15
Anna voelde zich bijna schuldig over met hoeveel genot ze zich in het bad liet zakken. Het was een veel langer bad dan dat van Chloe, waarin je je in twee keer nat moest maken. Dit bad was bijna té lang, want Anna’s voeten raakten nog maar net de rand. Nu haar haar toch nat was besloot ze het grondig te doen en het meteen te wassen. Er stond een flesje babyshampoo op de zijkant van het bad, dat gebruikte ze. Ze vond het best aandoenlijk dat dit het merk was van Rob Hunter, Honden- en Huizenpolitie.
Hij was eigenlijk best een softie. Hij deed alsof hij streng was voor zijn honden, vond dat ze hun plaats moesten kennen en verwende ze niet, maar toen hij droge kleren voor haar pakte had Anna in de deuropening van zijn slaapkamer gestaan en hondvormige afdrukken op het bed gezien en pootafdrukken op het dekbedovertrek.
Hij had haar een oude corduroy broek gegeven, een shirt dat zacht was van jaren wassen, en een trui. De trui was van kasjmier, maar er zat een gat in. Qua kleding pasten Rob Hunter en zij perfect bij elkaar had Anna bedacht, anders dan zij en Max. Die gedachte had ze vlug weggeduwd en het bundeltje en de schone handdoek aangenomen.
‘Het verbaast me dat je een schone handdoek hebt,’ zei ze in de ietwat ongemakkelijke stilte die daarop volgde.
‘Ik heb een schoonmaakster. Ze heeft de hoop opgegeven dat ze ooit alle hondenharen weg krijgt, dus troost ze zich door mijn linnenkast in orde te houden. Dat is een geweldige luxe.’
Anna had geglimlacht. Dat leek haar inderdaad een luxe. Haar schone kleren en handdoeken bewaarde ze op het moment in een zwarte vuilniszak en de vieze in een andere. Ze had een perfect ontwerp voor een ingebouwde kledingkast, maar ze was er nog niet aan toegekomen hem te maken.
‘Dan ga ik maar eens in bad.’
Toen ze beneden kwam vond ze hem in de keuken. Ze had haar haar in de handdoek gewikkeld en de broek een paar keer bij haar middel en een heleboel keer bij haar enkels omgeslagen. Ze liep op blote voeten.
Hij keek ernaar. Ze zagen er best klein en weerloos uit, besefte Anna, terwijl ze haar tenen krulde.
‘Ik zal een paar sokken voor je pakken,’ zei hij.
Anna zag dat haar jas over de rug van een stoel hing en duidelijk al droog was. Ze liep naar de Aga en leunde erop om uit het raam te kijken terwijl ze zich afvroeg waarom Rob de plant niet snoeide die het bijna geheel verduisterde. Ze vroeg het hem toen hij terugkwam met de sokken.
‘Het is meer dan alleen een kwestie van snoeien,’ antwoordde hij. ‘Hij is door de stenen heen gegroeid. Het staat op mijn lijstje.’
‘Een oud huis is veel werk, hè?’ zei Anna, terwijl ze een paar dikke wollen sokken aantrok die prima geschikt waren om mee op koude vloeren te lopen. ‘Maar ik zou altijd liever oud dan nieuw willen als het even kan.’
‘Wil je verder rondkijken?’ vroeg Rob.
Anna knikte enthousiast. Ze had het al dolgraag willen vragen maar wilde niet te nieuwsgierig lijken.
‘Nou, dit is dus de keuken,’ zei hij. ‘De plavuizen hou ik. Ze zijn koud en als je er iets op laat vallen is het stuk, maar ze horen bij het huis.’
‘En zou het niet tegen je eigen regels zijn om er iets anders in te leggen?’ informeerde ze.
Rob schudde het hoofd. ‘Dit huis staat niet op de monumentenlijst. Zou eigenlijk wel moeten, maar het is niet zo. Dat is een van de redenen waarom ik het gekocht heb.’ Hij keek haar met een scheve glimlach aan. ‘Het is vreselijk irritant om een monument op te moeten knappen.’
‘Vertel mij wat!’
‘Ik ben natuurlijk wel van plan om alles te doen zoals het hoort voorzover dat lukt. Maar dat het niet op de monumentenlijst staat geeft me wel wat meer vrijheid.’
Anna zuchtte, berustend in de beperkingen van haar eigen huis. ‘Nou kom op, ik wil de rest wel eens zien.’
‘Dan zet ik de soep even uit. We willen natuurlijk niet dat hij droogkookt.’
Er was een ruime hal, die Anna al gezien had. Daar stond een oude bank waar nu een hond op lag, en er waren drie deuren. De eerste leidde naar een kleine zitkamer. De zonneschijn drong door de schuiframen naar binnen langs de klimplant.
‘De zon stroomt hier ’s morgens binnen. Het zou eigenlijk een ideale keuken zijn. Daar is tot de avond niet veel zon.’
Anna keek smachtend om zich heen; wat zou dit een project zijn. ‘Zelfs zonder dat het op de lijst staat, zou je die niet willen verplaatsen, toch?’ zei ze. ‘Je zou hier een perfect onbijtkamertje van kunnen maken.’
‘Alleen zou je niet snel met je eieren met spek door de hal gaan lopen, denk je ook niet?’ Hij was naar haar toe gekomen om ook uit het raam te kijken.
‘Als je gasten hebt of een bed and breakfast runt dan zou dit de perfecte plaats zijn om mensen hun ontbijt te serveren. Er passen drie of vier tafels in en dan kunnen ze uit het raam kijken terwijl jij met hun eieren worstelt.’
Hij draaide zich om en lachte. ‘Je hebt zeker nooit een b&b gerund?’
Ze schudde het hoofd. ‘Nee, maar ik heb er wel in eentje gewerkt als vakantiebaantje. Het was erg leuk.’ Ze grijnsde een beetje bedroefd. ‘Ik denk dat ik daardoor binnenhuisarchitect wilde worden. Het eten was super, echt heerlijk klaargemaakt met goede ingrediënten, maar de inrichting was om te janken. Waar gaan we nu heen?’
‘Dit is de officiële zitkamer,’ kondigde hij aan terwijl hij een deur aan de overkant van de hal opende. ‘Weer een klimplant – ik denk dat het deze keer jasmijn is – maar ik ben ervan overtuigd dat het prachtig wordt.’
Anna nam de enorme proporties van de kamer in zich op, het uitzicht aan twee kanten, de stenen open haard, de lijstwerken. ‘O ja! En moet je die vloer zien. Is dat origineel, denk je?’ vroeg ze opgewonden.
‘Dat lijkt me niet. Parket kwam pas een tijdje later, maar het is wel mooi. Sommige stukken zijn natuurlijk in slechte staat, maar het kan gerepareerd worden.’
Anna keek hem van de zijkant aan. ‘Zou het niet goedkoper zijn om het er allemaal uit te slopen en er een nieuwe laminaatvloer in te leggen?’ plaagde ze.
Hij fronste naar haar. ‘Hm, misschien, zeker als ik deze vloer aan een handelaar in oude bouwmaterialen kan verkopen, maar nee, dat ben ik niet van plan.’
Ze liep naar een erker met openslaande tuindeuren. ‘Ik neem aan dat dit er later is aangebouwd?’ zei ze.
‘Duidelijk, maar het is precies wat deze kamer zo mooi maakt, vind je niet?’ Hij kwam naast haar staan.
‘O, zeker. Het is schitterend.’ Anna keek bedachtzaam om zich heen. Het was aardig groot en vierkant, op de erker na, die groot genoeg was om nog een met hond gevulde bank, een bureau en twee diepe, oude leren leunstoelen te huisvesten. Een paar vrijstaande boekenkasten leunden iets naar voren onder het gewicht van de boeken. ‘Een inbouwboekenkast zou hier mooi staan. De vloer is nogal ongelijk en ingebouwd zou beter zijn.’
‘Ik weet niet zeker of ik wel van ingebouwde meubels hou. Het beperkt je flexibiliteit.’
‘Maar als je de vloer laat repareren en het hout erop afstemt, zouden ze in de muren wegvallen.’ Ze ging met haar hand over het pleister dat erg schilferde. ‘Dit is niet zo’n heel aardige muur.’
‘Ik heb anders nooit problemen met hem! Maar je hebt misschien wel gelijk. Ik heb vreselijk veel boeken.’ Hij ging met zijn handen langs een plank.
‘Het zou echt geweldig staan. Ik wil het wel voor je doen. Als mijn eigen huis af is natuurlijk en alleen als je het wilt,’ voegde ze eraan toe, omdat ze niet té gretig wilde lijken. ‘Ik vind het erg leuk om dat soort meubels te maken. Ben je van plan het meeste zelf te doen?’
Hij knikte. ‘Dingen als elektra laat ik aan professionals over, maar het zou me een rib uit mijn lijf kosten om het allemaal door een aannemer te laten doen. Ik doe het beetje bij beetje. Het is een levenslang project.’
Ze knikte langzaam terwijl ze terugliepen naar het midden van de kamer. ‘En wat was je van plan om met je vrije dag – sorry – flextijd of hoe je het ook noemt te gaan doen?’ Ze beet op haar lip toen ze het zich realiseerde. ‘We kwamen elkaar bij de bouwmaterialenhandel tegen; je zou aan je huis gaan werken maar toen nam je mij en Caroline mee wandelen en nu hebben we je hele ochtend in beslag genomen en’ – ze keek op haar horloge – ‘ook nog een groot deel van de middag.’
‘Het was een bewuste beslissing.’ Hij glimlachte naar haar. ‘En in tegenstelling tot jou heb ik geen dringende deadlines.’
‘Evengoed was het heel erg aardig van je. Caroline en ik hebben ervan genoten. Vooral Caroline.’
‘Zij had het voordeel dat ze niet languit in de modder is gevallen,’ zei hij zogenaamd ernstig.
Anna nam de schittering in zijn ogen over. ‘Daar zeg je wat!’
Hij grijnsde. ‘Nou, laten we nu die soep gaan eten. De rest van het huis kun je een andere keer wel bekijken.’
‘Je bent vast uitgehongerd. Stom van me.’
‘Hou eens op met je te verontschuldigen. En heb je zelf dan geen honger?’
‘Hm mmm, nu ik eraan denk.’ Ze liep hem achterna de keuken weer in.
Ze aten hun soep in stilte. Onbewust dacht ze aan Max. Het was zo makkelijk om ontspannen en giechelig met Rob te zijn terwijl het met Max veel harder werken was. Maar alle relaties kostten toch moeite? Anna legde haar lepel neer. ‘Dat was heerlijke soep.’
‘Mijn geweldige schoonmaakster heeft me geleerd hoe ik hem moet maken,’ zei Rob. ‘Je stopt gewoon wat peultjes in een pan met water, een ui, wortel, selderie, wat je maar in de koelkast hebt liggen erbij, en kookt het langzaam. Er moet natuurlijk wel een grote portie groentebouillonpoeder in. Ze zet het voor me op, laat het sudderen en als ik thuiskom is het zo klaar.’
Anna opende haar mond en deed hem weer dicht toen ze bedacht dat hij een partner had gehad die niet van het platteland hield en niet van honden. Ze vroeg zich even af of ze hetzelfde gevaar liep en of het ook hetzelfde zou eindigen. ‘Woonde je in dit huis met je...? Sorry dat ik zo nieuwsgierig ben, maar...’ verstomde ze, wensend dat ze het niet gevraagd had.
‘Mijn partner is hier niet veel geweest,’ zei hij. ‘Ze hield er niet zo van om in een bouwput te wonen.’
‘Dat kun je haar niet verwijten. Ik vind het ook niet geweldig, maar ik heb geen keus. Hoewel, eigenlijk,’ ging ze peinzend verder, ‘denk ik dat ik het niet zo erg vind. Zolang ik elke dag maar wat vooruitgang zie en het werk leuk is. Het is best dankbaar werk. Ik verlang af en toe wel naar een fatsoenlijk afgemaakt en gemeubileerd huis.’ Ze grijnsde. ‘Maar als ik mijn fortuin wil maken met het ontwikkelen van onroerend goed, zal ik dat wel niet vaak meemaken.’
Rob leunde achterover in zijn stoel. ‘En hoe zit het met jou? Heb jij een partner of zo? Je moet nu natuurlijk met gelijke munt terugbetalen voor je nieuwsgierigheid.’
Anna lachte opgelaten. Ze wilde dat ze het hele gesprek niet was begonnen. ‘Nou, niet echt een partner. Een soort van vriendje, vriend zelfs. Hij woont in Londen.’
Rob trok een wenkbrauw op. ‘En je bent bang dat hij misschien niet van het platteland houdt?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet precies.’ Nou ja, dat was de waarheid. ‘Zijn moeder woont in Amberford.’
‘Heb je zijn moeder al ontmoet? Dan moet het wel serieus zijn.’ Hij sprak luchtig maar leek niet al te zeer geamuseerd.
‘Nou, dat wel, maar niet met Max! Het was eigenlijk vrij hilarisch. Chloe en ik waren de loterijprijs. We hebben mevrouw Gordons kas schoongemaakt. Hij was ontzettend smerig en toen we daar waren, kwam Max aan! Ik heb me niet laten zien.’
‘Waarom niet?’ Hij nam nog een hap soep terwijl hij haar aankeek.
‘Ik zat onder het spinrag, had vuile kleren en bovendien...’ Ze was even stil en maakte een grimas. ‘Mevrouw Gordon deed zo bekrompen en toen ik die avond met Max uit eten was vertelde ik dat we daar waren geweest...’ Ze stopte. Rob was niet de juiste persoon om aan te vertellen dat Max het verhaal over de spinnen niet bepaald grappig had gevonden. ‘Ach, laat maar.’
‘Neem nog wat brood.’ Hij leek net zo graag als zij van onderwerp te willen veranderen.
Anna nam nog een stuk bruinbrood dat hij nogal grof had gesneden. ‘Ga me nou niet vertellen dat je het brood ook zelf heb gemaakt,’ zei ze, blij weer op veiliger terrein te zijn.
‘Ik kan wel brood maken. Maar dat heb ik al een tijd niet gedaan. Dit komt van een plaatselijke bakkerij. Het is erg lekker.’
Toen ze allebei klaar waren verzamelde Anna de kommen en borden en droeg ze naar de gootsteen.
‘Laat maar staan; ik heb een vaatwasser. Prioriteiten’, voegde hij eraan toe toen hij haar verbaasde gezicht zag.
‘Ik zou al blij zijn met een echte gootsteen,’ zei ze. ‘Nou, dat was een heerlijke lunch, maar ik denk dat ik nu moet gaan.’
‘Oké. Ik geef alleen de honden even te eten en dan breng ik je terug.’ Hij kwam overeind uit zijn stoel.
Ze keek op haar horloge. ‘Zo vroeg? Ik geef Caroline altijd pas later.’
‘Ik doe het nu zodat ik er niet meer aan hoef te denken als ik terugkom.’
Anna lachte. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ze dat laten gebeuren.’ Ze liep hem achterna naar de kleine bijkeuken die de hondenkamer leek te zijn. ‘Toch?’
Hij verdeelde brokken over bakken. ‘Nee, maar ze liegen wel en zeggen dat ze nog geen eten hebben gehad terwijl mijn buurvrouw dat al heeft gedaan.’
Ze waren eindelijk klaar en laadden Caroline, die heel gemakkelijk in Robs meute had gepast, in de Volvo.
‘Ik heb een heerlijke dag gehad,’ zei Anna. ‘Ik voel me ontzettend schuldig als ik niet in mijn huis aan het werk ben, maar ik heb echt genoten.’ Ze had het niet beseft tot ze het zei. ‘Het was zo ontspannend.’
‘Denk je dat je Chloe de weg naar het veld nog kunt wijzen?’ vroeg hij. ‘Je mag hem gebruiken zolang er maar geen vee in staat.’
‘Geen schijn van kans. Ik heb totaal geen richtingsgevoel. Daarom fiets ik ook. Ik maak soms fouten, maar op de fiets kan ik makkelijk stoppen om me te oriënteren.’
Hij lachte en de rest van de weg reden ze in aangename stilte.
‘Nou, bedankt voor vandaag, Anna. Ik heb ervan genoten,’ zei Rob toen hij haar afzette.
‘Ik ook! Je bent zo lief geweest voor Caroline en mij, Rob.’
‘En je bent nog steeds bereid om op dat evenement van mijn zus te helpen? Ik geloof dat het aan het eind van de maand is.’
Anna had het idee dat hij haar een kans gaf om eronderuit te komen en kwam erachter dat ze dat helemaal niet wilde. ‘O, ja hoor! Als ik kan, ben ik er zeker. Het klinkt erg leuk.’