26
Zoë trok haar jurk over haar hoofd aan. Ze had zich erbij neergelegd dat ze naar het feest moest, ook al was ze vanbinnen een en al onrust. Ze snakte ernaar Gideon te gaan zoeken om met hem te praten, maar was bang dat hij nog altijd woedend op haar was. In haar ogen had ze geen andere keus gehad dan opzettelijk te verliezen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hem. De vraag was of hij dat ook zo zou zien. Of zou hij zeggen – en daarin zou ze hem gelijk moeten geven – dat ze de wedstrijd voor niets verloren had omdat Cher de foto’s nog altijd op haar mobiel had staan en ze hen dus nog altijd kon chanteren?
Ze wilde echter alles in de strijd gooien. Ze wilde de volmaakte, elegante vriendin zijn. Bovendien vond ze het leuk om er voor de afwisseling eens glamourachtig uit te zien. Hij had haar nog nooit mooi opgemaakt en in een jurk met hippe pumps gezien. Niet dat ze kon wedijveren met Cher, die er, gebruind, gebotoxt en strak geëpileerd, uitzag als een model, maar om haar hoefde ze zich niet meer druk te maken. Of wel?
Door een slimme timing lukte het Becca en Zoë samen een taxi te nemen. Cher stond zich nog op te dirken en Shadrach was direct vanuit de bioscoop waar ze naar het programma hadden gekeken, naar het feest gegaan. De kans was groot dat hij zijn kokspak nog aanhad, dat er waarschijnlijk niet al te fris meer uitzag.
Mike kwam naar hen toe. ‘Becca! Zoë! Wat zien jullie er schitterend uit. Tiptop. Niet dat jullie er anders niet mooi uitzien, maar nu is het helemaal áf.’ Hij keek vooral naar Zoë en het lukte haar een glimlach op te brengen.
‘Ik ben op mijn paasbest. Gewassen en geschoren, en dat overal!’
Mike lachte. ‘Bespaar me de details. Becca, loop je even met mij mee?’
Zoë had liever dat Becca haar gezelschap had gehouden. Ze werd ineens verlegen. Op het feest liepen allemaal vreemden rond, die luidruchtig met elkaar stonden te praten. Haar moeder zou het vreselijk gevonden hebben.
Toen viel haar oog op Gideon. Hij stond aan de andere kant van de zaal. Zij wilde niet als eerste naar hém toe gaan, maar vond wel dat ze hem de kans moest geven haar te zien door in zijn buurt te gaan staan. Ze zette een vastberaden gezicht op en baande zich verontschuldigend een weg door de menigte.
Toen ze haar doel naderde, zag ze Sylvie, die haar had begeleid tijdens de restaurantopdracht. Ze liep naar haar toe om haar te begroeten, zodat ze minder verloren zou lijken.
‘Hoi, Sylvie! Hoe is het?’
‘Zoë! Hoi! Wat jammer dat je niet hebt gewonnen. Als je je biefstuk niet te zout had gemaakt, was het je gelukt. Dat vind ik trouwens niets voor jou. Je smaak is goed.’ Sylvie leek Zoë’s verlies persoonlijk op te vatten.
Zoë haalde verontschuldigend haar schouders op. ‘Ach, je weet hoe dat gaat. Ik was nerveus.’
Sylvie schudde ongelovig haar hoofd. ‘Maar de vis was perfect, althans zo zag hij eruit. Dat doet me goed.’
‘Je hebt me uitstekend geholpen,’ zei Zoë. ‘Ik zal je altijd dankbaar blijven voor wat je me hebt geleerd.’
‘Je was een goede leerling.’ Sylvie zweeg even. ‘Wat zei Gideon over de zoute biefstuk?’
‘Ik heb hem daarna nog niet gesproken,’ zei Zoë.
‘Hij vilt je levend,’ zei Sylvie kalm. ‘Hij weet hoe goed je kunt zijn. Dat zegt hij tegen iedereen.’
Daar schrok ze van. Ze had nooit verwacht dat hij met anderen over haar kookvaardigheden sprak. Het leek onder de omstandigheden ietwat indiscreet. Ze voelde een lichte paniek bij de gedachte dat hij over andere zaken ook niet discreet was geweest, maar besefte meteen dat hij zoiets nooit zou doen. Zo was hij niet. Het duurde echter even voordat haar hart niet meer tekeerging als een opgeschrokken vogel in een kooi en gelijke tred hield met haar hoofd.
Zoë rechtte haar rug. ‘Dan zal ik nu maar even met hem gaan praten.’ Als Sylvie zou weten wat er speelde, zou ze roepen dat Zoë eerst levend gevild en daarna aan het spit geregen zou worden.
‘Ik wacht hier met een glas cognac en een nat washandje op je,’ zei Sylvie. ‘Dat je zo’n fundamentele fout kunt maken…’
Zoë stond zich net op te laden voor het vervelende gesprek dat haar te wachten stond, toen ze een beeldschone blondine Gideon van achter zag naderen. Omdat Gideon met iemand stond te praten, zag hij haar niet, maar Zoë en Sylvie zagen duidelijk dat ze hem wilde verrassen. Ze sloeg van achteren haar armen om hem heen en kuste hem op zijn wang. Zoë zag dat Gideon zich verbaasd omdraaide en haar vervolgens breed grijnzend in zijn armen nam en haar een knuffel gaf.
‘Dat is zijn vrouw,’ mompelde Sylvie naast haar. ‘Ik heb hem gegoogeld – je weet wel, nadat we het over hem hadden gehad – en herken haar.’
Zoë’s knieën knikten en het had niet veel gescheeld of ze had zich aan Sylvie vastgegrepen. Ze slikte om haar kurkdroge mond te bevochtigen. Ze was misselijk en duizelig tegelijk en zou willen dat ze op bevel kon flauwvallen. Maar ze kon zich amper bewegen. Om een of andere reden kwamen de mensen om haar heen steeds dichterbij en stonden Sylvie en zij algauw als haringen in een ton. Een onopvallende aftocht zat er niet in. Ze keek naar Gideon en smeekte in stilte dat hij in haar richting zou kijken en op een of andere manier haar twijfels zou wegnemen. Maar in plaats daarvan zag ze dat de blondine – zijn vrouw – hem nog dichter tegen zich aan trok. ‘Lieverd!’
Zoë wist niet of ze de vrouw boven het lawaai uit had verstaan of dat ze het zelf had ingevuld, maar de lichaamstaal van de vrouw sprak boekdelen. Deze vrouw was gek op Gideon en hij leek al even gek op haar. Hij lachte om iets wat ze in zijn oor fluisterde. Zoë kon de aanblik niet langer verdragen, maar kon ook niet weg. De mensen om haar heen stonden te dicht tegen haar aan.
Toen draaide Gideon zich om en kreeg haar in het oog. Hij glimlachte en wenkte haar. Dat was de schok die ze nodig had om haar verkrampte lichaam in beweging te krijgen. Wilde hij haar voorstellen aan zijn vróúw? Hoe kon hij? Hoe kon iemand met een hart zoiets doen?
‘Lijkt me niet het moment voor een praatje,’ mompelde ze tegen Sylvie. ‘Trouwens, ik moet naar de wc. Ik zie je straks wel weer.’ Ze maakte aanstalten de menigte te ontvluchten maar keek onwillekeurig nog een keer om naar Gideon.
Hij keek haar onthutst na.
Wat dacht hij wel niet? Vechtend tegen de tranen schudde ze haar hoofd en baande zich vastberaden een weg door de menigte. Het lukte haar de gang te bereiken. Ze ging op zoek naar het damestoilet, waar ze alleen kon zijn en zichzelf weer onder controle kon krijgen, toen Gideon ineens voor haar neus stond.
Het moest hem gelukt zich sneller door de menigte te bewegen dan zij. Hij leek van slag, gekwetst zelfs.
‘Zoë, wat doe je? Waar ga je heen?’
‘Naar huis!’ zei ze impulsief.
‘Maar we moeten praten. Ik wil je voorstellen aan mijn…’
‘Aan je zús? Je bent gek!’ Zo snel haar hoge hakken haar konden dragen liep ze verder de gang in.
‘Godnogantoe!’ Hij kwam achter haar aan en greep haar net voordat ze de hoek om ging bij haar arm. ‘Zoë! Doe niet zo belachelijk!’
Ze schudde haar hoofd. ‘Ik doe niet belachelijk. Ik doe wat ik moet doen. Je bent getrouwd. Je vrouw is hier. Het is duidelijk dat jullie van elkaar houden. Doe nu niet alsof dat niet zo is. We hadden…’ ze keek om zich heen om zich ervan te vergewissen dat niemand haar kon horen, ‘… een avontuurtje. Maar ik wil je huwelijk niet kapotmaken. Ik ga naar huis en ga verder met mijn leven.’
‘Het is niet wat je denkt!’ Gideon perste zijn lippen op elkaar en keek fronsend op haar neer.
Zoë wist dat ze elk moment in huilen kon uitbarsten. Ze was moe, overspannen en nerveus. ‘Ach, hoe cliché,’ beet ze hem toe. ‘Ik zou een andere tekstschrijver zoeken als ik jou was!’
‘Doe niet zo onredelijk!’
‘O, nu ben ík onredelijk? Het spijt me, maar ik heb geen zin in jouw gezellige “ménage à trois”. Daar ben ik te ouderwets voor.’
‘Dat bedoel ik helemaal niet.’
‘Dan niet. Ik zet er een punt achter. Wat het ook was dat we met elkaar hadden.’ Wreed genoeg gingen haar gedachten terug naar hun tijd op Somerby, toen ze nog een verliefd stel waren. Ze wist dat ze haar tranen niet veel langer kon bedwingen.
‘Je kunt het niet zomaar opgeven!’
‘Jawel.’ Ze bleef staan en wipte de schoenen van haar voeten. Als door een wonder zag ze ineens het bordje van het damestoilet en rende ernaartoe. Ze hoorde voetstappen achter zich. Het zweet brak haar uit. Ze moest bij de deur zijn voordat hij bij haar was.
Ze kreeg hulp uit onverwachte hoek. Een Amerikaanse stem riep door de gang: ‘Gideon? Lieverd? Er is hier iemand die je móét spreken…’
Toen hij bleef staan verdween Zoë door de deur van het toilet.
Ze leunde tegen de deur totdat ze zeker wist dat Gideon haar niet achternakwam en verschool zich toen in een wc-hokje.
Even later gooide ze net wat water in haar gezicht toen Fen met Glory binnenkwam.
‘Hé, Zoë! Ik ben zo blij dat ik je zie. Het is zo druk binnen, ik was al bang dat ik geen gedag meer kon zeggen. Ik verschoon Glory en dan ga ik naar huis.’
‘O? Nu al?’ Zoë had het gevoel dat haar enige vrienden gingen emigreren en dat ze nog een heel leven in haar eentje voor de boeg had.
‘Ja. We willen naar huis. Glory zit niet graag in de auto, we kunnen beter niet te laat teruggaan.’ Ze legde Glory op het verschoonkussen en trok haar luier uit. ‘Wat zijn jouw plannen?’
‘O, ik denk dat ik ook maar naar huis ga. Als je dat tenminste een plan kunt noemen.’
‘Denk je dat je ouders teleurgesteld zijn dat je niet hebt gewonnen?’ Fen tilde Glory’s beentjes op en schoof een schone luier onder haar billen.
‘Ja, maar ze zullen me het niet kwalijk nemen.’
‘Neem je het jezelf dan wel kwalijk?’ Fen keek haar nieuwsgierig aan. ‘Je hebt het geweldig gedaan!’
‘Nee. Nee, niet echt.’ Zoë vond het frustrerend dat ze niet kon zeggen dat ze het erg vond dat ze niet had gewonnen terwijl ze misschien wel eerste was geworden als ze niet gechanteerd was. Dan had ze een eerlijke kans gehad.
‘Wat ga je doen als je weer thuis bent? Afgezien van uitrusten natuurlijk.’
Zoë haalde haar schouders op en vroeg zich af of ze ooit nog ergens zin in zou hebben. ‘Een beetje luieren en dan een baan zoeken, denk ik.’
‘Ik neem aan dat je geen zin hebt om met ons mee terug te gaan? We hebben een groot feest dit weekend en ik zou je hulp goed kunnen gebruiken. Er is weer een bruiloft van Sarah.’
Zoë dacht even na. Aan de ene kant wilde ze naar huis om getroost te worden door haar moeder, die dat al haar hele leven had gedaan bij tegenslag. Maar aan de andere kant zou ze op Somerby iets omhanden hebben. Ze zou geen tijd hebben om aan Gideon te denken en hoe het had kunnen zijn tussen hen. ‘Dat zal ik wel eerst even met mijn moeder moeten overleggen. Ik wil niet dat ze zich gepasseerd voelt.’
‘Dan bel je haar toch?’
Zoë pakte haar mobiel. Er werd meteen opgenomen. ‘Mam? Mam, ik heb niet gewonnen. Maar dat verbaast me niet echt. Becca, de kandidaat die heeft gewonnen, kan geweldig koken en kon eindelijk haar zenuwen in bedwang houden.’
‘Ach, jammer. Nou ja, ik vind het al heel knap van je dat je zo ver bent gekomen,’ zei haar moeder. ‘Vielen mijn koffiekopjes in de smaak?’
‘Dat kun je wel zeggen. Ze komen snel weer retour. Ik stuur ze je per expresse op.’
‘Kom je dan niet naar huis?’
Zoë zweeg even. ‘Ik hoop dat je het niet erg vindt, maar Fen heeft me gevraagd of ik mee terugga naar Somerby om te helpen met de baby. Ze hebben dit weekend een grote bruiloft.’ Ze haalde diep adem en speelde haar troefkaart uit. ‘Een mooie gelegenheid om niet te veel aan mijn verlies te hoeven denken.’
‘Natuurlijk moet je naar Somerby gaan, kind.’ Haar moeder leek blij voor haar dat ze niet in een gat viel. ‘En wie weet kom je zo ook nog aan werk!’
‘Ach mam, ik blijf niet lang, hoor. Ik zou je graag een stevige knuffel willen geven. Maar ik heb het gevoel dat ik dit nu moet doen.’
‘Het spijt me dat ik je ontvoer,’ verontschuldigde Fenella zich toen ze de nacht in reden. ‘De meeste baby’s vinden het heerlijk in een autostoeltje en vallen meteen in slaap. Maar onze Glory niet.’
‘Geeft niet,’ zei Zoë. ‘Ik ben blij dat ik Cher niet meer tegen het lijf kan lopen. Maar het geeft me wel het gevoel dat ik op de vlucht sla.’ Ze was niet meer teruggegaan naar het feest. Ze hoopte maar dat de anderen het niet erg vonden dat ze geen afscheid had genomen.
‘O?’ zei Rupert. Hij keek Zoë in de achteruitkijkspiegel aan.
‘Ach, weet je,’ zei Zoë, in de hoop dat ze zich niet had versproken. ‘Er is zoveel publiciteit geweest. En Cher en ik hebben nooit goed met elkaar kunnen opschieten.’
‘Hoe gaat het eigenlijk met Gideon en jou?’ vroeg Fenella. ‘Sorry dat ik erover begin, maar het viel me op dat hij met iemand anders op het feest was.’
‘Yep,’ zei Zoë zonder omwegen. ‘Hij is getrouwd.’
‘Dat meen je niet! Zoë, wat erg voor je!’ zei Fenella. ‘Wat een smeerlap.’
Zoë knikte. ‘Ja. Alle mannen zijn hetzelfde, de man in dit gezelschap uitgezonderd.’ Ze geeuwde hartgrondig. ‘Ik denk dat ik even mijn ogen dichtdoe. Ik ben doodop.’
‘Doe dat maar,’ zei Fenella. ‘Dat was ik ook van plan. Morgen overleggen we wel hoe we Gideon naar de andere wereld gaan helpen.’
Zoë was moe maar niet slaperig. Maar door te doen alsof ze sliep hoefde ze in elk geval niet te praten.
De grote Range Rover zoefde door de straten van Londen naar de autosnelweg en ondanks haar verdriet dommelde ze in. Toen ze wakker werd reden ze over de kronkelige weggetjes van Herefordshire. Ze waren bijna thuis.
Hoewel het zomer was, stond Fenella erop dat Zoë een warmwaterkruik mee naar bed nam en vond Rupert dat ze een stevige borrel nodig had. Ze nam beide mee naar de slaapkamer die Fen haar had toegewezen – helaas dezelfde als die waarin ze met Gideon had geslapen. Fenella legde meevoelend een hand op haar arm. ‘Het spijt me, maar dit bed is opgemaakt en ik wil niet dat je in de koeienstal slaapt. Ik wil dat je bij ons in huis bent.’
Ondanks de pijnlijke herinneringen die Zoë aan het bed had waarin ze zo gelukkig was geweest met Gideon, was ze blij dat ze in het huis kon logeren. Door de kruik en de whisky, en de vanzelfsprekende vermoeidheid na alles wat ze had meegemaakt, viel ze bijna direct in slaap.
Toen ze wakker werd hoorde ze vogels fluiten en scheen de zon door het raam naar binnen. Het duurde even voordat ze wist waar ze was en waarom. Ze was emotioneel zo van slag dat ze zich lichtelijk misselijk voelde. Ze stond op en liep naar het raam, in de hoop dat de zomerochtend haar goed zou doen.
Natuurlijk was ze blij dat ze niet gewonnen had en het chantagegevaar geweken was, hoewel ze er niet gerust op was zolang Cher de foto’s nog had. Bovendien was ze blij dat ze op Somerby door niemand kon worden lastiggevallen. Maar de herinnering aan de ruzie met Gideon deed fysiek pijn en voelde bijna als een gescheurde spier of open wond. Ze zag zijn gezicht weer voor zich. Ooit had dat gezicht teder naar haar gekeken, maar nu stond er alleen nog maar afkeer en verbijstering op te lezen.
Niet dat de schuld alleen bij haar lag. Ze waren beiden verantwoordelijk. Maar zij was niet gebonden geweest en Gideon wel. Hij had een vrouw die hij voor haar had verzwegen. En Becca was de terechte winnaar. Ze was veruit de beste kok. Zoë had een goede kans gemaakt totdat ze haar hart de regie had laten overnemen van haar hoofd. En dat voor een man die haar vergat te vertellen dat hij getrouwd was.
Alleen hield zij nog wel van hem, en dat zou zo blijven totdat de lijnen van haar hoofd en hart weer bij elkaar kwamen. Het probleem was dat haar hart niet wilde geloven wat haar hoofd maar al te goed begreep. Ze was een redelijk intelligente vrouw en toch kon ze haar hart – noch haar lichaam – ervan overtuigen dat hij een foute man was en dat ze beter af was zonder hem.
Ze nam een snelle douche, trok een zomerjurkje aan en ging onopgemaakt en met nat haar naar beneden.
‘Ik ben dol op de zomer,’ zei ze tegen Fenella en Rupert, die in de keuken waren, ‘omdat je dan maar één of twee kledingstukken hoeft aan te trekken.’ Ze was vastbesloten zich sterk voor te doen. Ze was dom geweest. Fenella had haar nog zo gewaarschuwd.
Fenella en Rupert lachten, zoals ook haar bedoeling was. ‘Wou je beweren dat je nu maar twee kledingstukken draagt?’ vroeg Fen.
‘Ja. En wees gerust: één daarvan is een onderbroek.’ Ze trok een stoel naar zich toe en ging zitten. ‘Waar is mijn petekind?’
‘Ze slaapt nog.’ Rupert pakte de babyfoon op alsof hij wilde controleren of hij het nog deed. ‘Ze heeft voordat we naar bed gingen nog een voeding gehad, dus dat was behoorlijk laat. Daarna heeft ze lekker doorgeslapen. Oké,’ zei hij handenwrijvend. ‘Ontbijt?’
Zoë ging tot haar eigen verbazing akkoord met eieren, bacon en worstjes. Ze wist niet dat ze zo’n honger had. Haar onverminderd luchtige toon had het gewenste effect. Niemand nam haar meewarig op of stelde vragen, en ze kon rustig van de thee genieten die Fenella voor haar had gezet terwijl Rupert het ontbijt klaarmaakte. Ze wist niet of ze zelf weer snel zin zou hebben in koken, maar het deed haar goed in de keuken van Somerby te zijn.
‘Oké,’ zei Rupert. Hij zette twee volle borden met eten op tafel. ‘Broodroostertoast of Aga-toast?’
‘Aga-toast natuurlijk.’
‘En,’ zei Fenella tegen Zoë toen alles wat ze nodig hadden voor hen stond, ‘wat ga je nu doen? En waarom heb je in hemelsnaam te veel zout op die biefstuk gedaan?’
‘Fen!’ zei haar echtgenoot verontwaardigd. ‘Ik moet tactvol zijn maar zelf ga je er vol in met je groene rubberlaarzen.’
‘Hè?’ zei Zoë. Ze keek van de een naar de ander en vroeg zich af waar het over ging.
‘Fen zei tegen me: “Rupes, niet over beginnen, hoor. Wees tactvol. Die arme meid,”’ citeerde hij. ‘En zij duikt er meteen bovenop. Hoezo tactvol?’
‘Aha.’ Zoë slaakte een diepe zucht. Ze dacht dat ze met haar zomerjurkje en opgewekte humeur, om van haar enorme eetlust maar te zwijgen, kon doen alsof er niets aan de hand was. IJdele hoop.
‘Wat ging er mis?’ vroeg Fen. ‘Je deed het zó goed. Ik kan me niet voorstellen dat jij per ongeluk te veel zout op je biefstuk doet.’
‘Denk je soms dat er meer mensen zijn die dat denken?’ Dan had ze een probleem.
‘Wat? Dat je met opzet te veel zout op je biefstuk hebt gedaan?’ zei Fenella nadenkend. ‘Eerlijk gezegd denk ik dat mensen die je niet kennen zullen denken dat het per ongeluk was.’
‘Dus het ging niet per ongeluk?’ vroeg Rupert met de spatel in zijn hand. Hij had zojuist een snee brood in het restje baconvet in de pan gelegd.
‘Natuurlijk niet!’ snauwde Fenella. ‘Ze kan hartstikke goed koken.’
‘Misschien wil ze er niet over praten,’ zei Rupert. Hij drukte met de spatel op het brood.
‘Ik hoop dat je dat gebakken brood nog wilt delen,’ zei Zoë, in een poging het moment van de waarheid uit te stellen.
‘Natuurlijk. Ik rooster het nog even in de oven. Dan ben je het vet kwijt en krijgt ie een lekker krokant korstje.’
‘Ik zet nog wat thee,’ zei Fen, ‘en dan vertelt Zoë ons wat er is gebeurd.’
‘Alleen als ze dat zelf wil,’ zei Rupert. Hij schoof het brood in de oven.
Fenella schudde haar hoofd. Ze ging helemaal op in haar rol van strenge rechercheur. ‘Sorry, maar je hebt geen keus. Je zult alles moeten vertellen.’
‘Oké,’ verzuchtte Zoë. ‘Met thee en gebakken brood laat ik me misschien mijn geheim ontfutselen.’
‘Je kunt er marmelade op krijgen als je wilt,’ zei Rupert, de aardige agent.
‘Lekker. Oké, komt ie.’ Zoë nam een hap van haar toast. ‘Het punt is, of beter, was…’ zei Zoë met haar mond vol, ‘… dat Cher foto’s heeft genomen van Gideon en mij samen.’
‘Hoe heeft ze dat gedaan?’ Fen zette uit verontwaardiging haar beker zo hard op tafel dat de thee over de rand golfde. ‘We doen ons uiterste best ons terrein zo veilig en privé mogelijk te maken. We willen dat onze gasten zich hier volledig kunnen ontspannen.’
‘Ze heeft ze genomen toen we voor de wedstrijd in het bos moesten foerageren,’ verklaarde Zoë. ‘Ze is niet in de slaapkamer geweest, hoor.’
Fenella zuchtte en ging zitten. ‘Oké.’
‘Dus ze heeft jullie betrapt toen jullie in het bos met elkaar aan het stoeien waren?’ zei Rupert. Hij trok quasiafkeurend een wenkbrauw op.
‘We waren klein hoefblad aan het plukken,’ zei Zoë waardig. ‘Maar misschien hebben we inderdaad even gezoend.’
‘Dat is de pest met die mobieltjes tegenwoordig,’ zei Fenella. ‘Dat je ermee kunt fotograferen. Moet je zien hoeveel ellende dat met zich meebrengt.’
‘Dat mag dan wel zo zijn, maar zonder mobiel zou ik nooit foto’s maken,’ zei Zoë.
‘Dat is waar,’ beaamde Fenella. Ze zuchtte. ‘Dus ze heeft foto’s van jullie genomen. Wanneer kwam je daarachter?’
‘Pas toen we in Londen waren, net voor de laatste uitdaging. Ze zei dat ze met de foto’s naar de pers zou stappen als ik won. Ze zal wel een paparazzo kennen. Cher of haar oom schijnt iedereen te kennen. Ze zei dat ik het programma een slechte naam zou bezorgen, en dat is natuurlijk ook zo, en dat het Gideons carrière zou schaden.’
‘En jouw carrière dan?’ zei Fenella.
Zoë glimlachte en beet op haar lip. ‘Ik denk niet dat Cher vind dat ik een carrière heb. En op dit moment heeft ze daar nog gelijk in ook.’
‘Dus je hebt het aan Gideon verteld? Wat vond hij ervan?’ vroeg Rupert.
‘Hij was woedend. Hij vond dat ik niet moest toegeven aan chantage. Maar ik had geen andere keus. Alles wat Cher naar buiten wilde brengen is waar.’
Fenella legde meevoelend een hand op Zoë’s arm. ‘En… zijn jullie nu gebrouilleerd?’
Zoë schoot bijna in de lach. ‘Hij was laaiend! Ik kon hem niet aan zijn verstand brengen dat ik geen andere keus had. Ik móést de wedstrijd wel verliezen.’
‘Dan had je wel een grotere blunder mogen begaan,’ zei Rupert. ‘Je hebt het uitstekend gedaan. Daarom vertrouwde ik die fout met het zout ook niet.’
‘O jee, dat zie ik nu ook in. Ik ben gewoon het hol van de leeuw binnengegaan en omdat ik wist dat ik niet kon winnen, heb ik me daar ook niet druk over gemaakt. Ik heb gewoon mijn menu klaargemaakt. Al doende besloot ik pas wat ik fout zou doen.’
‘Maar de anderen hebben ook fouten gemaakt,’ zei Rupert. ‘Jij presteerde over de gehele linie het beste.’
‘Rupert is dol op kookwedstrijden,’ verklaarde Fenella. ‘Geen idee waarom.’
‘En jij op verbouwingsprogramma’s,’ kaatste hij terug. ‘Hoe verklaar je dat dan? We hebben het hier druk genoeg met ons eigen landgoed.’
‘Rupert, denk je echt dat mensen doorhebben dat ik met opzet heb verloren? Dan heb ik een probleem.’
‘De rest ging allemaal zo goed,’ zei Fenella.
‘Dat is juist het gekke eraan. Als ik mijn best had gedaan om te winnen zou er van alles mis zijn gegaan. Ik was doodsbang dat Gideons carrière geruïneerd zou worden…’ Zodra ze besefte dat ze meer had gezegd dan de bedoeling was, hield ze zich in. ‘En toen kwam ik erachter dat hij getrouwd was en bleek ik meer te hebben verloren dan alleen de wedstrijd.’
‘Ik denk dat er nog meer thee gezet moet worden,’ zei Fenella. Ze maakte een handgebaar naar Rupert zonder hem aan te kijken. ‘Dus je houdt echt van hem?’
Zoë haalde diep adem. ‘Ik vond het al vreselijk dat hij boos op me was, maar voordat ik met hem kon praten, zag ik hem met…’ Haar stem stierf weg en ze kreeg een brok in haar keel.
‘Dus je houdt echt van hem?’ zei Fenella zacht.
Zoë knikte. ‘Maar het heeft geen zin. Hij wil vast nooit meer met me praten en is nog getrouwd ook. Ik ben misschien dom geweest, maar ik ga mijn leven niet verpesten door verliefd te blijven op een getrouwde man. Zelfs niet op een die om me gaf,’ voegde ze eraan toe.
Fenella was even stil. ‘Dat is misschien wel het verstandigst. Maar jullie leken zo goed bij elkaar te passen.’
‘Het was een tijdje heel leuk. Hoewel, ik had die schuldgevoelens en soesa eromheen graag willen missen. Toen wist ik nog niet eens dat hij getrouwd was.’
‘Maak je maar niet druk over de wedstrijd,’ zei Rupert. ‘De kijkers weten niet dat je een uitstekend smaakvermogen hebt.’
Op een of andere manier voelde Zoë zich door Ruperts geruststelling nog ellendiger, dus toen er uit de babyfoon tekenen van leven kwamen, sprong ze op. ‘Ik ga haar wel halen.’
‘Ze is nog niet helemaal wakker. Laat haar nog maar een paar minuten…’ Fenella’s stem stierf weg.
Zoë, die het excuus dankbaar aangreep, was al halverwege de trap.
Sarah en Hugo arriveerden die avond op tijd voor het diner. Zoë fungeerde als Ruperts souschef en bereidde diverse soorten aardappels en groenten. Ze wilde iets omhanden hebben en Glory kon maar een paar uur paar dag geknuffeld worden, omdat ze ook nog een moeder had.
Zoë’s situatie kwam nauwelijks ter sprake. Ze wisten dat ze het er later die avond aan tafel uitgebreid met Sarah en Hugo over zouden hebben. Zoë voelde zich een heteluchtballon zonder hete lucht. Het koken, de zenuwen, het uitproberen van de recepten, de viergangenmaaltijd in de finale – het was allemaal voor niets geweest. Het enige wat overbleef, was het gevoel dat ze een domme gans was geweest, een dwaas die in katzwijm was gevallen voor een aantrekkelijke, machtige man. Haar zelfvertrouwen was tot het nulpunt gedaald. Bezig zijn was de enige manier om te voorkomen dat ze dagenlang op bed zou liggen snotteren.
Ruperts gulle gastvrijheid hield in dat er meteen flessen champagne en Pimm’s op tafel kwamen toen Sarah en Hugo arriveerden.
‘Neem een King Pimm,’ zei Rupert. ‘Cava en Pimm’s: minder zoet en vier keer zo sterk.’
‘Ik heb liever een glas champagne,’ zei Sarah. ‘Pimm’s stijgt me meteen naar het hoofd.’
‘Neem dan maar een goede champagne. Dan bewaren we de cava voor de Pimm’s.’
Zoë dronk bescheiden van haar glas champagne. Ze maakte zich zorgen en was allesbehalve in een feeststemming. De joligheid duurde haar veel te lang. Ze wilde met Sarah en Hugo over haar probleem praten: Fenella was ervan overtuigd geweest dat ze iets voor haar wisten en Zoë herinnerde zich nog goed dat Sarah tijdens de wedstrijd interesse had getoond in haar plannen.
Hugo, die haar bezorgde stemming leek aan te voelen, kwam naast haar zitten. Hij vroeg haar vriendelijk naar de wedstrijd, haar gerechten en hoe ze haar menu’s samenstelde terwijl de anderen lachend messen en vorken op tafel legden en de flessen openden.
‘Maak je geen zorgen,’ zei Hugo, ‘Sarah heeft een plan, en als Sarah een plan heeft, komt alles goed.’
Sarahs plan betrof een vriendin met een delicatessenwinkel. ‘Ze heeft de zaak net overgenomen van iemand die er niet zo goed in was. Ze wil de winkel opnieuw in de schijnwerpers zetten.’
Dat klonk interessant. ‘O?’
‘Het is een leuk winkeltje, op een prachtige plek in een perfect deli-stadje. Je weet wel, waar veel van die eetfanaten komen die eigenaardige…’
‘Wij geven de voorkeur aan de term esoterische,’ zei Rupert.
‘Eigenaardige ingrediënten willen,’ vervolgde Sarah. ‘Maar ze heeft het beredruk. Ik heb haar vanmorgen gebeld om te vragen of ze misschien een goede assistente kan gebruiken…’
‘En?’ Zoë barstte van nieuwsgierigheid.
‘Ze viel me bij wijze van spreken om de hals. Ze wil je dolgraag in dienst nemen.’
‘Maar ze weet helemaal niets van me!’
Sarah schudde haar hoofd. ‘Ik heb haar verteld dat je heel goed kunt koken, vindingrijk bent en het hoofd koel houdt in crisissituaties. Het enige nadeel is dat ze je niet meer dan het minimumloon kan betalen. Je bent veel meer waard, maar als de winkel gaat lopen zoals zou moeten, zal ze je meer kunnen bieden…’
Zoë had maar één seconde nodig om een besluit te nemen. Het klonk perfect. Ze zou iets omhanden hebben en werk doen dat ze leuk vond. Daarbij zou ze ervaring kunnen opdoen voor als ze zelf nog eens een deli zou openen; ze was vastbeslotener dan ooit om er geld voor opzij te leggen. ‘Dat is precies wat ik zoek. Het gaat me niet zozeer om het geld, ik wil graag iets omhanden hebben. Hard werken is het beste medicijn!’
‘Ik ben zo blij voor je,’ zei Rupert, en hij legde een grote hand op haar schouder.
‘Ja, een mooie kans,’ zei Hugo.
Zoë glimlachte flauwtjes. ‘Waar ligt die deli? Niet te ver weg, hoop ik?’
‘Nee, in de Cotswolds.’
‘Welke plaats?’ vroeg Zoë. Ze was blij dat ze in de nabije omgeving van haar ouderlijk huis en Somerby kon blijven.
‘Het is in Fearnley,’ zei Sarah. ‘Dat is net buiten…’
Fenella en Rupert barstten in lachen uit. ‘Wij weten echt wel waar Fearnley ligt!’
‘O ja?’ zei Zoë. ‘Waar dan?’
‘Daar wonen Ruperts ouders!’ Fenella kreeg bijna de slappe lach. ‘Dan komen ze in de winkel en moet jij ze wéér bedienen!’
Zoë lachte. Hun vrolijkheid werkte aanstekelijk. ‘Ik weet in elk geval wat ik ze níét moet verkopen: erwten en bonen!’