Hoofdstuk 22

Hij was uit het gezicht verdwenen voor de achtervolging georganiseerd of voor een revolver afgeschoten was. Dan grepen een half dozijn mannen hun geweer en joegen een paar wilde kogels naar de plaats, waar Corcoran enkele seconden voorheen geweest was.
Corcoran werd niet geraakt door deze kogels, maar hij stond tegenover zeven of acht roekeloze jonge kerels, die eropuit waren hem gevangen te nemen. Ze hadden genoten van het duel, maar zouden nog meer genieten van de actie die ze nu zouden krijgen. Corcoran verminkte het gezicht van de eerste met een slag met de kolf van zijn revolver en sloeg de tweede buiten westen met een mep van zijn linkervuist. Dan dook hij door een raam en viel als een steen naar beneden, niettegenstaande hij wist dat het raam meer dan twintig voet boven de begane grond was.
De jongelui aarzelden Corcorans voorbeeld te volgen. Ze gaven er de voorkeur aan hem een aantal kogels na te sturen, doch die kogels waren nog niet in de buurt van Corcoran gekomen, toen hij om een hoek van het gebouw uit het gezicht verdween.
Drie mannen die een vermoeden hadden gekregen van Corcorans bedoeling, stormden in zijn richting om hem de pas af te snijden.
Corcoran sprong over een laag muurtje en kroop er op handen en voeten langs in de richting van een klein schuurtje. Hij bereikte het veilig, rende eromheen en bleef even staan om poolshoogte te nemen. Het hotel was gebouwd als een soort van doolhof. Naarmate de omstandigheden het geëist hadden, waren er stukken aangebouwd — schots en scheef, zonder zich om esthetische of praktische overwegingen te bekommeren. Er werd genoeg lood in de lucht geschoten om twintig mannen te doden, maar Corcoran sprintte als een gazelle tussen de hutten en aangebouwde schuren door, tot hij de achtervolgers het spoor bijster gemaakt had. Dan rende hij naar de stal, waar zijn eigen paard op hem stond te wachten. Hij moest het dier bij de neusgaten grijpen om te beletten dat het uiting zou geven aan zijn blijdschap om het weerzien van de meester. De grijze hengst die Corcoran de vorige nacht ongedeerd uit San Pablo gebracht had, stond in dezelfde stal als Corcorans eigen zwarte paard.
Nog geen tien stappen scheidden Corcoran van de vrijheid. Hij kon met zijn paard doen wat hij wilde. Een bevel van de meester en de zwarte hengst zou veranderen in een wilde tijger die zijn tanden en zijn hoeven wist te gebruiken in de strijd tegen de mensen die het zijn meester lastig wilden maken. Geen aanvaller zou het lef hebben in de buurt van de prachtige hengst te komen en van aanvallers op afstand had Corcoran nooit last, daar zijn welgemikte kogels de dapperen deden vluchten.
Net op het ogenblik dat Corcoran zich in het zadel wilde zwaaien om de zwarte naar buiten te jagen, werd hij door het noodlot ingehaald. Het noodlot doet vaak beroep op tragische middelen, maar ook wel eens op komische. In dit geval bediende het noodlot zich van een varken, dat door een verloren kogel in een bil geraakt was. De pijn scheen zo vlijmend te zijn, dat het stomme dier zelfs vergat te kelen. Het zette het op een lopen en rende hals over kop tegen Corcoran op, toen deze in wankelbaar evenwicht stond — met één voet reeds opgeheven om in de stijgbeugel te zetten. Hij stortte hulpeloos tegen de grond. Als het zachte grond geweest was, zou hij nog een kans gekregen hebben, maar hij smakte met zijn achterhoofd op een vloer van harde klei en geraakte buiten kennis!
Toen hij weer bijkwam, was hij omringd door een dozijn mannen, die klaar stonden om hem in te pakken zoals een postpakketje. Ze deden hun werk zo secuur, dat het Corcoran zelfs moeite kostte adem te halen. Dan traden ze achteruit om de sheriff de voorrang te laten.
Al wat Nolan zei, was: «Wil iemand hem zijn hoed op het hoofd zetten? Anders ziet hij geen steek meer, als hij buiten in de zonneschijn komt.»
Dan gaf hij bevel de gevangene van de grond te nemen en naar het hotel te brengen. Hij werd in een grote leunstoel gezet. De sheriff verwijderde de touwen die Corcoran gebonden hielden en verving ze door een paar handboeien en een paar kettingen om zijn enkels.
Corcoran antwoordde op geen van de talrijke vragen die de belangstellenden op hem afvuurden. Hij scheen slechts wakker te worden, toen de sheriff hem vroeg: «Hoe komt het, Corcoran, dat je je Colt zo traag trok?»
«Geef me mijn stokje terug,» zei Corcoran. Hij kreeg zijn ebbenhouten wandelstokje terug en vervolgde: «Ik was onzeker in mijn bewegingen, sheriff, omdat jij naar me stond te kijken. Je maakte me zenuwachtig, weet je?»
Dat was het enige dat hij vertelde. Al de rest liet hem ijskoud en aan de anderen besteedde hij niet meer aandacht dan aan houten poppen. Slechts voor de sheriff had hij een glimlach over.
«Je zou haast zeggen dat jij zijn vriend bent,» zei iemand verontwaardigd tegen de sheriff.
«Wel,» vroeg Nolan, «ben ik dat dan niet?»
«Terwijl je alles voorbereid hebt om hem op te hangen?»
«Wie zegt dat? Waarom zou ik hem ophangen?»
«Vanwege een moordpoging op de persoon van Roland en het vermoorden van Cracken.»
«Noemde je de dood van Cracken een... moord?» vroeg de sheriff zacht.
«Wel...»
«Had Cracken de dood niet honderdvoudig verdiend en was het geen eerlijk duel dat volgens alle regelen van het spel afgehandeld werd?»
«Luister nu eens, sheriff...»
«Als bewezen wordt dat Corcoran Dorn huurde om Roland te vermoorden, dan gaat hij de koelkast in, maar als dat niet bewezen wordt, kan ik hem ook niet vasthouden. Zo staat de zaak ervoor!»
Dat herhaalde de sheriff in grote trekken tegen Willie Kern.
«Kunnen we hem werkelijk niet helpen, sheriff?» vroeg de jongen ongelukkig.
«Vervloekt!» vloog de sheriff op. «Ik geef je de pap in de mond. Meer kan ik toch niet doen?»
«Het betekent de dood van twee mensen, sheriff, als er iets met Corcoran gebeurt.»
«Huilt ze erg?» vroeg de sheriff onder de indruk.
«Ze huilt niet, maar ze wil niemand zien.»
«Wil ze niet alleen zijn om ongestoord te kunnen huilen?»
«Nee, sheriff, er kwam nog geen geluid over haar lippen, sinds Corcoran gearresteerd werd.»
«O, hemel! Eens een speler, altijd een speler!» kreunde de sheriff. «Is het dan nooit tot hem doorgedrongen wat er op het spel stond?»
Willie Kern antwoordde niet. Hij keerde zich om en liep terug naar de woning van Miss Murran. Hij bleef tegen de buitendeur van haar slaapkamer zitten en trachtte na te denken. Er moest een oplossing bestaan! De sheriff had erop gezinspeeld, maar had als man van de wet niet meer mogen zeggen.
Hij luisterde ingespannen naar geluiden, die van de slaapkamer tot hem door zouden dringen, doch hij hoorde niets. Miss Murran was even stil, alsof ze reeds dood was.