34.

Het Leeuwekamp keerde terug naar het Kattestaartkamp om de onverwachte crisis te bespreken. Een aanvankelijk voorstel om onmiddellijk te vertrekken werd al gauw teruggenomen. Ze waren per slot van rekening Mamutiërs en dit was de Zomerbijeenkomst. Tulie was bij Latie aangegaan zodat ze kon deelnemen aan de besprekingen en zich kon voorbereiden op eventuele onvriendelijke opmerkingen aan het adres van haar, Ayla of het Leeuwekamp. Men vroeg haar of ze haar Eerste Riten wou uitstellen. Latie verdedigde Ayla fel en ze besloot dat ze zou terugkeren naar het speciale kamp voor de ceremonie en het ritueel en dan moest iemand maar proberen om iets nadeligs te zeggen van Ayla of het Leeuwekamp.

Toen vroeg Tulie aan Ayla waarom ze niet eerder over haar zoon had gepraat. Ayla legde uit dat ze liever niet over hem praatte omdat ze er nog te veel verdriet van had en Nezzie verklaarde meteen dat ze het haar in het begin al had verteld. Mamut zei ook dat hij ervan wist. Hoewel de leidster wou dat ze het had geweten en zich afvroeg waarom men het haar niet had verteld, nam ze het Ayla niet kwalijk. Ze dacht erover na of ze anders tegenover de jonge vrouw had gestaan wanneer ze het had geweten, en ze moest toegeven dat ze haar misschien niet die eventuele waarde en status had toegekend. Toen betwijfelde ze weer of die mening juist was. Waarom zou het enig verschil maken? Was Ayla veranderd?

Rydag was heel verdrietig en teneergeslagen en wat Nezzie ook zei of deed, niets hielp. Hij wou niet eten en hij wou de tent niet uit. Hij nam ook geen deel aan gesprekken, behalve dan om een rechtstreeks aan hem gerichte vraag te beantwoorden. Hij wou alleen maar zitten, met zijn armen om de wolf. Nezzie was blij dat het dier zo rustig bleef. Ayla besloot eens te gaan kijken of zij iets kon doen. Ze vond hem in een donker hoekje, met de wolf op zijn slaapvacht. Toen ze dichterbij kwam, stak Wolf de kop omhoog en sloeg hij met de staart op de grond.

'Is het goed als ik bij je kom zitten, Rydag?' vroeg ze. Hij trok zijn schouders op om te laten zien dat hij het wel goed vond. Ze ging naast hem zitten en vroeg hoe hij zich voelde. Ze sprak hardop, maar ze maakte automatisch ook de bijbehorende gebaren tot ze besefte dat het waarschijnlijk te donker was om dat te zien. Toen viel het haar op dat het wel degelijk een voordeel was wanneer je in staat was om te spreken. Niet dat je minder goed kon communiceren met tekens en handgebaren, maar omdat je niet beperkt was tot wat je kon zien.

Het was net zoiets als het verschil bij het jagen, door de speer te stoten, zoals de Stam deed, of hem te werpen. Beide wapens waren geschikt om met vlees thuis te komen, maar het ene had een groter bereik en meer mogelijkheden. Ze had gezien hoe bruikbaar gebaren en tekens konden zijn, die niet door iedereen werden begrepen, in het bijzonder voor geheim of persoonlijk contact, maar over het algemeen had het spreken met woorden die werden verstaan en begrepen, grote voordelen. Met het gesproken woord kon je iemand bereiken die zich achter een wand of in een andere ruimte bevond. Je kon ook schreeuwen, op afstand, of tegen een grote groep. Je kon met iemand spreken die met zijn rug naar je toe stond, of wanneer je iets vasthield, omdat je de handen vrijhield voor andere doeleinden, en je kon in het donker rustig praten.

Ayla bleef een poosje zwijgend bij de jongen zitten, zonder iets te vragen, alleen als gezelschap. Na enige tijd begon ze tegen hem te praten en vertelde ze Rydag over haar tijd bij de Stam.

in sommige opzichten doet deze Bijeenkomst me denken aan de Stambijeenkomst,' zei Ayla. 'Hier voel ik me ook anders, al zie ik er net zo uit als ieder ander. Daar was ik anders... groter dan al de mannen... gewoon een grote, lelijke vrouw. Het was afschuwelijk toen we daar aankwamen. Ze wilden Bruns stam bijna niet toelaten omdat ze mij bij zich hadden. Ze zeiden dat ik niet bij de Stam hoorde, maar Creb hield vol van wel. Hij was de Mog-ur en ze durfden hem niet tegen te spreken. Het was maar goed dat Dure nog een baby was. Toen ze hem zagen, dachten ze dat hij misvormd was en ze gaapten hem allemaal aan. Je weet wat dat voor een gevoel is. Maar hij was niet misvormd. Hij was alleen van gemengde afkomst, net als jij. Of misschien lijk jij meer op Oera. Haar moeder was van de Stam.'

'Je hebt al eens gezegd dat Oera met Dure een verbintenis zal aangaan,' zei Rydag en hij draaide zich naar het vuur zodat ze zijn gebaren kon zien. Ondanks alles interesseerde het hem.

'Ja. Haar moeder is bij me gekomen en we hebben het geregeld. Ze was zo blij toen ze hoorde dat er nog zo'n kind was, een jongen. Ze was bang dat Oera nooit een levensgezel zou vinden. Om eerlijk te zijn had ik daar niet zo over nagedacht. Ik was al dankbaar dat Dure door de Stam werd geaccepteerd.'

'Hoort Dure bij de Stam? Hij is gemengd, maar wel van de Stam?' vroeg de jongen.

'Ja, Brun heeft hem opgenomen en Creb gaf hem de naam. Zelfs Broud kan dat niet van hem afnemen. En iedereen houdt van hem—behalve Broud—ook Oga, de gezellin van Broud. Ze heeft hem gevoed toen ik geen melk meer had, tegelijk met haar eigen zoon, Grev. Ze groeiden samen op als broers en het zijn goede vrienden. De oude Grod maakte voor Dure een kleine speer, precies groot genoeg voor hem.' Ayla moest nog glimlachen bij de herinnering. 'Maar ik geloof dat Oeba het meest van hem houdt. Oeba is mijn zuster, zoals jij en Rugie. Zij is nu de moeder van Dure. Ik heb hem aan Oeba gegeven toen ik van Broud moest vertrekken. Hij ziet er misschien iets anders uit, maar ja, Dure hoort bij de Stam.'

ik vind het hier afschuwelijk,' gebaarde Rydag en hij was woedend, ik wou dat ik Dure was en bij de Stam woonde.'

Rydags opmerking deed Ayla schrikken. Ook nadat ze nog wat hadden gepraat en ze hem had overgehaald om iets te eten voor ze hem instopte, bleven zijn woorden haar bezighouden.

Ranec bleef de hele avond op Ayla letten. Hij zag hoe ze soms plotseling ophield wanneer ze met iets bezig was, bijvoorbeeld wanneer ze een hap eten naar de mond bracht. Ze staarde afwezig voor zich uit of haar voorhoofd kreeg diepe rimpels van het nadenken. Hij begreep dat ze ergens mee zat en hij wou haar graag tot steun zijn.

Iedereen bleef die nacht in het Kattestaartkamp en de tent was vol. Ranec wachtte tot Ayla eindelijk naar bed wou gaan en toen liep hij vlug naar het zijne.

'Wil je vannacht bij me slapen, Ayla?' Ranec zag dat ze de ogen sloot en de wenkbrauwen fronste, ik bedoel niet om Genot te delen,' voegde hij er snel aan toe, 'tenzij je dat wilt. Ik weet dat het een moeilijke dag voor je was...'

'Ik denk dat het voor het Leeuwekamp moeilijker was,' zei Ayla.

'Dat geloof ik niet, maar dat doet er niet toe. Ik wil je alleen maar iets geven, Ayla. Mijn bed om je warm te houden en mijn liefde om je te troosten. Ik wil vannacht dicht bij je zijn.'

Ze knikte berustend en kroop bij hem in bed. Maar ze kon niet slapen en ook geen rust vinden en hij merkte het wel.

'Ayla, wat zit je dwars? Wil je er niet over praten?' vroeg Ranec.

ik heb nagedacht over Rydag en over mijn zoon, maar ik weet niet of ik erover kan praten. Ik moet er gewoon over nadenken.'

'Je ligt zeker liever in je eigen bed?' vroeg hij tenslotte.

ik weet dat je me wilt helpen, Ranec, en dat alleen al betekent voor mij meer dan ik kan zeggen. Je weet niet wat het me deed toen ik jou daar naast me zag staan. Ik ben het Leeuwekamp ook erg dankbaar. Iedereen is zo goed voor me geweest, zo fantastisch, bijna te goed. Ik heb zoveel van hen geleerd en ik was zo trots dat ik een Mamutische was, dat ik kon zeggen dat ze mijn volk zijn. Ik dacht dat al de Anderen—zoals ik ze vroeger noemde—zo waren als het Leeuwekamp, maar nu weet ik dat het niet waar is. Net als bij de Stam zijn de meeste mensen goed, maar niet allemaal, en ook de goede mensen zijn niet goed in alles. Ik had een paar ideeën... een plan... maar nu moet ik er nog eens over nadenken.'

'En dat kun je beter in je eigen bed, waar je meer ruimte hebt dan hier? Ga gerust, Ayla, daar lig je nog dicht bij me,' zei Ranec.

Ranec was niet de enige die op Ayla had gelet en toen Jondalar haar naar haar eigen bed zag gaan, werd hij overvallen door gemengde gevoelens. Hij was opgelucht omdat hij niet knarsetandend hoefde te luisteren naar de geluiden wanneer ze vrijden, maar hij kreeg ook opeens medelijden met Ranec. Als hij in de plaats van de donkere beeldhouwer was geweest, had hij Ayla willert vasthouden, haar willen troosten en proberen haar verdriet te delen. Het had hem pijn gedaan wanneer ze was weggegaan om alleen te slapen.

Toen Ranec sliep en er een diepe stilte over het kamp was gedaald stond Ayla voorzichtig op. Ze trok een dunne anorak aan tegen de nachtelijke koelte en liep naar buiten onder de donkere sterrenhemel. Wolf kwam meteen bij haar. Ze liepen naar het afdak voor de paarden en werden verwelkomd door een zacht gehinnik van Renner en het briesen van Whinney, Na wat aaien, krabben en zachte woordjes, sloeg Ayla de armen om Whinney's hals en leunde tegen haar aan. Hoe vaak was de hooikleurige merrie haar vriendin al geweest wanneer ze er een nodig had? Ayla glimlachte. Wat zou de Stam van haar vrienden vinden? Twee paarden en een wolf! Ze was dankbaar voor hun gezelschap, dat ze er waren, maar ze voelde toch nog een grote leegte.

Er ontbrak nog iemand, degene aan wie ze het meest behoefte had. Maar hij was er geweest. Nog voor het Leeuwekamp voor haar opkwam. Ze wist niet eens waar hij vandaan was gekomen. Opeens stond Jondalar daar naast haar, tegenover hen allemaal. Tegenover hun afkeer en hun walging. Het was verschrikkelijk, nog erger dan de Stambijeenkomst. Het was niet alleen omdat ze anders was. Ze waren bang voor haar, ze haatten haar. Dat had hij haar al zo lang willen vertellen. Maar ook als ze het had geweten, had het geen enkel verschil gemaakt. Ze kon niet toestaan dat ze afgaven op Rydag of iets ten nadele van haar zoon zeiden.

Uit de tentopening werd ze gadegeslagen door een paar ogen. Jondalar kon ook niet slapen. Hij had gezien dat ze opstond en was haar stilletjes gevolgd. Hoe vaak had hij haar zo al bij Whinney zien staan. Hij was blij dat ze de dieren had om naar toe te gaan, maar hij had zo graag op de plaats van de merrie gestaan. Maar het was te laat. Ze had hem niet meer nodig en hij kon het haar niet kwalijk nemen. Hij werd het zich opeens bewust en hij begreep zijn emotionele gemoedstoestand. Hij zag zijn daden in een ander licht en besefte dat het zijn eigen schuld was. In het begin was hij niet helemaal eerlijk geweest door te vinden dat ze haar eigen keuze moest maken. Hij had zich uit kleingeestige jaloezie van haar afgewend. Hij had zich gekwetst gevoeld en hij wou haar ook kwetsen.

Maar er was meer, geef het maar toe, Jondalar, zei hij bij zichzelf. Je voelde je gekwetst, maar je wist hoe ze was opgevoed. Ze begreep niet eens waarom je jaloers was. Toen ze die avond naar Ranecs bed ging, was ze alleen maar een 'goede vrouw van de Stam' geweest. Dat was het eigenlijke probleem, haar achtergrond als meisje bij de Stam. Daar schaamde je je voor. Je schaamde je omdat je van haar hield en je was bang dat je zou worden geconfronteerd met dingen waar zij vandaag tegenover kwam te staan. Je wist niet of je wel voor haar kon opkomen. Het doet er niet toe dat je hebt gezegd dat je veel van haar hield, je was bang dat je haar ook zou laten vallen. Het is geen schande om van haar te houden, je moet je schamen voor je eigen lafheid. En nu is het te laat. Ze had je niet nodig. Ze kwam voor zichzelf op en toen stond het hele Leeuwekamp achter haar. Ze heeft je helemaal niet nodig en je verdient haar niet. Tenslotte dreef de koude lucht Ayla weer naar binnen. Ze keek naar Jondalars plekje toen ze de tent binnenkwam. Hij lag op zijn zij, met zijn gezicht naar de andere kant. Ze gleed haar bed in en voelde een zware, uitgestoken hand van iemand die sliep. Ranec hield wel van haar, dat wist ze. En op haar eigen manier hield ze ook wel van hem. Ze bleef stil liggen luisteren naar Ranecs regelmatige ademhaling. Na een poosje draaide hij zich om en was de hand weg.

Ayla probeerde te slapen, maar haar gedachten lieten haar niet met rust. Ze had naar Dure willen gaan en hem mee willen nemen naar het Leeuwekamp om bij haar te wonen. Nu vroeg ze zich af of dat voor hem wel het beste zou zijn. Zou hij hier bij haar gelukkiger zijn dan wanneer hij bij de Stam bleef? Zou hij gelukkig kunnen zijn bij mensen die hem haatten. Die hem een platkop zouden noemen, of nog erger, een half-dierliike gruwel? Bij de Stam kenden ze hem en ze hielden van hem; hij was een van hen. Misschien dat Broud hem haatte, maar zelfs op de Stambijeenkomst zou hij vrienden hebben. Hij werd geaccepteerd en hij zou mee mogen doen aan de wedstrijden en de ceremoniën—'zou Dure de herinneringen van de Stam hebben? vroeg ze zich af.

En als ze hem niet kon meenemen, zou ze dan terug kunnen gaan naar de Stam en daar blijven? Zou ze ooit de gebruiken van de Stam weer kunnen aanvaarden nu ze mensen als zij had gevonden? Ze zouden nooit toestaan dat ze haar dieren hield. Zou ze bereid zijn om Whinney en Renner en Wolf op te geven en alleen Durcs moeder te zijn? Heeft Dure wel een moeder nodig? Hij was een baby toen ik wegging, maar hij is nu geen baby meer. Brun zal hem nu wel leren jagen.

Hij heeft waarschijnlijk zijn eerste jachtbuit al gemaakt en meegenomen om Oeba te laten zien. Ayla moest glimlachen om het beeld dat ze zich voorstelde. Oeba zou hem enorm prijzen en zeggen dat hij een dappere, sterke jager was.

Dure heeft een moeder! besefte ze. Oeba is zijn moeder. Oeba heeft hem grootgebracht, voor hem gezorgd, zijn schrammen en builen behandeld. Hoe zou ik hem bij haar weg kunnen halen? Wie zou er voor haar moeten zorgen als ze oud wordt? Zelfs toen hij een baby was, waren de andere vrouwen van de Stam meer zijn moeder dan ik omdat ik geen melk meer had.

Hoe zou ik trouwens kunnen teruggaan om hem te halen? Ik ben vervloekt. Voor de Stam ben ik Dood! Als Dure me zag, zou hij alleen maar schrikken en de anderen ook. Ook wanneer ik geen doodvloek had gekregen, zou hij dan blij zijn als hij me zag? Zou hij me eigenlijk nog wel kennen?

Hij was bijna nog een baby toen ik wegging. En nu zal hij wel zo ongeveer op de Stambijeenkomst zijn en Oera hebben ontmoet.

Hij is nog jong, maar hij moet er toch aan denken wanneer hij een verbintenis zal aangaan. Hij heeft ook plannen om een vuurplaats te stichten—net als ik, dacht ze. Ook al zou ik hem ervan kunnen overtuigen dat ik geen geest ben, Dure zou Oera mee moeten nemen en ze zou zich hier ellendig voelen. Het zou al moeilijk genoeg voor haar zijn om haar eigen stam te verlaten en bij Dure en zijn stam te gaan wonen, maar het was nog veel erger om naar een wereld te verhuizen die niets bekends had. Vooral naar een wereld vol onbegrip, waar ze zou worden gehaat.

En als ik terugging naar de vallei? En dan Dure en Oera haalde om daar te wonen? Maar Dure heeft behoefte aan mensen... en ik ook. Ik wil niet alleen wonen, waarom zou Dure alleen willen wonen in een vallei, samen met mij?

Ik heb aan mezelf gedacht en niet aan Dure. Het zou voor hem niet beter zijn als hij hier kwam. Dat zou hem niet gelukkig maken. Het zou alleen mij gelukkig maken. Maar ik ben Durcs moeder niet meer. Oeba is zijn moeder. Ik ben voor hem niets meer dan een herinnering aan een moeder die stierf, en misschien is het beter zo. De Stam is zijn wereld en dit is de mijne, of ik het leuk vind of niet. Ik kan niet terug naar de Stam en Dure kan hier niet komen. Er is op deze wereld geen plaats waar mijn zoon en ik samen kunnen wonen en gelukkig zijn.

Ayla werd de volgende morgen vroeg wakker. Ook toen ze tenslotte in slaap viel, had ze geen rustige slaap. Ze werd herhaaldelijk wakker na een droom over een trillende aarde en grotten die instortten. Ze voelde zich niet lekker en terneergeslagen. Ze hielp Nezzie bij het water koken voor de soep en het malen van graan voor het ontbijt. Ze was blij dat ze de gelegenheid had om met haar te praten.

ik vind het verschrikkelijk dat ik zoveel moeilijkheden heb veroorzaakt, Nezzie. Het hele Leeuwekamp wordt gemeden en dat is mijn schuld,' zei Ayla.

'Dat moet je niet zeggen. Het is jouw schuld niet, Ayla. We konden kiezen en dat hebben we gedaan. Jij verdedigde alleen Rydag en hij hoort ook bij het Leeuwekamp, tenminste bij ons.'

'Al die narigheid heeft me een ding duidelijk gemaakt,' vervolgde Ayla. 'Sinds ik de Stam heb verlaten, heb ik er altijd aan gedacht om eens terug te gaan om mijn zoon op te halen. Nu weet ik dat het nooit zal kunnen. Ik kan hem hier niet brengen en ik kan daar niet meer heen. Maar nu ik weet dat ik hem nooit zal zien, heb ik het gevoel dat ik hem weer helemaal kwijt ben. Ik wou dat ik kon huilen, om hem kon treuren of verdrietig zijn, maar ik voel me alleen droog en leeg.'

Nezzie zocht de bessen uit die gisteren vers waren geplukt en trok de steeltjes eraf. Ze hield op en keek Ayla doordringend aan. iedereen ondervindt teleurstellingen in het leven. Iedereen verliest mensen van wie hij houdt. Soms is het een echte tragedie. Jij hebt je volk verloren toen je nog jong was. Dat was tragisch, maar je kon er niets aan doen. Het is erger wanneer je er schuld aan hebt of denkt te hebben. Wymez acht zich iedere dag van zijn leven nog schuldig aan de dood van de vrouw die hij liefhad. Ik geloof dat Jondalar zich schuldig voelt aan de dood van zijn broer. Jij hebt een zoon verloren. Het is erg voor een moeder om een kind te verliezen, maar je hebt nog iets. Je weet dat hij waarschijnlijk nog leeft. Rydag heeft zijn moeder verloren... en eens zal ik hem verliezen.'

Na het ontbijt ging Ayla naar buiten. De meesten bleven in de buurt van het Kattestaartkamp. Ze keek in de richting van het centrale punt van de Bijeenkomst en toen naar het Larikskamp, het zomerverblijf van het Mammoetkamp, dat pas was opgezet. Ze was verrast toen ze zag dat Avarie naar haar keek. Ze vroeg zich af hoe die zich vandaag voelden nu ze hun kamp zo dicht bij het Leeuwekamp hadden opgeslagen.

Avarie ging naar de tent die haar broer had bestemd als Mammoetvuurplaats en krabde aan het leer. Zonder op antwoord te wachten ging ze naar binnen. Vincavec had zijn slaapvacht zo uitgespreid dat deze bijna de helft van de vloer in beslag nam. Hij zat met zijn rug tegen een leuning, die in het midden was opgesteld en was gemaakt van rijk versierde huid die over een mammoetbot was gespannen.

'De meningen zijn verdeeld,' zei ze, zonder inleiding.

'Dat kan ik me voorstellen,' antwoordde Vincavec. 'Het Leeuwekamp heeft bij ons hard gewerkt aan de bouw van het huis. Toen ze weggingen was iedereen hen goedgezind en men was in de ban van Ayla, met haar paarden en de wolf—en men had wel wat ontzag voor haar. Maar wanneer we geloof mogen hechten aan oude verhalen en gebruiken, herbergt het Leeuwekamp nu een gruwel, een mateloos slechte vrouw, die de dierlijke geesten van platkoppen aantrekt, zoals het vuur 's avonds de nachtvlinders aantrekt, en ze over de andere vrouwen verspreidt. Wat denk jij ervan, Avarie?'

ik weet het niet, Vincavec. Ik mag Ayla wel en volgens mij ziet ze er niet uit als een gevaarlijke vrouw. Die jongen lijkt ook niet op een dier. Hij is alleen zwak en hij kan niet praten, maar ik geloof wel dat hij ons verstaat. Misschien is hij een mens en misschien zijn de andere platkoppen dat ook wel. Mogelijk heeft de oude Mamut gelijk. De Moeder heeft gewoon een geest gekozen van de enige mannen die bij Ayla in de buurt waren toen ze haar een baby gaf. Maar ik wist niet dat zij en de oude man vroeger bij een troep platkoppen hadden gewoond.'

'Die oude man heeft al zo lang geleefd dat hij meer is vergeten dan heel wat jongere mannen ooit hebben geleerd en hij heeft vaak gelijk. Ik heb zo'n gevoel, Avarie, dat wat er gebeurd is geen blijvende nadelige gevolgen zal hebben. Ayla heeft iets dat mij doet geloven dat de Moeder over haar waakt. Ik denk dat ze hier sterker uitkomt dan ze voor die tijd was. Laten we eens zien wat het Mammoetkamp ervan vindt als we partij kiezen voor het Leeuwekamp.'

'Waar is Tulie?' vroeg Fralie terwijl ze om zich heen keek in de tent.

'Ze is met Latie teruggegaan naar het kamp van de aanstaande vrouwen,' zei Nezzie. 'Waarom?'

'Herinner je je nog dat kamp dat een aanbod kwam doen om Ayla te adopteren, vlak voor het Mammoetkamp hier aankwam?'

Ayla keek Fralie vragend aan.

'Ja,' zei Nezzie. 'Dat kamp waarvan Tulie dacht dat ze niet genoeg hadden te bieden.'

'Ze staan buiten en vragen weer naar Tulie.'

'Ik ga wel even om te zien wat ze willen,' zei Nezzie.

Ayla bleef binnen. Ze wou hen eigenlijk niet ontmoeten als het niet hoefde. Even later kwam Nezzie terug.

'Ze willen je nog steeds adopteren, Ayla,' zei ze. 'De leidster van dat kamp heeft vier zonen. Ze willen je hebben als zuster. Ze zegt dat je hebt bewezen dat je kinderen kunt krijgen omdat je al een zoon hebt. Ze hebben hun bod verhoogd. Misschien moest je toch maar naar buiten gaan om hen, in naam van de Moeder, te begroeten.'

Tulie en Latie liepen resoluut door het kamp, zij aan zij, recht vooruit kijkend, zonder aandacht te besteden aan de nieuwsgierige blikken van de mensen die ze passeerden.

'Tulie! Latie! Wacht even,' riep Brecie, die hen probeerde in te halen. 'Het Elandekamp stond net op het punt een boodschapper te sturen, Tulie. We wilden jullie uitnodigen om vanavond bij ons te komen eten in het Wilgekamp.'

'Dank je, Brecie. Ik waardeer jullie uitnodiging. Natuurlijk komen we. Ik had moeten weten dat we op jullie konden rekenen.'

'We zijn al zo lang vrienden, Tulie. Soms worden oude verhaaltjes alleen al geloofd omdat ze oud zijn. Ik vind dat Fralies baby er heel goed uitziet.'

'En ze is ook nog te vroeg geboren. Als Ayla er niet was geweest, had Bectie niet eens kunnen leven,' zei Latie, die meteen klaarstond om haar vriendin te verdedigen.

'Maar ik vroeg me wel af waar ze vandaan is gekomen. Iedereen dacht dat ze met Jondalar was gekomen. Ze zijn allebei groot en blond, maar ik wist wel beter. Ik weet nog wel dat we hem en zijn broer uit de modder bij de Zwarte Zee trokken. Daar was zij toen niet bij en ik wist ook wel dat ze geen Mamutisch of Sungaea-accent had. Maar ik begrijp nog steeds niet wat voor macht ze over die paarden en die wolf heeft.'

Tulie voelde zich veel prettiger toen ze hun weg vervolgden door het dal in de richting van het Wolvekamp.

'Hoeveel zijn het er nu?' vroeg Tarneg aan Barnec, toen er weer een delegatie vertrok.

'Bijna de helft van de kampen heeft een verzoenend gebaar gemaakt,' zei Barzec. ik denk dat er nog wel een paar zullen besluiten zich bij ons te voegen.'

'Maar dan blijft toch nog ongeveer de helft van de kampen over,' zei Talut. 'Er zijn er een paar bij die nogal wat bezwaren tegen ons hebben. Sommigen zeggen zelfs dat we maar moeten vertrekken.'

'Ja, maar kijk eens wie dat zijn. Chaleg is de enige die ik heb horen zeggen dat we moeten vertrekken,' zei Tarneg.

'Maar dat zijn ook Mamutiërs en één rotte appel kan de hele mand aansteken,' zei Nezzie.

ik houd niet van die verdeeldheid,' zei Talut. 'Er zijn aan beide kanten te veel goede mensen. Ik wou dat ik iets kon bedenken om het weer goed te krijgen.'

'Ayla vindt het ook verschrikkelijk. Ze zegt dat zij de oorzaak is van de problemen voor het Leeuwekamp. Zagen jullie die uitdrukking op haar gezicht toen de jongelui, die hadden gevochten, haar "dierenvrouw" noemden?'

'Bedoel je degenen die we pakten bij de ri-?' begon Danug, maar Tarneg viel hem snel in de rede.

'Ze bedoelt de broer en zus die Ayla en Deegie pakten omdat ze elkaar sloegen.' Danug moest voorzichtig zijn. Hij had zich bijna versproken en iets verteld over de jongens die aan het vechten waren, dacht Tarneg.

ik heb Rydag nog nooit zo verdrietig gezien,' vervolgde Nezzie. 'Ieder jaar zijn ze minder aardig tegen hem. Hij vindt het niet leuk hoe de mensen hem behandelen, maar dit jaar is het erger... misschien omdat hij het in het Leeuwekamp nu zoveel beter naar zijn zin heeft. Ik ben bang dat dit alles hem geen goed zal doen, maar ik weet niet wat ik eraan moet doen. Ayla maakt zich ook zorgen over hem en dat vind ik nog veel erger.'

'Waar is Ayla nu?' vroeg Danug.

'Weg met de paarden,' zei Nezzie.

ik vind dat ze het als een compliment moest beschouwen wanneer ze haar "dierenvrouw" noemen. Je moet toegeven dat ze goed met dieren kan omgaan,' zei Barzec. 'Sommigen denken zelfs dat ze met hun geesten uit de andere wereld kan praten.'

'Anderen zeggen dat het alleen een bewijs is dat ze bij dieren heeft gewoond,' bracht Tarneg hem in herinnering. 'En die beschuldigen haar ervan dat ze verschillende geesten aantrekt die niet zo welkom zijn.'

'Ayla zegt nog altijd dat iedereen dieren mak kan krijgen,' zei Talut.

'Ze maakt er zo weinig mogelijk drukte over,' zei Barzec. 'Daarom vinden sommigen het misschien ook niet zo belangrijk. De mensen vinden het normaler om iemand als Vincavec te zien, die je goed laat merken hoe belangrijk hij zich vindt.'

Nezzie keek naar Tulies man en ze vroeg zich af waarom hij niet zoveel met Vincavec op leek te hebben. Het Mammoetkamp was een van de eerste geweest die hun partij hadden gekozen.

'Misschien heb je wel gelijk, Barzec,' zei Tarneg. 'Het is vreemd hoe snel je eraan went om dieren om je heen te hebben, vooral wanneer je er geen last van hebt. Je ziet er niets bijzonders aan. Ze zijn precies als andere dieren, alleen je kunt er dichterbij komen en ze aanraken. Maar als je erover nadenkt is het onbegrijpelijk. Waarom zou die wolf een zwak kind gehoorzamen dat hij gemakkelijk zou kunnen verscheuren. Waarom zouden die paarden zich door iemand laten berijden? En hoe komt iemand op het idee het te proberen?'

'Het zou me niets verbazen als Latie het ook een keer probeert,' zei Talut.

'Als iemand het doet, is zij het,' zei Danug. 'Hebben jullie het gezien toen ze hier was? Het eerste waar ze heen ging was het afdak voor de paarden. Ze heeft hen het meest gemist. Ik geloof dat ze verliefd is op die paarden.'

Jondalar had alleen maar geluisterd zonder een opmerking te maken. De situatie waar Ayla in terecht was gekomen omdat ze haar achtergrond niet had verzwegen, was pijnlijk en vernederend, maar het was in veel opzichten lang niet zo erg als hij zich had voorgesteld. Hij was verbaasd dat ze haar niet meedogenlozer aan de kaak hadden gesteld. Hij had verwacht dat ze belasterd, uitgestoten en volledig verbannen zou worden. Zou het onder zijn volk dan erger zijn geweest of meende hij dat alleen maar?

Toen het Leeuwekamp voor haar opkwam, dacht hij dat ze een hoge uitzondering waren. Misschien waren ze meer vergevingsgezind door Rydag. Maar toen Vincavec en Avarie van het Mammoetkamp hun steun kwamen aanbieden, begon Jondalar zijn mening te herzien en toen er steeds meer kampen uit eigen beweging het Leeuwekamp hun steun aanboden moest hij wel gaan twijfelen aan zijn overtuiging.

Jondalar was meer een man voor materiële dingen. Hij kende begrippen als liefde, medelijden en woede en die kennis was gebaseerd op zijn eigen gevoelens, al kon hij die moeilijk tot uitdrukking brengen. Hij kon heel verstandig praten over abstracte onderwerpen en immateriële zaken, maar ze hadden zijn belangstelling niet en hij accepteerde zijn plaats in de gemeenschap zonder te veel bespiegelingen. Maar Ayla was de menigte tegemoet getreden met een waardigheid en kracht die respect afdwong. Dat gaf hem een andere kijk op de dingen.

Hij begon te begrijpen dat een bepaald gedrag nog niet verkeerd hoefde te zijn alleen omdat sommige mensen dat vonden. Een mens kon zich verzetten tegen algemeen verbreide opvattingen en voor zijn persoonlijke mening uitkomen en dan hoefde alles nog niet beslist verloren te zijn, al kon het consequenties hebben. Het resultaat kon belangrijk zijn, ook al was het alleen voor hemzelf. Ayla was niet verbannen door het volk dat haar nog zo kort geleden had geadopteerd. De helft was bereid haar te accepteren en te geloven dat ze een vrouw met zeldzame gaven en moed was.

De andere helft had een andere mening, maar niet allemaal om dezelfde reden. Sommigen zagen het als een gelegenheid om hun invloed en status te vergroten door stelling te nemen tegen het machtige Leeuwekamp op een moment dat hun positie werd bedreigd. Anderen waren echt verbolgen over het feit dat zo'n verdorven vrouw in hun midden zou mogen leven. Volgens hen was ze de personificatie van het kwaad, te meer omdat ze er niet naar uitzag. Zo te zien was ze gelijk aan iedere andere vrouw, aantrekkelijker dan de meesten, maar ze had hen erin laten lopen met haar zogenaamde macht over dieren en dat moest ze hebben geleerd toen ze bij die beestachtige platkopgruwels woonde die zelfs sommige mensen hadden wijs gemaakt dat ze ook mensen waren.

Velen waren bang voor haar. Ze had zelf toegegeven dat ze een van die bastaards, zo'n half-dier, had uitgebroed en nu was ze een bedreiging voor alle andere vrouwen op de Zomerbijeenkomst. Het deed er niet toe wat de oude Mamut zei, iedereen wist dat bepaalde mannelijke geesten constant werden aangetrokken door dezelfde vrouw. Het Leeuwekamp had Nezzie toegestaan om dat dierlijke kind te houden en kijk eens wat ze nu hadden! Nog meer dieren en een gruwel van een vrouw die waarschijnlijk door hem was aangetrokken. Het hele Leeuwekamp behoorde te worden verbannen.

De Mamutiërs waren een volk met hechte familiebanden. Bijna iedereen had wel een of meer verwanten of vrienden in ieder kamp. Maar nu werd de structuur van de samenleving bedreigd en dat beangstigde velen, onder wie Talut. De Raden kwamen bij elkaar, maar de besprekingen eindigden in een ruzie. Een dergelijke situatie had zich nooit eerder voorgedaan en ze misten de middelen of de methode om het op te lossen.

De stralende middagzon kon weinig doen om de sombere stemming in het kamp te verjagen. Terwijl ze met Whinney het pad opliep naar het Kattestaartkamp, zag Ayla de plek waar de rode aarde was uitgegraven en dat herinnerde haar aan haar bezoek aan het Muziekhuis. Hoewel ze nog steeds oefenden en plannen maakten voor een groot feest na de mammoetjacht, was er toch niet meer datzelfde gevoel van spanning en verwachting. Ook de blijdschap van Deegie om haar Verbintenisceremonie en van Latie om haar bevordering tot de status van een vrouw waren aardig bekoeld door de geschillen die de hele Zomerbijeenkomst dreigden te verstoren.

Ayla had het over weggaan, maar Nezzie zei dat het niets zou oplossen. Zij had het probleem niet veroorzaakt. Haar aanwezigheid had alleen een diepgaand meningsverschil tussen de beide groepen aan het licht gebracht. Nezzie zei dat het probleem al bestond sinds zij Rydag had opgenomen. Er waren veel mensen die het er nog altijd niet mee eens waren dat hij bij hen mocht wonen.

Ayla maakte zich zorgen over Rydag. Hij glimlachte zelden en ze merkte ook niets meer van zijn vriendelijke humor. Hij had geen eetlust en ze geloofde dat hij niet voldoende slaap kreeg. Hij vond het blijkbaar prettig als ze vertelde over haar leven bij de Stam, maar hij mengde zich zelden in een gesprek.

Ze bracht Whinney onder het afdak en zag Jondalar op Renner over de weide rijden in de richting van de oversteek door de rivier. Hij leek de laatste tijd anders. Niet meer zo afstandelijk, maar wel somber.

Ayla liep in een opwelling naar de open ruimte, midden in het kamp, om te zien of er iets te doen was. Omdat ze gastvrijheid verleenden aan de Bijeenkomst, nam het Wolvekamp het standpunt in dat ze geen partij konden kiezen, maar Ayla dacht dat hun sympathie uitging naar het Leeuwekamp. Ze was niet van plan om zich te verschuilen. Ze was geen 'gruwel', het volk van de Stam bestond uit mensen en dat waren Rydag en haar zoon ook. Ze wou iets doen, zich vertonen. Misschien ging ze wel naar de Mammoetvuurplaats, of het Muziekhuis, of met Latie praten.

Ze ging vastberaden op weg, knikte naar degenen die haar groetten en negeerde degenen die dat niet deden en toen ze bij het Muziekhuis kwam, zag ze Deegie naar buiten komen.

'Ayla! Wat fijn dat ik je tref. Heb je een speciaal doel?'

ik heb alleen besloten om niet in het Leeuwekamp te blijven.'

'Goed zo! Ik was van plan om Tricie te bezoeken en haar baby te zien. Ik had dat al eerder willen doen, maar telkens wanneer ik het probeerde was ze weg. Kylie heeft me net verteld dat ze er nu is. Ga je mee?'

'Ja.'

Ze liepen naar het huis van de leidster. 'We kwamen je bezoeken, Tricie,' legde Deegie uit bij de ingang, 'en je baby zien.'

'Kom binnen,' zei Tricie. ik heb hem net neergelegd, maar ik denk niet dat hij al slaapt.'

Ayla bleef op een afstandje staan terwijl Deegie hem oppakte en vasthield. Ze maakte zachte geluidjes en praatte tegen hem.

'Wil jij hem niet zien, Ayla,' vroeg Tricie tenslotte. Het was bijna een uitdaging.

ik wil hem graag zien.'

Ze nam de baby van Deegie over en bekeek hem aandachtig. Zijn blanke huid was bijna doorschijnend en het blauw van zijn ogen was zo licht dat het nauwelijks een kleur was. Zijn haar had een oranjerode kleur, maar het was vol en krullend als dat van Ranec. Wat haar het meest opviel was zijn gezicht. Hij leek sprekend op Ranec. Er was voor haar geen twijfel aan dat Ralev een baby was van Ranec. Het was net zo zeker dat Ranec hem had verwekt als dat Broud Dure bij haar had verwekt. Ze kon er niets aan doen, maar ze was benieuwd of ze ook zo'n baby zou krijgen wanneer ze een verbintenis met hem aanging.

Ayla praatte tegen de zuigeling in haar armen. Hij keek belangstellend alsof zijn aandacht werd getrokken. Hij glimlachte en toen klonk er een kirrend lachje. Ayla hield hem tegen zich aan. Ze sloot de ogen en genoot van zijn zachte wangetje tegen de hare.

is hij niet prachtig, Ayla?' zei Deegie.

'Ja, is hij niet prachtig?' vroeg Tricie en haar toon klonk scherper.

Ayla keek de jonge moeder aan. 'Nee, hij is niet prachtig.'

Deegie staarde haar verbaasd aan. 'Niemand zal ooit kunnen zeggen dat hij prachtig is, maar hij is de... liefste baby die ik ooit heb gezien. Geen vrouw op de wereld zou hem kunnen weerstaan. Hij hoeft niet mooi te zijn. Hij heeft iets bijzonders, Tricie. Ik denk dat je heel gelukkig met hem bent.'

De glimlach van de moeder werd vriendelijker, ik geloof dat ik dat ook wel ben, Ayla. En ik geef toe, hij is niet mooi, maar hij is zoet en zo lief.'

Opeens was er een groot tumult buiten. Er werd geschreeuwd en gejammerd. De drie jonge vrouwen haastten zich naar de ingang.

'O, Grote Moeder! Mijn dochter! Iemand moet haar helpen!' jammerde een vrouw.

'Wat is er dan? Waar is ze?' vroeg Deegie.

'Een leeuw! Een leeuw heeft haar! Daar in de wei. Iemand moet haar helpen, alsjeblieft!'

Er renden al verscheidene mannen met speren in de richting 'vïjn het pad.

^Een leeuw? Nee, dat kan niet!' zei Ayla, terwijl ze de mannen achterna rende.

'Ayla! Waar ga je heen?' riep Deegie haar na en ze probeerde haar in te halen.

'Naar dat meisje,' riep Ayla.

Ze rende naar het pad. Daar stond een groep mensen te kijken naar de mannen met speren die het pad afdraafden. Aan de overkant van de rivier was op de grasvlakte duidelijk een enorme holeleeuw te zien, met ruige rossige manen, die om een lang jong meisje draaide dat verlamd van schrik bleef staan. Ayla keek nog eens goed naar het dier en toen rende ze het Leeuwekamp in. Wolf sprong haar tegemoet.

'Rydag!' riep ze. 'Kom en houd Wolf vast! Ik moet naar dat meisje.' Toen Rydag de tent uitkwam, gaf ze de wolf op strenge toon het bevel: 'Blijf!' en zei tegen de jongen dat hij hem niet mocht laten gaan. Toen pas floot ze Whinney.

Ze sprong op de rug van de merrie en rende het pad af. De mannen met de speren staken de rivier al over toen ze Whinney om hen heen leidde. Zodra ze de overkant had bereikt, dwong ze Whinney tot een galop en ze ging op de leeuw en het meisje af. De mensen die aan het begin van het pad stonden waren stomverbaasd.

'Wat wil ze eigenlijk?' zei iemand boos. 'Ze heeft niet eens een speer. Tot nu toe schijnt het meisje ongedeerd, maar als je met een paard op een leeuw af rent, kan hem dat ook wel ophitsen. Als dat kind iets overkomt, is het haar schuld.'

Jondalar ving de opmerking op, net zo goed als verscheidene anderen van het Leeuwekamp die hem vragend aankeken. Hij zag alleen Ayla en onderdrukte de twijfel die in hem rees. Hij was niet helemaal zeker van zijn zaak, maar zij blijkbaar wel, anders was ze er nooit heen gegaan met Whinney.

Toen Ayla en Whinney naderden, bleef de reusachtige holeleeuw staan en keek haar aan. Hij had een litteken op zijn neus en dat kende ze. Ze herinnerde zich wanneer hij het had gekregen.

'Whinney, het is Kleintje! Het is echt Kleintje!' schreeuwde ze, terwijl ze het paard tot staan bracht en eraf gleed.

Ze rende naar de leeuw zonder er een moment aan te denken dat hij haar misschien niet zou herkennen. Dit was haar Kleintje. Ze was zijn moeder. Ze had hem grootgebracht vanaf, de tijd dat hij nog een welp was. Ze had voor hem gezorgd en mfet hem gejaagd.

Hij herkende haar omdat ze helemaal niet bang was. Hij liep naar haar toe terwijl het meisje angstig toekeek. Voor ze het wist had de leeuw Ayla tegen de grond gewerkt en ze sloeg haar armen om zijn dikke ruige nek terwijl hij zijn voorpoten 0m haar heen sloeg in een poging haar te omhelzen. /

'O, Kleintje, je bent teruggekomen. Hoe heb je me kunnen vinden?' zei ze huilend en ze veegde haar vreugdetranen af aan zijn ruige manen.

Tenslotte ging ze rechtop zitten en ze voelde dat hij met zijn ruwe tong haar gezicht likte. 'Houd daarme;e op!' zei ze glimlachend. ik houd geen huid meer over.' Ze krabde hem op zijn geliefde plekjes en hij liet haar met een zacht gegrom merken dat hij ervan genoot. Hij ging op zijn rug liggen zodat ze zijn buik kon krabben. Ayla zag dat het meisje met het lange blonde haar met wijd open ogen naar hen stond te kijken.

'Hij zocht mij,' zei Ayla tegen haar. ik denk dat hij jou voor mij aanzag. Je kunt nu weggaan, maar lopen, niet rennen.'

Ayla krabde Kleintje op zijn buik en achter zijn oren tot het meisje werd opgevangen door een man die haar, met zichtbare opluchting, in de armen sloot en haar meenam het pad op. De overigen stonden op een afstand en hielden hun speren klaar. Ze zag Jondalar onder hen, die zijn speerwerper gereed hield, en naast hem een kleinere man met een donkere huid. Talut stond aan de andere kant van Ranec, met Tulie naast zich.

'Je moet gaan, Kleintje. Ik wil niet dat ze je iets doen. Al ben je ook de grootste holeleeuw op aarde, één speer kan er een eind aan maken,' zei Ayla in het speciale taaltje dat was ontstaan uit woorden van de Stam, gebaren en diergeluiden en dat ze gebruikte toen ze alleen in de vallei woonde. Kleintje kende die geluiden en de gebaren zeker. Hij rolde zich om en ging staan. Ayla sloeg de armen om zijn nek en toen kon ze de verleiding niet weerstaan. Ze sloeg haar been over hem heen, ging op zijn rug zitten en hield zich vast aan zijn rossige manen. Het was niet de eerste keer dat ze dit deed.

Ze voelde de harde, sterke spieren onder zich samentrekken en toen ging hij er met een sprong vandoor. In een ogenblik had hij de volle snelheid bereikt van een leeuw die op jacht is. Hoewel ze de leeuw eerder had bereden, had ze hem nooit tekens kunnen leren om hem te sturen. Hij ging waar hij heen wou, maar ze Kjiocht wel mee. Het was altijd een spannende, wilde rit en daar- on\vond ze het heerlijk. Ayla hield zich goed vast, terwijl de wind! haar in het gezicht sloeg en ze snoof zijn sterke geur op.

Ay)la voelde dat hij keerde en langzamer ging lopen—de leeuwVwas een sprinter, anders dan de wolf, hij had geen uithoudingsvermogen voor de lange afstand—en ze zag Whinney rustig staan\grazen. Het paard hinnikte toen ze naderden en gooide het hoofd omhoog. De leeuwegeur van Kleintje was doordringend en vverontrustend, maar de merrie had het dier mee grootgebracht itoen het nog een welp was en had het op haar eigen wijze bemoederd. Hoewel hij bijna tot haar schoften reikte en langer en zwaarder was, was het paard voor deze leeuw niet bang en zeker niet wanneer Ayla erbij was.

Toen de leeuw bleef staan, liet Ayla zich van zijn rug glijden. Ze sloeg de armen om zijn hals en krabde hem nog een keer. Toen maakte ze een gebaar alsof ze een steen wegslingerde en beduidde hem dat hij móest gaan. De tranen liepen haar over de wangen toen ze hem met zwaaiende staart weg zag lopen. Ze snikte toen ze zijn gegrom hoorde dat ze overal zou herkennen. Toen de grote, bruine kat met de rossige manen in het hoge gras verdween, werd haar blik door tranen vertroebeld. Om de een of andere reden wist ze dat ze nooit meer op hem zou rijden en dat ze haar vreemde, wilde leeuwekind nooit meer zou zien. Het gegrom ging door tot de enorme holeleeuw, die een reus was in vergelijking met zijn latere soortgenoten, tenslotte een oorverdovend gebrul liet horen dat tot kilometers ver doordrong. Hij liet de aarde trillen door zijn afscheidsgroet.

Ayla gaf Whinney een teken en liep met haar terug. Hoe graag ze ook op de merrie reed, ze wou het gevoel van die laatste wilde rit zo lang mogelijk vasthouden.

Jondalar wendde tenslotte zijn blik af van het fascinerende gebeuren en hij zag de uitdrukking op de gezichten van de anderen. Hij kon hun gedachten wel raden. Paarden, dat kon nog, een wolf misschien ook, maar een holeleeuw? Hij straalde en toonde een brede, zelfvoldane grijns van trots en opluchting. Wie twijfelde er nu nog aan zijn verhalen?

De mannen kwamen achter Ayla het pad op en ze voelden zich bijna belachelijk met hun speren die ze niet hoefden te gebruiken. De mensen die hadden staan kijken gingen achteruit toen ze naderde. Ze maakten ruimte voor de vrouw en het paard. Ze stonden perplex en keken haar na vol ongeloof en ontzag. Ook het Leeuwekamp, dat Jondalars verhalen had gehoord en wis/t van haar leven in de vallei, kon de ogen niet geloven.