23
Het leek wel of er een heel mensenleven voorbij was gegaan sinds de picknick, maar toen Laura Anna en Caroline naar Robs huis reed was het, besefte Anna, nog maar een week geleden.
Met Laura als logé en Robs zware werklast en eigen familieverplichtingen was het moeilijk geweest om weg te komen, maar Anna en Rob hadden één keer ’s morgens vroeg samen een wandeling kunnen maken. Anna had een briefje achtergelaten voor Laura, Caroline meegenomen en was het huis uit geslopen en over het pad naar Rob toe gelopen.
Mist versluierde de velden en lanen en transformeerde het landschap met zijn wazige witheid. Toen ze naar de heuvels in de verte keek voelde ze zich vrij van haar dagelijkse leven, alsof ze op een magischere plek dan een dorp in de Cotswolds was. Toen ze Rob bij de auto zag staan wachten maakte haar hart een sprongetje en glimlachte ze, half lachend om zichzelf om haar fantasie, en besefte ze dat haar niets mysterieuzers was overkomen dan verliefdheid. Maar wat wás er mysterieuzer dan dat?
Hij sloeg zijn armen om haar heen terwijl ze Carolines riem nog vasthield. ‘Ik kan niet zo lang,’ bromde hij in haar haren. ‘Ik moet om negen uur een gebouw bekijken.’
‘Ik kan ook niet lang wegblijven. Laura en ik hebben een heel lange to-do-lijst.’ Ze mompelde dit in zijn mouw. Ze kon haar armen niet echt om hem heen slaan omdat ze Caroline vasthield.
‘En sta ik ook op die lijst?’ fluisterde Rob terug.
‘Jij stond bovenaan, alleen heb ik je natuurlijk niet opgeschreven. Zullen we Caroline in de auto doen?’
Met tegenzin liet Rob haar los en nam Carolines riem over. Caroline, die het niet gewend was genegeerd te worden, keek verwijtend naar Rob op. Hij grinnikte, aaide haar kop en trok zachtjes aan haar oren, leidde haar daarna naar de kofferbak van de auto en liet haar erin springen.
Anna ging voorin zitten en wachtte op hem. Ze wilde dat ze gewoon weg konden rijden om alles en iedereen achter te laten. Ze zuchtte. Dat was dwaas. Ze hadden enorme mazzel; ze hadden elkaar gevonden en niets zou hen er waarschijnlijk van kunnen weerhouden bij elkaar te zijn, behalve hun beide zussen dan af en toe. Ze zuchtte weer diep, maar glimlachte.
‘Wil je bos of uitzicht of beide?’ vroeg hij toen hij bij haar in de auto kwam zitten.
‘Wat het dichtste bij is, maar het liefst bos.’
‘Goed. Maar een klein stukje dan.’
Anna was giechelig en weemoedig tegelijkertijd. Het voelde eigenaardig illegaal om zo vroeg haar huis uit te glippen. ‘Dit voelt een beetje vreemd,’ zei ze.
‘Dat komt doordat we het allebei zo druk hebben. Het geeft een schuldig genot om ertussenuit te knijpen terwijl je eigenlijk iets anders moet doen.’
Anna lachte. ‘Slapen.’
Hij keek haar vluchtig aan. ‘Ik kan maar moeilijk slapen nu.’
Ze knikte. Zij ook.
‘Kom op, we gaan een stukje lopen.’
Hij parkeerde de auto in een parkeerhaven vlak bij een bos en liet Caroline eruit.
‘Denk je dat we Caroline hier los kunnen laten lopen?’ Anna bedacht hoe frustrerend het was om haar met één hand vast te moeten blijven houden terwijl ze eigenlijk haar beide armen om Rob heen wilde slaan.
‘Waarschijnlijk wel, maar nog even niet. Ik neem haar wel.’
Hij sloeg zijn andere arm stevig om Anna en ze strompelden een steile kuil door voordat ze het pad aan de andere kant konden bereiken. Lopen zou makkelijker gaan als ze elkaar loslieten, maar geen van beide zag daar iets in. ‘Dit is net een driebeenswedloop,’ zei Anna. ‘Kunnen we Caroline al loslaten?’
‘Straks. Eerst wil ik iets controleren.’ Hij trok Anna de andere wand van de kuil op. Er was een opening tussen de bomen en Anna wilde net uitroepen hoe mooi het uitzicht was toen Rob een vinger voor haar lippen hield. ‘Kijk,’ fluisterde hij.
Daar op de open plek, net onder waar zij stonden, zagen ze een roedel herten, een stuk of zes. De wind stond de goede kant op en ze waren zich niet van hun aanwezigheid bewust. Anna staarde in vervoering naar deze onverwachte aanblik tot er een fazant krijste. De leider van de roedel keek op en zag Rob en Anna, en Caroline met gespitste oren. De herten verdwenen in rustige galop het bos in.
‘Dat was ongelooflijk,’ zuchtte ze. Ze kon nauwelijks geloven dat ze zojuist een roedel wilde herten had gezien.
‘Ik heb ze hier eerder gezien,’ zei Rob. ‘Niet zo heel vaak, maar wel vaak genoeg om Caroline aan de lijn te willen houden.’
‘Prachtig.’ Ze keek hem vol bewondering aan, slechts gedeeltelijk vanwege de herten.
Hij zuchtte, liet Caroline los en nam Anna in zijn armen.
Daarna hadden ze zich moeten redden met telefoontjes en nu stond Rob op het punt weg te gaan, maar ze hadden elkaar beloofd dat ze een echt, volwassen afspraakje zouden hebben als hij terug was.
Het was nu vroeg in de ochtend. Rob wachtte op ze voordat hij naar zijn werk ging en later die ochtend zou Laura terug naar Yorkshire rijden. Anna voelde zich een beetje ontgoocheld. Laura merkte het en probeerde haar op te vrolijken.
‘Niet te geloven hoe snel alles gegaan is.’ Ze keek in haar achteruitkijkspiegel, maar zag alleen Carolines kop. ‘Je hebt het echt heel goed gedaan!’
‘Zit, Caroline,’ zei Anna halfslachtig en vergeefs. ‘Het is onvoorstelbaar wat je allemaal kunt als je een goeie stimulans hebt, en jij hebt ook super geholpen. Als jij me niet naar die huizen had kunnen rijden, had ik dat met een makelaar moeten doen.’
‘Die had vast ook goed z’n best gedaan, maar een makelaar zal je nooit onpartijdig advies geven.’
Anna zweeg. Ze had het gevoel dat ze ook wel zonder Laura’s advies had gekund, maar ze zei niets. Ze had liever samen met Rob een nieuw project willen zoeken. Ze respecteerde zijn mening en het zou een enorm voordeel geweest zijn om van tevoren te weten wat de monumentenzorg zou toestaan of verbieden en het was altijd handig om iemand te hebben die kon helpen schatten bij het bepalen van de prijs. Ze probeerde zichzelf ervan te overtuigen dat het feit dat ze verliefd op hem was er niets mee te maken had.
‘Hm,’ mompelde ze.
‘En je vakantiehuisje is snoezig!’ ging Laura opgewekt verder. ‘Met een garage voor je extra spullen. Kon eigenlijk niet beter.’
‘Nee,’ zei Anna mat. ‘Behalve als ik Caroline bij me had kunnen houden natuurlijk.’
Laura zuchtte met het geduld dat alleen een moeder kan opbrengen. ‘Ja, dat zou natuurlijk de krent in de pap zijn geweest.’ Ze fronste. ‘Ik snap niet waarom je zo gedeprimeerd bent, Anna. Je hebt je huis verkocht en je bod – een zeer laag bod – op een ander huis is geaccepteerd. Alles loopt op rolletjes!’
‘Ik weet het, alleen...’
‘Wat?’
‘Rob moet weg voor zijn werk en het is niet zo heel lang, maar...’ Ze maakte haar zin weer niet af.
‘Wat?’ Laura’s medeleven was aan het slinken, maar ze deed een heldhaftige poging het niet te laten merken.
‘Ook al denk ik dat we iets heel moois hebben, ik heb me zo vreselijk in Max vergist.’
‘Maar Rob is geweldig! Hij is knap, goed voor dieren, hij heeft een degelijke baan. Hoe kun je je in hem vergissen?’ Laura had haar strijd om geduldig te blijven verloren.
‘Max was heel knap, veel rijker, en hoewel ik niet denk dat je hem als dierenliefhebber kunt omschrijven, schopte hij vast ook geen puppy’s.’
‘Nou, ík weet zeker dat Rob veel geschikter is.’
‘Je hebt Max nooit ontmoet!’ Gek genoeg voelde Anna de behoefte hem te verdedigen. ‘En wie is er ooit voor iemand gevallen alleen maar omdat hij geschikt is?’ Ze wierp een zijdelingse blik op haar zus. ‘Behalve jij misschien.’
Laura lachte. ‘Dat is precies wat ik zeggen wil! Het feit dat een man misschien niet de ideale schoonzoon is, betekent niet dat je hem niet gruwelijk lekker mag vinden.’
Anna glimlachte en klopte op de hand van haar zus die op de versnellingspook lag. ‘Ik heb je te lang bij Will weggehouden, maar ik wil je echt bedanken. Je bent een engel. Zonder jou was het me niet gelukt.’
‘Tuurlijk wel,’ zei Laura bruusk. ‘Maar wat ík niet zonder jou kan is de weg naar dat verdomde huis vinden. Moeten we hier links of nog rechtdoor?’ Ze waren op een kruispunt aangekomen dat Anna vaag herkende.
‘Rechtdoor,’ zei Anna nadat ze even nagedacht had. ‘Ik zou gek zijn geworden als ik al Chloe’s vrienden in mijn eentje rond had moeten leiden in het huis. Ik begon bijna als een vertegenwoordigster te klinken die al haar tekst uit haar hoofd had geleerd.’
‘Ik vond het leuk. Het deed me denken aan toen we samen dat appartement hadden opgeknapt,’ zei Laura. ‘Maar goed, misschien krijg je wel een hoop opdrachten van ze. Het is belangrijk om een voorbeeld te kunnen laten zien.’
‘Ik hoop het. En Dorothy kwam tenminste nog tegelijk met de bouwinspecteur.’
‘Hij was aardig, hè? Heel hulpvaardig, vond ik.’
‘Ja, hij had veel strenger kunnen zijn. Maar hij was super. Hij eiste niet nog meer vuurbestendige muren of gaatstenen of dat soort dingen. Het had gekund, en dan had ik dat in orde moeten maken voordat ik het Julian kon laten kopen.’
‘Oké,’ zei Laura een paar tellen later toen ze tussen de bomen door richting Robs huis reden, ‘ik blijf in de auto zitten als je Caroline overdraagt. Ik denk dat Rob en jij wel even alleen willen zijn.’
Anna dacht dat zij en Rob nog veel langer alleen wilden zijn, maar omdat ze wist dat Rob naar zijn werk moest en Laura naar Yorkshire, zou ze blij zijn met elke seconde die ze kon krijgen.
Ze leidde Caroline het pad over, en Rob, die hen had staan opwachten, kwam uit zijn huis vandaan om hen te begroeten. Anna was plotseling zenuwachtig. Stel nou dat ze de spanning tussen hen tijdens die kus en die heerlijk romantische wandeling slechts had ingebeeld? Stel dat het alleen maar lust was of zo? Ze zat nog steeds met haar frauduleuze gevoelens voor Max. Ook al blonk het, hoe wist je dan zeker of je goud gevonden had? Ze kon zich net zo in Rob vergissen als in Max. Ze was zo’n ezel!
Toen ze Rob zag glimlachen besefte ze tot haar opluchting dat haar gevoelens helemaal echt waren, maar wat toen overbleef was een verlegenheid die ervoor zorgde dat ze te veel en te snel praatte.
‘Hoi! Sorry dat ik later ben dan ik gezegd had. Ik hoop dat je nu niet te laat op je werk komt! O, je deelt je uren natuurlijk zelf in, toch?’ ratelde ze.
Hij glimlachte. ‘Ja, ik deel mijn tijd zelf in, en nee, ik ben niet te laat voor mijn werk. Maar ik denk alleen niet dat ik tijd heb om jullie een kop koffie aan te bieden.’
‘Nou, Laura heeft ook haast, dus dat kon toch al niet,’ zei ze, evengoed teleurgesteld. ‘Ik haal Carolines bed nog even. Denk je dat ze het wel naar haar zin zal hebben tussen jouw honden?’
‘Dat komt wel goed,’ stelde hij haar gerust, en hij boog zich een beetje voorover om Carolines oren te aaien. Ze leunde liefdevol tegen hem aan.
Anna glimlachte. ‘En wat gebeurt er ook alweer met ze tijdens jouw afwezigheid?’
‘Mijn buurvrouw komt twee keer per dag, maar er zijn hier ook mensen bezig – aan het huis – dus ze zullen niet veel alleen zijn. Zij laat ze uit, geeft ze eten en gaat met ze naar het veld om lekker lang te spelen. Ze kijkt zelfs televisie met ze nadat ze ze ’s avonds te eten heeft gegeven. Maar goed ook, want we willen natuurlijk niet dat ze naar verkeerde programma’s kijken.’
Anna glimlachte beleefd. ‘Ik pak Carolines spullen en dan moeten we echt gaan...’ Hij had haar niet eens een zoen op haar wang gegeven.
‘Waarom ga jij niet even binnen kijken wat ik gedaan heb sinds je hier laatst was? Dan pak ik Carolines spullen wel. Kan ik meteen afscheid van Laura nemen.’
Anna hielp zichzelf aan een glaasje water voor haar droge mond en liep toen door het huis. Overal waren tekenen van werkzaamheden. Een van de keukenmuren was gesloopt en Anna zag waar hij een uitbouw wilde maken. Dat zou heel mooi worden, dacht ze. Een betonmolen, een paar zaagbokken en wat elektrisch gereedschap stonden in een hoek.
‘Je krijgt het hier hartstikke leuk, Caroline,’ zei ze tegen de hond, die de naderende verlating leek aan te voelen. ‘Je redt je wel. Je moet er tenslotte aan gewend zijn om samen met andere honden te leven en Robs honden hebben vast heel goede manieren.’
‘Dat klopt,’ zei Rob, die terugkwam met zijn armen vol beddengoed, ‘en ik stel voor dat je nu afscheid van haar neemt. Dan kan ik ze bij elkaar zetten voordat ik naar mijn werk ga.’
‘Is goed,’ zei Anna, plotseling bijna in tranen. Ze wist dat het wel goed zou komen en Caroline haar waarschijnlijk zou vergeten zodra ze haar nieuwe vriendjes zag, maar de hectische tijd die Anna gehad had en het feit dat ze ook afscheid van Rob nam, eisten hun tol.
‘Oké, Caroline,’ ze probeerde haar gevoelens niet door haar stem heen te laten klinken. ‘Je gaat een tijdje bij Rob logeren, maar het is maar voor even, tot de koop van mijn huis rond is en we in ons nieuwe huis kunnen gaan wonen.’
Ze sloeg haar armen om de nek van de hond en legde haar hoofd even op Carolines kop. Daarna ging ze weer rechtop staan. ‘Oké, nu zal ik je verder met rust laten.’
‘O, kom hier,’ zei Rob, en hij trok haar in zijn armen.
Hij knuffelde haar zo stevig dat ze niet kon ademen, maar dat maakte niet uit want ze kon zich geen betere plek bedenken om te sterven, stevig in Robs sterke armen.
‘Ik ben maar tien dagen weg,’ mompelde hij in haar haren terwijl ze zowat stikte. ‘En daarna neem ik je mee uit eten in een heel lekker restaurant.’
Anna hield haar ogen gesloten en liet niet los. ‘Dat zou heerlijk zijn,’ mompelde ze in zijn overhemd. ‘Of gewoon een patatje is ook goed.’
Hij lachte en liet haar los. ‘Ik denk dat ik wel iets beters weet.’
‘Maakt niet uit.’ Zich van hem losmaken was als een zeeslak van een steen trekken. ‘Maar goed, ik moet gaan. Doeg lieverd,’ zei ze.
‘Ben ik de lieverd of heb je het tegen Caroline?’ vroeg Rob met een spoortje droefheid in zijn glimlach.
‘Dat mag je zelf beslissen,’ antwoordde Anna. Ze probeerde speels te doen maar bracht het er niet echt goed van af. ‘Ik ga nu. Doeg!’
Zijn berige omhelzing had Anna’s stemming goed gedaan. Ze was nu zekerder over haar gevoelens en de zijne. Ze hadden nog genoeg tijd om hun relatie op te bouwen en wat Anna betreft kon deze plotselinge lustaanval best wel eens blijvende liefde worden. Caroline zou zich wel redden en alles zou goed komen. De toekomst was leuk en opwindend. Maar evengoed stokte haar stem in haar keel toen ze gedag zei.
Laura vertrok later die ochtend en Anna leidde zichzelf de daaropvolgende paar dagen af met kleine losse klusjes die niet echt noodzakelijk waren maar waarmee ze haar huis zo perfect mogelijk voor Julian kon achterlaten. Voor haar beroepseer. Daarna, nog steeds trots op haar prestatie maar met een enorme kater, vertrok ze naar het vakantiehuisje van Dorothy en Ted. Alleen door de vele telefoontjes en bezoekjes aan Chloe hield ze de moed erin.
‘Ik weet wat,’ zei Anna opgewekt nadat ze in de daaropvolgende week had geluncht met Chloe en haar jongste zoontjes. ‘Waarom gaan we niet naar die plek waar je me over vertelde? Met bomen waar je goed in kunt klimmen? Dat zouden jullie wel leuk vinden, toch jongens?’
Tussen de algehele instemming door vroeg Chloe: ‘En wil je onderweg naar huis nog langs een bepaald persoon?’
Anna zuchtte bekennend. ‘Misschien is hij nog niet terug. Hij zou geloof ik tien dagen wegblijven. Hij heeft een paar keer gebeld maar het viel niet mee om een signaal te krijgen, dus ik weet niet zeker hoe het ervoor staat.’
‘Wat ging hij eigenlijk precies doen?’
‘Bijspringen op het kantoor waar hij vroeger werkte. Hij heeft er vrij voor genomen!’ Anna was verbolgen dat Rob zijn broodnodige vrije dagen opnam om te gaan werken, zeker omdat het hem van haar weghield. Maar daarom was ze ook zo dol op hem; hij was zo grootmoedig. ‘Hoewel hij er natuurlijk wel voor betaald krijgt,’ ging ze verder. ‘Zijn huis vreet geld, dus hij kan het goed gebruiken.’
‘Waar hadden ze hem voor nodig, dan?’ Chloe verzamelde borden vol saus en zette ze in de vaatwasser.
‘O, een enorme achterstand. Ze zijn een medewerker kwijtgeraakt en ze konden blijkbaar niet meteen iemand anders vinden.’
‘Dus jullie hebben in elk geval voldoende contact gehad om dat te weten te komen.’
‘Ja...’ Anna zuchtte weer. ‘Maar ik weet niet precies wanneer hij terugkomt. Dat hing af van hoeveel hij kon doen en hoe snel.’
‘Oké jongens, kan iemand de tafel afnemen? Ik zet nog even de vaatwasser aan. We hoeven geen laarzen aan, alleen truien mee. Kom op!’
Tom en Harry, en ook Anna en Laura, hadden een vrolijk middagje bomenklimmen achter de rug dat zo nu en dan onderbroken werd voor biscuitjes en sinas. Ze waren nu onderweg terug naar huis nadat ze Bruno van school hadden gehaald en ze namen de noodzakelijke omweg om te zien of Rob al thuis was.
‘Hoe zal hij het vinden als we met zijn allen op de stoep staan nadat hij net zo’n lange rit heeft gemaakt?’ vroeg Chloe.
‘Hij zal dolblij zijn om ons te zien! Nou ja, misschien niet, maar aangezien hij er waarschijnlijk toch niet is, is het vast geen probleem. Misschien kan ik een glimp van Caroline opvangen!’ voegde Anna eraan toe om de indruk te wekken dat het niet alleen Rob was die ze wilde zien.
‘Ik dacht dat je laatst zei dat het beter voor je was als je haar niet zag, zodat je niet verdrietig zou worden,’ plaagde Chloe.
‘Dat weet ik, maar ik zie haar toch als ik bij Rob langsga en het zal niet lang meer duren voordat ik in mijn nieuwe huis kan.’
‘Ik dacht dat er problemen waren met de onderzoeken.’
‘Chloe! Je moet niet alles wat ik zeg onthouden en tegen me gebruiken als ik ergens over van gedachten verander!’
Chloe lachte. ‘Oké, jongens. We gaan kijken of we Rob kunnen vinden.
‘O, gaaf,’ zei Bruno. ‘Rob is leuk.’
Ze raakten een beetje de weg kwijt en moesten allerlei lanen door tot ze het idee hadden dat ze de goede kant op gingen. Chloe, die de streek het beste kende, was er redelijk zeker van dat ze op koers zaten. Anna dacht dat het er niet goed uitzag, maar hield die gedachten voor zichzelf.
Ineens zei Chloe: ‘Wacht eens... is dat rook?’
Het was absoluut rook, een heel grote wolk. ‘Of iemand is afval aan het verbranden,’ zei Anna, ‘of...’ Ze voelde al het vocht uit haar mond verdwijnen en het bloed uit haar botten trekken. Ze werd ook misselijk. ‘O mijn god!’ fluisterde ze. ‘Weet je zeker dat we zijn waar je denkt dat we zijn?’
‘Ik ben bang van wel,’ Chloe beet op haar lip. ‘Ik wilde niets liever dan dat ik het fout had.’
Ze reden richting de rook. Zelfs de jongens leken te beseffen dat de sfeer in de auto was omgeslagen en zaten stilletjes achterin. Harry was in slaap gevallen in zijn autostoeltje.
Anna had het gevoel alsof haar ingewanden in een slangenkuil waren veranderd. Ze zweette en onbewust leunde ze voorover in haar stoel en trok haar knieën op om een eind te maken aan het gekrioel. Hij is volwassen, zei ze tegen zichzelf. Hij is er prima toe in staat een brandend gebouw uit te lopen.
Chloe keek naar haar. ‘Het is heel onwaarschijnlijk dat het Robs huis is, Anna,’ mompelde ze in de hoop dat de jongens niet zouden oppikken wat ze zei. Ze wilde niet dat ze vragen zouden gaan stellen die ze niet kon beantwoorden.
‘Er zijn geen andere huizen in de buurt. Als het geen afvalverbranding is, moet het Robs huis zijn. Maar misschien is hij nog niet terug.’ Plotseling schoot er een gedachte door haar heen. ‘De honden! Caroline!’
Chloe bracht de auto tot stilstand. ‘Luister, zelfs als er echt brand is, kunnen we daar niet heen.’ Ze knikte richting de achterbank om de reden aan te geven.
Anna veegde het zweet van haar voorhoofd. ‘Nee. We moeten de brandweer bellen. Kijken of ze al onderweg zijn.’
‘Oké, doe dat maar.’
‘Verdomme,’ zei Anna een paar minuten later. ‘Geen bereik. We moeten een telefooncel zoeken.’
Chloe startte de auto weer en draaide de weg weer op. ‘We kunnen over een minuut of vijf thuis zijn. Ik weet nu precies waar we zijn.’
‘Oké, maar als we een telefooncel zien wil ik stoppen,’ hield Anna vol.
‘Dat is goed. Het is waarschijnlijk gewoon een afvalverbranding. De brandweer zal het irritant vinden als we voor niets bellen.’
‘Nee hoor. Als er brand is dan willen ze dat weten, en als het niet zo is, nou ja, beter een vals alarm dan dat ze het niet weten.’
‘Ik zet Radio Gloucestershire aan om te luisteren of er nieuws is,’ zei Chloe.
Anna gaf geen antwoord, ze wenste in stilte dat Chloe sneller over de landwegen zou rijden en deed haar best om niet over te geven. De vijf minuten die het duurde om thuis te komen leken vijf uur in een martelkamer.
Zodra Chloe de nog slapende Harry uit de auto tilde, zei Anna: ‘Bel jij de brandweer. Ik heb een rijbewijs, ik wil jullie auto graag lenen om terug te gaan.’ Ze zweeg toen ze de schrik op Chloe’s gezicht zag. ‘Ik weet dat de auto niet verzekerd is voor een andere bestuurder, maar als er iets mee gebeurt, koop ik een nieuwe voor je. Ik moet terug om te zien wat er aan de hand is.’
Chloe was totaal verbijsterd.
‘Ik wil de auto lenen!’ zei Anna wanhopig.
Chloe slikte. ‘Oké. Maar ik kan ook iemand vragen op de jongens te komen passen en met je meegaan.’
‘Nee. Geen tijd. Ik kan niet wachten.’ Maar ze was wel even stil. ‘Ik meen het over dat ik een nieuwe koop.’
Chloe schudde het hoofd. ‘Dat hoeft niet. Het maakt voor de verzekering niet uit wie erin rijdt. Dat hebben we gedaan voor het geval ik ooit in de problemen kwam. Maar wanneer heb je voor het laatst gereden, Anna?’
Anna glimlachte bijna. ‘Toen ik voor mijn rijexamen slaagde.’
‘Oké.’ Chloe zag in dat ze Anna toch niet kon tegenhouden. ‘Hier, de sleutels.’
Terwijl Anna alle procedures die haar rij-instructeur er bij haar in had geramd naliep (gordel, spiegels, starten, spiegels, schakelen en nog een keer over de schouder kijken), realiseerde ze zich dat alle twijfels over de oprechtheid van haar gevoelens voor Rob verdwenen waren op het moment dat ze rook bij zijn huis had gezien. Als Max daar gewoond had, had ze zich meer zorgen gemaakt om Caroline. Hoewel ze zich beslist druk maakte om haar hond, was ze meer met Rob bezig.
Ze hoefde waarschijnlijk niet zo vaak in haar achteruitkijkspiegel te kijken, maar ze verkeerde in zo’n toestand dat ze geen risico wilde nemen. Langzamer dan een slak met een looprek reed ze weg. Een klein stukje verderop besefte ze dat haar tong aan haar gehemelte plakte. Ergens in de auto rolde een overgebleven fles water. Ze ging stilstaan langs de kant, dronk er vrij veel van. Dat kalmeerde haar. Ze ging weer op weg naar Robs huis en hoopte maar dat ze de weg nog wist.
De rook en een ongekend richtingsgevoel hadden haar naar het huis geleid. Overal zag ze brandweerauto’s en brandweermannen. Anna voelde zich even opgelucht. Zodra ze gezien was, kwam er eentje naar haar toe.
‘Zorg alsjeblieft dat je uit de buurt blijft, mop. We hebben het al druk genoeg.’
Anna zag dat hij gelijk had. Het halve huis leek in lichterlaaie te staan en de hitte had haar wel op afstand gehouden als de brandweerman dat niet had gedaan. Het was vreselijk om aan te zien. Ze dwong wat vocht naar haar mond zodat ze kon spreken. ‘Ik moet het weten. Mijn vriend woont daar. Is alles goed met hem?’
Het was even stil. ‘Er is iemand met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Kan dat je vriend zijn?’
‘O god, ik weet het niet.’ De bezorgdheid bemoeilijkte het spreken en toen ze dat wel deed was haar stem zo schor dat hij amper verstaanbaar was. ‘Ik weet niet eens of hij wel thuis was. En de honden? Er waren vier honden en één ervan is van mij.’
‘Die zijn ongedeerd.’ Anna zuchtte van gedeeltelijke opluchting. Caroline was tenminste veilig. ‘Zo is die gozer gewond geraakt, omdat hij de honden wilde redden,’ ging de brandweerman verder. ‘Ze bevonden zich blijkbaar in het gedeelte waar de brand is ontstaan. Als mensen hun bedrading nou eens lieten nakijken!’ Hij glimlachte naar haar, zich er kennelijk van bewust dat ze in shock verkeerde. ‘Dan zou ik werkloos zijn.’
‘Weet je naar welk ziekenhuis ze hem hebben gebracht?’ vroeg Anna. Haar benen begaven het bijna.
‘Weet ik niet, mop. Misschien het plaatselijke ziekenhuis, of Gloucester. Je kunt maar beter naar huis gaan en rondbellen. Hier loop je alleen maar in de weg.’
Over haar toeren draaide Anna zich weg van de vlammen. De wetenschap dat er niets met de honden was, was al fijn, maar tot ze wist hoe het met Rob was zou ze buiten zichzelf blijven. En het huis! Zelfs als er niets ernstigs met Rob aan de hand was dan waren zijn huis en daarmee zijn dromen verwoest. Terwijl ze naar de auto liep hoorde ze een groot stuk hout vallen en ze merkte dat haar gezicht nat was van de tranen.
Ze zat in de auto en dacht eraan dat ze die nu terug naar Chloe moest zien te krijgen. Op de heenweg had ze zich op Rob gericht; ze moest erheen om te zien of hij en de honden in orde waren. Maar nu was haar enige stimulans dat ze de auto van Chloe geleend had en hem onbeschadigd terug moest brengen. De rek leek uit haar ledematen te zijn. Ze herinnerde zich ooit gehoord te hebben dat mensen tijdens safari’s – als er een neushoorn of iets dergelijks achter hen aan zat – in hun vlucht met gemak een boom inklommen, maar dat het een helse klus was om ze er later weer uit te krijgen. Dit was haar versie van uit de boom klimmen zonder angst of adrenaline om haar te helpen.
In een poging te kalmeren zat ze diep ademend op de bestuurdersstoel met het portier open. Ze dronk de fles water leeg en moest ineens ontzettend nodig plassen.
‘Oké,’ zei ze tegen zichzelf. ‘Zoek een boom en ga erachter zitten. Niemand die je ziet, ze hebben het allemaal te druk met de brand. Je kunt niet rijden als je je niet kunt concentreren.’
De juiste plek vinden en goed gaan zitten leek een ongelooflijk ingewikkelde zaak. ‘Waarom heb ik nou geen rok aan?’ hekelde ze zichzelf, maar ging toen verder: ‘Doe niet zo dom! Je draagt bijna nooit rokken. Probeer er gewoon voor te zorgen dat je niet helemaal onder komt te zitten.’
Het leek technisch ontzettend moeilijk en ze besefte dat hier penisnijd vandaan moest komen, als zoiets al bestond. God was duidelijk een man. Eindelijk ritste ze haar broek dicht, maar voelde zich wel een beetje klammig. Onderweg terug naar de auto, zei ze: ‘Als je niet eens kunt plassen zonder er een zootje van te maken, hoe denk je dan in godsnaam een auto te kunnen besturen?’
En het was zoveel belangrijker dat dat wel goed ging. Auto’s waren gevaarlijke monsters die geen fouten duldden. En terwijl een auto een kras of deukje wel kon hebben, wist ze niet of Mike daar net zo over dacht. Pas nu drong de impact van het rijden in andermans auto tot haar door. Ze mocht echt geen enkele fout maken.
Ze ging weer op de bestuurdersstoel zitten. Hij stond goed afgesteld, er was geen verkeer, het bos uit komen zou makkelijk zijn. ‘Je bent hier goed aangekomen, zo kun je ook terugkomen. En er liggen geen steden of zo tussen jou en Chloe. Het wordt een eitje.’
Behalve dat ze een keer de hellingproef moest doen, wat ze op de heenweg had weten te vermijden, verliep haar terugweg verrassend makkelijk en met een behoorlijke dosis trots klopte ze met bungelende sleutels bij Chloe aan.
‘Hij ligt in het ziekenhuis. Ze weten niet waar precies. De honden zijn ongedeerd.’ Toen barstte ze in tranen uit.