
‘Jezus! Mannen zijn klootzakken! Wat heeft hij gedaan? Je bent toch niet zwanger, hè?’
Anna zag al voor zich wat Laura zich allemaal in haar hoofd haalde; een huilende baby én een windhond in haar krimpende huis. ‘Nee! Zover is het nooit gekomen.’
De opluchting maakte Laura openhartig. ‘Maar je was zo dol op hem!’
‘Dat weet ik, maar dat is niet wederzijds en ik moet hier weg. Ik kan niet blijven terwijl ik weet dat ik hem elk moment tegen het lijf kan lopen. Dat kan ik gewoon niet.’ Ze hoorde haar stem overslaan en probeerde te kalmeren. Ze mocht zich niet laten gaan. Er was zoveel te doen. ‘Als het niet uitkomt, kan ik altijd nog bij mama logeren.’
‘Nee! We regelen het wel. Kom maar wanneer je wilt.’
‘Nou, ik denk dat ik pas laat bij jullie ben,’ zei Anna. ‘Ik wil de snelwegen vermijden en moet dus een route uitstippelen. Eerst maar een wegenkaart kopen.’
‘Lieverd, waarom wacht je niet een dagje? Dan kom ik met de trein naar je toe en rijden we samen terug. Het is een heel eind voor een onervaren bestuurder.’
‘Daar kan ik niet op wachten, al is het ontzettend lief aangeboden,’ voegde ze eraan toe, en ze probeerde niet te zielig te klinken. ‘Ik moet hier zo snel mogelijk weg.’
‘Zal ik in de auto stappen en nu naar je toe komen?’ vroeg Laura. Anna hoorde de bezorgdheid in haar stem.
‘O Laura! Je bent een schat, maar zo erg is het nu ook weer niet. Morgen is prima. En het rijden zal best lukken. Ook al heb ik nog geen lange ritten gemaakt, ik heb veel geoefend de laatste tijd. Ik maak me helemaal geen zorgen over het rijden.’ Dat was niet helemaal waar, maar het ritje stond ver onder aan het zorgenlijstje in haar hoofd. Er waren zoveel dringender zaken.
Toen ze Laura overtuigd had, verzamelde Anna haar belangrijkste spullen in vuilniszakken. Ze zou Chloe vragen om de meubels uit te zoeken die ze in de tweede slaapkamer had opgeslagen. Het was eigenlijk best zonde, omdat Laura ze aan haar gegeven had en ze een paar dingen erg mooi vond. Maar het was niet anders, want hoe groot haar auto ook was, ze had geen ruimte voor een aantal tafels, boekenkasten én een windhond. Ze zou alleen een klein beschilderd kastje uit de keuken van haar oude huis meenemen. Dat nam toch niet zoveel ruimte in.
Ze had de auto nog niet ingepakt, maar ze had wel besloten wat ze mee zou nemen en wat ze achter zou laten. Ongeveer een uur later lag ze in bed over haar beslissingen na te denken en deed erg haar best om niet aan Rob te denken. Als je probeerde iemand uit je hoofd te zetten dacht je juist aan hem, dat wist ze. Maar ze kon hem niet uit haar gedachten krijgen. Ze had niets anders om zich op te richten. Uiteindelijk begonnen de wodka en de bbc World Service te werken en viel ze in slaap.
Ze sliep onrustig en werd vroeg wakker. Maar om zes uur opstaan betekende dat ze een voorsprong had op de rest van de wereld. Ze had tenslotte een heel lange dag voor de boeg.
Als eerste zou ze Caroline ophalen. Geoff zou wel aan het werk zijn. Hij was boer en zou bij het krieken van de dag opstaan, dat deden boeren. Ze pakte de auto in en liet de achterbak vrij voor Caroline. Anna’s dekbed lag erin. Ze wist zeker dat ze Caroline mee zou kunnen krijgen; haar bed zou moeilijker worden.
Het was zeven uur toen ze bij de boerderij aankwam. Geoff stond bij een tractor.
‘Goeiemorgen, Geoff!’ riep ze opgewekt, hoewel ze altijd een beetje verlegen in zijn aanwezigheid was geweest. ‘Ik kom Caroline ophalen. Ik weet dat het vroeg is, maar ik vertrek vandaag en neem haar mee.’
Hij keek haar verward aan.
‘Nou, ik ben bang dat je haar net gemist hebt,’ zei hij. ‘Rob is de honden gisteravond op komen halen. Zei dat hij een slaapplaats voor ze had. Het zal wel krap worden in de caravan, denk ik.’
Klootzak! Hij moest geweten hebben dat ze Caroline op zou willen halen. Maar waarom zou hij haar willen houden als hij zelf al drie honden had?
‘Oké dan! Dan haal ik haar bij Rob op. Ik kan maar beter opschieten anders is hij al naar zijn werk.’ Ze aarzelde. ‘Heeft hij toevallig gezegd of hij vandaag naar zijn werk ging?’
Geoff schudde het hoofd. ‘Dat weet je nooit met Rob. Misschien doet hij dat flexgebeuren. En hij heeft vrijaf genomen, dacht ik, zodat hij de brandschade op kon nemen. Vreselijk moet dat zijn.’
‘Verschrikkelijk,’ was ze het met hem eens. ‘Nu moet ik echt gaan. Tot gauw!’
Ze stapte weer in haar auto en zwaaide vrolijk door het raam toen ze wegreed. Waarom ze het gevoel had dat ze zich zo zorgeloos moest gedragen tegenover Geoff wist ze niet precies. ‘Waarschijnlijk het sociale equivalent van een vrolijk deuntje fluiten,’ zei ze hardop. ‘Tjonge, ik hoop maar dat tegen jezelf praten niet echt een teken van gekte is. Ik doe de laatste tijd niks anders.’
Vlak bij Robs huis vond ze een parkeerhaven en parkeerde daar. Ze moest zich psychisch voorbereiden. Het zou pijnlijk zijn om Rob weer te zien, maar ze kon het maar beter zo snel mogelijk achter de rug hebben. Toen ze uitstapte en over het pad liep werd ze iets opgewekter. Misschien was hij wel naar zijn werk. Dan kon ze Caroline gewoon stelen. Inbreken leek makkelijk vergeleken met Rob onder ogen komen.
Hoe ze dat zou moeten doen hoefde ze niet uit te denken want toen ze bij de open plek aankwam zag ze de landrover en de caravan staan. Rob stond er ook, alsof hij haar verwachtte.
Het was al een kwelling op zich om op de plaats van die vreselijke scène te zijn. Hem daar te zien staan was als een trap in de maag die het ademhalen bemoeilijkte.
‘Hoi, ik kom Caroline ophalen,’ zei ze zo resoluut als ze kon.
Rob liep een stukje haar kant op. ‘Luister Anna, het spijt me verschrikkelijk van laatst.’
Ze merkte dat hij bleek zag en bang keek, maar ze kon zichzelf niet toestaan medeleven te voelen; dat zou een teken van zwakte zijn. Ze gunde hem niet de voldoening haar te zien huilen. ‘Ja, nou ja, daar hoeven we het niet over te hebben. Geef me maar gewoon mijn hond en dan ga ik weer.’
‘Maar Anna’ – uit frustratie ging hij met zijn handen door zijn haar – ‘je moet me de kans geven om het uit te leggen. Ik weet...’
Anna onderbrak hem. ‘Dat hoeft niet. Je bent volkomen duidelijk geweest.’ Ze was onder de indruk van hoe beheerst – bijna kil – ze klonk. Voelde ze zich van binnen ook maar zo.
Rob zuchtte diep. ‘Waar is je auto?’
‘Die staat iets verderop. Ik dacht dat het misschien modderig zou zijn en ik wilde niet vast komen te zitten.’ Waar dit antwoord vandaan kwam wist ze niet, maar het klonk goed.
Zijn wenkbrauw ging van ongeloof omhoog. ‘We hebben in geen weken regen gehad. Er is een sproeiverbod afgekondigd.’
‘O ja? Wat erg. Kan ik Caroline nu alsjeblieft meenemen?’
Hij vouwde zijn armen over elkaar en keek haar aan op een manier die Anna vertelde dat hij haar Caroline niet zonder strijd mee zou geven. ‘Waarom wil je haar nu hebben? Heb je je nieuwe huis al gekocht? Dat is snel gegaan.’
Anna vouwde ook haar armen over elkaar en keek hem recht in de ogen aan. ‘Zoals je weet is het mogelijk om een huis heel snel te kopen als je de juiste mensen kent,’ zei ze. Haar stem klonk nog steeds koeltjes maar ze voelde de paniek opkomen. Hoe lang zou ze de schijn van dapperheid nog op kunnen houden?
‘Ja, dat weet ik, maar waar is dat huis?’
‘Nergens waar jij me kunt bereiken! Ik ga naar Yorkshire, om dichter bij mijn zus te wonen.’
Hij leek geschokt. ‘Waarom?’
‘Omdat ik haar graag mag! Kun je nu ophouden met dit loze gesprek en me mijn hond geven?’
‘Ik moet je erop wijzen dat ze technisch gezien niet jouw hond is. Ze behoort de Greyhound Trust toe. Je hebt alleen de zorg over haar.’
‘Rob, ik kan je zeggen, als je me nu niet snel mijn hond teruggeeft, word ik heel boos.’ Ze had er ‘verdrietig’ aan toe kunnen voegen en hoopte maar dat hij dat niet gemerkt had.
Hij schudde het hoofd. ‘Je kunt haar niet meenemen naar Yorkshire zonder toestemming...’
‘Verleen me die toestemming dan en geef me mijn hond!’ Ze hoorde de hysterie in haar stem en hoopte vurig dat hij die niet gehoord had.
‘Nee.’
Hij gebruikte Caroline als wapen; een gijzelaar om haar hier te houden. Het was een schande. ‘Hoezo “nee”? Doe niet zo belachelijk.’
Een uitdrukking die Anna niet kon interpreteren verscheen op zijn gezicht en hij leek even na te denken. ‘Ja, het lijkt misschien belachelijk,’ zei hij na een tijdje, ‘maar Caroline is hier gewoon niet.’
‘Hoe bedoel je?’ Anna kreeg het koud. ‘Waar is ze? Is alles goed met haar? Ze is toch niet bij de dierenarts?’
‘Nee, ze is niet bij de dierenarts, ze is gewoon... even weg.’
‘Rob! Het is een hond, die gaat niet “gewoon even weg”!’ zei Anna, die bijna met haar voeten stampte van woede. Wat voerde hij in zijn schild? Een slinkse tactiek om de vijand te verzwakken?
‘Nou, toch is het zo!’ Iets waarvan ze in andere omstandigheden gedacht zou hebben dat het een glimlach was trilde bij zijn mondhoek. ‘Ze zei dat ze schoenen moest kopen. Jij bent een vrouw, jij begrijpt dat wel.’
Anna’s ergernis won het van haar woede en wanhoop en ze raakte iets van haar spanning kwijt. ‘Nee, ik koop alleen schoenen als ik er echt niet meer onderuit kan. Ik leen ze gewoon van iemand anders! En ik geloof niet dat Caroline ze koopt!’ De gruwel van de brand moest hem naar het hoofd gestegen zijn. Er was geen andere verklaring voor.
‘Nou, misschien geen schoenen. Dan was het iets anders.’ Hij hield zijn hoofd een beetje scheef, alsof hij erover nadacht. ‘Een handtas misschien. Maar hoe dan ook, ze zei dat ze nu niet bij me weg wil.’
‘Dat heeft ze niet gezegd! Ze is dol op mij!’ Anna wist niet waar dit heen ging, maar het was heel irritant. Ze wilde gewoon Caroline hebben en gaan. Dat was veel eenvoudiger geweest als hij boos was. Hij maakte het haar niet gemakkelijk.
‘Ja, maar ze is verliefd geworden,’ ging Rob verder, alsof het ergens op sloeg wat hij zei. ‘Dan ligt het anders, toch?’
Anna zuchtte weer heel diep. Ze had niet goed geslapen, was vroeg opgestaan en had plotseling verschrikkelijke dorst. Hoe lang moest deze onzin nog doorgaan? ‘Ja, dat klopt.’
‘Ik bedoel, ik hou van mijn zus – zolang ik haar niet wil vermoorden, maar...’ Hij zweeg en keek haar zo intens aan dat ze ervan moest blozen.
‘Wat?’
‘Laat maar.’
Dat was niet goed genoeg. ‘Wat? Of je legt het uit of je geeft me Caroline.’ Anna voelde haar weerstand afbrokkelen.
‘Dat leg ik je liever uit met een kop koffie erbij.’
‘En ik wil hier liever weg met mijn hond!’ hield ze vol, maar ze was haar vechtlust kwijt.
Eén kant van zijn mond kwam omhoog in een halve glimlach. ‘Aangezien mijn voorkeur makkelijker is dan de jouwe, zullen we die dan maar uitproberen?’
Weer een stukje van de ijsberg van haar spanning brak af toen ze iets achter Robs schouder zag bewegen. Ze beet op haar lip om haar glimlach te verbergen. ‘Nou, ik zou graag even Caroline gedag zeggen. Volgens mij probeert ze dwars door de deur heen te rennen.’
In verlegenheid gebracht draaide hij zich vliegensvlug om en zag dat de caravandeur openvloog en Caroline naar buiten sprong. Hij wendde zich weer tot Anna. ‘Ze is blijkbaar toch geen schoenen gaan kopen.’
Anna gaf geen antwoord. Toen Caroline haar zag kwam ze op haar afgerend en gedroeg zich als een puppy: ze sprong, likte Anna’s gezicht en duwde haar in haar enthousiasme bijna omver. Om niet het gevaar te lopen om te vallen zakte Anna door haar knieën en sloeg haar armen om de hond heen. Ze hadden elkaar pas nog gezien, maar ze besefte nu hoezeer Caroline deel van haar leven was gaan uitmaken. Ze voelde tranen opkomen, maar ook iets wat verdacht veel op een sprankje hoop leek.
Rob stak een hand naar haar uit en trok haar overeind. ‘Kom alsjeblieft een kopje koffie drinken. Dan kan ik je over Carolines romance vertellen.’
Een overweldigende behoefte aan een kop koffie verzwakte haar vastberadenheid nog meer. Toen ze zich wat bewuster van haar omgeving werd, zag ze een gloednieuwe schuur vlakbij wat er van het huis over was. Die moest na haar vorige bezoek gebouwd zijn. Ze huiverde en glimlachte in zichzelf. Het leek erop dat hij vrede wilde sluiten. En hij had het recht op een onbevooroordeeld gehoor. ‘Goed,’ zei ze, ‘aangezien een romance iets waarschijnlijker is dan een passie voor schoenen, doe ik het.’
Hij zag haar naar de schuur kijken. ‘Dat is het liefdesnest van Caroline en Dexter, hoewel ze hem wel met de andere twee zal moeten delen. Als ze echt van elkaar houden kunnen ze wel tegen een beetje ongemak en kleinbehuisdheid.’ Hij hield de deur van de caravan open.
‘Ik begrijp wat je bedoelt met kleinbehuisd,’ zei Anna. Ze werd bedolven onder de windhonden.
‘Ik breng ze wel naar de schuur. Dan moet ik alleen hun bed even uit de achterbak van de landrover halen.’
Anna ging hem helpen. Ze had zich niet gemakkelijk gevoeld als ze in de caravan moest wachten tot hij terugkwam. ‘Is dat ding van jou?’ Ze maakte een hoofdbeweging richting het nogal gehavende voertuig dat eruitzag alsof het regelmatig aan terreinsafari’s deelnam.
‘Ik mag hem een poosje lenen. Hij is van mijn zwager, die dol is op terreinrijden. Je weet wel, dwars door de natuur over modderige heuvels crossen. Maar mijn zus vindt het maar niks als hij dat doet, dus heeft ze hem aan mij uitgeleend.’
‘Het is ook heel slecht voor de natuur.’
‘Ja, maar hij bezit samen met zijn maten een stuk land waar ze over kunnen rijden. Nu kan hij hem hier gebruiken wanneer hij maar wil zonder dat zij er iets van weet.’
‘O.’
Hij gaf haar een enorm hondenbed met corduroy hoes en pakte er zelf ook een. ‘Een cadeautje van hen. Ze zijn ontzettend aardig geweest, al waren ze af en toe ook best irritant.’
Anna glimlachte maar zei niets. Ze vond haar eigen zus soms ook irritant maar zou niet willen horen dat iemand anders daarmee instemde.
Ze legden nog twee vachten van het formaat van een zeildoek, een oud dekbedovertrek en een verzameling knuffelbeesten (van de neefjes, nam Anna aan) in de schuur, die al was opgewarmd door de zon. De windhonden waren verzekerd van comfort.
Toen de honden zich alle vier eenmaal in hun nieuwe omgeving hadden genesteld, wendde Rob zich tot Anna en zei: ‘Ik vind niet dat we over Caroline en Dexter moeten praten waar zij bij zijn. Ze kunnen hier wel een tijdje blijven.’
Anna volgde hem terug naar de caravan. Het leek een te kleine en intieme plek om samen te zijn nu ze zich nog zo ongemakkelijk bij elkaar voelden. Al zou Anna hem in andere omstandigheden heel knus hebben gevonden.
‘Ga zitten,’ zei hij formeel en plotseling nerveus.
Ze ging zitten. De honden hadden er nog niet veel tijd doorgebracht, maar alles zat al onder de hondenharen. Ze veegde ze van haar broek, eigenlijk meer om iets te doen te hebben.
‘Daarom hebben ze dus een eigen woonruimte nodig. Wil je koffie of thee?’ vroeg hij.
‘Koffie graag.’
Een paar ongemakkelijke minuten later gaf hij haar de mok. ‘Goed, kunnen we het even over Caroline en Dexter hebben?’ vroeg hij. ‘Al wil ik niet dat ze denken dat het een gearrangeerd huwelijk is.’
‘Ook al is dat wel zo?’ Ze nam een slok van haar koffie en staarde naar de grond.
Rob was blijven staan en nam het grootste deel van de weinige ruimte in. Hij beet op zijn lip. ‘Anna, ik wil echt mijn verontschuldigingen aanbieden. Ik heb me als een enorme eikel gedragen.’
Ze bloosde achter haar koffie, helemaal toen hij naast haar kwam zitten. De chemie was er nog. Hoe ze zichzelf er ook van had geprobeerd te overtuigen dat ze hem haatte, ze wilde hem nog steeds. Heel erg.
‘Ik heb je tekeningen bekeken,’ ging hij verder. ‘Allemaal. Ze zijn fantastisch. Je hebt er heel veel tijd in gestoken.’
Dat wist ze. Het moest vreselijk gênant zijn voor hem om dit te moeten zeggen. Hij was ontzettend gemeen geweest en had zich volledig in haar vergist. Toch gaf hij haar het gevoel alsof hij op het punt stond haar te vertellen dat ze voor een examen gezakt was, terwijl hij inzag dat ze er heel hard haar best voor had gedaan.
Ze gaf geen antwoord en nam nog een slokje koffie. Hij was sterk en er zat niet genoeg melk in.
‘Waarom heb je zoveel tijd en energie in mijn uitgebrande geraamte gestopt?’ Hij pakte de beker uit haar handen en zette hem neer.
Ze zou niet al haar beweegredenen blootgeven, maar ze was hem wel een verklaring schuldig. Hij had zijn excuses aangeboden en als zij zich niet zo had laten meeslepen waren ze nu nog vrienden geweest... Ze kon zich nu wel permitteren om grootmoedig te zijn, vond ze. ‘Om iets te doen te hebben, een project.’ Ze sloeg heel even haar ogen op. ‘Ik had een bod gedaan op een huis en het was aangenomen, maar je weet hoe lang zoiets kan duren. Ik moest toch iets met mijn tijd.’
‘Je had heel goed aan de tekeningen voor je eigen project kunnen beginnen of ergens anders werk kunnen zoeken. Waarom werkte je aan het mijne?’
Deze keer durfde ze hem iets langer aan te kijken. ‘Ik dacht gewoon... ik vond het verschrikkelijk wat er gebeurd was en had het gevoel dat ik moest doen wat ik kon – ook al kon ik niet veel – om te helpen. Ik probeerde praktisch te zijn.’
Hij pakte haar handen vast, alsof hij bang was dat ze ervandoor zou gaan. ‘Weet je, ik dacht dat het afbranden van mijn huis het ergste was wat me kon overkomen.’
‘Absoluut.’ Zijn vingers voelden warm aan en ze wilde dolgraag zijn hand ook vasthouden maar was bang dat dat haar ware gevoelens zou onthullen. Haar blik ging weer naar de grond.
‘Maar dat is niet zo,’ zei hij zacht.
‘Niet?’ Ze keek verbaasd op en keek hem daarbij per ongeluk aan.
Hij schudde langzaam het hoofd. ‘Nee. Het was veel erger toen ik degene die het allerbelangrijkst voor me is uit mijn leven verjoeg.’ Hij fronste licht. ‘En ze had groot gelijk dat ze me daarna probeerde te overrijden.’
Ze bevochtigde haar lippen en durfde niet te geloven wat ze dacht dat hij wilde zeggen. ‘Had ze een auto dan?’ Het was nauwelijks meer dan een fluister.
‘Ja. Want ze is geweldig praktisch, zie je?’
Anna zuchtte. ‘Rob, al dit gekscheren is leuk en aardig, maar ik ben ontzettend stom geweest. Ik weet dat ik mezelf graag als praktisch zie maar wat ik deed was knettergek! Natuurlijk vond je het niets. Maar omdat ik je niet kon opzoeken en me zorgen maakte, moest ik mijn, mijn...’
‘Wat?’
‘Mijn creativiteit ergens in kwijt.’
‘O. Ik hoopte dat je iets anders zou zeggen.’
‘Wat?’
Hij keek verlegen. ‘Het l-woord.’
‘Ik vind mijn werk best leuk, ja.’ Ze grijnsde met een scheef gezicht.
Hij gromde, sloeg zijn armen om haar heen en knuffelde haar zo stevig dat ze dacht dat ze nooit meer zou kunnen ademen. Toen realiseerde ze zich dat ze geen adem hoefde te halen zolang ze maar in Robs armen kon blijven.
‘Ik had het niet over je werk,’ zei hij uiteindelijk terwijl hij haar recht in de ogen keek.
‘Dat weet ik.’
‘En, denk je dat Caroline en Dexter het leuk vinden als wij bij elkaar blijven zodat zij ook bij elkaar kunnen zijn?’
‘Ik denk dat ze dat heel fijn zullen vinden.’
Het gevoel van zijn mond op de hare was net zo geweldig als eerder, maar nu nog intenser. Zijn kus was vastberaden en verlangend, ongetwijfeld vanwege hun scheiding en de ruzie.
‘En jij?’ vroeg hij uiteindelijk.
‘Wat? Wat is er met mij?’ Anna was heel ver weg geweest en kon zich niet herinneren waar ze het over hadden.
‘Wil jij bij me wonen? Het hoeft natuurlijk niet,’ zei hij er snel achteraan. ‘Je kunt in je eigen huis wonen, dat je nog niet gekocht hebt, maar ik vind eigenlijk dat een ontwerper vlakbij of liever nog op de plek van haar opdracht moet wonen.’
‘Wat bedoel je?’ Ze snapte er niets van. Liefde leek iets te veel van haar hersencellen te hebben vernietigd.
‘Ik bedoel: hoe kun je goed werk afleveren als je niet elke dag, of zelfs elk uur als dat nodig is, kunt komen kijken?’ Voor hem leek het zonneklaar, maar Anna begreep het niet helemaal.
‘Wat bedoel je?’
Hij pakte haar hand vast. ‘Ik hou van je, Anna.’ Rob keek haar diep in de ogen. ‘Ik wil je niet alleen voor altijd bij me hebben, ik wil ook je ontwerpen graag gebruiken.’
Er stroomde warmte door haar lichaam. Ze bloosde van geluk. ‘O.’
Hij knikte toen hij zag dat ze het begon te beseffen. ‘Ik geloof dat ik je zojuist een grote provisie heb gegeven.’
‘De grootste die er bestaat!’ Ze moest lachen. ‘Maar hoe ga je me in godsnaam betalen? Het gaat een fortuin kosten.’
Nu lachte hij ook. ‘Ik hoopte je eigenlijk in natura te kunnen betalen.’ Hij begon aan de zoom van haar trui te friemelen.
‘Wat voor natura?’
‘Dat zal ik je laten zien.’ Hij trok haar naar het tweepersoonsbed en ze tuimelden erop. Anna’s laatste bewuste gedachte was dat ze zich niet vergist had in de spanning die tussen hen in hing. Het was hoogspanning met mogelijk ontploffingsgevaar als het niet in goede banen werd geleid. Ze besloot het te zien als de ultieme vorm van milieuvriendelijke energie.
Ze bleven in bed liggen tot Anna een vreemd geluid hoorde. Uiteindelijk bedacht ze dat het haar mobiele telefoon was die onder in haar tas lag te trillen. Over Rob heen kruipen om hem te pakken was geen goed idee, en de telefoon ging al niet meer over toen hij haar eindelijk weer losliet.
‘O jezus, dat was Laura. Ik kan maar beter meteen terugbellen; ze verwacht me zo in Yorkshire!’
‘Je gaat toch niet?’ Hij klonk ineens bezorgd.
Ze glimlachte teder en veegde wat haar uit zijn gezicht. ‘Niet als je niet wilt dat ik ga.’
Hij trok haar weer naar zich toe en zei ernstig: ‘Ik kan je de eerstkomende tijd alleen een caravan bieden. Dat is niet wat ik voor je wil. Of voor Caroline.’
‘Een caravan is prima. Wat kleine aanpassingen aan de inrichting en er past veel meer in.’
‘O Anna, wat hou ik toch van je!’ Hij glimlachte en zijn ogen glansden van de emotie.
‘En ik van jou. Heel veel. Maar ik moet nu echt mijn zus bellen.’
‘En ik moet de honden uitlaten. Ze zullen zich wel afvragen wat er gaande is.’
Anna glimlachte en begon haar kledingstukken bij elkaar te zoeken. ‘Caroline en Dexter zullen het ze wel kunnen uitleggen.’
Hij grinnikte. ‘Sorry dat ik dat erbij moest halen. Ik móést er gewoon voor zorgen dat je bleef.’ Ze keek toe hoe hij een trui aantrok en zag de spieren in zijn armen bewegen. Ze kon pas ophouden met kijken toen hij de deur al uit was.
Ze pakte haar telefoon. ‘Laura? Sorry, ik kon niet op tijd bij de telefoon komen. Luister, ik kom niet naar Yorkshire.’
‘O Anna! Waarom niet? Ik heb helemaal een kamer voor je vrijgemaakt.’
‘Ik blijf hier. In een caravan.’
‘Nu ben je echt gek geworden. Waarom zou je in godsnaam in een caravan willen wonen?’
‘Rob woont er ook.’
Er sprong begrip over van het ene mobieltje naar het andere. ‘Ah, jullie hebben het bijgelegd? Ik dacht al dat het gewoon een ruzietje was,’ zei Laura wijs. ‘Ik ben zo blij voor je. Het is zo’n aardige man.’ Ze zweeg even. ‘Je gaat die caravan toch niet met vier windhonden delen, hè?’
‘Nee, die hebben een heel mooie schuur om in te slapen.’
‘Maar hoe zit het? Kun je vrijuit praten?’ vroeg Laura, belust op meer details.
‘Ik ga je niks vertellen, maar ik kan wel even praten.’ Anna zat op het bed met een glimlach op haar gezicht. Door het raampje van de caravan zag ze Rob met de honden lopen.
‘Je gaat je werk toch niet opgeven? Je moet wel onafhankelijk blijven, hoor,’ drong Laura aan.
Anna liet zich achterovervallen op de verfrommelde lakens en lachte. ‘Dat beloof ik. Ik stop misschien alleen even met mijn eigen huizen opknappen. Tussen mijn opdrachten door ga ik eerst voor Rob werken, want ik wil niet met twee huizen tegelijk bezig zijn. We hebben het er nog niet uitgebreid over gehad, maar ik denk dat ik hem ga helpen.’
‘Nou, bespreek het maar goed, voordat er iets onherroepelijks gebeurt.’
Anna lag nog steeds met een zonnige glimlach op haar gezicht op het bed toen Rob even later terugkwam.
‘Wat zei je zus?’ hij sloot de deur achter zich.
Anna ging rechtop zitten. ‘Ze zei dat we moeten praten voordat er iets onherroepelijks gebeurde. Ik heb gezegd dat dat al gebeurd was.’
Hij keek geschrokken. ‘O ja?’
‘Zeker. Ik ben tot over mijn oren stapelverliefd op je geworden.’
‘Ai,’ zei Rob, en hij ging naast haar op het bed zitten.
Anna schoof een stukje opzij en glimlachte naar hem.
‘Als we in een huis zaten en niet in een caravan zou dit helemaal perfect zijn,’ zei hij toen hij een been uitstrekte waar hij kramp in had gekregen.
‘Praktisch perfect is voor mij goed genoeg,’ zei Anna, die lekker tegen hem aan kroop. ‘Perfectie kan wel wachten. Eerst nog maar wat meer van dit.’
‘Hm, oké.’
Daarna werd er een tijdlang geen woord meer gezegd.