DE HAND VAN KLEI
Het avondeten was een kwelling.
Zoals ze al gedacht hadden, had tante Gertrude het nodige te
zeggen en ze was bijzonder nieuwsgierig hoeveel geld de jongens
waren kwijtgeraakt met wedden op de renbaan. Haar neven gaven haar
de verzekering, dat zoiets niet eens in hun hoofd was opgekomen,
maar de goede vrouw snoof ongelovig.
'Het is toch echt waar, ' verklaarde Frank en toen vertelde
hij het verhaal van de op hol geslagen auto.
Onder het eten keken hij en Joe af en toe eens naar hun
vader. Zou Chet hem verteld hebben dat zij door de politie werden
gezocht? En wat nog belangrijker was, wat wilde de politie van hen?
Hield het verband met die auto van vanmiddag? Had de eigenaar van
de wagen toch een aanklacht tegen hen ingediend?
'Chet is geweest, ' zei meneer Hardy eindelijk, terwijl hij
zijn servet neerlegde.
'We... we hebben hem gezien, ' zei Joe moeilijk. Frank was
ineens helemaal zijn eetlust kwijt. 'Ik geloof dat ik maar niets na
neem, ' zei hij.
'Zeker te veel worstjes gegeten op de renbaan, ' zei tante
Gertrude. 'Je schijnt je ergens zorgen over te maken, ' merkte
meneer Hardy minzaam op.
'Wie, ik? O, nee hoor, ik heb helemaal geen zorgen, ' zei
Frank. 'Ik dacht, dat je misschien zat te piekeren, omdat Chet je
heeft verteld dat de politie jullie wil spreken. ' Joe en Frank
keken elkaar aan.
'Heeft hij u dat dan verteld?' mompelde Joe flauwtjes. Fenton
Hardy begon te lachen.
'Ik wilde het grapje van Chet niet bederven, ' verklaarde
hij. De jongens voelden zich enorm opgelucht. Dus Chet had hun
alleen maar een poets willen bakken.
'Daar zal hij spijt van hebben!' riep Joe wraakzuchtig uit.
'Ik zat zo in de penarie, dat ik geen hap door mijn keel kon
krijgen. Moeder, ik geloof dat ik nu toch maar wat van die pudding
neem!" 'Hoe kreeg hij het in 's hemelsnaam in zijn hoofd om te
zeggen dat de politie ons wilde spreken?' riep Frank.
'Dat heb ik hem verteld, ' antwoordde meneer Hardy. 'De
politie wiljullie namelijk inderdaad spreken.
'
Hun stemming zakte weer.
'Wat?' bracht Frank er met moeite uit.
'Ik, als erkend particulier detective en oud-lid van de
politie in New York, wil namelijk met jullie bespreken, dat ik
jullie vanavond mee wil nemen voor een kleine aangelegenheid, '
lachte hun vader. 'Nou, en dan wil de politie jullie toch spreken,
niet?'
'Waar gaan we naartoe, vader?' vroegen de jongens gretig. 'Ik wil
jullie meenemen naar het huis van een zekere Vilnoff. '
'Vilnoff!' riep Frank uit. 'Die kennen we. Hij was er ook bij, toen
die auto er vandoor ging. Wat is het eigenlijk voor iemand?'
'Het is een rijke buitenlander, die een paar maanden geleden een
gemeubileerd huis heeft gehuurd in Bayport. Ik heb vanavond een
zaakje met hem te bespreken en ik dacht dat jullie misschien wel
zin hadden, mee te gaan. '
'Nou en of!' zei Joe.
Even over achten kwamen zij bij Vilnoffs huis aan.
Het onderhoud van Fenton Hardy met de man duurde maar
kort.
Hij informeerde uitsluitend waar de vreemdeling gistermiddag
wasgeweest.
'Ik was bij de voetbalwedstrijd in Seneca, meneer, '
antwoordde Vilnoff direct. 'Ik heb nog naast uw zoon gezeten. '
'Daar heb je me niets van verteld, Frank, ' zei zijn vader. 'Ja,
dat is waar, ' antwoordde de jongen. 'Ik moest hem uitleggen hoe
het spel gespeeld werd. '
'Dat is alles wat ik wilde weten, meneer Vilnoff, ' zei
meneer Hardy. 'Ik dank u zeer. '
'U zoekt naar alibi, ja?'
'Alleen maar een klein onderzoek. Helemaal niets belangrijks,
begrijpt u wel?'
Vilnoff glimlachte vriendelijk.
'Ik begrijp zeer perfect. Bovendien hoeven de nieuwsgierige
Amerikanen zich niet langer over mij zorgen te maken, want over een
paar dagen ga ik weer terug naar mijn vaderland. '
'O, u gaat de stad verlaten, meneer Vilnoff?'
'Ik vertrek voorgoed uit Amerika. Heel jammer, dat ik nooit
meer dit voetbal zie. Uw zoon, ' en Vilnoff maakte een beleefde
buiging inFranks richting, 'hij was zo vriendelijk mij
dit ingewikkeld spel uitte leggen. Maar ik ben dom,
ja. Ik begrijp dit voetbal niet. '
Meneer Vilnoff bracht hen buigend naar de voordeur en dankte
henuitvoerig voor de eer die zij hem door hun bezoek
hadden bewezen.
Op de terugweg vroeg Frank nieuwsgierig:'Waar
had u zijn alibi voor nodig, vader?'
Fenton Hardy haalde zijn schouders op.
'O, de regering onderwerpt alle buitenlanders, die hier op
bezoek zijn, aan een onderzoek, ' zei hij nonchalant. 'Het was
niets belangrijks. '
'Is dat vanwege de ontploffing in de munitiefabriek?' vroeg Joe
slim. 'Ik zou niet willen zeggen, dat ik Vilnoff daarmee in verband
breng, ' antwoordde meneer Hardy.
Hoewel hun vader niets meer wilde zeggen, begrepen de jongens
toch wel het een en ander. Ze waren er vast van overtuigd dat zijn
onderzoek iets te maken had met de ontploffing in de fabriek. Later
bespraken zij samen het hele geval.
'Er is iets met die Vilnoff aan de hand, ' verklaarde Joe.
'Ik zou wel eens iets meer van hem willen weten. '
'Ik ook. Wat zou je ervan denken als we eens teruggingen en
wat rondkeken?'
'Terug naar het huis van Vilnoff?'
'Waarom niet? Als vader die man in de gaten houdt, dan is er
iets vreemds aan de hand. '
De jongens besloten terug te gaan naar het huis van de
vreemdeling. Ze glipten het hek door, slopen over het grasveld en
toen zij licht zagen schijnen achter het kelderraam, kropen ze op
hun knieën dichterbij.
Ze hurkten naast het raam en gluurden de kelder in. Het
vertrek dat ze zagen, scheen als een soort werkplaats te zijn
ingericht. Er draaide een motor en een man, die met zijn rug naar
hen toe aan een werkbank zat, was ergens mee bezig, waarbij hij
kleine werktuigen nodig had. Af en toe nam hij van een rek dat voor
hem hing een sleutel, een kleine schroevedraaier, een hamertje en
andere gereedschappen.
Toen stond hij plotseling op en draaide een knop om. De motor
stopte. De man liep het vertrek door en toen hij bij de deur kwam,
deed hij het kelderlicht uit. De jongens hadden geen glimp van zijn
gezicht kunnen opvangen.
De twee Hardy's stonden op. Ze stelden bijzonder veel belang
in de ondergrondse werkplaats van meneer Vilnoff, maar ze begrepen
er nog niets van.
'Laten we eens aan de achterkant van het huis rondsnuffelen,
' stelde Frank voor. 'Misschien... ' Plotseling pakte Joe hem bij
zijn arm. 'Luister!' fluisterde hij.
Op het grindpad, dat naar de voorkant van het huis leidde,
hoorden ze het knarsend geluid van naderende voetstappen. 'Daar
komt iemand!' fluisterde Frank. 'We moeten ons verstoppen. ' Ze
doken tussen de hoge struiken langs het pad. Frank struikelde
echter over een draad en belandde languit tussen het krakende
kreupelhout. Hij hoorde achter zich schreeuwen, krabbelde overeind
en zette het op een lopen.
Een eind verder hoorde hij Joe wegrennen naar de achterkant
van de tuin.
Frank holde tussen de bomen door; hij hoopte de straat te
kunnen halen, maar plotseling dook er een donkere gedaante voor hem
op. De jongen schoot opzij, maar de man was hem te vlug af en greep
hem bij zijn arm.
'Kom jij maar eens mee!' gromde de kerel dreigend. 'We houden
hier niet van insluipers. '
Frank stribbelde tegen, maar de man duwde hem over het
grasveld inde richting van het huis. Toen ze bij het
pad kwamen, verschenen ernog twee gedaanten uit de
schaduw. Een ervan was Joe, die stevigwerd
vastgehouden door iemand in een chauffeursuniform.
'Heb jij die andere kerel, Harker?' riep de
chauffeur.
'Reken maar en ik hou hem ook. Daar gaan ze de bak voor in.
Je kuntbeter de politie waarschuwen, dan laten we ze
arresteren. '
'Dat zullen we de baas laten doen. Breng ze maar in huis.
'
De Hardy's begrepen wel dat de zaak er slecht voorstond. Ze
warentenslotte op verboden gebied. Als Vilnoff een
aanklacht tegen hen zouindienen, dan kwamen zij in
grote moeilijkheden.
De chauffeur en zijn metgezel, die de tuinman scheen te zijn,
duwdenhun jonge gevangenen zonder veel plichtplegingen
door een zijdeureen kleine, kale kamer binnen. Toen
betrok de chauffeur de wacht,terwijl de ander Vilnoff
ging zoeken.
Terwijl zij wachtten, bekeek Joe de chauffeur eens
nauwkeurig. Hijherinnerde zich het gezicht nog heel
goed. Het was dezelfde man, die de wagen had bestuurd, die de
jongens die middag even buiten Spurtown van de weg had
gedrongen.
Een paar minuten later verscheen Vilnoff, in pantoffels en
kamerjas. Toen hij de Hardy's herkende, keek hij zijn twee
bedienden dreigend aan.
'Wat is dat voor onzin?' beet hij hen toe. 'Deze jongens zijn
geen inbrekers. '
'Nou, baas, we zagen ze hier om het huis sluipen, ' mompelde
de chauffeur. 'En u hebt opdracht gegeven, dat we iedereen die zich
verdacht gedroeg, moesten aanhouden, dus... '
Vilnoff legde hem met een ongeduldig gebaar het zwijgen op.
'Het spijt me heel erg, ' zei hij tegen Frank en Joe. 'Mijn mannen,
zij hebben een vergissing gemaakt. U wilt alstublieft aannemen mijn
verontschuldiging, ja?'
Hij gaf zijn bedienden opdracht de kamer te verlaten. Toen
zei hij: 'Ik weet wel dat jullie geen inbrekers zijn, natuurlijk.
En toch moet er wel een verklaring zijn. Misschien willen jullie me
eens vertellen, wat deden jullie in de tuin?' De Hardy's gaven op
deze vraag geen antwoord.
'Misschien hebben jullie iets verloren toen jullie een tijdje
geleden hier waren?' bedacht Vilnoff. 'Jullie kwamen terug om
ernaar te zoeken, ja? Goed, kom dan maar terug overdag. Dan vinden
jullie het misschien. '
En met die woorden bracht hij hen buigend en beleefd
glimlachend naar de deur. Hij verontschuldigde zich nogmaals uit
naam van zijn bedienden en liet hen uit.
'U komt me nog eens opzoeken, ja?' vroeg Vilnoff. 'Ik beloof
jullie, dat je geen tweede maal als inbreker behandeld zult worden.
' De Hardy's liepen zwijgend het pad af. Een poosje later zei
Frank: 'We hebben enorm geboft, dat we er zo gemakkelijk afgekomen
zijn. '
'Zeg dat wel. Ik dacht al dat ze de politie zouden halen. Die
Vilnoff lijkt me een sportieve kerel. '
'Toch hebben we hem heus geen rad voor ogen kunnen draaien, '
zei Frank. 'Hij was me net een ietsje te beleefd en vriendelijk.
Hij wist drommels goed dat we om zijn huis hebben lopen spioneren,
maar hij wilde zich er niet druk over maken. '
'Dus je denkt dat hij het heus wel snapte?'
'De schijn was duidelijk tegen ons en toch deed hij zijn best
om een uitvlucht voor ons te verzinnen. '
'Maar waarom dan?'
'Ik denk dat hij geen moeilijkheden wilde maken. Misschien
wilde hij de politie er niet in mengen. Er is nog iets waar ik
vanavond aan gedacht heb, Joe. Toen vader hem vroeg waar hij
gistermiddag was geweest, had hij een waterdicht alibi, doordat hij
bij de voetbalwedstrijd was en doordat ik vlak naast hem zat en het
dus kon bevestigen. '
'Maar het was toch waar?'
'Natuurlijk, maar ik geloof dat hij met opzet naast me is
komen zitten. Waarschijnlijk wist hij, dat hij later ondervraagd
zou worden. '
'Daar kon wel eens iets inzitten, ' gaf Joe nadenkend toe. 'Ik vind
het maar een vreemde figuur, die Vilnoff. Heb je gezien dat hij een
tic heeft? Hij knippert met zijn ogen en doet dan zijn rechterhand
omhoog. '
'Nervositeit, waarschijnlijk. Nou ja, als hij over een paar
dagen tochverdwijnt, hoeven we ons geen zorgen over
hem te maken. '
'Dat is waar ook, ' zei Joe, terwijl hij iets uit zijn zak
haalde, 'ik hebje nog niet laten zien, wat ik bij het
huis van Vilnoff gevonden heb,net voor we er vandoor
moesten. '
'Wat dan?' vroeg zijn broer nieuwsgierig.
Ze bleven onder een straatlantaarn staan. Frank staarde naar
het voorwerp dat Joe hem liet zien. Het zag eruit als een kleine
mensenhand. Toen hij goed keek, zag Frank dat het alleen maar een
kleimodel was. 'Een hand van klei!' riep hij uit. 'Wat kan dat in
's hemelnaam betekenen?'