21
‘Weet je zeker dat je weg moet?’ Fenella stond met Glory in haar armen op de trappen van Somerby terwijl Rupert Zoë’s tassen in haar auto laadde.
‘Ja. Mijn familie denkt dat ik geëmigreerd ben en jullie hebben me niet meer nodig.’ Zoë had gemengde gevoelens over haar vertrek van Somerby. Ze wilde Rupert en Fenella niet achterlaten, maar nu de grootouders weg waren had ze geen excuus om te blijven en omdat Gideon ook niet had gebeld – ze wist niet eens of hij het nummer van Somerby had – was er ook geen speciale reden om haar vertrek nog langer uit te stellen.
‘Nogmaals, als je ooit een baan zoekt, maakt niet uit wat, dan kun je hier meteen aan de slag,’ zei Fenella. ‘We hebben binnenkort al een cateringmanager nodig.’
‘Dat is heel aardig van…’
‘Maar als je de wedstrijd wint, begin je natuurlijk een deli. Dan heb je helemaal geen baan nodig,’ vervolgde Fenella. ‘Maar mocht je referenties nodig hebben…’
‘Misschien win ik helemaal niet. Sterker nog, dat is zelfs heel waarschijnlijk. Dan zou het heel mooi zijn als ik hier kan komen werken.’
Rupert liep naar Zoë toe en sloeg een arm om haar heen. ‘Ik neem aan dat je weg wil. Als het aan Fenella ligt, houdt ze je voor altijd hier.’
‘Ik ben blij dat jullie het fijn vonden dat ik er was. Ik vond het ook fijn. Ik heb hier een heerlijke tijd gehad en veel ervaring opgedaan. Maar ik moet nu weg, anders ben ik niet op tijd voor de lunch. Mijn ouders verwachten me.’
Ze moest zich van Somerby losrukken, want de plek was in haar hoofd verbonden met Gideon. Ze hadden elkaar hier, althans in de buurt, ontmoet, ze had hem hier leren kennen en was hier verliefd op hem geworden. Maar, belangrijker nog, hij zou nu geen contact met haar kunnen opnemen.
Ze weigerde zenuwachtig te worden van het feit dat ze nog niets van hem had gehoord. Het hoefde niets te betekenen, behalve dat hij gewoon niet in de gelegenheid was geweest. Er was ongetwijfeld een volstrekt aanvaardbare reden dat het er nog niet van was gekomen.
Maar wat ze ook tegen zichzelf zei, de twijfel begon zo nu en dan toch weer te knagen. Was ze voor hem alleen maar een leuke meid die toevallig voorhanden was geweest? Waren haar gevoelens niet wederzijds? Kwam het alleen van haar kant? Ze dacht terug aan wat ze samen hadden meegemaakt: butler en kok spelen voor Ruperts ouders, de gestolen momenten in het bos, hun laatste, passionele kus. Nee, zo ver kon ze er niet naast zitten. Het kwam allemaal goed.
Terwijl ze over de door hoge heggen omzoomde weggetjes reed, koesterde ze haar gevoelens. Ze hadden een fijne, leuke, liefdevolle tijd samen gehad en één heerlijke nacht met heftige seks. Ze moest zichzelf nu niet gaan aanpraten dat het voorbij was. Dat was niet zo. Er was gewoon even iets tussen gekomen.
Naarmate ze dichter bij haar ouderlijk huis kwam, begon ze zich af te vragen of ze het aan haar moeder zou vertellen, en zo ja, wat. Het liefst zou ze vierentwintig uur per dag over Gideon praten, maar haar moeder zou zich zorgen maken over het feit dat hij in de jury zat. Zoë zelf ook. Maar waarschijnlijk kwam ze er niet mee weg als ze helemaal niets vertelde. Moeders zagen het nu eenmaal meteen aan hun dochters als ze op een of andere manier veranderd waren.
Haar beide ouders stonden in de deuropening toen ze kwam aanrijden. Tot haar verbazing was haar vader al thuis.
‘Moet je niet werken, pap?’ zei ze terwijl ze hem omhelsde.
‘Nee, ik heb vanmiddag vrij genomen.’
‘Wat fijn je te zien, kind,’ zei haar moeder, die haar ook een stevige knuffel gaf.
‘Hé, zo lang ben ik nu ook weer niet weggeweest!’
‘Nee, maar je hebt wel veel meegemaakt,’ zei haar moeder. Ze leidde Zoë naar binnen. ‘We lunchen in de tuin. Het is heerlijk zonnig vandaag.’
Onder het genot van een glas wijn en een salade vertelde Zoë haar ouders in geuren en kleuren over Somerby, Ruperts ouders, de croquembouche en, in een gecensureerde versie, over Gideon. Toen haar vader zich terugtrok in zijn werkkamer om nog een paar uurtjes te werken, zette haar moeder thee. Uiteindelijk werd de beker met een klap voor Zoë op de tafel gezet; ze wilde details horen.
In stilte luisterde ze terwijl Zoë vertelde over hoe ze elkaar hadden ontmoet en hoe geweldig en enorm sexy hij was. Ze vertelde dat hij anders was dan andere mannen en dat hun verwachtingen en ambities in grote lijnen overeenkwamen.
Haar moeder liet een lange, tactische stilte vallen. ‘Vind je het wel kunnen? Hij zit in de jury.’
Zoë zuchtte en knikte. ‘Maar je hebt niet altijd in de hand op wie je… valt.’ Ze zweeg, maar wist dat haar moeder zich niet liet misleiden. Ze voelde dat het verder ging dan dat.
‘Ik zet nog even verse thee,’ zei haar moeder.
Toen ze even later weer met twee volle bekers en een rol chocoladekoekjes bij de tafel kwam, vervolgde ze: ‘Kun je het niet tot na de wedstrijd laten rusten?’
‘Dat doen we ook min of meer. We hebben het alleen niet met zoveel woorden gezegd. Ik heb sinds zijn vertrek ook niets meer van hem gehoord. Niet dat ik daarmee zit, hoor,’ ze glimlachte om haar teleurstelling te verbergen, ‘en misschien denkt hij er ook wel zo over. Daarom heeft hij waarschijnlijk ook niet meer gebeld. Omdat het beter is dat we elkaar pas na de wedstrijd weer zien.’
‘Het zou jammer zijn als je de wedstrijd niet se…’
‘Dat weet ik ook wel, mam, daar hoef je me niet aan te herinneren. Ik wil mijn kansen niet verspelen.’
Zoë’s moeder leek een tikje sceptisch maar zei alleen: ‘Ach. Hoe kon ik dat vergeten! Er is een paar dagen geleden post voor je gekomen. Misschien is het informatie over de laatste uitdaging.’
Opgelucht dat het onderwerp Gideon op een zijspoor werd gezet, liep Zoë met haar moeder mee het huis in. ‘Spannend. Ik weet dat we een culinair hoogstandje moeten leveren, maar de details zouden nog volgen.’
‘Maak maar gauw open dan.’ Ze overhandigde Zoë een paar enveloppen, waarvan de envelop die haar het belangrijkst leek bovenop lag.
Zoë nam de enveloppen en de briefopener aan en zag in een flits dat het adres op de tweede envelop handgeschreven was. Ze kende het handschrift niet, maar wist onmiddellijk van wie de brief was. Haar hart bloeide open en ze zuchtte gelukzalig, in de hoop dat haar moeder het niet zou merken.
‘Zeg, mam? Wil je nog een kop thee? Dan zet ik wel even nieuwe.’ Ze had zelf genoeg gehad maar haar moeder kon onbeperkt theedrinken.
Toen ze terugkwam had ze haar gevoelens weer helemaal onder controle en was ze met haar aandacht volledig bij de wedstrijd.
In de grote, officiële envelop zat een dik pak papier. Het eerste wat Zoë eruit haalde was een uitnodiging. ‘Wauw!’ zei ze, en ze gaf hem aan haar moeder.
‘Een feest na de show. Wat leuk! Denk je dat er veel vips zullen komen?’
‘Wie weet,’ zei Zoë. Ze las de kaart. ‘Maar ik vraag Jamie Oliver niet om zijn handtekening, al smeek je nog zo hard.’
‘O, oké,’ zei haar moeder. ‘Alan Titchmarsh?’
‘Het is een kookprogramma, mam. Alan is tuinman.’
Haar moeder zuchtte berustend. ‘Oké, wat doe je aan?’
‘Mam! Dat doet er toch niet toe? Het gaat erom hoe ik kook. Kijk!’ Ze pakte een vel papier waarop de volgende uitdaging was beschreven en reikte het haar moeder aan. Het liefst zou ze de envelop waarvan ze hoopte dat het een brief van Gideon was openen, maar ze vond dat haar zakelijke post voorrang moest hebben.
‘“Een feestmaal voor zes: twee chefs, twee culinair journalisten, een beroemde fijnproever en één vast jurylid”,’ las haar moeder hardop voor.
‘Jeetje,’ zei Zoë. Ze had over haar moeders schouder meegelezen. Nu ze het gedrukt zag staan kwam het ineens heel dichtbij. “Vier gangen van topkwaliteit”. Even sloeg de paniek toe. Ze had waardevolle tijd verloren op Somerby, ook al had ze het graag gedaan. Ze had veel in te halen.
‘“Het is toegestaan de benodigde ingrediënten te bestellen. Men zegt wel dat goed eten in de winkel begint,”’ las haar moeder voor.
‘Of bij de producent,’ zei Zoë. ‘Er zitten een paar heel goede boerderijen in de omgeving van Somerby.’
‘Sorry dat ik het zeg, maar ik ben blij dat jij het moet doen en niet ik!’
Zoë trok een stoel naar zich toe en ging aan de tuintafel zitten. ‘Ach, ik ben niet voor niets zo ver gekomen, dus dit kan ik ook. Ik weet al wat ik voor het dessert ga maken: een croquembouche.’
‘Zo een als je voor de doop hebt gemaakt? Goed idee!’
Zoë’s enthousiasme groeide. ‘Ik zou van ananaskersen – je weet wel, van de lampionplant – en bladgoud gouden balletjes kunnen maken en die tussen de profiteroles stoppen.’
‘Heb je daar wel tijd voor? Dat lijkt me een heel karwei. En blijft dat bladgoud wel zitten? Je weet hoe karamel altijd van karamelappels loopt, als je niet uitkijkt. En wat wil je als voorgerecht doen?’
Zoë pakte de papieren bij elkaar, inclusief de handgeschreven envelop. ‘Weet je wat, mam, ik ga er even goed over nadenken. Ik neem dit mee naar mijn kamer en lees alles nog eens rustig door. Dan pakken we daarna de kookboeken erbij.’
Ze holde met de post naar boven, gooide alles op een wandtafel, griste de envelop ertussenuit en ging op haar bed zitten.
Eindelijk kon ze Gideons brief openmaken. Ze wilde hem het liefst openscheuren, maar omdat ze de briefopener mee naar boven had genomen, sneed ze hem voorzichtig open. Zo hield ze de envelop heel.
Beste Zoë,
Het spijt me dat ik je niet heb gebeld. Ik verwijt mezelf nog steeds dat we geen telefoonnummers hebben uitgewisseld. Ik heb zelfs het telefoonnummer van Somerby niet bij me. Maar ik ben via slinkse wegen aan je adres gekomen!
Ik heb je een hoop te vertellen. Mijn leven is op het moment nog hectischer dan anders. Maar we zien elkaar snel weer en dan leg ik je alles uit.
Mijn collega’s staan al weer voor mijn deur op me te wachten. Ik moet naar een vergadering.
Groetjes,
Gideon
Als liefdesbrief stelde hij een tikje teleur, maar het was beter dan niets. En het was fijn om zijn handschrift te zien. Het was mooi geschreven, met vulpen. De meeste mensen sms’ten of e-mailden tegenwoordig; het was heel bijzonder dat ze iets tastbaars had wat ze voor altijd kon bewaren. Het was echt iets voor Gideon om haar te schrijven. Maar dan zonder tedere afsluiting. Hoeveel tijd kostte het om er iets persoonlijkers van te maken? Niet zoveel meer, toch? Of betekenden ‘groetjes’ van een man meer dan dat? Zoë zette bijna onder al haar e-mails ‘groetjes’.
Ze bekeek het briefpapier weer. Er stond een logo van een hotel op. Gideon had haar zijn e-mailadres noch zijn mobiele nummer gegeven. Helemaal niets. Wilde hij soms niet dat ze contact met hem opnam? Misschien was dit zijn manier om haar op afstand te houden.
Even werd ze door somberheid bevangen, maar toen las ze de brief nog een keer door, op zoek naar iets positiefs. Hij had moeite gedaan om achter haar adres te komen. Hij had haar niet hoeven schrijven. Nee, ze besloot er blij mee te zijn. Ergens blij mee zijn of niet was vaak gewoon een keuze, besefte ze, opgetogen dat ze die had gemaakt.
Ze stond op en ging naar beneden. Het werd tijd dat ze de culinaire wereld op internet ging afstruinen naar recepten.
Het samenstellen van het menu was een leuke bezigheid. Zoë’s moeder had stapels kookboeken, en Zoë zelfs nog meer, om van de recepten op internet nog maar te zwijgen. Haar moeder stortte zich vol enthousiasme op het project en haar vader proefde behulpzaam de hapjes die hem werden geserveerd.
‘Je bent geen slechte kok, Zoë,’ zei hij, nadat hij een miniquiche van fijngesneden champignons en een gepocheerd kwarteleitje had geproefd.
Zoë fronste nadenkend. ‘Dank je. Wij vonden het ook lekker maar ik twijfel nog. Het is eigenlijk te klein voor een voorgerecht.’
‘Dan serveer je er toch twee.’ Haar vader dacht het ei van Columbus te hebben gevonden.
Zoë schudde haar hoofd. ‘Twee ziet er niet mooi uit en drie is te veel. Ik zal iets anders moeten verzinnen.’
‘Jammer,’ zei haar vader.
‘Geen nood, er is nog meer. We eten het vanavond.’
Het uitzoeken van de diverse gangen met iemand die je graag zag winnen was veel leuker dan het alleen te moeten doen. Haar moeder kon zelf ook goed koken, hoewel ze niet helemaal begreep wat er van kandidaten in een kookwedstrijd werd verwacht.
‘Er is inderdaad niets lekkerder dan een perfect kopje soep, maar dat is in deze fase van de wedstrijd niet genoeg,’ legde Zoë uit.
Haar moeder zuchtte. ‘Ik probeer een lekker gerecht te bedenken dat redelijk eenvoudig te bereiden is.’
Zoë dacht terug aan de beste restaurants waar ze ooit had gegeten. Soms werd er als amuse soep geserveerd, die vaak het lekkerst smaakte van de hele maaltijd. ‘Misschien dat één van de vier gangen wel iets eenvoudiger kan.’
‘Zolang het maar perfect is?’
‘En mooi wordt gepresenteerd.’
‘Je kunt de koffiekopjes van mijn huwelijk wel gebruiken als je wil. Ik gebruik ze toch bijna nooit,’ zei haar moeder.
Zoë kon even geen woord uitbrengen. Haar moeders koffiekopjes waren antiek, Spode-porselein met gouden randen en een dessin van peulen en ranken in zachtgroen. Zoë had ze altijd prachtig gevonden. ‘Maar mam,’ ze moest haar keel schrapen, zo geroerd was ze door het aanbod, ‘stel dat ze stukgaan.’
‘Waarom zouden ze stukgaan? En dan worden ze tenminste voor iets moois gebruikt. Ik gebruik ze zelf echt bijna nooit.’
‘Maar ze zijn heel bijzonder.’
‘Dat weet ik. Daarom moet jij ze ook voor deze bijzondere gelegenheid gebruiken.’
Zoë stelde zich een erwtensoep voor in precies dezelfde kleur als de kopjes. Het zou er prachtig uitzien. Ze gaf haar moeder een knuffel. ‘Als je het zeker weet…’
‘Natuurlijk. Oké, en wat wil je daarna serveren? Een voorgerecht of vis?’
‘Vis, denk ik. Ze letten ook op techniek. Ze willen iets moeilijks wat veel tijd vergt. Als het te eenvoudig lijkt, kost me dat punten. Maar ik denk toch dat ik voor een simpele vis kies. Een zonnevis of iets dergelijks.’
‘Je hebt het soezendeeg voor de soesjes. Dat is al behoorlijk technisch.’
‘Ja. En daar heb ik er al massa’s van kunnen oefenen.’
‘Dat weet ik,’ zei haar moeder. ‘Mijn boekenclubje vond je eclairs zalig.’
‘Misschien moet ik de karamel en gesponnen suiker nog eens uitproberen.’
Haar moeder grinnikte. ‘Wat voor kunstjes moet je nog meer doen? Jongleren?’
Zoë lachte. ‘Uitbenen, vullen, iets “op drie manieren” klaarmaken, en dan het liefst van iets wat je normaal nooit zou eten.’
‘Zoals hazelmuis bijvoorbeeld?’
‘Ja, maar dan liever een niet-bedreigde diersoort. Konijn bijvoorbeeld.’
‘Hou jij van konijn?’ Zoë’s moeder werd zo enthousiast dat ze Stampertje in de pan zou doen als het moest.
‘Niet echt. Ik zou iets van gevogelte of wild kunnen nemen.’ Zoë liet alle diersoorten die ze kon bedenken de revue passeren maar kon niets vinden wat haar inspireerde.
‘Of biefstuk.’
Zoë keek haar moeder aan alsof ze gek geworden was, maar toen veranderde haar uitdrukking. ‘Een vulling van biefstuk is nogal ongewoon. Ik zou een mini-beef Wellington kunnen maken, een perfect gebakken biefstuk met Jenga-friet – je weet wel, die frieten die je kunt stapelen, zoals met dat blokkenspel – en misschien tartaar?’
Haar moeder knikte. ‘En wat dacht je van een koud gerecht op een warm bord?’
Zoë dacht even na. Haar moeder had iets met warme borden wat niemand van de rest van de familie begreep. Maar misschien was het een idee. ‘Of een kleine, perfecte hamburger? Knapperige, gefrituurde uien? De perfecte relish? Die zou ik van tevoren kunnen klaarmaken. We mogen zes ingrediënten gebruiken die we niet zelf of al eerder hebben gemaakt.’
Het perfecte menu samenstellen kostte een paar dagen, veel vellen papier, bezoekjes aan de bibliotheek, veel surfen op internet, en nog bleef de martelende besluiteloosheid knagen. Maar het was leuk om te doen en op de momenten dat Zoë niet aan Gideon dacht, werd ze er volledig door in beslag genomen.
Toen ze eindelijk tevreden was over haar menu, stortte ze zich op de bereiding van de volmaakte relish en de beste, lichtste vissaus ooit. Ze gaf een behoorlijk bedrag uit aan ananaskersen en eetbaar bladgoud.
Als Zoë en haar moeder niet over eten praatten, dachten ze na over wat Zoë naar het feest en de fotosessie zou dragen. Zoë’s moeder vond dat ze er niet genoeg aandacht aan besteedde.
‘Maar het is een kookwedstrijd, mam, geen Britain’s Next Top Model!’
‘Geloof me, lieverd, als je er geen werk van maakt, krijg je daar achteraf spijt van. Wedden dat Cher er tiptop zal uitzien?’
Jenny, die was komen lunchen en telkens de kant van Zoë’s moeder had gekozen, knikte. ‘Je moet er superhot uitzien.’
Zoë’s moeder haalde haar wenkbrauwen op maar knikte. ‘Hoe zit het met die jongen op wie je een oogje hebt? Denk je dat hij ook komt?’
Zoë lachte om het feit dat ze Gideon een jongen noemde. ‘Ik denk dat ik serieuzer en overtuigender overkom als ik niet met Cher ga wedijveren om wie er het leukst uitziet.’
Zoë’s moeder en Jenny wisselden wanhopige blikken uit.
‘Oké! Ik wil er geweldig uitzien. Voor zover mogelijk, want ik ben vrij klein.’
‘Petite, lieverd.’
‘En dankzij Jimmy Choo, Louboutin et cetera hoeft niemand daar genoegen mee te nemen,’ zei Jenny.
‘Voor een paardenmeisje ben jij aardig op de hoogte van schoenenontwerpers,’ mompelde Zoë.
‘Zeg, ik leef niet onder een steen!’ kaatste Jenny terug.
‘Ik hou meer van Emma Hope,’ zei Zoë’s moeder weemoedig. Waarschijnlijk dacht ze terug aan haar jeugd.
‘Moet ik niet ook iets aan mijn haar laten doen?’ vroeg Zoë. Ze begon langzaamaan warm te lopen voor het idee dat ze zich ging opdirken voor het feest.
Jenny bekeek Zoë’s kapsel, dat zoals gewoonlijk een tikje wild zat. ‘Ik vind het iets langer mooier, maar ik kan me voorstellen dat je eens iets anders wil.’
Zoë nam een lok krullen tussen haar vingers. ‘Ik vraag me af hoe ik eruit zou zien met steil haar.’
‘Dat is heel bewerkelijk,’ zei Jenny.
‘Waarom gaan jullie niet naar Debbie?’ zei haar moeder. ‘Dat is de beste kapster in de wijde omgeving. Al mijn vriendinnen gaan erheen.’
Zoë beet op haar lip. De vraag was of het ‘al mijn vriendinnen gaan erheen’ een aanbeveling was, aangezien haar vriendinnen van een andere generatie waren.
‘Klopt,’ zei Jenny. ‘Ze is erg goed. Ze heeft het haar gedaan van een vriendin van mij, die ging trouwen. Ze kiest de perfecte coupe voor je.’ Ze keek verlekkerd naar het laatste roomsoesje. ‘Mag ik die laatste? Ik weet het, ik heb er al twee gehad, maar ze zijn zalig.’
Zoë schoof het bord naar haar toe. ‘Ga je gang. Wij kunnen geen soesjes meer zien. Ik maak ze blindelings.’
‘O ja?’ Jenny leek het bijna te geloven.
Zoë klakte met haar tong. ‘Figuurlijk gesproken. Maar ik heb het nu zo vaak gedaan dat ik me daar tijdens de wedstrijd niet meer druk om hoef te maken.’
Debbie was briljant. Om te beginnen was ze slechts een paar jaar ouder dan Zoë, dus ze kende de trends en wist wat Zoë goed zou staan. Ze kwam thuis met een flinke bos krullen die ze los of opgestoken kon dragen, of met een haarband.
Ze vroeg zich onwillekeurig af hoe Gideon op haar nieuwe kapsel zou reageren. Hij hield van haar nonchalante look, dus waarschijnlijk vond hij dit ook leuk. Althans, dat hoopte ze. Ze verlangde er hevig naar hem weer te zien.
Haar moeder maakte en betaalde voor een afspraak om haar nagels te laten doen. En omdat ze er toch was, liet ze ook gelijk haar wenkbrauwen epileren. Even overwoog ze of ze haar oogwimpers zou laten verlengen, maar het meisje zei: ‘Dat heb jij helemaal niet nodig. Je wimpers zijn mooi zoals ze zijn.’
Ze liep half dansend naar huis en draaide rond voor haar moeder en later voor haar vader, die zei: ‘Volgens mij zie je er nog hetzelfde uit als voordat je al dat geld uitgaf. Maar goed, ik heb er geen verstand van.’
Hij kreeg een liefdevolle por en werd met de krant naar de zitkamer gedirigeerd.
‘Je ziet er fantastisch uit, kind. Misschien niet zo heel veel anders dan vanmorgen, maar wel veel verzorgder. Jonger ook, en een tikje Frans. Die Cher kan inpakken.’
‘Mam! De wedstrijd draait niet om uiterlijk.’
‘Natuurlijk wel,’ zei haar moeder. ‘Alles draait om uiterlijk.’
Twee weken later nam Zoë de trein naar Londen met een koffer vol op het laatste nippertje veranderde outfits, exotische ingrediënten die het televisiebedrijf misschien niet kon leveren en haar moeders antieke koffiekopjes die haar geluk moesten brengen.
‘Maar goed dat je in Swindon niet hoeft over te stappen,’ zei haar vader. Hij hielp haar de bagage naar het perron te brengen.
‘Ja, en op Paddington hoef ik alleen maar in een taxi te gaan zitten.’
‘Alsof je weer naar de universiteit gaat. Alleen is het dit keer bijna nog enger,’ zei haar moeder. ‘Weet je zeker dat je mijn Bach-bloesemdruppels niet wil meenemen? Voor het geval je té zenuwachtig wordt?’
‘Het komt goed, mam. Echt waar. Ik bedoel, ik doe wat ik kan.’
‘Zolang je maar je best doet. Papa en ik zijn trots op je.’
‘Weet je zeker dat jullie niet naar de uitzending van de finale en de afterparty komen?’
‘Lieverd, aan één kant zou ik het heel leuk vinden, maar je vader moet werken en ik vind het niet prettig om daar alleen te moeten zitten. Ook al heb ik niet zoveel kleren, ik zou niet weten wat ik aan moet.’
Zoë zuchtte. ‘Je bent niet alleen. Ik ben er toch ook?’
‘Jij hebt het veel te druk en ik zou me doodzenuwachtig maken om jou. En als ik me ellendig voel, maak jij je toch maar zorgen om mij.’
Dat viel niet te ontkennen. Haar moeder was makkelijk in het contact met mensen die ze kende maar eigenlijk was ze heel verlegen. Daarbij had ze snel last van plaatsvervangende zenuwen. Zoë wilde haar niet dwingen tot iets waar ze niet van zou kunnen genieten. ‘Oké, als je het dan echt niet wil.’
Zoë omhelsde haar ouders. Ze hoopte dat de trein snel kwam of dat haar moeder zou weggaan voordat ze ging huilen. ‘Als jullie nog een beetje willen shoppen, kun je nu beter gaan, anders is het parkeerkaartje al weer verlopen.’
‘Oké, oké, ik snap de hint.’ Haar moeder omhelsde haar nog een keer stevig. ‘We houden contact.’
Zoë had zich nog maar net geïnstalleerd in de trein of haar telefoon piepte. Het was een sms’je van Jenny. ‘Succes. Ik kan niet wachten tot het wordt uitgezonden!’ Zoë had amper stilgestaan bij de televisie-uitzendingen, maar nu Jenny erover begon, besefte ze dat ze tegen die tijd waarschijnlijk het liefst zou onderduiken. Ze wist niet of ze naar de uitzendingen zou durven kijken. Misschien als ze zich op de bank tegen Gideon aan kon nestelen. Ze schudde zichzelf wakker uit haar dagdromen, opende haar map en dwong zichzelf na te denken over haar biefstuk ‘op drie manieren’.