33.

Rugie en Tusie kwamen giechelend het hoofdgedeelte van de tent binnenrennen.

'Daar is er weer een,' zei Rugie.

Ayla ging snel kijken, Nezzie en Tulie wisselden een blik van verstandhouding, Fralie glimlachte en Frebec grijnsde.

'Wat bedoel je?' vroeg Nezzie, hoewel ze begreep wat de kinderen bedoelden.

'Weer een "Legatie",' zei Tusie, op een toon alsof ze genoeg begon te krijgen van al die onzin.

'Je hebt een drukke zomer, Tulie, met die delegaties en je plichten als beschermster van een aanstaande vrouw,' zei Fralie, die wat vlees fijnsneed voor Tasher. Maar ze wist dat de leidster ervan genoot om in het middelpunt van de belangstelling te staan die het Leeuwekamp werd geschonken.

Tulie liep met Ayla naar buiten en Nezzie kwam mee om te helpen omdat bijna iedereen al weg scheen te zijn. Fralie en Frebec liepen naar de opening van de tent om te zien wie er waren gekomen. Frebec volgde de drie vrouwen naar buiten, maar Fralie bleef binnen om de kinderen bezig te houden. Er stond een groepje mensen buiten het terrein dat Wolf als het zijne beschouwde. Hij had de onzichtbare grenzen gemarkeerd met zijn geur en deed regelmatig de ronde. Iedereen kon tot zover komen, maar geen stap verder zonder de duidelijke instemming van iemand die hij kende.

Het dier stond in een afwerende houding tussen de mensen en de tent, en dat betekende ontblote tanden en een diep gegrom, zodat geen enkele bezoeker bereid was om hem op de proef te stellen. Ayla riep hem bij zich en gaf hem het teken voor 'goed volk'. Ze had er een hele morgen aan besteed om hem dat te leren begrijpen van haar en alle anderen in het Leeuwekamp. Hoewel het in strijd was met zijn instinct, betekende het dat hij vreemden moest toelaten binnen de grenzen van het gebied van zijn troep. Hoewel regelmatige bezoekers gemakkelijker werden toegelaten dan volslagen vreemden, liet hij duidelijk merken dat het hem niet aanstond en hij vond het altijd een opluchting wanneer ze weer vertrokken.

Ayla nam hem af en toe mee door het kamp om hem te laten wennen aan grote groepen mensen, maar dan hield ze hem wel vlak bij zich. Ze werd altijd aangegaapt wanneer ze, vol zelfvertrouwen, met Wolf op de hielen liep en dat vond ze niet prettig, maar ze vond dat het moest gebeuren. Al was er veel overeenkomst tussen de gedragingen van mensen en wolven, hij moest toch aan een aantal dingen wennen wanneer zijn troep uit mensen zou bestaan. Mensen hadden graag gezelschap, ook van vreemden en ze vonden het prettig om in grote groepen bij elkaar te zijn.

Maar Wolf bracht niet al zijn tijd door in het Kattestaartkamp. Hij ging vaak met de paarden naar de weide, of trok er alleen op uit of met anderen. Meestal met Ayla, maar soms met Jondalar of Danug, of vreemd genoeg met Frebec.

Frebec riep het dier en dan liepen ze samen naar het onderdak voor de paarden om hem uit de buurt te houden. De mensen werden nerveus van Wolf en dat kon wel eens een minder positieve uitwerking hebben op de delegaties die ten behoeve van een man bij Ayla in de gunst probeerden te komen. Het was niet de bedoeling van de mannen om met Ayla een verbintenis aan te gaan, want ze wisten dat ze Ranec de Belofte had gedaan. Ze zochten geen levensgezellin maar een zuster. De delegaties kwamen met aanbiedingen om haar op te nemen.

Zelfs Tulie had niet aan die mogelijkheid gedacht, ondanks haar slimheid en haar kennis van de aard en de gebruiken van haar volk. Maar toen ze de eerste keer werd benaderd door een vrouw die ze kende, met alleen zoons, die haar vroeg of ze een aanbod van haar vuurplaats en kamp in overweging wou nemen om Ayla te adopteren, maakte Tulie meteen haar gevolgtrekking.

ik had het van het begin af kunnen weten,' had Tulie later uitgelegd, 'dat een ongebonden vrouw met een hoge status, met schoonheid en talenten, een buitengewoon begeerlijke zuster is, vooral nu ze is geadopteerd door de Mammoetvuurplaats. Die wordt gewoonlijk niet beschouwd als een gewone vuurplaats. We hoeven, of liever Ayla hoeft die aanbiedingen natuurlijk niet aan te nemen, tenzij ze het zelf wil, maar ze doen haar waarde in ieder geval stijgen.'

Tulies ogen schitterden van vreugde als ze eraan dacht hoeveel Ayla bijdroeg aan de status en de waarde van het Leeuwekamp. In haar hart wenste ze wel dat Ayla geen Belofte had gedaan aan Ranec. Haar Bruidsprijs zou verbazingwekkend hoog zijn wanneer ze vrij was. Anderzijds zou dat betekenen dat het Leeuwekamp haar zou verliezen en het bewaren van de schat was misschien beter dan haar te verliezen, zij het ook voor een hoge prijs. Zolang er geen waarde was vastgesteld, zouden de speculaties die altijd verhogen. Maar de aanbiedingen die ze voor haar adoptie kregen openden een wereld aan mogelijkheden. Ze kon in naam worden aangenomen, zonder dat ze het Leeuwekamp verliet. Ze kon zelfs leidster worden wanneer haar eventuele broer de juiste relaties en ambities had. En wanneer Ayla en Deegie beiden leidster werden, konden de rechtstreekse banden met het Leeuwekamp hun invloed enorm vergroten. Al deze gedachten speelden door Tulies hoofd terwijl ze naar deze nieuwe delegatie liepen. Ayla begon te begrijpen dat de variaties die werden toegepast bij het versieren van kleding en schoeisel kenmerkend waren voor de identiteit van de groep. Hoewel ze allemaal dezelfde geometrische basisfiguren gebruikten, was de overheersing van bepaalde figuren, zoals bijvoorbeeld V-vormen over ruiten en de wijze waarop ze werden gecombineerd, kenmerkend voor de banden met andere kampen. Maar ze kende de mensen en de patronen nog niet goed genoeg om, zoals Tulie, onmiddellijk de plaats in het systeem van rangen en standen binnen de groep te herkennen.

Van sommige kampen was de status zo hoog dat Tulie tevreden zou zijn geweest met minder materiële goederen vanwege de waarde die de relaties inbrachten. Andere konden een overweging waard zijn wanneer ze bereid waren genoeg te betalen. Op grond van de aanbiedingen die ze al had gekregen, viel deze groep voor Tulie onmiddellijk af. Ze waren nauwelijks de moeite waard om mee te praten. Ze hadden eenvoudig niet genoeg te bieden om een eventuele relatie in overweging te nemen. Het gevolg was dat Tulie hen buitengewoon vriendelijk ontving, maar hen niet uitnodigde om binnen te komen en ze begrepen dat ze te weinig hadden en te laat waren gekomen. Maar alleen al het doen van een bod had zijn voordelen. Het was een manier om in verbinding te komen met het Leeuwekamp, wat hun invloed vergrootte en een gunstige herinnering achterliet.

Terwijl ze voor de tent gezellig stonden te praten, zag Frebec dat Wolf een afwerende houding aannam en begon te grommen in de richting van de rivier. Opeens was hij verdwenen.

'Ayla!' riep Frebec. 'Wolf is achter iets aan!'

Ze floot luid en doordringend en haastte zich naar het pad dat naar de rivier leidde. Ze zag Wolf terugkomen, gevolgd door een nieuwe groep mensen. Maar dit waren geen vreemden.

'Het is het Mammoetkamp,' zei Ayla. ik zie Vincavec.'

Tulie wendde zich tot Frebec. 'Wil jij eens kijken of je Talut kunt vinden? We moeten hen behoorlijk ontvangen en misschien kun je tegen Marlie of Valez zeggen dat ze eindelijk zijn aangekomen.'

Frebec knikte en vertrok.

De delegatie die was gekomen om een bod te doen was te nieuwsgierig om nu weg te gaan. Vincavec was het eerst bij hen en toen hij Ayla, Tulie en de delegatie zag, begreep hij meteen wat er gaande was. Hij liet zijn draagstel vallen en stapte met een glimlach naar voren.

'Tulie, het moet een goed voorteken zijn dat jij de eerste bent die we ontmoeten omdat jij ook degene bent die ik het eerst wou zien,' zei Vincavec terwijl hij haar beide handen pakte en zijn wang tegen de hare wreef als twee goede oude vrienden die elkaar tegenkomen.

'Waarom zou ik de eerste zijn die je wilt ontmoeten?' vroeg Tulie, die onwillekeurig moest glimlachen. Hij was een charmeur.

Hij negeerde haar vraag. 'Zeg eens, waarom hebben je gasten hun beste spullen aan? Is het soms een delegatie?'

Een vrouw nam het woord. 'We hebben een aanbod gedaan om Ayla te adopteren,' zei ze heel waardig, alsof het bod nog niet volledig was afgewezen. 'Mijn zoon heeft geen zuster.'

Ook Ayla kon Vincavecs gedachten bijna wel raden. Hij begreep de hele situatie meteen en aarzelde niet om erop in te spelen.

'Wel, ik wil ook een aanbod doen. Ik zal het later meer formeel doen, maar ik wil je nu al iets geven om over na te denken, Tulie. Ik heb een voorstel voor een verbintenis.' Hij wendde zich tot Ayla en pakte haar beide handen, ik wil met jou een verbintenis aangaan, Ayla. Ik wil dat je van mijn Mammoetvuurplaats meer dan een naam maakt. Dat kun alleen jij me geven, Ayla. Jij brengt de naam van je vuurplaats mee en ik kan je het Mammoetkamp geven.'

Het voorstel overweldigde Ayla en ze schrok ervan. Vincavec wist dat ze al een verplichting was aangegaan. Waarom zou hij haar vragen? Zelfs al zou ze willen, kon ze dan zomaar van gedachten veranderen en met hem een verbintenis aangaan? Was het zo gemakkelijk om een Belofte te breken?

'Ze heeft al een Belofte aan Ranec gedaan,' zei Tulie.

Vincavec keek de grote leidster met een slim lachje aan. Hij stak zijn hand in een zak en toen hij hem eruit trok lagen er twee prachtige, gladde stukken barnsteen in. 'Ik hoop dat hij een goede Bruidsprijs heeft, Tulie.'

Tulie zette grote ogen op. Zijn aanbod was genoeg om haar de adem te doen inhouden. Hij had haar in feite gevraagd haar prijs te noemen, in barnsteen zo ze dat wenste, hoewel ze dat natuurlijk niet zou doen. Ze kneep de ogen bijna dicht. 'Het is niet aan mij om te beslissen, Vincavec. Ayla maakt haar eigen keuze.'

'Dat weet ik, maar neem deze stenen aan als een geschenk, Tulie, voor al de hulp bij het bouwen van mijn huis,' zei hij en hij drong ze haar op.

Tulie stond in tweestrijd. Ze zou moeten weigeren. Als ze ze aannam, zou hij overwicht over haar krijgen, maar het bleef Ayla's beslissing en Belofte of niet, ze was vrij om die keuze te maken. Waarom zou ze ertegenin gaan? Terwijl ze haar hand om de stenen sloot, zag ze een triomfantelijke uitdrukking op Vincavecs gezicht en Tulie kreeg het gevoel dat ze zich had laten omkopen voor twee stukken barnsteen. Hij wist dat ze geen ander aanbod in overweging zou nemen. Als hij Ayla kon overhalen, was ze de zijne. Maar Vincavec kent Ayla niet, dacht ze. Niemand kent haar. Ze mocht zich dan een Mamutische noemen, maar ze was nog altijd een vreemde en wie kon zeggen wat haar dreef? Ze zag hoe de man met het indrukwekkend getatoeëerde gezicht al zijn aandacht op de jonge vrouw richtte en hoe Ayla reageerde. Er was geen twijfel aan, ze toonde belangstelling.

'Tulie! Wat leuk om je weer te zien!' Avarie naderde met uitgestoken handen. 'We zijn zo laat, alle goede plaatsen zijn bezet. Weet jij een goed plekje om ons kamp op te zetten? Waar staan jullie?'

'Hier,' zei Nezzie, die naderbij kwam om als tweede de leidster van het Mammoetkamp te begroeten. Ze had met belangstelling het gesprek tussen Tulie en Vincavec gevolgd en zijn blik was haar ook opgevallen. Ranec zou er niet blij mee zijn wanneer hij hoorde dat Vincavec een bod ging doen voor Ayla, maar Nezzie was er lang niet zeker van dat Ayla zo gemakkelijk kon worden overgehaald door de leider van het Mammoetkamp, onverschillig wat hij aanbood.

'Staan jullie hier? Zo ver van alles af?' vroeg Avarie.

'Met de dieren is het de beste plaats voor ons. Ze worden nerveus tussen al die mensen,' zei Tulie, alsof ze met opzet die plaats hadden gekozen.

'Vincavec, als het Leeuwekamp hier is, waarom gaan wij dan niet in de buurt staan?' zei Avarie.

'Het is geen slechte plaats. Er zijn voordelen, hier is meer ruimte,' zei Nezzie. Wanneer niet alleen het Leeuwekamp maar ook het Mammoetkamp hier stond, zouden hier ook wel wat interessante dingen uit het midden van het kamp komen, dacht ze.

Vincavec glimlachte naar Ayla. ik kan niets leukers bedenken dan dicht bij het Leeuwekamp te gaan staan,' zei hij.

Toen kwam Talut met grote stappen het kamp in en hij begroette met zijn dreunende stem de leiders van het Mammoetkamp. 'Vincavec! Avarie! Jullie zijn er eindelijk! Wat heeft jullie zo opgehouden?'

'We hebben de reis een paar keer onderbroken,' zei Vincavec.

'Vraag Tulie maar om te laten zien wat hij voor haar heeft meegebracht,' zei Nezzie.

Tulie was er nog een beetje beduusd van en ze wou dat Nezzie niets had gezegd, maar ze opende haar hand en liet haar broer het barnsteen zien.

'Dat zijn prachtige stukken,' zei Talut. 'Dus jullie hebben al wat gehandeld, zie ik. Wisten jullie dat het Wilgekamp witte, spiraalvormige schelpen heeft?'

'Vincavec wil meer dan schelpen,' zei Nezzie. 'Hij wil een bod doen voor Ayla... voor zijn vuurplaats.'

'Maar zij heeft een Belofte gedaan aan Ranec,' zei Talut.

'Een Belofte is slechts een Belofte,' zei Vincavec.

Talut keek eerst Ayla aan, toen Vincavec en tenslotte Tulie. Toen begon hij te lachen. 'Wel, deze Zomerbijeenkomst zal men niet gauw vergeten.'

'Maar het was niet alleen de onderbreking in het Amber- kamp,' zei Avarie. 'Nu ik jou zie, Talut, met je grote rode manen moet ik er weer aan denken. We hebben steeds geprobeerd om een holeleeuw met rode manen heen te trekken, maar hij scheen dezelfde richting te volgen als wij. Ik heb geen troep gezien, maar ik geloof dat we de mensen beter kunnen waarschuwen dat er leeuwen in de buurt zijn.'

'Er zijn altijd leeuwen in de buurt,' zei Talut.

'Ja, maar deze gedroeg zich vreemd. Gewoonlijk houden leeuwen zich niet zo met mensen bezig, maar ik had een tijdje het gevoel dat hij ons volgde. Ik kon er een nacht slecht van slapen. Het was de grootste holeleeuw die ik ooit heb gezien. Ik beef nog van angst als ik eraan denk,' zei Avarie.

Ayla luisterde aandachtig, maar toen schudde ze het hoofd. Nee. Gewoon toeval, dacht ze. Er zijn zoveel grote holeleeuwen.

'Als jullie klaar zijn met opzetten, kom dan naar de open ruimte. We gaan de mammoetjacht bespreken en de Mammoetvuurplaats zal de Jachtceremonie regelen. Het kan geen kwaad om nog een goede Roeper te hebben. Ik weet zeker dat je mammoetvlees voor het Verbintenisfeest wil hebben, nu je van plan bent om er deel van uit te maken, Vincavec,' zei Talut. Hij wou weggaan, maar toen wendde hij zich tot Ayla. 'Waarom ga je niet met me mee als je van plan bent om met ons op de mammoetjacht te gaan. Neem je speerwerper mee. Ik had je trouwens toch opgehaald.'

'Ik loop met jullie mee,' zei Tulie. 'Ik moet naar het kamp van de aanstaande vrouwen om met Latie te praten.'

'Dit is een goede kwaliteit. Vooral voor dun gereedschap, zoals beitels, krabbers en boren,' zei Jondalar, die knielde en de fijne structuur van de gladde grijze vuursteen bekeek. Hij had een stuk gewei met een speciale vorm gebruikt om te graven. Het was sterk en veerkrachtig genoeg om niet te breken en verder had hij een hefboom gebruikt om het brok kiezelzuur uit de krijt- laag los te wrikken. Toen brak hij het open met een klopsteen.

'Wymez zegt dat de beste soorten vuursteen hier vandaan komen,' zei Danug.

Jondalar wees op de loodrechte rotswand die in de loop der tijd was ontstaan door het kolkende water. Er zaten nog meer brokken harde vuursteen, omgeven door matwitte korsten die naar voren staken uit het zachtere krijtgesteente. 'De beste vuursteen vind je altijd aan de bron. Dit lijkt veel op Dalanars vuursteengroeve en hij heeft het beste steen in onze omgeving.'

'Het Wolvekamp is beslist van mening dat dit het beste vuursteen is,' zei Tarneg. 'Toen ik hier de eerste keer kwam, was ik samen met Valez. Je had hem moeten horen hoe opgetogen hij was. Omdat deze plaats zo dicht bij hun kamp ligt, beschouwen ze de groeve als de hunne. Het was verstandig dat je toestem ming vroeg, Jondalar.'

'Louter uit beleefdheid. Ik weet hoe Dalanar over zijn groeve denkt.'

'Wat is er zo bijzonder aan deze steen? Ik heb zo vaak vuursteen zien liggen in rivierdalen,' zei Tarneg.

'Soms vind je er goede knollen die nog maar kortgeleden zijn losgespoeld en je komt er een stuk gemakkelijker aan. Het is een heel werk om ze uit de rots te graven. Maar vuursteen heeft de neiging uit te drogen wanneer het lang aan de lucht wordt blootgesteld,' zei Jondalar. 'Dan springen er bij de bewerking te snel kleine scherven af.'

'Als het te lang aan de oppervlakte heeft gelegen, begraaft Wymez het soms een tijdje in vochtige grond, dan is het gemakkelijker te bewerken,' zei Danug.

'Dat heb ik ook wel gedaan. Het helpt soms, maar het hangt van de grootte en de droogte van de knol af. Als het een groot stuk is, mag het niet te lang hebben gelegen. Het helpt het meest bij kleine stukken, desnoods niet groter dan een ei, maar die zijn minder geschikt om te bewerken, tenzij ze van heel goede kwaliteit zijn.'

'Wij doen iets soortgelijks met slagtanden van de mammoet,' zei Tarneg. 'Om te beginnen wikkelen we de slagtand in vochtige huiden en dan begraven we hem in hete as. Dan verandert het ivoor. Het wordt compacter en gemakkelijker te bewerken en te buigen. Dat is de beste manier om een hele slagtand recht te buigen.'

ik vroeg me al af hoe jullie dat deden,' zei Jondalar en keek nadenkend voor zich uit. 'Mijn broer had dat graag willen leren. Hij maakte speren. Hij kon een goede rechte schacht maken, maar hij kende de eigenschappen van hout, hoe je het kunt buigen en in model brengen. Ik denk dat hij ook wel had begrepen hoe jullie dat doen. Misschien heeft jullie methode Wymez wel zo snel op het idee gebracht om vuursteen te verhitten zodat het beter te bewerken is. Hij is een van de beste steenbewerkers die ik ooit heb ontmoet.'

'Jij kunt ook goed met vuursteen omgaan, Jondalar,' zei Tarneg. 'Ook Wymez is vol lof over je en hij prijst iemands werk niet zo gauw. Weet je, ik heb er eens over nagedacht. Ik heb straks een goede steenbewerker nodig voor het Oeroskamp. Ik weet dat je gezegd hebt dat je weer naar huis wilt, maar het lijkt me een hele reis. Zou je niet willen blijven als je een goed plaatsje had?

Ik bedoel, wat zou je ervan vinden om je aan te sluiten bij mijn kamp?'

Jondalar fronste het voorhoofd terwijl hij erover nadacht hoe hij Tarnegs aanbod kon weigeren zonder hem te beledigen, ik weet het niet. Ik moet er eens over nadenken.'

ik weet dat Deegie je wel mag en ze zal er vast mee instemmen. Het zou geen enkel probleem zijn om iemand te vinden met wie je een vuurplaats kunt stichten,' zei Tarneg. ik heb al die vrouwen wel om je heen gezien, ook die met de rode voeten. Het begon met Mygie en nu bedenken alle anderen ook al een reden om een kijkje te nemen in de hoek van de steenbewerkers. De reden zal wel zijn dat je hier nieuw bent. Vrouwen zijn altijd nieuwsgierig naar mannen die ze niet kennen.' Hij glimlachte, ik heb al meer dan een man de wens horen uitspreken dat hij een grote, blonde vreemde was. Ze zouden allemaal wel weer eens de aandacht willen trekken van een vrouw met rode voeten, maar Danug is nu aan de beurt.' Tarneg grijnsde veelbetekenend naar zijn jongere neef.

Ze vonden het allebei niet zo leuk. Jondalar ging staan en keek de andere kant op om de aandacht wat af te leiden. Het viel hem op dat hij naast deze twee mannen niet zo abnormaal groot was. Ze waren alle drie bijna even lang en Danug zou nog wel wat groter worden. Hij zou de lengte van Talut wel krijgen. Er waren grote en kleine mannen op de Bijeenkomst net zoals bij de Zomerbijeenkomsten van de Zelandoniërs.

'Nou, ik hoop dat je nog eens wilt nadenken over het Oeroskamp, Jondalar. Nu Deegie en Branag de verbintenis aangaan, zullen we dit najaar bouwen hoewel ik het er nog niet over eens ben of ik een groot huis maak, zoals het Leeuwekamp, of een aantal kleinere, voor elk gezin apart. Ik houd me liever bij het oude. Ik heb het liefst een groot huis, maar veel jonge mensen wonen liever apart met hun naaste verwanten en ik moet toegeven, wanneer de mensen ruzie krijgen kan het prettig zijn om naar je eigen huisje te kunnen gaan.'

ik waardeer je aanbod, Tarneg,' zei Jondalar. 'Dat meen ik, maar ik wil er niet omheen draaien. Ik ga naar huis. Ik moet terug. Ik zou je heel wat redenen kunnen noemen, bijvoorbeeld dat ik hun het bericht moet brengen van de dood van mijn broer, maar de waarheid is dat ik niet precies weet waarom ik moet gaan. Ik moet gewoon.'

is het om Ayla?' vroeg Danug met een bezorgde blik.

'Gedeeltelijk, ja. Ik moet toegeven dat ik me er niet op verheug haar een vuurplaats met Ranec te zien delen, maar toen we jullie ontmoetten, probeerde ik haar al over te halen met me mee te gaan naar mijn volk. Nu ziet het er trouwens naar uit dat ik alleen terug zal gaan... en dat lokt me ook niet aan, maar dat verandert niets aan de zaak. Ik zal toch moeten gaan.'

ik weet niet of ik het wel begrijp, maar ik wens je veel geluk en ik hoop dat de Moeder je op je Tocht goedgezind zal zijn. Wanneer dacht je te vertrekken?' vroeg Tarneg.

'Als de mammoetjacht voorbij is .'

'Nu we het toch over de mammoetjacht hebben, we moesten maar teruggaan. Ze praten er vanmiddag over,' zei Tarneg.

Ze liepen langs een zijrivier van de grote stroom bij de nederzetting en begonnen over keien te klauteren op een plaats waar de wanden dichter bij elkaar kwamen. Toen ze via een steile rand het ravijn verlieten, stootten ze op een groep jonge mannen die twee van hen, die aan het vechten waren, uitscholden of aanmoedigden. Druwez stond tussen de toeschouwers.

'Wat gebeurt hier?' vroeg Tarneg, die zich een weg baande door de groep en de twee vechtenden uit elkaar trok. De een bloedde uit de mond en de ander had een gezwollen oog.

'Ze houden gewoon een... wedstrijd," zei er een.

'Ja, ze zijn... eh... aan het oefenen... voor de worstelwedstrijden.'

'Dit is geen wedstrijd,' zei Tarneg. 'Dit is een vechtpartij.'

'Nee, echt niet, we waren niet aan het vechten,' zei de jongen met het gezwollen oog, 'we stoeiden maar wat.'

'Dus dat noemen jullie stoeien, met gebroken tanden en een blauw oog? Als jullie maar wat oefenen hoef je niet naar zo'n plek helemaal achteraf te gaan waar niemand je ziet. Nee, dit was menens. Ik vind dat jullie me beter kunnen vertellen wat er aan de hand is.'

Niemand antwoordde uit eigen beweging, maar ze schuifelden wat met de voeten.

'En jullie dan?' vroeg Tarneg, terwijl hij naar de overige jongelui keek. 'Wat doen jullie hier? Jij ook, Druwez. Wat dacht je dat moeder en Barzec doen wanneer ze horen dat jij hier was om vechtende jongens aan te moedigen? Ik denk dat jullie maar beter kunnen vertellen wat hier aan de hand is.'

Er was nog steeds niemand die iets wilde zeggen.

ik geloof dat we jullie mee moeten nemen en laat de leden van de Raad maar beslissen wat ze met jullie moeten doen. De Zusters vinden wel ander werk voor jullie in plaats van vechten en dan kunnen ze bovendien een voorbeeld stellen. Misschien sluiten ze jullie allemaal wel uit van de mammoetjacht.'

'Je moet het hun niet vertellen, Tarneg,' pleitte Druwez. 'Dalen probeerde hen alleen maar tegen te houden.'

Tegenhouden? Misschien moest je me toch maar eens vertellen wat dit gevecht te betekenen heeft,' zei Tarneg.

ik denk dat ik het weet,' zei Danug. Iedereen keek naar de grote jongeman. 'Het heeft te maken met de overval.'

'Welke overval?' vroeg Tarneg. Dit leek ernstig.

'Een paar mensen hadden het over het plegen van een overval op een kamp van de Sungaea,' legde Danug uit.

'Jullie weten dat overvallen verboden zijn. De leden van de Raad proberen een vriendschapsvuur te regelen en handel te drijven met de Sungaea. Ik moet niet denken aan de moeilijkheden die door een overval zouden kunnen ontstaan,' zei Tarneg. 'Van wie kwam het plan voor die overval?'

'Dat weet ik niet,' zei Danug. 'Op zekere dag had iedereen het erover. Er is iemand die een Sungaea-kamp heeft ontdekt op een paar dagreizen hier vandaan. Ze waren van plan te zeggen dat ze op jacht gingen, maar in plaats daarvan zouden ze het kamp vernielen, hun voedsel stelen en hen verjagen. Ik zei dat ik geen belangstelling had en dat ik het dom vond wat ze wilden. Ze zouden alleen zichzelf en alle anderen in moeilijkheden brengen. Bovendien hebben wij een Sungaea-kamp aangedaan op weg hierheen. Daar waren pas een broer en een zus gestorven. Misschien is het niet hetzelfde kamp, maar waarschijnlijk lijden ze er allemaal onder. Ik vond het niet goed om een overval op hen te plegen.'

'Dat kan Danug doen,' zei Druwez. 'Niemand zal hem een lafaard noemen omdat niemand er zin in heeft met hem te vechten. Maar toen Dalen zei dat hij ook niet mee wilde doen aan een overval zei een hele groep dat hij bang was om te vechten. Toen zei hij dat hij niet bang was om te vechten. Wij zeiden dat we met hem mee zouden gaan om te voorkomen dat ze hem allemaal aanvielen.'

'Wie van jullie is Dalen?' vroeg Tarneg. De jongen met de gebroken tand en de bloedende mond stapte naar voren. 'En wie ben jij?' zei hij tegen de andere wiens oog al blauw begon te worden. Hij weigerde te antwoorden.

'Ze noemen hem Cluve. Hij is een neef van Chaleg,' zei Druwez uit eigen beweging.

ik begrijp je bedoeling wel,' zei Cluve nors. 'Je bent van plan om alle schuld op mij te schuiven omdat Druwez je broer is.'

'Nee, ik ben niet van plan om iemand de schuld te geven. Ik laat de beslissing over aan de Raad van Broeders. Jullie kunnen allemaal verwachten dat je bij hen moet komen, mijn broer ook. Ik denk dat jullie je nu beter wat kunt opknappen. Als jullie zo teruggaan naar de Bijeenkomst, begrijpt iedereen dat jullie hebben gevochten en dan kan niemand het buiten de Raad van Zusters houden. Ik hoef jullie niet te vertellen wat er met jullie gaat gebeuren wanneer ze merken dat jullie hebben gevochten naar aanleiding van een overval.'

De jongelui gingen er snel vandoor voor Tarneg nog van gedachten kon veranderen, maar ze gingen in twee groepen, de ene met Cluve en de andere met Dalen. Tarneg lette goed op wie met wie meeging. Toen vervolgden de drie hun weg naar de Bijeenkomst.

'Er is toch nog iets dat ik graag zou willen weten, als je het niet erg vind,' zei Jondalar. 'Waarom zou je de Raad van Broeders laten beslissen wat ze met deze jongens moeten doen? Zouden ze het echt buiten de Raad van Zusters houden?'

'De Zusters staan het vechten beslist niet toe en accepteren geen enkel excuus, maar veel Broeders hebben overvallen gedaan toen ze nog jong waren of ze hebben wel eens gevochten omdat ze het spannend vonden. Heb jij nooit gevochten terwijl het niet mocht, Jondalar?'

'Nou ja, ik denk van wel. En ze hebben me ook wel eens betrapt.'

'De Broeders zijn toleranter, vooral tegenover degene die een goede reden had om te vechten hoewel Dalen beter iemand had kunnen inlichten over de overval dan te gaan vechten om te laten zien dat hij niet bang was. Een man schijnt dat soort dingen gemakkelijker door de vingers te zien. De Zusters zeggen dat gevechten altijd nieuwe gevechten uitlokken en dat zal wel waar zijn, maar Cluve had op een punt gelijk,' zei Tarneg. 'Druwez is mijn broer. Hij heeft zijn vriend niet aangemoedigd om te vechten, hij probeerde hem alleen te helpen. Het zou me spijten wanneer hij daardoor in moeilijkheden zou raken.'

'Heb jij ooit met iemand gevochten, Tarneg?' vroeg Danug.

Het toekomstige stamhoofd keek zijn jongere neef even aan en knikte. 'Een of twee keer, maar er waren niet zoveel mannen die me uitdaagden. Ik was groter dan de meesten, net als jij. Maar bij die wedstrijden wordt soms meer gevochten dan men wil toegeven.'

'Dat weet ik,' zei Danug diepzinnig.

'Maar er is tenminste toezicht. Dat voorkomt dat iemand ernstig gewond raakt en er wordt later geen wraak genomen.' Tarneg keek naar de lucht. 'Het loopt al naar de middag, het is later dan ik dacht. We mogen wel opschieten als we nog iets over de mammoetjacht willen horen.'

Toen Ayla en Talut bij de open ruimte kwamen, nam hij haar mee naar een flauwe helling die heel geschikt was als plaats van samenkomst voor kleinere groepen en gebruikt werd voor toevallige bijeenkomsten, maar ook voor bijzondere vergaderingen.

Ze waren al begonnen en Ayla keek of ze tussen de mensen een glimp van Jondalar zag. Dat was alles wat ze de laatste tijd van hem zag. Vanaf het moment dat ze waren aangekomen leek hij te verdwijnen in de mensenmassa. Hij verliet het Kattestaartkamp vroeg in de morgen en hij kwam laat terug, als hij terugkwam. Als ze hem zag was hij vaak samen met een vrouw, meestal steeds een andere. Ze betrapte zich erop dat ze tegenover Deegie en anderen geringschattende opmerkingen maakte over zijn vrouwelijk gezelschap. Ze was niet de enige. Ze had ook een opmerking van Talut gehoord die zich afvroeg of Jondalar probeerde in een korte zomer compensatie te zoeken voor de hele winter. Er werd door velen in de kampen over zijn prestaties gepraat, vaak met humor en een soort dubbelzinnige bewondering, zowel voor zijn uithoudingsvermogen als zijn aantrekkingskracht. Het was niet de eerste keer dat zijn aantrekkelijkheid voor vrouwen onderwerp van gesprek was, maar hij had zich er nog nooit zo weinig van aangetrokken.

Ayla lachte ook om de opmerkingen, maar 's avonds, in het donker, bedwong ze haar tranen en vroeg ze zich af wat er aan haar mankeerde. Waarom koos hij haar nooit? Toch gaf het haar een vreemde voldoening dat ze hem met zoveel verschillende vrouwen zag. Ze wist tenminste dat hij er nog niet een had gevonden die haar plaats innam.

Ze wist niet dat Jondalar probeerde zoveel mogelijk uit de buurt van het Kattestaartkamp te blijven. In de beperkte ruimte van de tent was hij zich veel meer bewust van het feit dat zij en Ranec bij elkaar sliepen—niet iedere nacht in hetzelfde bed omdat ze soms behoefte had aan de privacy van haar eigen bed—maar toch dicht bij elkaar. Het was niet zo moeilijk om overdag in de ruimte van de steenbewerkers te blijven en dat leidde tot uitnodigingen om bij mensen te komen eten. Sinds zijn jeugd was dit de eerste keer dat hij zelf vrienden maakte, zonder hulp van zijn broer, en hij merkte dat het niet zo moeilijk was.

De vrouwen gaven hem een excuus om ook 's nachts weg te blijven, of tenminste tot heel laat als het niet de hele nacht was. Er was er niet een bij van wie hij echt hield, maar hij voelde zich schuldig omdat hij gebruik maakte van hun gastvrijheid en hij probeerde dat weer goed te maken op de wijze die hem het best lag, wat hem nog onweerstaanbaarder maakte. Veel vrouwen hadden de ervaring dat een man die zo knap was als Jondalar, zich er meer om bekommerde dat hij zelf werd bevredigd dan zij, maar hij was bedreven genoeg om iedere vrouw het gevoel te geven dat ze voldoende aandacht kreeg. Het was voor hem een opluchting dat hij niet hoefde te vechten tegen zijn sterke behoeften en ook het hoofd niet hoefde te bieden aan zijn verwarde gevoelens. Hij genoot van de vrouwen en liet hen ook genieten, maar het bleef allemaal heel oppervlakkig. Hij hunkerde naar de diepere gevoelens, die hij altijd had gezocht en die geen vrouw in hem opwekte, behalve Ayla.

Ayla zag hem samen met Tarneg en Danug terugkomen van de vuursteengroeve van het Wolvekamp en ze voelde haar hart bonzen, zoals ze vaker had wanneer ze hem zag. Ze zag dat Tulie naar de drie mannen liep en met Jondalar wegging. Talut wenkte Tarneg en Danug om bij hen te komen.

ik wil je wat vragen over de gebruiken van jouw volk, Jondalar,' zei Tulie toen ze een rustig plekje hadden gevonden om te praten. ik weet dat jullie de Moeder eren en dat strekt jou en de Zelandoniërs tot eer, maar hebben jullie ook een ceremoniële inwijding tot het vrouwzijn, met alle bijbehorende begrip en tederheid?'

'De Eerste Riten? Ja, natuurlijk. Hoe zou het iemand onverschillig kunnen laten hoe een jonge vrouw de eerste keer wordt geopend? Onze rituelen zijn niet helemaal dezelfde als die van jullie , maar ik denk dat de bedoeling gelijk is,' zei Jondalar.

ik heb met een paar vrouwen gepraat. Ze zijn vol lof over je en je bent al verscheidene keren aanbevolen. Dat is belangrijk,

maar het is belangrijker dat Latie naar je heeft gevraagd. Zou jij haar willen inwijden?'

Jondalar besefte dat hij had kunnen weten wat er kwam. Niet dat hij nooit eerder was gevraagd, maar om de een of andere reden dacht hij dat ze alleen iets wou weten over de gebruiken bij zijn volk. In het verleden had hij altijd graag deelgenomen aan de inwijding. Volgens de vrouwen deed hij niets liever dan een jonge vrouw van haar angst afhelpen en haar de vreugde leren kennen van de Gave van het Genot van de Grote Aardmoeder, maar deze keer aarzelde hij. Hij had na afloop ook altijd een vreselijk schuldgevoel omdat hij de heilige ceremonie had gebruikt om zijn eigen behoeften te bevredigen, ondanks de diepere gevoelens die ze opriep. Hij wist niet of hij die gemengde gevoelens nu wel aankon en zeker niet met iemand die hij zo graag mocht als Latie.

'Tulie. ik heb aan soortgelijke rituelen deelgenomen en ik voel me vereerd door het aanbod van jou en Latie, maar ik geloof dat ik moet weigeren. Ik weet dat we niet echt verwanten zijn, maar ik heb de hele winter in het Leeuwekamp gewoond en in die tijd ben ik Latie als een zuster gaan beschouwen,' zei Jondalar, 'een jongere zuster.'

Tulie knikte. 'Dat is jammer, Jondalar. Je was in veel opzichten de beste geweest. Je komt van zo ver dat er geen enkeie verwantschap tussen jullie kan bestaan. Maar ik begrijp dat je haar als een zuster bent gaan zien. Jullie hebben niet in dezelfde vuurplaats gewoond, maar Nezzie heeft je behandeld als een zoon en Latie is een veelbelovend meisje. Voor de Moeder is niets afschuwelijker dan het inwijden van een vrouw door een man die dezelfde moeder heeft. Wanneer jij gevoelens voor haar hebt als een broer, vrees ik dat het de ceremonie zou bederven. Ik ben blij dat je me dit hebt verteld.'

Ze liepen samen terug naar de mensen die op de helling stonden of zaten en vanaf de open ruimte zag Jondalar dat Talut aan het woord was, en wat nog interessanter was, Ayla stond naast hem met haar speerwerper.

'Jullie hebben gezien hoe ver Ayla met dit wapen een speer kan werpen,' zei Talut, 'maar ik zou graag willen dat ze het jullie samen laat zien, onder betere omstandigheden, zodat jullie echt kunnen zien wat de mogelijkheden zijn. Ik weet dat de meesten van ons graag een grotere speer gebruiken, met een punt die Wymez heeft ontwikkeld voor de mammoetjacht, maar dit wapen heeft een paar duidelijke voordelen. Een aantal van ons, in het Leeuwekamp, heeft ermee geoefend. Je kunt er een flinke speer mee werpen, maar daar is oefening voor nodig, net als voor het werpen met de hand. De meesten zijn opgegroeid bij het werpen met de hand, bij het spel en op jacht. Ze zijn eraan gewend, maar wanneer ze zouden zien hoe goed dit werkt, weet ik zeker dat heel wat mensen het willen proberen. Ayla zegt dat ze van plan is om hem op de mammoetjacht te gebruiken en ik ben er zeker van dat Jondalar het ook zal doen zodat een aantal mensen kunnen zien hoe het werkt. We hebben het over een wedstrijd gehad, maar dat is nog niet helemaal uitgewerkt. Als we terugkomen van de jacht, geloof ik dat we een grote wedstrijd moeten organiseren, met verschillende onderdelen.'

Er was veel bijval voor dit voorstel en toen zei Brecie: ik vind zo'n grote wedstrijd een goed idee, Talut. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben wanneer we er twee of drie dagen aan besteden. Wij hebben gewerkt aan een werpstok. Sommigen van ons hebben met een worp al verscheidene vogels uit een zwerm neergehaald. Ondertussen geloof ik dat we de mamuti de beste dag moeten laten uitzoeken om te vertrekken en ze de mammoeten laten Roepen. En als we niets meer te bespreken hebben, moet ik terug naar mijn kamp.'

De vergadering liep ten einde, maar de belangstelling leefde plotseling weer op toen Vincavec in de open ruimte verscheen, gevolgd door de mensen van zijn kamp, de delegatie die een adoptie van Ayla had besproken en de laatsten van het Leeuwekamp, Nezzie en Rydag. De mensen van de delegatie begonnen het nieuwtje te verspreiden dat het stamhoofd van het Mammoetkamp bereid was om iedere Bruidsprijs te betalen die Tulie voor Ayla vroeg, ondanks het feit dat ze al een Belofte had gedaan.

'Je weet dat hij het recht opeist om zijn kamp naar de Mammoetvuurplaats te noemen, alleen omdat hij Mamut is,' hoorde Jondalar een vrouw tegen een andere vrouw zeggen, 'maar zolang hij geen verbintenis heeft aangegaan, kan hij geen rechten doen gelden. Het is de vrouw die de vuurplaats sticht. Hij wil haar alleen omdat ze een dochter van de Mammoetvuurplaats is en dat maakt zijn zogenaamde Mammoetkamp meer acceptabel.'

Jondalar stond toevallig bij Ranec in de buurt toen hij opving dat iemand het hem vertelde. Tot zijn verbazing voelde hij een opwelling van medelijden toen hij de uitdrukking op het gezicht van de donkere man zag. Het drong tot hem door dat wanneer iemand wist hoe Ranec zich op dat ogenblik voelde, hij het wel was. Maar hij wist tenminste dat de man, die Ayla had overgehaald om bij hem te komen wonen, van haar hield. Het leek duidelijk dat Vincavec Ayla alleen wilde om zijn eigen doel te dienen, niet omdat hij iets om haar gaf.

Ayla ving ook flarden van gesprekken op waarin haar naam werd genoemd. Bij de Stam had ze haar ogen kunnen afwenden om niets te horen, maar waar men uitsluitend woorden gebruikte om te communiceren, kon ze haar oren niet sluiten.

En toen hoorde ze opeens niets meer behalve de honende stemmen van een aantal oudere kinderen en het woord 'platkop'.

'Moet je dat beest zien, helemaal verkleed als mens,' zei een oudere jongen die lachend met zijn vinger naar Rydag wees.

'Ze kleden de paarden aan, dus waarom de platkop niet?' voegde iemand eraan toe en dat veroorzaakte nog meer gelach.

'Ze beweert dat hij een mens is, weetje. Ze zeggen dat hij alles verstaat wat je zegt en dat hij ook kan praten,' zei een van de jongelui.

'Natuurlijk, en wanneer ze de wolf op zijn achterpoten kon laten lopen zou ze hem waarschijnlijk ook een mens noemen.'

'Misschien kun je beter oppassen met watje zegt. Chaleg zegt dat die platkop de wolf op je af kan sturen. Hij zegt dat de platkop heeft gezorgd dat de wolf hem aanviel en hij brengt het voor de Raad van Broeders.'

'Nou, is dat niet het bewijs dat hij een dier is, wanneer hij een ander dier een aanval kan laten doen?'

'Mijn moeder zegt dat ze het niet goed vindt dat ze dieren meebrengen naar een Zomerbijeenkomst.'

'Mijn oom zegt dat hij niet zoveel bezwaar heeft tegen de paarden en ook niet tegen de wolf, zolang ze ze op een afstand houden, maar hij vindt dat het verboden moest worden om die platkop mee te nemen naar bijeenkomsten en ceremoniën die bedoeld zijn voor mensen.'

'Hé, platkop! Ga weg, smeer hem. Ga terug naar je troep, bij de andere beesten, waar je hoort.'

Eerst was Ayla te verbluft om te reageren op de vernederende opmerkingen. Toen zag ze dat Rydag de ogen neersloeg en terug wou gaan naar het Kattestaartkamp. Ze stormde razend van woede op de jongelui af.

'Wat mankeert jullie? Hoe kunnen jullie Rydag een beest noemen. Zijn jullie soms blind?' vroeg Ayla, met nauwelijks ingehouden woede. Er bleven verscheidene mensen staan om te zien wat er aan de hand was. 'Zien jullie niet dat hij alles verstaat wat jullie zeggen? Hoe kunnen jullie zo wreed zijn? Schaam je je niet?'

'Waar zou mijn zoon zich voor moeten schamen?' vroeg een vrouw die haar zoon in bescherming nam. 'Die platkop is een dier en behoort niet te worden toegelaten tot ceremoniën die heilig zijn voor de Moeder.'

Er kwamen nu verscheidene mensen omheen staan, onder wie de meesten van het Leeuwekamp. 'Ayla, schenk er geen aandacht aan,' zei Nezzie in een poging haar wat te kalmeren.

'Een dier! Hoe durf je te zeggen dat hij een dier is! Rydag is net zo goed een mens als jij,' schreeuwde Ayla tegen de vrouw.

ik hoef me niet zo te laten beledigen,' zei de vrouw, ik ben geen platkopvrouw.'

'Nee, dat ben je zeker niet. Die is menselijker dan jij bent. Ze zou meer gevoel hebben, meer begrip.'

'Hoe weet je dat zo goed?'

'Niemand weet dat beter dan ik. Ze hebben me opgenomen en grootgebracht toen ik mijn volk kwijt was en niemand anders had. Ik zou gestorven zijn wanneer een vrouw van de Stam geen medelijden had getoond,' zei Ayla. 'Ik was er trots op om een vrouw van de Stam te zijn en een moeder.'

'Nee! Ayla, niet doen!' hoorde ze Jondalar zeggen, maar ze trok zich nergens meer iets van aan.

'Het zijn mensen en dat is Rydag ook. Ik weet het, omdat ik een zoon heb zoals hij.'

'O, nee.' Jondalar kromp ineen terwijl hij naar voren drong om naast haar te gaan staan.

'Zei ze dat ze ook zo'n zoon had?' zei een man. 'Een zoon van gemengde geesten?'

ik ben bang dat je het nu hebt verknoeid,' zei Jondalar ernstig.

'Heeft zij een gruwel gebaard? Dan kun je beter uit haar buurt blijven.' Er kwam een man naar de vrouw die ruzie had gemaakt met Ayla. 'Als zij dat soort geest aantrekt, kan die ook in een andere vrouw binnendringen.'

'Dat is zo! Jij kunt ook beter bij haar vandaan gaan,' zei een man tegen de zwangere vrouw die naast hem stond en hij nam haar mee. Er waren meer mensen die zich terugtrokken en op hun gezichten stond duidelijk afschuw en angst te lezen.

'De Stam?' zei een van de muzikanten. 'Zei ze niet dat de ritmes die ze speelde van de Stam waren? Bedoelde ze die? Platkoppen?'

Terwijl ze om zich heen keek, kreeg Ayla even een gevoel van paniek en de drang om weg te lopen van al die mensen die haar met zo'n afkeer bekeken. Toen sloot ze de ogen en ademde diep. Ze stak de kin omhoog en daagde iedereen uit. Welk recht hadden ze om te zeggen dat haar zoon geen mens was? Ze zag Jondalar schuin achter zich staan en dat gaf haar meer steun dan ze kon zeggen.

Toen stapte aan de andere kant nog een man naar voren. Ze draaide zich om en glimlachte tegen Mamut, en ook naar Ranec. Toen kwamen Nezzie en Talut bij haar staan en, wat niemand verwachtte, ook Frebec. Het hele Leeuwekamp kwam, als één man, naast haar staan.

'Jullie hebben ongelijk,' zei Mamut tegen de menigte, met een stem die te krachtig leek voor zo'n oude man. 'Platkoppen zijn geen dieren. Het zijn mensen, en kinderen van de Moeder, net als jullie. Ik heb ook een tijdje bij hen gewoond en met hen gejaagd. Hun medicijnvrouw heeft mijn arm genezen en door hen heb ik de weg naar de Moeder gevonden. De Moeder mengt geen geesten, er zijn geen paard-wolven of leeuw-herten. De mensen van de Stam zijn anders, maar het verschil is niet belangrijk. Kinderen als Rydag en Ayla's zoon zouden niet worden geboren als het geen mensen waren. Het zijn geen gruwels. Het zijn gewoon kinderen.'

'Het kan me niet schelen wat je zegt, oude Mamut,' zei de zwangere vrouw. 'Ik wil geen platkopkind hebben, of een van gemengde geesten. Als zij er al een heeft gekregen, kan die geest wel om haar heen hangen.'

'Vrouw, Ayla is geen bedreiging voor je,' antwoordde de oude medicijnman. 'De geest die voor jouw kind heeft gekozen is er al. Die kan nu niet meer worden veranderd. Het was niet Ayla's werk dat ze een baby kreeg met de geest van een platkopman, zij heeft die geest niet aangetrokken. Het was de keus van de Moeder. Jullie moeten goed onthouden dat de geest van een man zich nooit ver verwijdert van die man. Ayla is opgegroeid bij de Stam. Ze werd vrouw terwijl ze bij hen woonde. Toen Mut besloot haar een kind te geven, kon Ze alleen kiezen uit de mannen die in de buurt waren en dat waren allemaal mannen van de Stam. Natuurlijk werd de geest van een van hen gekozen om bij haar binnen te gaan, maar jullie zien hier toch geen mannen van de Stam om je heen?'

'Oude Mamut, wat zou er gebeuren wanneer er een paar platkopmannen in de buurt waren?' riep een vrouw uit de menigte.

'Ik geloof dat ze heel dichtbij zouden moeten komen, zelfs de vuurplaats moesten delen, voor hun geest werd gekozen. Het volk van de Stam bestaat uit mensen, maar er zijn een paar verschillen. Omdat leven voor de Moeder beter is dan geen leven, kreeg Ayla een kind toen ze dat wou, maar het is niet gemakkelijk om die twee te mengen. Met zoveel Mamutische mannen om ons heen zou een van hen eerst worden gekozen.'

'Jij zegt het, oude man,' riep een ander, ik ben er niet zo zeker van. Ik houd mijn vrouw uit haar buurt.'

'Geen wonder dat ze zo goed met dieren kan omgaan, ze is erbij opgegroeid.' Ayla draaide zich om en zag dat Chaleg dit zei.

'Betekent het dat hun magie sterker is dan de onze?' zei Frebec. Er ontstond wat onrustig geschuifel in de menigte.

ik heb haar horen zeggen dat het geen magie is. Ze zegt dat iedereen het kan.' Frebec herkende de stem van de Mamut van het kamp van Chaleg.

'Waarom heeft een ander het dan nog niet gedaan?' vroeg Frebec. 'Jij bent Mamut. Als iedereen het kan, laat dan eens zien dat je weggaat en terugkomt op de rug van een paard. Waarom heb je geen wolf in je macht? Ik heb gezien dat Ayla de vogels bij zich floot.'

'Waarom kom jij voor haar op, Frebec, tegen je eigen familie en je eigen kamp?' vroeg Chaleg.

'Wat is mijn kamp? Het kamp dat me uitwees of dat wat me opnam? Mijn vuurplaats is de Kraanvogelvuurplaats en mijn kamp is het Leeuwekamp. Ayla heeft de hele winter bij ons gewoond. Ayla was erbij toen Bectie werd geboren en zij is niet gemengd. Zonder Ayla was de dochter van mijn vuurplaats er niet eens geweest.'

Jondalar luisterde naar Frebec met een brok in zijn keel. Afgezien van wat hij zei was er echt moed voor nodig om zijn eigen neef, zijn familie en het kamp waar hij was geboren, af te bluffen. Jondalar kon bijna niet geloven dat dit dezelfde man was die zoveel moeilijkheden had veroorzaakt. In het begin had hij zo snel een oordeel gehad over Frebec, maar wie was degene die het gevoel had dat hij door Ayla in verlegenheid werd gebracht. Wie was degene die bang was voor wat de mensen zouden zeggen wanneer ze iets over haar achtergrond vertelde? Wie was bang dat hij zou worden uitgestoten door zijn familie en zijn volk wanneer hij voor haar opkwam? Frebec had hem laten zien wat een lafaard hij was. Frebec en Ayla samen.

Toen hij zag dat ze haar vrees van zich afschudde en de kin omhoogstak om hen allemaal uit te dagen, kreeg hij het gevoel dat hij nog nooit op iemand zo trots was geweest. Toen kwam het hele Leeuwekamp achter haar staan en hij kon het nauwelijks geloven. Alleen diegenen waren belangrijk die iets om je gaven. Jondalar dacht met trots aan Ayla en het Leeuwekamp en hij vergat dat hij de eerste was geweest die naar haar toe was gerend.