25 Bruiloft
De gasten juichten.
Lyam, Koning der Eilanden, dronk de toost die hij zojuist op het bruidspaar had uitgebracht. Emus stond te grijnzen. Hij was bijna onherkenbaar in zijn formele hofkledij. Korte jasjes en hemden met kanten ruches waren dat jaar in de mode. Alleen omdat zijn geliefde Alicia zo graag wilde dat hij er die dag op zijn best uitzag, had hij 'die tierlantijn-dingen', zoals hij ze noemde, aangetrokken. Zijn alternatief was zijn admiraalsuniform, waar hij een nog grotere hekel aan had, zodat hij maar had voldaan aan haar verzoek om zich naar de laatste mode te kleden.
Valentijn zat met de andere gasten aan het hoofd van de tafel in de feestzaal van het prinselijk paleis te Krondor. Rechts van hem zaten Elena, zijn zuster, en haar man te praten met Erland, een van zijn broers, en diens vrouw, prinses Gwendolyn. Borric, Erlands tweelingbroer, sprak met zijn vrouw Jasmine terwijl Anita toekeek.
Valentijns moeder was bijna in tranen uitgebarsten toen ze haar jongste zoon zonder te hinken het hof had zien binnenlopen. Pas toen had Valentijn beseft dat hij het tijdens de laatste slag zo druk had gehad om alles in orde te brengen voor het geval de zaken verkeerd uit zouden pakken, dat hij niet eens had gemerkt of zijn voet nog pijn deed. Nakur had hem verteld dat hij nu geheel was genezen.
Het had maanden geduurd voordat het huwelijksfeest was voorbereid en iedereen terug was in Krondor. De koning had voor de bruiloft zijn hof te Rillanon verlaten en was al in Krondor voordat Arutha was teruggekeerd. De Prins van Krondor had het bericht pas vernomen toen baron Bertram van Cars een boot naar Vrijpoort had gestuurd, waar Arutha met zijn vloot lag te wachten. Emus had bijna helemaal gelijk gehad: pas na een lange, bittere tweestrijd had Arutha besloten niet achter Valentijn en zijn metgezellen aan te gaan. Toen Arutha in Krondor was teruggekeerd, hadden Valentijn en Emus hem en de koning het hele verhaal verteld, van de overval op Schreiborg tot de vernietiging van de twee schepen ten noorden van Nes. Lyam had een bijzondere boodschapper naar het Tovenaarseiland gezonden om te zien of Puc daar te vinden was, en Valentijn en Borric naar Sethanon gestuurd, aangezien die missie slechts aan de leden van de koninklijke familie kon worden toevertrouwd.
Samen met zijn broer was Valentijn twee weken later teruggekomen met het bericht dat in Sethanon alles in orde was. Vol ontzag had Valentijn gesproken over zijn ontmoeting met het Orakel van Aä1. Tot zijn verbazing had hij de Levenssteen nergens gezien en pas thuis had hij gehoord van de magische tijdsverdraaiing die erop rustte. Niettemin was de wetenschap dat de steen er was - en ondanks de bescherming kwetsbaar - genoeg om een diepe indruk op Valentijn te maken na alles wat hij in het afgelopen jaar had meegemaakt.
De boodschapper was van het Tovenaarseiland teruggekeerd met het bericht van Pucs vertegenwoordiger Gadhis dat de magiër de bruiloft zou bijwonen. Mettertijd waren alle gasten gearriveerd en inmiddels was de plechtigheid achter de rug. Tijdens het feest erna merkte Valentijn dat hij zich voor het eerst sinds hij zich kon herinneren weer kon ontspannen. Glimlachend keek hij naar zijn gezelschapsdame. Iasha wist zich goed aan te passen aan het hoofse leven en haar kennis van de Koninkrijkse taal werd met de dag groter. Ze kon het goed vinden met de dames aan het hof. Haar gewonde dienstmeisje was hersteld en met behulp van Anthonies magie waren haar veel ernstige littekens bespaard gebleven. De drie andere meisjes stonden al in de belangstelling van menig jongeman aan het hof. Het verhaal deed de ronde dat ze vijf zusters uit een ver land waren, dochters van een machtig prins, en geen van de meisjes scheen erg genegen dat gerucht te ontzenuwen.
Markus zat bij zijn vader en zijn zuster, die Anthonies hand geen moment leek los te laten. Hijzelf deed zijn best zich niet te storen aan Adelindes gewoonte om de aandacht te trekken van de wat meer opvallende hovelingen in de zaal. Valentijn zag dat Adelinde zich welhaast openlijk het hof liet maken door de kleinzoon van de Hertog van Ran, de zoon van Elena's zwager.
Hertog Martin was ouder geworden. Zijn haar was nu bijna helemaal grijs en zijn trotse houding en krachtige tred waren verdwenen. Wat niet door leeftijd was aangetast, was ten prooi gevallen aan verdriet. Triest stelde Valentijn vast dat Martins levensvreugde samen met zijn vrouw was gestorven. Nu al had hij het erover om zich door Markus te laten opvolgen als Hertog van Schreiborg, maar Valentijn wist zeker dat daar lange gesprekken tussen de koning, Arutha en Martin aan vooraf zouden gaan. Niettemin was het voor Martin een grote opluchting zijn kinderen terug te hebben. Zijn poging om Valentijn zijn dankbaarheid te tonen was voor hen beiden een pijnlijk moment geweest. Valentijn besefte wat een verschrikkelijke herstelperiode het voor hem moest zijn geweest, al die tijd wachtend op bericht van zijn kinderen. Al wat Valentijn had weten terug te zeggen, was: 'Dat zou u in mijn plaats ook hebben gedaan.'
Martin had alleen maar geknikt en met de tranen in zijn ogen had hij zijn neef omhelsd. Valentijn wist hoe moeilijk het voor hem was zijn gevoelens te tonen.
Adelindes lach riep hem terug uit zijn mijmeringen. Achterover leunend zei hij langs Iasha tegen Han: 'Hoe lang denk je dat Markus dit nog volhoudt?'
Han grijnsde. 'Volgens mij zou hij blij zijn als iemand hem nu van Adelinde verloste.'
Onder de tafel gaf Brisa hem een schop. 'Ophouden, jullie twee.' Iasha glimlachte. 'Ada zorgt er alleen maar voor dat Markus het een en ander niet als vanzelfsprekend aanneemt. Hij is haar eerste, maar ze wil hem niet laten denken dat hij ook de enige is.' Ze begon te lachen. 'Uiteindelijk zullen ze wel gaan trouwen. Ze houdt echt van hem.' Even keek ze naar Markus. 'Hij is best knap, op een strenge manier, net als je vader.' Plagerig voegde ze eraan toe: 'Alleen heeft jouw neef niet zo'n grote... fantasie als jij.'
Valentijn had het fatsoen om te blozen. Toen betrok zijn gezicht. 'Hoe weet jij-'
'Van Ada,' zei Brisa grijnzend. Na de eerste keer moest ze er met iemand over praten. Mannen hebben geen flauw benul waar vrouwen het over hebben als jullie er niet bij zijn.'
Valentijn legde een hand over zijn ogen. 'Arme Markus.' Toen keek hij met grote schrikogen naar Brisa en Iasha. 'En jullie twee?'
Brisa grijnsde en zei niets. Na een poosje moest Valentijn wel terug grijnzen, of hij wilde of niet. Het straatmeisje zag er stralend uit. Haar donkerrode haar was sinds de reis lang genoeg geworden om het door Anita en haar dienstmeisjes te laten opsteken met spelden van parels en zilver. Haar jurk was speciaal voor haar gemaakt en de donkergroene kleur deed haar huid en ogen bijzonder goed uitkomen.
In haar donkerblauwe japon was Iasha duidelijk een van de opvallendste vrouwen aan het hof. Ze sprak nog steeds over het zoeken naar een rijke echtgenoot, al was het Valentijn opgevallen dat ze daar niet direct haast mee maakte.
Toen het feestmaal ten einde liep, kwam Borric naar hem toe en legde een hand op de schouder van zijn broer. Op fluistertoon zei hij: 'Jij, mijn kleine broertje, wordt samen met dat mooie vriendinnetje van je verwacht in het familieverblijf.' Met een blik op Han vervolgde hij: 'Jij ook, jonker, evenals jouw tafeldame.'
Nadat de gasten een voor een afscheid hadden genomen en waren vertrokken, sommigen terug naar de stad en anderen naar de voor hun verblijf in Krondor gereed gemaakte gastenkamers, kwam de familie van de koning bijeen in de vertrekken van de prins. Met alle neven, nichten, ooms, tantes en aangetrouwde familieleden was het bijna net zo'n drukte als het op het bruiloftsfeest was geweest.
Toen hij de grote ruimte binnenkwam, knikte Valentijn even naar zijn tante Carlina, die met haar zilvergrijze haar nog steeds erg mooi was. Haar man Laurie, de Hertog van Salador, glimlachte en knipoogde naar hem. Voordat de avond om was, zou hij in het middelpunt van de belangstelling staan met zijn gezang, zich begeleidend op de luit die hij overal mee naar toe nam. De flitsende minstreel uit zijn jeugd was verdwenen, maar met zijn stem wist Laurie zijn publiek nog steeds urenlang te boeien. Hun dochter en twee zoons zaten in een hoek al plannen te smeden om het paleis uit te sluipen en samen met een paar jeugdige hovelingen stiekem de stad in te gaan. Valentijn kon bijna niet geloven dat ze van ongeveer dezelfde leeftijd waren als hij. Hij had het gevoel dat hij in de afgelopen maanden tien jaar ouder was geworden.
Gunther, de oudste zoon van de Hertog van Ran, hielp Elena in de stoel naast die van haar moeder. Hun eerste kind werd binnenkort verwacht en ze straalde van vreugde. Anita genoot van de aanwezigheid van haar kleinkinderen en zou waarschijnlijk haar best doen om verscheidene familieleden nog dagen langer in Krondor te houden dan ze van plan waren geweest.
Toen Borric en zijn vrouw, prinses Jasmine, binnenkwamen, werden de deuren achter hen gesloten. De kleinste kinderen waren er niet, want voor hen zou het intiemere familiefeest iets te veel zijn geweest. Het zou laat worden en straks zouden Borric en Jasmine hun oudste twee al naar bed moeten brengen. Behalve de familie waren ook Han en zijn vader, graaf Henri van Ludland, Brisa, Iasha en Adelinde en haar vader, baron Bertram, aanwezig. Bertrams twee zoons waren achtergebleven om de herbouw van Cars en Schreiborg in goede banen te leiden.
Door een kleinere zijdeur kwam Nakur binnen, gekleed in een prachtig blauw gewaad met een schitterende kap, afgezet met ingewikkelde patronen van zilverdraad. Achter hem volgde een man in het zwart, met aan zijn arm een wonderschone vrouw met goudblond haar.
Zowel Valentijn als Han stonden op en hun monden dreigden open te vallen. 'Puc!' zei Valentijn. 'Ryana!' Hij beheerste zich. 'Vrouwe Ryana, wat een verrassing.'
De op haar vreemde manier zo mooie vrouw knikte hem toe en even glimlachten ze naar elkaar. Vervolgens kwamen een zich zeer slecht op zijn gemak voelende Pradjichetas en een elegant geklede Vajasiah binnen. Als laatste betrad Caelis de kamer en achter hem ging de deur weer dicht.
De koning, ondanks zijn leeftijd nog steeds een krachtig man, stond voor een gigantische haard, waarin op deze warme zomeravond geen vuur brandde. In zijn blonde haar zat nog vrijwel geen grijs, al was het met de jaren wat bleker geworden. Zijn gezicht echter toonde de groeven van een druk bestaan. Met een zucht van verlichting haalde Lyam de gouden diadeem van zijn hoofd. Met een blik op zijn vrouw, koningin Magda, die naast hem zat, zei hij: 'Wij leven altijd toe naar deze informele bijeenkomsten,' - hij glimlachte en de jaren leken van hem af te vallen - 'wanneer "wij" weer even ''ik'' kan zijn.' Martin en Arutha gingen naast hem staan, Martin nog licht hinkend van zijn verwondingen.
Er kwam een bode binnen, die de deur openhield voor een rij bedienden met kruiken wijn. Lyam wachtte tot alle aanwezigen waren voorzien en vervolgde toen: 'Velen van jullie weten wat er zich vorig jaar aan de Verre Kust heeft voorgedaan, doch slechts weinigen weten er alles van. Maar één ding wil ik jullie allemaal laten weten en dat is dat mijn neefje, prins Valentijn, een opmerkelijke daad heeft verricht.' Hij zweeg even terwijl alle ogen op Valentijn werden gericht. 'Op zoek naar zijn nicht en de anderen die onwettig uit ons land waren weggevoerd, heeft hij de halve wereld rondgezeild en is hij tegen alle redelijke verwachtingen in teruggekomen met iedereen die hij kon redden. Graag zou ik deze toost hebben uitgebracht tijdens het bruiloftsfeest, opdat iedereen in het rijk van dit verbluffende staaltje werk zou weten, maar aangezien het een feestje van Emus en Alicia was, vond ik het beter te wachten tot wij, familie en vrienden van Valentijn, alleen waren. Daarom breng ik nu een toost uit op Valentijn, die de naam conDoin grote eer aandoet.'
'Op Valentijn!' zeiden ze en dronken uit hun bekers.
Toen de bedienden de kamer verlieten, zag Valentijn dat iedereen naar hem keek. Hij bloosde, voelde een brok in zijn keel en zijn ogen liepen vol tranen. Zijn keel schrapend zei hij: 'Dank jullie wel.' Hij kneep even in Iasha's hand. 'Maar wat ik heb gedaan, kon ik alleen doen met de hulp van een aantal goede mannen en vrouwen waarvan er velen vandaag niet meer bij ons zijn.' Hij hield zijn beker omhoog. 'Op onze verloren vrienden.'
'Op onze verloren vrienden!' herhaalden ze en dronken.
Het gezelschap viel uiteen in kleine groepjes waarin werd gepraat over familie en vrienden en geïnformeerd naar de gezondheid van oudere familieleden of de groei van de kinderen. Het trof Valentijn dat het, behalve dan de omvang van het gezelschap en de macht van de aanwezigen, eigenlijk een gewone familiebijeenkomst was als zo vele andere.
Puc kwam naar hem toe en nam hem mee naar een stil hoekje. 'We hebben nog geen gelegenheid gehad om met elkaar te praten. Je hebt meer gedaan dan iemand van je had kunnen verlangen, Valentijn.'
'Dank je.'
'Je zult wel een paar vragen hebben,' zei Puc.
'Dahakon?' vroeg Valentijn.
'Die is nu echt dood,' antwoordde Puc. 'Hij was gevaarlijk. Door hem tijdens de maanden van jullie reis bezig te houden, had ik hem al aardig verzwakt. Hij had bijna al zijn laatste krachten gebruikt om je met dat oorlogsschip te blijven achtervolgen. Ryana was te veel voor hem, nadat Caelis hem met die houten pijl had afgeleid.'
'Dat was een ideetje van Nakur.' Valentijn glimlachte. 'Het verraste me dat je Ryana hebt meegebracht.'
Puc glimlachte terug. 'Als deel van haar onderwijs,' zei hij zachtjes. 'Voor iemand als zij is het niet makkelijk om voor mens door te gaan.'
Valentijn keek in haar richting en zag dat Vajasiah met haar zat te praten, zich uitputtend in charmante gebaren. 'Zo te zien krijgt ze nu ook al aardig wat onderwijs.'
'Lang niet zo veel als hij, mocht ze met hem mee naar buiten willen gaan,' zei Puc glimlachend. 'Sommige nuances van het menselijk gedrag begrijpt ze nu gewoon nog niet. Ondanks haar leeftijd en macht is ze in vele opzichten nog maar een kind.'
'Eén vraag,' zei Valentijn.
'Ja?'
'Toen ik bij jou op het eiland was, wist je toen al wat er stond te gebeuren?'
'Tot op zekere hoogte,' zei Puc. Op nog zachtere toon vervolgde hij: 'Ik had bericht gekregen van het Orakel van Aäl met de waarschuwing dat er zich een patroon aan het sluiten was. Er bestonden verscheidene uitkomsten, afhankelijk van wat wij deden. Ik had die plunderaars best kunnen verslaan als ik had geweten dat ze zouden komen, maar dan zou ik niet hebben geweten wat het aandeel van de Pantathiërs hierin was en ook niet van het gevaar van de plaag. Als ik achter de gevangenen aan was gegaan, zouden ook de weinigen die jij hebt kunnen redden verloren zijn gegaan en zouden de Pantathiërs naar andere ziektedragers kunnen hebben zoeken.'
'Eén ding snap ik niet,' zei Valentijn. 'Waarom al die moeite? Waarom niet gewoon een paar ziektedragers naar Krondor sturen?'
'Als er in de stad een epidemie uitbrak, zouden alle magische talenten van Sterrewerf en de tempels worden ingezet om ervoor te zorgen dat de prins en zijn belangrijkste ministers gespaard bleven,' legde Puc uit. 'Hun leiderschap is van het grootste belang. Maar denk eens aan de chaos die zou ontstaan als de ziekte in het paleis uitbrak, als je vader en al zijn raadslieden - de hoogste officieren, de belangrijkste kooplieden en gildemeesters - als eersten zouden sterven.'
Valentijn knikte. 'Dus heb je ons laten gaan om achter het echte plan te komen.'
'Ik vond het het beste om hun machtigste magiër in bedwang te houden terwijl jullie de rest van hun plan verijdelden. Wel had ik het gevoel dat jij het middelpunt van deze duistere confrontatie zou worden en Nakur bevestigde dat.' Puc keek over zijn schouder. 'Wat een fascinerend brein is dat. Ik ben bezig hem over te halen om nog een tijd met mij terug naar Sterrewerf te gaan.'
Valentijn zuchtte. 'En die vrouwe Anaïs?'
'Naar wat ik van Nakur heb gehoord, zit die daar nog steeds druk plannen te smeden,' zei Puc. 'Waarschijnlijk zien we haar nog wel eens terug.'
'Net als de Pantathiërs,' zei Valentijn.
Puc keek de jonge prins aan. 'Dat gezicht ken ik, dat heb ik van je vader vaak genoeg gezien. Hoor eens, op een dag zal iemand een definitief einde aan hun dreiging maken, maar niemand heeft gezegd dat jij dat moet zijn.' Hij glimlachte. Jij hebt voor de rest van je leven al genoeg gedaan.' Met een blik op het groepje jongedames dat stond te praten, vroeg hij: 'Ga je trouwen met die dame van je?'
Valentijn grijnsde. 'Soms denk ik van wel en soms niet. Ze heeft het er steeds over om een rijke echtgenoot te gaan zoeken omdat ze niet denkt dat vader of oom Lyam toestemming voor het huwelijk zullen geven.' Zachtjes vervolgde hij: 'En om je de waarheid te zeggen: soms zou ik het best willen en soms ben ik op zoek naar een rijke echtgenoot voor haar.'
Puc schoot in de lach. 'Dat gevoel ken ik, dat kreeg ik vroeger ook regelmatig van je tante Carlina.'
Valentijns ogen werden groot. 'Weet oom Laurie daarvan?'
'Wie denk je dat hen aan elkaar heeft voorgesteld?' zei Puc.
'Mag ik even jullie aandacht?' zei Lyam. Alle ogen werden op hem gericht en hij zei: 'Mijnheer Henri van Ludland heeft laten weten dat zijn zoon Han gaat trouwen.'
Overal werd gejuicht en geklapt en de vrouwen gingen rond Brisa staan, haar omhelzend. Valentijn en Puc liepen naar Han, die met een rood hoofd de felicitaties in ontvangst nam. 'Zo, smiecht,' zei Valentijn lachend terwijl hij zijn vriend de hand schudde, 'daar heb je me nooit wat van verteld.'
Zo zacht dat alleen Valentijn hem kon horen, zei Han: 'Ik ben de tweede zoon van een kleine graaf. Ik moest haar toch vragen voordat de zoon van een of andere rijke hertog haar van mij af zou pikken? Had jij gedacht dat ze zo mooi was toen we haar voor het eerst zagen?'
Valentijn kon hem niet tegenspreken.
'En trouwens,' fluisterde Han verder, 'we krijgen een kind.'
Valentijn begon te lachen. 'Zal ik oom Lyam vragen of hij dat ook even wil vertellen?'
Han trok een grimas. 'Nee, dank je, dan rolt mijn vader meteen zijn graf in. We wachten wel tot een week of twee na de bruiloft.'
'Wanneer is die?'
'Zo snel mogelijk maar, gezien de omstandigheden,' zei Lyam.
Lachend beaamde Valentijn dat.
Toen klonk Lyams stem: 'Mijn broer Arutha heeft iets te zeggen.' Met een zeldzame glimlach op zijn gezicht zei Arutha: 'Mijn zoon en Han -' Emus schraapte nadrukkelijk zijn keel en Arutha voegde eraan toe: '...met de hulp van admiraal Trask, zijn er in geslaagd nieuwe gebieden aan het Koninkrijk toe te voegen, wat niet meer is gebeurd sinds mijn grootvader de Verre Kust veroverde. En met een prettig gebrek aan bloedvergieten, mag ik wel zeggen.' Hij hief zijn beker. 'Aangezien we nu in Vrijpoort bestuur nodig hebben, benoem ik, met toestemming van mijn broer de koning, Han, voormalig jonker van mijn zoon, tot de nieuwe Gouverneur van Vrijpoort en de Avondroodeilanden.'
'En hierbij krijgt hij tevens de rang van Baron aan het Prinselijk Hof,' zei Lyam.
Opnieuw werd Han gefeliciteerd en Arutha wenkte Valentijn. 'En jij?' vroeg hij zijn jongste zoon. 'Heb jij er al aan gedacht wat je wilt gaan doen? Ik kan je nu moeilijk als jonker terug naar Schreiborg sturen, wel?'
'Daar heb ik al over nagedacht, vader,' zei Valentijn. 'Ik denk dat ik terug naar zee zou willen. Geef mij maar een schip.'
Emus begon te lachen. 'Ik zei al tegen Arutha dat je er vast over na liep te denken om mijn baantje over te nemen nu ik met pensioen ga.'
Ook Valentijn lachte. 'Ik ben er nog niet helemaal aan toe om mezelf admiraal te noemen, Emus.'
'Met de handel die via Vrijpoort op gang gaat komen, zal Cars ook een groot handelscentrum worden,' zei Emus. 'Cars heeft de beste haven aan de Verre Kust. Er zullen een heleboel schurken piraat willen spelen, dus hebben we daar een hoop sterke mannen op grote schepen nodig.'
'We zullen in Vrijpoort een eskader moeten stationeren,' zei Arutha. 'Emus heeft gelijk. Nu jullie die idiote vrijhandels-afspraak hebben gesloten, wemelt het daar straks van de kooplieden, piraten en smokkelaars uit drie verschillende landen. Die Patric van Grauwburcht lijkt me best een geschikte kerel om ze daar onder de knoet te houden, dus als drost zal hij het prima doen, maar we zullen ook een bestuur nodig hebben en daarom stuur ik Han. Emus zegt dat hij als geen ander met kooplieden en dieven weet om te gaan.'
'Dat is zo,' beaamde Emus. 'Als ik weer uit zwerven zou gaan, zou ik hem meteen aan boord nemen. Het is een eersteklas scharrelaar en als er ergens mot is, weet hij het meestal te sussen. En Brisa weet in die stad uitstekend de weg.'
'Nu dan,' zei Arutha tegen Valentijn, 'ik stuur de Adelaar naar de twee schepen die ik in Vrijpoort heb achtergelaten. Jij wordt de kapitein van dat eskader piraten dat Willem Zwaluw daar aan het opzetten is. Naar alles wat ik heb gehoord, pas jij wel aardig tussen die schurken, aangezien je zelf ook al de piraterij bent ingegaan.'
Valentijn grijnsde. 'In zekere zin.'
'Wanneer Martin met pensioen gaat, zal Lyam Markus tot Wachtmeester van het Westen benoemen, dus dan ben je aan hem verantwoording schuldig.' Op gemaakt ernstige toon vervolgde Arutha: 'Ik was van plan je te benoemen tot Baron aan het Prinselijk Hof, zodat je ervoor kon zorgen dat Han niet te ver over de schreef gaat, maar misschien moest ik Lyam maar vragen of hij niet een speciale titel voor jou in het leven kan roepen. Wat dacht je van Boekanier des Konings?'
Valentijn schoot in de lach. 'Kapitein is goed genoeg, vader. Ik laat u wel weten wanneer ik admiraal wil worden.'
Lachend sloeg Arutha een arm rond de schouders van zijn zoon. 'Ik ben trots op je, Tijn.'
Op dat moment kwam Anita bij hen staan en nadat ze haar zoon had omhelsd, zei ze: 'Je hebt een leuke vriendin, Valentijn. Ze heeft een zeldzaam temperament.'
'Ja,' zei Valentijn, 'ze is... anders.'
Lachend keerden ze terug naar het gezelschap en in de loop van vele uren werden er verhalen uitgewisseld en herinneringen opgehaald. Met de hoop op een goede toekomst, schepte een familie die zowel vreugde als verdriet had gekend groot genoegen in het simpele feit van het samenzijn.