2
Toen Zoë aankwam in de koeienstal, trof ze op haar kamer een knappe, lange blondine aan die meer weg had van een model dan van een kok. Ze was van ongeveer haar eigen leeftijd, maar daar hielden de overeenkomsten wel mee op. Het andere meisje had lang, steil haar met subtiele highlights, was zwaar opgemaakt met valse wimpers en droeg een topje met spaghettibandjes op een kort rokje, hoewel het niet echt warm was. Ze had haar hooggehakte sandaaltjes uitgeschopt en lag languit op het tweepersoonsbed.
Zoë glimlachte en hield zich voor dat het verschil in uiterlijk niet automatisch wilde zeggen dat ze het niet gezellig konden hebben.
‘Hoi! Ik ben Zoë,’ zei ze.
‘Cher,’ zei de model-lookalike. ‘Ik hoop niet dat je het erg vindt dat ik het tweepersoonsbed neem. Ik kan niet slapen in een eenpersoonsbed.’
‘O nee? Je bent anders zo slank dat een eenpersoonsbed toch breed genoeg voor je zou moeten zijn.’
Cher had een kwikzilveren lach, die Zoë iets te schel in de oren klonk. ‘Dat is het niet. Ik moet dwars in bed kunnen liggen. Dat krijg je met zulke lange benen.’
‘Je verwacht toch geen medelijden van me omdat je zulke lange benen hebt?’
‘Nee,’ zei Cher scherp, ‘maar wel dat ik in het tweepersoonsbed mag.’
Zoë was verbaasd over Chers plotselinge verandering van toon, maar wilde niet beginnen met ‘maar ik was hier eerst’. Per slot van rekening zaten ze niet meer op school. Als ze voor langere tijd een kamer moesten delen, was het handiger als ze een beetje goed met elkaar overweg konden en dan kon ze beter niet van alle meningsverschillen een punt maken. En dit was niet iets om ruzie over te maken.
‘Oké.’ Ze liep naar haar rugzak, die Cher op het eenpersoonsbed had gegooid, maakte hem open en begon haar spullen eruit te halen. Niet dat er veel in zat – gewoonlijk pakte ze haar rugzak niet eens uit – maar een of ander oerinstinct dwong haar ertoe haar territorium af te bakenen.
De kleerkast hing al vol met Chers kleren. Korte rokjes, een paar shorts (kennelijk verwachtte ze een hittegolf) en strakke spijkerbroeken. De bodem van de kast lag bezaaid met hooggehakte sandaaltjes en handtassen.
Zoë hing haar kleren – één jurk en een paar spijkerbroeken, t-shirts en topjes – in de kast en haalde haar toilettas uit haar rugzak. ‘Ik ga nog even douchen en mijn haren wassen.’ Ze verdween in de badkamer, in de hoop dat haar kamergenoot niet alle handdoeken had verbruikt.
Toen ze niet veel later met haar vingers door haar haren woelde om ze te drogen, zei Cher, die vanaf het bed toekeek: ‘Ik heb wel een föhn voor je als je wilt.’
Zoë draaide zich naar haar om. ‘Dank je, maar ik föhn mijn haar nooit. Het gaat net zo snel met mijn handen.’
‘Je zou er veel beter uitzien als je het föhnde. Heel anders, denk ik. Ik wil het wel voor je doen als je wilt.’
‘Dank je, maar ik vind het prima zo. Ik heb jaren geleden voor dit kapsel gekozen omdat ik niet afhankelijk wil zijn van elektrische apparaten, voor het geval ze niet voorhanden zijn.’
Cher haalde haar schouders op, alsof ze wilde zeggen dat Zoë niet goed wijs was. ‘Ik ben een tijdje kapster geweest,’ zei ze.
Zoë vroeg zich af of ze Cher aardig vond. Ze was van het type voetbalvrouw dat alleen geïnteresseerd was in haar uiterlijk en de vraag of anderen haar mooi vonden. Maar het was aardig van haar om spontaan aan te bieden haar te helpen met haar kapsel. Aan de andere kant, misschien was ze gewoon een controlefreak en kon ze het niet aanzien dat Zoë’s haar in de war zat.
‘Mag ik vragen waarom je aan de wedstrijd wil meedoen?’ vroeg Zoë. Het werd tijd dat ze iets meer over haar kamergenoot te weten kwam.
‘O, omdat ik dan op televisie kom. Ik wil beroemd worden. Als ik gezien word, krijg ik misschien andere aanbiedingen.’
Zoë keek haar verbaasd aan. ‘Hou je dan niet van koken?’
Cher haalde haar schouders op. ‘Niet echt.’
‘Maar je bent wel door de voorronden heen gekomen.’
‘Ja. Ik ben ook wel goed, alleen vind ik er niet veel aan. Ik heb een hekel aan vieze vingers.’ Ze zweeg even en nam Zoë op alsof het woord ‘vies’ iets met haar te maken had. ‘Maar wil je je wel opmaken en een jurk aantrekken? Ik wil niet geassocieerd worden met een lelijkerd.’
Zoë kon haar oren niet geloven. Ze wilde iets gemeens terugzeggen maar herinnerde zich net op tijd haar voornemen geen ruzie met Cher te maken. Ze trok haar jurk aan en moest tot haar ergernis erkennen dat Cher, hoe grof ze het ook had gebracht, misschien gelijk had en dat ze moest proberen een goede eerste indruk te maken. Ze keek op haar horloge. Het was al bijna zeven uur en ze wilde een excuus bedenken om Fenella te kunnen gaan helpen. Ook al had ze het in eerste instantie gedaan om haar zenuwen te onderdrukken, ze vond het nu ook leuk om er deel van uit te maken. ‘Ik ga nog even een korte wandeling maken. De omgeving hier is prachtig.’
Zoals Zoë had verwacht, stelde Cher niet voor om met haar mee te gaan. ‘Ik wandel nooit. Daar heb ik geen schoenen voor.’
Zoë keek naar Chers voeten. ‘Het verbaast me dat je op die schoenen kunt koken. Ik zou daar nooit lang op kunnen staan.’ Maar ze zag Cher niet voor zich met de klompjes die populair onder koks waren en die ze zelf nog in haar rugzak had zitten. In de kast hadden geen klompjes tussen de sandaaltjes gelegen. Zo kon ze zich Cher ook niet in een geruite broek voorstellen. Maar die droeg Zoë zelf liever ook niet.
‘Ik kook in een joggingbroek. Niet dat ik het vaak doe.’
Zoë’s nieuwsgierigheid werd opnieuw gewekt. ‘Maar hoe word je geselecteerd voor een kookwedstrijd als je nauwelijks kookt?’
Cher stond op van het bed en gooide haar haren over haar schouder. ‘Wat ik doe, doe ik goed.’ Ze glimlachte naar Zoë. ‘Ik ga voor de eerste plaats.’ Ze liep naar de spiegel en bekeek zichzelf aandachtig. ‘Ik bereik altijd wat ik in mijn hoofd heb: een baan, een man, noem maar op. Nu wil ik beroemd worden, dus móét ik deze wedstrijd winnen.’
Chers vastbeslotenheid was beangstigend. ‘Maar waarom een kookwedstrijd als je niet van koken houdt? Waarom niet, om maar eens wat te noemen, The X Factor of Britain’s Next Top Model?’
‘Daar heb ik natuurlijk ook aan gedacht, maar bij een kookwedstrijd heb ik minder concurrentie.’
‘Hoe kom je daarbij? Er kunnen wel eens heel goede koks bij zitten. Ik om te beginnen.’
‘Het gaat niet alleen om het koken. Ik heb gezien hoe de kandidaten flirten met de jury.’ Ze bekeek Zoë met iets wat op medelijden leek. ‘Zoals gezegd, kan ik heel goed koken als het moet. Ik ben misschien niet de beste, maar wel de mooiste en de meest sexy kandidaat, en dus win ik. Hoewel je er nu veel beter uitziet dan zonet, moet je vooral niet denken dat je kans maakt.’
Zoë keek haar aan. Na wat Cher eerder had gezegd, kwam haar botheid niet meer als een verrassing. ‘En bedankt, dat weten we dan ook weer,’ zei ze gemaakt vrolijk.
‘Maar waarom doe jij dan mee?’ vroeg Cher. Ze keerde zich af van de spiegel. Blijkbaar viel perfectie niet te perfectioneren.
‘O, ik wil ook winnen. Ik wil met het geld een delicatessenwinkeltje of bistro beginnen, waar ik gerechten kan maken die ik zelf lekker vind. Wat wil jij met het geld gaan doen als je wint?’
‘Het gaat mij niet om het geld. Mijn vader is steenrijk. Ik wil alleen beroemd worden, vanwege de kansen die dat met zich meebrengt.’
‘Moge de beste kok winnen,’ zei Zoë. Haar opgewekte toon verhulde haar voornemen deze vrouw koste wat kost te verslaan. En niet alleen omdat ze het tweepersoonsbed had ingepikt.
‘Heb je een goede baan en een leuk vriendje opgegeven om aan de wedstrijd mee te kunnen doen?’ vroeg Cher. ‘Ik doe zo nu en dan iets aan evenementenmanagement, maar ik krijg een bijdrage van mijn vader waar ik net van kan rondkomen.’
‘Ik had een goede baan bij een makelaarskantoor, maar een ander kreeg promotie terwijl ik er al veel langer werkte. Dus ik vond het niet erg om ontslag te nemen.’ Zoë voelde zich nog steeds een tikje gekwetst door de gang van zaken, maar was niet iemand die achteromkeek. Bovendien wilde ze graag een eigen zaak beginnen.
‘En je vriendje? Je lijkt me iemand die nog steeds iets heeft met haar vriendje van de middelbare school en zo snel mogelijk wil trouwen en kinderen krijgen.’ Ze geeuwde. ‘Mij niet gezien!’
‘Mij ook niet,’ zei Zoë. Ze was woedend om de opmerking, maar nog steeds vastbesloten er niets van te laten merken. ‘Ik heb een tijd geleden besloten mijn geluk niet te laten afhangen van een man. Als ik iemand tegenkom op wie ik smoorverliefd word, zou ik me er wel aan willen overgeven, maar dan moet hij wel héél speciaal zijn.’
Zoë dacht aan de nogal saaie relaties die ze had gehad met een paar aardige, nette jongens. Ze was verliefd geweest, maar had bij geen van hen het gevoel gehad dat ze niet zonder hen kon. In gedachten zag ze Gideon voor zich, bezweet en onder de modder, maar ze verdrong het beeld meteen weer.
Cher knikte. ‘Heel goed! Dat vind ik dus ook. Het heeft geen zin je leven op te geven voor iemand die er niks van maakt.’ Ze liep naar de minibar. ‘Er is wijn. Wil je ook een glas?’
‘Nee, dank je. Ik wil mijn hoofd erbij houden voor morgen. Oké, dan ga ik nu maar even een frisse neus halen.’ Zoë had ineens behoefte aan buitenlucht. Bovendien wilde ze weten hoe het met Fenella ging.
Grinnikend in zichzelf liep Zoë naar het huis. Cher was een apart type, maar ze schoot er niets mee op om verontwaardigd te zijn over haar ondoordachte opmerkingen en vastberadenheid om te winnen. Ze zou met Cher een kamer moeten delen en dat lukte niet als ze zich opwond en overal een punt van maakte.
Tot haar opluchting trof Zoë in de keuken behalve Fenella geen cameramensen of juryleden aan, maar een lange man die haar hartelijk omhelsde en op haar wangen kuste. ‘Ik wil je bedanken omdat je mijn zwangere vrouw uit de brand hebt geholpen.’ Aha, Rupert. ‘Je verdient alle goud van de wereld, maar dat hebben we niet, dus wat dacht je van een glas rode wijn? Of heb je liever gin?’
‘Rupert!’ zei Fenella, die er veel minder gespannen uitzag dan die middag. ‘Zoë – wat zie je er trouwens goed uit! – dit is mijn man Rupert. Maar dat had je vast al begrepen.’
‘Hallo, Rupert,’ zei Zoë. Ze nam het glas wijn aan dat hij haar aanreikte. Ze voelde zich een beetje hypocriet omdat ze Chers aanbod met zo’n slap excuus had afgewezen.
‘Ga zitten,’ zei Fenella. ‘Je hebt me zo goed geholpen dat we ons niet hoeven te haasten. Trouwens, Rupert neemt het nu van ons over.’
Zoë pakte een stoel en keek de grote keuken rond. Er stond een Aga-fornuis ter grootte van een auto, een oud dressoir, een bank en een reftertafel die groot genoeg was voor een heel weeshuis. Op de vloer lagen plavuizen en de muren waren bedekt met schilderijen. Verder stond er een grote boekenkast die gevuld was met boeken over koken, tuinieren, bloemen en vogels. Het maakte een gezellige, rommelige indruk en voelde meteen als een thuis.
‘Zo’n keuken als die van jullie zou ik ook wel willen,’ zei ze.
‘En ik zou willen dat het geld hier aan de bomen groeide,’ zei Rupert. Hij had net van de stoofschotel geproefd en gooide het theelepeltje in de gootsteen. ‘Maar we vinden het natuurlijk ook een heerlijk huis.’
‘Dat kan ik me voorstellen. Het is schitterend!’
‘Jawel,’ beaamde Fenella, ‘maar de verbouwing en het onderhoud kosten kapitalen. We moeten telkens weer iets anders verzinnen om eraan te kunnen verdienen. Vandaar dat we zo blij zijn dat we die kookwedstrijd binnen hebben gehaald.’
‘Het scheelde maar een haartje,’ zei Rupert. ‘Halverwege de wedstrijd hebben we hier namelijk een bruiloft.’
‘Rupert! Dat mag je niet verklappen. Het moet een verrassing blijven. Ik bedoel, alle uitdagingen zijn nog geheim. De kandidaten krijgen pas de avond van tevoren te horen wat ze moeten doen.’
Zoë grinnikte. ‘Ik zal het niet doorvertellen.’
‘Gelukkig is de weddingplanner, Sarah, een vriendin van ons. Ze heeft het paar weten over te halen met het argument dat ze flink kunnen besparen als ze een beetje ongemak op de koop toe nemen en jullie de catering laten doen.’ Rupert, die blijkbaar vond dat hij tijd overhad, was bij de twee vrouwen aan tafel komen zitten.
‘Lieverd, het levert geen ongemak op. Het is allemaal perfect geregeld.’
‘Het eten blijft een risico,’ zei Rupert. ‘Maar dat hou je toch met bruiloften.’
‘Niet op Somerby,’ zei Fenella vinnig.
Rupert lachte en Zoë koesterde zich in de warmte van hun gekibbel. Wat heerlijk om te weten dat je van iemand houdt en dat die ander ook van jou houdt, dacht ze.
Toen Zoë opstond, zei Fenella: ‘Als je iets nodig hebt, kun je het gewoon pakken, hoor. Melk bijvoorbeeld. Er staat melk in jullie minibar, maar als het op is, kun je hier een nieuw pak komen halen. En in deze doos zitten rollen koek. Rupert heeft boodschappen gedaan.’
‘Maar straks pak ik per ongeluk iets wat jullie nodig hebben,’ zei Zoë.
‘Nee hoor,’ zei Rupert. ‘We hebben een aparte koekjesvoorraad voor gasten. Daar mag ik niet eens bij in de buurt komen.’
Zoë haastte zich terug naar haar kamer en poetste haar tanden, zodat niemand zou ruiken dat ze had gedronken.
‘Waar ben je geweest?’ vroeg Cher nieuwsgierig.
‘O, ik heb even een rondje gelopen,’ zei Zoë door de tandpasta heen. Tot haar verbazing voelde ze zich schuldig.
‘Schiet maar op, anders missen we de bus.’
Toen ze een paar uur later terugkeerden uit de pub, werden ze door een tikje nerveuze Rupert naar de vergaderkamer gedirigeerd. ‘Zo, hier moeten jullie zijn,’ zei hij. Hij opende de deur van een grote kamer, waarin een enorme tafel stond, en liet iedereen binnen. ‘De jury zit nog te dineren, maar een deel van het productieteam is er al om het een en ander met jullie door te nemen. Ik laat jullie alleen. Het dessert moet geserveerd.’ Hij vertrok zo snel als fatsoenshalve mogelijk was.
Zoë en de anderen namen plaats op de stoelen die om de tafel gezet waren.
‘Goedenavond allemaal!’ Een knappe blondine met een licht Amerikaans accent, een kapsel als Marilyn Monroe en ogen als saffieren kwam de kamer binnen. Maar onder haar schoonheid schemerde een stalen persoonlijkheid door. ‘Ik ben Miranda Marlyn. Zoals jullie waarschijnlijk al weten ben ik hoofd van het televisiebedrijf dat dit programma maakt. Wij zijn ervan overtuigd dat het een groot succes zal worden, zowel voor jullie als voor ons.’ Ze pauzeerde even. ‘Het worden intensieve weken. Zoals jullie misschien al weten, krijgen jullie om de twee à drie dagen een nieuwe uitdaging.’ Ze liet haar blik langs de kandidaten glijden. De spanning in de kamer steeg en Zoë kreeg het gevoel dat ze al beoordeeld was – en had verloren.
‘Het is de bedoeling dat jullie in de tussenliggende dagen met de voorbereiding aan de gang gaan. Halverwege de wedstrijd zal er een pauze worden ingelast. Mike zal jullie daar zo meer over vertellen. Hopelijk hebben jullie elkaar tijdens het avondeten al een beetje leren kennen. Besef dat het een wedstrijd is, maar dat sommige uitdagingen ook teamwork vereisen. Jullie worden dus niet alleen beoordeeld op kookvaardigheid maar ook op leiderschap en samenwerking.’
Weer die stalen blik. Inmiddels maakte iedereen, behalve Cher, een nerveuze indruk. Zoë genoot van teamwork maar zag zichzelf altijd als de nummer twee in de hiërarchie en nooit als een leider. Zou ze genoeg persoonlijkheid hebben om een menu op te stellen en het door haar team te laten uitvoeren?
‘Nu geef ik het woord aan Mike.’
Ze ging zitten en iedereen klapte.
‘Dag jongens,’ zei Mike vriendelijk. Hij leek na hun gezamenlijke pubmaaltijd bijna een oude, behulpzame vriend. ‘Anders dan bij de meeste kookwedstrijden hebben jullie de jury nog niet ontmoet…’
‘Dat wisten we dus al,’ fluisterde Cher, aangemoedigd door een paar glazen wijn bij het eten.
‘… omdat de voorronden door anderen zijn gedaan.’
‘Tjezus! Daar waren we toch zelf bij! Die domme jury had het te “druk” –’ Cher tekende met haar vingers aanhalingstekens in de lucht ‘– om te komen!’ Haar sotto voce werd gaandeweg minder sotto.
Mike vervolgde op geruststellende toon: ‘Maar jullie zullen de juryleden morgen ontmoeten en ik weet zeker dat jullie heel benieuwd zijn hoe zal het zijn.’
‘Ik doe het bijna in mijn broek van blijdschap,’ zei Cher, die niet langer moeite deed om zacht te praten.
De rest van Mikes praatje gaf Cher godzijdank geen aanleiding om te klagen, zodat Zoë zich niet langer plaatsvervangend hoefde te schamen. Terwijl ze met een half oor luisterde, dwaalden haar gedachten af naar de andere kandidaten. Sommigen van hen had ze in de pub gesproken, de anderen had ze slechts vanaf een afstandje geobserveerd.
Er zat een woest uitziende jongeman bij wiens haardos bijna rechtovereind stond. Ze had een praatje met hem gemaakt en vernomen dat hij Shadrach heette. Hij was lyrisch over eten en leek op zijn naam. Dan was er nog de moederlijke Muriel, die blij was haar gezin te hebben kunnen ontvluchten en zichzelf omschreef als ‘slechts een goede thuiskok’ maar die op Zoë de indruk maakte van een sterke concurrent.
Cher was in de pub naar twee jongemannen – benen wijd, tappende voeten – geparadeerd bij wie het testosteron bijna uitsloeg, als damp bij bezwete paarden. De mannen – Dwaine en Daniel, wist Zoë – hadden het woord ‘competitie’ praktisch op hun voorhoofd getatoeëerd. Cher had voortdurend haar haren over haar schouder gegooid, haar lippen bevochtigd en het duo een blik in haar decolleté gegund. Dat was blijkbaar háár idee van teambuilding. Het zou nog wel eens vruchten kunnen afwerpen, bedacht Zoë. Maar stel dat ze allebei verliefd op haar werden? Dat zou behoorlijk wat opschudding kunnen veroorzaken, tot bloedens toe als ze niet uitkeek. Nu, op haar stoel in de voorste rij, zond Cher met haar ogen, handen en haren signalen uit die riepen: Kijk naar mij!
Vlak achter Zoë en Cher zat een nogal ernstig meisje dat Zoë nog niet had gesproken. Zij kon wel eens heel ver komen. Ze was verlegen en had muisgrijs haar dat met een degelijke speld bijeen werd gehouden. Niettemin was zelfs vanaf een afstand haar vastberadenheid voelbaar. Ze heette Becca. Naast haar zaten twee wat oudere mannen, van wie de een Bill heette, en de ander Shona. Laatstgenoemde had Zoë tijdens het avondeten een zenuwpees genoemd.
‘Oké, mensen,’ zei Miranda Marlyn terwijl ze opstond. ‘Meer krijgen jullie tot aan het einde van de wedstrijd niet van mij te horen. Zoals gezegd kunnen jullie morgen kennismaken met de jury en horen jullie wat de eerste opdracht is. Ik waarschuw alvast dat onze juryleden geen lieverdjes zijn. Het beroep van kok is keihard en jullie zullen al even hard moeten zijn om te kunnen slagen.’ Ze zeilde de deur uit. In haar kielzog verdween een jongeman met een klembord, kennelijk haar rechterhand.
De groep verspreidde zich en probeerde al kletsend de concurrentie in de schatten, alsof ze zich nu pas realiseerden dat het zover was. Ze zou heel wat mensen moeten leren kennen, bedacht Zoë, maar dat was ook wel logisch met tien kandidaten, om van de medewerkers van het televisiebedrijf nog maar te zwijgen.
Iemand naderde Zoë van achteren. ‘Erg veel wijzer zijn we niet geworden, hè? O, ik zal me even voorstellen. Ik ben Alan. We hebben elkaar nog niet gesproken.’
Alan was van gemiddelde lengte, had dik, grijzend haar en een lichtgebruinde teint. Hij kwam haar vaag bekend voor en ze vroeg zich af of ze hem al een keer eerder had ontmoet of dat hij misschien een acteur was.
‘Zoë.’ Ze schudde zijn uitgestrekte hand. ‘Ken ik je soms ergens van? Van televisie misschien?’
Hij boog zijn hoofd. ‘Dat zou kunnen. Ik ben jaren acteur geweest, maar dat is al weer even geleden. Ik ben nu vooral bezig met koken. Vandaar deze wedstrijd.’
‘Waarom doe je mee?’ Zoë was altijd nieuwsgierig naar mensen, maar ze vroeg zich af of het niet al te vrijpostig had geklonken. Snel begon ze over zichzelf. ‘Ik doe mee voor het geld, maar mijn kamergenoot, Cher… Zie je die mooie blondine, die die jongens daar het hoofd op hol brengt? Die is uit op roem.’ Ze pauzeerde even. ‘En jij?’
Alan leek niet beledigd door haar vraag. ‘Ik op beide, denk ik. Fortune and fame. Ik wil graag een pub aan een rivier beginnen, waar je ook een hapje kunt eten. Je kent dat soort tentjes wel: bootjes aan de oever, zomerse salades, koude witte wijn, mooie jonge mensen met platina creditcards, die de nieuwste trendy plekken opzoeken.’ Hij lachte. ‘Maar ik wil ook dat er gezinnen komen. Een pub dus waar oma én de kleinkinderen goed kunnen eten in een ontspannen sfeer.’
Zoë glimlachte. ‘Het klinkt alsof je de brochure al hebt geschreven.’
‘Ik geef toe dat het wat voorbarig is, maar dat wil ik gaan doen als ik win. Jij?’
‘Ik wil graag een delicatessenwinkeltje beginnen met verse kant-en-klaargerechten, zodat mensen het gemak van een take-away hebben, maar wel van uitstekende kwaliteit.’
‘Goed idee. Dan moet je zeker eens met Gideon Irving gaan praten. Hij importeert olijfolie, olijven, dat soort producten. Daar kan een deli niet zonder.’
‘Ik dacht dat hij alleen over eten schreef.’
‘Behalve schrijver is hij ook partner in een bedrijf dat wereldwijd delicatessen importeert. Dat schrijven is meer een hobby van hem, maar wel zijn passie.’
‘Hoe weet jij dat allemaal?’ Zoë was een en al oor.
‘Een neef van mij zat in een commissie met hem. Ze schijnen behoorlijk op hem te hebben moeten inpraten om mee te doen aan het programma.’
‘O ja?’
Alan knikte. ‘Ja. Hij had geen zin om gerechten te proeven van omaatjes die hadden leren koken in de oorlog toen alles nog op de bon was.’
‘Help! Heeft je neef hem dat zelf horen zeggen?’ Het kon een gerucht zijn.
‘Yep. Gideon vertelde de commissie dat hij praktisch gedwongen is ja te zeggen.’ Hij fronste even. ‘Ik vind hem nogal arrogant overkomen.’
‘Ik ook,’ beaamde Zoë. Ze wist er alles van.
‘Hij schijnt erg humeurig te kunnen zijn en heeft geen geduld met kneuzen.’
Ook dat wist ze. ‘O.’
Alan knikte wijselijk. ‘Dus ik zou maar oppassen met hem. Je vriendin Cher zal merken dat niet iedereen gevoelig is voor haar charmes.’
Zoë lachte. ‘Ach, je weet hoe mannen reageren op een blondine met lange benen.’
‘Niet alle mannen.’ Alan keek haar aan met een blik die misschien gewoon vriendelijk was, maar ook meer kon betekenen.
Zoë bekeek hem nog eens goed. Hij was aardig maar een beetje te oud voor haar. Toen dwaalden haar gedachten weer af naar Gideon Irving. Hij was niet veel jonger dan Alan en toch vond ze hem erg aantrekkelijk. Maar goed dat ze voor hem gewaarschuwd was. Hoewel? Had ze iets gehoord wat ze niet al wist? Niet echt, behalve dat hij een voedselimperium leidde.
Gaandeweg vertrokken de aanwezigen; sommige begaven zich naar dependance b, andere naar de verbouwde kamers in de bijgebouwen.
Toen ze weer in hun koeienstal waren bleef Cher zo lang in de badkamer dat Zoë uiteindelijk in de kamer haar tanden poetste en buiten bij een kraantje haar mond spoelde. In gedachten had ze het egoïstisch kreng vervloekt, maar de volgende ochtend had Cher haar een gel geleend die haar krullen een verzorgdere en minder wilde look gaf. Zoë kon geen hoogte van haar krijgen, bedacht ze terwijl Cher achter haar in de spiegel naar haar keek en een laatste haarlok gladborstelde.
De kennismaking met de jury zou plaatsvinden in de grote tent op het gazon voor het huis. Ze voegden zich bij de andere kandidaten in de tent, die stonden te praten over hun kamers en zich afvroegen hoe de jury zou zijn. Bijna iedereen was zenuwachtig. De avond daarvoor had meer op een feestje geleken. Nu, in de tent, waar het zo vroeg in de ochtend nog behoorlijk fris was, voelde het pas echt als een wedstrijd.
‘Het lijkt wel of we weer examen moeten doen in de hal van school,’ fluisterde Zoë tegen Cher toen ze hun naamkaartjes pakten.
Cher keek haar verbaasd aan. ‘O ja? Ik heb niet zo vaak examen gedaan.’
Zoë, die zichzelf altijd redelijk ontspannen vond, was stiekem onder de indruk van Chers onbewogenheid. Ze zou actrice moeten worden.
‘Kom,’ zei Cher, ‘dan gaan we op de eerste rij zitten. Hier achterin worden we niet gezien.’
Zoë, die het gevoel had dat er nog genoeg gelegenheden zouden komen om gezien te worden, volgde haar gedwee.
Terwijl ze op de jury wachtten, kreeg Zoë een knoop in haar maag van de zenuwen en opwinding. Natuurlijk moest ze stilhouden dat ze een van de juryleden al had ontmoet. Ze vroeg zich af of hij haar wel zou herkennen. Cher, zelfverzekerd en beeldschoon, leek zich niet bewust van de gespannen sfeer en controleerde haar nagels tevergeefs op oneffenheden.
Mike kwam de tent binnen om hen toe te spreken. Hij ging achter een tafel staan die duidelijk bedoeld was voor de jury. Zoë werd nog zenuwachtiger. Het was zover, nu werd het serieus. Cher was nog steeds onaangedaan. Zoë zag dat ze haar teennagels ook een French manicure had gegeven. De zenuwen gierden door haar keel en ze speelde nerveus met haar haren. Cher moest het vanuit haar ooghoeken hebben gezien, want ze greep Zoë bij haar pols en trok haar arm omlaag. Niemand moest aan haar creatie komen, ook al was het niet haar eigen kapsel.
‘Oké, mensen. Het volgende gedeelte wordt niet uitgezonden, maar ik wil het er toch even over hebben.’ Hij praatte door over de geluid- en lichttechnici en de cameraploeg. ‘Jullie zullen snel genoeg gewend zijn aan de camera’s, en dat moet ook, maar kijk alsjeblieft uit dat je niet vloekt. Oké, dan stellen we jullie nu voor aan de jury. Daarna gaan we filmen.’
Zoë keek naar de rondkrioelende cameramensen met hun apparatuur en klemborden. Het leken wel mieren. Ze had zich zo op het koken en de wedstrijd geconcentreerd, dat ze bijna was vergeten dat ze ook op televisie zouden komen.
‘Een groot applaus voor de jury, jongens…’ besloot Mike.
Iedereen klapte braaf.
De eerste die naar voren trad was de aimabele tv-kok, Fred Acaster, die hun op zo’n vriendelijke manier de basisregels uitlegde dat het niemand verbaasde dat hij door iedereen op handen werd gedragen. Hij was iets ouder dan hij op televisie leek maar had wel dezelfde vriendelijke uitstraling.
Cher, viel Zoë op, was meer rechtop gaan zitten en schonk hem alle aandacht. Het leek wel of ze een soort magische straling naar hem uitzond. Hij merkte haar op en glimlachte naar haar. Zoë wist niet precies wat Cher had gedaan, maar plots begon ze te stralen zonder ook maar een vin te verroeren. Indrukwekkend!
Het tweede jurylid was een vrouw, de alom gevreesde Anna Fortune. Ze leidde een kookschool en had een televisieshow gedaan waarin een team van chef-koks terugging naar school. Ze had hen meedogenloos beoordeeld. Zij was beslist degene op wie je indruk moest maken. Cher deed echter geen enkele moeite om oogcontact met haar te krijgen.
En toen kwam Gideon Irving. Hij zag er heel anders uit dan de laatste keer dat Zoë hem had gezien toen hij er nog modderig, bezweet en slonzig was geweest. Zijn haar zat nog in de war, maar zag er nu even frisgewassen uit als het t-shirt onder zijn linnen jasje. Nu Zoë van Alan had gehoord dat hij liever geen jurylid was geworden, vond ze zijn chagrijnige voorkomen op een of andere manier verklaarbaar.
Naast haar zat Cher al weer te stralen. Zoë zag Gideon naar haar kijken, maar ze had geen idee wat er in hem omging.
Zoë had meteen aangevoeld dat het de vrouw, Anna Fortune, was van wie de kandidaten het meest te vrezen hadden, maar Cher richtte haar aandacht op de mannen. Daar zat iets in. Er waren twee mannen op maar één vrouw, dus als je beide mannen op je hand had, ging je gegarandeerd door. Zoë voelde zich geïntimideerd, en dat was ze niet gewend. Het was één ding thuis goed te kunnen koken of in het eetcafé waar ze ’s zaterdags werkte, maar te moeten presteren in een – weliswaar bescheiden – publieke ruimte was een ander verhaal. Om nog maar te zwijgen van de camera’s die op hen gericht zouden zijn.
Nadat de kandidaten zich hadden voorgesteld, stak Anna Fortune meteen van wal. ‘Oké, de eerste uitdaging. We hebben het zo geregeld dat jullie twee restaurants gaan overnemen. Jullie worden verdeeld in twee groepen, die elk een restaurant gaan leiden. Ieder van jullie krijgt een eigen taak. Hier komen de namen…’
‘Je kunt wel horen dat ze een school leidt, hè?’ zei Cher, ook deze keer weer veel te hard voor Zoë’s gemoedsrust.
Zoë zuchtte. Het zou een lange zit worden.