HET HUIS VAN DE VREEMDELING
Meneer Prescott keek de jongens weifelend aan. Hij vroeg
zich kennelijk af of de jongens de auto wel echt hadden gezien.
Maar hun duidelijke teleurstelling en verbazing verzekerden hem dat
dit toch wel het geval was.
'Waar kan die wagen gebleven zijn?' vroeg Frank. 'Ik denk dat
de dieven teruggekomen zijn en hem hebben meegenomen, ' antwoordde
meneer Prescott. 'Jammer, dat we die hele reis voor niets hebben
gemaakt. '
De Hardy's waren razend, maar meneer Prescott deed of het
helemaal niet zo erg was. Hij wilde tenslotte het paard terughebben
en niet de vrachtwagen.
'Ik zou het bijzonder prettig vinden, als jullie door wilden
gaan met je onderzoek, ' zei hij. 'Jullie mogen wel weten dat ik
graag een beloning van zeven en een half duizend gulden wil betalen
als ik Topnotch terugkrijg. '
'We zijn helemaal niet van plan om het nu op te geven, '
stelden de Hardy's hem gerust.
Die avond bespraken de jongens niet alleen deze zaak, maar
ook het geheimzinnige geval van Vilnoff, die zij op de Barmet-baai
hadden gezien op hetzelfde moment dat hij volgens Fenton Hardy in
New York moest zijn.
Frank had misschien een oplossing voor dit probleem.. Het kon
best zijn dat de reiziger een broer had die veel op hem leek. 'Wij
zagen een man die op Vilnoff leek. Vader is er zeker van dat hij in
New York met Vilnoff gesproken heeft. Die kerel kan toch niet op
twee plaatsen tegelijk zijn en daarom moet hij wel een dubbelganger
hebben, ' redeneerde Frank logisch. 'Wat zou je ervan zeggen als we
weer eens naar zijn huis gingen? Misschien komen we daar wel iets
aan de weet. '
'Is het huis dan niet gesloten?'
'Nee, ik hoorde vandaag dat de bedienden er nog steeds zijn,
zeker om de boel schoon te houden of zoiets. '
'Misschien krijgen we ze wel zo ver dat ze ons iets
vertellen, ' zei Joe hoopvol.
Er brandde slechts een zwak licht achter een raam van de
benedenverdieping, toen de jongens bij Vilnoffs huis aankwamen. Ze
liepen detreden naar de voordeur op, belden aan en
wachtten.
Na een poosje hoorden ze voetstappen. De deur zwaaide open en
daarstond een butler voor hen.
'Is meneer Vilnoff thuis?' vroeg Frank.
De man schudde zijn hoofd.
'Het spijt me, maar meneer Vilnoff is een paar dagen geleden
naar Europa vertrokken. '
De jongens deden net of dit een grote verrassing voor hen
was. Ze keken de man verbaasd aan en vroegen: 'Wanneer komt hij
terug?'
'Dat kan ik heus niet zeggen, meneer, ' antwoordde de butler,
die geen inlichtingen wilde geven.
'Mogen we dan misschien even zijn broer, de andere meneer
Vilnoff spreken?'
De butler vertrok geen spier van zijn gezicht.
'Voor zover ik weet, heeft meneer Vilnoff geen broer, meneer,
' antwoordde hij.
'Ik heb altijd gedacht dat hij een broer had, ' zei Joe.
'Werkelijk, meneer? Ik ben bang dat u zich dan vergist heeft. Hier
heeft nog nooit een broer van meneer Vilnoff gewoond. ' Op dat
ogenblik kwam er een onderbreking. Beneden uit het huis klonk
plotseling een gedreun, alsof iemand een motor had aangezet. Dit
werd onmiddellijk gevolgd door een gonzend geluid. Het gezicht van
de butler verloor iets van zijn bestudeerde onaandoenlijkheid. De
man was geschrokken en kennelijk erg bang. 'Een ogenblik,
alstublieft!' riep hij en haastte zich de gang in, waarbij hij de
deur wijd open liet staan. 'Dat is onze kans!' fluisterde Frank
opgewonden. 'Hoezo?'
'Er is hier iets geks aan de hand. Ik geloof dat Vilnoff er
wel is. Joe, verstop jij je in de hall. Als die butler terugkomt,
dan denkt hij dat je al weg bent. Dan kun je mij later binnenlaten
en dan gaan we samen eens wat rondkijken. '
Het vreemde geluid van dreunen en gonzen in de
kelderverdieping hield plotseling op. 'Schiet op, ' zei
Frank.
Joe glipte de hal in. Hij hoorde de voetstappen van de butler
al op de keldertrap. Joe keek om zich heen naar een schuilplaats,
zag een grote rustbank in een kamer die op de hall uitkwam en dook
erachter. Het was geen moment te vroeg. De bediende kwam een
ogenblik later terug. Hij keek wat verbaasd, toen hij zag dat Frank
daar alleen stond.
'O, is die andere jongen weg?' vroeg hij. Toen vervolgde
hij:'Het spijt me erg dat ik u niet van dienst kan
zijn. Maar ik ben er zekervan, dat meneer Vilnoff geen
broer heeft. '
Frank deed net of hij geloofde wat de man zei.
'Niets aan te doen, ' zei hij. 'Het spijt me dat ik u
gestoord heb. '
'Het is niet erg, meneer, ' antwoordde de bediende en hij
deed de deurdicht.
Frank liep de stoep af, maar hij begreep best dat de man hem
door het ruitje in de deur nakeek. Dus liep hij met een onschuldig
gezicht verder door de oprijlaan.
Zodra hij vanuit het huis niet meer gezien kon worden, dook
hij tussen de struiken. Een paar minuten later ging het licht op de
veranda uit en toen kroop hij in het donker weer langzaam terug.
Hij begreep heel goed, dat Joe en hij een groot risico liepen. Als
ze nu gepakt werden, dan zouden ze er niet zo gemakkelijk afkomen
als de vorige keer.
Ten slotte kwam Frank veilig bij de veranda aan en hij sloop
geruisloos de treden op. Hij zag even een lichtstraal flitsen, in
de kamer waar Joe zich had verstopt.
Eerst schrok hij. Toen begreep hij dat zijn broer zijn
zaklantaarn aangeknipt had om een sein te geven.
Frank sloop geruisloos over de veranda en wachtte bij de
voordeur. Hij hoorde de knop rammelen. Toen draaide de deur open.
Op hetzelfde moment begon er in het huis een bel te rinkelen. 'Een
alarminstallatie tegen inbrekers!' fluisterde Frank. Het was geen
ogenblik bij de Hardy's opgekomen dat het huis van Vilnoff wel eens
op zo'n manier beveiligd zou kunnen zijn. Het was te laat om nu nog
terug te gaan.
Frank stapte naar binnen en deed vlug de deur achter zich
dicht. In het donker pakte Joe hem bij zijn arm.
'Hierheen!' fluisterde hij. Hij trok Frank de aangrenzende
kamer in en liep naar de zware velours gordijnen die voor de ramen
hingen. De bel rinkelde nog steeds en alarmeerde alle bewoners van
het huis.
Frank en Joe hoorden opgewonden stemmen en hollende
voetstappen. Iemand kwam haastig de hall in en draaide het licht
aan. Er klikte nog een schakelaar en de bel hield op met
rinkelen.
Ze hoorden een stem. Een andere stem gaf antwoord. Er waren
twee mannen in de hall. De jongens herkenden de ene stem als die
van de butler, maar hij sprak een vreemde taal. Zijn metgezel gaf
in dezelfde taal antwoord.
De twee bedienden begonnen nu zorgvuldig het huis te
doorzoeken. Ze kwamen de kamer binnen waar de Hardy's zaten en
keken achter rustbank en de stoelen.
De ene man liep naar de gordijnen, maar net toen hij ze opzij
wilde trekken, riep zijn collega hem vanuit de hall en hij liep de
kamer uit. Frank en Joe, die hun adem hadden ingehouden van
spanning, zuchtten van verlichting toen de voetstappen zich
verwijderden. Eindelijk stonden de bedienden weer in de hall. Ze
bekeken de alarminstallatie en kwamen tot de conclusie, dat het
apparaat per ongeluk en uit zichzelf was ingeschakeld. Ze hielden
een lange discussie in hun eigen taal, maar ten slotte gingen zij
mopperend weg. Frank en Joe bleven nog enige tijd achter de
gordijnen staan. Na een tijdje hoorden ze iemand achter in het huis
de trap op lopen en hieruit begrepen ze dat de butler naar zijn
kamer ging. Toen werd het rustig in huis.
'Ik geloof dat we maar beter kunnen maken dat we wegkomen, '
fluisterde Joe. 'We hebben geluk gehad dat ze ons niet gevonden
hebben. '
'Nu we toch hier zijn, kunnen we net zo goed die kelder eens
onderzoeken, ' zei Frank zachtjes. 'Die kans krijgen we misschien
nooit meer. '
Joe was niet erg enthousiast over dit plan, maar hij volgde
zijn broer toch, toen die achter de gordijnen vandaan kroop en
zacht naar de hall liep.
Met behulp van Joe's zaklantaarn liepen ze naar de keuken.
Daar ontdekten ze een deur, die kennelijk toegang gaf tot de
kelderverdieping. De jongens deden hem open en liepen de trap af.
Midden in de kelder stond de werkbank, die ze al hadden gezien,
toen zij door het raam naar binnen hadden gekeken. Het leek wel of
er nu nog meer machines waren. De werkbank lag vol met stukken
metaal en rollen draad. De jongens werden nieuwsgierig.
In het schijnsel zagen ze een grote elektromotor en een paar
zware machines. Joe liep naar een van de machines toe en liet zijn
zaklantaarn erop schijnen.
'Ik zou toch zo verdraaid graag willen weten wat hier
gebeurt, ' zei hij. 'Ik geloof dat onze vriend Vilnoff...
'
Toen hij een stap naar voren deed kwam er een vreemde
uitdrukking op zijn gezicht. Hij verstijfde en viel op de
grond!