15
Toen de resterende kandidaten zich in de tent verzamelden om op de jury te wachten, viel het Zoë op dat iedereen er beter uitzag dan de laatste keer dat ze elkaar hadden gezien. Toen hadden ze vet haar gehad en een holle blik die grensde aan het hysterische, terwijl nu iedereen er goed uitgerust uitzag. Waarschijnlijk hadden ze thuis gekookt om zichzelf ervan te overtuigen dat ze fit en goed genoeg waren om de wedstrijd te vervolgen. De kandidaten waren in de loop van de dag binnengedruppeld op Somerby en zouden, voordat ze met de bus naar de pub werden vervoerd voor het avondeten, op de hoogte worden gesteld van hun lot: de uitdaging voor de volgende dag.
Ze waren echter maar met vijf man. Na een snelle rondgaande blik constateerde Zoë dat Alan er niet bij was. Ze hoopte niet dat hij er niet bij was vanwege ziekte of familieomstandigheden. Ze mocht Alan wel. Eigenlijk mocht ze iedereen, behalve Cher.
Ironisch genoeg, bedacht Zoë, was de competitiesfeer toegenomen naarmate ze meer als groep optrokken – dat gold natuurlijk niet voor Cher.
‘We lijken wel gladiatoren,’ mompelde ze tegen Becca, die toevallig naast haar stond. ‘We vormen een team maar moeten wel tegen elkaar strijden.’
‘Hè?’ zei Becca, die de relevante films kennelijk niet had gezien.
‘Laat maar. Ik klets maar wat. Het zullen de zenuwen wel zijn. Kijk, daar heb je de jury.’
Maar zonder Gideon. Haar goede voornemens en beloften tegenover Jenny en Bert ten spijt, gingen haar gedachten weer naar hem uit. Het enige waar ze aan kon denken was waarom hij er niet was.
‘Gideon is nog altijd in New York,’ zei Anna Fortune terwijl ze Zoë recht aankeek. Zoë sloeg de angst om het hart. Wist ze er iets van af of – erger nog – kon ze gedachten lezen? Zou hun geheim worden onthuld? Goddank was dit niet live.
‘En Alan heeft een rol in een soap aangeboden gekregen, waar hij direct aan kon beginnen. Vandaar dat hij er nu niet bij is. Dat is goed nieuws voor hem.’ Op een of andere manier wist ze te suggereren dat er weinig goed nieuws over zijn kookkwaliteiten te melden was en dat het heel verstandig was hij zich bij een fictionele gemeenschap in het noordoosten des lands had aangesloten. Iedereen mompelde en glimlachte.
‘Dan zal Fred jullie nu over jullie nieuwe uitdaging vertellen.’
‘Oké, chefs,’ zei Fred vriendelijk met zijn gebruikelijke glimlach, ‘dit zal voor sommigen van jullie niet meevallen. Het is de bedoeling dat jullie één gerecht gaan bereiden…’
‘Simpel!’ zei Cher van achter Zoë.
‘… van wat jullie verzamelen tijdens een boswandeling onder het toeziend en informatief oog van Thorn hier.’
Hij wees naar een donkere, bebaarde man die als figurant in een Narnia-film niet had misstaan. Thorn droeg kleren die je vanaf een afstandje voor schors en mos zou hebben aangezien maar die in werkelijkheid van leer, tweed en diverse ondefinieerbare stoffen waren gemaakt die zo uit de vuilnisbak gevist leken.
‘Goedenavond. Ik ben een ervaren fourageur en leef voornamelijk van wat ik vind. Dat doe ik al jaren.’
Zoë bedacht boosaardig dat hij op zijn tochten dan waarschijnlijk nooit een stuk zeep had gevonden of planten die eenzelfde werking werd toegeschreven.
‘Morgenochtend verzamelen we ons hier en dan neem ik jullie mee voor een wandeling in het bos die jullie kijk op koken voorgoed zal veranderen.’
De fanatieke glans die hij onder het praten in zijn ogen had gekregen, viel niet te ontkennen. Het gemompel achter Zoë werd harder en onfatsoenlijker.
‘Het spijt me, maar ik ga geen onkruid of paddenstoelen eten. Daar kun je aan doodgaan,’ zei Cher.
‘Dan lig je eruit,’ zei Bill. ‘Dus dat zou dom zijn.’
‘Maak je geen zorgen. Ik controleer alles wat jullie vinden. Ik laat niet toe dat jullie iets schadelijks eten.’
Terwijl Thorn en Cher elkaar monsterden, bedacht Zoë dat ze van twee verschillende planeten leken te komen. Thorn was een soort wilde bosgeest; bijna dierlijk. Cher, bleek en glanzend, zag er naast hem nog meer uit als een mannequin.
‘En jullie zullen blij zijn te horen dat er een ruime selectie van ingrediënten voorhanden zal zijn die jullie aan de gevonden wilde producten mogen toevoegen,’ zei Fred. ‘Thorn hier wilde eigenlijk niet dat jullie producten zouden gebruiken die jullie niet zelf hadden verzameld, maar we hebben hem weten over te halen. Wij moeten eten wat jullie hebben bereid.’ Hij glimlachte ten teken dat het een grapje was en iedereen lachte beleefd.
Toen alles enkele keren was uitgelegd, mét en zonder camera’s, was de briefing voorbij en liepen ze naar het minibusje. ‘Jammer voor jou dat Gideon er niet bij is,’ zei Cher tegen Zoë. ‘Zal moeilijk worden zonder je favo jurylid.’
Zoë zei niets. Muriel, die Cher altijd de mond had gesnoerd, was er niet meer om voor haar op te komen. Maar Chers spottende opmerking zette haar wel aan het denken. Had hij een goed woordje voor haar gedaan? Was ze goed genoeg om zonder hem de volgende ronde te halen?
‘Maar je hebt de koeienstal vanaf nu voor jezelf,’ vervolgde Cher. ‘Ik heb Mike gevraagd een kamer boven de pub voor me te regelen. Dat is meer wat ik gewend ben.’
Cher slaagde erin met haar toon te suggereren dat er in de koeienstal nog altijd koeien stonden en dat hun slaapplaats niet in een luxe kamer was veranderd.
‘Prima. Ik ben graag in de buurt als dat nodig is,’ zei Zoë.
‘Dan kun je het huis binnensluipen wanneer je maar wilt.’
‘Zo is dat,’ zei Zoë. Ze hoopte maar dat Cher niet zag dat ze bloosde. Hoe had ze in hemelsnaam kunnen denken dat ze na een paar dagen afwezigheid beter met Cher zou kunnen opschieten? Ze kreeg alleen maar een nóg grotere hekel aan haar.
‘Je bent wel erg gretig met je hulp.’
‘Ik mag Fen en Rupert graag.’ Zoë probeerde niet defensief te klinken. ‘Wat is er mis met mensen helpen?’
‘Het feit dat je je dat nog moet afvragen geeft al aan dat je geen winnaar bent. Daar heb je niet de juiste persoonlijkheid voor. Maar ja,’ ze wuifde met haar hand op een manier die haar French manicure het beste deed uitkomen, ‘er kan er maar één de beste zijn en die plaats is gereserveerd voor dit persoontje hier,’ zei ze, wijzend op zichzelf.
Zoë schudde haar hoofd en glimlachte. Stiekem had ze wel bewondering voor Chers egoïstische ambitie. Maar ze was ook bang dat ze wel eens gelijk kon hebben: misschien was zij, Zoë, geen winnaar. Die gedachte versterkte haar in haar voornemen. Ze zou verdorie zorgen dat ze een winnaar werd!
Na een warm welkom van Fenella en Rupert had Zoë een heerlijke avond zonder Cher doorgebracht in de koeienstal. Jammer dat ze zo vroeg uit de veren moest. Ze verplaatste haar gewicht van haar ene voet op haar andere en kromde haar tenen in haar rubberlaarzen. Ze had het koud en hoewel de omgeving prachtig was, was vijf uur in de ochtend veel te vroeg om ergens van te kunnen genieten. De anderen dachten er hetzelfde over, gezien de manier waarop ze klagend en rillend hun armen over elkaar sloegen. Zoë was blij dat ze niet met ze naar de pub was gegaan.
Tot overmaat van ramp regende het. Geen stortbui, en gelukkig waren ze gewaarschuwd dat ze het beste laarzen en een regenpak konden aantrekken, maar door het vroege uur leek het of het nog nacht was. En dat wás het ook voor normale mensen.
Ze waren in terreinwagens naar het bos vervoerd en afgezet. Cher klaagde het hardst en voor de verandering was Zoë het met haar eens. Maar ze was wel zo verstandig het niet hardop te beamen.
Thorn, die nog meer uit mos en schors leek te bestaan dan de dag ervoor, was ervan overtuigd dat dit het mooiste moment van de dag was en liet zich niet uit het veld slaan door een beetje regen. ‘Erger je maar niet aan de regen, mensen. De zon kan elk moment opkomen.’ Zijn zachte stem en ouderwetse hippiegedrag leken hem magische krachten te geven, want op dat moment kwam de zon tevoorschijn, en voordat de regen ophield, kon zich nog net een regenboog vormen.
‘Wauw! Dat was geweldig!’ zei Cher. Ze maakte een beweging met haar handen die eerder thuishoorde in een jarenvijftigmusical dan op een boswandeling.
De anderen beaamden het en Zoë’s stemming verbeterde iets. Toen de wekker op haar mobiel die ochtend was afgegaan, had ze op het punt gestaan zich uit de competitie terug te trekken. Ze was tot de conclusie gekomen dat het beter was als ze Gideon nooit meer zou zien. Maar nu ze nieuwe ervaringen kon opdoen en de zon de regendruppels in diamanten veranderde, besloot ze haar beste beentje voor te zetten.
‘We gaan eerst samen een wandeling door het bos maken,’ zei Thorn. ‘Daarna gaan jullie ieder voor zich ingrediënten verzamelen voor je maaltijd. Ik zal alles eerst controleren, om te voorkomen dat iemand zichzelf vergiftigt.’
Het was een openbaring. Zoë wist dat er behalve bosbessen veel eetbaar was, maar Thorn leek bijna alles te plukken. Hij was geen kok maar wist hoe iets smaakte en algauw kauwde iedereen op stukjes blad, behalve Cher, die de gedachte dat je van de natuur in het bos at maar vreemd en vies vond.
‘Oké, mensen, dan gaan jullie nu zelf op pad,’ zei Thorn uiteindelijk.
Zoë liep zo snel als ze kon in tegengestelde richting van de anderen. Ze wilde niet met Cher opgescheept komen te zitten, die te pas en te onpas ‘brr’ en ‘gadver’ riep. Zodra ze eenmaal buiten gehoorsafstand van de anderen was, bleef ze even staan, bang dat ze te ver zou afdwalen, en ging toen op zoek naar eten. Ze begon er plezier in te krijgen en tot haar verbazing ging ze er helemaal in op, net als vroeger toen ze met haar vader vlierbessen ging plukken.
Ze had melkdistels ontdekt, die lekker zouden smaken in een salade en gelukkig eenvoudig te herkennen waren. Ze vond ook essennootjes, waar ze makkelijk bij kon, maar iets inmaken zou te veel tijd vergen en ze hadden nog niet te horen gekregen hoeveel tijd ze voor de bereiding van hun gerecht zouden krijgen. Toen ze zich begon af te vragen of het allemaal niet één grote grap was en of er wel voldoende eetbaars in het bos te vinden was, kwam ze bij een soort oude steengroeve. Ze daalde er aan de ene kant in af en klom aan de andere kant weer omhoog. Haar oog viel op een plukje klein hoefblad, waarvan de halfronde vorm van de bladeren haar eraan herinnerde hoe de plant aan zijn naam was gekomen. Gelukkig had ze nu in elk geval één groente, bedacht ze terwijl ze de blaadjes plukte en in haar mand deed. Toen hoorde ze een geluid. Ze draaide zich om. Gideon stond boven aan de rand van de groeve, op de plek waar zij zojuist vandaan was gekomen.
‘Zoë!’ riep hij.
Haar hart sloeg over en haar brein kon nauwelijks bevatten wat ze zag. Het was haar gelukt een halfuur niet aan hem te denken omdat ze dacht dat hij in New York zat en ze hem voorlopig toch niet zou zien. Die hoop had ze opgegeven.
Ze had de neiging haar mand in de struiken te gooien en naar hem toe te rennen om zich in zijn armen te werpen, maar een laatste restje realiteitsbesef weerhield haar ervan. De kans was te groot dat iemand hen zou zien. Eén moment van ondoordachtzaamheid en ze zou haar kans om te winnen net zo snel vergooien als ze haar mand in de struiken had kunnen werpen. Ze voelde haar mond droog worden en trilde licht.
Maar toen kwam hij glimlachend op haar toe lopen en leek niets er meer toe te doen. Sylvies waarschuwingen niet, de wedstrijd niet, noch de eventuele schaamte. Zich nauwelijks bewust van de omgeving liep ze naar hem toe en nog voordat ze zich haar voornemen om met hem te stoppen herinnerde, nam hij haar in zijn armen. Zodra zijn lippen de hare raakten, besefte ze dat al haar goede voornemens geen schijn van kans maakten. Ze was verliefd op hem en als hij haar hart zou breken, dan was dat maar zo. Haar passie schakelde haar verstand volledig uit.
Ze klampten zich minutenlang aan elkaar vast, totdat ze zich uiteindelijk een paar centimeter van elkaar losmaakten.
‘God, wat heb ik je gemist,’ verzuchtte hij in haar haren.
Zoë huiverde. Nu hij bij haar was, verdween alle twijfel als sneeuw voor de zon. Wat deed het ertoe dat hij ooit van een andere vrouw had gehouden? Wat maakte het uit dat ze door hun relatie zou worden gediskwalificeerd? Ze voelde zijn armen om haar heen; de rest was niet belangrijk. ‘Hoe wist je waar ik was?’ vroeg ze.
‘Rupert wist waar jullie naartoe zouden gaan. Ik heb de anderen gevonden, en toen ik zag dat jij er niet bij was, ben ik je gaan zoeken.’ Hij zweeg even. ‘Misschien was het mijn ziel die de jouwe riep en heb ik zo aangevoeld waar je was.’
Ze grinnikte. ‘Ja ja,’ zei ze, maar in haar hart hoopte ze dat hij het meende. Ze liet haar armen onder zijn jas glijden om zich dichter bij hem te voelen en drukte haar gezicht tegen zijn overhemd. Hij rook heerlijk. Hij omhelsde haar nog steviger en legde zijn hoofd op haar haren. Uiteindelijk zei ze: ‘Ik heb mijn hoefblad laten vallen.’
‘Ik help je wel met plukken.’ Toen werd hij ineens ernstig. ‘Als ik je help, zou je dan eerder met mij mee terug willen rijden? Ik ben met de auto.’
Zoë dacht dat hij iets romantisch zou gaan voorstellen, maar hij keek bezorgd, alsof hij zich iets herinnerde wat hem dwarszat. ‘Waarom? Is er iets?’
‘Ja, met Fen. De baby zou wel eens kunnen komen.’
‘Hemel! Er is toch niets aan de hand, of wel?’
‘Geen idee. Ze wilden het me niet echt vertellen.’
‘En jij mij niet!’ Zoë begon zich nu ook zorgen te maken. ‘Zou er iets zijn?’
‘Ik weet het niet precies. Toen Rupert zei dat hij zou proberen te regelen of jij eerder kon terugkomen, maakte Fen bezwaar omdat je door hen al bijna een opdracht had verpest. Dat mocht geen tweede keer gebeuren. Rupert stemde toe, maar ik zag dat hij zich zorgen maakte.’
‘Maar je weet dus niet precies waarom?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Fen was nogal fanatiek de keuken aan het poetsen en mopperde iets over bedden.’
‘Vrouwen die op het punt staan om te bevallen gaan altijd poetsen,’ zei Zoë.
‘Ik geloof niet dat het met nesteldrang te maken heeft,’ zei Gideon. ‘Eerder met het feit dat Ruperts ouders komen. Ik kreeg de indruk dat het geen makkelijke mensen zijn. Rupert had Sarah willen vragen, maar die zit tot aan haar nek in het werk voor de bruiloften. Dit is voor haar de drukste tijd van het jaar.’
Zoë begon te begrijpen wat het probleem was. Rupert wilde dat Fenella naar het ziekenhuis ging, maar Fenella wilde thuisblijven omdat zijn ouders kwamen en zij niet wilde dat ze in de rotzooi zouden zitten. Maar ze wilde Zoë ook niet om hulp vragen, omdat ze het te druk had met de wedstrijd. ‘Weet je wat we doen? We verzamelen snel wat ik nodig heb om een gerecht van te maken en gaan dan terug.’
‘Prima. Je moet zorgen dat je in de wedstrijd blijft. Het zou zonde zijn als je eruit gaat. Je hebt het tot nu toe heel goed gedaan.’
Zijn opmerking zette haar aan het denken. Toen Gideon net ineens voor haar neus stond, had ze gedacht dat er maar twee dingen belangrijk waren, en dat ze een keuze moest maken tussen haar liefde voor hem en de wedstrijd. Maar nu besefte ze dat dat onzin was. Gideon had gelijk. De wedstrijd was belangrijk, maar Fenella ook. Ze zou een manier vinden om aan beiden aandacht te geven. Ze kon niet anders.
‘Ik wil Fen niet aan haar lot overlaten. Ze is een goede vriendin van me geworden.’
‘Je laat haar echt niet aan haar lot over als je nog wat onkruid plukt,’ zei Gideon.
Zijn sceptische blik deed haar opkijken. ‘Geen voorstander van wilde producten?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik denk dat het niet meer dan een modegril is, maar dat heb je mij niet horen zeggen. Best mogelijk dat iemand ooit een gerecht creëert dat niet naar compost smaakt.’
Zijn opmerking maakte haar meteen enthousiast om met de opdracht aan de slag te gaan. Ze wilde indruk op Gideon maken en hem laten zien dat ze van álles een lekker gerecht kon maken.
Ze vonden nog meer klein hoefblad en melkdistels, en vulden de mand met paardenbloemblaadjes. ‘Je weet toch dat de Fransen dit pissenlit noemen, hè?’ vroeg Gideon terwijl hij een handvol in de mand deed.
‘Natuurlijk,’ zei Zoë. ‘En paardenbloem wordt in Frankrijk gewoon verkocht terwijl wij het hier voor niks plukken.’ Ze bekeek de buit in de mand. ‘Volgens mij hebben we genoeg. Er kan geen snipper meer bij.’
‘Mooi. Geef me dan maar een kus.’
Ze waren net op weg naar de auto toen Cher van achter een boom opdook. Ze had haar mobiele telefoon in de hand en omdat er geen bereik in het bos was, was Zoë bang dat Cher haar met Gideon had gezien.
‘Hállo!’ riep Cher. ‘Ik heb wat foto’s genomen van de planten, voor het geval ik straks nog meer moet halen.’ Ze pauzeerde even. ‘En van nog een paar andere interessante dingen.’
‘Heel slim,’ zei Zoë.
‘Zo, Gideon,’ vervolgde Cher, ‘dus jij bent weer terug uit de Verenigde Staten?’
‘Zoals je ziet,’ zei Gideon vriendelijk.
‘Hoe heb je Zoë eigenlijk gevonden?’
‘Ik had het geluk haar toevallig tegen het lijf te lopen.’
Hij sprak kalm en zonder enige vorm van schuldgevoel, zodat Zoë het gevoel had dat Cher hem wel moest geloven. Althans, dat hoopte ze.
Hoewel Zoë meteen naar het huis wilde gaan om te zien hoe het met Fenella was, stond Gideon erop dat ze met haar mand naar de tent ging. ‘Een baby doet er eeuwen over. Kijk eerst wat je met je potentiële composthoop van plan bent en ga dan pas naar Fenella.’ Bij het zien van haar bezorgde blik vervolgde hij: ‘Ik ga wel even kijken hoe het ermee staat. Als ze je dringend nodig heeft, kom ik je halen, oké?’
Ze zuchtte. ‘Oké.’ Het frisse groen, dat er nog zo smakelijk had uitgezien toen ze het plukte, werd al een beetje slap. Ze hoopte dat ze Gideon met een gerecht kon bewijzen dat hij ongelijk had.
Zoë trof Rupert aan in de tent, waar hij de thee voor de jury en de kandidaten verzorgde.
‘Hoe is het met Fen?’ vroeg Zoë zodra ze dicht genoeg bij hem in de buurt was.
Rupert zuchtte. ‘Ze is de gastenbadkamer aan het poetsen.’ Hij zette een blik koek met zo’n klap op de tafel dat duidelijk was hoe hij over de poetswoede van zijn vrouw dacht.
‘O? Gideon zei dat de weeën al waren begonnen,’ zei Cher.
‘Klopt, maar ze wil nog niet naar het ziekenhuis. Ik heb de vroedvrouw gebeld maar die zei dat Fen thuis kan blijven zolang ze nog gewoon kan praten. Maar we moeten er ook niet te lang mee wachten.’
‘Aan zulk advies heb je ook niets,’ zei Anna.
‘Ik loop even met mijn kop thee naar haar toe, als dat mag,’ zei Zoë met een blik op Anna.
Anna haalde haar schouders op. ‘Dat moet je zelf weten. Je hebt dan wel minder tijd om over je gerecht na te denken, maar dat is je eigen keus.’
‘Ik heb al iets in mijn hoofd…’ loog Zoë.
Anna’s blik verzachtte iets. ‘Alles wat je hebt verzameld moet nog eerst door Thorn worden gecontroleerd op giftigheid. Dus ga nu maar naar Fenella, als dat je geruststelt.’
Rupert liep met haar mee terug naar het huis. ‘Ik zou het heel fijn vinden als je haar kunt overhalen naar het ziekenhuis te gaan. Ik wil niet dat ze hier bevalt als ik er alleen voor sta.’
‘Nee, stel je voor!’ zei Zoë, ineens bezorgd.
‘Ze beweert dat een eerste kind er altijd lang over doet,’ verzuchtte hij. ‘Hopelijk heeft ze gelijk.’
‘Vast wel. Dat hoor je van iedereen.’
‘Wat wil je gaan maken voor je nieuwe opdracht?’ vroeg Rupert. Hij schrok van zichzelf. ‘Sorry, dat hoef je me niet te verklappen, hoor. Ik wilde het alleen even over iets anders hebben.’
‘Ik vind het niet erg, hoor. Ik weet het alleen nog niet zeker. Hoe maak je van onkruid iets lekkers? Ik wou dat er nog ergens wilde knoflook groeide. Ik heb het deze week nog gezien toen ik met mijn vriendin aan het paardrijden was, maar verder is het bijna overal al weg.’
‘Aha,’ zei Rupert trots. ‘Wij hebben nog! Het groeit op een plek waar amper zon komt. Ik zal het je wijzen.’
‘O, geweldig! Ik zou pasta met pesto kunnen maken en een onkruidsalade. Dan weet ik tenminste zeker dat het smaakt.’
‘Loop maar mee.’
Nadat ze een behoorlijke portie knoflook had geplukt, zei ze: ‘Speel ik nu niet vals?’
Rupert haalde zijn schouders op. ‘Geen idee. Hol anders even terug om het te vragen.’
Zoë holde niet maar vloog. Ze stormde op Fred en Anna af. ‘Ik heb hier in de buurt mooie wilde knoflook gezien.’ Het was slechts half gelogen. ‘Zou ik die ook mogen gebruiken?’ Fred en Anna keken elkaar aan. Zoë zag aan Freds gezicht dat hij het meteen goedvond, maar Anna moest erover nadenken. Gideon stond met de andere kandidaten te praten. Ze wendden zich tot hem en nadat hij slechts kort zijn schouders had opgehaald, zei Anna ten slotte: ‘Oké, het is wilde knoflook. Laat Thorn controleren of je je niet hebt vergist en geen lelietjes-van-dalen of iets anders giftigs hebt geplukt. Ik zou eigenlijk niet weten waarom je iets wat je hiervandaan hebt en niet uit het bos niet zou mogen gebruiken.’
Ze bedankte Anna, voegde de knoflook toe aan haar mand en vloog nog sneller naar het huis dan dat ze naar de jury was gehold.
Fenella zat op handen en voeten in de badkamer en bracht geluiden voort die Zoë nooit eerder uit de mond van een mens had gehoord. Toen ze merkte dat Zoë er was, verontschuldigde ze zich. ‘Was ik aan het vloeken? Sorry! Maar het helpt wel goed tegen de weeën.’
‘Moet je niet naar het ziekenhuis? Rupert is bang dat hij straks de bevalling alleen moet doen, met het huis vol mensen.’
‘Ik kan niet weg voordat ik hier klaar ben. Ruperts ouders komen en die vinden me vast een enorme slons.’
‘Nou, wel een slons met stijl,’ grapte Zoë om haar bezorgdheid te verbergen. Maar Fenella was niet in de stemming voor grapjes.
‘Je moet echt naar het ziekenhuis, Fen,’ vervolgde Zoë. ‘Ik kan de badkamer wel poetsen.’
‘Maar de wedstrijd dan? Ik wil niet dat je door mij in problemen komt. Dat gedoe met die bruidstaart was al erg genoeg.’ Ze kneep haar ogen dicht en ademde zwaar; het was duidelijk dat de weeën pijn deden.
Zoë besloot dat ze niet konden blijven kibbelen. ‘Ik kan het wel erbij doen. De baby en jij zijn nu belangrijker, en als je naar het ziekenhuis moet, dan moet je gaan. Als jij pas weg kunt als de badkamer spic en span is, doe ik dat wel voor je.’
‘Dat kan echt niet.’
‘Ik hoef alleen maar pesto te maken van de wilde knoflook die Rupert me heeft gewezen en een salade. Daar ben ik niet zoveel tijd mee kwijt. Hup, geef die handschoenen en allesreiniger maar aan mij.’
‘Weet je het zeker?’ vroeg Fenella. Aarzelend reikte ze Zoë de spullen aan.
‘Ja. We kunnen toch pas beginnen als Thorn elk snippertje groen heeft gecontroleerd om te voorkomen dat we dollekervel serveren. Dat duurt nog een eeuw.’ Hoewel Zoë de benodigde spullen had om de badkamer te poetsen, maakte Fen geen aanstalten om te vertrekken. ‘Moet je nu niet gaan?’
Fen schudde haar hoofd. ‘Ik wil niet te vroeg naar het ziekenhuis, want dan hang ik daar veel te lang rond. Ik blijf liever nog even hier.’
Zoë sloeg haar ogen ten hemel. ‘Hoe ver is het ziekenhuis hiervandaan?’
‘Niet zo ver. Maar een halfuurtje rijden. De vroedvrouw zei dat ik niet te vroeg moest gaan.’
‘Fen, dat is kilometers hiervandaan! Dat kost eeuwen.’ Zoë trok de rubberen handschoenen aan. ‘Ik vind echt dat je nu naar het ziekenhuis moet gaan.’
‘Ik wil niet weg voordat Ruperts ouders er zijn. Ze doen altijd zo moeilijk.’ Fenella kreeg weer een wee, die langer en pijnlijker leek dan de vorige.
‘Waarom heb je ze dan uitgenodigd?’ vroeg Zoë toen Fenella weer aanspreekbaar was.
‘Denk je echt dat ik ze heb uitgenodigd? Ik zou wel gek zijn! Ze zeiden gewoon dat ze kwamen. Rupert kon nog zoveel zeggen, ze waren er niet van af te brengen. Ze willen komen helpen.’
‘En doen ze dat dan ook?’
‘Ben je gek. Ze moeten op hun wenken bediend worden. Ruperts moeders idee van helpen is een shawl breien die om de zoveel tijd door maagden moet worden gewassen in ochtenddauw.’
‘Jeetje.’
‘En vesten. Handgebreide vesten.’
‘Maar het is bijna zomer!’
‘Ach, ze doet haar best maar. Tegen de tijd dat het echt warm wordt zijn ze toch al tot postzegelformaat gekrompen.’
Zoë schudde haar hoofd. ‘Als ik jou was, zou ik zo snel mogelijk vertrekken en de deur barricaderen. Dan gaan ze vanzelf wel weer naar huis.’
‘Zoë! Ze willen dat je komt!’ riep Rupert van onder aan de trap. ‘Er moet gekookt worden.’
‘Oké, allemaal even stil nu!’ Mike klapte in zijn handen, waardoor hij nog meer dan anders op een leraar leek. ‘Anna zal jullie uitleggen wat de bedoeling is. Camera’s!’
‘Zo, chefs, Thorn heeft alle manden gecontroleerd. Nog even en jullie mogen pakken wat jullie nodig hebben en dan zal Fred jullie op weg helpen met de nieuwe opdracht. Maar eerst wil ik even iets kwijt over de volgende uitdaging. Tot nu toe was dat een verrassing, maar we hebben opnieuw een paar verlofdagen moeten inlassen.’
‘Sorry, maar waarom dan?’ riep Cher boven het verwarde gemompel van de anderen uit. ‘Met alle respect, we hebben net een paar dagen vrij gehad. Is er weer een probleem met de planning?’
Anna wierp Cher een boze blik toe. ‘Nee. De volgende uitdaging is koken op het hoogste culinaire niveau. Het wordt de grote finale, waarin jullie een viergangendiner zullen moeten bereiden voor juryleden, beroemdheden en chefs met één of meerdere Michelinsterren. De reden voor de extra verlofdagen is tweeledig. Eén, jullie zullen niet alleen tijd nodig hebben om een menu samen te stellen maar ook om het uit te proberen totdat je het kunt dromen.’ Ze snoof op een manier die suggereerde dat dromen iets voor slappelingen was. ‘De andere reden is dat de jurering er in de finale anders aan toe zal gaan. De jury zal uit meer dan ons drieën bestaan, maar helaas kunnen de juryleden die zijn benaderd niet eerder.’
Fred deed een stap naar voren. ‘De finale wordt afgesloten met een groot feest. Iedereen is uitgenodigd en het mooiste van alles is dat het niet zal worden uitgezonden op tv.’ Hij pauzeerde even en vervolgde toen: ‘Voor de finale willen we dat jullie een voorgerecht, een visgerecht, een hoofdgerecht en een dessert maken. De ingrediënten moeten van tevoren worden besteld en alles wat je verder wilt gebruiken dien je zelf mee te nemen. Je krijgt er een hele dag de tijd voor. En het spijt me, maar we verklappen niet wie de juryleden zijn.’
‘Ach toe, we zullen het niet doorvertellen,’ zei Cher.
Fred schudde zijn hoofd. ‘Maar we moeten door. Er gaat deze ronde eerst nog iemand uit. Slechts vier van jullie gaan in de laatste ronde de strijd met elkaar aan.’
Zoë onderdrukte een geeuw. Ze waren allemaal voor dag en dauw opgestaan en zelfs de gedachte aan de finale kon haar bezorgdheid over Fenella niet wegnemen.
‘Degenen van jullie die geen auto hebben, zullen onmiddellijk na de uitslag naar het station worden gebracht of, als er geen trein gaat, naar het logeeradres,’ zei Fred. ‘Mike heeft het allemaal uitgezocht. Ben ik iets vergeten?’ Hij keek naar Mike, die op zijn beurt op zijn klembord keek.
‘Nee, dat was het, denk ik.’
‘Oké,’ zei Fred. ‘Kies de ingrediënten die je nodig denkt te hebben.’
Zoë werkte alsof de duivel haar op de hielen zat en ze hem tevreden moest zien te stellen met een goed bord eten. Ze wist welke ingrediënten ze wilde gebruiken, en omdat ze eenvoudig waren, griste ze ze bij elkaar. Vervolgens ging ze fanatiek aan het werk, blij dat haar snijtechnieken sinds de uitdaging in het restaurant waren verbeterd.
Het koken en de beoordeling waren eindelijk achter de rug. Zoë bleef in de race omdat haar gerecht, hoewel beoordeeld als het minst avontuurlijk, het beste smaakte. Bill had de fout gemaakt klaver – goed eetbaar en zelfs heilzaam – te koken, wat een totaal verkeerde manier van bereiden was. De jury had tijdens het proeven moeten kokhalzen.
‘Bij ons thuis noemen we dit plakband,’ zei Fred, ‘of eendenkroos.’
Thorn was teleurgesteld in Bill omdat hij van de delicatesse niets lekkers had kunnen maken. Hij moest zijn mening over chefs nu toch iets bijstellen.
Iedereen leefde mee met Bill en zodra Zoë fatsoenshalve weg kon, ging ze terug naar het huis. Op de bovenverdieping trof ze Rupert aan die paniekerig naar Fenella’s ziekenhuistas zocht en Fenella die niet tussen twee weeën door naar het ziekenhuis wilde. Toen ze Zoë zag, vroeg ze: ‘En? Zit je nog in de wedstrijd?’
‘Ja! Mijn gerecht smaakte het lekkerst, dus bedankt voor de wildeknoflooktip.’ Ze keek naar Fenella, die wel iets anders aan haar hoofd had.
‘Hoe gaat het nu verder?’ vroeg Fenella.
‘We hebben weer een paar dagen verlof gekregen,’ zei Zoë. ‘Het is de bedoeling dat we thuis onze recepten gaan uitproberen. De laatste opdracht is al bekendgemaakt.’ Ze haalde diep adem. ‘We moeten een viergangendiner bereiden voor topchefs en de jury.’
‘O.’ Rupert keek geschrokken naar Fenella.
‘Wat is er?’ vroeg Zoë.
Fenella noch Rupert besteedde aandacht aan haar. ‘Nee,’ zei Fenella vastberaden. ‘We kunnen niet van…’ Wát ze niet konden, ging verloren in een wee.
‘Wat ik wou vragen, Zoë, is of jij hier misschien een oogje in het zeil zou kunnen houden als Fen in het ziekenhuis ligt. Fen wil hier blijven omdat ze bang is dat…’
‘Ik ben er nog, hoor,’ zei Fenella hijgend.
‘En ik ben er voor jou,’ zei Zoë vastberaden. ‘Vertel op. Wat willen jullie dat ik doe?’
‘Nee!’ zei Fenella weer. ‘Je moet je menu uitproberen.’
‘Dat kan hier ook prima,’ zei Zoë.
Fenella en Rupert wisselden een snelle blik uit. Toen verzuchtte Fenella: ‘Ik zou me een stuk beter voelen als Ruperts ouders zichzelf niet kunnen binnenlaten en het hele huis door kunnen banjeren. Want daarna moeten wij het gezeur aanhoren dat het overal zo’n troep is.
‘Wie weet,’ vervolgde Fenella, ‘misschien blijft Gideon ook. Dan kunnen jullie hier samen zijn, als je begrijpt wat ik bedoel.’
‘Lieverd,’ kwam Rupert tussenbeide, ‘misschien wil Zoë helemaal niet dat…’
Maar Zoë had haar besluit al genomen. Ze kon haar recepten ook hier uitproberen. Eerlijk gezegd kwam het haar zelfs beter uit, omdat ze dan de kleine keuken van haar moeder niet in beslag hoefde te nemen. En als Gideon ook zou blijven, zou dat natuurlijk fantastisch zijn. Mits niemand ervan wist.
‘Maar je geen zorgen. Ik begrijp het. Ik blijf hier zo lang als jullie me nodig hebben.’ Zoë accepteerde Ruperts dankbare blik, die gevolgd werd door een knuffel.
‘Je bent een kanjer,’ zei hij. ‘Ik zou niet weten wat ik zonder jou zou moeten beginnen.’