4
Rond negen uur had een deel van de kandidaten zich verzameld in een van de schuren op Somerby, waar ze met een glaasje wijn nog wat verdwaasd zaten bij te komen van de enerverende dag. In de schuur bevond zich een geïmproviseerde bar, alsof de voorzienigheid had aangevoeld dat ze wel een drankje konden gebruiken na zo’n zware beproeving. Ze waren nog met zes man, de andere drie kandidaten, die in het dorp overnachtten, waren teruggegaan naar hun kamer.
Natuurlijk wisten ze dat er iemand moest afvallen. Het was een wedstrijd, en na elke uitdaging zou er iemand moeten vertrekken. Maar omdat beide teams problemen hadden ondervonden bij de uitvoering van hun taak, was de vraag wie er zou afvallen op de achtergrond geraakt. Uiteindelijk had Dwaine eraan moeten geloven.
Zoë vond dat de opdracht van haar team rampzalig was verlopen. Muriel en zij hadden uiteindelijk al het werk gedaan. Dwaine was veel te lang bezig geweest met torentjes bouwen. Gebogen over de borden had hij kleine brokjes van God weet wat in dubieuze bruine sausjes gerangschikt totdat alles steenkoud was geworden en werd teruggestuurd naar de keuken.
De smaak van zijn gerechten was ook niet om over naar huis te schrijven. Hij bleek te hebben leren koken van televisieprogramma’s maar had nooit iets geproefd. Volgens hem was een gerecht goed als het er goed uitzag, en dat was zijn ondergang. Hij weigerde compromissen te sluiten.
Anna Fortune was halverwege de opdracht binnengekomen. Ze had de keuken, die Zoë en Muriel hadden omgetoverd tot een omeletfabriek (geserveerd met patat en salade) bekeken en was hoorbaar snuivend vertrokken.
Zoë en Muriel hadden elkaar een paar verschrikte blikken toegeworpen maar waren verdergegaan op de ingeslagen weg. Alan had de salades gemaakt, Muriel de omeletten, en Zoë had op en neer gerend tussen de keuken en het restaurant om de gasten tevreden te stellen. Cher had de glazen gepoleerd en de wijn geserveerd. Dwaine had gemopperd.
Net voor het einde van de opdracht had Zoë een donkere gestalte zien wegglippen, als een wolf die in het bos verdween. Het was Gideon. Eigenaardig genoeg, zo beseften ze toen ze de keuken een laatste poetsbeurt gaven, hadden ze ondanks hun aanvankelijke nervositeit over het feit dat de camera’s elke beweging vastlegden, niet het gevoel gehad dat ze bekeken werden. Maar een jurylid was als een hogere macht die alles zag.
‘Arme Dwaine, hij zag het helemaal niet meer zitten,’ zei Zoë. Ze gaf de fles wijn door aan Alan, die links van haar zat.
‘Hij is ook absoluut geen teamspeler,’ zei Alan.
‘Nee,’ beaamde Muriel fel.
‘Hij was de zwakste schakel. Logisch dat hij weg moest,’ zei Cher.
Muriel en Zoë wisselden een veelbetekenende blik. Cher was zelf een zeer zwakke schakel geweest en toch was ze er nog bij. Zoë vroeg zich af of Muriel ook dacht dat het aan Chers uiterlijk lag dat ze nog niet was afgevallen, en of ze overal mee zou wegkomen.
‘Enig idee wanneer de volgende uitdaging is?’ vroeg Bill, een gewezen aannemer van in de zestig uit het andere team.
‘Ik hoop dat het een individuele opdracht is,’ zei Becca, de vrouw die Zoë meteen als een geduchte concurrent had ingeschat, hoewel ze zich op de achtergrond hield. ‘Ik ben beter in mijn eentje.’
‘Je was vandaag anders heel goed,’ zei Bill. ‘Ze heeft een heerlijke maaltijd bereid.’
‘Ik ben benieuwd of ze de hele wedstrijd dezelfde teams aanhouden,’ zei Zoë. Ze zou Cher het liefst zo snel mogelijk inruilen voor Bill.
Cher kon heel goed veinzen dat ze druk bezig was als de camera’s op haar gericht waren, maar zodra die vertrokken waren deed ze niet veel meer.
‘Ik denk dat ze voor teamopdrachten steeds andere groepjes vormen,’ zei Muriel. Ze geeuwde. ‘Ik ga maar eens naar bed. Ik heb niet meer het uithoudingsvermogen dat ik vroeger had.’
‘Ik ook niet,’ zei Bill. ‘Ik loop met je mee. Je slaapt toch in een van de stallen? Ik in de varkensstal.’
Iedereen beaamde dat het een vermoeiende dag was geweest, waarna het gezelschap uit elkaar ging. Cher en Zoë liepen terug naar hun verbouwde koeienstal. ‘Als we een duo moeten vormen, dan graag samen met jou,’ zei Cher opgewekt. Als ze wat aardiger was, zou Zoë zich gevleid hebben gevoeld, maar ze vermoedde opnieuw een dubbele agenda. Haar intuïtie had het bij het rechte eind. ‘Ik vind dat we een leuke combinatie vormen. Omdat jij klein en donker bent, steek ik goed bij jou af.’
‘Omdat jij er naast mij langer en blonder zou uitzien?’ Zoë wilde weten of haar vermoeden juist was.
‘Yep. Het is niet beledigend bedoeld, hoor. Je ziet er niet slecht uit, maar je bent gewoon…’ Ze pauzeerde even. ‘Je bent gewoon niet zo mooi als ik.’
‘Aha,’ zei Zoë. Hoe minder ze met elkaar te maken hadden, hoe beter, besloot ze. ‘Ik loop even naar het huis voor melk in de thee morgenvroeg. De fles is al op.’
‘O, oké. Tot straks dan.’
‘Zorg je wel dat de badkamer vrij is tegen de tijd dat ik terug ben?’
De keuken van Somerby was verlaten, maar het was er een enorme rommel. Op de tafel stonden de overblijfselen van een diner voor een groot gezelschap en elke centimeter werkvlak was bedekt met steelpannetjes, vette bakblikken en vuile glazen. In de gootsteen stonden pannen te weken. Zoë probeerde de puinhoop te negeren en liep naar de koelkast, bang dat ze van vermoeidheid niet langer op haar benen kon blijven staan. Maar toen dacht ze aan Fenella, die waarschijnlijk doodmoe van haar dikke buik naar bed was gegaan. Ze had ongetwijfeld haar redenen gehad om niet eerst op te ruimen. Maar als er íéts vervelend was, dan was het ’s ochtends in de keuken te worden geconfronteerd met de vuile vaat.
‘Ik moet eens ophouden altijd maar te willen helpen,’ zei ze hardop. Ze begon de tafel af te ruimen en de vaatwasser in te laden. ‘Pak de melk en ga naar bed. Zorg dat je morgen uitgeslapen bent voor de volgende uitdaging.’
Maar ze luisterde niet naar zichzelf. Het leek alsof ze op de automatische piloot stond; ze had de hele dag niets anders gedaan dan opruimen en kon niet meer stoppen.
Toen ze de laatste borden in de vaatwasser zette totdat er echt niets meer bij kon, hoorde ze achter zich een stem.
‘Wat doe jij hier?’
Ze draaide zich om, in de hoop dat het Rupert was hoewel ze wist dat hij het niet was.
‘Dat kan ik net zo goed aan jou vragen,’ zei ze. Te laat besefte ze dat ze hem te vriend moest zien te houden.
‘Ik heb mijn aantekeningen laten liggen en die heb ik morgen nodig. We zijn boven nog wat zaken aan het bespreken.’ Gideon gebaarde naar de aktetas op een van de stoelen. ‘En jij?’
‘Ik kwam melk halen voor de thee morgenvroeg. Fen zei dat dat mocht.’
‘En Fen bewaart de melk in de vaatwasser?’
Zoë betrapte zich erop dat ze glimlachte. Waarschijnlijk uit vermoeidheid. ‘Natuurlijk. Dat doet toch iedereen?’
Gideons mondhoek krulde. Nu ze beter keek, zag ze dat hij er moe uitzag. Het was een hectische dag geweest en ook al had de jury het makkelijker gehad, ze namen hun rol heel serieus. ‘Ik was hier toen Fen naar bed ging. Jij hebt de hele keuken opgeruimd, hè?’
Zoë wist zo snel niet of ze Fenella wel had mogen helpen. ‘Is dat zo?’
Gideon knikte. ‘Je bent de hele dag gehersenspoeld. Zodra je een afwas ziet staan beginnen je handen te jeuken.’
Op haar voorhoofd verscheen een lichte frons. ‘Misschien wel, ja.’ Ze keek onder de gootsteen, pakte een vaatwastablet en zette de afwasmachine aan. ‘Oké, melk.’
‘Misschien een dom idee, maar ik zou in de koelkast kijken.’
Zoë negeerde de opmerking, maar toen ze zich met een plastic fles in de hand omdraaide, zag ze Gideon geeuwen. Hij rekte zich uit en gromde. Hij deed Zoë aan een beer denken, maar dan wel een sexy beer. Hij glimlachte slaperig. ‘Ik heb ineens zin in warme chocolademelk. Hoeveel melk staat er nog in de koelkast?’
Zoë keek in de koelkastdeur. ‘Meer dan genoeg.’ Toen hoorde ze zichzelf zeggen: ‘Zal ik een beker chocolademelk voor je maken?’ Ze zou mensen niet altijd haar hulp moeten aanbieden. Waarschijnlijk dacht hij nu dat ze bij hem in een goed blaadje probeerde te komen, wat ze nooit zou doen.
Hij nam haar tegen zichzelf in bescherming. Hij schudde zijn hoofd. ‘Ga jij maar zitten. Ik kan zelf heerlijke chocolademelk maken.’
‘O ja? Maar je bent journalist en ondernemer.’ Dat lukte hem nooit zonder echte chocolade uit Mexico en, zo schatte ze in, room.
‘Dat wil nog niet zeggen dat ik geen heerlijke chocolademelk kan maken, of wel? Ga zitten!’
Zoë trok een stoel onder de tafel vandaan en ging zitten. Hij commandeerde haar niet als een hond, hield ze zichzelf voor, maar wilde gewoon dat ze haar voeten rust gaf, wat ook hoognodig was. En als hij zelf chocolademelk kon maken, dan was dat mooi meegenomen.
De chocolademelk nam meer tijd en moeite in beslag dan Zoë nodig leek – melk opwarmen, kloppen, opschuimen, weer opwarmen – maar toen hij een dampende, schuimende beker voor haar neerzette, rook die verrukkelijk.
‘Koekjes,’ zei hij vastberaden.
‘In die doos daar,’ zei Zoë, wijzend. ‘Fen zei dat ze alleen voor de gasten waren. En dat ben ik. Jij toch ook?’
Gideon keek in de doos en haalde er een pak volkorenbiscuit uit. ‘Er zijn ook andere koekjes, maar ik denk dat deze het lekkerst zijn bij warme chocolademelk.’
Zoë grinnikte.
‘Wat valt er te lachen?’ zei hij boos.
Zijn reactie maakte dat ze nog harder moest lachen. ‘Het spijt me, het klinkt zo… Ik weet het niet, zo chef-kokkerig om een bepaald soort koek bij warme chocolademelk te willen hebben.’
Hij wierp haar een blik toe die als waarschuwing bedoeld kon zijn. ‘Je doet mee aan een kookwedstrijd, dus je zou het wel iets serieuzer mogen nemen.’
Maar Zoë was niet in de stemming voor een preek. ‘Misschien wel, maar dan hoef ik me toch nog niet als een snob te gedragen?’
‘Je deskundigheid serieus nemen wil nog niet zeggen dat je een snob bent.’ Hij trok een stoel naar zich toe, ging zitten en legde zijn handen om zijn beker chocolademelk.
‘Behalve als jij het zegt!’ Ze keek hem uitdagend aan.
‘Kijk niet zo fel. Ik ben de deskundige hier! Jij bent maar een kandidaat.’
Zoë nam een slokje van haar chocolademelk en zuchtte. ‘Je mag dan de tijd hebben genomen en een hoop rommel hebben gemaakt, ik moet toegeven dat dit hemels smaakt.’
‘Ik voel me gevleid.’
‘O, dat hoeft niet, hoor. Mijn mening telt niet. Per slot van rekening ben ik “maar een kandidaat”.’
Hij lachte nu voluit. ‘Maar niet een die de jury naar de ogen kijkt, zoveel is zeker. Die teamgenoot van je die vandaag de bediening deed, weet anders precies hoe ze zich van haar beste kant moet laten zien.’
‘Fijn om te horen. Het is een kookwedstrijd.’
Hij schudde glimlachend zijn hoofd.
‘Ik neem de wedstrijd serieus. Als ik niet win omdat ik niet flirt met de jury, dan is dat maar zo. Ik wil beoordeeld worden op mijn kwaliteiten.’
Hij keek haar recht aan. ‘Ik weet nog niet of je genoeg kwaliteit in huis hebt, maar het flirten met de jury gaat je heel aardig af.’
Zoë keek hem verbijsterd aan. ‘Je denkt toch niet dat ik zit te flirten? Ik zit gewoon een beetje te flauwekullen.’
‘Dan is het goed. Ik neem mijn woorden terug.’
Hoewel, dacht ze, had ze niet toch een beetje zitten flirten? Gideon riep dat op een of andere manier bij haar op en stiekem genoot ze ervan. In de gezellige keuken van Somerby was hij veel minder imponerend. Maar ze moest voorzichtig zijn.
‘Gelukkig. Ik wil op een eerlijke manier winnen.’
‘Heel bewonderenswaardig.’ Hij zweeg even. ‘Maar vertel eens waarom je wilt winnen.’
Ze was blij dat ze op veiliger terrein kwamen.
Ze dacht even na. ‘Ik wil winnen omdat ik van eten en koken hou. Ik heb een tijd terug mijn baan ervoor opgegeven en ik wil die prijs gewoon winnen.’ Ze keek hem verlegen aan. ‘Het gaat me echt niet alleen om het geld, hoor, maar ik zou graag een delicatessenwinkeltje willen beginnen. Ik kan het geld goed gebruiken.’
‘Dat begrijp ik.’
Toen hij haar wat al te indringend aankeek, kaatste ze de bal snel terug. ‘En jij? Heb jij nog ambities? Of laat je succes niets meer te wensen over?’
Hij lachte. ‘Allesbehalve. Ik heb zeker nog ambities.’
‘Zoals?’
‘Het lijkt wel of ik meedoe aan een missverkiezing. Maar goed, ik zou de kennis over voeding willen verbeteren. Jamie Oliver heeft op dat gebied al veel bereikt, maar ik zou ook graag mijn steentje willen bijdragen.’ Hij roerde nadenkend in zijn beker chocolademelk. Blijkbaar ging het onderwerp hem aan het hart.
‘Waarom doe je dat dan niet? Het is toch niet iets om je voor te schamen?’
‘Ik heb het juiste platform nog niet gevonden. Ik wil het groot aanpakken. Maar het gaat er een keer van komen.’
‘Ik vind het geweldig. Heel wat beter dan mijn ambitie om een deli te beginnen.’ Zoë was blij te horen dat hij idealen had. Dat nam haar nog meer voor hem in.
‘We kunnen niet allemaal wereldverbeteraars zijn en goede deli’s zijn er nooit genoeg.’
Zoë knikte. ‘Laat ik er maar niet op doorgaan, want ik barst van de ideeën…’ Ze geeuwde.
‘Hé, je kunt beter naar bed gaan. Je zult je slaap nodig hebben als je de wedstrijd wilt winnen.’
‘Ik voel me ineens schuldig.’
‘Waarom?’ Gideon klonk verbaasd.
‘Dat ik je over mijn ambities vertel. Dat zou in mijn voordeel kunnen werken.’
Hij lachte. ‘Ik kan je verzekeren dat ik integer ben. Die deli komt er waarschijnlijk ook wel als je niet wint.’
‘Misschien. Hoe dan ook…’ Ze aarzelde. Ze wilde nog niet weg, hoewel ze wist dat het verstandiger was als ze ging.
‘Als je iets echt wilt, dan kom je er wel.’ Hij leek te denken dat ze aarzelde omdat ze te weinig zelfvertrouwen had.
‘Wie weet.’ Vreemd genoeg had ze het gevoel dat ze tegen Gideon kon zeggen wat ze dacht. Ze voelde zich in zijn bijzijn prettiger dan bij mannen van haar eigen leeftijd met dezelfde achtergrond. Bovendien nodigde de sfeer in de keuken uit tot vertrouwelijkheid.
Misschien had hij dat gevoel ook, want in plaats van terug naar boven te gaan (de anderen zouden zich toch afvragen waar hij bleef?) zei hij: ‘Bevalt het verblijf hier?’
‘Ik ben hier pas één nacht, maar Fen en Rupert zijn enorm gastvrij. Daarom heb ik de keuken ook opgeruimd. Ze zijn heel aardig voor me geweest.’
‘Dan moet ik hier ook maar een kamer zien te regelen.’
‘Waarom? Is je hotel niet goed?’
‘Vast wel. Maar ik ben allergisch voor hotels. Ik ben al zo vaak onderweg dat ik liever bij mensen thuis logeer.’
Zoë dacht aan Fenella, die het al zo druk had. ‘Ik denk dat je het niet moet doen.’
Weer keek hij verbaasd. ‘Waarom niet?’
‘Ik mag me er natuurlijk niet mee bemoeien, maar Fen is zwanger. Als je hier logeert, betekent dat voor haar extra werk.’
‘Denk je?’
‘Natuurlijk! Ze moet een lekker ontbijt klaarmaken, je kamer netjes houden, dat soort dingen. Daar zit ze vast niet op te wachten.’
Hij bekeek haar aandachtig. ‘Je stelt je wel beschermend op.’
‘Nee. Hoewel, misschien wel. Maar ik heb met haar te doen. Al die drukte om haar heen terwijl ze hoogzwanger is.’
Hij dacht even na. ‘Oké. En als ik nu beloof dat ik geen speciale aandacht zal vragen, zelfs geen ontbijt, dat ik zelf mijn kamer opruim en niet te laat of dronken thuiskom, mag ik dan vragen of ze een kamer voor me heeft? Het televisiebedrijf betaalt uiteraard.’
Zoë trok een gezicht. ‘Het gaat mij natuurlijk niets aan…’
‘Zo is dat.’
‘… maar als je je aan die voorwaarden houdt…’
‘O, gaan we formeel doen,’ zei hij plagend.
‘… dan mag je wel vragen of je hier kunt logeren.’
Gideon stond op en pakte Zoë’s beker van tafel. ‘Ik zal zeggen dat ik toestemming heb gekregen van hun rottweiler.’
‘O nee, niet doen.’ Zoë werd ineens ernstig. ‘Straks voelen ze zich nog beledigd, als ze al niet boos worden. Dat wil ik niet.’
‘Oké, dan blijft het onder ons.’
Zoë stond op en pakte de fles melk. Gideon liep naar haar toe. ‘Welterusten.’ Het leek alsof hij haar een kus op de wang wilde geven, zoals hij gedaan zou hebben als ze elkaar op een andere manier hadden ontmoet.
Ze keek naar hem op en probeerde een gevatte reactie te verzinnen, maar er schoot haar niks te binnen. En dus draaide ze zich om en vertrok.
Tot haar grote opluchting sliep Cher al toen ze op hun kamer kwam. Nu kreeg ze tenminste geen vragen te verduren of de koe soms nog eerst gemolken had moeten worden, omdat ze zo lang was weggebleven. Morgenvroeg zou ze wel een goede smoes klaar hebben. Niet dat ze iets verkeerds had gedaan, maar Cher was erg achterdochtig van aard. De Spaanse Inquisitie was er niets bij. Gelukkig stond er niet in de regels dat je geen chocolademelk mocht drinken met de jury. Of vergiste ze zich?