14
Toen Zoë haar auto achter de Golf van haar moeder op de oprit parkeerde, had ze het gevoel dat ze tien jaar ouder was geworden sinds ze van huis was vertrokken.
Haar moeder kwam het huis uit om haar te begroeten. ‘Lieve schat, wat zie je er afgepeigerd uit!’
‘Dank je, mam,’ zei Zoë. Haar moeder omhelsde haar en ze gaf haar een stevige knuffel terug. ‘Wat heerlijk om weer thuis te zijn!’ Ze meende het. Ze had het gevoel dat ze de voorbije week onder een stolp had geleefd, waar het er zeer intens aan toe was gegaan. Het was goed er even een paar dagen tussenuit te zijn.
Haar moeder pakte haar tas en liep achter Zoë aan naar binnen. Zeb, de hond, moest worden begroet en zelfs de kat kwam haar spinnend kopjes tegen haar been geven.
‘Jenny wil ook graag met je afspreken. Ze wil alles horen.’
Zoë geeuwde. ‘Morgen misschien. Ik wil vandaag niet te laat naar bed.’
‘Oké. Papa is op tijd thuis, dus we kunnen vroeg eten.’
‘Wat eten we?’ Het gesprek van de avond ervoor had haar nieuwsgierig gemaakt naar wat haar moeder zou koken.
‘Shepherd’s pie met erwtjes, en appeltaart na,’ zei haar moeder meteen.
Zoë gaf haar moeder nog een knuffel. ‘Wat ken je me toch goed.’
‘Dat mag ik hopen.’ Ze keek op haar horloge. ‘Het duurt nog even voordat papa er is. Wil je je misschien eerst nog even opfrissen of in bad?’
‘Ik heb gisteren in een chic hotel gelogeerd, dus ik heb me uitgebreid kunnen wassen, maar een bad zou heerlijk…’
‘Met schuim?’
‘En een boek.’
Zoë’s moeder lachte. ‘Net zoals vroeger toen je nog studeerde en in het weekend naar huis kwam.’
Na een gezellig en verkwikkend avondje met haar ouders was Zoë de volgende dag weer fit genoeg om met haar beste vriendin, Jenny, af te spreken. Het probleem met Jenny was echter dat Zoë niets voor haar verborgen kon houden en dat ze alle details over haar affaire met Gideon uit haar zou hebben getrokken nog voordat ze halverwege hun eerste glas wijn waren. Zoë zat er niet mee. Ze wilde maar al te graag over hem praten. Dat scheen een kwaal van verliefde mensen, of wat ze dan ook was, dat ze het liefst de hele dag over hun teerbeminde praatten. Niet dat ze niet vertrouwelijk met haar moeder omging, maar de kans dat haar omgang met Gideon geen happy end zou kennen was groot en ze wilde haar moeder niet ongerust maken. Bovendien gaf haar bezorgde blik Zoë altijd een vervelend gevoel. Met Jenny, die ze al vanaf de basisschool kende, had ze altijd alles gedeeld. En aangezien Jenny’s motto was dat elk probleem in de nabijheid van een paard kon worden opgelost, had Jenny in het telefoongesprek de avond ervoor voorgesteld dat Zoë naar de manege zou komen, waar ze haar paard had staan. Zoë wilde daar wel vroeg voor opstaan.
Jenny’s paard, Prins Albert – afgekort Bert – stond met een touw vastgebonden aan de buitenbak terwijl Jenny bezig was zijn stal uit te mesten. Zoë liep meteen naar hem toe voor een praatje. Zijn krachtige uitstraling had iets troostends en ze kende hem al zo lang dat ze goede vrienden waren geworden.
‘Hé, Zoë!’ riep Jenny. Ze liep met een kruiwagen naar de mestvaalt. ‘Hoe is het?’
‘Goed, dank je. En met jou en onze lieve Bert?’ Ze streelde het grote hoofd dat op haar schouder leunde en waarvan de fluweelzachte lippen iets in haar oor fluisterden.
‘Prima. Maar wíj hebben niet meegedaan aan een kookwedstrijd! Vertel op, ik wil er alles over horen.’
Zoë voelde Jenny’s onderzoekende blik op zich gericht terwijl Bert en zij communiceerden met strelingen, hete adem, gesnuif en gemurmel. Jenny had het griezelige vermogen het aan te voelen wanneer Zoë iets voor haar verborgen hield.
‘Ik hou van Bert. Hij is er altijd voor je. Hij stelt geen vragen,’ zei Zoë.
‘Het is wederzijds, dat zie je zo. Maar ik hou ook van jou en stel wél vragen. Pak een bezem en help me de stal uitmesten.’
Zoë deed met liefde wat haar werd gevraagd. Op een of andere manier kreeg ze haar gedachten beter op een rijtje als ze bezig was. Ze had op de terugweg naar huis alleen maar aan Gideon kunnen denken en het was nog altijd een warboel in haar hoofd. Misschien hielp het uitmesten van de stal de mist op te klaren.
‘En, hoe zijn de andere kandidaten?’ vroeg Jenny. Met een behendige zwaai wierp ze een lading mest in de kruiwagen.
‘De meesten zijn heel aardig. Maar de leukste is er afgelopen ronde uit gegaan. En er zit een meisje bij dat ik niet mag en dat probeert me dwars te zitten.’
‘Maar jij kunt toch altijd met iedereen opschieten?’
‘Ja, maar niet met haar dus. Waarschijnlijk omdat zij míj niet mag.’
‘Vertel eens iets meer over haar.’
Zoë concentreerde zich op haar bezem, die ze in een moeilijk hoekje wilde krijgen. ‘Ze is beeldschoon en heel gefocust, en heeft zeker twee keer geprobeerd mij tegen te werken.’
‘Drama! Heb je het aan iemand verteld? Aan de jury bijvoorbeeld?’
‘Eh… Nee. Ik ben niet in de positie om dat te doen.’
‘Waarom niet? Zijn ze niet benaderbaar? Vloeken ze te veel? Of wat?’
Zoë beet op haar lip. ‘Of wat.’
‘Hoe bedoel je?’ Jenny leunde op haar schep en keek haar vriendin doordringend aan.
‘Een van de juryleden is erg aantrekkelijk.’
‘O, ben je verliefd op iemand van de jury? Dat had je vast niet zien aankomen.’
‘Het is zelfs verder gegaan dan dat.’
‘Aha.’ Jenny dacht even na. ‘Weet je wat? We gaan een eindje rijden. Als jij Bert neemt, vraag ik aan Annabel of ik Buzz kan lenen. Dat vindt ze vast goed. Ik sms haar wel even.’ Jenny haalde haar mobiel uit haar zak.
‘Maar ik heb in geen eeuwen paardgereden,’ sputterde Zoë tegen, opgewonden en nerveus bij het vooruitzicht weer op een paard te moeten zitten.
‘Paardrijden verleer je niet,’ zei Jenny. Ze liep naar de tuigkamer. ‘Net als…’
‘Nee, het is niet net als fietsen,’ zei Zoë. Zeiden ze dat ook niet van seks? Jeetje, het leek wel of ze tegenwoordig aan niets anders meer kon denken.
‘Een beetje wel,’ zei Jenny. ‘Er gebeurt niets. Bert zal heel voorzichtig met je zijn. We gaan gewoon het bos in. Dan kunnen we naast elkaar rijden en even bijkletsen. Ik wil alle bloedstollende details horen.’
Ze reden door de bossen naar de plek waar ze als dertienjarigen vaak hadden paardgereden. Zoë merkte algauw dat het heel vertrouwd aanvoelde op Berts rug.
‘Ik was vergeten hoe mooi het hier is,’ zei ze tegen Jenny toen ze een open plek aan de rand van het kreupelbosje bereikten.
‘Je zou hier vaker moeten komen. Annabel is altijd blij als Buzz bereden wordt en Bert en jij zijn een mooi team.’
‘Tijdgebrek, hè?’ zei Zoë. Ze liet haar blik over de planten en heesters glijden en dacht terug aan de mooie tijd die ze hier met Jenny had doorgebracht. ‘O, kijk, wilde knoflook,’ zei ze. ‘Is het daar niet een beetje laat voor?’
Jenny haalde haar schouders op. ‘Hangt er waarschijnlijk van af waar het groeit. Ik heb er laatst een heerlijke pesto van gemaakt.’
‘O? Heb je tegenwoordig wat meer tijd om te koken?’
‘Een beetje. Nou, kom naast me rijden en vertel me wat je allemaal hebt uitgespookt. En denk erom, er wordt niets verzwegen!’
‘Klinkt goed. Echt heel romantisch,’ zei Jenny toen Zoë haar verhaal had gedaan. Het was een hele opluchting om met iemand over Gideon te kunnen praten, en dan vooral met iemand die ze onvoorwaardelijk vertrouwde en die haar door en door kende.
‘Maar het is fout! Hij zit in de jury. En waarschijnlijk gebruikt hij me gewoon voor een avontuurtje, want volgens Sylvie is hij nog steeds niet over zijn jeugdliefde heen.’
‘Natuurlijk is hij daar allang overheen.’ Jenny, praktisch als altijd, had geen geduld voor zoiets als kalverliefdes. ‘Maar hij lijkt me aardig. Ik heb niet het gevoel dat het hem maar om één ding te doen is.’
‘Denk je? Ik ben blij dat je dat zegt. Als ik bij hem ben, kan ik dat heel moeilijk inschatten omdat ik alles door een roze bril zie.’ Ze zuchtte. ‘Maar ik moet zorgen dat ik mijn hoofd bij de wedstrijd hou. Ik had niet verwacht dat ik zo ver zou komen, Jenny, maar ik krijg steeds meer het gevoel dat ik kan winnen. Niet dat er geen andere goede kandidaten bij zitten. Becca, bijvoorbeeld, is heel goed maar ook een zenuwpees.’
‘Ben jij dan niet op van de zenuwen?’
‘Meestal wel, maar ik kan ermee omgaan. Dat is niet altijd even makkelijk, maar het gaat.’
‘Knap hoor!’ Ze keerde Buzz met de teugel. ‘Heb je zin om die heuvel daar rustig op te draven? Dat vindt Bert heerlijk.’
‘Oké. Maar wel rustig aan, hè, Bertie?’
‘Tuurlijk. Komt helemaal goed.’
Toen Zoë die namiddag weer bij haar ouderlijk huis aankwam, voelde ze zich beter en had ze meer vrede met de situatie. Ze had geweten dat het haar goed zou doen om er met Jenny over te praten. Haar vriendin vond het niet verschrikkelijk wat ze had gedaan. Verliefd werd je gewoon, dat had je niet in de hand. Maar Jenny had haar wel aangeraden zich zoveel mogelijk op de wedstrijd te concentreren. En net als Fenella vermoedde ze dat Gideon op haar zou wachten als hij écht om haar gaf.
Zoë was nu vastbesloten om zich op haar koken te richten. Ze zou proberen Gideon te ontlopen totdat de wedstrijd voorbij was, althans, voor háár voorbij was. Ze wist dat ze het kon. Ze kon heel wilskrachtig zijn als ze zich eenmaal iets had voorgenomen. Sterker nog, sprak ze zichzelf toe, ze zou geen seconde meer aan hem denken.
Ze ging naar bed en droomde van hem.