17
Chloe bracht Anna naar het station. Ze hadden het bijna de hele rit over Caroline.
‘Maak je geen zorgen, Anna,’ zei Chloe voor wat wel de vijftigste keer leek. ‘Mike laat haar vanavond laat nog een keer uit en ik heb de babyfoon de hele nacht aan. Ik hoor het als er iets met haar is.’
‘Het is echt heel aardig van je en ik moet zeggen dat ik dat van die babyfoon niet zelf had kunnen bedenken. Weet je zeker dat het werkt?’
‘Absoluut. Ik hoor het meteen als er iets met haar is. Ik zal het waarschijnlijk al horen als ze een scheet laat.’
‘Chloe! Ik weet dat de jongens er niet bij zijn, maar je hoeft je ook weer niet helemaal te laten gaan.’
Chloe negeerde dit. ‘En we laten ze waarschijnlijk allemaal tegelijk uit voor school en de crèche morgenochtend. Het is wel lekker voor de jongens om even rond te kunnen rennen. Mike zal dat wel doen.’
‘Het is zo fijn dat Mike thuis is,’ zei Anna, niet voor de eerste keer. ‘Anders was het veel te veel gevraagd geweest. En ik kan Laura doordeweeks ook niet vragen.’
‘De meeste mensen hebben hun feestjes ook in het weekend,’ zei Chloe.
‘Maar schat, dit is geen feestje! Het is een vernissage en die zijn altijd doordeweeks. Weet je dan helemaal niets?’
‘Zo te horen wist jij dat tot voor kort ook allemaal niet.’
Anna lachte. ‘Nou, toevallig wel, want tijdens mijn studie gingen we ook vaak naar vernissages. Velen van ons hadden vrienden onder de kunststudenten. Ze wilden er altijd heen om te proberen met een agent te praten.’
‘Maar dat doe je deze keer niet?’
‘Dat heb ik nooit gedaan, maar nee, ik verwacht dat ik meer met Max bezig zal zijn.’
De vraag ‘Ga je met hem naar bed?’ hing uitgesproken tussen hen in.
‘Heb je er zin in?’ vroeg Chloe toen ze de parkeerplaats van het station op reed.
‘Hm-mm. En ik ben ook een beetje zenuwachtig. Ik bedoel, wat doe je aan naar een opening van een avant-gardekunstshow?’ vroeg Anna bezorgd.
‘Ik heb al gezegd wat je aan zult hebben: zwarte broek en een klein glinsterend topje. Heb je alles? Leesboek? Je broodjes? Je spellingsboek?’
Anna glimlachte liefdevol naar Chloe. Ze was echt net Laura, maar het was fijn dat er zo nu en dan voor haar gezorgd werd, ook al was het op nog zo’n bazige manier. Ze gaf Chloe een zoen op de wang, plukte haar koffer uit de achterbak en liep naar het perron. Ze zou van dit bezoekje gaan genieten. En deze keer zou ze beslist met Max naar bed gaan en het zou perfect worden.
Terwijl ze over het perron wandelde merkte ze dat ze zich net zoveel zorgen om haar huis maakte als om Caroline, van wie ze wist dat ze het wel zou overleven. Het was alsof ze bang was dat de elfjes al haar harde werk ’s nachts ongedaan zouden maken, zoals in De Elfjes en de Schoenmaker maar dan andersom. Ze constateerde dat ze de kinderen van Chloe veel te vaak voorlas. De afgelopen week was dat haar enige vorm van vermaak geweest. Bijna alle andere uren had ze aan haar huis gewerkt.
Ze liep het wachthuisje in en keek in een ruit hoe ze eruitzag. Ze zag er goed uit, dacht ze terwijl ze naar zichzelf tuurde. Haar haren waren pas gewassen en ze droeg wat Chloe een paardenstaart met piekeindjes noemde. Ze was nu meer geoefend in make-up aanbrengen en had besloten een eigen zwarte broek te kopen.
‘Daar kom je overal mee,’ had Chloe verkondigd toen Anna hem aan haar showde.
‘Net een soort taxibedrijf dus?’
‘Spot niet zo. Als je met Max uit wilt gaan, moet je wat fatsoenlijke kleding hebben.’
Dat was een beetje een probleem, maar Anna weigerde zich er zorgen om te maken. Als het huis klaar was zou ze meer tijd hebben om te winkelen. Nu vroeg Anna zich af of ze er chic en verfijnd genoeg uitzag om Max’ vriendin te zijn. Hij had haar gewaarschuwd – verteld – dat zijn vrienden er zouden zijn. Ze wilde hem geen flater laten slaan.
Ik heb tenminste geen puistjes en ben niet ongesteld, dacht ze terwijl ze zichzelf inspecteerde. Ze had Chloe’s voorstel om nepnagels te dragen afgewezen. Ze wist dat er op een verkeerd moment eentje los zou schieten en dat ze dan zou moeten giechelen en Max misschien niet. Haar eigen nagels waren kort, maar dankzij het feit dat ze haar haren had gewassen voor even brandschoon. Ze droeg een net zwart jasje, geleend van Chloe die het bij een liefdadigheidswinkel had gekocht, mogelijk met Anna in gedachten. Ze zag er... nou, misschien niet helemaal gelikt, maar tenminste ook niet als een zwerver uit.
‘Je hebt jukbeenderen en je bent niet dik!’ had Chloe afgunstig uitgeroepen. ‘En je bent heel mooi! Wat wil een vrouw nog meer?’
Eindelijk kwam de trein op het station aan. Anna liep bij de spiegel vandaan. Ze moest ophouden met twijfelen tussen de gedachte dat ze er best toonbaar uitzag en de overtuiging dat Max haar na één blik op het station zou laten staan. Door de bijna zekere wetenschap dat ze vanavond echt geliefden zouden worden vlogen haar gedachten heen en weer tussen zaligmakende vooruitzichten en de angst dat ze wel eens vergeten zou kunnen zijn hoe het moest. Hij was een verfijnde wereldse man en zij... nou ja, ze was gewoon een verliefd meisje. Het zou genoeg moeten zijn, dacht ze. Hartstocht zou haar door eventuele onwennigheden heen slepen.
Ze klauterde de trein in, schoof haar koffer boven haar hoofd en ging zitten. Ze was nu al doodop en sloot haar ogen in de hoop dat ze over Max zou dromen. In plaats daarvan drong zich een stoet aan stootborden en treden – alle onderdelen van haar trap – aan haar op, tot ze eindelijk in slaap viel.
Max zag er heel keurig uit in gekreukeld linnen. Anna zou hem graag willen vragen of hij gekreukeld de deur uit was gegaan of dat dat ergens onderweg was gebeurd. Met designerkleding wist je het maar nooit.
‘Er staat geen lange rij bij de taxi’s,’ zei hij toen hij haar op de wang had gekust en haar een goedkeurende blik had gegund. ‘Deze kant op.’
Het was aangenaam om onder de hoede te zijn van een lange zelfverzekerde man die van wanten wist, bedacht Anna toen hij haar tas van haar aannam en zijn hand op haar onderrug legde om haar de goede kant op te sturen. Ze had al zin in de avond die komen ging.
De galerie was wit, helemaal wit; alles was wit, behalve de schilderijen die, hoewel Anna het alles-wit-thema maar niets vond, prachtig waren. Alleen kon je er niet veel van zien, want er waren heel veel mensen, die allemaal zo hard als ze konden kletsten. De meesten van hen waren in het zwart.
‘Wauw,’ zei ze. Ze pakte een glas witte wijn van een dienblad met alleen maar witte drankjes. Het meisje dat het blad vasthield droeg een nauwsluitend wit jurkje dat van amper boven haar boezem tot net over haar heupen reikte. ‘Geweldig dit.’ Ze glimlachte naar het meisje dat teruglachte en verder ging; een kunststudente, als je het Anna zou vragen.
‘Ben je hier nog nooit geweest? Dat verbaast me,’ zei Max. ‘O kijk, daar is Andreas. Ik zal je aan hem voorstellen. Ik hoop dat Julian, die in je huis geïnteresseerd is, ook nog komt.’
Anna volgde Max terwijl hij zich een pad door de mensen baande en bedacht dat iedereen daar om sociale redenen was; meer om gezien te worden dan om naar het werk te kijken. Er werd nauwelijks over kunst gesproken.
Alle vrouwen leken lang, broodmager en in Armani gestoken te zijn. Sommigen van de mannen zagen er net zo uit, maar anderen waren ouder, lelijker en leken haar veel interessanter. Anna voelde zich gevleid dat ze binnen was gelaten in haar gewone zwarte broek en Chloe’s leren jasje over een glinsterend topje uit een betere winkel.
Andreas en Max omhelsden elkaar op een manier die Anna verraste. Ze vroeg zich af of Rob een andere man zo zou omhelzen en betwijfelde dat, waarna ze zichzelf gelukkig prees met een man die meer openstond voor dat soort dingen.
‘Andreas, dit is Anna. Lieveling, dit is Andreas Bugatti – geen familie van de auto. Hij is verzamelaar.’
‘O, dat klinkt obscuur!’ zei Anna opgewekt, maar besefte toen dat ze dat niet had moeten doen. ‘Ik bedoel, interessant.’
‘En wat doe jij?’ Andreas verwachtte duidelijk niet dat ze ook maar iets deed.
‘Ik ben binnenhuisarchitect. Ik ben met een huis in de Cotswolds bezig. Gisteren heb ik de trap afgemaakt.’ Ze glimlachte op een manier die een eind aan het gesprek moest maken. Het werkte.
‘Daar is Julian,’ zei Max. ‘Met hem moet je over je huis praten. Sorry Andreas, we moeten weer verder.’ Maar Andreas was zelf ook alweer verder gegaan. ‘Julian! Hier!’ Max zwaaide naar een sympathiek ogende goedgeklede man die gehoorzaam naar hen toe kwam.
‘Hallo Max, wie hebben we hier?’ Hij glimlachte met precies de juiste hoeveelheid belangstelling naar Anna.
‘Dit is Anna, die dat huis opknapt waar ik je over vertelde. Kan precies zijn wat je zoekt.’
‘Maar Max, je hebt nog helemaal niet gezien wat ik heb gedaan!’ protesteerde Anna. ‘Je moet het niet aan je vrienden lopen vertellen terwijl ik er misschien wel een potje van heb gemaakt.’
‘O, dat maakt toch niet uit, Julian bulkt van het geld. Hij kan altijd mij nog inhuren om het in orde te maken.’ Max glimlachte, een beetje laatdunkend, dacht Anna. ‘En dat zal vast nodig zijn.’
Anna ademde in om zich te kalmeren zodat ze een klein betoog kon houden om haar huis en haar vaardigheden te verdedigen. Julian keek naar haar en ze ademde weer uit. Hij glimlachte op een vriendelijke, geruststellende manier.
‘Ik weet zeker dat het mooi is geworden,’ zei hij. ‘En als het huis op de monumentenlijst staat, ben je toch al erg beperkt.’
Aanvoelend dat van alle mensen in de ruimte Julian waarschijnlijk de enige was die in haar trap geïnteresseerd kon zijn, zei ze: ‘Ik heb net de trap af. Ik heb die van mijn buren nagebouwd. Voordat ik hierheen ging heb ik er nog een laag lak op waterbasis op gedaan.’
‘Wilde je geen olie of was gebruiken dan?’ vroeg hij.
‘Jawel, maar dat kost zoveel tijd om te drogen. Die lak werkt ook erg goed,’ legde Anna uit.
‘En hoe ziet het er verder uit?’
‘Nou...’
Aangezien Julian oprecht geïnteresseerd leek en Max, overtuigd dat hij een gesprek had doen ontstaan, weer met Andreas stond te praten, stak ze van wal.
‘Nou, er ligt een prachtige vloer, helemaal geschuurd en gelakt. De hond ervan afhouden was wel een probleem.’
‘Wat voor soort hond heb je?’
‘Een voormalige renhond, een windhond, maar dat wil je allemaal niet weten.’
‘Jazeker wil ik dat weten. Bovendien, als je huisje groot genoeg is voor een windhond, dan is het waarschijnlijk ook wel groot genoeg voor mij.’
‘Het is eigenlijk niet groot genoeg voor een windhond, maar we redden ons prima,’ zei Anna, die zich voor het eerst die avond echt ontspande.
Ze bleven over het huis kletsen tot Max haar arm aanraakte. ‘Tijd om te gaan eten, lieverd. Ik heb een tafel gereserveerd.’
‘Maar ik heb nog geen enkel schilderij van dichtbij gezien!’
Max lachte. ‘Dan kom je toch een ander keertje terug, schatje.’
Anna voelde een vlaag van spijt dat ze Julians gemakkelijke, belangstellende gezelschap moest verlaten, maar besefte toen dat een dinertje à deux met Max in wat waarschijnlijk een erg goed restaurant zou zijn, een droom was – haar droom.
De kwaliteit van het restaurant werd duidelijk zodra ze door de deur kwamen. Max was blijkbaar een vaste klant aangezien de maître d’ en de obers hem bij zijn naam noemden. Ze werden naar een tafel in een onopvallend maar aangenaam hoekje geleid. Brood, menukaarten en piepkleine toastrondjes met iets heerlijks erop verschenen bijna onmiddellijk.
‘Nou, wat zullen we eens nemen?’
Max’ superieure kennis van voedsel was overduidelijk en hoewel hij nog net niet voor haar bestelde, nam hij wel de menukaart met haar door. Anna wist niet zeker of ze daar dankbaar voor moest zijn of niet. Terwijl ze om zich heen keek naar de andere gasten in hun overeenstemmende designerpakken voor hem en haar, bespraken Max en de sommelier uitgebreid de wijnkaart.
Anna, die in de galerie twee glazen witte wijn had gedronken, voelde dat ze eigenlijk niet veel meer kon hebben, maar Max wilde dat ze bij het voorgerecht witte wijn zouden krijgen en een zeer exclusieve fles rioja bij hun hoofdgerecht. Ze besloot dat dit haar droomafspraakje was en ze zich geen zorgen hoefde te maken over de hoeveelheid alcohol. Ze zou tenslotte met Max mee naar huis gaan! Haar hart maakte half van opwinding en half van de zenuwen een sprongetje.
‘Vertel me eens over je appartement,’ zei ze toen er een schaal met oesters voor hen op tafel was gezet.
‘Wat wil je weten? Je zult het snel genoeg zien.’ Zijn lachende, licht spottende gezichtsuitdrukking was heel sexy, vond Anna.
‘Ik wil weten of ik het wat zal vinden.’
‘Het uitzicht zal je in elk geval bevallen. Nu mondje open.’ Hij kieperde haar eerste oester ooit naar binnen. Het smaakte, zoals iedereen haar altijd al verteld had, naar zee.
‘Mmm,’ zei ze. ‘Best lekker. Maar als ik dichter bij de kust woonde zou ik liever elke dag een slok zeewater nemen.’
‘Barbaar! Neem er nog een.’
‘Misschien kan ik er wel aan wennen,’ gaf ze een tijdje later toe.
‘Ja, nu zijn ze op. Ik hoop dat je geen problemen met foie gras hebt? Er zit een heel licht gekookt kussentje op het vlees.’
Anna had wel degelijk problemen met foie gras, maar kon het niet opbrengen het te zeggen. Hij deed een hoop moeite om haar het beste etentje ooit te bezorgen; ze kon dat niet verpesten door over dierenrechten te beginnen. Bovendien zou hij het toch niet begrijpen.
Een klein nestje van geraspte gebakken aardappelen lag naast het stukje biefstuk. Een bijpassend nestje courgette daar weer naast. In het midden spiesen met mini-asperges en iets heel moois wat Anna niet herkende.
‘Dat is een courgettebloem,’ zei Max. ‘Aanvallen maar.’
Anna keek hem vragend aan. ‘Ik denk niet dat “aanvallen” is wat je moeder op een moment als dit zou zeggen.’
Zijn mond trilde even. ‘Zeker niet, maar doe het toch maar.’
Anna begon aan haar biefstuk en vroeg zich af of ze allebei genoeg hadden gedronken om hem over het jacuzzi-incident te vertellen. Ze had het misschien gedaan als zijn moeder niet een cruciale rol in het geheel speelde. Aangezien hij het eerste incident ook niet erg grappig had gevonden, betwijfelde ze of ze hiermee ook maar een glimlachje zou opwekken. Als mevrouw Gordon haar had herkend als de vrouw die haar kas had schoongemaakt en Anna vervolgens aan Max’ arm op de thee zou verschijnen, zou het beter zijn als ze ontkende dat ze er ook maar iets vanaf wist. Even wenste ze dat Max haar nooit aan zijn moeder zou voorstellen, maar toen realiseerde ze zich dat ze nu het gevaar liep hun relatie als tijdelijk te zien. Zo kon ze toch niet denken over de man van wie ze al zo lang hield?
‘Ah, een teaser, daar hou ik wel van’ zei Max uitdagend.
‘Daar ga ik niet op reageren,’ zei Anna, die naar het kleine glaasje keek waar een sorbet van grapefruit in zat.
Even later zei hij: ‘Wat dacht je van een toetje? Ze serveren hier heerlijke champagnesoufflé die je misschien lekker zult vinden.’
‘Hebben we niet net een toetje gehad?’
‘Nee, dat was een teaser.’
Anna grinnikte beleefd. ‘Nou, dat was wel genoeg voor mij. Ik heb al veel te veel gegeten.’
‘Koffie dan? De petitfours zijn tongstrelend.’
‘Alleen als jij wilt, maar dan wil ik graag thee. Als ik nu nog koffie drink slaap ik niet meer.’
‘Dan gaan we. Hoe geweldig deze tent ook is, volgens mij doen ze niet echt aan thee.’
Op de een of andere manier had Anna het gevoel dat ze weer een sociale blunder had begaan.
‘Daarheen.’
Max leidde haar tussen de enorme glazen muur door naar het balkon. Anna had het gevoel dat heel Londen zich voor haar uitstrekte. De Theems, de eerste en eeuwenoude slagader van Engeland die langs slingerde richting de riviermond, glinsterde als een gouden weg. Het was nog niet donker maar de straatverlichting en verlichte gebouwen gaven de stad, die in Anna’s ogen altijd al glamoureus was, een spectaculair aanzien.
Toepasselijk genoeg bevond zijn appartement zich helemaal boven in een oud gebouw dat praktisch naast het Tate Modern stond.
‘Je kunt bijna alle nieuwere gebouwen zien, behalve de Londen Eye, waar je net de bovenkant van ziet.’
‘Schitterend,’ zei Anna vol ontzag. ‘En daar is St. Paul’s. Ik snap waarom je dit appartement wilde hebben, Max.’
‘Veel van de brutalistische gebouwen werden gebouwd toen ik nog op de opleiding zat. Geweldig interessante dingen. Heb je de Trellick Tower gezien? Inderdaad bruut, vind ik, een soort woeste schone.’
Anna ademde diep in. ‘Ik denk het niet. Ik ben bang dat een architectonische school die zichzelf brutalistisch noemt een tikkeltje te modern voor me is. Niet dat ik niet van moderne gebouwen hou,’ ging ze vlug verder, waarmee ze waarschijnlijk het gat dat ze gegraven had nog dieper maakte, ‘maar iets zachters is meer naar mijn smaak.’
Hij lachte goedig. ‘Nou, ik laat jou nog even van het uitzicht genieten terwijl ik binnen iets doe. Je kunt het Gherkin ook zien. Dat zal je wel aanspreken.’
Anna, die inderdaad kon genieten van hoe het Gherkin zich een weg richting de hemel wentelde, negeerde deze schunnige toespeling en genoot van het uitzicht. Anna tuurde naar de tussen een overvloed aan innovatieve krachtige gebouwen die in de afgelopen eeuw waren opgetrokken weggemoffelde St Paul’s. Dat was tijdenlang het hoogste gebouw geweest, een oriëntatiepunt voor heel Londen. Het was niet dat ze het nieuwe niet op prijs stelde, maar het oude deed haar denken aan Londens lange en bewogen verleden.
‘Ben je klaar voor een rondleiding?’ Max kwam weer naar buiten en raakte haar arm aan.
Gewillig ging Anna met hem mee naar binnen, hoewel ze liever in de zomerlucht was gebleven om nog wat langer van het uitzicht te genieten.
‘Dit is de woonkamer,’ gebaarde hij. ‘Er is er maar één, maar zoals je ziet is-ie mooi verdeeld in een eet- en zitgedeelte.’
De vloeren waren van gepolijst hout, veel delicater en dieper van kleur dan die van Anna. ‘Wat voor hout is dit?’ vroeg ze.
‘Kersen. Duur, maar met het beste ben je uiteindelijk altijd het goedkoopst uit.’
Anna hield de gedachte dat alleen rijke mensen zich zulke opmerkingen konden permitteren voor zich.
‘En de muren?’
‘Glad stucwerk. Ik hou ervan als het er natuurlijk uitziet. Het is wit, maar niet gewoon wit. Het is met de hand gedaan.’ Natuurlijk.
Hij nam haar mee naar de schrijnend extravagante keuken met gepolijst granieten werkbladen en apparaten die glommen van kwaliteit. Haar professionele blik zei haar dat de Range Cooker meer gekost moest hebben dan zij aan haar hele keuken wilde uitgeven. Twijfel bekroop haar; zou Julian, die tenslotte een vriend van Max was, haar oude eenvoudig ontworpen huis met originele onderdelen van een arbeidershuisje wel mooi vinden?
De badkamer had een instapdouche met een douchekop zo groot als een voetbal. Er was ook een half verlaagd bad.
‘Uit één stuk kalksteen,’ zei Max. ‘Prijzig maar dat is het waard.’
‘Prachtig.’ Anna voelde zich een beetje overweldigd.
‘Zeg eens, wat dacht je van champagne?’ Hij draaide haar om zodat ze hem aankeek en tilde haar kin met zijn vinger iets omhoog.
Anna knipperde. ‘Dat lijkt me wel wat.’ Misschien zou het haar helpen ontspannen.
‘Kom dan maar met me mee.’
Hij leidde haar niet naar de keuken of de woonkamer, maar naar de slaapkamer.
Het bed was gigantisch, met een sprei die verdacht veel op bont leek, en leek de meeste ruimte in te nemen. Er tegenover was een spiegelwand waarachter waarschijnlijk kasten zaten. Twee ebbenhouten nachtkastjes waren aan beide kanten van het bed tegen de muur geplaatst. Op één daarvan stond een wijnkoeler met een fles champagne erin. Op het bed en eromheen lagen scharlakenrode rozenblaadjes.
‘Mijn hemel,’ zei Anna met bonzend hart. ‘Wanneer heb je dit allemaal gedaan?’
‘Toen jij naar het uitzicht stond te kijken.’
Anna zuchtte en keek toe hoe hij de fles openmaakte en twee glazen tot de helft vulde.
‘Op jou, Anna.’ Verleidelijk glimlachend hief hij zijn glas naar haar.
Anna nam een slokje van de champagne. Dit was haar perfecte moment, haar perfecte avond; de galerie, het restaurant, het perfecte stadsappartement. Kon het nog mooier worden?
Toen Anna haar champagne ophad, pakte hij behoedzaam het glas uit haar hand en nam haar in zijn armen.
Hier heb ik jaren van gedroomd, zei ze tegen zichzelf, en ze beantwoordde zijn omhelzing.