Hoofdstuk 20
Er waren twee onderwerpen, die de mensen die samengestroomd
waren, bezighielden. De eerste vraag die ze zich stelden, was: zal
hij komen? De tweede vraag: als hij komt, hoe komt hij?
Het antwoord op de eerste vraag was in de meeste gevallen
bevestigend, daar de mensen zich niet konden voorstellen dat
Corcoran het hart zou hebben zoveel nieuwsgierigen teleur te
stellen. De antwoorden op de tweede vraag waren zeer uiteenlopend.
Enkelen verklaarden dat Corcoran doodgewoon op zijn paard het dorp
in zou stormen en zou trachten levend tot aan het hotel te komen om
Joe Cracken de volle lading te geven. De meesten verklaarden dat
zij, als Corcoran dat waagde, hun wapen niet tegen hem zouden
trekken. Doch diep in hun hart waren de meesten ervan overtuigd dat
Corcoran door de tallozen die hem, in verband met de prijs die op
zijn hoofd stond, achtervolgden, belet zou worden ooit naar San
Pablo te komen, hoe goed zijn bedoelingen ook waren. Het was nu
eenmaal een feit dat een man voor wiens arrestatie een hoge
beloning was uitgeloofd, door de meesten beschouwd werd als een
gevaarlijke, eenzame wolf die vernietigd moest worden.
De sheriff was heel goed op het appel en hij bestudeerde alle
belangrijke aanwezigen met scherpe blikken om zich rekenschap te
geven van eventuele plannen, die tegen Corcoran gemaakt zouden
worden.
Willie Kern kwam in zijn buurt en zag er bleek en misselijk
uit.
De sheriff sprak de jongen aan: «Wat is er gebeurd?» vroeg
hij.
«Ik zei hem wat u tegen mij zei,» antwoordde Willie met
neergeslagen blikken. «Hij nam het betrekkelijk zwaar op en ik
vrees dat hij het me nooit zal vergeven.»
«Wat zei het meisje?»
«Ze zei een hele hoop, sheriff, maar ik hoorde er niet de
helft van. Toen ze werkelijk op gang begon te komen, stuurde ze me
weg.»
«Zal zij hem overtuigen dat het beter is voorzichtig te
zijn?»
«Vermoedelijk wel,» zei Willie bitter. «Het laatste dat ik
hoorde, was dat ze hem beloofde met hem te trouwen als hij het
vechten en kaartspelen wilde stopzetten.»
«Als ze beroep doet op dergelijke argumenten, zal ze heel
waarschijnlijk de overwinning behalen, maar als jij dat ook denkt,
waarom ben je dan zo bleek?»
«Ik heb buikpijn,» verontschuldigde Willie zich, «maar het is
een feit dat men met Corcoran nooit van tevoren weet wat hij gaat
doen. Hij is anders dan andere mensen. Hij is een speler in hart en
nieren en hij zet zelfs zijn leven op het spel als het erop aankomt
iets te ondernemen wat nog nooit iemand voor hem gewaagd
heeft.»
«Misschien,» zei de sheriff en hij zou zeker nog meer gezegd
hebben, als zijn aandacht niet eensklaps afgeleid was. Hij wees
naar het raam van de eerste etage van het pension van Mevrouw
McCarren en fluisterde: «Kijk daar eens, Willie?»
Willie keek op en zag wat de sheriff gezien had. Kate Murran
leunde tegen het raam en haar bleke, vertrokken gezichtje verried
dat zij er niet in geslaagd was Corcoran van zijn dwaze voornemen
af te brengen.
«Wel,» zei Willie op sombere toon, «dat is het einde.»
«Vermoedelijk wel,» gaf de sheriff toe en zijn stem klonk
minstens even somber. «Hij heeft haar gezegd dat zelfs zij hem niet
mag weerhouden van het vervullen van zijn vroegere belofte.»
«Dat zal wel.»
«En als dat waar is, Willie, is Corcoran een betere man dan ik
tot nu toe dacht.»
«Kijk toch eens naar haar, sheriff! Ze is bijna dood van
vrees.»
«Ga naar haar toe en tracht haar te troosten.»
«Ik?» vroeg Willie. «Ik blijf hier, sheriff, en zal trachten
Corcoran te helpen als hij hulp nodig heeft.»
«Noch jij, noch iemand anders zal Corcoran kunnen helpen, want
hij zal komen als een bliksem uit een heldere hemel.»
De sheriff wendde zich af en begaf zich langzaam in de
richting van het hotel. De mensen vroegen zich allemaal af welke
maatregelen de sheriff getroffen zou hebben om het Corcoran lastig
te maken, maar Nolan was van mening geweest dat geen voorbereiding
de beste voorbereiding was.
Hij zou zich naar de plaats begeven waar de anderen elkaar
zouden ontmoeten en afwachten welke ingeving hij op het ogenblik
zelf zou krijgen. Als hij eventueel hulp nodig had, zou hij genoeg
vrijwilligers kunnen vinden. Er waren niet minder dan vijfhonderd
nieuwsgierige mannen in de buurt; allemaal geboren en geoefende
vechters.
Evenals de anderen keek de sheriff voortdurend naar de
uiteinden van de hoofdstraat, want natuurlijk dacht hij ook dat
Corcoran van buiten de nederzetting moest komen. Een andere
mogelijkheid was er trouwens niet. Alle deuropeningen en vensters
waren ingenomen door nieuwsgierigen en het was uitgesloten dat
Corcoran zich door hun rijen een weg zou kunnen banen.
«Daar heb je Cracken!» fluisterde iemand.
Cracken naderde langs de straat en zijn houding was waardig,
alsof hij er zich van bewust was dat hij in het middelpunt van de
belangstelling stond. Hij was een beetje bleker dan gewoonlijk,
maar zijn gelaatsuitdrukking was grimmig en vastberaden.
«Hij ziet er koel uit,» merkte iemand op.
«Ja, hij ziet eruit alsof hij zich voorbereid heeft op de
dood,» antwoordde een ander.
Dat was de algemeen geldende opinie. Er waren verschillende
mensen, die de reputatie van Joe Cracken kenden, maar zelfs die
mensen geloofden niet dat hij een kans zou hebben tegen
Corcoran.
Voor de veranda van het hotel bleef Mister Cracken staan. Hij
controleerde even of zijn revolvers wel los genoeg in de holsters
zaten, doch hij deed het niet op een onopvallende manier. Toen hij
ervan overtuigd was dat zijn wapens hem niet op het kritieke
ogenblik in de steek zouden laten, begon hij de gezichten van de
omstanders te bestuderen. Hij scheen van mening te zijn dat
Corcoran zich verkleed kon hebben om naar het rendez-vous te komen
en als een onbekende tussen al de anderen zou staan. Hij scheen
niet te vinden wat hij verwachtte, draaide zich om, besteeg de
trappen van de veranda en ging op een stoel, die tegen de muur
stond, zitten. Het was vermoedelijk nog nooit gebeurd, maar die
middag was het terras door iedereen verlaten. Diegenen die een
plaats in de onmiddellijke nabijheid veroverd hadden, hielden zich
zorgvuldig schuil achter alles wat ook maar enigszins dekking kon
bieden.
Het viel de meeste mensen op dat Cracken zich nog nooit zo
netjes aangekleed had. Zijn hemd en zijn gele zijden bandana waren
schoon. Zijn grote sombrero was met goud versierd en de sporen aan
zijn glimmende laarzen waren eveneens van zuiver goud.
«Hij heeft zich gekleed om te sterven,» fluisterde mevrouw
McCarren tegen Kitty Murran.
Hoe langer hoe vaker begonnen de aanwezigen hun horloge te
consulteren, hoewel dit helemaal niet nodig was, want in de hal van
het hotel stond een grote, staande klok met een slagwerk, dat in de
stilte die er nu heerste, in de gehele nederzetting te horen zou
zijn.
Een geweldige spanning maakte zich van alle toeschouwers
meester, toen die klok twaalf slagen liet horen.